09 augustus 2016

Deskresearch

Twintig jaar geleden behaalde ik mijn HBO diploma. Ik was student in de tijd van de voorzichtig internet gebruiken met een modem Van werkstukken maken in WP5.1 en wel weten dat er zoiets bestaat als Windows 95, maar daar nog niet aan willen beginnen. In 1996 had ik, lagere school meegerekend, 20 jaar op school gezeten. En ik had genoeg geleerd, vond ik. Het werd tijd om te gaan werken. Serieus geld te gaan verdienen. In de praktijk brengen van alles was ik te weten was gekomen uit die stapels boeken en dictaten.

Dat viel tegen. Een passende baan was zo gevonden, maar met de opgedane vakkennis kon ik niet zo veel. Internet werd al heel snel volledig vanzelfsprekend en WP5.1 verdween rap naar het collectieve geheugen. Ja, ik had geleerd informatie te zoeken, te vinden en te rubriceren, maar dat werd met al die moderne technieken ineens een heel ander verhaal.

De studie was met het laatste jaar echt tegen gaan staan. Ik had een praktijkjaar achter de rug en het kostte me moeite terug de schoolbanken in te moeten, me weer in lesstof te moeten verdiepen. Nu koop ik zo maar een studieboek, omdat het me aanspreekt. Omdat het lijkt op dat waar het destijds op de bibliotheek opleiding om draaide. Maar dan geschreven in het nu.

Deskresearch is een handleiding voor het zoeken en verwerken van informatie. Door middel van een stappenplan wordt de lezer begeleid bij het opzetten en uitvoeren van literatuuronderzoek. Elk hoofdstuk gaat in op een specifieke fase van het zoeken naar informatie: van het formuleren van de zoekvraag tot de kwaliteit van de rapportage. Drie thema's krijgen speciale aandacht: het bepalen van de informatiebehoeften, het gebruiken van informatiebronnen en het beoordelen van de informatie. Ook is er veel aandacht voor internet als informatiebron en het gebruik van zoekmachines.

Zo luidt de samenvatting op bol.com. Het geeft de inhoud aardig weer. Dat het boek ook een dubbele bodem heeft, staat er niet in. Want dat heeft het alleen maar voor mij. En voor misschien nog iemand van mijn leeftijd of ouder, die het boek leest. Er staan dingen in, die voor de studenten van nu heel gewoon zijn, maar die mij doen grijnzen. Er was een tijd dat internet er nog niet was. Ja. De studenten van nu werden geboren toen ik zo ongeveer student af was, dus die weten niet beter dan dat er internet is.

Het handboek voor de Nederlandse pers en publiciteit en de Pyttersen's Almanak zijn niet alleen databanken, ze worden ook als boek uitgegeven. Voor de volledigheid wordt er nog even bij vermeld dat de papieren editie al veel langer bestaat dan de databank. Gos, anno jaren negentig hadden we nog maar amper een CD ROM. Bijna alles moest nog met behulp van indexen worden opgezocht. Databanken, die waren er wel, maar dat was heel complex. Iets met inbellen met een centrale server in Leiden en over de telefoon je zoekresultaten terugkrijgen. Als de computer je ten minste niet 'uit het systeem had gegooid'. Daar werd je toen nog niet kwaad om, dat gebeurde gewoon. Het was zelfs een beetje je eigen schuld. Je had 'm vast een hele moeilijke vraag gesteld en daar wist ie zich geen raad mee.

Een bibliografie is een overzicht van publicaties op een bepaald vakgebied. Werd vooral vroeger gebruikt, toen er nog niet zo makkelijk aan die publicaties te komen was. Tja, dat is nu ook een fluitje van een cent. Was toen ook wel anders. Ik heb wat af lopen emmeren om een tijdschriftartikel besteld te krijgen, waarvoor ik veel geld moest neertellen, terwijl ik er ook nog eens niets aan had. Maar ja, destijds moest je afgaan op de gegevens die je had. Dat was vaak niet meer dan een titel, auteur en een paar trefwoorden.

