I
Jeugdsentiment met een hoofdletter J was het, afgelopen zaterdag in de kringloopwinkel van Uden. Drie jaargangen Taptoe, verdeeld over twee banden: 1982 en 1983-1984. Ingebonden in rood kunstleer. Vast ooit eigendom geweest van een basisschool of zo, die het als leesboek aan hun kinderen wilden aanbieden. En precies die drie jaargangen, die ik destijds ook las, als vierde en vijfde klasser. Maar ik las elk los nummer stuk, in die tijd. Ik vrat ze bijna. Een jaargang tijdschriften inbinden, daar had ik als tienjarig meisje nog nooit van gehoord.
Het blad bestaat nog steeds, zo lees ik op Wikipedia, al verschijnt het nu nog maandelijks en richt het zich op adventuregames voor kinderen tussen 8 en 11. Van oorsprong was het bedoeld voor de jonge katholieke kinderen en richtte het zich op de catechisatie. Het weekblaadje voor de Roomse jeugd, herinnerde mijn vader zich nog, toen ik er mee thuis kwam.
Vanaf 1953 werd het dus Taptoe. En het weekblad wat ik dertig jaar later verslond, was niet speciaal katholiek meer. Je kon een abonnement nemen via school, met of zonder het winterboek en zomerboek. Ik heb het een jaar met een jaar zonder gehad.
Nou heb ik het met meer boeken gehad, die ik later nog eens teruglas. Maar daar wist ik het verhaal in grote lijnen nog wel te herinneren, nog voor ik er opnieuw aan begon. Dit keer, bij de Taptoe, wist ik alleen nog maar dat ik precies op 'mijn' jaargangen was gestuit. Maar met dat ik de eerste band opensloeg en aan nummer een begon werd het een groot feestje van o ja.
Ik las in die tijd alles wat los en vast zat, ook als het me niets interesseerde of het me niets zei. Dat je voorkeuren rond je tiende nog 1 op 1 zijn met dat wat je van je ouders meekreeg, wist ik toen nog niet. Nu wel. En is het ook meteen een leuk tijdsbeeld. 'Alles over Dallas'. We keken het thuis nooit. 'Een interview met Peter Schrijvers, de zoon van Piet Schrijvers'. Er ging slechts een vaag belletje rinkelen, toen. Pas tijdens het lezen van het introotje begreep ik, dat het een keeperszoon was. Maar ja, bij ons destijds geen Studio Sport.
De spelletjes, de handwerktips. Informatie over een huisdier of een ander onderwerp dat de jeugd interesseert, met rechts in het kader de SISO aanduiding. De code van de bieb was dat. Dat wist ik toen al wel. Nu begrijp ik, dat dat natuurlijk bedoeld was voor de kindertjes die er meer over wilden weten. Konden ze het zelf verder opzoeken in de bieb. Of kon de meester of juf dat doen.
Een compact disc is er al wel, maar zal de platenspeler nog niet gaan vervangen. Want hij is heel duur en die schijfjes zijn dat ook. Het milieu is erg belangrijk en Toontje Lager en Doe Maar domineren de hitlijsten. Meisjes schrijven nog gewoon brieven en een rubriek als Zelfbedacht werd elke week opnieuw gevuld met zelfgeschreven gedichten en verhaaltjes van kinderen.
Kinderachtig is het allerminst. Het zijn lange zinnen, met best nog wat moeilijke woorden. Waren we toen sneller van begrip? Ik kan me niet herinneren, dat ik van een artikel ooit de strekking niet heb begrepen. Maar ja. Daarvoor was ik ook een boekenwurm. Dat ben ik nog, trouwens. En hoewel ik het al lang niet meer nodig heb: de SISO zit ook nog grotendeels in mijn hoofd.
Zoek je iets?
