Herry Behrens maakte weer een mooie omslag. Ina en op de achtergrond Irene, Anneke en Roelien zijn duidelijk de grens over. De omgeving is niet Nederlands meer. Waar ze precies zijn wordt niet duidelijk. De tekst op de achterkant helpt je als lezer ook niet verder. Vakantietijd! Fietsclub "Krap bij Kas heeft de plannen voor een nieuwe fietsvakantie al gesmeed. zo begint het. Dat is niets nieuws. Zo zijn de vorige drie delen in deze serie ook begonnen.
Nu, dat belooft weer wat te worden. Bovendien is voor het eerst de clubkas goed gevuld, dus niets staat Anneke, Ina, Irene en niet te vergeten de vrolijke Roelien, meer in de weg. Na de laatste goede raadgevingen van hun ouders gaan de vriendinnen van start en bepakt en bezakt trappen zij richting de grens, op naar het zonnige zuiden...
De volger van deze serie is er niets mee opgeschoten. Waar gaat het verhaal dan precies over? Heeft de redacteur, die deze tekst schreef, zélf het verhaal wel gelezen? Maar misschien was dat ook wel de bedoeling. Niet te veel prijsgeven van de inhoud, zodat de lezers het vanzelf gaan kopen.
In het vorige deel hebben de dames twee Franstalige Belgen leren kennen, die de wielersport beoefenen. Ze hebben er vriendschap mee gesloten en gaan hen opzoeken. Ze logeren in een oud kasteeltje. De Limburgse zusjes Ploeger gaan met hen mee. Het zijn echte vriendinnen geworden, toch komen ze op het omslag niet voor. De dames nemen deel aan een wielerwedstrijd, die ze uiteraard winnen.
Krap bij Kas bestaat uit vier meisjes van onbekende leeftijd, aldus een recensie. Dat heb ik me inderdaad ook altijd afgevraagd, toen ik het als twaalf, dertien jarige voor het eerst las. Hoe oud zijn ze nou eigenlijk? Oud genoeg om zelfstandig op pad te gaan. Ze spreken allemaal behoorlijk Frans ook. Zestien? Zeventien? Je komt er niet achter, want nergens wordt over school gesproken.
Die wielerwedstrijd, daarvan is van te voren al bekend dat ze zullen winnen. Voorspelbaar, evenals de andere belevenissen. Ook daar was ik het zelf in de jaren tachtig al mee eens. Dat het wel allemaal heel toevallig is, dat de meiden een wedstrijd winnen als ongeoefende vrouwelijke scholieren, tegenover mannelijke semi profs.
Zoals in zo veel van dit soort series is er binnen het groepje een meisje dat intelligenter, ondernemender, meevoelender is dan de anderen, zo staat er ook nog. Daarmee wordt waarschijnlijk Roelien bedoeld. Irene is te brutaal, Anneke te verlegen en van Ina verneem je gewoon niet zo veel. Dat is de bladvulling. Maar ook Roelien's karakter is niet verder uitgewekt.
Wee zouden het als lezers ook niet meer te weten komen. Dit werd het laatste deel over de fietsende meisjes. Yvonne Brill was waarschijnlijk al weer bezig aan haar volgende boek voor Kluitman. Ze zou er zo tientallen schrijven. Wordt daarom misschien toch nog vervolgd.
Zoek je iets?
Arja Peters (ps. van Chinny van Erven)
De Wildhof (serie)
De klas van Tina (serie)
Fietsclub 'Krap bij Kas' (serie)
Freddy Hagers (ps. van G. Betlem)
Goud-Elsje (serie)
Hans Borrebach (auteur)
Hans Borrebach (ill.)
Helen Taselaar
Herry Behrens (ill.)
Herson (is ps. van Herry Behrens; ill.)
Ik kan serie
Inge Neeleman (is pseud. van Helen Taselaar)
Jeugdhotel De Witte Hengst (serie)
Kluitman Jeugdserie
Manege Picadero (serie)
Max de Lange-Praamsma
Mien van 't Sant
Netty Koen-Conrad
Prisma boeken (serie)
Rie Reinderhoff (ill.)
Sanne van Havelte
Sneeuwbalserie
Uitgeverij De Eekhoorn
Uitgeverij West-Friesland
Witte Raven Jeugdpockets
Zonne-reeks
Zonnebloem serie
correspondentie
huishoudboeken
meisjesroman
uitgeverij Elsevier
uitgeverij Van Holkema en Warendorf
woninginrichting
Over mij
- Marieke
- Omdat oude boeken nog steeds leuk zijn om te lezen, maar omdat er meer is om over te schrijven. Sinds kort dus naast boeken ook oude spullen met een verhaal.
