25 juni 2009

Alleen de liefde telt


't Is zo'n Kluitmannetje, met een omslag van Herry Behrens. Geen pocket in de Jeugdserie, maar in de Romanserie. Voor een jaar of tien terug kwamen ze ineens met honderden tegelijk op de rommelmarkt te liggen. En zo af en toe kocht ik er een, als het verhaal me aanstond. Een aantal heb ik na het lezen ook meteen bij het oud papier gegooid, onder het motto: te waardeloos om te bewaren.

Alleen de liefde telt, van Tessa van Es, heb ik wel bewaard. Of het de moeite waard is? Tja. Er gebeurt weer heel veel tegelijk, wat eigenlijk niet kan.

Jella werkt in een boekwinkel. Ze is negentien en woont samen met haar moeder en stiefvader. Haar moeder is hertrouwd, met een man, die graag een beetje over Jella vadert, maar dat wil Jella absoluut niet. Ze moet ook de deur uit, mensen leren kennen. Dat wil ze eigenlijk ook niet, maar ze doet het toch. Zo leert ze Ellen kennen. Dat wordt haar vriendin. Ze gaan samen op ballet en samen naar de soos.

De ontmoetingsplek van de jaren zeventig en begin tachtig, in een oud gebouwtje, met een beheerder die Meindert heet, en visnetten aan het plafond. Jella en Ellen maken er kennis met een tweeling. Anton en Menno Schenk. Ze zijn eigenaars van... een boekwinkel. Anton is aspirant schrijver. De vriendinnen tikken het manuscript uit op de typemachine en raken met de tweeling bevriend. Zeer bevriend.

Anton en Menno zijn opgevoed door hun tante. Met hun vader hebben ze geen contact meer. Hun moeder is overleden. Niet veel later komen ze vader weer tegen... het blijkt de stiefvader van Jella te zijn. Jella en Anton zijn het samen zeer eens. Jella gaat een poosje op zichzelf wonen. Hoewel het niet meevalt iets te krijgen, dat wordt dan nog wel verteld in het boek, heeft Jella meteen geluk. Anton ook. Natuurlijk wordt zijn boek uitgegeven en natuurlijk is het een succes.

Tante Martha blijkt de oude liefde van vader. Een probleem dus, voor de rest van het o zo gelukkige gezin. Dus wordt ze ziek en sterft, maar niet nadat ze om vergeving heeft gevraagd en deze ook heeft gekregen. Met Ellen gaat het ook even wat minder goed. Ze blijkt aardig te kunnen schilderen en haalt met haar schilderijen meteen een bijdrage in een boek binnen. Collega Bert blijkt een fotograaf van sexbladen en bijna zou ze zich met hem inlaten. Maar dan is er Menno en die wil wel met haar trouwen.

Jella en Anton zijn dan al getrouwd. En ze krijgen nog een tweeling ook. Leuk en onverwacht slot, maar verder.... een beetje al te gemakkelijk en vanzelfsprekend. Want hoe veel tijd er nu precies is verstreken, tussen de eerste kennismaking en de zwangerschap, wordt niet duidelijk. Maar het lijkt maar een paar maanden te zijn. Enfin. Maar weer terug in de kast zetten. De tekening op de voorkant is wel weer mooi. Als altijd, bij Herry Behrens, trouwens.

23 juni 2009

Idylle op de 'Morgenster'


Waar Netty haar inspiratie vandaan haalde, weet ik niet. Ze leverde gewoon elk jaar een nieuw boek af. Soms viel haar het verhaal zo in, soms ook niet. Maar altijd was er weer de uitgever, die aan de telefoon hing. Of het wilde vlotten met haar nieuwe boek. Ze had nog een paar maanden, dan wilde hij toch wel weer wat nieuws op de markt brengen.

