18 februari 2016

Een zomer op Heidehoeve

Han van Wheel is een held. Van zo'n beetje iedereen. Hij is afgestudeerd ingenieur, maar komt niet aan een baan. Zijn vader was 'administrateur' in Indië bij een suikerfabriek. Die fabriek ging failliet door de crisis, waardoor het gezin alle weelde in de Oost achter moest laten en in Nederland een bescheiden onderkomen moest accepteren. Met alleen maar een hulpje, in plaats van de hele stoet personeel van vroeger. Maar het gaat de familie nog altijd niet goed. Han is steun en toeverlaat van zijn ouders en zus Non.

Hij wordt de held van een neef van zijn vader, als hij via hem een baan aanneemt als chauffeur bij kennissen van hem. De rijke familie Terlinde. Han wil dat er geld verdiend wordt. Zodat zijn moeder een hulpje in de huishouding kan blijven betalen en zijn zus, die al een diploma huishoudschool heeft, haar vervolgopleiding af mag maken en niet om geldnood thuis moet komen om moeder te helpen. Dat deden in de jaren dertig zo veel meisjes. Veel schrijfsters vonden die opoffering vanzelfsprekend. Fenna Feenstra blijkbaar niet.

Han wordt in het verhaal vervolgens held van de totale familie Terlinde. Hij redt Heidehoeve, het buitenhuis op de Veluwe, door er een net ontdekte brand te blussen. Zo wordt hij als eerste de held van de oude heer, die op zijn Indisch 'Kaihi' wordt genoemd. Hij wordt de held van butler Jacob en zijn vrouw die in de keuken werkt. Hij zorgt voor schoondochter Trudy, getrouwd met zoon Rudolf Terlinde, die marinier is. Trudy is ziekelijk en komt met haar drie kinderen op Heidehoeve logeren. Zo wordt hij ook de held van de jonge kleinkinderen Terlinde.

Daarna volgen Miek en Rik Terlinde, zoon en dochter van de oudste zoon die, jawel, ingenieur is en in Indië zit. Rik is al meteen idolaat van Han. Miek zou het wel willen zijn, maar ja, die heeft zich halsoverkop verloofd met Emiel van Dijken. En je gaat je toch niet inlaten met de chauffeur van je opa, al is hij nog zo aardig. Het is je stand niet. Het kan gewoon niet.

Maar stukje bij beetje wordt Han ook de held van Miek, die dankzij hem leert inzien dat Emiel haar niet waard is. Miek moet er eerst een flinke blindedarmontsteking voor krijgen. Daarna moet Rudolf nog worden overgehaald, dat Han een held is. Han weet een ongeluk te vermijden met de grote Cadillac en wordt daarmee een nog groter held. Emiel moet de aftocht blazen. En uiteindelijk wordt hij zelfs de held van oma Terlinde, die hem heel lang zag als chauffeur en dus minderwaardig.


Dan schrijft de oude heer Terlinde zijn zoon in Indië een brief. Hij weet dat Han eigenlijk ingenieur is. Zoon biedt hem een goede baan aan. Zo reist Han terug naar zijn geboorteland, waar hij Miek treft, die naar haar ouders terug is gegaan. Miek is nu dus ineens de dochter van zijn werkgever. En Han blijkt geen chauffeur van opa, maar een kundig ingenieur. Eentje die eerlijk toegeeft, dat het werken als chauffeur beneden zijn stand was. Het was niet erg om zo je geld te verdienen, maar hij doet het toch liever niet. Miek en hij worden een stel, maar beginnen eenvoudig.

Voor zover dat gaat, 'eenvoudig beginnen' in een rijke familie. Opa Terlinde stuurt bij wijze van huwelijkscadeau een geldbedrag. Een 'een met vier nullen'. Tienduizend gulden, dus. Het moet een fortuin zijn geweest, in die dagen. En alsof dat nog niet genoeg is, doen zijn schoonouders er een nieuwe auto voor ze bij. Zo komt het huwelijk in zicht. Een huwelijk waarvoor de overige familie Terlinde met de boot overkomt. Waarbij de melding wordt gedaan, dat ze Jacob en Trui als bedienden graag hadden meegenomen, als zij Nederland maar hadden willen verlaten. Maar dat wilden ze niet. Vader, moeder en Non van Wheel zijn niet mee gekomen, blijkt.

