30 september 2016

Ver van 't veilig nest

Een optimistisch verhaal over de problemen van vier jonge vrouwen op weg naar volwassenheid, met de nodige romantische ontwikkelingen, aldus een recensie uit 1996. Makkelijk leesbaar maar nogal onnozel en een tikje gedateerd verhaal, waarin alles op het eind weer goed komt. 

De besproken editie van de Grote Letter Bibliotheek werd ongeveer veertig jaar na de eerste druk uitgegeven. Precies weten doe ik het niet, ik heb het niet nagezocht. Maar zoiets moet het wel zijn. Logisch dat het een tikje gedateerd is. Maak daar dan maar een tik van. Scholen, die al lang niet meer bestaan. De Industrieschool. De school voor maatschappelijk werk. Ambities, die een vrouw moet hebben. De taak van de huisvrouw, aldus Niek Brouwer. Zijn Marion die in het ziekenhuis gaat werken, om hem beter te gaan begrijpen. 

Fan, die stage gaat lopen in de Verkadefabriek en de personeelschef Ben van Noort beter leert kennen. Niet omdat zij zélf iets ziet in die weduwnaar met dat kleine kindje. Fan heeft immers Han Klaassen al. Ben wordt de uitverkorene van Ingrid. Dat weet ze al na een enkele ontmoeting. En moeder van Loon trouwt met oom Fred. De handwerkwinkel wordt opgeheven. Moeder Brouwer wordt zo maar directrice van een rusthuis.

Niek en Marion trouwen. Vader Korteweg koopt voor zijn dochter een huis, dat hij op naam van zijn schoonzoon zet, en een auto zodra ze haar rijbewijs haalt. Waar de mannen in de verhalen van Netty Koen-Conrad nogal eens protesteren tegen zo veel giften van schoonvaders - we willen zelf ons geld verdienen voor jullie vrouwen! - daar vindt Niek blijkbaar alles goed. Hij tobt er alleen maar over hoe hij Marion ooit kan geven wat ze allemaal van haar vader gehad heeft.

En dan is er dus nog Joek van Breenen, zusje van Karel, schoonzus van Greet. Joek, die net zo goed zwemmen kon en een geduchte concurrente van Erica Terpstra en haar collega's zou worden. Inderdaad, 'een tikje gedateerd'. Joek leert weer lopen, al zal ze nooit zwemkampioen worden. die verlamming kreeg ze door polio. Daar werd ik in de jaren zeventig al tegen ingeënt. Maar in de jaren vijftig overkwam zoiets kinderen dus nog gewoon. 

Het verhaal eindigt met Fan en Greet in de trein. Ingrid, als laatste aan de man, trouwt als eerste en maakt haar school niet af. Marion is er al nooit meer aan begonnen. Maar de andere twee klaverbladen weten ook al wel, dat ze met hun diploma niet veel meer zullen doen. Zij eindigen als huisvrouw. Amper twintig jaar, maar volkomen tevreden met hun leven.  

21 september 2016

Fietsclub 'Krap bij Kas' maakt het helemaal


Roelien, Anneke, Ina en Ineke gaan weer op fietsvakantie. Opnieuw gaat de rit naar Drenthe, waar ze schaapsherder Krijn terugzien. En daar blijft het natuurlijk niet bij. Ze ontmoeten er ook een groep wielrenners, die aan het trainen zijn voor de Ronde van het Hunebed. Wanneer de meiden aangeven, daar ook wel aan mee te willen doen, is de reactie: 'meisjes kunnen die ronde toch nooit uit fietsen'.

Dat zou normaal gesproken ook inderdaad niet kunnen. Vier meisjes van hooguit vijftien, die hoogstens van en naar school fietsen en in de zomer per fiets op pad gaan. Een wielerronde is dan wel iets heel anders. En uit fietsen is één. Winnen is twee. Want natuurlijk wint het Krap bij Kas kwartet die ronde. Ze maken het, zogezegd, helemaal. En winnen vier nieuwe sportfietsen, bestemd voor nog meer avonturen.

Het zal zo'n dertig jaar geleden zijn, dat ik dit boek voor het eerst las. En net als bij het eerste deel dacht ik ook toen al: dit kan nooit. Dit is wel verschrikkelijk verzonnen. Dit gelooft toch niemand. Maar het was wel een leuk verhaal. Met een mooie omslag. De meisjes waren zó natuurgetrouw weergegeven, ze leken wel echt.