Zo moet Idylle op de 'Morgenster' geschreven zijn. Met de deadline van de uitgever in het achterhoofd. Gauw maar weer een nieuw verhaal. Met bestaande elementen. Ernst en zijn moeder komen inwonen bij Maud en haar ouders. Ernst is Maud's nieuwe chef. En wat voor een. Dat is ook de verhaallijn van 'En toch werd de einder blauw'. De vader van Truusje handelt in bont, net als meneer Moss in 'Ineke en Anneke hebben een baan'. Maud moet naar het ziekenhuis, Ernst bezoekt haar met een bos bloemen en vindt haar er zo lief uit zien in haar bedjasje. Precies als Jeff en Joan in 'Cupido speelt kiekeboe.' Maud wordt ook wel Maudy genoemd door haar moeder, zoals Joan door haar moeder Joany genoemd wordt.
Allemaal al eerder gelezen, dus.

En het slot van het verhaal? Nou, er gaat getrouwd worden. Ook al is er het probleem van de woningnood. Geen nood. Ernst, chef van kantoor, bouwt gewoon een boot. Dat kan hij, schijnbaar. Inclusief keuken met ingebouwde schoorsteen, dressoir en boekenplanken. En hij houdt het tot het einde toe voor Maud geheim. Behalve dan de naam. Die mag ze nog niet weten.
Die verklaring bewaart Ernst tot de laatste bladzijde:

'Toen wij elkaar vonden liepen we vergezeld van de morgenster naar jouw huis. Maar hier begint onze idylle, liefste, in ons huis, van jou en mij, waar Venus het hoogste woord zal voeren.'

Nee, Netty had er echt moeite mee, dit keer. Iemand die zo tegen je praat is geen vlotte, sportieve zeiler van dertig, maar iemand van minstens twee eeuwen oud.

06 mei 2009

Eind goed, al goed

Ze heeft het opgedragen aan haar ouders, dit boek. En het verhaal heeft een vervolg, dat 'Je kunt niet alles hebben, Marijke!' heet. Dat draagt ze op aan Pim.

Pim is ook de naam van de buurjongen, verloofde en later man van Marijke Bosman. Maar voor het zo ver is, moet Marijke na het behalen van haar diploma eerst een baan zien te vinden. Oom Adriaan, 'de verstokte vrijgezel' en broer van vader, weet iets voor haar. Een baantje in de bibliotheek van de universiteit Delft. Natuurlijk doorloopt ze de sollicitatie glansrijk en zo tramt Marijke vanaf dat moment dagelijks heen en weer van bibliotheek naar huis.

Op het platteland is tegelijkertijd Annie van de Heuvel gediplomeerd van school gekomen. Haar ouders zien haar graag getrouwd met de jonge onderwijzer Jacob. Annie voelt niets voor hem. Wel voor het baantje in de bibliotheek dat ze kan krijgen via Mattie, het moderne zusje van haar vader, die eigenlijk Maartje heet. Vader en Moeke moeten er niets van hebben, maar ze gaat met Mattie mee naar Delft. En Jacob krijgt de bons.

Annie krijgt een permanente plaats in het uitleenbureau, Marijke op de postkamer. Gé en Lous verlaten de bibliotheek, na hun nieuwkomers ingewerkt te hebben. 'Om zich voor hun a.s. huwelijk nog wat te bekwamen in het huishouden'.
Ted Tans, werkt er ook nog. Ze is secretaresse. En Hanja. Maar dat is meer ter bladvulling. Vrolijke, onbezorgde meiden, om het verhaal wat levendiger te maken. De directeur- bibliothecaris heet Reynders en zijn assistent Ric Henken. Hij is blond met blauwe ogen. Jong nog, en gecharmeerd van Ted. Maar die moet niets van hem hebben. Carla Boomsma, de nieuwe medewerkster van het uitleenbureau weer wel. Veel zelfs.

Gelukkig blijkt Carla niet goed voor haar werk en wordt ze ontslagen. Ted wijst Ric op Annie, die altijd al verliefd op hem was, maar dat niet durfde te zeggen. Ze opent Ric de ogen. Annie en Ric verloven zich in een mum van tijd. En Marijke, die eerst nog even onder de indruk is van de stadse Eugène met zijn verwijfde manieren en zijn ontrouw, ziet in, dat Pim de ware voor haar is.