Tegelijkertijd is deze  tweede druk uit 2010 ook alweer achterhaald. Want er wordt nog over Hyves gesproken en LinkedIn is iets dat nog echt als zeer zinvol moet worden uitgelegd. Over Facebook ondertussen geen woord. In zes jaar kan er veel veranderen.

Van Deskresearch is een inkijkexemplaar beschikbaar. Er is geen derde druk meer van bekend.

31 juli 2016

Door's Groeitijd


Het boek werd voor het eerst uitgegeven in 1929, met illustraties van Freddie Langeler. In de jaren dertig gaf Kluitman het opnieuw uit. Het binnenwerk bleef intact, maar het omslag werd gewijzigd in een exemplaar van Hans Borrebach. Een derde druk, waarbij hij ook illustraties in het boek zelf verzorgde, is niet meer verschenen. Althans, de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek maakt er geen melding meer van.

Als je het verhaal leest, wordt duidelijk waarom. Het was ook voor jaren dertig begrippen al ouderwets. Een meisje dat na de Middelbare Meisjesschool naar de kweekschool gaat en vervolgens onderwijzeres wordt. Dat gegeven zou nog tientallen jaren mee hebben gekund. Het zijn vooral de details, die ook in de jaren veertig al achterhaald waren.

Door is een meisje dat onderwijzeres wordt. Ze geeft les aan kinderen die in klompen naar school gaan en op kousenvoeten de klas in moeten. Er zijn ouders, die zelfs te arm zijn om die klompen voor hun kinderen te kopen. Kinderen uit achterstandswijken, waar geen geld is voor de was of zelfs maar een wasbeurt. Ze zijn er letterlijk te vies om te dicht bij in de buurt te komen. Dat wordt ook echt zo geschreven. Door wil er wel lief tegen doen, maar ze kan het niet. Onderwijzers die kinderen in elkaar slaan, om ze zo te straffen voor het feit dat ze gestolen hebben. Het zou niet moeten mogen, maar wordt getolereerd. Door gaat op kamers kamers wonen en moet haar eten koken in een hooikist.

Nergens komt een auto ter sprake. Door bereikt haar nieuwe woonplaats, waar ze onderwijzeres wordt, als bijrijdster op een boerenkar. Er is nergens telefoon. En al voor je twintigste ben je volwassen genoeg om alles zelf te kunnen. Tante Louise, achterin de zestig, die nu toch echt een oude vrouw wordt. Het zijn allemaal signalen uit die tijd. En als je dat dik tachtig jaar later leest, waan je je echt in een voorbije wereld. Misschien dachten ze in de jaren dertig al zo en moest Borrebach er daarom toen al een omslag voor maken. Modern, voor die tijd. Maar te modern voor het verhaal.

Clara Asscher-Pinkhof, geboren in 1896, is zelf onderwijzers geweest. Ze trouwde in 1919, toen ze al een paar jaar voor de klas stond. Volgens haar biografie heeft ze les gegeven in de Betuwe. Door wordt onderwijzeres in Duursen. Een plaats die niet bestaat, maar ze hebben er wel kersen. En ze praten er dialect. Ik kom zelf uit de buurt van de Betuwe en herkende de taal die de schrijfster de bewoners liet spreken. Het verhaal zou dus heel goed autobiografisch kunnen zijn. Door wil namelijk ook nog schrijfster worden.

Het verhaal mag dan uitgegeven zijn in 1929, het speelt zich zeker twintig jaar eerder af. Toen waren er amper auto's en telefoons. Werd er, zeker op het platteland, nog gekookt met hooikisten. Dat was in de jaren twintig nog niet zo lang geleden, maar in tien jaar later deed het ineens ouderwets aan.

Achterin het boek staat een lange lijst van titels, die in deze serie te verkrijgen zijn, elk met een korte samenvatting. Er zijn veel verschillende illustratoren bij vermeld. Borrebach staat er nog niet tussen. Zijn glorietijd bij Kluitman moest dus nog beginnen. Hij zou er meer dan veertig jaar zijn geld verdienen.

Door's Groeitijd is gratis als PDF te downloaden.

