31 augustus 2013

Uw eigen fotostudio thuis

Tussen de eerste en de tweede, geheel herziene druk van dit Borrebach - fotoboek zit een jaar of tien. Ik bezit ze allebei. Leuk om ze eens naast elkaar te leggen en te vergelijken.

De eerste druk is uit het  begin van de jaren zestig. Een dame in zwart wit, met een voor die tijd modern kapsel en dito fototoestel. Het is het eerste deel uit de Amstel Hobby serie, zo blijkt. Want op de keerzijde van het schutblad staat: Verder verschijnen in deze serie, waarna er drie titels volgen. Verschijnen, in de tegenwoordige tijd dus. Wat betekent, dat ze nog moeten worden uitgegeven. Anders had er gestaan: In deze serie verschenen eerder: of In deze serie verschenen eveneens:

We zijn zo gelukkig geweest, ook hiervoor de bekende schrijver-fotograaf Hans Borrebach, die in een der grote steden van ons land zijn eigen fotostudio's heeft, te kunnen interesseren, zo vermeldt de wervende tekst het, op de achterkant van het boek. Een der grote steden, der in plaats van van de, ouderwets taalgebruik, ook voor die tijd. Ze bedoelden er Den Haag mee, of, om in stijl te blijven, 's-Gravenhage. Waarom ze er dat niet gewoon neerzetten?

De tweede druk nadert de jaren zeventig. Je hoeft het boek niet eens in te kijken om te zien dat de tijd en daarmee Borrebach is veranderd. Deze druk heeft een opvallend rood omslag, een kleurenfoto van een dame die zich wijdbeens in een rode panty door een heer van onder af laat fotograferen. Opnieuw de knipoog naar de erotiek, die de schrijver met zijn eigen fotostudio's steeds vaker in zijn boeken stopte. Het lijstje met andere werken, dat op deze keerzijde staat, is heel wat groter. En allemaal van dezelfde auteur, bovendien.


Hans Borrebach zou een hele lange lijst met fotoboeken maken, bijna allemaal uitgegeven door uitgeverij Veen. In de Hobby serie. Soms herziene herdrukken van eerder uitgegeven werk, zoals dit. Dan was de schrijver van mening, dat het boek te gedateerd was, en maakte hij een nieuw boek. Soms ook met een verdere uitwerking van een specifiek onderwerp binnen de fotografie.

In de tweede druk staan enkele zwart wit foto's op glanzend papier. In de eerste druk niet. Die bevat slechts een paar tekeningen om het verhaal duidelijker te maken. Waaraan je ook kunt zien, dat het steeds eenvoudiger werd om boeken te drukken, die er toch steeds beter uitzagen.

In beide drukken gaat het, in iets andere bewoordingen, over de techniek, het gebruik van statief, reflectoren, het bepalen van scherpte, portretten, kinderfoto's en truc-foto's. Er wordt bij kleuren gesproken over het gebruik van blauw en rood, waarbij rood bijzonder aardig is in het geval van een paar fris aangezette lippen. Ja, er wordt ook gesproken over fascinerende vrouwenkopjes, die het zo aardig doen voor de lens. En dat kleine schoonheidsfoutjes verholpen kunnen worden. Zo kan de fotograaf best van zijn model verlangen, dat de adem wordt ingehouden, zodat de maagstreek wat minder zichtbaar wordt. Met andere woorden: buik inhouden, anders is het geen gezicht voor de foto.

Beide boeken hebben ook een alfabetische index. Een die in de eerste druk loopt van achtergrond tot zekeringen (elektr.) en in de tweede druk van absoluut nulpunt tot zijdelingse straling. Waarmee duidelijk wordt, dat de tweede druk inderdaad uitgebreider is dan de eerste. Achterin de eerste druk staat een prijslijst, die bij de tweede druk ontbreekt. De prijslijst maakt een onderscheid in Amstel- Hobby-serie en Hobby-serie. De boeken die er in verschenen zijn kosten respectievelijk 2.50 of 3.90 en meer per stuk. De boeken uit de Hobby serie bezit ik ook, voor een groot gedeelte. Deze zijn luxer uitgevoerd.