Over Han's eigen familie wordt nauwelijks nog gesproken, in het hele verhaal. Er is crisis in Indië, crisis in Nederland. De familie Van Wheel zit in geldnood, maar wordt op geen enkele manier geholpen. Niet door Han zelf, niet door de neef van zijn vader, niet door zijn latere schoonfamilie. Terwijl zijn Miek toch zo'n lieve, zorgzame vrouw is. Ze maakt er zich geen moment druk om. Dat doet Han de held ook niet. Sterker nog. Hij verloochent zijn familie, door te kiezen voor aanzien en geld. Nee. Het is een jaren dertig verhaal en daarvan heb ik er meer. Maar mooi kan ik dit niet vinden.

Meer over het boek van Fenna Feenstra is te lezen op een pagina van Oude jeugdboeken. Het is, in een oudere druk, ook te bekijken op de website van Het geheugen van Nederland.

20 januari 2016

Iris komt naar Holland

De vader van Iris van der Kley heeft een ongeluk veroorzaakt. Hij is aan de gevolgen overleden, net als zijn vrouw. Ook Erica Rijnekens, een van de passagiers in de andere auto, heeft het niet overleefd. Iris is alleen achtergebleven in Paramaribo. Nog minderjarig. Vader Van der Kley heeft haar arm achtergelaten. Ze moet zo snel mogelijk terug naar Nederland, maar hoe gaat ze dat betalen?

Tjeerd Rijnekens, weduwnaar van Erica, biedt uitkomst. Hij zoekt Iris op en biedt aan, voor Iris de overtocht met de boot te betalen. Hij moet ook terug naar Nederland en als zij in ruil daarvoor voor zijn zoontje Peter wil zorgen, gedurende de reis? Op de boot maakt Iris kennis met Roel. Het is direct meer dan vriendschap. Maar dat is het eigenlijk ook met Tjeerd.

In Nederland gaat ze bij haar tante wonen, maar echt welkom is ze niet. Haar verblijf bij het enige familielid wat ze nog heeft duurt dan ook niet langer dan een paar dagen. Ze vlucht terug naar Tjeerd's  moeder, die ze in de haven leerde kennen. Zo komt ze al snel terug bij Tjeerd, om voor Petertje te gaan zorgen. Er komt nog even een zus van Erica voorbij, die ook voor haar neef wil gaan zorgen. Ze blijkt ook verliefd te zijn geweest op Tjeerd. En op de achtergrond is er ook Roel, die met Iris zou willen trouwen, al hebben ze elkaar behalve die veertien dagen op de boot nauwelijks beter leren kennen.

Maar eigenlijk weet je het als lezer al direct, op de tweede pagina. Tjeerd en Iris gaan samen verder. De man die zijn vrouw verloor aan een ongeluk met de dochter van de man die datzelfde ongeluk veroorzaakte. Het is te bizar voor woorden. Maar in boeken kan alles. Chinny Erling is ongetwijfeld Chinny van Erven, die als Arja Peters schreef over de Olijke Tweeling. En onder haar eigen naam meer meisjesboeken bij West Friesland publiceerde.

De Olijke Tweeling, daar bewaar ik goede herinneringen aan. Maar dit is hopeloos sentimenteel en onwerkelijk. Net zoals de omslag van Hans Borrebach, trouwens. Een meisje met een veel te slanke taille en te bloot t shirt, dat uitkijkt over een woeste zee. Als was het een cruise, in plaats van een overtocht naar haar land van herkomst, wat ze eigenlijk niet eens kent.

10 januari 2016

Kwikzilver

Als je zoo'n luchtig, lenig verhaal van Cissy van Marxveldt begint te lezen, is je eerste gedachte: m'n hemel, wat een oppervlakkig, frivool gedaas in de ruimte. Zo begint een bijna negentig jaar oude recensie van Kwikzilver in Het Kind, een tijdschrift uit 1927. Het was, anno december 2015, ook precies wat ik dacht toen ik er aan begon. En die gedachte blijft je bij terwijl je, geamuseerd en meegenomen door de intrique, aan één stuk dit boek uitleest: wat een hol gebabbel en wat een zouteloos gedoe. En toch ... De tweede indruk is: knap geschreven. Staat even verderop gelezen. Dat was ook exact wat ik dacht. Maar op een andere manier, dan dat het destijds werd bedoeld. Ik vind het vooral heel knap, dat je een boek zoveel decennia later nog altijd goed uit kunt lezen. 