En dan zijn we er nog niet. Want zelfs voor oom Adriaan komt het goed. Die verliest zijn hart aan Mattie, en omgekeerd. Aan het eind van het verhaal zijn dus alleen Hanja en Ted nog vrijgezel. Maar daarvoor bedacht E.M. Zwart- van den Bergh dus deel twee. Dat bezit ik ook. Maar het is wel al te vanzelfsprekend. En dertien in een dozijn. Dit eerste deel is leuk. Al was het alleen maar, omdat het zich in een bibliotheek afspeelt.

Eentje waar de catalogus nog uit grote ladenkasten bestaat. Waar tijdschriften nog ingebonden worden en waar de uitleenadministratie nog uit duplicaatbonnen bestaat. Eentje uit de jaren vijftig. Waar een versgezet kopje koffie nog een van de grootste attracties is, vooral als deze verleidelijk geurt door de gezellige keuken.

10 april 2009

Brieven... brieven... en nog eens brieven


  • Als u schrijft aan een dokter, zet u dan boven aan de brief weledelgestrenge heer, zeer geachte heer Heilweg of meneer de Dokter?
  • Als u schrijft aan een ongetrouwde vrouw zet u dan boven de brief Geachte mejuffrouw, Mejuffrouw of Zeer geachte mejuffrouw De Wit?
  • Als u uw brief typt, gebruikt u dan een dubbel velletje postpapier, ruitjespapier of wit briefpapier?

Gelukkig hoef ik over het antwoord niet na te denken, ook daar heb ik een Maraboekje voor. Brieven... brieven... en nog eens brieven, heet-ie. En de inhoud is weer net zo mooi als in Wij ontvangen. De brief die u verzendt, vertegenwoordigt u. U moet hem verzorgen zoals u uw toilet zou verzorgen als u op bezoek ging bij de geadresseerde.


Er staat een lijst in met titulatuur. Hoe precies een visitekaartje van een man en vrouw er uit moet zien. Waar je het voor gebruikt. Dat privé postpapier aan te raden is. Maar ook honderd voorbeelden van brieven. Voor elke gelegenheid. Je kunt het zo gek niet bedenken, of het staat er tussen.

Verloving. Brief aan de vader van het meisje: Zeer geachte heer Van der Horst, Nu het mij niet mogelijk is persoonlijk naar u toe te komen, wilt u mij wel toestaan schriftelijk de hand van uw dochter Liesje te vragen....

Antwoord daarop van vader Van der Horst: Beste Hugo, Zoals je zult begrijpen was je brief geen verrassing voor me. Je bent al geruime tijd vaste gast in ons huis en je weet dat wij je graag mogen....

Suggestie voor Liesje van der Horst aan haar beste vriendin: Lieve Annemieke, Dit briefje dient om je een groot nieuwtje te vertellen. De kogel is door de kerk! Je mag me feliciteren. Vader en moeder vinden het goed dat Hugo en ik ons met Kerstmis officieel verloven...

Waarop Annemieke zou kunnen antwoorden: Lieve Liesje, Kindlief wat een heuglijk nieuws! Geweldig zeg! Ik vond al dat Hugo en jij geweldig goed bij elkaar passen....

Ten slotte volgen er voor Annemieke nog twee voorbeelden. Eentje, waarin ze ingaat op de uitnodiging voor het verlovingsfeest, en eentje waarop ze de uitnodiging helaas verhinderd is. Maar dat spreekt denk ik al wel een beetje voor zich. Lezen dus. En lachen vooral.


'Brieven... brieven... en nog eens brieven' verscheen oorspronkelijk bij uitgeverij Gérard & Co, te Verviers, onder de titel: Mon courrier'.