Blijkbaar wilde de uitgever met de nieuwe Amstel-Hobby-serie een nieuw publiek aanspreken. Of 2.50 voor een hobbyboek veel was, in het begin van de jaren zestig, dat weet ik eigenlijk niet. Je zou het tegenover de prijs van een alledaags artikel moeten zetten. Een brood of zo. Maar ook dat weet ik niet meer. Want ik zou pas tien jaar later geboren worden.

15 augustus 2013

The new international Webster's comprehensive dictionary of the English language


Je hebt van die aankopen, die je nog de hele dag bezighouden. Dit was er zo een. Het Engelstalige, met een vakterm aangeduid encyclopedisch woordenboek met die hele lange naam. Encyclopedic edition, staat er verder nog op de titelpagina. Gevolgd door 2003 edition. For distribution and sale in Germany, Switzerland and Austria only, vermeldt het colofon, dat minstens zo omvangrijk is en een A4-tje aan tekst beslaat. Op het schutblad heb ik naast mijn naam en datum van aanschaf, wat ik altijd doe, nog een opmerking gezet: Gekocht voor € 1. Nieuw! Ik viste m, vorig jaar, nog in het plastic verpakt, uit een grabbelboekenbak van een Duitse prijsvechter. En werd er stil van.

Eenmaal thuis haalde ik er het folie vanaf, en zag, hoe de prijs gedevalueerd was, in een paar jaar tijd, om ten slotte bij die ene euro te eindigen, in 2012. Ik moest er gewoon foto's van maken, ik kon het bijna niet geloven. Een lijvig boekwerk, bestaande uit flinterdun papier, om het niet nog zwaarder te laten worden. Drie kolommen per pagina en dat bijna 1900 pagina's lang. Niet alleen een Engels-Engels woordenboek. Het is ook een Spaans - Engels en een Duits -Engels woordenboek, het bevat informatie over hoe een vakbibliotheek te gebruiken, terminologie van de rechtswetenschap, notariaat, er staan citaten in, maten en gewichten... en nog ben ik dan niet compleet.

De Webster, zoals ie destijds bij ons op de bibliotheekopleiding werd genoemd, was een uitgebreid woordenboek dat scholieren en studenten bij hun studie gebruikten. In de hoogste klassen van de middelbare school, het MBO, het HBO en de universiteit. Omvangrijk, samengesteld door verschillende redacteuren met een grote reputatie op zijn of haar vakgebied. In een grote oplage gedrukt, op goedkoop papier, zodat de aanschafkosten laag konden worden gehouden. Zo werd er jarenlang gestudeerd, over de landsgrenzen. Want ik kan me niet herinneren dat wij het destijds veel gebruikten. Wij zochten wel iets op in de bieb en onze algemene naslag reikte niet verder dan een paar woordenboeken, Nederlands, Engels, Duits en misschien Frans. En dat bij voorkeur in de Prisma pocket editie. Want we wilden beslist niet meer weten dan strikt nodig.

In het buitenland, in Engeland en Duitsland, werd daar anders over gedacht. Ooit. Voordat internet er was, waarop 'alles' te vinden is, in elke taal. Betaalde abonnementen voor de serieuze literatuur, of gratis, maar dan volgepropt met banners of in het kaliber het staat toch op nu.nl boeien-of-het-wel-echt-klopt. Aan dit soort boeken klopte destijds alles. Maar anno 2003 was er al absoluut geen markt meer voor. Zo belandde het uiteindelijk bij die Duitse textiel super met restpartijen non food, waar ik het dus kocht.