Arja Peters (ps. van Chinny van Erven)
De Wildhof (serie)
De klas van Tina (serie)
Fietsclub 'Krap bij Kas' (serie)
Freddy Hagers (ps. van G. Betlem)
Goud-Elsje (serie)
Hans Borrebach (auteur)
Hans Borrebach (ill.)
Helen Taselaar
Herry Behrens (ill.)
Herson (is ps. van Herry Behrens; ill.)
Ik kan serie
Inge Neeleman (is pseud. van Helen Taselaar)
Jeugdhotel De Witte Hengst (serie)
Kluitman Jeugdserie
Manege Picadero (serie)
Max de Lange-Praamsma
Mien van 't Sant
Netty Koen-Conrad
Prisma boeken (serie)
Rie Reinderhoff (ill.)
Sanne van Havelte
Sneeuwbalserie
Uitgeverij De Eekhoorn
Uitgeverij West-Friesland
Witte Raven Jeugdpockets
Zonne-reeks
Zonnebloem serie
correspondentie
huishoudboeken
meisjesroman
uitgeverij Elsevier
uitgeverij Van Holkema en Warendorf
woninginrichting
Over mij
- Marieke
- Omdat oude boeken nog steeds leuk zijn om te lezen, maar omdat er meer is om over te schrijven. Sinds kort dus naast boeken ook oude spullen met een verhaal.
15 juni 2015
07 juni 2015
Het begon in een stortbui
...en vanuit de rustige saaiheid van haar koude werkende-vrouw-bestaantje liet ze zich wegglijden in de onrust en de warme koestering van twee grote resolute armen. Een van de laatste zinnen van 'Het begon in een stortbui'. Ze, de werkende vrouw, is Wil, een derde kandidaat notaris, werkzaam op een notariskantoor. Ze huurt een kamer bij een hospita. En die armen, waar ze na een korte aarzeling voorgoed in verdwijnt, zijn van Pieter Bommel, de jonge directeur van de lijstenfabriek.
Eerder die de hebben ze samen de bruiloft bij gewoond van Wil's nichtje Dia, die met de apotheker Roel van Dieren Huybers is getrouwd. Maar echt leren kennen deden Wil en Pieter elkaar drie jaar eerder, aan het strand nabij Leiden.
Toen Pieter met zijn vader en zijn tante Alida een huisje had gehuurd in de buurt van De Noodlanding, het huisje waar Wil en Dia verbleven. Pa Bommel was een zakenpartner van de vader van Dia. En 'tantaalida' zou Pieter en Dia zo graag samen zien. Maar Dia, die pas ernstig ziek is geweest, moet niets hem hebben. En vraagt de loopjongen van de apotheek of hij niet als nepverloofde wil fungeren.
Dominante tantaalida die een aanbidder heeft en onder invloed van de liefde zichtbaar veranderd. De loopjongen van de apotheek die student farmacie blijkt te zijn en werkelijk om Dia geeft. Pieter die maar moeilijk onder het juk van zijn tante uit kan komen. En wil die verliefd op hem wordt.
Drie jaar later blijkt pa Bommel overleden, Pieter directeur, Dia's vader met succes een eigen zaak te zijn begonnen, Roel de apotheek van zijn oom over te hebben genomen. Dia's ouders verhuisd, tantaalida getrouwd en moeder, Wil's moeder hertrouwd. En ten slotte nog Wil samen met Pietje.
Het is een wat al te happy end van een vacantieromannetje, zoals de ondertitel luidt. Het verhaal las als een vrolijke kluch, met veel misverstanden. Luchtiger als die serie boeken die Spanje van Havelte schreef. Maar op het eind wordt het melig en veel te toevallig. Alsof alle twijfel er in een paar alinea's nog uit moest zijn. Zodat er geen enkele vraag meer onbeantwoord bleef.
Eerder die de hebben ze samen de bruiloft bij gewoond van Wil's nichtje Dia, die met de apotheker Roel van Dieren Huybers is getrouwd. Maar echt leren kennen deden Wil en Pieter elkaar drie jaar eerder, aan het strand nabij Leiden.