Dertig jaar later verscheen de tweede druk. Zoals steeds: tintelend van leven, maar vooral in het eerste gedeelte wel wat erg mondain en oppervlakkig, aldus het tijdschrift Idil, in 1956. Bij de zoveelste herdruk, een aantal wordt niet meer genoemd, uit 1970 is het geworden tot: Deze meisjesroman met ouderwetse toestanden, getypeerd door volmaakt huispersoneel zonder hartelijke gevoelens, gewilde humor en zich onnozel gedragende volwassenen die heel gemakkelijk van een wuft, leeg leven overstappen naar heldhaftig dragen van moeilijkheden kan men niet meer au serieux nemen.

Inmiddels zijn we weer ruim veertig jaar verder. Inmiddels kun je geen enkele meisjesroman meer 'au serieux' nemen. Ook niet de verhalen die toen nog als zeer leesbaar werden gezien. Maar Cissy van Marxveldt was destijds natuurlijk ook al ouderwets. En misschien wel te vaak herdrukt. Dit verhaal over Babs van Reede, die een kantoorbaantje aanneemt als haar man zijn zaak moet verkopen en ziek wordt, doet inderdaad erg onrealistisch aan. Ik heb veel meisjesboeken waarin verwende dochters naar voren komen. Die eindigen doorgaans als echtgenote van een man zonder zorgen. En als er al wel zorgen zijn, dan weten ze écht aan te pakken en dan gaat het nog wel eens fout, ook. Daar leren ze van.
  
In Kwikzilver gaat zelden wat fout. Babs blijkt heel goed te kunnen aanpakken, terwijl ze dat nooit hoefde te doen. Haar rijke vriendinnen laten haar niet in de steek, terwijl het heel normaal was geweest, als dat wel was gebeurd. Het gebeurt in al die andere, soortgelijke verhalen namelijk wel. Babs komt ook nooit echt tot inkeer. En het eindigt bovendien met een mooie nieuwe toekomst in het dan nog ideale Indië, dat in de herdruk Indonesië blijkt te heten, terwijl het zich toch nog voor de Tweede Wereldoorlog afspeelt. Een rijke toekomst, waar weer nieuwe bedienden zullen zijn. Want eigenlijk kun je ook niet zo goed zonder, als welgesteld echtpaar.
Babs lijkt op Marijke. En op Joop. En op Judith. En op nog wel meer vrouwelijke hoofdpersonen, die Cissy van Marxveldt opvoerde in de boeken die ze schreef. Want ook deze Babs is vlot, windt alles en iedereen om haar vinger, is goede maatjes met dienstbodes en kindermeisjes, maar tegelijkertijd een meisje van stand. Zoals ik ze al veel meer gelezen heb.

Het is zoals zo vaak. Een schrijfster breekt door, haar boek wordt een succes en vervolgens worden alle volgende boeken in dezelfde stijl geschreven, omdat ze zo succesvol zijn. Leuk, om die drie recensies achter elkaar te zien staan. De inhoud van het boek bleef hetzelfde, de tijd verstreek. Kwikzilver werd in 1993 nog door Westfriesland in een dubbelroman opgenomen, samen met Het nieuwe begin, ook van Van Marxveldt, onder de titel Malligheid. De eerste druk verscheen in 1926. Dat is dus best bjizonder, dat een boek zo lang mee kon. Al zal het dan op het laatst vooral uit nostalgie zijn geweest, dat het nog werd gelezen. Maar ach, dat is zo'n beetje alles, wat ik hier bespreek. Nostalgie.

29 december 2015

De toekomst tegemoet

Mijn verzameling is inmiddels al meer dan twintig jaar oud. Tussen 1995 en nu heb ik heel wat boeken aangeschaft, gelezen, weggegooid als ze bij nader inzien toch niet zo leuk bleken en vervangen voor exemplaren van betere kwaliteit. Veel van wat ik vind is inmiddels al gewoon geworden. Dat lees ik, schrijf ik in en berg ik op. Zo af en toe gebeurt het nog, dat ik iets speciaals vind. Zo'n boek waarbij ik met een lineaal en potlood in de bank plof en de ene na de andere zin aanstreep. Omdat het de tijd zo goed weergeeft.