Als voormalige bibliothecaris, werkzaam in wat eens een bedrijfsbibliotheek was, met vaktijdschriften, almanakken en andere adresgidsen. Inmiddels ben ik al lang informatiespecialist, en bezit onze afdeling, die ook geen documentatie afdeling meer genoemd mag worden, nog precies één jaarlijks verschijnend adresboek. De lijst van vaktijdschriften wordt elk jaar kleiner. Daarvoor in de plaats komen de nieuwsbrieven per e-mail, de tweets op twitter en de officiële publicaties in PDF. En kan het zo maar gebeuren dat je een naslagwerk voor een euro aanschaft. En er in bladert met een gevoel van, tja, zo was het ooit. Ooit vond je het heel gewoon, dat informatie zo maar een paar jaar oud kon zijn. Dat het dan toch nog waardevol was. Wachten op de nieuwe druk van zo'n boek, die wel een paar jaar uitbleef. Dan werd de oude afgeschreven. Er wordt niets meer afgeschreven, alles is altijd zo nieuw mogelijk. Een website met nieuws van 2 maanden oud onder het kopje 'Actueel' schuiven we al grinnikend opzij. Daar heb je niet veel meer aan.

11 augustus 2013

Miek en Minca

De eerste drie Mieke boeken verschenen tussen 1962 en 1964. Van het vierde deel, Miek en Minca, wordt alleen een herdruk vermeld in de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek. De vier deeltjes zijn in 1975 herdrukt als Witte Raven pocket. Maar ook het laatste deel is wel degelijk eerder bij West Friesland verschenen.

De eerste drie Mieke boeken verschenen tussen 1962 en 1964. Van het vierde deel, Miek en Minca, wordt alleen een herdruk vermeld in de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek. De vier deeltjes zijn in 1975 herdrukt als Witte Raven pocket. Maar ook het laatste deel is wel degelijk eerder bij West Friesland verschenen.Ruim vijftien jaar zijn verstreken, in het leven van Miek, haar gezin en haar familie. En om de lezers in een paar alinea's 'bij' te praten, laat de schrijfster haar hoofdpersoon al op de eerste pagina een foto album en losse foto's vinden tijdens de grote schoonmaak. Een ideale gelegenheid om er even bij te gaan zitten en de afgelopen jaren nog eens voorbij te laten gaan.

Het begint bij het niet helemaal gezonde broertje Kareltje. Die blijkt, als puber van vijftien onder het ijs te zijn gekomen, en overleden. Die jobstijding op die mooie wintermiddag, zou ze het ooit helemaal vergeten? Nee, nooit. Maar het leven gaat door en er zijn meer foto's te zien. Van haar tweelingzussen, Emmy en Tonia. Tonia getrouwd met haar leraar Engels en moeder van slechts één dochter, want Tonia had geen babies meer gewenst, ze was doodsbang voor haar figuur, dat inderdaad nu nog was als van een jong meisje.
Ems als verpleegster, eerst in Nederland, later in Nigeria en nu voor haar eigen gezondheid al weer een poos in Zürich.

Broer Bas, niet dom en technisch bij de pinken, die na de mavo een technische opleiding was gaan volgen, om uiteindelijk te eindigen als eigenaar van een zaak van bromfietsen, midden in het dorp. Getrouwd met Lienke Meijer, dochter van de directeur van de technische school. Foto's van broer Remco, inderdaad getrouwd met Sylvia de burgemeestersdochter. Het meisje met de artistieke aanleg, die ze nu alleen nog nodig had voor eigen gebruik, het interieur van hen was dan ook het toonbeeld van huisvlijt. Ook maar ouders van één kind, maar dat is in dit geval dan weer geen bezwaar. Dochtertje Conny is al net zo artistiek als moeder Sylvia. Dat is een deugd. Dat dochter Joany, die de koosnaam heeft van een andere bekende hoofdpersoon van de schrijfster, net zo nuffig is als haar moeder, is dan weer niet de bedoeling.

Vader Hogenbirk is inmiddels gepensioneerd en nog altijd tevreden met een partijtje schaak en een goede sigaar. Leo is behalve onderwijzer blijkbaar ook hoofd der school en psycholoog geworden, ondanks dat drukke gezin wat ze hebben. Want het huis is nog altijd een geheel en de peuters Wout en Peter zijn uitgegroeid tot puberjongens, die lang niet altijd doen wat hun moeder en vader van ze verlangen. En dan is er nog adoptiedochtertje Minca, met wie het ook al de verkeerde kant dreigt uit te gaan.