Toen Pieter met zijn vader en zijn tante Alida een huisje had gehuurd in de buurt van De Noodlanding, het huisje waar Wil en Dia verbleven. Pa Bommel was een zakenpartner van de vader van Dia. En 'tantaalida' zou Pieter en Dia zo graag samen zien. Maar Dia, die pas ernstig ziek is geweest, moet niets hem hebben. En vraagt de loopjongen van de apotheek of hij niet als nepverloofde wil fungeren.
Dominante tantaalida die een aanbidder heeft en onder invloed van de liefde zichtbaar veranderd. De loopjongen van de apotheek die student farmacie blijkt te zijn en werkelijk om Dia geeft. Pieter die maar moeilijk onder het juk van zijn tante uit kan komen. En wil die verliefd op hem wordt.
Drie jaar later blijkt pa Bommel overleden, Pieter directeur, Dia's vader met succes een eigen zaak te zijn begonnen, Roel de apotheek van zijn oom over te hebben genomen. Dia's ouders verhuisd, tantaalida getrouwd en moeder, Wil's moeder hertrouwd. En ten slotte nog Wil samen met Pietje.
Het is een wat al te happy end van een vacantieromannetje, zoals de ondertitel luidt. Het verhaal las als een vrolijke kluch, met veel misverstanden. Luchtiger als die serie boeken die Spanje van Havelte schreef. Maar op het eind wordt het melig en veel te toevallig. Alsof alle twijfel er in een paar alinea's nog uit moest zijn. Zodat er geen enkele vraag meer onbeantwoord bleef.
25 mei 2015
Lenny, waarom?
De pocket editie heeft niet eens een aanschafdatum, maar het moet ergens in het voorjaar van 1995 geweest zijn, dat het in mijn bezit kwam. Twintig jaar later, op een ouderwets gezellige vrijmarkt in Tilburg voor een al net zo'n ouderwets prinsje scoorde ik dus gisteren de tweede druk. Die een stuk ouder blijkt dan ik dacht, gezien de spelling van de vacantie op de Friesche boerderij die zoo genoeglijk is. 1946, aldus de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek. Deze tweede druk is zowel met illustraties van Hans Borrebach als van G. van Straaten, zo staat er verder. En al meldt de omslag het met i-e, Freddy is toch echt met een y.
G. is van Gerard, de oudere broer van Peter van Straaten, die in dienst was van Kluitman en vooral bekend werd van zijn Kameleon illustraties. Maar ik spaar de Borrebach edities en die scoorde ik dan gisteren dus ook. Deze editie speelt zich echt in de oorlog af. Er is verwondering over het vele eten op het platteland, angst voor bombardementen vanuit de lucht en de noodzaak tot verduisteren. Lenny kan niet op vakantie naar Zeeland en mag om de oorlog ook al niet naar Brussel. Er is angst om elkaar lang niet te zien. Details die in de pocket editie uit de jaren zestig allemaal zijn weg gelaten. Omdat de meisjes van toen het inmiddels niet meer hadden mee gemaakt.
Het verhaal zelf is overigens vlug verteld. Lenny is tandarts assistente en gaat met haar vriendin Rein naar haar familie in Friesland. Rein wordt er verliefd op de hoofdknecht Piebe. En Lenny realiseert zich daar, dat ze van haar tandarts houdt. En verder is er veel omschrijving van het eenvoudige leven op het land en de liefde van den boer voor diens grond, zijn akkers, zijn golvende graanvelden, de wijde, wijde vergezichten en... zijn arbeid, dien zij leeren hoogachten en eerbiedigen.