De toekomst tegemoet vond ik gisteren, in een kringloopwinkel in Ede. Het lijkt een meisjesboek, maar dat is het niet. Althans, niet letterlijk. Geen verhaal van een jongedame die haar ideale heer tegenkomt. Wel een blik op de toekomst voor meisjes, anno 1957. De tweede druk. Nadat de eerste in 1940 verscheen werd het oorlog. En na de bevrijding was het chaos in scholenland, zodat pas twaalf jaar daarna een nieuw, degelijk naslagwerk kon worden uitgegeven. Het is een schitterend tijdsbeeld. Ik heb wat aan zitten strepen, intussen.

Want, zo staat al in de inleiding, van alle 100 meisjes zijn er 70 vóór hun vijfentwintigste getrouwd en daarmee voor de rest van hun leven huisvrouw of moeder. Vandaar dat het boek hoofdzakelijk daar over gaat. Een opleiding voor een meisje, het mag dan vanzelfsprekender zijn dan rond 1900, ideaal is het nog altijd niet. Het is onbegrijpelijk, dat zo veel meisjes tegenwoordig nog steeds veel meer werk maken van hun baantje, dan van hun taak en roeping als huisvrouw. Meisjes mogen bést naar het gymnasium of naar de HBS, zo staat er. Alleen in de praktijk blijkt, dat ze die toch nauwelijks afmaken. En als ze die al afmaken, kiezen ze voor een beroep waarvoor ze dat helemaal niet nodig hadden.

Het eerste gedeelte is een algemene beschouwing. Daar staat iets in over toekomstmogelijkheden voor meisjes, waarvan bij moeder thuis in de leer dus de meest ideale is, Iets over psychologisch onderzoek en iets over psychotechniek. Het tweede gedeelte heet Over ideële beroepen en opleidingen daartoe. Verpleegster, vroedvrouw, allerlei opleidingen voor in de huishouding, opleidingen kinderverzorging en opvoeding. Het zijn, kortom, de beroepen waar het meisje nog iets aan heeft, als ze later trouwt.

Het derde gedeelte zijn de toekomstmogelijkheden waar het meisje eigenlijk niets aan heeft, voor later. Het begint met de veelzeggende paragraaf Diploma!! En wat nu?, waarin het meisje beschreven wordt, dat eigenlijk geen idee heeft wat ze worden wil. En dan volgen, naast middelbare schoolopleidingen, de studies voor beroepen als journaliste, drogiste, tolk-vertaler en stewardess. Er is een groot hoofdstuk gewijd aan banen op kantoor. Waarin de schrijfster het niet kan nalaten, te melden, dat baantjes op kantoor vaak tegenvallen. Hoe veel brieven ze daar al wel niet over gehad heeft! Een dergelijk bezwaar maakt ze verder bij geen enkel beroep. Verpleegster of kinderverzorgster is iets wat je kunt of niet, je kunt altijd nog iets anders worden dan dat. Maar iets op kantoor...! Want wat heb je aan steno of boekhouden, als je eenmaal getrouwd of moeder bent?

Het eindigt met een vierde gedeelte. De adressen van de instanties voor allerlei opleidingen en testbureaus. Behalve geografisch ook onderverdeeld in Rooms-Katholieke, protestants christelijke en neutrale instellingen. Ja, het waren de jaren vijftig. Over die dertig vrouwen die voor hun vijfentwintigste niét getrouwd zijn, geen woord. Of over de vrouwen die, noodgedwongen, een baan moeten zoeken als ze getrouwd en moeder zijn, omdat het financieel  niet anders gaat. Iets wat ik in veel meisjesboeken al heb gelezen, maar het komt niet terug. Het is geen wonder dat zo'n tien jaar later de feministen begonnen te protesteren en dat ze er alle andere vrouwen in mee kregen. Dat er dingen bij wet werden geregeld. Want vrouwen en meisjes kunnen en willen heus nog wel wat anders dan huisvrouw en moeder zijn.