Er komen botsingen tussen Miek, Leo en de kinderen. Tussen Miek en Tonia. Emmy komt naar Nederland. Aanvankelijk om vakantie te vieren, maar het eindigt met een baan als assistente van dokter Otto broer van Sylvia van Zevenaer. Otto, die weduwnaar is geworden en niet zo heel veel tijd nodig heeft om Emmy ten huwelijk te vragen. Schoonzus van zijn zus, zus van zijn eerste liefde. Dat hij ooit van Miek hield, lijkt al lang weer vergeten. Het wordt wel een erg klein kringetje, zo.

De ruzie tussen Miek en Tonia wordt verholpen, door het levensbedreigend ziek worden van Joany. Een gegeven dat de schrijfster al een paar keer eerder heeft gebruikt. Ditmaal is het alleen geen longontsteking, maar een ongeluk. Spannende dagen volgen, maar uiteindelijk wordt het wachter met volledig herstel beloond. Niet alleen van Joany. Het herstelt ook de band tussen de beide zussen. En het ingesleten, liefdeloze huwelijk van Tonia wordt er zo veel beter door. Want Tonia vergeet haar uiterlijk en haar make up. Dat was nou ook precies de bedoeling. Ze had er veel te veel aandacht voor.

Met Minca en Peter dreigt het even helemaal mis te lopen. Gelukkig komt bij allebei de liefde om de hoek kijken. Peter vindt een degelijk vriendinnetje in Lonneke, na het mislukte avontuur met Elsje. En Minca, die komt er achter dat ze van Wout houdt. Pleegzus en haar stiefbroer, met elkaar opgegroeid in hetzelfde gezin. Heeft de schrijfster ook al een keer eerder gebruikt, maar dan in de variant van pleegbroer en zus.Maar voor het zo ver is, moet Minca eerst nog even bijna verdrinken en door Wout gered worden. Eerder realiseert ze het zich niet. Een vrij drastische manier om tot dat inzicht te komen. Een beetje al te melodramatisch.

Uiteindelijk komt alles toch nog goed. Voor iedereen. Want Emmy wordt zelfs op latere leeftijd nog moeder. Het komt goed voor bijna iedereen. Want met het definitief aan elkaar knopen van de lijntjes is de schrijfster één persoon vergeten. Trees, de zus van Leo en voormalig buurvrouw. Die werd in het vorige deel nog zo jong weduwe en moest weer gaan werken om rond te kunnen komen. Ze zou secretaresse worden. Of dat ook gelukt is, dat kom je als lezer niet te weten. Ze wordt zelfs helemaal niet aangehaald, net zo min als de overleden tante Katy, die nog een poosje voor de familie heeft gezorgd. Maar ach, die is er niet meer. Trees zal er nog wel zijn. En ergens met een directeur getrouwd, of zoiets. Dat zou helemaal in de lijn van dit zo bekende, rolbevestigende verhaal liggen.
Want o ja, op het eind van het verhaal krijgt ditmaal Miek een inzinking. Overspannen en oververmoeid. Net zoals Emmy, Remco en Bas dat eerder hadden. Sterke zenuwen had de familie Hogenbirk kennelijk niet.

18 juli 2013

Puck reikt naar de maan

Puck werkt bij rubberfabriek Patria, in Den Haag. Het is er saai en het gebouw is oud. Puck, die secretaresse is, zou willen dat er iets bijzonders gebeurde. En wordt op haar wenken bediend. De secretaresse van de beide directeuren, vader en zoon Verhaar, is ziek geworden. Net nu er een zakenreis naar Londen op het programma staat. Dan moet Puck maar mee, op het allerlaatste moment. Roef, roef , kantoorvoorraad en typemachine mee, in een taxi van de zaak naar huis, gauw spullen inpakken, vlug naar Hoek van Holland, waar de taxi nog een lekke band krijgt en razendsnel de boot op. Daar treft ze haar beide directeuren. De vader een gemoedelijke gezellige oude heer, de zoon een onsympathiek individu, goed in tennis, maar ongenaakbaar. En eigenlijk weet je het dan al.