Roelien met een bij haar joggingpak passende haarband, op een metallic bruine racefiets. Het is een andere fiets dan waar ze een jaar eerder nog mee op pad ging. Toch kan dit het gewonnen exemplaar nog niet zijn, want die fietsen zouden worden thuisbezorgd. Ach, het is een detail. Ze dragen trouwens alle vier een joggingpak. En ze hebben alle vier zo'n metallic kleurige fiets. Lang leve de beginjaren tachtig.

Op de achtergrond buigt Anneke zich over een routekaart. Ze lijken dus op weg te zijn, maar zonder bagage. Zelfs geen rugzak met een flesje frisdrank hebben ze bij zich. Ook onwaarschijnlijk. Anno 1985 had ik dat nog niet zo in de gaten, maar nu wel. Oppervlakkig meisjesboek, aldus de recensie. Aanéénschakeling van de te verwachten gebeurtenissen. De illustraties en het omslag geven de onbezorgde sfeer goed weer. 

Samengevat: tekeningen deugen, inhoud deugt minder. Dat vind ik eigenlijk ook. Zo luidt veel vaker het oordeel over de latere boeken van Kluitman. Herry Behrens verstond zijn vak, Over de schrijfsters waren ze minder te spreken. Daarvoor was het eerder andersom. Deugde de inhoud wel, maar de illustraties van Borrebach minder. Grappig eigenlijk.



12 september 2016

Een die anders was

Een later werk van Netty Koen-Conrad. Althans, de editie die ik bezit. Dit is een latere Witte Raven, al met illustraties van Herry Behrens, die toen nog onder het pseudoniem Herson werkte. De tekening suggereert een verhaal aan het eind van de jaren zestig, de inhoud is echter een stuk ouder. Eén die anders was werd eerder uitgegeven in 1955, ook door West-Friesland. Met illustraties van Borrebach. Moet ik nog eens zien te krijgen, dus, maar dat is een ander verhaal.

Dit verhaal gaat over Martha van Thiel, vreemde eend in de bijt in het gezin van vader, moeder en drie dochters. Vader heeft een kruidenierszaak, zoals je ze in de jaren vijftig nog veel zag. Zus Annie helpt er, en ook Martha moet meewerken. Vader wil geen vreemde medewerkers in de zaak. En dan is er dus nog Riekje, maar die is pas vijftien en een onnozel wicht. Dat is Annie eigenlijk ook, in de ogen van Martha.

Want Martha is anders. Ze heeft een paar jaar middelbare school doorlopen, en zou zo graag iets anders doen dan in de winkel staan. Maar hoe maakt ze dat haar vader duidelijk? Die wil er niets van horen en Martha wil geen ruzie. Het liefst zou ze schrijfster worden, maar daar kan ze thuis helemaal niet mee aankomen.

Alles verandert, als ze in de winkel kennismaakt met een klant, die leraar Nederlands op de havo is. Wat in de jaren vijftig editie ongetwijfeld HBS is geweest. Hij gaat Martha les geven in taal en stijl. Hij laat haar kennismaken met literatuur, zorgt dat ze zich ontwikkeld. Mét toestemming van haar ouders, die haar meer vrijheid geven om te schrijven. En met succes.

Martha krijgt enkele van haar verhalen en gedichten uitgegeven in tijdschriften en krijgt  bij een wedstrijd een eervolle vermelding. Dan overlijdt de geliefde leraar aan een hersenbloeding. Maar zijn taak zit er op. Hij heeft Martha geleerd hoe ze moet schrijven en daar succesvol mee te worden. En dankzij hem is ook de man in haar leven gekomen, met wie ze verder wil.

Ook wel de veelschrijfwet van Net genoemd: De Man, die eerst verloofd is met Een Leeghoofd van Adel, die zijn verloving verbreekt, waarna zij met Iemand Anders van Adel trouwt. Hij kan een baan krijgen als journalist in Parijs. Uiteraard. En dat wil hij dan weer niet zonder Martha. Uiteraard. Einde.



28 augustus 2016

Ontmoeting in Tirol

Tweede deel over de vriendinnen Fan, Marion, Greet en Ingrid. Waarin Fan haar vriendschap met Han Klaassen omzet in een officiële verloving en we kennismaken met Fan's oom Fred, die het Klaverblad mee op vakantie neemt naar Oostenrijk. Een vakantie, die gedetailleerd wordt beschreven. Fan haalt zo veel kattenkwaad uit dat het écht vervelend wordt om te lezen. Het is niet leuk meer. Marion zoekt en vindt ruzie met haar Niek en Greet leert in Trol Karel van Breenen kennen.