Zo eindigt de proloog van de tweede druk. Op de achterflap tekst is dat gewijzigd in: waarom probeert Lenny zich in deze voor haar zo vreemde omgeving te begraven? Lenny is een Haags meisje. Die moesten in de jaren veertig nog met hun neus op de feiten worden gedrukt dat het leven niet overal hetzelfde was. En dat de stad echt niet beter was dan het platteland. Van die moraal is twintig jaar later niets meer over. En ja, het komt goed, tussen Lenny en haar tandarts Remko. In beide edities. De romantiek die bleef.
G. is van Gerard, de oudere broer van Peter van Straaten, die in dienst was van Kluitman en vooral bekend werd van zijn Kameleon illustraties. Maar ik spaar de Borrebach edities en die scoorde ik dan gisteren dus ook. Deze editie speelt zich echt in de oorlog af. Er is verwondering over het vele eten op het platteland, angst voor bombardementen vanuit de lucht en de noodzaak tot verduisteren. Lenny kan niet op vakantie naar Zeeland en mag om de oorlog ook al niet naar Brussel. Er is angst om elkaar lang niet te zien. Details die in de pocket editie uit de jaren zestig allemaal zijn weg gelaten. Omdat de meisjes van toen het inmiddels niet meer hadden mee gemaakt.
Het verhaal zelf is overigens vlug verteld. Lenny is tandarts assistente en gaat met haar vriendin Rein naar haar familie in Friesland. Rein wordt er verliefd op de hoofdknecht Piebe. En Lenny realiseert zich daar, dat ze van haar tandarts houdt. En verder is er veel omschrijving van het eenvoudige leven op het land en de liefde van den boer voor diens grond, zijn akkers, zijn golvende graanvelden, de wijde, wijde vergezichten en... zijn arbeid, dien zij leeren hoogachten en eerbiedigen.
Zo eindigt de proloog van de tweede druk. Op de achterflap tekst is dat gewijzigd in: waarom probeert Lenny zich in deze voor haar zo vreemde omgeving te begraven? Lenny is een Haags meisje. Die moesten in de jaren veertig nog met hun neus op de feiten worden gedrukt dat het leven niet overal hetzelfde was. En dat de stad echt niet beter was dan het platteland. Van die moraal is twintig jaar later niets meer over. En ja, het komt goed, tussen Lenny en haar tandarts Remko. In beide edities. De romantiek die bleef.
11 mei 2015
Een paard brengt geluk
Katinka is de dochter van de eigenaar van Jeugdhotel De Witte Hengst. Haar broer werkt daar als volledige kracht, maar zij vindt het leuker om haar vader in het hotel te gaan helpen, wat tevens zijn eigendom is. Daarom gaat ze in september ‘hotelmanagement’ studeren. Wat dat dan ook mag zijn. Het verhaal speelt zich af omstreeks 1990. Bedoeld werd waarschijnlijk een opleiding aan de Nationale Hogeschool voor Toerisme en Verkeer, of de Hogere Hotelschool. Dat had Helen Taselaar best even specifiek mogen benoemen. Enfin.
De dochter van meneer Bianchi dus, is na haar eindexamen (HAVO? VWO? MAVO misschien?) bij wijze van werkvakantie naar een ranch geweest in Texas, waar haar pa connecties had. En daar leerde ze, behalve veel paarden en buitenlandse vrienden, ook de onuitstaanbare Scott Howard kennen. Maar nu zit ze in het vliegtuig, op weg terug naar Nederland. En ze wil hem nooit meer zien.
Zo zijn we eigenlijk na de eerste paar pagina’s al halverwege een typisch Taselaar verhaal, dat verder ook alleen maar bekende ingrediënten heeft. Want Scott kan Kathinka niet vergeten en gaat haar in Nederland opzoeken. Hij treft haar aan als vakantiemedewerker in het winkeltje van de Witte Hengst. Zelf gaat hij er David Freling vervangen, die door een ongeluk tijdelijk uitgeschakeld is. Ze kan hem nog steeds niet uitstaan, al doet Scott nog zo zijn best om te bewijzen, dat hij niet dat verwaande ventje is, waar ze hem voor blijft uitmaken.
