Posts tonen met het label Zonne-reeks. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zonne-reeks. Alle posts tonen

07 augustus 2018

Terug naar de lagere regionen

Het is geen titel van een boek, maar een zinsnede uit de IDIL, de samensteller van boekrecensies voor katholiek Nederland. Bedoeld wordt waarschijnlijk: we gaan terug naar de minder verantwoorde boeken. Leuk om te lezen, maar niet om er per sé beter van te kunnen worden. De meisjeslectuur. De boeken voor jonge vrouwen. En dat vanuit een Rooms Katholiek standpunt. Iets wat in die tijd nog net zo normaal was als de meisjesboeken zelf.

Ik meldde het al eerder, in een blog over schrijfster Max de Lange-Praamsma. Vandaag ontdekte ik, dat veel van die jaargangen IDIL inmiddels als PDF te lezen zijn, via Achter de rug. In veel opzichten een mooie website, trouwens. Dat doorbladeren van oude PDF's levert leuke vondsten op. 

Zo maar een pagina uit de jaargang 1959-1960. Besproken worden achtereenvolgens Mieke's vlucht van Hetty van Rijswijk, Ineke en Anneke verloofd van Netty Koen-Conrad, Weerzien van Han van Max de Lange-Praamsma en In glijvlucht naar het geluk van Hans Borrebach. Het eerste boek is een deel uit de Zonne-reeks, dat weliswaar in mijn boekenkast staat, maar waar ik nog geen blog over schreef. Daar kan ik dus nog geen vergelijking mee maken. De andere drie kwamen hier al wel  eerder voorbij. 

Over het derde deel van Ineke en Anneke zijn ze min of meer positief. Alle bladzijden gonzen van liefdesbedrijvigheid, zo staat er. Maar al met al is het toch wel amusant en bevat het zelfs religieuze elementen. Zij het dan sporadisch. Bedoeld wordt waarschijnlijk de passage over de gevaarlijke operatie, die pleegbroer / verloofde in spé Robert Verlooy moet ondergaan. Dat is een zaak die je zelf niet in de hand hebt, maar moet overlaten aan God. Daarom kon het boek er mee door volgens de IDIL.

Weerzien van Han, het negende deel uit de Goud-Elsje serie, heeft een bijzondere waarde, vindt men. Geen spannende avonturen, geen sentimentele verwikkelingen, maar dagen van kleine plichten en vreugden. Dat maakt de serie voor mij ook bijzonder. Nog steeds. Wel een waarschuwing voor de katholieke jonge vrouw. Het is, naar de smaak van de IDIL, wel wat al te vroom, godsdienstig en aangedikt. Wie daar echter doorheen kan lezen, heeft er een mooi boek aan. Klopt, wat mij betreft.

Het door Borrebach geschreven en getekend verhaal van Sylvia wordt met de grond gelijk gemaakt. Of, zoals ze dat zelf noemen: aan élk meisje ontraden. Ongeacht de levensovertuiging die ze aanhangt, wordt waarschijnlijk bedoeld. Vooral de laatste volzin is geweldig raak. Dit in soort vlotte teenager-taal, doorsprekt van te pas en te onpas gebruikte woorden, overigens in erbarmelijk geschreven prul, is een naïef, onmogelijk en amoreel, van lichamelijkheid doortrokken verhaal, dat we zonder meer afwijzen. Amen. Dat laatste staat er niet bij, maar in die stijl kan deze recensie beslist worden afgesloten. En ook hier moet ik ze gelijk in geven. 

Een heel decennium IDIL in PDF leverde nog veel meer leuke vondsten op. Wordt daarom vervolgd. 


29 oktober 2017

Vroeger is voorbij

Alweer een boek over emigreren.
Maar dit keer vanuit een familie die al geëmigreerd is. De familie Timmermans woont al in Canada. Waar vader en broer Nico, zo lijkt het, vooruit gereisd zijn om alvast werk te vinden en een huis te zoeken. Daarin blijken ze geslaagd, nu is ook de rest van de familie overgekomen.

Moeder wordt de stereotype huisvrouw, die het niet direct nodig vindt om Engels te leren en zich uitsluitend inlaat met bekenden die ook uit Nederland komen. De kinderen hameren vooral om een nieuwe, Engelse naam. Nico wordt Nick, Eva Eve en Hanneke Joan. Zo gaat de schrijfster ze na verloop van tijd ook zelf aanduiden. 

Nico / Nick heeft een verloofde in Nederland, Marian. Ze komt hem over een jaar achterna, als ze twintig is. Pas dan mag ze van haar ouders het land uit. Niet eerder. In de tussentijd schrijven ze elkaar, maar het kost Nico steeds meer moeite haar trouw te blijven. Hij troost zich met collega Jeanet. Die relatie strandt. Marian staat er toch nog steeds tussen. Maar als ze eenmaal over is uit Nederland blijken ze niet meer bij elkaar te passen. Nico beëindigt hun relatie. Hij troost zich opnieuw met een ander. Dit keer is het Sharon, die ook Nederlands is en eigenlijk Sjaan heet. Maar dan treft hij Marian weer, die nog altijd in Canada woont en breekt hij ook met Sharon. Om met Marion te kunnen trouwen.

Eva / Eve kan zich moeilijker aanpassen. Ze heeft heimwee en slaagt ook niet echt in het vinden van geschikt werk. De overtocht van haar vriendin Marijke gaat niet door. Als vader en moeder Timmermans haar aanbieden om terug naar Nederland te gaan, om te kijken of ze daar misschien beter zou kunnen aarden, is de man in haar leven gekomen. En uiteraard hoeft ze nu niet meer zo nodig naar haar oude vaderland. 

Hanneke / Joan is de wervelvind. Ze past zich uitstekend aan op school, wordt al snel bevorderd naar een hogere klas en sluit ook verbazend snel vriendschappen. Het lijkt wel of ze nooit in Nederland heeft gewoond, zo snel is ze vertrouwd met de zo andere feestjes daar. Dat begint al als ze naar school gaat. Daar wil ze niet met haar schooltas naar toe, maar met een looseleaf binder. Een soort ordner met een rits, waar dan weer geen boeken bij in passen. Want iedereen heeft zo'n ding en de boeken stapel je er wel boven op. Handig is het niet, maar ze krijgt 'm wel, dat typisch Canadese ding.

Dat is de teneur van het hele boek. Het begint op de flaptekst al. Om te kunnen wennen aan een ander land zul je het Hollandse theemeubel achter je moeten laten. En nog veel meer uit je duffe vaderland. Je voertaal wordt Engels, ook thuis. Je haar zit voortaan Amerikaans, de kerstversiering wordt kakelbont. Als vader schaf je je een tweedehands Chevrolet aan en eten halen in één van de Chinese wijken wordt al snel normaal. Emigreren is vooral: niet meer omkijken en niet piepen. 

Gezien de spelling van de achternaam, Vanderzee in plaats van Van der Zee, zou de schrijfster zelf ook best eens wel eens geëmigreerd kunnen zijn. Ze schreef er nog een ander verhaal over, dat West-Friesland eveneens uitgaf. In dezelfde strekking. Dat heet, overduidelijk: Emigreren is voorgoed. 

06 mei 2017

Op dansende voeten

Conchita heeft een Nederlandse vader en een Spaanse moeder. Haar ouders hadden een verstandshuwelijk. Moeder bleef ook na haar trouwen een gevierd balletdanseres. Zelfs nadat ze Conchita, voluit Bernardina Conchita, had gekregen. Dat wordt in het boek tot vervelens toe herhaald. Angelita Alvaredo - met de v uitgesproken als een b - een danseres zoals ze maar zelden voorkomen. En nu moet Conchita in haar plaats komen. Dat is niet eens een poging, nee, dat is een wet. Dat gaat gewoon gebeuren.

Op de middelbare school heette ze nog gewoon Berry. Toen was ze Nederlands. Maar nu, nu wil ze met de familie van haar vader niets meer te maken hebben. Haar ouders zijn overleden bij een vliegtuigongeluk en ze krijgt een jongere broer van haar vader als voogd. Die legt het er duimendik bovenop dat hij haar liever kwijt dan rijk is. Iets dat Conchita meteen begrijpt. Ze vertrekt naar een kamer in Amsterdam, waar ze haar balletlessen voortzet. En even later vindt ze samen met Mieke een tweepersoons onderkomen bij een hospita.

Mieke danst ook, maar bij de revue. Een wereld van roddel, achterklap en hard werken. Mieke mag blij zijn met een bescheiden bijrol in de voorstelling, voor Conchita gaan natuurlijk meteen alle deuren open. Denkt ze. Want zo blijkt het niet te zijn. De directeur van de balletschool waarschuwt haar er voor. Ze is bovendien hopeloos achter met het betalen van lesgeld. Er komt een baantje bij een internationaal balletgezelschap. maar dan blijkt ze helemaal niet zo talentvol. Ze wordt er al snel weer ontslagen.