Posts tonen met het label Fietsclub 'Krap bij Kas' (serie). Alle posts tonen
Posts tonen met het label Fietsclub 'Krap bij Kas' (serie). Alle posts tonen
07 april 2017
30 januari 2017
Fietsclub Krap bij Kas op de moderne toer
Irene, Anneke, Roelien en Ina gaan weer samen op vakantie. De omgeving van Maastricht, wordt het ditmaal. Ze gaan per trein en nemen de fietsen mee, wat al een avontuur op zich is. Eenmaal in Maastricht eten ze een patatje en als de eigenaresse van de snackbar hoort dat ze nog op zoek zijn naar een onderkomen, krijgen ze een aanbod om te gaan logeren in Cadier en Keer. Daar woont een broer van de dame in kwestie.
Zonder naar een naam te hebben gevraagd, gaat de club op pad. Het huis blijkt een boerderij te zijn en ze treffen de dochters Ploeger thuis. Die uiteraard van de leeftijd van de meiden zijn en, alweer uiteraard, dolgraag met ze mee willen. Dat gebeurt ook.
De Limburgse meiden blijken in het bezit van een muzikale broer. Gitarist bij een bekende band. Zo pikken ze en passant nog even een groot open lucht concert mee. De Deurdouwers zijn minstens zo populair als Doe Maar, Toontje Lager en de Frank Boeijengroep. Maar die bestonden in de jaren tachtig allemaal in werkelijkheid. Dat wilde Yvonne Brill blijkbaar niet. Ze heeft zich al net zo min goed verdiept in het Limburgs. Deurdouwers is geen dialectwoord. Doardoawers wel. Of Durchdoawers. Maar dat was voor alle meisjes van buiten Limburg weer niet te verstaan.
De vriendinnen plus zussen helpen nog even een oude tante op weg, die een souvenirwinkeltje heeft en bij een bezoek aan een kasteel worden ze ingesloten. Dat is achtereenvolgens aardig en spannend.
Al fietsende komt er dit keer zo waar noodweer opzetten. Wat ze in hun haastig opgezette tentjes afwachten. Al wachtende treffen ze twee Frans sprekende jongens, die pech hebben met hun fiets. De jongens krijgen een tentje aangeboden. Het eerste contact voor een nieuwe vriendschap en daarmee een vakantie in het buitenland is gelegd. Wordt dus vervolgd.
Waarom dit deel Op de moderne toer heet? Ik kas las het boek begin jaren tachtig voor het eerst en vroeg me af wat er zo modern aan was. Dat vraag ik me nu nog steeds af. En dat het allemaal van toevalligheden aan elkaar hangt. Dat er veel te veel zo maar uit de lucht komt vallen. Anders dan een forse regenbui. Een overnachtingsadres, nieuwe vrienden, een popconcert, het kan allemaal niet op. Zo blijft het leuk, om met de meiden mee te gaan, inderdaad.
Zonder naar een naam te hebben gevraagd, gaat de club op pad. Het huis blijkt een boerderij te zijn en ze treffen de dochters Ploeger thuis. Die uiteraard van de leeftijd van de meiden zijn en, alweer uiteraard, dolgraag met ze mee willen. Dat gebeurt ook.
De Limburgse meiden blijken in het bezit van een muzikale broer. Gitarist bij een bekende band. Zo pikken ze en passant nog even een groot open lucht concert mee. De Deurdouwers zijn minstens zo populair als Doe Maar, Toontje Lager en de Frank Boeijengroep. Maar die bestonden in de jaren tachtig allemaal in werkelijkheid. Dat wilde Yvonne Brill blijkbaar niet. Ze heeft zich al net zo min goed verdiept in het Limburgs. Deurdouwers is geen dialectwoord. Doardoawers wel. Of Durchdoawers. Maar dat was voor alle meisjes van buiten Limburg weer niet te verstaan.
De vriendinnen plus zussen helpen nog even een oude tante op weg, die een souvenirwinkeltje heeft en bij een bezoek aan een kasteel worden ze ingesloten. Dat is achtereenvolgens aardig en spannend.
Al fietsende komt er dit keer zo waar noodweer opzetten. Wat ze in hun haastig opgezette tentjes afwachten. Al wachtende treffen ze twee Frans sprekende jongens, die pech hebben met hun fiets. De jongens krijgen een tentje aangeboden. Het eerste contact voor een nieuwe vriendschap en daarmee een vakantie in het buitenland is gelegd. Wordt dus vervolgd.
Waarom dit deel Op de moderne toer heet? Ik kas las het boek begin jaren tachtig voor het eerst en vroeg me af wat er zo modern aan was. Dat vraag ik me nu nog steeds af. En dat het allemaal van toevalligheden aan elkaar hangt. Dat er veel te veel zo maar uit de lucht komt vallen. Anders dan een forse regenbui. Een overnachtingsadres, nieuwe vrienden, een popconcert, het kan allemaal niet op. Zo blijft het leuk, om met de meiden mee te gaan, inderdaad.
