Posts tonen met het label bibliotheek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bibliotheek. Alle posts tonen

22 oktober 2018

Punt, spatie, streep, spatie

Niet alleen dit voorbeeldenboek, de hele regels voor de titelbeschrijving- regenboog staat er in. Van het oranje eerste deel voor de Niet-seriële publicaties tot en met de roestbruine Beschrijvingsregels voor computefiles. Allemaal te lezen via Google, in PDF.
Die titels alleen al. Heerlijke nostalgie. En veel vaktechnischer kun je het niet meer hebben.

Het waren de regels voor het beschrijven van zo'n beetje alles wat in de bieb te vinden was, in de jaren zeventig, tachtig en negentig. Volgens standaardprincipes. We kregen er les in op de bibliotheekopleiding. Het heette voluit formele ontsluiting, maar werd door ons studenten afgekort tot formo. Het was een saai vak. Saai, maar nodig. Want je moest de boeken, tijdschriften, videobanden, LP's, diaseries en wat al niet meer toch wel terug kunnen vinden, als ze eenmaal waren aangeschaft.

Uit het hoofd leren hoefden we de regels niet. Kunnen gebruiken moesten we het wel. Toen ik, eenmaal in de nieuwe eeuw, terecht kwam op de back office van een openbare bibliotheek, was formo er nog steeds. Maar met behulp van een computerprogramma, dat automatisch de juiste velden achter elkaar zette en daartussen de juiste interpunctie. Ik heb het in de jaren negentig zo vaak geoefend, dat ik het nu nog uit mijn hoofd weet. Nodig is het niet meer, maar dat is met heel veel kennis, die je ooit hebt vergaard.

Titel- en auteursveld. Editieveld. Impressum, collatie- en eventueel reeksveld. Annotatieveld, waar nodig en afgerond met het ISBN veld. De velden worden van elkaar gescheiden door '. - ' Of te wel punt, spatie, streep, spatie. Uit de tijd dat we de beschrijvingen nog schreven met de hand, of typten. Binnen de velden werd ook weer met een aantal vaste tekens gewerkt. Er was een compleet interpunctieschema voor. Er waren vaste plaatsen, waar je je informatie voor een titelbeschrijving vandaan moest halen.

Het geheel werd uitgegeven onder auspiciën van de FOBID. Een afkorting, al ben ik vergeten waarvan. Ze bestaan nog steeds, noemen ze zichzelf nu Netherlands Library Forum.

De Regels voor de Titelbeschrijving zijn niet meer in druk leverbaar, maar nog wel in de oude vorm in te zien. Ik ben al lang geen bibliothecaris meer. Hoe het er nu aan toe gaat, geen idee. Maar hoe het er aan toe ging, weet ik nog wel. De streepjes, spaties, enkele punt en de drie punten achter elkaar. De vierkante haken, het /-teken, het = teken en de afkortingen uit het Latijn.

et al., s.l en s.n. Et allii, sine loco en sine nomine. Ofwel: 'en anderen', 'plaats van uitgave of druk onbekend' en 'uitgever of drukker onbekend'.  Geen idee waarom ik dat soort dingen heb onthouden.  Het maakte indruk, denk ik. Daarom bleef het hangen. Ook al is het eigenlijk nooit echt nodig geweest.

28 oktober 2015

Een bus vol avonturen

Liesbeth van der Zee is twaalf en doet niets liever dan lezen. Maar dat kan niet altijd, want ze moet ook nogal eens klusjes in huis doen. Dat kan moeder niet, want ze is druk in het familiehotel. De verklaring voor het werk van Liesbeth is simpel. Ze is de oudste. Zus Heleentje is te klein en broer Geert hoeft het niet,want.... hij is een jongen. Ze wou dat zij een jongen was, dan hoefde ze ook nooit boodschappen te doen. Lang leve de jaren vijftig. In hetzelfde, eerste hoofdstuk komt nog zo'n leuk tijdsbeeld voorbij. Over tante Carry, de jongste zuster van haar moeder. Ze is ongetrouwd, maar niet vervélend. Dat komt, omdat ze pas vierentwintig is. En Liesbeth haar geen tante hoeft te noemen.

Tante Carry is assistente bij de Openbare Stadsleeszaal van Berkenhout. En ze vindt, dat er in het stadje zelf wel genoeg gelezen wordt, maar in de dorpen rondom kan het nog best een beetje beter. Liesbeth heeft een plan. Waarom niet boeken per bus naar de dorpen brengen? Een bibliobus, jawel. Al wordt het hier niet zo genoemd.