Conchita leert Erik kennen. Een journalist, die als taak heeft balletmeisjes onder haar hoede te nemen. Dat is natuurlijk maar ten dele waar. Hij komt vooral voor Conchita, maar die wil niets van hem weten. Nou ja, een beetje vriendschap. Ze besluit onder haar echte naam als vrij danser aan de slag te gaan en zo komen ze elkaar dan toch weer tegen.

Er is nog iets met een impressario, die zwendelaar blijkt te zijn. Dan beseft Berry / Conchita dat ze nooit een goed danser zal worden. Dat ze ook niet zo'n huwelijk wil als haar ouders. Bij haar moet liefde op de eerste plaats komen, niet de kunst. Voor haar geen leven in armoe meer, van gage naar gage. Van slecht eten en van haat en nijd onder elkaar. Dat besef verbaast zelfs Mieke.

Over haar voogd geen woord meer. Ze moet toch ook nog Spaanse familie hebben. Maar niemand lijkt zich om haar te bekommeren. Alsof er niets anders is dan de vriendschap met een collegaatje en een man. Voor de rest lijkt het wel Alleen op de wereld, omgeven door balletdansers, leraren en sluwe vossen die op haar geld uit zijn. Uitgegeven in de Zonne-reeks en later nog eens als Witte Raven.

Ik ken Guus Betlem / Freddy Hagers als realistisch schrijver, met hier en daar een vrolijke noot. Dat is dit verhaal absoluut niet. Nee. Hij kon absoluut beter. Maar misschien was dit op verzoek van zijn uitgever. Ook in de jaren zestig droomden meisjes al graag weg bij verhalen over beroemd worden. En dat werd ook toen al uitgegeven. Zolang de moraal maar overeind bleef: roem is vergankelijk. Zorg voor het echte leven. Een man voor wie jij de enige bent en voor wie je alles opgeeft.

20 maart 2017

Marja houdt de zonkant

Marja van Dam's moeder is overleden. Marja woont in huis bij haar broer en schoonzus. Ze heeft het er niet naar haar zin. Broer Ernst is heel veel weg voor zijn werk en zijn vrouw Lucy is een akelig spook. Marja's vader is schipper op de grote vaart. Uniform, zware stem. Een autoriteit, die ook veel van huis is. Wat moet Marja doen, nu ze haar examen heeft gedaan?

Ze probeert het een tijdje intern, bij een muzieklerares. Daar is het allemaal niet zo ideaal als haar in eerste instantie werd voorgehouden. Gelukkig is daar haar vriendin Judy, met een moederlijke inslag. Beetje gezet, vol verantwoordelijkheid voor haar jongere broers. Ze heeft haar beide ouders nog en om die reden komt Marja niet veel bij hen thuis. Ze kan de confrontatie niet aan. 

Bij de muzieklerares kan en wil Marja niet blijven. Ze solliciteert als kindermeisje bij een Frans-Nederlandse familie. Welgesteld, met een mevrouw die van luxe houdt, maar niet weet hoe ze met haar kind om moet springen. Marja weet dat wel. Ze kan het ook goed vinden met de huishoudster en de kokkin. Maar Eugène, de broer van de heer des huizes, is een akelige fat. Voor zijn charmes valt ze niet. 

De familie Deltours is ook niet alles. Maar wat dan wel? Waar kan ze naar toe?  De heer en mevrouw Deltours gaan op wintersport en zoals gebruikelijk, verongelukt mevrouw. Netty Koen-Conrad heeft al zo vaak mevrouwen waar ze zich geen raad meer wist laten overlijden door roekeloosheid. Meneer komt uiteraard gebroken terug en voor de kleine Yvonne komt een kinderloze tante uit de lucht vallen.

Ditmaal valt Marja niet voor de charmes van meneer Deltours. Dat blijft een verstrooide man met veel geld. Het had gekund. Zulke boeken heb ik ook. Dit keer laat de schrijfster Marja doen wat ze al veel eerder had gekund. Bij Judy intrekken en bij de KLM solliciteren. Judy woont op kamers. Ze verloofd met een oud klasgenoot en heeft een baan als telefoniste bij de KLM. Ook Marja wordt er aangenomen, maar dan als stewardess. 

In een onwaarschijnlijk snel tempo - twee maanden - doorloopt ze een opleiding, die eerder twee jáár had moeten duren. Ze leert over luchtstromen, kinderverzorging, valutakoersen. Ze leert Spaans,  de toeristische trekpleisters van elke plaats, het weerbericht opnemen. Uiteraard alles in het mooie, grijsblauwe uniform dat Marja zo flatteert. Ze zal een modelstewardess worden. Niet te lang, uiteraard, want al binnen een paar maanden komt ze Sjoerd Stevenga tegen. Een stoere, blonde boer uit Friesland. Een heerboer, waarvoor Marja maar al te graag haar vrijgezellenbestaan in het grote Amsterdam wil opgeven. 

Want hield ze niet altijd al veel meer van de buitenlucht? Dat Friesland wel het andere uiterste is, daar wordt niet meer over gepraat. Ze zal honderden kilometers bij haar trouwe vriendin Judy vandaan komen te zitten. En haar vader, wanneer hij nu weer aanmeert in de haven, zal ook nog niet zo maar in Friesland zijn. Nog eenmaal treft ze haar broer in de stad. Het wordt maar een kort gesprek. Ook hem heeft ze niet meer nodig. 

Behalve dat dit verhaal veel bekende elementen bevat, heeft het ook een moraal. Je moeder is onvervangbaar. Vrouwen, die je niet kent en die je liefdevol in huis willen nemen zijn in werkelijkheid heksen. Aan een moederlijke vriendin heb je al veel steun, maar het beste is nog een recht-door-zee man, met wie je snel kunt trouwen. 

22 november 2016

Zuster Hester van Rhijn

Net als je jezelf gaat afvragen...'maar we hebben in Nederland toch helemaal geen rotspartijen en eindeloze vlakten', lees je dat het verhaal zich in Zuid-Afrika afspeelt. Het heet simpelweg Zuster Hester van Rijn, maar Ruzie, rellen en romances met Zuster Hester van Rhijn was een betere titel geweest.

West-Friesland gaf het uit in de Zonne-reeks en later nog in de Witte Raven pocketserie. Hadden ze de eer maar aan zichzelf gehouden en het helemaal niet laten verschijnen. Dit is een doktersromannetje dat doet of het een meisjesboek is. Met illustraties van Borrebach.

Het verhaal is eigenlijk heel simpel. Hester is wees geworden, moest daarom haar studie medicijnen afbreken en werd verpleegster. Ze werkt rechtstreeks onder chirurg Danie du Toit, die al op pagina twee belangstelling voor haar blijkt te hebben. Ze kennen elkaar dan anderhalf jaar. Een of twee hoofdstukken later realiseert ook Hester zich, dat ze verliefd is. Ze willen het voor elkaar niet toegeven, want het leeftijdsverschil is te groot en er zijn kinderen uit zijn eerste huwelijk.

Dat was op zich al stof genoeg, om een verhaal van te maken. Zo zijn ze ook bij honderden door West-Friesland uitgegeven. Maar nee. Het moet allemaal smeuïger. Dus is Hester een goed pianiste. Maakt Andries, een broer van vrienden, avances, die ze afwijst. Wil dokter Jan het met haar aanleggen, in het ziekenhuis. Drie kandidaten. En dan zijn we dus nog pas drie hoofdstukken ver, of zoiets.

Dokter Jan houdt vol en het komt tot een handgemeen. Ruzie in de auto, waarbij zuster Hester hem afweert en vervolgens snoeihard door de voorruit smijt. Met verstrekkende gevolgen. Dan is ze weer verpleegster. Ze haalt hulp bij een inwoner uit de buurt. Hij is politiecommissaris en, hoe toevallig, ook de echtgenoot van de ernstig zieke vrouw, die dokter Danie eerder haar leven wist te redden op de operatietafel. Daar waar dit verhaal mee begon. Opnieuw genoeg ingrediënten voor een verhaal. Maar nee.

Want dokter Jan is niet genezen van zijn versierderskwaal. Hij blijft drinken en flirten. Nu de kansen op Hester verkeken zijn, nu dokter Danie hem voor zijn gedrag uit het ziekenhuis laat ontslaan, zet hij zijn zinnen op Anita du Toit. Ze is de dochter van dokter Danie. Die versierpogingen lijken succesvol te zijn. Anita is nog minderjarig, het is strafbaar. Dus daar is de politiecommissaris uit een paar hoofdstukken eerder weer.

Weer gaat de commissaris naar dokter Danie. Nadat hij hem al eerder van Jan's ongeluk vertelde, informeert hij hem nu over Jan met zijn dochter. Dan gaat Danie op studiereis naar Parijs. Hij vraagt Hester om een oogje in het zeil te houden. Dat doet ze. Maar met Anita gaat het alsnog fout. Dankzij Jan. Opnieuw is daar de commissaris. Zucht.

Wat een puinhoop. Komt het dan nooit meer goed? Johan du Toit , de jongste zoon, moet ook nog ernstig ziek worden, terwijl zijn vader niet thuis is. Eerst valt hij van de trap, daarna krijgt hij longontsteking. En o ja, hij is een van die zeldzame patiënten, bij wie penicilline niet werkt.