Het keerpunt komt, wanneer Rory, haar paard, ziek wordt en Scott er bij blijft waken, gedurende de nacht. Pas dan ziet ze in, dat ze zich heeft vergist. En beseft ze, dat ze van hem houdt. En dan gaat het snel. Niks studie hotelmanagement, niks assistentie van vader, niks in het winkeltje van de Witte Hengst meer. Het wordt direct Amerika, want ze kan Scott niet meer missen. Hij wil er zijn eigen range gaan beginnen. En het eerste kapitaal is er al. De opbrengst uit de verkoop van zijn Porsche.
Juist ja. Hoeveel geld zal dat, omgerekend, zijn geweest, vijfentwintig jaar geleden? Tienduizend euro, hooguit? Voor het opstarten van een range is wel wat meer nodig. Droom dus maar lekker verder. Een vervolgopleiding, het familiebedrijf, een baantje, vriendschappen, het is allemaal niet meer van belang, zolang De Man er niet is. Dus geven we, als achttienjarige, gewoon alles op wat we hebben en reizen we de ware achterna.
04 mei 2015
Carla's moeilijke keus
Carla Westerhoven is geboren en getogen op het niet bestaande eiland Dijksterland, waar ze met haar vader woont. Pa Westerhoven trouwde als weduwnaar met Bets, die eerst zijn secretaresse was. Ze is maar een jaar of acht ouder dan Carla.
Carla is goed bevriend met Frank Gevers en zijn zus Wilma. Frank is directeur van het VVV kantoor op het eiland. Pa Gevers beheert de DSO, de Dijksterlandse Stoomboot Onderneming. Frank is gecharmeerd van Carla en biedt haar een baan aan. Dat is huwelijkskandidaat nummer één.
Een van de eerste taken van Carla is het begeleiden van een groep Amerikaanse toeristen. De flamboyante reisleider blijkt een Nederlander: Dick van Rijn. Dat wordt huwelijkskandidaat nummer twee. Met het reisgezelschap beleeft Carla een paar spannende dagen, die eindigt in een levensgevaarlijke longontsteking, waar ze goed bovenop komt. Dan volgt een gesprek met haar vader en een tante. Wordt het geen tijd, iets serieus aan te pakken? Haar vader is hertrouwd, ze hoeft het huishouden dus niet meer te besturen. En dat baantje bij de VVV is maar seizoenswerk.
Het wordt biologie, aan de universiteit van Leiden. Waar haar tante toevallig ook woont, dus daar kan ze bij inwonen. Geen gezoek naar een kamer dus. Carla was toch al erg van de biologie, ze schreef er zelfs stukjes voor in diverse bladen. Als studente is ze in no time ingeburgerd. Dan blijkt haar studievriendin Joke van der Stoep de verloofde van Dick van Rijn. Vervolgens wordt Carla massaal geboycot, doordat ze het met Dick heeft aangelegd. De enige die haar nog wel vertrouwt is Ru, een mannelijke medestudent.
Zo wordt het Kerstmis. En gaat Ru bij wijze van vriend mee naar Dijksterland. Waar Carla een ernstig gesprek met haar vader krijgt. Want dit is niet zo maar een vriend, dat moet Carla zich wel realiseren. Dick is dan al van het toneel verdwenen. Dat is een kwestie van een kort briefje geweest. Frank blijkt toch niet meer dan een vriend. Hij heeft altijd om haar heen gedraaid, maar haar nooit gevraagd, zijn vrouw te worden. Ru doet dat wel. Al meteen, nog in de kerstvakantie. Zo moeilijk was de keus van Carla dus niet eens.
Vader hertrouwd, een baan bij de VVV, de aandacht van drie verschillende mannen. Studeren in Leiden. Een ernstige longontsteking. Het is wel heel erg veel, in een half jaar tijd, voor een meisje, om mee te maken. En intussen is ze nog geen twintig.