Er wordt een oude autobus gevonden, die door de smid wordt omgebouwd. Tante Carry haalt haar groot rijbewijs. Dan wordt het Paasvakantie en kunnen ze op pad. Tante Carry, Liesbeth en haar vriendin Hanneke. De bibliotheek is voer voor allerlei avonturen, voor bespiegelingen over boeken. Over romanfiguren, die ook in werkelijkheid kunnen bestaan. Want hoe zou een schrijver anders aan zijn inspiratie komen?

Dan is de paasvakantie weer voorbij. Liesbeth en Hanneke moeten weer naar school, tante Carry gaat terug naar de leeszaal, waar ze orde moet scheppen, na dagen van afwezigheid. De catalogus bijvoorbeeld, moet dringend bijgewerkt. En er werd geklaagd dat de zaal altijd gesloten was, sinds de komst van de bus. Kennelijk bestiert tante Carry bus en leeszaal helemaal in haar eentje, terwijl ze toch assistente is. Als zij in de bus op pad is, moet de leeszaal worden gesloten. Er is blijkbaar geen vervanger. En over een hoofd van de leeszaal wordt niet gesproken. Nou ja, het hoofd van de mulo is tevens hoofd van de leeszaal, maar dat is geen bibliothecaris.Tante Carry mag en doet alles voor haar leeszaal. Zo mag Liesbeth ook met haar Den Haag, om boeken voor de leeszaal te kopen.

Het verhaal van de bibliobus is best de moeite van het opschrijven waard, vindt Liesbeth. Daarom schrijft ze een bekend schrijfster een brief. Er komt een boekenfeest met verkleedpartij en van dat feest wordt een film gemaakt. Er komen stukken in de krant over de boekenbus. En uiteindelijk zelfs een boek. Met als titel.... Een bus vol avonturen. Waarmee het onrealistische verhaal van Freddy Hagers in elk geval een origineel slot heeft gekregen. En het uiteindelijk een mooi tijdsbeeld werd.

Waarin jonge vrouwen van vierentwintig al meteen bestempeld werden als vrijgezel. Meisjes in het huishouden moesten meehelpen, omdat ze meisjes waren. Mensen op het platteland nog ontwikkeld moesten worden, omdat de intellectuele wereld hen niet kon bereiken. Mooie woorden, gebruikt tante Carry, zo staat er. Ontwikkeling van de bevolking, verbetering van het geestelijk peil, opvoeding van de jeugd vooral. Lezen is kennis en kennis is macht, zegt het spreekwoord. Een belezen mens telt voor twee.  Ach ja. Vroeger. Toen de bibliotheek nog iets met uitsluitend boeken was. En elke nieuwe vestiging er van met gejuich ontvangen werd, in plaats van wegbezuinigd door de gemeente.

16 september 2015

The Mini Oxford school thesaurus

In 2001 werkte ik als mediathecaris op een hogeschool in Den Bosch. Ze onderhielden een vriendschapsband met een school in Canterbury, Engeland. Bij wijze van uitwisselingsproject mocht ik er tien dagen naar toe. Het werden heel leerzame dagen, met lessen in het Engels. Maar er bleef genoeg tijd over om wat van het stadje te zien, bij werkelijk schitterend weer. Zo kwam ik tot de ontdekking dat boeken in Groot Brittannië op veel meer plekken worden verkocht dan alleen in de boekhandel. Voor heel schappelijke prijzen. Inmiddels is dat bij ons ook wat meer gebruikelijk, maar dat was het toen nog niet.

The Mini Oxford school thesaurus kocht ik bij een soort van bouwmarkt. Drie centimeter dik, zes centimeter breed en tien centimeter hoog. Met recht een klein formaatje. Een thesaurus. Ik heb het de volgende dag in de les aan onze docente gevraagd. Hoe het kon, dat zoiets bij een bouwmarkt te koop was. Zij vond het heel gewoon. En ze kende het woord, wat ik aan mijn Nederlandse klagenoten moest uitleggen. Een thesaurus is een bibliotheekwoord, bij ons.

