07 april 2017

Fietsclub Krap bij Kas gaat over de grens

Herry Behrens maakte weer een mooie omslag. Ina en op de achtergrond Irene, Anneke en Roelien zijn duidelijk de grens over. De omgeving is niet Nederlands meer. Waar ze precies zijn wordt niet duidelijk. De tekst op de achterkant helpt je als lezer ook niet verder. Vakantietijd! Fietsclub "Krap bij Kas heeft de plannen voor een nieuwe fietsvakantie al gesmeed. zo begint het. Dat is niets nieuws. Zo zijn de vorige drie delen in deze serie ook begonnen.

Nu, dat belooft weer wat te worden. Bovendien is voor het eerst de clubkas goed gevuld, dus niets staat Anneke, Ina, Irene en niet te vergeten de vrolijke Roelien, meer in de weg. Na de laatste goede raadgevingen van hun ouders gaan de vriendinnen van start en bepakt en bezakt trappen zij richting de grens, op naar het zonnige zuiden...

De volger van deze serie is er niets mee opgeschoten. Waar gaat het verhaal dan precies over? Heeft de redacteur, die deze tekst schreef, zélf het verhaal wel gelezen? Maar misschien was dat ook wel de bedoeling. Niet te veel prijsgeven van de inhoud, zodat de lezers het vanzelf gaan kopen.

In het vorige deel hebben de dames twee Franstalige Belgen leren kennen, die de wielersport beoefenen. Ze hebben er vriendschap mee gesloten en gaan hen opzoeken. Ze logeren in een oud kasteeltje. De Limburgse zusjes Ploeger gaan met hen mee. Het zijn echte vriendinnen geworden, toch komen ze op het omslag niet voor. De dames nemen deel aan een wielerwedstrijd, die ze uiteraard winnen.

Krap bij Kas bestaat uit vier meisjes van onbekende leeftijd, aldus een recensie. Dat heb ik me inderdaad ook altijd afgevraagd, toen ik het als twaalf, dertien jarige voor het eerst las. Hoe oud zijn ze nou eigenlijk? Oud genoeg om zelfstandig op pad te gaan. Ze spreken allemaal behoorlijk Frans ook. Zestien? Zeventien? Je komt er niet achter, want nergens wordt over school gesproken.

Die wielerwedstrijd, daarvan is van te voren al bekend dat ze zullen winnen. Voorspelbaar, evenals de andere belevenissen. Ook daar was ik het zelf in de jaren tachtig al mee eens. Dat het wel allemaal heel toevallig is, dat de meiden een wedstrijd winnen als ongeoefende vrouwelijke scholieren, tegenover mannelijke semi profs.

Zoals in zo veel van dit soort series is er binnen het groepje een meisje dat intelligenter, ondernemender, meevoelender is dan de anderen, zo staat er ook nog. Daarmee wordt waarschijnlijk Roelien bedoeld. Irene is te brutaal, Anneke te verlegen en van Ina verneem je gewoon niet zo veel. Dat is de bladvulling. Maar ook Roelien's karakter is niet verder uitgewekt.

Wee zouden het als lezers ook niet meer te weten komen. Dit werd het laatste deel over de fietsende meisjes. Yvonne Brill was waarschijnlijk al weer bezig aan haar volgende boek voor Kluitman. Ze zou er zo tientallen schrijven. Wordt daarom misschien toch nog vervolgd.

20 maart 2017

Marja houdt de zonkant

Marja van Dam's moeder is overleden. Marja woont in huis bij haar broer en schoonzus. Ze heeft het er niet naar haar zin. Broer Ernst is heel veel weg voor zijn werk en zijn vrouw Lucy is een akelig spook. Marja's vader is schipper op de grote vaart. Uniform, zware stem. Een autoriteit, die ook veel van huis is. Wat moet Marja doen, nu ze haar examen heeft gedaan?