25 juli 2016

Eindspurt

Deze Witte Raven Pocket heb ik tweedehands gekocht in 1996. Veel uit deze reeks komt uit die tijd. Het is het begin van mijn verzameling geweest. Als student had ik niet veel te besteden. Boeken waren een luxe uitgave. De tweedehands exemplaren waren bij het antiquariaat toen al behoorlijk aan de prijs. Een paar jaar later zou ik de rommelmarkten gaan bezoeken. Toen kwam ik tot de ontdekking dat antiquariaten altijd veel te veel voor hun spullen vragen. Maar dat wist ik twintig jaar geleden nog niet.

Het enige wat daar toen te betalen was, waren de pockets. Voor een Witte Raven werd één gulden, of één vijftig gevraagd. Dat kon er nog wel af. Bovendien waren ze klein van formaat, dus gemakkelijk mee te nemen in de trein. Ik heb ze heel veel al direct na aanschaf gelezen.

Eindspurt is het eerste deel van drie verhalen over 'het klaverblad'. Vier vriendinnen uit Gorinchem, wat Mien van t Sant 'Gorcum' blijft noemen. Marion Korteweg, Greet Brouwer, Fan Nijland en Ingrid van Loon. Ze zitten in het laatste jaar van 'de Industrieschool', waar ze elke dag met de trein naar toe reizen. Hans Borrebach heeft Marion op het omslag gezet, en de man naast haar is Niek Brouwer, broer van Greet, met wie ze zich al snel verlooft.

Marion Korteweg heeft een vader en een moeder in het buitenland. Ze is een Indische Nederlander, net als Greet. De vader van Greet was tropenarts en is in Indië overleden. Zij is toen met moeder en broer terug naar Nederland gekomen. De vader van Marion woont nog steeds in wat nu Indonesië heet. Niet meer samen met haar moeder, want die kon de ontberingen van het land niet langer aan. Marion woont bij bekenden. Ze voelt zich eenzaam en trekt zich al heel snel op aan de familie Brouwer.

Het verhaal kent eigenlijk vier hoofdpersonen. Het perspectief wisselt nogal eens. Zo gaat het in eerste instantie vooral over Ingrid, die een zieke vader heeft. Vader Van Loon overlijdt, waardoor ze moeten verhuizen naar een bovenwoning. Moeder Van Loon neemt een handwerkzaak over, samen met zus Triens. Vader Van Loon was fabrieksdirecteur, maar liet de familie kennelijk niet genoeg na, om zorgeloos te kunnen leven.

Van de zorgen van Ingrid gaat het naar de zorgen van Marion en via haar en Greet belanden we bij Fan. Die eigenlijk Corrie heet, maar door een oom Fantasia is genoemd, naar het door Walt Disney vertaalde sprookje. Fan heeft de vader met het vele geld en de moeder met verbeelding. Fan moet zich gedragen en opzitten. Zo iemand komt bijna in elk meisjesboek wel voor.

Het verhaal eindigt met de verloving van Niek met Marion. Vader Brouwer, die even in Nederland is, kan er en passant nog even zijn toestemming voor geven. Van trouwen komt voorlopig nog niets. Marion moet nog naar school en Niek studeert. Wordt vervolgd dus. Ook al, omdat de andere drie dames nog niet aan de man zijn.

20 juli 2016

In glijvlucht naar het geluk / Op vleugels door de storm

West-Friesland gaf het uit in 1959. Als je het zo tussen al die andere West-Frieslanden in de kast ziet staan, zie je geen verschil. Ook een band in kunstleer en een omslag van Borrebach. Illustraties van dezelfde schrijver. In dit geval de tekst dus ook. En wanneer je gaat lezen, merk je meteen dat dit een ander soort verhaal is. 

De vader van Sylvia van Wezel is een graaf. Hij heeft een goede baan en is daarnaast bestuursvoorzitter van een kostschool ergens op de Veluwe. Een ouderwets, vervallen instituut, dat na de dood van de directrice op zoek moet naar een nieuw schoolhoofd. Dat wordt dus uiteindelijk Sylvia. Niet veel ouder dan een jaar of tweeëntwintig, met als enige ervaring een paar tijdelijke baantjes in het onderwijs. Ze veroudert haar uiterlijk iets en gaat vervolgens aan het moderniseren. De kostschool verandert drastisch. Geld is blijkbaar geen enkel probleem. 