Dat laatste gegeven verklaart ook de titel. Het meisje op het omslag is ditmaal waarschijnlijk Greet. Niet lief en innemend, maar gewoon Borrebach. Ik bezit de Witte Raven editie, maar eerder is er ook een Zonne-reeks editie van verschenen. Dat is met veel Witte Ravens het geval geweest. Wie weet kom ik dit verhaal ook nog wel eens ergens in oudere versie tegen. Dan zal ik het in de kast zetten, tussen al mijn andere zonnereeksen, die ik in de afgelopen twintig jaar zo'n beetje bij elkaar gespaard heb, met en zonder omslag. 

Verhalen die over een vakantie gaan. Ik heb ze meer in mijn bezit. Maar heb er niet zo veel mee. Als ik had willen weten, hoe het was een wandelvakantie in de bergen van Oostenrijk te gaan maken, had ik wel een reisboek gekocht. Dit is een meisjesboek. En ja, uiteindelijk komt het goed tussen Marion en Niek. Heeft Karel eerst een relatie gehad met 'la reine du bal', die de verkering beëindigde en die haar roekeloze gedrag met de dood bekopen moest. Schaars gekleed uit geweest, dus longontsteking, dus te laat. Maar toen was het al uit met Karel, dus is het niet erg. Karel heeft een zusje, Joek, dat verlamd is geworden.

Daarover lezen we meer in deel 3. Net als over de studie aan de school voor maatschappelijk werk, die het Klaverblad eensgezind in Amsterdam gaat volgen. Wonend op de zolderetage van oom Fred. Drie van de vier zijn intussen voorzien van een verloofde / vriend. Nu Ingrid nog. Daarom is deel 3 in deze serie verschenen. En herdrukt. Als afzonderlijke delen, maar ook in een trilogie. Zo te zien moet het tot in de jaren tachtig verschenen zijn. Door de uitgever bestempeld als streekroman, waar het ooit begonnen was als meisjesboek. 

Mien van 't Sant zou heel veel streekromans gaan schrijven. Misschien zijn daarom ook wel een aantal van haar meisjesromans ook als zodanig werden uitgegeven. De bibliotheek heeft er ook nog grote letter edities van gemaakt. Om dezelfde reden, waarschijnlijk. Mien was een veelgelezen schrijfster. Wordt vervolgd, dus. 



16 augustus 2016

Moedig Annemieke (Groot Vakantieboek)

Vakanties met slecht weer in eigen huis hebben ook een voordeel. Je kunt lekker veel lezen. Dat heb ik dan ook gedaan. Afgelopen week dus maar weer eens van start gegaan met de Annemieke omnibus. Vandaag vroeg ik me ineens af, of er over Anneke Bloemen intussen niet ook het een en ander op internet was verschenen. Anders dan Marktplaats, Speurders en Catawiki, uiteraard.

Ik vond haar terug in de Digitale bibliotheek voor Nederlandse letteren. Met werken, primaire teksten en secundaire literatuur. Gelukkig ben ik nog bibliothecaris genoeg om te weten wat wat is. Eén boek, getiteld Annemieke van Oven, één verhaal en twee meldingen óver Anneke Bloemen.

Annemieke van Oven is het eerste deel van de vier verhalen over Annemieke. Die primaire tekst, blijkt een bijdrage te zijn in het Groot vakantieboek uit 1958. Moedig Annemieke, heet het. Het is in zijn geheel te lezen en heeft, hoera, illustraties van Hans Borrebach. 

Ik herkende het al meteen. Dit zijn inderdaad fragmenten uit Annemieke van Oven. Niet het hele verhaal. En ook zonder de oorspronkelijke tekeningen. Er zitten geen Borrebachs in de boeken van Anneke Bloemen. Was dat wel zo geweest, had ik ze nooit weggegooid. 

Dat vakantieboek, ik heb het al heel veel te koop zien liggen op rommelmarkten, maar nooit aangeschaft. Binnenkort ga ik dat toch maar eens doen. De editie van 1958 heeft dus het verhaal van Annemieke, dat oorspronkelijk in 1957 bij Fontein werd uitgegeven. Met illustraties van Borrebach. En er blijkt nog een ander meisjesboek in verstopt te zitten: De grote verandering, van Nida Voerman. 