Nachten van waken en angst volgen. Anita en Hester komen nader tot elkaar. Hester moet maar vlug trouwen met papa. Dat doet ze ook, zodra hij van zijn studiereis terug is. Een reis, die hij om zijn jongste zoon moest afbreken. Natuurlijk wordt Johan nog beter ook. En gaan ze met zijn allen de toekomst in. In een huis vol vrienden. Uit. Hèhè.

15 november 2016

En toch werd het zo

Dit is volgens de flaptekst een goed boek. Geen snelle mannen in rode sportauto's, geen mondaine feestjes. Nee. Het is een verhaal over een gewoon meisje, dat veel herkenning zal oproepen. En het werd voor mij een mooie afspiegeling van de jaren zestig.

Het verhaal van Map van Buren begint met het in ontvangst nemen van haar diploma van de huishoudschool. Verder leren is er niet bij: er zijn nog vier jongere kinderen thuis, waaronder een pasgeboren tweeling. Map vindt het volkomen normaal dat ze nu eerst moeder een poosje gaat helpen. Pas als haar zusje van school af komt, zal ze een baan gaan zoeken. Dan neemt dat zusje de functie van hulp van moeder over. Geen discussie.

Map handwerkt keurig en kan prima met de naaimachine overweg. Ze belandt in een klein confectie atelier, waar ze echt mag werken met een elektrische machine. Op school hadden ze er daar maar een paar van. Nu wordt het menens. Map werd hard en goed. Op het loonzakje komt al snel een hoger bedrag te staan. Opslag. Wat zal moeder blij wezen.

Ze leert jongens kennen, wordt voor het eerst verliefd. Ze sluit vriendschap met de meisjes op het atelier, terwijl haar schoolvriendinnen als vanzelf naar de achtergrond verdwijnen. Ze leert tijdens het schaatsen André kennen, werkzaam op kantoor en in militaire dienst. Maar André is haar te serieus, dus beëindigt ze de verkering om vervolgens met Paul mee te gaan, die het allemaal niet zo ernstig meent.

Ze spijbelt van haar werk, met een stel collegaatjes en krijgt op haar donder. Als er geen grote personeelsschaarste was, zouden ze ontslagen zijn. laat de directeur hen weten. Ondanks dat besluiten Map en haar vriendin en collega Joep toch een baan in een ander aterlier te zoeken. Eentje waar ze promotie zouden kunnen maken. En waar ze meer kunnen verdienen. Die baan is snel gevonden.

Maar zal geen jaren meer duren. Map maakt het weer in orde met André. Daarmee eindigt het boek. Ze heeft het leven leren kennen door het leed van anderen. Ze weet wat ze wel moet doen en wat ze beter kan laten. Nog even sparen voor de uitzet, dan kan er getrouwd worden. Als André uit militaire dienst is. Tegen die tijd zal Map rond de twintig zijn en dat is een mooie leeftijd om te trouwen.

Dat laatste staat niet meer in het boek, over die uitzet en het aanstaande huwelijk. Maar dat is wel de bedoeling geweest van elk gewoon meisje uit de jaren zestig. Na school bij moeder in de leer voor het huishouden. Een paar jaar goed je best doen in een baan. Dan sparen, dan trouwen en dan moeder. Zo was het goed. Daar konden niet genoeg boeken over geschreven worden.

Met illustraties van Hans Borrebach. Later herdrukt in de Witte Raven reeks, met illustraties van Herry Behrens. Dan zijn we in de jaren zeventig beland en doet Map eigenlijk te modern aan voor het verhaal. Toen hadden vrouwen toch al wel wat meer in te brengen.

17 oktober 2016

Waar ben ik thuis?

Dit is geen meisjesboek, dit is een sprookje. Er zitten veel te veel toevalligheden in, om het nog een roman te laten zijn. In talloze boeken uit die tijd zitten dingen die eigenlijk niet kunnen, maar dit verhaal is wel heel erg.

De hoofdstukken hebben elk een titel, het eerste heet 'Lompenlotje.' Charlot is daar een meisje van een jaar of tien. Haar vader heeft een winkel in tweedehands kleding en stoffen, vandaar dat 'lompen'. Haar moeder is overleden, vader is hertrouwd. Daarna zijn er nog drie kinderen geboren. Uit het eerste huwelijk kwam ook nog een zoon voort. George is dus een volle broer van Charlot en hij deugt niet. Charlot is een droomster, die zich niet thuis voelt in het milieu van haar vader. En haar stiefmoeder haat haar. Dat is wederzijds. Dan leert Charlot een schilder kennen. Tot zo ver hoofdstuk 1.

Hoofdstuk 2 heet 'Charlot'. Ze is inmiddels een meisje van een jaar of negentien en woont al geruime tijd bij de schilder en zijn vrouw. De schilder is geen schilder, maar eigenaar van een grote rederij. Ze zijn verhuisd naar een plaats dicht bij de haven. Ver weg van de achterbuurt waar Charlot vandaan komt. Zo af en toe bezoekt ze haar echte ouders. George begint thuis steeds minder te deugen. Nu zijn er ook aanwijzingen dat hij steelt.

In de daarop volgende hoofdstukken gaat Charlot met haar pleegouders naar Afrika, war een zus van haar pleegmoeder woont. Ze is getrouwd met een eigenaar van enorme hoeveelheden grond. Misschien wel de machtigste man van het hele land. En ze heeft een zoon, Peter. Natuurlijk wordt het wat tussen Charlot en Peter.

Maar eenmaal in Nederland blijkt haar broer George totaal uit de bocht gevlogen en in een heropvoedings inrichting te zijn beland. Dat past niet bij Peter Hertorius en al zijn grond. Charlot wil ook niet meer bij haar pleegouders wonen en zoekt een baan als kinderverzorgster. Maar Peter laat het er niet bij zitten.

Charlot en Peter worden het opnieuw samen eens, Charlot gaat terug naar haar pleegouders en ook met haar eigen ouders herstelt ze het contact. George mag mee naar Zuid Afrika, zodra zijn heropvoeding er op zit. Diezelfde George maakte haar een paar jaar eerder het leven nog zuur. Maar ja, Charlot heeft De Liefde met Het Grote Geld leren kennen en dan wordt alles anders. Zelfs voor haar biologische ouders. Die kunnen een goedlopende textielzaak overnemen. Met geld van Peter en zijn ouders,

Haar stiefmoeder, die niet wist wat ze met haar aan moest, vergaf ze al veel eerder. Haar vader, die haar tien jaar bij oma achterliet voor haar opvoeding, heeft ze ook al vergeven voordat het hoofdstuk 3 wordt. Tja.

Meisjes uit een armoedige buurt komen niet zo maar een schilder tegen. Schilders zijn ook niet tegelijkertijd directeur van een rederij. Directeuren van een rederij adopteren niet in enkele zinnen een kind, zonder tussenkomst van een bevoegde instantie. Ouders van een rijke zoon willen niet per se een meisje uit een achterbuurt als schoondochter. En mensen uit een achterbuurt hebben ook nog wel iets van trots.

Het staat er allemaal niet in. Zoals ik al zei, dit is een sprookje. En in sprookjes kan nu eenmaal alles. Zeker als ze afkomstig zijn van Nederlands bekendste veelschrijfster. Geïllustreerd door Hans Borrebach, uitgegeven door West-Friesland. Zowel in Zonne-reeks als in Witte Raven.

05 oktober 2016

Het leven is zo rijk


Mette verliest haar ouders in de oorlog. Als kind van een jaar of tien besluit ze te vluchten. Te voet. Ze weet de Pools-Duitse grens over te steken en daarna de Nederlands-Duitse. Ze spreekt haar talen vloeiend en is de dochter van een beroemd zangeres. Zo weet ze snel het huis van haar oom, broer van vader, te vinden. Daar wordt ze liefdevol opgevangen, totdat een verdwaalde Engelse bom daar een einde aan maakt. Mette overleeft het als enige.

Ze erft alles van haar oom, wordt opgevangen door een oude en onbekende tante. De oorlog maakt alles schaars en zo raakt ze snel door haar geld heen. De oude tante sterft, ze krijgt een voogd. Na de oorlog vindt ze een baantje als schoonmaakster in een tehuis voor moeilijk opvoedbare kinderen. Dan komt het bericht van Erik, haar zwager. Haar zus Liesbeth is in Indië in een kamp omgekomen, vlak na de geboorte van hun dochtertje Elisabeth. Een dochtertje dat door de bezetter mismaakt is geraakt.

Vader en dochter komen naar Chez Soi, hun huis in Nederland. Erik stuurt een royale cheque vooruit, waarmee Mette het  huis mag inrichten. En uiteraard zichzelf verwennen. Als vader en dochter arriveren, blijkt Erik nog betrekkelijk jong en dochter een moeilijk kind, dat zich niet wil binden aan een nieuwe mevrouw. Dan komt ook nog Hans in beeld, vriend van Erik. 