Van oorsprong het een naslagwerk. Een soort woordenboek, waarin de begrippen met andere begrippen die het zelfde betekenen, wordt omschreven. Later werd het ook een methode om te ontsluiten, wat in bibliotheekland zoveel betekent als: een netwerk met verwijzingen voor het toegankelijk maken en koppelen van (collectie)gegevens. In het digitale tijdperk is een thesaurus vaak niet eens zichtbaar. Ooit eens een woord opgezocht in een catalogus en een vraag als antwoord gekregen? Koe. Koe is niet gevonden. Bedoelt u misschien rundvee? Wanneer je zoiets leest, weet dan: daar zit een thesaurus achter.

Engelse scholieren en studenten gebruiken een thesaurus bij hun studie, om hun woordenschat te vergroten, zo hoorde ik in Canterbury. Dat doen ze eigenlijk allemaal. Het exemplaartje wat ik had gekocht, was afkomstig van de uitgeverij van de Oxford Universiteit, zo bleek. Een gerenommeerd exemplaar, maar daar waren er veel meer van te koop. Ik moest maar eens een kijkje nemen in de plaatselijke boekhandel, zo werd me verteld. Dat heb ik gedaan. En mijn ogen uit gekeken.

Canterbury was een zinvolle kennismaking met Engeland en met hun manier van studeren. Maar na een tegenvallend avontuur in Londen met dito weer heb ik het land verder voor gezien gehouden. De laatste jaren kom ik veel in Duitsland. Ook daar verkopen ze studie hulpmiddelen niet alleen in boekhandels, maar eigenlijk overal. Ook dingen, die in Nederland al lang verleden tijd zijn en voornamelijk in bibliotheken werden gebruikt. Zoals kaartenbakken. En cataloguskaartjes. In alle kleuren, soorten en maten. Waarom? Het helpt de Duitse kinderen met het structureren van hetgeen ze leren. Eigen overzichten maken, zelf systematiseren. Het is eigenlijk net zoiets als in Engeland.

Onze buren links en rechts laten hun kinderen veel actiever met de lesstof omgaan, dan dat wij dat doen. Of ik het zelf zo had gewild? Misschien was het wel beter geweest. Want ik leerde pas structureren en systematiseren, toen ik twintig was en op de bibliotheekopleiding kwam. Ik was het niet gewend en vond het moeilijk, om zo te gaan denken. Ja, het was beter geweest, als ik het op de middelbare school al had geleerd. Met een thesaurus of kaartenbak in miniformaat.

05 augustus 2014

De naslagkast van de bieb

Afgelopen zondag was het weer boekenmarkt in Deventer. Ik bezoek de grootste boekenmarkt van Nederland sinds 1992 bijna elk jaar. Het is al lang niet meer de schatkamer van vondsten die het vroeger was. Daarvoor hebben Marktplaats, Ebay en Qoop te goed hun best gedaan. Op die eerste zondag in augustus staan nog steeds honderden kramen langs de IJsselkade en door het centrum, maar veel vinden doe ik er niet meer. Er zijn veel kramen met boeken die niemand meer wil hebben. De boeken van Kameleon, Pinkeltje, Arendsoog, stripboeken van Suske en Wiske, ze raken het aan de straatstenen niet meer kwijt. De heren antiquariaathouders blijven het echter toch proberen. Ik struikel er elke keer weer over.

De reden waarom ik toch nog heel geregeld ga, is de bieb. Bibliotheek Deventer houdt ook elk jaar uitverkoop, op die eerste augustus. Daarvoor moet je een heuse kelder in, voorzien van een eng, stijl trapje. Het is er vochtig en er zijn heel veel boeken. Overzichtelijk gerubriceerd. Er zijn niet alleen afgeschreven bibliotheek-exemplaren, maar ook gewone tweedehands boeken, zonder stickers. In kasten van grond tot plafond. Fictie en non fictie, voor de jeugd en voor volwassenen. Tijdschriften, van alle jaargangen, los en ingebonden. Naslagwerken.

Bij die laatste kast bleef ik dit keer hangen. Er waren woordenboeken, delen van woordenboeken. Van Dale en Koenen, maar ook gewoon Prisma en de voorloper van de Hoe en wat in het... serie.
En er waren veel naslagwerken in de o ja categorie. De naslagwerken die ik moest leren op wat toen nog de opleiding Bibliotheek en Documentaire Informatieverzorging heette. Ik moest er niet alleen in kunnen zoeken, ik moest ook details van de boeken weten. Voor later, als ik op de Inlichtingenafdeling van de bibliotheek zou komen te werken. Waar ik nooit heb gezeten, maar dat wist ik toen nog niet.