Ze probeert het een tijdje intern, bij een muzieklerares. Daar is het allemaal niet zo ideaal als haar in eerste instantie werd voorgehouden. Gelukkig is daar haar vriendin Judy, met een moederlijke inslag. Beetje gezet, vol verantwoordelijkheid voor haar jongere broers. Ze heeft haar beide ouders nog en om die reden komt Marja niet veel bij hen thuis. Ze kan de confrontatie niet aan. 

Bij de muzieklerares kan en wil Marja niet blijven. Ze solliciteert als kindermeisje bij een Frans-Nederlandse familie. Welgesteld, met een mevrouw die van luxe houdt, maar niet weet hoe ze met haar kind om moet springen. Marja weet dat wel. Ze kan het ook goed vinden met de huishoudster en de kokkin. Maar Eugène, de broer van de heer des huizes, is een akelige fat. Voor zijn charmes valt ze niet. 

De familie Deltours is ook niet alles. Maar wat dan wel? Waar kan ze naar toe?  De heer en mevrouw Deltours gaan op wintersport en zoals gebruikelijk, verongelukt mevrouw. Netty Koen-Conrad heeft al zo vaak mevrouwen waar ze zich geen raad meer wist laten overlijden door roekeloosheid. Meneer komt uiteraard gebroken terug en voor de kleine Yvonne komt een kinderloze tante uit de lucht vallen.

Ditmaal valt Marja niet voor de charmes van meneer Deltours. Dat blijft een verstrooide man met veel geld. Het had gekund. Zulke boeken heb ik ook. Dit keer laat de schrijfster Marja doen wat ze al veel eerder had gekund. Bij Judy intrekken en bij de KLM solliciteren. Judy woont op kamers. Ze verloofd met een oud klasgenoot en heeft een baan als telefoniste bij de KLM. Ook Marja wordt er aangenomen, maar dan als stewardess. 

In een onwaarschijnlijk snel tempo - twee maanden - doorloopt ze een opleiding, die eerder twee jáár had moeten duren. Ze leert over luchtstromen, kinderverzorging, valutakoersen. Ze leert Spaans,  de toeristische trekpleisters van elke plaats, het weerbericht opnemen. Uiteraard alles in het mooie, grijsblauwe uniform dat Marja zo flatteert. Ze zal een modelstewardess worden. Niet te lang, uiteraard, want al binnen een paar maanden komt ze Sjoerd Stevenga tegen. Een stoere, blonde boer uit Friesland. Een heerboer, waarvoor Marja maar al te graag haar vrijgezellenbestaan in het grote Amsterdam wil opgeven. 

Want hield ze niet altijd al veel meer van de buitenlucht? Dat Friesland wel het andere uiterste is, daar wordt niet meer over gepraat. Ze zal honderden kilometers bij haar trouwe vriendin Judy vandaan komen te zitten. En haar vader, wanneer hij nu weer aanmeert in de haven, zal ook nog niet zo maar in Friesland zijn. Nog eenmaal treft ze haar broer in de stad. Het wordt maar een kort gesprek. Ook hem heeft ze niet meer nodig. 

Behalve dat dit verhaal veel bekende elementen bevat, heeft het ook een moraal. Je moeder is onvervangbaar. Vrouwen, die je niet kent en die je liefdevol in huis willen nemen zijn in werkelijkheid heksen. Aan een moederlijke vriendin heb je al veel steun, maar het beste is nog een recht-door-zee man, met wie je snel kunt trouwen. 

14 maart 2017

Dromen, durven, doen

Het was dé hit van het nieuwe millennium. Zo'n twintig jaar geleden verschenen er veel meer van die alles-kan-als-je-maar-wil boeken, maar deze was realistisch. Ben Tiggelaar deed er eerlijk over. In duidelijke, kleine stappen werd uitgelegd, hoe je van een droom in een daad kon overgaan.