Ze begint met de inrichting van haar eigen kantoor, daarna volgt het lesprogramma en ten slotte komt er zelfs een geheel nieuwe school te staan. En passant komt er nog een beste vriendin voorbij, en een paar huwelijkskandidaten. Vriendin Letty werkt voor een filmmaatschappij. Ze neemt zweefvliegles, haalt haar brevet en trouwt uiteindelijk met de zoon van de architect die haar kostschool gebouwd heeft. Die Felix junior is weer een broer van Eric, de vriend en collega van Letty.

Het is niet alleen toevallig, het is ook nog allemaal heel onwaarschijnlijk. En er zitten fouten in, bovendien. Sylvia heeft een broer, die Renée heet. Maar wanneer je het zó spelt, heeft ze een zus. Eén of twee keer wordt hij inderdaad als René aangeduid. Consequent is Borrebach in elk geval niet. Eric heet in het begin Drunnen, en later heten hij en Felix Drunen. Aanvankelijk zijn het helemaal geen broers van elkaar, ook. Afstanden met de auto worden in recordtempo afgelegd. Sylvia kan met haar neef in één ochtend vanuit de Veluwe naar Amsterdam én Eindhoven om haar noodzakelijke inkopen te doen. En dan heeft neef Karel nog een oude, aftandse auto ook. 

Bovendien is het verhaal, voor de tijd, waarin het werd uitgegeven, gewaagd. Want Sylvia en Felix bedrijven de liefde, tijdens een bezoekje aan de Brabantse Vennen. Er wordt naakt gezwommen. Dat wordt  niet met zoveel woorden gezegd, maar tussen de regels door blijkt dat uit alles. 'Help me onthouden dat ik de volgende keer wel mijn 'malliot de bain' meeneem.' zegt Sylvia bijvoorbeeld tegen Felix. Waarmee dan badpak wordt bedoeld. Er staan meer van die niet-bestaande woorden in, bedoeld om het allemaal nog luchtiger te maken.

Het is onbegrijpelijk, dat West-Friesland dat bijna zestig jaar geleden uit heeft gegeven. Alsof ze niet kritisch hebben gelezen. Dat hebben ze misschien ook niet. Want 'iets met Borrebach' was toen synoniem met 'iets dat goed verkocht'. En dus hebben ze het manuscript aangenomen. En gepubliceerd. 

De uitgave werd rond 1970 overgenomen door Candlelight, die het een nieuwe titel gaf en Borrebach om een nieuw omslag vroeg. Daarmee heeft het niets meer van het meisjesboek uit de jaren vijftig. Maar eigenlijk is het ook nooit een echt meisjesboek geweest. Wel iets bijzonders voor de verzameling.  

28 juni 2016

Handboek voor etiquette : goede manieren en omgangsvormen

Zo lang boeken niet bladerbaar worden aangeboden op internet, zal ik ze daar niet aanschaffen. Nieuw niet, omdat doorbladeren de enige manier is, om er achter te komen of de inhoud me echt bevalt. En tweedehands niet omdat behalve de inhoud, ook de staat van het boek me moet bevallen.

Een Borrebach met een scheur of vouw, daar is overheen te komen. Maar het moet geen kleurboek zijn geworden. Of vol krassen staan. Ja, zulke exemplaren worden te koop aangeboden. Het overkomt me ook nog geregeld, dat ik boeken alsnog weg gooi. Als ik ze gelezen heb en constateer, dat het bij nader inzien niets is. Dit Handboek voor Etiquette, dat ik nieuw aanschafte in 2003, wordt nu een Handboek voor de oud papierdoos.

Ik heb het destijds alleen even vluchtig doorgebladerd. En pas onlangs echt gelezen. Toen ik het kocht, heb ik speciaal op het colofon gelet. Daar stond 2003 als jaar van uitgave in. Ik ging er van uit, dat twee jaar na de officiële invoering van de euro, er geen prijzen in guldens meer zouden voorkomen. Bij een boek van omstreeks de eeuwwisseling was dat nog wel mogelijk geweest, zo hield ik me voor.