26 maart 2009

Wij ontvangen




Ontvangt u óók graag vrienden en kennissen? Kent u de gulden regels van een geslaagd feest? Zullen ook uw gasten met plezier en voldoening aan uw avondje terugdenken? Meneer en mevrouw Flash vertellen u hoe het hoort en presenteren u voor alle gelegenheden een keur van spelletjes, verrassingen, snacks, cocktails, enz. enz.
De ontvangst moet slagen dankzij....

Zo luidt de achterflaptekst van 'Wij ontvangen'.
Het is het eerste deeltje uit de Maraboe Flash reeks. 'De miniatuur encyclopedie van het dagelijks leven'. Miniatuur, want niet groter dan 10*10 centimeter. Ik heb er een heleboel deeltjes van. Zo af en toe zal ik er een voorbij laten komen. Vandaag dus alles 'van familiediner tot cocktail'.

Wat staat er allemaal in? Nou, hoe je die diverse dingen organiseert. Een instuif, een cocktail, een dansavond , een diner. Alles over lekkere hapjes. Een buffet. Spelletjes. Muziek.

Dat je als gastvrouw nooit als eerste klaar moet zijn met eten. En je altijd voor een tweede keer opschept. Daarmee geef je aan, dat de gasten dat ook mogen doen. Zelfs als er een vriend komt, moet de kamer opgeruimd zijn, moeten de ingrediënten alvast klaargezet en de bloemen ververst.

Aangezien er tegenwoordig veel gerookt wordt moet je zorgen voor voldoende sigaretten en enorme asbakken. De telegrammen die op een bruiloft bezorgd worden, dienen tijdens het diner te worden voorgelezen. Wat je moet doen bij rampen als: een juskom in het decolleté.
Etiquette als: de invitaties voor verloving gaan van de ouders van het meisje uit. Voor een diner van meer dan acht personen huurt u iemand in om de gasten te bedienen.

Het boekje is intussen zevenenveertig jaar oud. Het is in goede staat, maar wat inhoud betreft: er is niets meer van over. Jammer. Want ik lees het nog steeds graag. En was er graag bij geweest, bovendien.


'Wij ontvangen' verscheen oorspronkelijk bij uitgeverij Gérard & Co, te Verviers, onder de titel: Nous recevons'

19 januari 2009

De tweeling van het doktershuis


Alweer een tweeling. Alleen is deze geen vondst van Arja Peters maar van Elisabeth Stelli. Of ze ook olijk zijn, weet ik niet. Wel, dat ze er bijna net zo uit zien als Ellis en Thelma Bongers, de 'echte' olijke tweeling. Al heet de tweeling in dit verhaal Marga en Bets en is ze ook wat ouder. Een jaar of achttien. Dat ze zo op elkaar lijken, beide tweelingen, komt, omdat ze door de zelfde illustrator zijn bedacht. Hans Borrebach. Dat was destijds ook de reden, dat ik het boekje kocht.

En destijds is lang geleden. De tweeling van het doktershuis was het eerste meisjesboek, dat ik kocht. Op de ruilbeurs van tweedehands boeken, die we op de lagere school hadden. Ik kocht het puur om de tekeningen. Die waren herkenbaar. Dat vond ik toen al, als meisje van tien.

Al vond ik Marga en Bets ouderwetse namen, het verhaal was leuk.

Dat is het nog. Goed, er komt romantiek in voor. En helemaal zonder sentiment is het niet. Maar het is leuk geschreven. Dokter Cruys is weduwnaar, tobt met huishoudsters, maar het wordt nu eens niet direct opgelost met een lieve mevrouw. Die mevrouw komt er uiteindelijk wel, maar wordt ook niet de vrouw van vader, wat je als lezer wel verwacht.

Hun nieuwe moeder wordt Moeder de Gans, de lerares geschiedenis, want die blijkt een oud klasgenoot van hun vader. Vroeger maakten ze elkaar het leven zuur, nu verklaren ze elkaar de liefde.