Het boek verscheen na een paar jaar in een goedkope editie bij de Flair. Gratis voor abonnees, waar ik er toen één van was. Juli 2005, heb ik er voorin gezet. Alweer bijna twaalf jaar geleden. Ik werkte toen in Utrecht bij een groot consultantskantoor en kan me herinneren, dat ik het destijds in de trein heb gelezen. Met oordopjes in. Daarna is het in een van de kasten verdwenen en heb ik het nooit meer gelezen. Tot gisteren.

Mijn abonnement op de Flair zei ik ergens in 2007 of zo op. Het leuke tijdschrift van weleer, met verhalen, puzzels en een leuke strip was verworden tot een glossy met alleen maar feelgood verhalen. En dat stond me tegen. Maar eigenlijk is dat boek van Tiggelaar net zoiets, achteraf gezien. Ik kan me er ook niets bij voorstellen. Na elk hoofdstuk méér het idee krijgen: zo werkt dat dus niet.

Er staan passages aangestreept met potlood. Dat doe ik nog altijd als ik iets wil onthouden. Blijkbaar vond ik het toen belangrijk. Als ik het nu teruglees, doet het me nauwelijks meer wat. Ja, Gewoontes zijn dingen die je onbewust doen. Anderen herkennen je aan je gewoontes. Aan de dingen, die je dag in dag uit doet. Maar misschien ben je zelf heel anders, diep van binnen. Wil je eigenlijk veel liever een heel andere baan.

Dat klopte wel, in 2005. En die kreeg ik ook. Sneller dan verwacht. De afdeling waar ik werkzaam was, werd opgeheven en mijn contract niet verlengd. Ik moest weer solliciteren. En als er iets haaks staat op boeken als Dromen, durven, doen, dan is het dat wel. Zoeken naar een baan. Die niet vinden. Die gedeeltelijk vinden, solliciteren en afgewezen worden. Een droombaan vinden en óók afgewezen worden. Solliciteren en helemaal niets meer horen. Tot ik uiteindelijk, maanden later, een baan vond, die leuk was, maar veel te ver weg. En wederom tijdelijk bleek.

Ik ben al lang opgehouden met dromen. Durven en doen waren vaardigheden die ik ook in 2005 al wel had. Ik ben niet bang aangelegd, maar heb geconstateerd, dat veel dingen gewoon niet te bereiken zijn. De droombaan bestaat niet. Net zo min als het droomhuis, de droompartner en precies het ideale gewicht. Dat vind je ook niet met hulp van een veelgelezen boek van Tiggelaar. Goed is goed genoeg.

06 maart 2017

Bielzenblues : Vrienden

Bielzenblues was een stripje van drie plaatjes, dat dagelijks in de gratis krant Metro verscheen, zo rond de eeuwwisseling. Getekend en geschreven door Maarten Pathuis. Hij bundelde de eerste strips tot een boek en gaf het in eigen beheer uit. Ik bestelde het prompt. Want Pathuis was mijn held, in die tijd. Ik kende 'm al van zijn plaatjes in de Intermediair, maar de Metro variant was nog honderd keer leuker.

Rond 2000 reisde ik nog van maandag tot en met vrijdag met het OV naar het werk. De reistijd in de trein doodde ik met het lezen van de Metro en de Spits. De Metro had mijn voorkeur. Ik begon elke dag met het zoeken naar de Bielzenblues. Een nieuw verhaaltje van Wim en Henk. Twee treinforenzen van rond de veertig. Mannen die al honderd jaar naast elkaar in de trein zitten. Ze zouden hun leven wel anders willen, maar weten niet zo goed hoe. Dus blijft alles bij het oude.