Maar er worden dus nog wel overal guldens in genoemd. Het betekent dus, dat een uitgever een echt achterhaald manuscript heeft gepubliceerd. Als het een herdruk was geweest, zou dat in het colofon van dit boek moeten staan. Maar daar staat alleen iets over het copyright van deze uitgave. De catalogus van de Koninklijke Bibliotheek geeft me het antwoord. Ja, dit is een herdruk. De oorspronkelijke uitgave is uit 1996, verschenen bij Slingenberg Producties. Verba te Hoevelaken heeft alles klakkeloos overgenomen.

Natuurlijk, ik bezit meer achterhaalde boeken, ook op het gebied van etiquette. Maar van die boeken wist ik dat het achterhaald was, toen ik ze kocht. In dit geval wist ik dat niet. Maar ik weet het dus nu. Ik had eigenlijk ook beter moeten weten, toen ik het kocht. Deze uitgave komt namelijk bij Boekenvoordeel vandaan. En wie daar iets tegen een spotprijs koopt, mag absoluut geen eisen stellen.

De kloeke omvang van dit boek doet een degelijk naslagwerk verwachten en dat zou dertig a veertig jaar geleden ook terecht zijn geweest. De omgangsregels in de maatschappij anno 2003 zijn, behalve voor officiele gelegenheden, veel informeler geworden, zo luidt een recensie van bol.com. De veranderde bevolkingssamenstelling, de opkomst van mobiele telefoons, e-mail, andere dan christelijke feesten enzovoort worden in dit boek gemist. Een handreiking voor leven met en naast elkaar met respect voor ieders opvattingen is nodig, niet de strikte, formele regels die hier worden gegeven.

Het boek was dus zeven jaar ouder dan 2003. En in 1996 was de mobiele telefoon nog niet zo ingeburgerd, net zoals het gebruik van e-mail. Dat geldt waarschijnlijk ook voor die andere dan christelijke feesten. En ja, de afsluitende opmerking geen register, in de recensieklopt ook. Het was me nog niet opgevallen, maar die zit er inderdaad niet in. En daarmee is het, volgens de regels van het vak, ook geen echt naslagwerk. Je kunt er niets in terugzoeken. Handboek voor de oud papier doos, dus.

21 juni 2016

Stel je voor dat ik ging emigreren!

Inmiddels verzamel ik al wel vijfentwintig jaar meisjesboeken, met die voorkeur in de jaren vijftig en zestig. De meisjes, voor wie die boeken bedoeld waren, zijn zo oud als mijn moeder en haar vriendinnen. Ik ken dus nogal wat tienermeisjes persoonlijk, die inmiddels de zeventig naderen. Gelukkig wel, zo kan ik de tijd van toen een beetje relativeren. Nee, dat wat in boeken staat, is meestal niet helemaal waar. Maar dat wat in meisjesboeken staat opgetekend, komt niet eens in de buurt van de werkelijkheid van toen.

Stel je voor, dat ik ging emigreren, is het zoveelste verhaal van een meisje dat het land verlaat, de liefde achterna voor een betere toekomst. Alsof de meisjes van toen bij bosjes emigreerden. De meesten niet. De meesten waren als mijn moeder en haar vriendinnen. Een baantje na de middelbare school, wat in huis helpen en intussen wachten op de verloofde. Meestal ook niet zo'n knappe, resolute man met een goede positie, zoals ze in de boeken staan.

Like heeft een moeilijke strijd met zichzelf uit te vechten als haar beste vriend naar Australië emigreert. Ze heeft altijd sterk onder de invloed van haar ouders gestaan, die wel eens vaak over-bezorgd voor haar waren en die niet kunnen begrijpen dat hun dochter plots zo zelfstandig en op eigen benen wil gaan staan. 