Eerst ontstaat er vriendschap op de boot, waar Puck ook kennismaakt met ene Jules Limette, die - hoe toevallig - werkzaam blijkt bij een van de Engelse rubberfirma's waar Puck met haar directeuren naar toe gaat. En dan wordt je als lezer even op het verkeerde been gezet. Wie zal het worden? Jules of de jonge directeur, Max Verhaar? Puck moet hard werken en wordt gewantrouwd, aangezien ze zo maar is meegekomen en niet de 'echte' secretaresse is. Maar ze is accuraat, heeft haar 'vijfjarige met glans doorlopen' en volgt Engelse handelscorrespondentie, waar ze binnenkort examen voor moet doen. 

In het hotel schuift de jonge directeur haar een paar Engelse ponden toe, om haar onkosten mee te voldoen. Puck gaat er mee op pad en sluit prompt vriendschap met een meisje wat ze in de stad tegenkomt. Ze mag er zelfs komen logeren in het weekend. En Max Verhaar, die eigenlijk met de trein naar Brighton wilde gaan, weet Puck te overhalen, mee te gaan. Incognito, als een vriend, niet als haar baas.  Dan volgt een weinig relevant verhaal over een feest en een avontuur in de Engelse buitenlucht, een optreden met zang en gitaar van Puck en Max en vervolgens de terugtocht naar Nederland.

Waar alles al snel weer is zoals het was. Of toch niet? Want Puck heeft niet alleen vriendschap gesloten met May, ze is in dat ene weekend ook nog eens verliefd geworden op Max. Het levert haar een onduidelijke ruzie met haar ouders op, die verder nergens in het verhaal een rol spelen. En dan blijkt zijn secretaresse toch zieker dan gedacht, zodat Puck nog wat langer voor de jonge directeur moet werken. Iets, wat haar niet makkelijk afgaat. Ze besluit te solliciteren naar een andere baan en komt terecht bij de PTT, waar - alweer heel toevallig - de man van een oud collegaatje van Patria blijkt te werken. Er volgt nog een onduidelijke vriendschap met Han, een jonge mannelijke collega. Misschien wel alweer bedoeld om je als lezer op het verkeerde been te zetten.

Lang werkt Puck niet bij de PTT, een paar weken maar. Dan zoekt de oude meneer Verhaar haar op en vertelt, dat hij uit het bedrijf is gestapt en met pensioen gaat. Hij emigreert naar Zuid Frankrijk, waar hij een secretaresse / chauffeuse / typiste / gezelschapsdame voor zoekt en dat mag opnieuw Puck zijn. Want hij heeft vele secretaresses gezien, zoals Puck waren ze nooit. Waarmee een flink aantal pagina's zonnige zuiden gevuld kunnen worden. Na Londen, een promotie en een andere baan ook nog een baan in Frankrijk. Het kan niet op. Het eindigt met een bezoek van Max, die ze van het vliegveld moet gaan halen. En zijn aanzoek aan haar. Wat er precies met Jules en Han verder is gebeurd, wordt niet duidelijk. Ja, Puck wilde de maan, als het om de liefde gaat. En die heeft ze gekregen. In de vorm van haar voor haar ouders zo onbereikbare directeur.

Ook dit is wel een beetje veel verhaal voor één deel. Als ik Hella Jansonius was geweest, had ik dit over twee of drie delen uitgesmeerd. Hoe Puck bij Patria kwam, de reis naar Londen en ten slotte die naar Frankrijk.

06 juli 2013

Moderne dansen voor iedereen

Hij was zelf een professioneel stijldanser. Later ging hij er les in geven en begon hij zijn eigen orkest. Dat hij er ook boeken over heeft geschreven, heb ik lang niet geweten. Toen ik er een tegenkwam in de Hobby-serie, vertaald en wel, heb ik het dan ook meteen gekocht.

Victor Silvester, dus. Ik bezit ook een paar stijldansplaten. Eén er van begint met aftellen. Daar hoor je hem zeggen: slow, slow, quick-quick slow, en dan begint de muziek. Tadie, diedie, diediediedie... zoiets moet je horen, dat kun je niet opschrijven. Ik heb een paar platen uit de jaren zestig en zeventig, maar de muziek is waarschijnlijk veel ouder. Misschien nog wel van voor de oorlog.