Wordt het Hans of Erik? Ze willen haar allebei. Mette wil het liefst Hans, maar wil ook Elisabeth niet in de steek laten. Het blijft tot de laatste paar pagina's een vraag. Het wordt Hans, maar toen zat Chinny met Erik in haar maag. En met zijn dochter. Dan komt er ineens een baan voor Erik uit de lucht vallen, in Amerika. 

In het laatste hoofdstuk zijn ze ineens getrouwd, Mette en Hans. En gaan ze samen voor Elisabeth zorgen. Natuurlijk is het de bedoeling, dat er nog een paar kinderen bij gaan komen. Wat er met Chez Soi is gebeurd, wordt niet duidelijk. Mette is met man en nichtje op de kwekerij gaan wonen. Waar Hans, even in de dertig, eerst lang met zijn moeder woonde. Maar die is nu in een tehuis voor oude vrouwen gaan wonen. Als was het een vrouw van in de zeventig, in plaats van eind vijftig.

Het leven is onrealistisch, met veel te veel leed om als kind aan te kunnen. Met een zus die in een vrouwenkamp een kind heeft gekregen van haar man, die in een totaal ander kamp zat. Echtparen zagen elkaar in die tijd soms jaren niet. Maar zuslief werd blijkbaar van afstand zwanger. Wie er gedurende de oorlog, na haar dood voor haar kind heeft gezorgd, wordt ook niet duidelijk. 

Een kind heeft misschien moeten vluchten in de oorlog, maar niet dwars door drie landen heen, terwijl ze zich overal verstaanbaar kan maken. Ze zou al lang ergens op een boerderij opgevangen zijn, waar ze was heengebracht door een soldaat. Erik is arts, maar waar? En hoe? Hij wil een eigen praktijk beginnen, maar is tegelijkertijd zo gewild dat ze hem zelfs vanuit Amerika weten te vinden. 

Wat dit boek leuk maakt? Het kaartje, om nieuwe abonnees te werven. Wel frankeren met een postzegel, van acht cent. Het boekje met daarin de nieuwe titels en de winnaressen van de platenspeler, de platenbon en de transistorradio. Alles anno 1963. En bewaard gebleven, Dat maakt het de moeite waard. Niet het verhaal. Dat is onrealistisch en afschuwelijk. 

28 augustus 2016

Ontmoeting in Tirol

Tweede deel over de vriendinnen Fan, Marion, Greet en Ingrid. Waarin Fan haar vriendschap met Han Klaassen omzet in een officiële verloving en we kennismaken met Fan's oom Fred, die het Klaverblad mee op vakantie neemt naar Oostenrijk. Een vakantie, die gedetailleerd wordt beschreven. Fan haalt zo veel kattenkwaad uit dat het écht vervelend wordt om te lezen. Het is niet leuk meer. Marion zoekt en vindt ruzie met haar Niek en Greet leert in Trol Karel van Breenen kennen.

Dat laatste gegeven verklaart ook de titel. Het meisje op het omslag is ditmaal waarschijnlijk Greet. Niet lief en innemend, maar gewoon Borrebach. Ik bezit de Witte Raven editie, maar eerder is er ook een Zonne-reeks editie van verschenen. Dat is met veel Witte Ravens het geval geweest. Wie weet kom ik dit verhaal ook nog wel eens ergens in oudere versie tegen. Dan zal ik het in de kast zetten, tussen al mijn andere zonnereeksen, die ik in de afgelopen twintig jaar zo'n beetje bij elkaar gespaard heb, met en zonder omslag. 

Verhalen die over een vakantie gaan. Ik heb ze meer in mijn bezit. Maar heb er niet zo veel mee. Als ik had willen weten, hoe het was een wandelvakantie in de bergen van Oostenrijk te gaan maken, had ik wel een reisboek gekocht. Dit is een meisjesboek. En ja, uiteindelijk komt het goed tussen Marion en Niek. Heeft Karel eerst een relatie gehad met 'la reine du bal', die de verkering beëindigde en die haar roekeloze gedrag met de dood bekopen moest. Schaars gekleed uit geweest, dus longontsteking, dus te laat. Maar toen was het al uit met Karel, dus is het niet erg. Karel heeft een zusje, Joek, dat verlamd is geworden.

Daarover lezen we meer in deel 3. Net als over de studie aan de school voor maatschappelijk werk, die het Klaverblad eensgezind in Amsterdam gaat volgen. Wonend op de zolderetage van oom Fred. Drie van de vier zijn intussen voorzien van een verloofde / vriend. Nu Ingrid nog. Daarom is deel 3 in deze serie verschenen. En herdrukt. Als afzonderlijke delen, maar ook in een trilogie. Zo te zien moet het tot in de jaren tachtig verschenen zijn. Door de uitgever bestempeld als streekroman, waar het ooit begonnen was als meisjesboek. 

Mien van 't Sant zou heel veel streekromans gaan schrijven. Misschien zijn daarom ook wel een aantal van haar meisjesromans ook als zodanig werden uitgegeven. De bibliotheek heeft er ook nog grote letter edities van gemaakt. Om dezelfde reden, waarschijnlijk. Mien was een veelgelezen schrijfster. Wordt vervolgd, dus. 



14 december 2015

'n Bruid uit eigen land

De titel van het eerste deel uit de 1962 serie Zonne-reeks boeken klinkt veelbelovend. Het omslag ook. De korte samenvatting op het omslag mag er eveneens wezen. 

Pit Vidal, die altijd zo vol zorgen voor anderen is geweest staat plots eenzaam in het leven,  waarin de liefde aan haar voorbij lijkt te zijn gegaan. Haar ouderloos geworden neefje Jeroen, wiens opvoeding Pit op zich neemt, vult die eenzaamheid tot het ogenblik dat hij als volwassenen man nar Amerika trekt. Maar ook dan kan tante Pit het niet nalaten voor hem te blijven zorgen en ijverig zoekt ze naar " ' n Bruid uit eigen land " voor de jongeman... Gelukkig is er dan echter ook een man in Pits hart gekomen en begrijpt ze, dar het in liefdeszaken moeilijk valt te raden... Een boeiend en prachtig boek van deze bekende schrijfster.

Het is vooral een langdradig boek, wat pas halverwege de moeite waard wordt. Pip verliest als kind broertje Ewout. Daarna wordt ze met zus Annet verliefd op dezelfde man. Steven kiest Annet. Ze emigreren naar Indië, waar Jeroen geboren wordt. Het wordt oorlog, vader Vidal overlijdt, moeder wordt dement, Annet en Steven komen om in een kamp en zij krijgt de zorg voor Jeroen. 

Pit hoeft niet te werken voor haar geld, lijdt met dienstbode, tuinman en dokter plus apotheker op afstand een kluizenaarsbestaan. Moeder overlijdt. Zij kloekt over Jeroen. Pas als die het huis uit is, komt ze, als lerares Engels aan huis, wat onder de mensen. Maar wat hangt alles van toevalligheden aan elkaar.

Haar meisje op kamers werkt in de apotheek en blijkt het vriendinnetje van Jeroen in Amerika. Ze kennen elkaar nog uit de kamptijd. Jeroens moeder kent Annet. Pit's liefde Xander is een oud klasgenoot van Annet en zijn dochter Fried is weer een leerling Engels. 

Fried leert een violist kennen die weer de zoon is van een zangeres waar vader Xander van gehouden heeft. Pit krijgt een huwelijksaanzoek van de oude dokter, maar is ook al jaren de stille liefde van de apotheker, die dus op zijn beurt weer het meisje van Jeroen in dienst heeft. En uiteindelijk emigreert het allemaal naar Amerika, zo ongeveer.

Enfin. Verwarrend, te toevallig en langdradig. Zonder tekeningen, met omslag van Hans Borrebach. 

23 november 2015

's Avonds schijnt de zon niet meer

De omslag van Hans Borrebach ziet er veelbelovend uit. In 1995 is er van zijn werk een overzichtstentoonstelling gehouden. Daar werd dit omslag als ansichtkaart verkocht. De inhoud van het boek is aanmerkelijk minder romantisch. Het speelt zich af in een onwaarschijnlijk klein kringetje, waar iedereen iets met iedereen te maken heeft. Nogal onwaarschijnlijk.

Hoofdpersoon is de eenentwintigjarige Magda Wildervanck. Ze is wees, heeft de laatste jaren bij een tante gewoond, maar die is nu ook overleden. Het is een vriend van tante die haar aanbiedt, bij hem en zijn gezin te komen wonen. In een oud huis van 1653. Niet alleen 'oom' Eric Hooghoudt woont er met zijn vrouw, Meeltje en hun drie kinderen, Bram, Virginie en Willemijn. Er is ook nog een dienstmeisje, plus een inwonend ouder echtpaar, plus een inwonende oma die geen oma blijkt te zijn.

Het gezin leeft in een droomwereld. Ooit was oom Eric een vermogend uitvinder, maar hij heeft veel geld in een bodemloze put gestopt en balanceert op het randje van faillissement. De notaris van Magda's tante Lien is van het hele verhaal op de hoogte. Het blijkt dochter Willemijn te zijn, die met haar postzegelwinkeltje er voor zorgt, dat de rekeningen op tijd worden betaald. Willemijn, de onneembare vesting, met haar vriend Freek. De medisch student, die zo af en toe in de winkel helpt.