Ook dit verhaal kent twee edities. Hans Borrebach illustreerde beide uitgaven. De eerste uit 1951, waarin Carla en Ru als een kopie van Grace Kelly en Bing Crosby tegen een zeelucht aan poseren. Hij lijkt in het niets op de suffe student, zoals de schrijfster hem heeft omschreven in het verhaal. En in de pocketeditie uit 1964 is Ru bijna helemaal van het omslag verdwenen. Carla is er een nietszeggend meisje is geworden, zoals ze bij tientallen op de Witte Raven pockets stonden.
Carla is goed bevriend met Frank Gevers en zijn zus Wilma. Frank is directeur van het VVV kantoor op het eiland. Pa Gevers beheert de DSO, de Dijksterlandse Stoomboot Onderneming. Frank is gecharmeerd van Carla en biedt haar een baan aan. Dat is huwelijkskandidaat nummer één.
Een van de eerste taken van Carla is het begeleiden van een groep Amerikaanse toeristen. De flamboyante reisleider blijkt een Nederlander: Dick van Rijn. Dat wordt huwelijkskandidaat nummer twee. Met het reisgezelschap beleeft Carla een paar spannende dagen, die eindigt in een levensgevaarlijke longontsteking, waar ze goed bovenop komt. Dan volgt een gesprek met haar vader en een tante. Wordt het geen tijd, iets serieus aan te pakken? Haar vader is hertrouwd, ze hoeft het huishouden dus niet meer te besturen. En dat baantje bij de VVV is maar seizoenswerk.
Het wordt biologie, aan de universiteit van Leiden. Waar haar tante toevallig ook woont, dus daar kan ze bij inwonen. Geen gezoek naar een kamer dus. Carla was toch al erg van de biologie, ze schreef er zelfs stukjes voor in diverse bladen. Als studente is ze in no time ingeburgerd. Dan blijkt haar studievriendin Joke van der Stoep de verloofde van Dick van Rijn. Vervolgens wordt Carla massaal geboycot, doordat ze het met Dick heeft aangelegd. De enige die haar nog wel vertrouwt is Ru, een mannelijke medestudent.
Zo wordt het Kerstmis. En gaat Ru bij wijze van vriend mee naar Dijksterland. Waar Carla een ernstig gesprek met haar vader krijgt. Want dit is niet zo maar een vriend, dat moet Carla zich wel realiseren. Dick is dan al van het toneel verdwenen. Dat is een kwestie van een kort briefje geweest. Frank blijkt toch niet meer dan een vriend. Hij heeft altijd om haar heen gedraaid, maar haar nooit gevraagd, zijn vrouw te worden. Ru doet dat wel. Al meteen, nog in de kerstvakantie. Zo moeilijk was de keus van Carla dus niet eens.
Vader hertrouwd, een baan bij de VVV, de aandacht van drie verschillende mannen. Studeren in Leiden. Een ernstige longontsteking. Het is wel heel erg veel, in een half jaar tijd, voor een meisje, om mee te maken. En intussen is ze nog geen twintig. Ook dit verhaal kent twee edities. Hans Borrebach illustreerde beide uitgaven. De eerste uit 1951, waarin Carla en Ru als een kopie van Grace Kelly en Bing Crosby tegen een zeelucht aan poseren. Hij lijkt in het niets op de suffe student, zoals de schrijfster hem heeft omschreven in het verhaal. En in de pocketeditie uit 1964 is Ru bijna helemaal van het omslag verdwenen. Carla is er een nietszeggend meisje is geworden, zoals ze bij tientallen op de Witte Raven pockets stonden.
27 april 2015
Om de plaats in huis
drie kinderen alleen voor. Het huishouden komt op Jacqueline neer, die daar geen tijd voor heeft. Vader werkt en de jongere broer Gé en zus Nieske zijn nog te jong om er zich iets van aan te trekken.