Dit boek zal uit de jaren vijftig zijn. Het is één van de eerste uitgaven in de Hobby serie, want op de keerzijde van de titelpagina staat: In de Hobby-serie verschijnen verder:, waarna er een bescheiden lijstje volgt. Dat betekent dus, dat ze nog niet zijn verschenen, maar zullen verschijnen. Op diezelfde pagina een biootje van de auteur, gevolgd door onvervalste reclame: VICTOR SILVESTER Winnaar van het Wereldkampioenschap Dansen, Voorzitter van de  'Imperial Society of Teachers of Dancing Incorporated', Leider van het Victor Silvester Ballroom Orchestra, treedt regelmatig op voor de Britse Radio-omroep (B.B.C.) speelt uitsluitend op Columbia grammofoonplaten.

Geweldig. En dan moet het boek dus nog beginnen. Het bestaat uit twee delen en eindigt met Het boek eindigt met opnieuw reclame. Een keuze uit het platenrepertoire van Victor Silvester. Deel I, Hoofdzakelijk voor beginners, bevat een algemene instructie over de lichaamsdansen, de benamingen die gebruikt worden om de richting in de zaal aan te geven en de wijze hoe de schematische voorstellingen te lezen. Ten slotte volgt de uitleg van de eerste, meest eenvoudige dans: de Engelse Wals. Ik heb zelf jaren op dansles gezeten en was van huis uit al voorzien van een goed muzikaal gehoor, maar ik weet nog goed, dat er genoeg leerlingen waren, die deze dans al moeilijk genoeg vonden, om datzelfde ritme.

In het tweede deel, Voor diegenen, die niet langer beginners zijn, volgt de Meer gevorderde techniek. En daarna opnieuw de Engelse wals, gevolgd door de Slow foxtrot, Quick step, Tango, Rumba, Mambo, Samba, Weense wals en Rock and roll. Er tussen in zit nog een hoofdstuk Dansen op 'slow' en 'quick' ritme. Want stijldansplaten geven over het algemeen wel het juiste ritme aan, wie wil dansen op populaire muziek, zal zijn passen meestal wat moeten versnellen, of soms vertragen om in het ritme te kunnen blijven. Deze dingen weet ik, doordat ik jaren les heb gehad. En geoefend heb. Een goede partner heb gehad en dito dansleraar.

Ik heb er een levenslange voorkeur voor stijldansmuziek aan over gehouden. Niet de Engelse, maar de Duitse. Max Greger, de frivole saxofonist / orkestleider en Hugo Strasser, de klarinettist / orkestleider, die het 'im strikten Tanzrhythmus' hield. Of beide mannen boeken over stijldansen hebben geschreven, geloof ik niet. En Victor Silvester had het misschien ook beter niet kunnen doen. Want stijldansen is leuk, heel leuk, nog steeds. Maar het is wel iets dat je leert door het te doen, door te kijken en te luisteren. Niet door er een boekje met schematische voorstellingen over te lezen.

Zelf kreeg ik ruim dertig jaar na dit boekje pas dansles. Toen was de onderverdeling gemaakt in Standaard Dansen en Latijns Amerikaanse Dansen. Dat was allebei modern. In de Standaard Dansen zaten Quick Step, Engelse Wals, Tango en Slow Foxtrot. Een Weense wals hoorde er ook bij, maar die leerde je van elkaar, niet van de leraar. Tot de Latijns Amerikaanse Dansen behoorden, naast Rumba en Samba, ook Chachacha, Paso Doble en Jive. Dat laatste was dan weer een gematigde variant van Rock and Roll. Rock and Roll was een aparte cursus. Net als Mambo, die samen met Merengue en Salsa werd aangeboden. En dan was er nog een cursus oude dansen, waar je de Veleta kon leren en de Polka.