21 september 2016
Fietsclub 'Krap bij Kas' maakt het helemaal
Roelien, Anneke, Ina en Ineke gaan weer op fietsvakantie. Opnieuw gaat de rit naar Drenthe, waar ze schaapsherder Krijn terugzien. En daar blijft het natuurlijk niet bij. Ze ontmoeten er ook een groep wielrenners, die aan het trainen zijn voor de Ronde van het Hunebed. Wanneer de meiden aangeven, daar ook wel aan mee te willen doen, is de reactie: 'meisjes kunnen die ronde toch nooit uit fietsen'.
Dat zou normaal gesproken ook inderdaad niet kunnen. Vier meisjes van hooguit vijftien, die hoogstens van en naar school fietsen en in de zomer per fiets op pad gaan. Een wielerronde is dan wel iets heel anders. En uit fietsen is één. Winnen is twee. Want natuurlijk wint het Krap bij Kas kwartet die ronde. Ze maken het, zogezegd, helemaal. En winnen vier nieuwe sportfietsen, bestemd voor nog meer avonturen.
Het zal zo'n dertig jaar geleden zijn, dat ik dit boek voor het eerst las. En net als bij het eerste deel dacht ik ook toen al: dit kan nooit. Dit is wel verschrikkelijk verzonnen. Dit gelooft toch niemand. Maar het was wel een leuk verhaal. Met een mooie omslag. De meisjes waren zó natuurgetrouw weergegeven, ze leken wel echt.
Roelien met een bij haar joggingpak passende haarband, op een metallic bruine racefiets. Het is een andere fiets dan waar ze een jaar eerder nog mee op pad ging. Toch kan dit het gewonnen exemplaar nog niet zijn, want die fietsen zouden worden thuisbezorgd. Ach, het is een detail. Ze dragen trouwens alle vier een joggingpak. En ze hebben alle vier zo'n metallic kleurige fiets. Lang leve de beginjaren tachtig.
Op de achtergrond buigt Anneke zich over een routekaart. Ze lijken dus op weg te zijn, maar zonder bagage. Zelfs geen rugzak met een flesje frisdrank hebben ze bij zich. Ook onwaarschijnlijk. Anno 1985 had ik dat nog niet zo in de gaten, maar nu wel. Oppervlakkig meisjesboek, aldus de recensie. Aanéénschakeling van de te verwachten gebeurtenissen. De illustraties en het omslag geven de onbezorgde sfeer goed weer.
Samengevat: tekeningen deugen, inhoud deugt minder. Dat vind ik eigenlijk ook. Zo luidt veel vaker het oordeel over de latere boeken van Kluitman. Herry Behrens verstond zijn vak, Over de schrijfsters waren ze minder te spreken. Daarvoor was het eerder andersom. Deugde de inhoud wel, maar de illustraties van Borrebach minder. Grappig eigenlijk.
18 mei 2016
Fietsclub 'Krap bij Kas'
Het verhaal is zó leuk, dat je zin hebt om met ze mee te gaan, aldus de tekst op de achterkant. Dat vond ik destijds ook. Fietsclub 'Krap bij Kas' zou een serie van vier boeken worden, die ik in de jaren tachtig dankzij de bieb allemaal gelezen heb. Een er van kocht ik destijds in de boekhandel van een gewonnen boekenbon. Een ander deel vond ik tweedehands. En eergisteren kocht ik voor een prikje deel 1, zodat ik er nu een recensie van kan schrijven. Dertig jaar nadat ik de serie zelf voor het eerst las.
Hoe ik er nu tegen aan kijk? Het omslag is mooi. Het spreekt aan. De vier vriendinnen zouden zo bij je in de klas kunnen zitten. Anneke van de Pas voorop, en achter haar van rechts naar links: Ineke Steenbeek, Roelien Hollander en Ina Beumer. Anneke is de rustigste van het stel, een beetje verlegen ook. Geen type om voorop te rijden, eigenlijk. Ineke wordt omschreven als een meisje met jongensachtig kort haar. Korter dan Herry Behrens het heeft getekend. En Roelien heeft een nieuwe sportfiets bij elkaar verdiend, waar ze mee op vakantie gaat, zo staat te lezen. Geen toerfiets, zoals hier.