Die vreselijk herkenbare kantoorsukkels die wanhopig naar gespreksonderwerpen zoeken. Je zag en hoorde ze in elke trein. Ze zijn er waarschijnlijk nog steeds. En praten, net als Henk en Wim, over de vakantie naar Appelscha of Winterberg. De APK van de Hyundai Pony (uit 1978). Het millenniumprobleem dat niet bleek te bestaan. Of toch, de friteuse uit de kantine deed het op 1-1-2000 ineens niet meer. Rond 5 december als Sint en Piet de trein in en dan een bekeuring krijgen omdat je geen abonnement kunt vertonen. Dat zat nog in je regenjas en nu heb je een tabbert aan.

Ze bespraken de actualiteit van de dag. De opkomst van Pim Fortuyn, de eerste uitzendingen van Big Brother en vooral het wel en wee van de spoorwegen. Na 11 dagen gestrand te zijn in een weiland is de redding nabij. Mariniers? Ambulances? Eten? Nee. Tineke Netelenbos met een bladblazer. Ik heb een ochtendhumeur, dat had ik toen ook al. Maar bij het lezen van Bielzenblues moest ik toch elke morgen weer even grinniken.

Dagelijks een stripje af moeten leveren is veel werk. Ook al zijn het dan maar drie plaatjes in een eenvoudige omgeving. Ze zaten immers bijna altijd in de trein. Maar dat Pathuis het na een paar jaar voor gezien hield, bij gebrek aan inspiratie is goed te begrijpen. Er kwamen andere stripjes voor terug, die een stuk minder leuk waren. Henk en Wim verdwenen in het collectief geheugen.

In dit eerste stripboek wordt nog een vervolg aangekondigd. Dat is helaas nooit meer verschenen. Gelukkig tekent Maarten Pathuis nog altijd in de Intermediair.


28 februari 2017

Een popster te paard

De titel zegt alles, het omslag zegt niets. Er komt een zanger logeren op De Witte Hengst, met zijn eigen paard. Een charmante zanger uiteraard, die het hoofd van vele meisjes op hol brengt. De zanger van dé popgroep van het moment. En het meisje van zijn dromen moet eigenlijk helemaal niets van hem weten. Ze vindt hem maar een verwaand ventje. Maar als ze hem beter leert kennen wordt alles anders.

Nog vóór ik een letter in dit zesde deel van het jeugdhotel had gelezen, wist ik al dat het zo gaan zou. De band blijkt Pink and Purple te heten. Roze en Paars. Zou er ooit een band met uitsluitend mannelijke leden ook maar op het idéé gekomen zijn, zich zo te noemen? Daar had Helen Taselaar toch wel wat langer over na mogen denken. Ze heeft het niet gedaan. Over de werkelijke inhoud van het verhaal is ook niet bijster lang nagedacht, trouwens. Dat komt regelrecht van het kopieerapparaat van alles wat ze eerder schreef, voor Kluitman.

Het meisje op de omslag heet Linda Montijn. Ze gaat na de vakantie naar zes atheneum. Hoewel ze goed kan leren, is ze helemaal niet met school bezig. Wel met zingen. En met paardrijden. En uiteindelijk ook met Joey, de zanger van de meidenkleurenpopgroep.

Een recensent maakt er, zoals zo vaak bij dit soort boeken, gehakt van: Leesvoer voor niet-veeleisende meisjes, van 12-14 jr. Een verhaal van dertien in een dozijn. Even later gevolgd door: In het boek staat niet één illustratie, zoals de tekst op de achterflap suggereert. Geïllustreerd houdt hier dus in: de omslag. Dat is inderdaad waar. Maar in dit geval niet zo erg. De omslag is van Ab van Houten en spreekt totaal niet tot de verbeelding. Eén tekening van de beste man was dan ook meer dan genoeg.

Op de laatste pagina verklaart Joey, zanger van een jaar of vijfentwintig zijn liefde aan de achttienjarige Linda, die nog eindexamen moet doen. Hij houdt van haar en gaat dat ook steeds meer doen. Wat Linda gaat doen spreekt voor zich. Eerst examen en daarna trouwen, natuurlijk. Wat zou je anders willen, met een atheneumdiploma op zak, ergens rond 1990?