Vader heeft plannen om te hertouwen, met tante Marian. Eind goed al goed, zo lijkt het, maar nee. Jacqueline wordt tegendraads, gooit er met de pet naar, wordt ziek van de spanning en 'moet' van de huisarts ergens naar toe waar alles nieuw en leuk is. Dat wordt Parijs waar, hoe toevallig, ook een vriendin van tante Marian woont. Eenmaal terug in Nederland is het al lente en staat ze er nog steeds slecht voor. Voor zes vakken een onvoldoende. Maar daar is vriend Ralph, een student medicijnen, die haar helpen wil. Ze slaagt. En wordt ten huwelijk gevraagd. Voor haar taak zich voor te bereiden als doktersvrouw heeft ze nu tijd genoeg, toch? Einde.
Dit verhaal van Guus Betlem is er een zoals er tientallen geschreven werden in de jaren vijftig. Op zoek naar een plek in het gezin, waar je geboren bent. Jij, als half weeskind, voorzien van een vleugje avontuur in Parijs, het eindexamen en de liefde. Ging alles maar zo makkelijk en simpel. Want het is helemaal niet zo eenvoudig om met zes onvoldoendes je eindexamen te halen. Dat lukt meestal niet. Zo veel dokters die bij wijze van herstel een vakantie in het buitenland voorstellen zijn er ook niet. En net na je eindexamen al ten huwelijk worden gevraagd is ook niet echt gangbaar. Maar goed.
Hans Borrebach maakte er een mooie, symbolische omslag bij. Jacqueline poseert er tegen een foto van haar beide ouders, vader in kleur, want in het heden en moeder in
zwart wit, want overleden. Zeer geschikt om uit te worden gegeven door West-Friesland. Dat is dan ook gebeurd. Tot twee keer toe. Want na de Zonne-reeks volgde enige jaren later ook nog de uitgave in de Witte-Raven Pocket Reeks. Met minder geslaagd omslag.
Waarop Guus Betlem alias Freddy Hagers en zijn vriend de illustrator Hans Borrebach zich weer op hun volgende verhaal in de lange reeks konden storten.
19 april 2015
Joop ter Heul
Tja, wat moet ik nog over de meest gelezen en overal al besproken reeks van Cissy van Marxveldt schrijven? Inmiddels bijna een eeuw oud en volgens mij worden ze nog steeds herdrukt. Het verhaal is overbekend, bij iedereen die wel eens een meisjesboek van dichtbij heeft gezien.
Het gaat over Joop, voluit Josefine ter Heul, die in het eerste deel vooral veel lol maakt met haar vriendinnen op school. Die in de drie daarop volgende delen binnen een paar jaar transformeert in een chique dame uit het milieu waartoe ze behoort. Het zijn de jaren twintig. Meisjes van ouders met geld hoeven na school niet te werken, ze mogen wachten op de ideale man, waar ze dan mee trouwen om vervolgens het leven van hun ouders na te gaan doen. En dat doet Joop al voor ze twintig is. Vele jaren later besloot Van Marxveldt nog een vijfde deel aan de serie toe te voegen, waarin de dochter van Joop centraal staat.
Decennia lang verzorgde Hans Borrebach de tekeningen en het omslag. Steeds aangepast naar de mode van die jaren, terwijl het verhaal niet werd herzien. Nou ja, mensch werd na de oorlog mens en evenzooveele dubbele klinkers werden verwijderd. Maar de rest van het verhaal bleef zoals het eens was. En werd door steeds nieuwe generaties vrouwen gelezen.

Er is, sinds een jaar of tien, wel iets frappant aan de hand met de fraaie boeken, die ik al zeker twintig jaar in mijn verzameling wil. En ook gedeeltelijk heb. In 1995 kostte een druk uit de jaren vijftig in een antiquariaat 25 gulden. In die tijd had je voor hetzelfde geld je haar laten knippen bij de kapper. Dat was dus ook precies wat ik toen deed. Ik was student met weinig geld. En stelde me, met mijn haar weer in model, tevreden met de Witte Raven pocket editie van Joop.