En Magda, ze laveert overal tussendoor. Ze blijkt formeel schuldeiser van de familie Hooghoudt. Maar ze heeft ook een baan, waarmee ze oom Eric voor haar kost en inwoning betaalt. Truus, haar collega, blijkt Freek ook goed te kennen. Maar Freek wilde haar niet, die wilde Willemijn. Of toch niet? Willemijn blijkt getrouwd, met een oudere Franse postzegelhandelaar van naam. Toch woont ze niet bij hem. Dat gaat ze later pas doen.

Een huwelijk dat zo maar uit de lucht komt vallen. Dat moet ook wel, want Magda moet verder kunnen met Freek. En om Truus een beetje gerust te stellen: Bram heeft best wel belangstelling. Dat komt vanzelf goed. Bram zal ook de postzegelwinkel overnemen, nu Willemijn met haar Raymond alsnog naar Frankrijk terug gaat. Magda zal gaan trouwen met Freek, zodra hij afgestudeerd is. Hij wordt vast een goed arts, want hij heeft al een goede uitvinding op zijn naam staan. Als student, ja.

Waar ze gaan wonen? In het huis van oom Eric, dat niet van oom Eric is, maar van 'oma'. Maar omdat 'oma' al haar geld aan oom Eric heeft gegeven en die op zijn beurt weer geen cent meer bezit, alleen maar schuld aan Magda, is het huis van Magda geworden. En wonen de anderen nu bij haar in

Juist ja. Als Marijke de Jongh het destijds zelf maar begrepen heeft. West-Friesland vond het in elk geval de moeite waard om uit te geven. Waarop Borrebach, als altijd, fraai illustreerde.

08 juli 2015

Emigrante tegen wil en dank

Het was de bedoeling dat Ilja van de Regt, samen met haar ouders, broers en zusje zou emigreren naar Australië. Maar op de dag van vertrek, ze zitten dan met de familie al in een hotel en het huis is al verlaten, zegt ze dat ze nog een boek van een vriendin thuis heeft liggen, dat ze beslist nog even moet gaan halen. Haar ouders geloven haar, ze mag terug naar huis om het op te halen.

En vervolgens gaat Ilja niet meer terug naar het hotel. Want ze wil helemaal niet emigreren. Om Max van Steenvoort, haar vriend, met wie ze dan nog wel niet verloofd is, maar al wel toekomstplannen heeft. Max heeft immers een goede baan op kantoor, hij is al toegetreden tot de directie, zelfs. En Max wilde, om zijn moeder, niet mee naar Australië. Dus wil Ilja ook niet meer. Dat ze in Nederland achterblijft, daarvan heeft ze niemand op de hoogte gesteld. Ze is nog minderjarig en ziet geen andere uitweg, dan naar tante Suus te gaan. De ongetrouwde zus van haar vader, die op kamers woont in Amsterdam.

Ze krijgt een lift van een zakenman, die haar zijn visitekaartje geeft, voor als ze nog op zoek is naar een baan. Hij brengt haar tot Hilversum. Daar ontmoet ze sergeant Jan Bos, met wie ze direct vriendschap sluit. Zo komt ze uiteindelijk in Amsterdam, waar tante Suus haar met open armen ontvangt. Zonder verwijten. Er wordt een telegram naar de familie De Regt gestuurd, en Ilja kan en mag zo lang bij haar tante blijven wonen, die nu haar voogd wordt. Ilja is nog niet minderjarig.

Ze wordt privé secretaresse van de directeur van Ambomij, de man die haar een dag eerder nog een lift gaf. En haar liefde voor Max bekoelt gedurende het verhaal, als blijkt dat Max zijn hele leven bij elkaar heeft verzonnen, er een vriendin op nahoudt en zijn moeder Ilja verbiedt om nog langer bij hen thuis te komen. Tante Suus sluit vriendschap met Dick, een man uit de korfbalwereld, die ze via haar nicht leert kennen.

Ilja verbreekt zonder veel woorden de vriendschap met Max. Van haar ouders krijgt ze zo af en toe een brief. Ze schrijft zich in voor een spoedcursus tot onderwijzeres, maar ze zakt voor haar examen. Er zijn vriendschappen met vriendinnen. De vriendschap met Jan, die verloofd is met Lies, blijft ook bestaan. Jan gaat ook naar Australië, maar Lies wil niet met hem mee, omdat ze haar ouders niet kan achterlaten. Zo af en toe komt er een brief van haar ouders uit het verre land, die zich langzaam aan aanpassen. Vooral haar moeder heeft het moeilijk.  Maar dat komt nog wel het meeste omdat ze haar, Ilja zo mist. Dat zegt ze niet, maar Ilja leest het tussen de regels door.

Het eindigt met een verbroken verloving tussen Lies en Jan, die dan al in Australië zit. Met een getrouwde tante Suus. En op de vriendschappelijke correspondentie met Jan volgt een huwelijksaanzoek. Kom hierheen om voor mij te zorgen en trouw met me, zo schrijft hij haar ten slotte. En dat doet Ilja.  Ze laat er de kamers in Amsterdam, die ze na het vertrek van tante Suus voor zichzelf heeft, voor achter. Ze zegt haar kantoorbaan op en dat examen voor onderwijzeres doet ze ook niet meer.

Ze gaat niet met de boot, maar met een emigrantenvliegtuig. Op Schiphol is het een vrolijk afscheid, van haar vrienden, vriendinnen en tante Suus. Zelfs Lies is gekomen. De ex verloofde van Jan, met wie Ilja nu toch gaat trouwen. Want Lies is ook een vriendin geworden.  Ze wees haar er zelfs op, dat Jan wat in haar zag. En natuurlijk wordt zo iemand dan je vriendin. In plaats van dat Lies Ilja ervan beschuldigde haar verloofde te hebben ingepalmd. Niks van dat alles.

Uiteindelijk gaan we gewoon toch naar Australië, om voor een man te gaan zorgen. Daar hoeven we dan niet eens zo lang meer over na te denken. De omslagen van Hans Borrebach maken de droomwereld helemaal compleet. Einde, staat er na de laatste alinea met hoofdletters. Alsof we dat nog niet begrepen hadden.

04 mei 2015

Carla's moeilijke keus

Carla Westerhoven is geboren en getogen op het niet bestaande eiland Dijksterland, waar ze met haar vader woont. Pa Westerhoven trouwde als weduwnaar met Bets, die eerst zijn secretaresse was. Ze is maar een jaar of acht ouder dan Carla.

Carla is goed bevriend met Frank Gevers en zijn zus Wilma. Frank is directeur van het VVV kantoor op het eiland. Pa Gevers beheert de DSO, de Dijksterlandse Stoomboot Onderneming. Frank is gecharmeerd van Carla en biedt haar een baan aan. Dat is huwelijkskandidaat nummer één.

Een van de eerste taken van Carla is het begeleiden van een groep Amerikaanse toeristen. De flamboyante reisleider blijkt een Nederlander: Dick van Rijn. Dat wordt huwelijkskandidaat nummer twee. Met het reisgezelschap beleeft Carla een paar spannende dagen, die eindigt in een levensgevaarlijke longontsteking, waar ze goed bovenop komt. Dan volgt een gesprek met haar vader en een tante. Wordt het geen tijd, iets serieus aan te pakken? Haar vader is hertrouwd, ze hoeft het huishouden dus niet meer te besturen. En dat baantje bij de VVV is maar seizoenswerk.

Het wordt biologie, aan de universiteit van Leiden. Waar haar tante toevallig ook woont, dus daar kan ze bij inwonen. Geen gezoek naar een kamer dus. Carla was toch al erg van de biologie, ze schreef er zelfs stukjes voor in diverse bladen. Als studente is ze in no time ingeburgerd. Dan blijkt haar studievriendin Joke van der Stoep de verloofde van Dick van Rijn. Vervolgens wordt Carla massaal geboycot, doordat ze het met Dick heeft aangelegd. De enige die haar nog wel vertrouwt is Ru, een mannelijke medestudent.

Zo wordt het Kerstmis. En gaat Ru bij wijze van vriend mee naar Dijksterland. Waar Carla een ernstig gesprek met haar vader krijgt. Want dit is niet zo maar een vriend, dat moet Carla zich wel realiseren. Dick is dan al van het toneel verdwenen. Dat is een kwestie van een kort briefje geweest. Frank blijkt toch niet meer dan een vriend. Hij heeft altijd om haar heen gedraaid, maar haar nooit gevraagd, zijn vrouw te worden. Ru doet dat wel. Al meteen, nog in de kerstvakantie. Zo moeilijk was de keus van Carla dus niet eens.

Vader hertrouwd, een baan bij de VVV, de aandacht van drie verschillende mannen. Studeren in Leiden. Een ernstige longontsteking. Het is wel heel erg veel, in een half jaar tijd, voor een meisje, om mee te maken. En intussen is ze nog geen twintig.