In die tijd was ik zelf ook achttien en had ik vriendinnen in de laatste klas van het atheneum. Die meiden wilden studeren, aan de universiteit. Ze volgden met belangstelling al hun lessen en schreven, in mijn ogen, moeilijke werkstukken. Maar met mannen hielden ze zich totaal niet bezig. En áls ze al verliefd waren, ging dat zeker niet ten koste van school. Want daarvoor zaten ze niet op het VWO.

Van dat alles lees je in dit verhaal niets. Wel wordt nog even een toespeling op deel zeven gemaakt. Het verhaal eindigt met de opmerking: Ja, en wat ze allemaal nog met Daniëlle op de Witte Hengst gingen beleven, wist Edith toen nog niet...En dat was maar goed ook!

Deel zeven zou echter nooit meer verschijnen. Wat die nieuwe medewerker van het jeugdhotel allemaal nog zou gaan uitspoken, blijft dus voor ons lezers een raadsel. Waarschijnlijk had ze een man leren kennen, van een paar jaar ouder. Een knappe, arrogante kwast met een paard,die de meisjes om zijn vinger kan winden, maar kiest voor Daniëlle. Zoiets.

24 februari 2017

Documentaire 20e eeuw : Kroniek en aanzien van onze tijd

Bijzonderheden: 3 linnen banden met 52 tijdschriften, veel achtergrond en foto's. Prijs: € 45. Verzamelbanden. 25x32,5 cm. foto’s. ill. Complete set van 52 tijdschriften verdeeld over 3 banden. Prijs: € 60. 
Hardcover linnen cover met 52 delen. Met de meest bijzondere hoogtepunten van deze eeuw in binnen- en buitenland. Prijs: € 30. 
Schitterend 3 delig naslagwerk met veel foto's. Prijs: € 27,50. Onderbieden is zinloos. 

Zo maar wat advertenties waarin dit werk te koop aangeboden wordt. Ik heb het ook. Alle 52 delen, in 3 linnen banden. Gekocht op de rommelmarkt voor € 5. Ze waren niet te tillen. Ze zijn om die reden ook bijna niet te lezen. Groot en zwaar. Je moet met zo'n complete band aan tafel gaan zitten, of in de bank met je benen horizontaal. Zodat in elk geval het boek ergens op steunen kan. Of je haalt zo'n los nummer uit de band en leest het als een tijdschrift. Maar dan moet je het er naderhand weer terug in zien te krijgen.

Wat uitgeverij Waanders op de markt brengt / bracht is vaak de moeite waard. Dat was ook mijn overweging, om deze banden destijds aan te schaffen. Of het in dit geval ook van toepassing is? Ik weet het eigenlijk niet. De ondertitel: aanzien van onze tijd, doet vermoeden dat het lijkt op de onverwoestbare Aanzien-serie. En dat is ook zo. Dat merk je, als je zo'n band doorbladert.

De twintigste eeuw was vooral ellende, als we deze kroniek moeten geloven. Oorlogen, hongersnoden, staatsgrepen. Zo af en toe een huwelijk en een troonswisseling, maar dan wel tegen de achtergrond van krakersrellen. Omdat de uitgave uit begin jaren negentig is, gaat het laatste nummer over de machtswisseling tussen Grobatsjov en Jeltsin. Dat geeft, achteraf, een onvolledig gevoel. De twintigste eeuw duurde immers nog tien jaar langer.

Er staat niets meer in over Irak en de golfoorlog. Over Bosnië, Servië en Kroatië. De watersnood en evacuatie van het rivierengebied. Geen Bijlmerramp. Het moest allemaal ook nog gebeuren. Voor een échte kroniek had Waanders daarover toch ook nog moeten berichten. Het is niet gebeurd. De afzonderlijke deeltjes laten zich lezen als tijdschriften. Er is geen index gemaakt over het geheel, iets wat een overzicht als dit toch wel had moeten hebben.