Tien jaar later begon Joop ineens op de rommelmarkt te verschijnen, waar ik haar tot dan toe nauwelijks had aangetroffen. En kon ik voor vijf euro, de prijs van een broodje kroket mezelf trakteren op zo'n net na de oorlog editie van Joop. En in 2010 vond ik op de boekenmarkt van Bredevoort een twee Joopjes samen voor de prijs van een kop koffie. Het was de uitgave die ik vijftien jaar eerder nog had gezien in de etalage van De Slegte in Den Haag.
We zijn weer vijf jaar verder. Hoe Joop het nu doet op de markt weet ik niet. Boekenmarkten stellen niet veel meer voor en sites als Marktplaats zijn niets voor mij. Ik word er ramgek van de banners, de overige reclames en de bedoelt-u-misschien-dit suggesties. Cissy van Marxveldt zelf zou het al helemaal niet begrijpen. En ik denk ook, dat er nu geen meisjesboek meer geschreven wordt, waar je in 2115 nog een blog aan kunt wagen. Leve Joop!
Het gaat over Joop, voluit Josefine ter Heul, die in het eerste deel vooral veel lol maakt met haar vriendinnen op school. Die in de drie daarop volgende delen binnen een paar jaar transformeert in een chique dame uit het milieu waartoe ze behoort. Het zijn de jaren twintig. Meisjes van ouders met geld hoeven na school niet te werken, ze mogen wachten op de ideale man, waar ze dan mee trouwen om vervolgens het leven van hun ouders na te gaan doen. En dat doet Joop al voor ze twintig is. Vele jaren later besloot Van Marxveldt nog een vijfde deel aan de serie toe te voegen, waarin de dochter van Joop centraal staat.
Decennia lang verzorgde Hans Borrebach de tekeningen en het omslag. Steeds aangepast naar de mode van die jaren, terwijl het verhaal niet werd herzien. Nou ja, mensch werd na de oorlog mens en evenzooveele dubbele klinkers werden verwijderd. Maar de rest van het verhaal bleef zoals het eens was. En werd door steeds nieuwe generaties vrouwen gelezen.
Er is, sinds een jaar of tien, wel iets frappant aan de hand met de fraaie boeken, die ik al zeker twintig jaar in mijn verzameling wil. En ook gedeeltelijk heb. In 1995 kostte een druk uit de jaren vijftig in een antiquariaat 25 gulden. In die tijd had je voor hetzelfde geld je haar laten knippen bij de kapper. Dat was dus ook precies wat ik toen deed. Ik was student met weinig geld. En stelde me, met mijn haar weer in model, tevreden met de Witte Raven pocket editie van Joop.
Tien jaar later begon Joop ineens op de rommelmarkt te verschijnen, waar ik haar tot dan toe nauwelijks had aangetroffen. En kon ik voor vijf euro, de prijs van een broodje kroket mezelf trakteren op zo'n net na de oorlog editie van Joop. En in 2010 vond ik op de boekenmarkt van Bredevoort een twee Joopjes samen voor de prijs van een kop koffie. Het was de uitgave die ik vijftien jaar eerder nog had gezien in de etalage van De Slegte in Den Haag.
We zijn weer vijf jaar verder. Hoe Joop het nu doet op de markt weet ik niet. Boekenmarkten stellen niet veel meer voor en sites als Marktplaats zijn niets voor mij. Ik word er ramgek van de banners, de overige reclames en de bedoelt-u-misschien-dit suggesties. Cissy van Marxveldt zelf zou het al helemaal niet begrijpen. En ik denk ook, dat er nu geen meisjesboek meer geschreven wordt, waar je in 2115 nog een blog aan kunt wagen. Leve Joop!
Abonneren op:
Posts (Atom)








.jpg)