Marga gaat uit naam van een ziek klasgenootje naar een internationaal Esperanto feest. Marga leert nog vlug wat van die taal, maar wanneer ze Erik Gallestrup naast zich krijgt, is ze alles totaal vergeten. En moet de klasgenoot in kwestie woord voor woord, ziek en wel, later door de telefoon vertalen, wat hij op het briefje voor haar heeft geschreven. Het komt allemaal nog op het nippertje goed. Al valt Marga haar Erik nog niet in de armen. Nee. Zo ver komt het niet. Nog niet. En Bets? Helemaal aan het einde van het verhaal blijkt dorpsgenoot Leo haar zo speciaal aan te zitten kijken. Daar wordt ze zo maar verlegen van.

Geen merel die een zuiver lied fluit, geen innig en ernstige zoen. Wel een vader die moet weten dat Marga van een Noorse jongen is gaan houden. Tijdens dat serieuze gesprek speelt pa achteloos met een elastiekje. Niet streng en rechtvaardig, maar veel meer zoals een vader zijn kan.

Marga en Bets zijn nog niet in staat om voor vader en zijn vriend een oudjaarsouper te maken. 'Alles wat de kruisjes maakten, verandert in soep', zo schrijft Elisabeth Stelli het ergens heel beeldend. Ze hameren op de piano, ze praten dialect. En ze zijn leuk om te lezen. Dat ga ik weer eens doen, nu, denk ik.

02 januari 2009

Cupido speelt kiekeboe


De titel alleen al. Fantastisch. Over Joan Arlon. 'Ze genoot een populariteit, welke bij een 18 jarige HBS-er gebruikelijk is.' Iedereen houdt van haar. Ze heeft een lieve zorgzame moeder, die op haar beurt weer een zorgzame dienstbode heeft. Haar vader is overleden, maar heeft nog twee broers. Frits, leraar aan het jongensgymnasium, is 'een leukerd', maar de oudere vrijgezelle oom Ben, haar voogd, 'een knorrepot'. Althans, zo lijkt het.

Dan is er Hans, haar vriend, die zich wel haar verloofde zou willen gaan noemen. 'Lang en niet onknap', maar niet de man aan wie Joan zich wil binden. Haar vriendin Mies is 'een blozend dikkerdje', die alles van haar kan velen. Net als Toos met haar bromstem en Heleen van Aerdt, die leuk is maar niet zo leuk als Joan zelf.

Joan breekt haar been en sluit in het ziekenhuis vriendschap met Cora Pelster. Maakt en passant de verboden verloving van Cora met Henri van der Hoeven weer in orde. En als Cora overlijdt, wil Henri maar wat graag, dat Joan met hem mee gaat naar Engeland. Ook dat wil Joan niet.

Eigenlijk wil ze alleen haar directeur maar. De dertigjarige Jef van Merlen, 'zijn mond gesloten tot een streep, een hoog voorhoofd, scherpe grijze ogen'. Ook hij houdt van Joan, maar doet tot het laatste hoofdstuk zijn uiterste best, om dat niet te laten merken. Al weet je als lezeres al vanaf het eerste hoofdstuk al, dat het er toch van komen gaat die verloving.

Nou, en die komt er ook, in het laatste hoofdstuk. En hoe. De strenge directeur heeft een ware metamorfose ondergaan. Hij blijkt gedichten te kunnen schrijven, koopt honderd rode rozen voor haar, een close for ever armband en alvast ook maar een ring. 'Het is maar een bagatel, vergeleken, bij dat wat ik voor je wil bereiken, kindje.'


Jawel. 'En met haar hoofd tegen zijn schouder luisterde ze innig gelukkig naar zijn plannen voor hun toekomst.' Volgens mij was dit zelfs voor jaren vijftig begrippen al zwaar overtrokken. Wie komt er op zo'n manier nou aan een man. Welke man kan zo veranderen, onder invloed van de liefde. Toch werd het boek drie keer herdrukt. Een van de succesnummers van Netty Koen-Conrad, kennelijk.

En, eerlijk is eerlijk, toch nog steeds leuk om te lezen. Liep alles in de wereld maar zo goed en mooi af.