Dat boek herken ik ook, als een uitgave van West-Friesland, ook uit 1957, trouwens. Maar dat heb ik niet vaak genoeg gelezen, om al meteen te kunnen zeggen of het een gedeelte of het gehele boek is, dat in het Vakantieboek staat opgenomen. In ieder geval: ik ga die vakantieboeken eens nader bekijken. Het zou heel goed kunnen dat er nog veel meer meisjesboeken in verstopt zitten.

En het maakt me, bijna zestig jaar later, ook nieuwsgierig. Want de dbnl heeft een volledige pdf van dat vakantieboek, Er staat nergens vermeld, waar de verhalen uit afkomstig waren. Dat ze ook als volledig boek konden worden aangeschaft. Het zou een mooie reclame geweest zijn voor de uitgevers. Zouden ze überhaupt wel toestemming hebben gegeven voor deze halve heruitgave? Wordt vervolgd. 

09 augustus 2016

Deskresearch

Twintig jaar geleden behaalde ik mijn HBO diploma. Ik was student in de tijd van de voorzichtig internet gebruiken met een modem Van werkstukken maken in WP5.1 en wel weten dat er zoiets bestaat als Windows 95, maar daar nog niet aan willen beginnen. In 1996 had ik, lagere school meegerekend, 20 jaar op school gezeten. En ik had genoeg geleerd, vond ik. Het werd tijd om te gaan werken. Serieus geld te gaan verdienen. In de praktijk brengen van alles was ik te weten was gekomen uit die stapels boeken en dictaten.

Dat viel tegen. Een passende baan was zo gevonden, maar met de opgedane vakkennis kon ik niet zo veel. Internet werd al heel snel volledig vanzelfsprekend en WP5.1 verdween rap naar het collectieve geheugen. Ja, ik had geleerd informatie te zoeken, te vinden en te rubriceren, maar dat werd met al die moderne technieken ineens een heel ander verhaal.

De studie was met het laatste jaar echt tegen gaan staan. Ik had een praktijkjaar achter de rug en het kostte me moeite terug de schoolbanken in te moeten, me weer in lesstof te moeten verdiepen. Nu koop ik zo maar een studieboek, omdat het me aanspreekt. Omdat het lijkt op dat waar het destijds op de bibliotheek opleiding om draaide. Maar dan geschreven in het nu.

Deskresearch is een handleiding voor het zoeken en verwerken van informatie. Door middel van een stappenplan wordt de lezer begeleid bij het opzetten en uitvoeren van literatuuronderzoek. Elk hoofdstuk gaat in op een specifieke fase van het zoeken naar informatie: van het formuleren van de zoekvraag tot de kwaliteit van de rapportage. Drie thema's krijgen speciale aandacht: het bepalen van de informatiebehoeften, het gebruiken van informatiebronnen en het beoordelen van de informatie. Ook is er veel aandacht voor internet als informatiebron en het gebruik van zoekmachines.

Zo luidt de samenvatting op bol.com. Het geeft de inhoud aardig weer. Dat het boek ook een dubbele bodem heeft, staat er niet in. Want dat heeft het alleen maar voor mij. En voor misschien nog iemand van mijn leeftijd of ouder, die het boek leest. Er staan dingen in, die voor de studenten van nu heel gewoon zijn, maar die mij doen grijnzen. Er was een tijd dat internet er nog niet was. Ja. De studenten van nu werden geboren toen ik zo ongeveer student af was, dus die weten niet beter dan dat er internet is.

Het handboek voor de Nederlandse pers en publiciteit en de Pyttersen's Almanak zijn niet alleen databanken, ze worden ook als boek uitgegeven. Voor de volledigheid wordt er nog even bij vermeld dat de papieren editie al veel langer bestaat dan de databank. Gos, anno jaren negentig hadden we nog maar amper een CD ROM. Bijna alles moest nog met behulp van indexen worden opgezocht. Databanken, die waren er wel, maar dat was heel complex. Iets met inbellen met een centrale server in Leiden en over de telefoon je zoekresultaten terugkrijgen. Als de computer je ten minste niet 'uit het systeem had gegooid'. Daar werd je toen nog niet kwaad om, dat gebeurde gewoon. Het was zelfs een beetje je eigen schuld. Je had 'm vast een hele moeilijke vraag gesteld en daar wist ie zich geen raad mee.