Over dat alles gaat dit boek niet. Ook niet over dansles, of over 'afdansen' voor een diploma, waarmee je een niveau hoger uit kwam. Brons, Zilver, Zilverster, Goud, Goudster en Topklasse. Over dat alles heb ik een ander boek. Dat bevat veel plaatjes en geen enkel schema. Dat is voor de liefhebber van stijldansen. Uitgegeven door een  Nederlandse stijldans-organisatie. Daarover een andere keer meer.

Moderne dansen voor iedereen verscheen oorspronkelijk onder de titel: Modern Ballroom dancing.

23 juni 2013

Weerziens op Manege Picadero

Ymke heeft een nichtje, Sigrid. En ze heeft een buurman, Tom van Gelder. De een heeft pas haar verloving zien stranden, de ander is een jonge weduwnaar. Ze vinden elkaar aardig en na de nodige misverstanden, waarbij er ook nu weer een vrouw ten tonele moet komen om de jaloezie wat aan te wakkeren, vallen ze elkaar dolgelukkig in de armen. En o ja, er komt natuurlijk ook een leuk huis uit de lucht vallen, waar het trouwlustige stel direct in kan.

Waarmee in een notendop het zesde deel over Manege Picadero is verteld. Veel meer is het niet. Nou ja, Ymke en Erwin hebben inmiddels een dochter, Nienke. Een naam die Helen Taselaar ook als hoofdpersoon van een ander verhaal zou gaan gebruiken. En het misverstand baseert zich deze keer op een echtgenote die niet meer in leven is en een zus, die voor een vriendin wordt aangezien. Ook dat heeft de schrijfster later nog een keer als motief voor de ruzie en het onbegrip gebruikt.

En dan is er nog Thijs, de aangenomen zoon van Erwin en Ymke, zestien jaar en in het bezit van de brommer. We zitten midden in de jaren tachtig en de kermis in het dorp wordt nog als een hoogtepunt gezien, waar zowel zestien jarigen als de hoofdpersoon, die slechts een paar jaar ouder is, meer dan genoeg leuks aan beleven. Een spookhuis, poffertjes, een geïmproviseerd terras en een paar grijpautomaten, waarmee je een horloge kunt scoren. Jongens van zestien die nog aan blikgooien met ballen doen, en er een pluchen beest mee winnen.

Er is een romantisch etentje in een restaurant met de veelzeggende titel Plaszicht. In datzelfde restaurant zullen Sigrid en Tom hun trouwreceptie ook houden. De wat norse, afwezige bioloog / schrijver wordt gaandeweg het verhaal steeds menselijker en blijkt zelfs zonder de nodige papieren een baan als leraar biologie aan een school te kunnen krijgen. Een baan die zo maar uit de lucht komt vallen, waarschijnlijk opgevoerd om het allemaal wat minder zweverig te maken. Sigrid is doktersassistente, wat Ymke ook was, voor ze trouwde. En ook hier is weer een grote hond, als gezelschap. En nog een zoontje uit het eerste huwelijk ook. Die natuurlijk zonder problemen meteen bij zijn vader en zijn nieuwe vrouw kan komen wonen. Want nee, daar heb je absoluut geen problemen mee, als vrouw van net twintig. Stel je voor.

Verhaal met veel dialoog, maar zonder verrassingselement: sterke rolpatronen, vooroordeel-bevestigend: uiteraard gemakkelijk leesbaar; vrij weinig verbindingspunten met situaties van meisjes in deze tijd, aldus de recensie. En dat klopt. Er is inderdaad weinig verrassends aan. Maar dat maakt het nou juist zo makkelijk leesbaar. Een vóórdeel. Zeker voor die meisjes in deze tijd, ook al zijn er dan vrij weinig verbindingspunten. Dat is die meisjes worst geweest. Ze wisten niet eens wat dat waren, verbindingspunten. Ze vonden het alleen maar heel leuk om over later te dromen. Ook al strookte het later van de schrijfster dan niet met de werkelijkheid. Meisjes waren toen al intelligent genoeg, om te weten dat het leven in boeken altijd goed kwam, en in het echte leven niet altijd.