Het verhaal is vooral onwaarschijnlijk. Hoe oud de meisjes precies zijn, waar ze op school zitten, of ze bij elkaar in de klas zitten, wordt allemaal niet duidelijk. Wat wel duidelijk is, is dat het vakantie is en dat ze op pad willen. Irene komt op het idee een fietsclub op te richten. Omdat ze nogal 'Krap bij Kas' zitten moeten er karweitjes worden opgeknapt om geld te verdienen. Vooral werkjes bij ouders thuis. Over een krantenwijk, fruit plukken of vakken vullen wordt niet geschreven. De ouders maken ook amper bezwaar tegen hun plannen. Dat zou bij mij thuis wel anders zijn gegaan, als ik zoiets had gewild, op mijn vijftiende.
Fietsen is leuk, fietsen gaat vanzelf, het is soms slecht weer maar nog veel vaker mooi. En maaltijden, die komen gewoon gratis voorbij. Omdat je vriendschap sluit met een eenzame herder in een boshut. Een wereldvreemde man die blijkbaar geen enkel probleem heeft met vier pubermeiden op zijn terrein. Ze mogen er zo maar een week met hun tentjes staan. En als een boze ram hun onderdak vernield regelt de herder samen met de boer uit het dorp gewoon vier nieuwe tenten. Zo maar.
Het was de bedoeling om naar de camping te gaan van de oma en opa van Ineke. Maar zo ver komen ze niet. Het was zo gezellig bij de herder in Drenthe, dat ze daarna besluiten terug naar huis te rijden. Volgende keer beter. Op naar het volgende deel. Waar ze een popconcert bijwonen, of vier nieuwe fietsen winnen. Of de grens over gaan. In welke volgorde het kwam, weet ik niet precies meer. Wel, dat ze het nog allemaal mee gaan maken. Ja, je zou zo met ze mee willen. Als fietsvakanties ook werkelijk op deze manier verliepen. Als alle maaltijden gratis waren, lange afstanden niet lijken te bestaan en de belevenissen plus kado's je zo maar om je oren vliegen. Wie wil dat nou niet.
Hoe ik er nu tegen aan kijk? Het omslag is mooi. Het spreekt aan. De vier vriendinnen zouden zo bij je in de klas kunnen zitten. Anneke van de Pas voorop, en achter haar van rechts naar links: Ineke Steenbeek, Roelien Hollander en Ina Beumer. Anneke is de rustigste van het stel, een beetje verlegen ook. Geen type om voorop te rijden, eigenlijk. Ineke wordt omschreven als een meisje met jongensachtig kort haar. Korter dan Herry Behrens het heeft getekend. En Roelien heeft een nieuwe sportfiets bij elkaar verdiend, waar ze mee op vakantie gaat, zo staat te lezen. Geen toerfiets, zoals hier.
Het verhaal is vooral onwaarschijnlijk. Hoe oud de meisjes precies zijn, waar ze op school zitten, of ze bij elkaar in de klas zitten, wordt allemaal niet duidelijk. Wat wel duidelijk is, is dat het vakantie is en dat ze op pad willen. Irene komt op het idee een fietsclub op te richten. Omdat ze nogal 'Krap bij Kas' zitten moeten er karweitjes worden opgeknapt om geld te verdienen. Vooral werkjes bij ouders thuis. Over een krantenwijk, fruit plukken of vakken vullen wordt niet geschreven. De ouders maken ook amper bezwaar tegen hun plannen. Dat zou bij mij thuis wel anders zijn gegaan, als ik zoiets had gewild, op mijn vijftiende.
Fietsen is leuk, fietsen gaat vanzelf, het is soms slecht weer maar nog veel vaker mooi. En maaltijden, die komen gewoon gratis voorbij. Omdat je vriendschap sluit met een eenzame herder in een boshut. Een wereldvreemde man die blijkbaar geen enkel probleem heeft met vier pubermeiden op zijn terrein. Ze mogen er zo maar een week met hun tentjes staan. En als een boze ram hun onderdak vernield regelt de herder samen met de boer uit het dorp gewoon vier nieuwe tenten. Zo maar.
Het was de bedoeling om naar de camping te gaan van de oma en opa van Ineke. Maar zo ver komen ze niet. Het was zo gezellig bij de herder in Drenthe, dat ze daarna besluiten terug naar huis te rijden. Volgende keer beter. Op naar het volgende deel. Waar ze een popconcert bijwonen, of vier nieuwe fietsen winnen. Of de grens over gaan. In welke volgorde het kwam, weet ik niet precies meer. Wel, dat ze het nog allemaal mee gaan maken. Ja, je zou zo met ze mee willen. Als fietsvakanties ook werkelijk op deze manier verliepen. Als alle maaltijden gratis waren, lange afstanden niet lijken te bestaan en de belevenissen plus kado's je zo maar om je oren vliegen. Wie wil dat nou niet.
Abonneren op:
Posts (Atom)