Ook dit verhaal kent twee edities. Hans Borrebach illustreerde beide uitgaven. De eerste uit 1951, waarin Carla en Ru als een kopie van Grace Kelly en Bing Crosby tegen een zeelucht aan poseren. Hij lijkt in het niets op de suffe student, zoals de schrijfster hem heeft omschreven in het verhaal. En in de pocketeditie uit 1964 is Ru bijna helemaal van het omslag verdwenen. Carla is er een nietszeggend meisje is geworden, zoals ze bij tientallen op de Witte Raven pockets stonden.

27 april 2015

Om de plaats in huis


Jacqueline van der Lugt is achttien en zit in het eindexamenjaar van het gymnasium. Ze kan goed leren, maar staat er niet al te best voor. Dat komt omdat het thuis niet is wat het moet zijn. Moeder is na een lang ziekbed overleden en vader staat er met zijn
drie kinderen alleen voor. Het huishouden komt op Jacqueline neer, die daar geen tijd voor heeft. Vader werkt en de jongere broer Gé en zus Nieske zijn nog te jong om er zich iets van aan te trekken.

Vader heeft plannen om te hertouwen, met tante Marian. Eind goed al goed, zo lijkt het, maar nee. Jacqueline wordt tegendraads, gooit er met de pet naar, wordt ziek van de spanning en 'moet' van de huisarts ergens naar toe waar alles nieuw en leuk is. Dat wordt Parijs waar, hoe toevallig, ook een vriendin van tante Marian woont. Eenmaal terug in Nederland is het al lente en staat ze er nog steeds slecht voor. Voor zes vakken een onvoldoende. Maar daar is vriend Ralph, een student medicijnen, die haar helpen wil. Ze slaagt. En wordt ten huwelijk gevraagd. Voor haar taak zich voor te bereiden als doktersvrouw heeft ze nu tijd genoeg, toch? Einde.

Dit verhaal van Guus Betlem is er een zoals er tientallen geschreven werden in de jaren vijftig. Op zoek naar een plek in het gezin, waar je geboren bent. Jij, als half weeskind, voorzien van een vleugje avontuur in Parijs, het eindexamen en de liefde. Ging alles maar zo makkelijk en simpel. Want het is helemaal niet zo eenvoudig om met zes onvoldoendes je eindexamen te halen. Dat lukt meestal niet. Zo veel dokters die bij wijze van herstel een vakantie in het buitenland voorstellen zijn er ook niet. En net na je eindexamen al ten huwelijk worden gevraagd is ook niet echt gangbaar. Maar goed.

Hans Borrebach maakte er een mooie, symbolische omslag bij. Jacqueline poseert er tegen een foto van haar beide ouders, vader in kleur, want in het heden en moeder in
zwart wit, want overleden. Zeer geschikt om uit te worden gegeven door West-Friesland. Dat is dan ook gebeurd. Tot twee keer toe. Want na de Zonne-reeks volgde enige jaren later ook nog de uitgave in de Witte-Raven Pocket Reeks. Met minder geslaagd omslag.

Waarop Guus Betlem alias Freddy Hagers en zijn vriend de illustrator Hans Borrebach zich weer op hun volgende verhaal in de lange reeks konden storten.

27 juli 2014

Rondom Holten ligt de wereld

Het landgoed ligt niet ver van de hoofdweg, zo begint hoofdstuk 1, tussen Hallum en Eerlo. Plaatsen die niet bestaan, maar wel Achterhoeks klinken. En het behoorde aan de ook al niet bestaande baron Aerlandt van Eerlo, die het verkocht aan ene meneer Holten, die er De Holterburcht van maakte. Een middelbare school met internaat voor jongens en meisjes, die geen eigen thuis bezitten of daar niet wonen kunnen, om de een of andere reden, aldus de omschrijving.

Eénmaal in het verhaal lijkt de schrijfster zich te verspreken. Dan heeft een van de karakters in het verhaal het ineens over dat vervelende Beuningen. Wat wèl een bestaande plaats is. Twee plaatsen, zelfs. Een grote plaats en gemeente in Gelderland, en een kleine plaats in Overijssel, waar het tot de gemeente Losser behoort.

Beuningen Gelderland, dat ken ik. Ik groeide op in die regio. In de buurt is weliswaar een groot landhuis, maar het ligt niet in Beuningen zelf. Bovendien was dat al in de jaren vijftig niet zo landelijk meer. In Beuningen, Overijssel, is volgens Wikipedia Borgbeuningen te vinden. Een havezate, of wel een versterkt huis of burcht. Dat zou best nog wel eens model kunnen hebben gestaan voor de Holterburcht.

Wie er in het verhaal voorkomen, wordt op de eerste pagina al duidelijk. Er is namelijk een lijst met personen opgenomen, voor het verhaal van start gaat. En dat is nodig ook. Victor Marits, directeur, Miss Wall, lerares Engels en Nancy van Brederode, haar assistente. Enkele leerlingen van de meisjesklas 5a en de jongensklas 5b. Ten slotte nog wat familieleden.

Zes delen bevat het boek. En wat gebeurt er nou eigenlijk? Niet veel. Een hoop geharrewar, tussen de meisjes onderling, tussen de meisjes en de jongens, tussen de meisjes en hun families, met de lerares Engels, maar zelden met Nancy. Er moeten toch ook nog eerste, tweede, derde en vierde klassen zijn. Een internaat heeft meer personeel dan alleen een directeur. En op een school krijg je les in meer vakken dan Engels alleen. Daar lees je allemaal niets van.

Er wordt even gestipt aan de gezinssituaties, gestipt aan de liefde, verliefdheid, spijbelen en andere verboden uitgangetjes. Maar niet meer dan dat. Het verhaal wordt nergens echt goed. Ja, op de laatste pagina blijkt Nancy ineens met de directeur getrouwd. Dat zag je op de eerste bladzijde al aankomen. Nancy is een wondermiddel. En uiteraard gaat de lerares Engels met pensioen. Wie er verder nog werkt, wat alle lagere klassen doen, je komt het als lezer niet te weten. De vijfde moet een HBS klas zijn geweest, want ze hebben tegen het einde van het verhaal ineens allemaal examen gedaan. En zijn allemaal geslaagd ook. Wat ze dan gaan doen, wordt niet verteld. Wel dat ze de Holterburcht hebben verlaten. En dat er nieuwe leerlingen zullen komen. Dat is het dan.

Geen spanning, geen mooie omschrijvingen van emoties, of de natuur. Geen echte vriendschappen of warme familiebanden. Alles even oppervlakkig. Maar goed om te bewaren, als deeltje uit de Zonnereeks. Met illustraties van Borrebach. Het gaat terug de kast in, dus. Niet bij het oud papier. Om de verzameling. Maar niet om het nog eens te lezen.

07 juni 2014

Lentebloemen in de winter

Voor Marcel, staat er op de keerzijde van de titelpagina. Dat lijkt me de man van de schrijfster van dit boek. Een 'moderne' Zonnereeks, uit 1969. Het was al uitgeverij Westfriesland en geen West-Friesland meer. En Hans Borrebach als illustrator was ingeruild voor Herry Behrens, die toen nog als Herson werkte.

Herry Behrens, zo las ik laatst in het jubileumboek over 150 jaar Kluitman (nieuw, € 39,90, aanrader!) was ook iemand uit de reclamewereld. Net zoals Borrebach dat was. Gewend om snel en treffend te tekenen. Zo ook in dit verhaal. Er staan een paar afbeeldingen in. Steeds met Yvonne ter Burch, de hoofdpersoon er op. Modieus gekleed en gekapt voor die tijd. Ze zit in een jaren zestig trein en stapt in een jaren zestig auto. Yvonne is onderwijzeres uit Zuid Nederland. Komt ze uit Den Bosch? Tilburg?

De trein die ze vanuit het ouderlijk huis heeft genomen  doet Eindhoven als eerstvolgende station aan nadat ze is ingestapt. Het kan ook nog Weert zijn, als ze van de andere kant komt. Maar of het nou Noord-Brabant of Limburg is, dat kom je als lezer niet te weten. Wel, dat  Yvonne is in het eerste hoofdstuk al op weg naar Leiden, waar ze is gaan werken.

Over haar baan lees je niets, over haar familie, die uit vader, moeder en zusje Cissy bestaat, ook niet. Wel over het leven op kamers. Veel zelfs. Over de medebewoonsters Dorris en Liesbeth, beiden eerstejaars. Over de ontgroening, en de vriendschap die er meteen is. Over hoe Yvonne zich als werkende vrouw blijkbaar heel gemakkelijk tussen de studenten begeeft. Uit gaat tot 's avonds laat. Er is al meteen in de trein een ontmoeting met Rob Hansen, die nogal opzichtig werk van haar maakt. Hij maakt de hele treinreis met haar mee, want hij woont ook in Leiden. En hij blijft werk van haar maken. Een student medicijnen, dokterszoon en enig kind.