De toekomst tegemoet is behalve een fantastisch tijdsbeeld ook nog een heel geschikt naslagwerk, om te gebruiken bij het lezen van oude meisjesboeken. Alles over de toekomst na de lagere school staat er in. Toen was het voor de lezers vanzelfsprekend, bijna zestig jaar later, was het voor mij soms nog wel even puzzelen.Ik ben een stuk wijzer geworden. En alweer dankbaar, dat ik nu geboren ben, en niet in de jaren veertig.

14 december 2015

'n Bruid uit eigen land

De titel van het eerste deel uit de 1962 serie Zonne-reeks boeken klinkt veelbelovend. Het omslag ook. De korte samenvatting op het omslag mag er eveneens wezen. 

Pit Vidal, die altijd zo vol zorgen voor anderen is geweest staat plots eenzaam in het leven,  waarin de liefde aan haar voorbij lijkt te zijn gegaan. Haar ouderloos geworden neefje Jeroen, wiens opvoeding Pit op zich neemt, vult die eenzaamheid tot het ogenblik dat hij als volwassenen man nar Amerika trekt. Maar ook dan kan tante Pit het niet nalaten voor hem te blijven zorgen en ijverig zoekt ze naar " ' n Bruid uit eigen land " voor de jongeman... Gelukkig is er dan echter ook een man in Pits hart gekomen en begrijpt ze, dar het in liefdeszaken moeilijk valt te raden... Een boeiend en prachtig boek van deze bekende schrijfster.

Het is vooral een langdradig boek, wat pas halverwege de moeite waard wordt. Pip verliest als kind broertje Ewout. Daarna wordt ze met zus Annet verliefd op dezelfde man. Steven kiest Annet. Ze emigreren naar Indië, waar Jeroen geboren wordt. Het wordt oorlog, vader Vidal overlijdt, moeder wordt dement, Annet en Steven komen om in een kamp en zij krijgt de zorg voor Jeroen. 

Pit hoeft niet te werken voor haar geld, lijdt met dienstbode, tuinman en dokter plus apotheker op afstand een kluizenaarsbestaan. Moeder overlijdt. Zij kloekt over Jeroen. Pas als die het huis uit is, komt ze, als lerares Engels aan huis, wat onder de mensen. Maar wat hangt alles van toevalligheden aan elkaar.

Haar meisje op kamers werkt in de apotheek en blijkt het vriendinnetje van Jeroen in Amerika. Ze kennen elkaar nog uit de kamptijd. Jeroens moeder kent Annet. Pit's liefde Xander is een oud klasgenoot van Annet en zijn dochter Fried is weer een leerling Engels. 

Fried leert een violist kennen die weer de zoon is van een zangeres waar vader Xander van gehouden heeft. Pit krijgt een huwelijksaanzoek van de oude dokter, maar is ook al jaren de stille liefde van de apotheker, die dus op zijn beurt weer het meisje van Jeroen in dienst heeft. En uiteindelijk emigreert het allemaal naar Amerika, zo ongeveer.

Enfin. Verwarrend, te toevallig en langdradig. Zonder tekeningen, met omslag van Hans Borrebach. 

23 november 2015

's Avonds schijnt de zon niet meer

De omslag van Hans Borrebach ziet er veelbelovend uit. In 1995 is er van zijn werk een overzichtstentoonstelling gehouden. Daar werd dit omslag als ansichtkaart verkocht. De inhoud van het boek is aanmerkelijk minder romantisch. Het speelt zich af in een onwaarschijnlijk klein kringetje, waar iedereen iets met iedereen te maken heeft. Nogal onwaarschijnlijk.

Hoofdpersoon is de eenentwintigjarige Magda Wildervanck. Ze is wees, heeft de laatste jaren bij een tante gewoond, maar die is nu ook overleden. Het is een vriend van tante die haar aanbiedt, bij hem en zijn gezin te komen wonen. In een oud huis van 1653. Niet alleen 'oom' Eric Hooghoudt woont er met zijn vrouw, Meeltje en hun drie kinderen, Bram, Virginie en Willemijn. Er is ook nog een dienstmeisje, plus een inwonend ouder echtpaar, plus een inwonende oma die geen oma blijkt te zijn.