Aldus de achterflap van de pocket. Like, als in Engels voor leuk, maar het was vast niet zo bedoeld. Het is gewoon Lieke zonder E. Ze heeft bespottelijk strenge ouders. Haar vader is leraar scheikunde en wordt door zijn leerlingen 'de dictator' genoemd. Haar beste vriend is een leerling van haar vader. Hij vertrekt met zijn ouders inderdaad naar Australië, nadat haar schoonzus in spé hen dat heeft geadviseerd. Het verhaal gaat ook over haar. Jolanda is verkoopster in een warenhuis en beseft dat ze emigreren als een walhalla heeft gezien. Ze gaat uiteindelijk niet mee.

Het verhaal gaat niet alleen over Like, of over Jolanda. Het gaat ook over zus Ida en haar vriend Anton, die gecharmeerd was van Like. Het gaat over de ouders van Like en over haar vriendin. Veel hoofdpersonen voor een verhaal. Het is geen verhaal. De korte hoofdstukken hebben allemaal een titel. Hoofdstukjes, die zo maar midden op een pagina beginnen. Wat het nogal rommelig lezen maakt. Het zijn zes, zeven verschillende verhaallijnen in één pocket. Met als thema emigreren. Stel je voor. En dat geïllustreerd door Borrebach.

07 juni 2016

Moet ik een 'begijntje' wezen?

Het is 1968, als dit boek verschijnt. De tijd van hippies, provo's en zo meer. Waar vijf jaar eerder moeder nog met een pot thee op dochterlief wachtte, moet ze nu uit werken, omdat vader niet meer leeft. Waar het huis vroeger een thuis was, daar gaan ze nu liever naar een stamcafé. En de mannen, die willen intussen seks voor het huwelijk. Want zo zijn mannen. Geworden. Ze waren het in het begin van de jaren zestig nog niet, in de boeken van Netty Koen-Conrad.

Louise woont met haar moeder en oma in een huis, en heeft nog wèl principes. Al vraagt ze zich wel af, waarom. Want iedereen is toch tegenwoordig vrij en niemand gaat toch meer als maagd het huwelijk in. Nee, niet elke kerel deugt. Ton van Claire deugt beslist niet en Con van Charlot laat haar zelfs zwanger achter. Wim, de zoon van haar chef, deugt wel en wordt haar vriend. Maar als ook hij zijn driften niet kan beheersen wordt Louise kwaad en smijt ze de deur voor hem dicht.

Om haar principes wordt Louise door haar vrienden Begijntje genoemd. De vrienden uit stamkroeg 'Nicolette', waar ze maar weinig komt als haar relatie met Wim een serieuze blijkt. Wim wil bij nader inzien nog best wachten met seks, tot ze getrouwd zijn. Gelukkig trouwen ze snel. Er is nog even iets over een uitzet bij elkaar sparen en een bruidsjurk passen.

Halverwege het verhaal trouwt moeder met de rector van de school waar ze lesgeeft en sterft oma. Ze voelt geen blijdschap voor haar moeder. Haar tweede vader biedt ook geen echt nieuw thuis voor haar. Al ziet ze wel in dat haar moeder er veel gelukkiger door wordt. Maar bij hen blijven wonen wil ze niet. Gelukkig kan er getrouwd worden. Als eerste uit haar vriendengroep. En hoeft Wim niet langer te 'wachten'.

Louise is dus een begijntje, maar ze heeft er geen spijt van. Een meisje moet als maagd het huwelijk in, hoe moeilijk dat soms ook is. Een meisje moet zich in kunnen houden, een man heeft zo zijn driften, die kan zoiets niet. Maar hij wil wel een maagd als hij trouwt. Iets liefs, iets wat nog niet beschadigd is. Vreemd toch, dat een paar jaar eerder mannen vooral wilskrachtig moesten zijn. En een goed salaris moesten hebben. Driften, daar had hij geen last van. En de mannen die het wèl hadden werden resoluut bij de eerste te directe toenadering afgewezen. Ze gaven hem nog geen kus, Mieke, Joan en Loes.

Nu is alles anders. En het werd er niet beter op. Het resultaat was een krampachtige poging van de schrijfster om de moderne tijd bij te benen. Uitgegeven door West-Friesland, in de nog altijd bestaande Zonne-reeks. Waar Herson alias Herry Behrens intussen de vervanger van Hans Borrebach was geworden.