En, heel praktisch, het past niet in de kast, tenzij je het plat legt. De banden zijn te hoog voor de gemiddelde boekenplank. Bovendien hebben de tijdschriften weliswaar glanzend papier, maar trekt het krom als je het rechtop zet. Zo wil je je naslagwerk toch ook niet de geschiedenis in laten gaan. Moet het eigenlijk nog wel mijn geschiedenis in? Gisteren heb ik weer eens een deel doorgebladerd. Het ligt me eigenlijk vooral in de weg.

De Documentaire 20e eeuw is vooral iets wat je op een studiezaal moet neerleggen. In een bibliotheek of archief. Scholieren kunnen er nog wat uithalen voor een spreekbeurt misschien. Maar ja, die hebben tegenwoordig voor alles internet paraat. Die zoeken niets meer op, via papier. Zo wordt zo'n naslagwerk uiteindelijk gewoon weggegooid. Opgeruimd anno 21e eeuw: we plaatsen het te koop op Marktplaats of Boekwinkeltjes.

14 februari 2017

Burgemeesters Tweeling

Het heette oorspronkelijk De Stormers, omdat Storm hun achternaam was. Maar na een paar drukken werd het toch een minder goed gekozen titel. Zo ontstond Burgemeesters Tweeling. In twee edities geïllustreerd door Hans Borrebach en later nog door Herson, het pseudoniem van Herry Behrens.

Wat vond men van deze Van Marxveldt? In de jaren dertig werd het boek nog tegelijk besproken met een van haar andere boeken, De Kingfordschool, en daar ging toen de voorkeur al naar uit. In de jaren zestig, toen de tweeling inmiddels al talloze malen was herdrukt, was men nog iets minder aardig. Deze Cissy van Marxveldt-herdruk haalt het niet: in vergelijking met een boek als "Een zomer-zotheid" heeft dit verhaal niet die humor en boeiende intrige om de veroudering te weerstaan. Een mooie recensie voor: het boek is voorgoed uit de tijd.

In de jaren na de oorlog maakte Borrebach er zijn eerste omslag voor. In de bekende filmsterren variant, die zo heel erg goed verkocht. En die ook best nog wel bij de inhoud past, bovendien. Borrebach las de boeken die hij moest illustreren zelden, zo zei hij later, maar voor Cissy's werk maakte hij een uitzondering. Dat kon hij waarderen. We zien hier overigens alleen Juut, Jaap doet er voor het omslag blijkbaar niet toe.

Het verhaal van Juut en Jaap, de tweeling van de burgemeester. aldus de flaptekst op de eerste Witte Raven editie. Een gezellig en leuk boek van Cissy van Marxveldt, dat in de gebonden reeds vele drukken beleefde. Die melding moest de jonge lezers waarschijnlijk over de streep trekken. Iets dat vaak herdrukt is, moet vast leuk zijn. De lezers zien Jaap ook terug op het omslag. Een tweeling is ook altijd met twee.

In de Herson-uitgave begint de flaptekst met: Juut en Jaap de tweeling van de burgemeester, beleven op school de gekste dingen, maar thuis valt het vooral voor Juut, wel eens niet mee. Het is dan inmiddels al ver in de jaren zeventig. Herry Behrens maakte er zoals altijd nog een sprekende omslagtekening bij. Eentje die totaal niet paste bij de inhoud. En geen woord meer over een zoveelste herdruk.

We zijn dik dertig jaar verder. Inmiddels zijn de boeken van Cissy van Marxveldt al lang cultureel erfgoed. Ja, ik bezit Burgemeesters Tweeling ook. Wat ik er van vond, toen ik het gelezen had? Het lijkt vooral heel erg op allerlei andere verhalen van Cissy van Marxveldt. Het euvel waar meer schrijfsters aan beginnen te lijden, als ze langer bezig zijn.