Je vraagt je af, of die recensenten zelf kinderen hadden. Of ze zelf wel ooit jong waren geweest. Jong genoeg om zich in de leefwereld van meisjes te kunnen verplaatsen. Dan zouden ze hebben geweten dat het boek inderdaad niet verantwoord was, maar wel heel populair. Zoals alle verhalen uit deze serie dat waren.

04 juni 2013

Miek op eigen wiek

Het derde deel over Miek en haar familie. Waar we als lezers weer een paar jaar verder in de tijd zijn. Miek en Leo zijn intussen ouders van een tweeling, Wout en Peter. Het grote gezin, dat Miek zo graag had willen hebben, zal er nooit van komen want na de geboorte van de tweeling is 'een operatie noodzakelijk' geweest. Wat en waarom precies vermeldt de schrijfster niet, wel, dat Miek nooit meer in verwachting kan raken. Maar ze heeft de zorg voor haar kleine broertje Karel nog. En ze weet haar naaste familie vlak bij.

Zus Emmy is met hart en ziel verpleegster, haar tweelingzus Tonia - Tonny in haar nieuwe werkkring - is mannequin geworden. Een oppervlakkig leventje, dat haar eigenlijk al lang niet meer boeit. De afspraakjes met oppervlakkige mannen kunnen haar eigenlijk gestolen worden. Dat is zo onecht. Maar als ze op het station op weg naar haar familie John Faber tegenkomt, haar oud leraar Engels, op wie ze vroeger zo verliefd was, is ze van zijn hartelijkheid weer niet gecharmeerd. Aardig, attent, maar wel heel ouderwets en degelijk. Ze laat zich door hem in een taxi naar Miek brengen. Die ruikt meteen een roman.

Miek zorgt er voor dat het contact in stand blijft, ook wanneer Tonia weer gewoon aan het werk is. Ze arrangeert zelfs een etentje, waar de hele familie bij aanwezig is. Ook broer Remco met zijn vriendin Sylvia, haar vader, broer Bas en tante Katy. En dan weet je als lezer al, dat het wel in orde gaat komen met Tonia en John. Dat doet het ook, op de verloving van Remco en Sylvia, bij wie het, ondanks de tegenwerking  van Sylvia's vader, óók in orde is gekomen.


En dan is er ook nog het weesje Minca, dat in het ziekenhuis van Emmy terecht is gekomen. Het kindje heeft, nu haar ouders als gevolg van een ongeluk zijn overleden, geen familie meer. Miek wil het kind meteen adopteren. Als had ze het nog niet druk genoeg. En uiteraard gebeurt het ook. Leo regelt het voor Miek. Zoals hij alles voor haar regelt. 

Leed is er ook. Zo is tante Katy een erg strenge huishoudster voor vader en de beide nog thuiswonende broers. Vader mag zelfs niet binnen roken. Miek probeert hem zo veel mogelijk gezelligheid te bieden en ook haar zussen komen maar wat graag bij Miek. Dan overlijdt Jules Graafland, zwager van Leo en Miek. Hij en Trees zijn een luxe leven gaan leiden, wat Jules uiteindelijk met de dood moet bekopen. Het doet Trees inzien, dat ze weer moet werken voor haar geld en dat ze aan familie meer heeft dan aan oppervlakkige vriendinnen. En Otto, die nu hun huisarts is, blijkt een ziekelijke vrouw te hebben, die voortdurend moet 'kuren' in Davos.

Tante Katy kan het overlijden van haar neef Jules maar moeilijk verwerken. Ze wordt oud en krijgt kwaaltjes en uiteindelijk komt 'de slag' en overlijdt ze aan een hersenbloeding. Wie moet er nu voor vader Hogenbirk en de beide zoons zorgen? Weer is het Miek die voor een oplossing zorgt. De muur tussen de beide woonkamers wordt doorgebroken, terwijl de tweede keuken en de bovenverdieping voor Tonia en John vrijkomt. Miek zelf zal weer voor vader en haar broers zorgen. Naast Leo. Wout. Peter. Minca. Kareltje. En hond Beer, die ook zijn intrede heeft gedaan in huize Hogenbirk-Carels. Dat huis dat nu ook een naam heeft: Op eigen wiek. Ze hadden het beter Supermiek kunnen noemen.