Yvonne moet niets van hem weten. Of wel. Of toch niet. En ze is goed bevriend met Dorris. Of niet. Of toch wel. Of nee, want Dorris probeert Rob van haar af te pakken. Of toch niet. Of wel. Maar dat maakt niets uit, want Rob is Yvonne's vaste vriend toch niet. Of wel. Of niet. En Dorris vindt toch wel weer een ander. Of niet. Of wel. En mannen, die je voor het eerst ontmoet, op een bal of zo, die hebben ook altijd goede bedoelingen, toch? Hier wel, in elk geval. Je komt zo maar weer een oude vriendin tegen. Is precies één zin voor nodig, om het effect van die ontmoeting te omschrijven. En vanaf dat moment is Gerda weer in Yvonne's leven. Zonder dat Yvonne daar nog lang over nadenkt.

Een en al twijfel in dit verhaal, over de liefde. En tegelijkertijd zijn alle ontmoetingen even oppervlakkig.Echt diep op emoties in gaan, gebeurt nergens. Er staan geen beschrijvingen in, van het landschap, van Leiden of van Zuid-Nederland. Niet van de mannen en vrouwen, waarmee Yvonne kennismaakt. Niet van haar ouders, of haar zus. Niet over de familieverhoudingen. Literatuur is de Zonne-reeks nooit geweest, maar dit is wel een heel oppervlakkig verhaal.

Auteurs zijn veel vaker autobiografisch bezig. Waarschijnlijk stond die Marcel symbool voor Rob Hansen. En wilde schrijfster Anny Helmich voor hem hun verhaal opschrijven. Hij en de overige ingewijden zullen het wel mooi gevonden hebben. Maar ik, als buitenstaander en lezer, vond het geen boek waard. Toch bewaar ik het wel. Om de illustraties van Behrens en om mijn Zonne-reeksen verzameling.

20 februari 2014

Carla is geen kind meer

Het is een deel uit de Zonne-reeks voor meisjes. Maar eigenlijk is het helemaal geen meisjesboek. Het is een sprookje. En sprookjes bestaan niet. Veel van wat in dit verhaal voorkomt, kan ook niet. Of, beter gezegd: je kunt je er als meisje niets bij voorstellen. In mijn exemplaar, zonder omslag, staat met balpen een datum geschreven: 7-1-1957. Zou best wel eens de oorspronkelijke aanschafdatum van dit boek kunnen zijn. Zelf kocht ik het negenendertig en een half jaar later. Ik heb er mijn aanschafdatum ook in gezet. 01-09-'96.

Dit sprookje gaat dus over Carla. Een meisje van achttien uit een onderwijzersgezin. Papa is leraar aan de kweekschool in Den Haag, waar het gezin Enklaar ook woont. Naast papa is er mamma, die voor haar trouwen ook onderwijzeres was. En zijn er drie oudere zussen van Carla. Mirjam, die lerares is aan het meisjeslyceum in Den Haag, Toby, die onderwijzeres is in Loosduinen en Marijke die in Leiden studeert. Carla wil niet naar de universiteit en niet naar de kweekschool.

Al in het eerste hoofdstuk maken we kennis met Els, de vriendin van Carla, Els' broer Han en met Aart Wassink, een vriend van Han. We weten dan ook al, dat Carla bespottelijk strenge ouders heeft en drie volgzame schapen van zussen. Er volgt een scène over een studentenbal, waar niet alleen Carla voor wordt gevraagd, maar ook Marijke naar toe blijkt te willen.

Zoals in zo veel sprookjes gebeurt er iets vervelends. In dit geval dreigt Carla tijdens een spelletje snelzwemmen te verdrinken, maar wordt ze uiteraard gered door haar uitdager Aart. Er wordt wat getennist. En dan komt er opnieuw ruzie, over de gezamenlijke familievakantie. Marijke wil niet meer mee. Die gaat liever met een studentenkamp mee, naar Oostenrijk. Weer een hoofdstuk later zitten Mirjam en Carla plotseling in de trein naar Florence. Carla gaat er werken, als secretaresse voor Aart's vader, die schrijver is. En Mirjam brengt haar.

Er volgen een paar hoofdstukken vol Italië, met brieven van thuis en van Aart, die Carla al meteen zijn liefde verklaart, ook al heeft hij haar maar twee keer eerder gezien. Carla mag de ouders van Aart meteen oom en tante noemen. Tante Paula was eerst gouvernante bij oom Henk en zijn eerste vrouw. Nadat die eerste vrouw overleed, trouwde ze met hem en werd Aart geboren. Oom Henk is dus een gevierd schrijver. Uiteraard is tante Paula ook kunstenares. Ze schildert. En natuurlijk wonen ze in Nederland niet in een normaal huis, maar in een kasteel met bedienden. En dan is er dus nog pleegdochter Lucie - oom Henk en zijn eerste vrouw konden geen kinderen krijgen - die ook geen gewoon baantje heeft, maar kinderarts is.

Bij thuiskomst in Nederland mag Carla op het kasteel voor oom Henk verder werken. En blijkt Marijke zich met Han te hebben verloofd. Haar eigen 'verloving', dat vinden papa en mamma toch nog wat al te vroeg. Papa heeft trouwens veel aan zijn hoofd. Want hij krijgt zo maar twee banen aangeboden. Een als hoofd van de kweekschool in Groningen, en een als hoofd van een moderne, lagere school in Kijkduin. Maar hij hoeft niet te solliciteren, want hij heeft op de kweekschool een goede baan en in de avonduren geeft hij les op de handelsschool.

Papa, de strenge vader, blijkt toch een echte pedagoog te zijn. En zo ouderwets als hij is, hij is toch voorstander van die nieuwe school, met experimentele vormen van lesgeven, zonder lesrooster. Dat wordt het dus, zijn nieuwe baan. Kijkduin is niet zo ver van Den Haag of Loosduinen. Mirjam en Toby hoeven dus niet op zoek naar ander werk. En Carla, die blijft nog wel even bij oom Henk en tante Paula. Want na een kleine ruzie met Aart besluiten ze het zo maar weer bij te leggen. Die problemen, die akkefietjes over zijn karakter, ach, ze stelden eigenlijk niets voor. En ze leefden nog lang en gelukkig. Einde. Met illustraties van Hans Borrebach.

18 juli 2013

Puck reikt naar de maan

Puck werkt bij rubberfabriek Patria, in Den Haag. Het is er saai en het gebouw is oud. Puck, die secretaresse is, zou willen dat er iets bijzonders gebeurde. En wordt op haar wenken bediend. De secretaresse van de beide directeuren, vader en zoon Verhaar, is ziek geworden. Net nu er een zakenreis naar Londen op het programma staat. Dan moet Puck maar mee, op het allerlaatste moment. Roef, roef , kantoorvoorraad en typemachine mee, in een taxi van de zaak naar huis, gauw spullen inpakken, vlug naar Hoek van Holland, waar de taxi nog een lekke band krijgt en razendsnel de boot op. Daar treft ze haar beide directeuren. De vader een gemoedelijke gezellige oude heer, de zoon een onsympathiek individu, goed in tennis, maar ongenaakbaar. En eigenlijk weet je het dan al.

Eerst ontstaat er vriendschap op de boot, waar Puck ook kennismaakt met ene Jules Limette, die - hoe toevallig - werkzaam blijkt bij een van de Engelse rubberfirma's waar Puck met haar directeuren naar toe gaat. En dan wordt je als lezer even op het verkeerde been gezet. Wie zal het worden? Jules of de jonge directeur, Max Verhaar? Puck moet hard werken en wordt gewantrouwd, aangezien ze zo maar is meegekomen en niet de 'echte' secretaresse is. Maar ze is accuraat, heeft haar 'vijfjarige met glans doorlopen' en volgt Engelse handelscorrespondentie, waar ze binnenkort examen voor moet doen. 

In het hotel schuift de jonge directeur haar een paar Engelse ponden toe, om haar onkosten mee te voldoen. Puck gaat er mee op pad en sluit prompt vriendschap met een meisje wat ze in de stad tegenkomt. Ze mag er zelfs komen logeren in het weekend. En Max Verhaar, die eigenlijk met de trein naar Brighton wilde gaan, weet Puck te overhalen, mee te gaan. Incognito, als een vriend, niet als haar baas.  Dan volgt een weinig relevant verhaal over een feest en een avontuur in de Engelse buitenlucht, een optreden met zang en gitaar van Puck en Max en vervolgens de terugtocht naar Nederland.

Waar alles al snel weer is zoals het was. Of toch niet? Want Puck heeft niet alleen vriendschap gesloten met May, ze is in dat ene weekend ook nog eens verliefd geworden op Max. Het levert haar een onduidelijke ruzie met haar ouders op, die verder nergens in het verhaal een rol spelen. En dan blijkt zijn secretaresse toch zieker dan gedacht, zodat Puck nog wat langer voor de jonge directeur moet werken. Iets, wat haar niet makkelijk afgaat. Ze besluit te solliciteren naar een andere baan en komt terecht bij de PTT, waar - alweer heel toevallig - de man van een oud collegaatje van Patria blijkt te werken. Er volgt nog een onduidelijke vriendschap met Han, een jonge mannelijke collega. Misschien wel alweer bedoeld om je als lezer op het verkeerde been te zetten.