Een bibliografie is een overzicht van publicaties op een bepaald vakgebied. Werd vooral vroeger gebruikt, toen er nog niet zo makkelijk aan die publicaties te komen was. Tja, dat is nu ook een fluitje van een cent. Was toen ook wel anders. Ik heb wat af lopen emmeren om een tijdschriftartikel besteld te krijgen, waarvoor ik veel geld moest neertellen, terwijl ik er ook nog eens niets aan had. Maar ja, destijds moest je afgaan op de gegevens die je had. Dat was vaak niet meer dan een titel, auteur en een paar trefwoorden.

Tegelijkertijd is deze  tweede druk uit 2010 ook alweer achterhaald. Want er wordt nog over Hyves gesproken en LinkedIn is iets dat nog echt als zeer zinvol moet worden uitgelegd. Over Facebook ondertussen geen woord. In zes jaar kan er veel veranderen.

Van Deskresearch is een inkijkexemplaar beschikbaar. Er is geen derde druk meer van bekend.

31 juli 2016

Door's Groeitijd


Het boek werd voor het eerst uitgegeven in 1929, met illustraties van Freddie Langeler. In de jaren dertig gaf Kluitman het opnieuw uit. Het binnenwerk bleef intact, maar het omslag werd gewijzigd in een exemplaar van Hans Borrebach. Een derde druk, waarbij hij ook illustraties in het boek zelf verzorgde, is niet meer verschenen. Althans, de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek maakt er geen melding meer van.

Als je het verhaal leest, wordt duidelijk waarom. Het was ook voor jaren dertig begrippen al ouderwets. Een meisje dat na de Middelbare Meisjesschool naar de kweekschool gaat en vervolgens onderwijzeres wordt. Dat gegeven zou nog tientallen jaren mee hebben gekund. Het zijn vooral de details, die ook in de jaren veertig al achterhaald waren.

Door is een meisje dat onderwijzeres wordt. Ze geeft les aan kinderen die in klompen naar school gaan en op kousenvoeten de klas in moeten. Er zijn ouders, die zelfs te arm zijn om die klompen voor hun kinderen te kopen. Kinderen uit achterstandswijken, waar geen geld is voor de was of zelfs maar een wasbeurt. Ze zijn er letterlijk te vies om te dicht bij in de buurt te komen. Dat wordt ook echt zo geschreven. Door wil er wel lief tegen doen, maar ze kan het niet. Onderwijzers die kinderen in elkaar slaan, om ze zo te straffen voor het feit dat ze gestolen hebben. Het zou niet moeten mogen, maar wordt getolereerd. Door gaat op kamers kamers wonen en moet haar eten koken in een hooikist.

Nergens komt een auto ter sprake. Door bereikt haar nieuwe woonplaats, waar ze onderwijzeres wordt, als bijrijdster op een boerenkar. Er is nergens telefoon. En al voor je twintigste ben je volwassen genoeg om alles zelf te kunnen. Tante Louise, achterin de zestig, die nu toch echt een oude vrouw wordt. Het zijn allemaal signalen uit die tijd. En als je dat dik tachtig jaar later leest, waan je je echt in een voorbije wereld. Misschien dachten ze in de jaren dertig al zo en moest Borrebach er daarom toen al een omslag voor maken. Modern, voor die tijd. Maar te modern voor het verhaal.

Clara Asscher-Pinkhof, geboren in 1896, is zelf onderwijzers geweest. Ze trouwde in 1919, toen ze al een paar jaar voor de klas stond. Volgens haar biografie heeft ze les gegeven in de Betuwe. Door wordt onderwijzeres in Duursen. Een plaats die niet bestaat, maar ze hebben er wel kersen. En ze praten er dialect. Ik kom zelf uit de buurt van de Betuwe en herkende de taal die de schrijfster de bewoners liet spreken. Het verhaal zou dus heel goed autobiografisch kunnen zijn. Door wil namelijk ook nog schrijfster worden.

Het verhaal mag dan uitgegeven zijn in 1929, het speelt zich zeker twintig jaar eerder af. Toen waren er amper auto's en telefoons. Werd er, zeker op het platteland, nog gekookt met hooikisten. Dat was in de jaren twintig nog niet zo lang geleden, maar in tien jaar later deed het ineens ouderwets aan.

Achterin het boek staat een lange lijst van titels, die in deze serie te verkrijgen zijn, elk met een korte samenvatting. Er zijn veel verschillende illustratoren bij vermeld. Borrebach staat er nog niet tussen. Zijn glorietijd bij Kluitman moest dus nog beginnen. Hij zou er meer dan veertig jaar zijn geld verdienen.

Door's Groeitijd is gratis als PDF te downloaden.