Het gezin leeft in een droomwereld. Ooit was oom Eric een vermogend uitvinder, maar hij heeft veel geld in een bodemloze put gestopt en balanceert op het randje van faillissement. De notaris van Magda's tante Lien is van het hele verhaal op de hoogte. Het blijkt dochter Willemijn te zijn, die met haar postzegelwinkeltje er voor zorgt, dat de rekeningen op tijd worden betaald. Willemijn, de onneembare vesting, met haar vriend Freek. De medisch student, die zo af en toe in de winkel helpt.

En Magda, ze laveert overal tussendoor. Ze blijkt formeel schuldeiser van de familie Hooghoudt. Maar ze heeft ook een baan, waarmee ze oom Eric voor haar kost en inwoning betaalt. Truus, haar collega, blijkt Freek ook goed te kennen. Maar Freek wilde haar niet, die wilde Willemijn. Of toch niet? Willemijn blijkt getrouwd, met een oudere Franse postzegelhandelaar van naam. Toch woont ze niet bij hem. Dat gaat ze later pas doen.

Een huwelijk dat zo maar uit de lucht komt vallen. Dat moet ook wel, want Magda moet verder kunnen met Freek. En om Truus een beetje gerust te stellen: Bram heeft best wel belangstelling. Dat komt vanzelf goed. Bram zal ook de postzegelwinkel overnemen, nu Willemijn met haar Raymond alsnog naar Frankrijk terug gaat. Magda zal gaan trouwen met Freek, zodra hij afgestudeerd is. Hij wordt vast een goed arts, want hij heeft al een goede uitvinding op zijn naam staan. Als student, ja.

Waar ze gaan wonen? In het huis van oom Eric, dat niet van oom Eric is, maar van 'oma'. Maar omdat 'oma' al haar geld aan oom Eric heeft gegeven en die op zijn beurt weer geen cent meer bezit, alleen maar schuld aan Magda, is het huis van Magda geworden. En wonen de anderen nu bij haar in

Juist ja. Als Marijke de Jongh het destijds zelf maar begrepen heeft. West-Friesland vond het in elk geval de moeite waard om uit te geven. Waarop Borrebach, als altijd, fraai illustreerde.

15 november 2015

De treinreis van Rob en Marian

Van oudsher hebben treinen een grote plaats in de kinderbelangstelling ingenomen. Zo begint het inmiddels tachtig jaar oude voorwoord. Als kinderen eenmaal vier, vijf jaar oud zijn is een boek met plaatjes alleen niet voldoende meer. Het verhaal begint de belangstelling te wekken. Zo is dus dit boek ontstaan. Een voorleesboek voor kinderen, over een treinreis.

Op de website Langs de rails wordt het boek ook genoemd. Niet om het verhaaltje, zo staat er, maar om de plaatjes. Want die geven een aardig tijdsbeeld. Dat is ook precies de reden waarom ik het boek kocht. Om de foto's. Van het station, de treinen, de omgeving uit de jaren dertig. Er zijn nog bagage karretjes, kaartjes voor de eerste, tweede en derde klas. De restauratiewagon, de stoomlocomotief, een enkele elektrische trein. Het staat allemaal op de foto.

De Nederlandse Spoorwegen heeft medewerking verleend, zo staat er. Daarom was het mogelijk, foto's te maken op plaatsen waar het normaal verboden toegang is voor onbevoegden. Er werden ook foto's ter beschikking gesteld. Alles staat er op. Alleen den conducteur is nergens te zien. Jammer, want een kaartje knippen zou toen toch ook gewichtig zijn geweest. Maar ach. Echt missen doe je het niet.

Op Catawiki wordt het boek, afhankelijk van de staat waarin het verkeert, geschat op een waarde tussen de 15 en 35 euro. Ik kocht het afgelopen zomer voor 14 dan wel 34 euro minder. Je vraagt je toch werkelijk af, waar ze dat soort prijzen vandaan halen. Hoe dan ook, het is een leuk boek. En nee, ik verkoop het niet. Zelfs niet voor vijfendertig euro. Het gaat mij om het tijdsbeeld van toen, dat dit boek zo mooi weergeeft. Dat is onbetaalbaar.