Lang werkt Puck niet bij de PTT, een paar weken maar. Dan zoekt de oude meneer Verhaar haar op en vertelt, dat hij uit het bedrijf is gestapt en met pensioen gaat. Hij emigreert naar Zuid Frankrijk, waar hij een secretaresse / chauffeuse / typiste / gezelschapsdame voor zoekt en dat mag opnieuw Puck zijn. Want hij heeft vele secretaresses gezien, zoals Puck waren ze nooit. Waarmee een flink aantal pagina's zonnige zuiden gevuld kunnen worden. Na Londen, een promotie en een andere baan ook nog een baan in Frankrijk. Het kan niet op. Het eindigt met een bezoek van Max, die ze van het vliegveld moet gaan halen. En zijn aanzoek aan haar. Wat er precies met Jules en Han verder is gebeurd, wordt niet duidelijk. Ja, Puck wilde de maan, als het om de liefde gaat. En die heeft ze gekregen. In de vorm van haar voor haar ouders zo onbereikbare directeur.

Ook dit is wel een beetje veel verhaal voor één deel. Als ik Hella Jansonius was geweest, had ik dit over twee of drie delen uitgesmeerd. Hoe Puck bij Patria kwam, de reis naar Londen en ten slotte die naar Frankrijk.

17 maart 2013

Buitelingen

Buitelingen, heet dit verhaal. Struikelingen was een betere titel geweest. Het had de lading prima gedekt. Want o, wat staan er veel onlogische verhaallijnen in dit boek. Blijkbaar heeft de schrijfster er na afloop van of tijdens het schrijven niet echt meer kritisch naar gekeken. En hebben de redacteuren bij West-Friesland dat ook verzuimd te doen.

Het verhaal gaat over Thea van Okkeren. Ze woont bij tante Suus in huis, die ze soms ook gewoon met Suus of zelfs met Susepuus aanspreekt. Getuigt van weinig ouderlijk gezag. Dat Thea's ouders bij een ongeluk om het leven zijn gekomen wordt pas - terloops - na een flink aantal pagina's verteld. Dat er niet veel andere familie is geweest, die Thea op kon vangen na de dood van haar ouders, ook. Het is erg onwaarschijnlijk dat het dan toch 'tante' Suus is geworden, kennelijk een zus van vader, aangezien ze ook Van Okkeren heet. Tante Suus is zelf nog maar net puber-af. Die had nooit de zorg voor een middelbare scholier toevertrouwd gekregen.

Suus  is nog jong genoeg om zelf een vriend te krijgen. Dat wordt Karel van Lookeren, die dan als bij toeval ook de leraar wiskunde van Thea wordt. In welke klas Thea zit, wordt niet verteld. Dat er een leraar weg zou gaan, waardoor ze haar aanstaande stiefvader / oom voor de klas zou krijgen ook niet.  Het wordt zo maar een nieuw hoofdstuk in het verhaal.

Thea sluit vriendschap met Tom van den Berg, die al bijna tweeëntwintig is, maar toch nog zijn eindexamen van de middelbare school moet doen. Daar zou hij dan tien jaar over hebben gedaan. Elke klas twee keer, of zoiets. Want gaandeweg wordt het duidelijk, dat het om de vijfjarige hbs gaat. Tom is een kei in exacte vakken als wiskunde, maar minder in de talen. Nadat hij zijn diploma heeft gekregen, vertrekt hij naar Amsterdam, om er op kantoor te gaan werken. En er de handelsavondschool te gaan doen, zo vertelt hij Thea.

Thea racet intussen door de rest van de hbs heen. Aan het begin van het verhaal is ze al zeventien, en, zo lijkt het, een leerlinge van de vierde klas. Dus moet ze ook al een keer zijn blijven zitten. De vriendschap met Tom blijft bestaan. Van een handelsavondschool blijkt al na een paar hoofdstukken geen sprake meer. Hij gaat Frans studeren, aan de universiteit. Blijkbaar is de schrijfster vergeten, dat hij daar eerder in het verhaal nog zo'n moeite mee had en dat ze hem dat letterlijk tegen Thea heeft laten zeggen. En daar blijft het niet bij.

Want helemaal aan het eind van het verhaal, als Suus met Karel gaat trouwen en Thea ook haar diploma heeft, blijkt Tom contact te hebben gehad met een zakenman uit de chemische industrie. Hij biedt Tom een baan aan, in Colombo. Maar hij mag zich eerst een half jaar inwerken in Brussel. En uiteraard is dat een uitgelezen gelegenheid om Thea een huwelijksaanzoek te doen, terwijl hij haar eigenlijk nog nooit zijn liefde heeft laten blijken.

Dan is er nog een klasgenoot van Thea, ene Mikkie Melk. Dat is geen bijnaam, zo heet de jongen in kwestie echt. Ook hij sluit vriendschap met Thea, maar dat is alleen maar om duidelijker aan te geven, dat Tom van den Berg toch echt een stuk beter is als echtgenoot.

Twee vastberaden jonge mensen, die problemen hebben beproefd en opgelost, zo eindigt het verhaal, problemen die samen voerden tot de weg naar het hoogste geluk.Tjonge. En dat voor een stel van, wat zal het zijn, nog geen twintig en drieëntwintig. Op naar Colombo, om Suus zwanger en getrouwd met Karel achter te laten en om daar een bestaan op te gaan bouwen als echtpaar waarvan de man na een baan op kantoor en een voornemen Frans te gaan studeren, toch maar voor een baan in de chemie kiest. De wereld was wonderlijk, vijftig jaar geleden, maar toch niet zo wonderlijk, als Erra van Apeldoorn 'm neerschreef. En vervolgens voorzag Hans Borrebach het boek ook nog van een omslag van een bevallige dame met een koe op de achtergrond. Wat schrikt ze toch charmant. Ze lijkt wel tien jaar ouder dan ze is.

13 december 2011

Je kunt niet alles hebben, Marijke!

Leuke jaren vijftig-naam, Marijke. Met dank aan ons koningshuis en hun prinses Marijke-beter-bekend als-Christina. Ik heb veel boeken waarin een Marijke de hoofdrol speelt. In dit geval is het Marijke Bosman, die ook al figureerde in Eind goed, al goed. Dat bleek dus niet helemaal waar, getuige de titel van dit vervolg. Want Marijke kan niet alles hebben. Haar verloofde Pim wordt overgeplaatst naar Curacao. Daar moet hij eerst een jaar alleen naar toe. Ze kunnen nog niet van tevoren trouwen. Sterker nog: Marijke moet met de handschoen trouwen. Bij volmacht dus, met afwezigheid van de bruidegom.

Trouwen met de handschoen kwam in de jaren vijftig al niet zo veel meer voor. En bovendien gold het vooral voor mensen die te ziek waren om bij hun bruiloft aanwezig te zijn, om politieke redenen, of indien men van hoge adel was. Pim van Laer is het geen van allen, al schrijft hij zijn naam dan met a-e. Wat hij precies voor de maatschappij gaat doen, daar in Willemstad, wordt niet vermeld. Alleen, dat hij een jaar in een hotel zal verblijven, tot Marijke komt. Dat is natuurlijk al interessant genoeg.

Verder komen er de bekenden uit Eind goed al goed in voor. Annie en Ric zijn inmiddels getrouwd en verwachten hun eerste kindje. Hun huwelijksreis, uitvoerig door hen beschreven, brengen Matty en Marijke op het idee, ook op vakantie te gaan. En natuurlijk gaan bibliotheek collega's Ted en Hanja met hen mee. Ze kunnen allemaal tegelijk op vakantie en dat Matty vijftien jaar ouder is dan de andere drie vindt ook niemand een bezwaar.

Op vakantie leren Ted - vast een verwijzing naar Teddy Scholten, ook zo'n jaren vijftig begrip - en Hanja ook allebei de man van hun dromen kennen. En dan is er nog vriend Hans, die gecharmeerd is van Marijke, maar daar niet aan toe kan geven, omdat ze al verloofd is met Pim. Gelukkig heeft het gezin Bosman meer kinderen en Mieke, inmiddels achttien en op de huishoudschool, wil maar wat graag plaatsvervangster van haar oudere zus worden en met Hans verder.

Marijke trouwt als handschoen met oom Adriaan als haar gevolmachtigde. Er komen speeches en een feestje, al is de bruidegom er niet bij. Allemaal heel gewoon en op wat tranen na is het helemaal niet zo verdrietig als Marijke in eerste instantie dacht. Haar uitzet is compleet, haar baan opgezegd. Ook Matty besluit de bibliotheek te verlaten. Ze heeft als getrouwde vrouw eigenlijk al veel te lang doorgewerkt. Annie en Ric zijn ouders van een tweeling, Ted heeft haar Kurt, Hanja haar Leo en Hans zijn Mieke. Toen was alles pas echt goed. Een derde deel in deze serie heb ik niet gevonden. Maar dat hoefde ook niet. Want iedereen was onder de pannen.