Toen, dat was begin jaren negentig. Toen internet er al wel was, maar niet voor de gewone sterveling. Pas in mijn afstudeerjaar, 1996, werd er voorzichtig geëxperimenteerd met inbelverbindingen. Voor wetenschappelijke doeleinden, literatuuronderzoek en zo meer. Maar omdat het telefoontikken waren, was surfen er nog niet bij.

Ik zag de drie oranje en blauwe banden van het ABC van Handel en Industrie. De ook al blauwe en jaarlijks verschijnende Staatsalmanak. Een paar bandjes uit de gele wetboekenserie van Schuurman en Jordens. Het Handboek van de Nederlandse pers en publiciteit. Verschillende jaargangen door elkaar. Nu ook online! stond er bij wijze van wervende tekst, in rood op de rug van een van die handboeken gedrukt.

Dat moet ergens rond de eeuwwisseling zijn geweest. Dat was wat, dat zo'n officieel naslagwerk, met haar professionele redactie nu ook een doorzoekbare website had gekregen. Dat zoiets evengoed een betaald abonnement was, werd er natuurlijk niet bij vermeld. En dat je als organisatie vaak verplicht ook een online abonnement moest nemen tegen meerprijs, waar je voorheen volstaan kon met alleen de papieren editie, werd ook verzwegen.

Hoe veel van die naslagwerken zouden nu nog op papier bestaan? Hoe veel zouden er blijvend zijn omgezet naar een online variant? Er blijken er nog een aantal te vinden te zijn, anno nu. Tegen betaling? Zo ver heb ik niet doorgeklikt. Maar hechten we anno nu nog wel waarde aan een professionele redactie, die elk jaar een boek op een bepaald vakgebied uitbrengt, voorzien van adressen, begripsomschrijvingen en indexen daarop? Of googlen we ons een slag in de rondte, foeteren we soms dat we van alles vinden maar niet dat wat we zoeken, maar zijn we er mee tevreden?

Ik wel. Ik zeg het eerlijk. Want het gaat sneller dan zoeken in een index en het kost me bovendien geen abonnement op zo'n naslagwerk, dat elk jaar verscheen, maar nauwelijks werd ingekeken.
Tijden zijn veranderd. Ik ook... :-)

19 april 2010

Ons handboek

Officieel heet het: Bibliotheek en documentatie : handboek ten dienste van de opleidingen. De titel heb ik zo vaak ter verantwoording achter in mijn zoveelste lijst van geraadpleegde literatuur voor mijn zoveelste (groeps)werkstuk gebruikt, dat ik 'm nog steeds uit mijn hoofd ken. Ik weet zelfs de naam van de hoofdredacteur nog: P. Schneiders.

Bijna vijftien jaar geleden is het nu, dat ik mijn diploma voor de opleiding bibliotheek en documentaire informatie behaalde. En bij elke opleiding hoort een handboek. Ons handboek, werd het genoemd. Toen ik in '91 aan de opleiding begon, was het geen verplichting meer het aan te schaffen. Maar het werd nog wel heel veel gebruikt.

Ergens in '95 kwam ik het tussen de afgeschreven boeken van de bibliotheek tegen. Daar stond het al een tijdje, want niemand had er belangstelling voor. Ik mocht het voor een gulden meenemen. En ja, inderdaad ik studeerde aan de bibliotheekopleiding.
'Waarom schrijven jullie dit boek af?' vroeg ik de man achter de balie, die sinds kort de bibliotheek van Druten onder zijn beheer bleek te hebben.
'Het is absoluut niet relevant meer.' was zijn antwoord.

Relevant. Dat was nou precies het woord dat onze docent bibliotheektechnische vakken graag in de mond nam. Een relevante publicatie, zei hij dan. Een boek waar je wat aan had. Waar je wat mee kon. En volgens hem was het boek juist heel erg de moeite waard. Ik heb het, zogezegd, nog veel gebruikt.

Wat er allemaal in staat? Vaktechnische informatie. Bibliotheektypologie. Collectievorming. Formele ontsluiting. Bibliografie. Onderwerpsontsluiting. Beschikbaarstelling. Inlichtingenwerk. Personeel en opleiding. Het zal een buitenstaander vast voor het grootste deel niets zeggen.

En als ik eerlijk ben, ben ik ook het grootste deel van die termen vergeten. Toch heb ik Ons handboek nog steeds. Ik bewaar het als een soort relikwie. 743 pagina's lang. Voor de nostalgie, nog uit de tijd dat ik van plan was bibliothecaris te worden. Wat ik al lang niet meer ben en nooit echt ben geweest.