Zoek je iets?
Arja Peters (ps. van Chinny van Erven)
De Wildhof (serie)
De klas van Tina (serie)
Fietsclub 'Krap bij Kas' (serie)
Freddy Hagers (ps. van G. Betlem)
Goud-Elsje (serie)
Hans Borrebach (auteur)
Hans Borrebach (ill.)
Helen Taselaar
Herry Behrens (ill.)
Herson (is ps. van Herry Behrens; ill.)
Ik kan serie
Inge Neeleman (is pseud. van Helen Taselaar)
Jeugdhotel De Witte Hengst (serie)
Kluitman Jeugdserie
Manege Picadero (serie)
Max de Lange-Praamsma
Mien van 't Sant
Netty Koen-Conrad
Prisma boeken (serie)
Rie Reinderhoff (ill.)
Sanne van Havelte
Sneeuwbalserie
Uitgeverij De Eekhoorn
Uitgeverij West-Friesland
Witte Raven Jeugdpockets
Zonne-reeks
Zonnebloem serie
correspondentie
huishoudboeken
meisjesroman
uitgeverij Elsevier
uitgeverij Van Holkema en Warendorf
woninginrichting
Over mij
- Marieke
- Omdat oude boeken nog steeds leuk zijn om te lezen, maar omdat er meer is om over te schrijven. Sinds kort dus naast boeken ook oude spullen met een verhaal.
06 april 2015
29 maart 2015
Bloemen voor Inge - Een uit velen
Dit boek heeft twee titels. En ook twee schrijfsters. En de verhalen lijken op elkaar. Beiden gaan over een ziek meisje, vriendschap op school en gedeeltelijke genezing. In beide gevallen komt het dus goed. Maar het zijn twee verschillende verhalen, door de uitgever destijds in één band gestopt. Wanneer je Bloemen voor Inge omdraait verschijnt Een uit velen. Twee omslagen dus en daarmee geen achterflaptekst, waar een korte samenvatting op staat.
De samenvatting staat ook niet aan het begin van het verhaal. Wel staat er op de keerzijde van de eerste pagina in beide gevallen een illustratie van Borrebach. En hebben ze één bestelnummer: M98. Ik bezit twee van dergelijke 2 in 1 Witte Raven, maar ik weet dat het er meer moeten zijn. Ik had ze vroeger ook, maar heb ze weggegooid uit ruimtegebrek. Soms doe je dingen waar je later van denkt: had ik dat nou maar niet gedaan.
De catalogus van de Koninklijke bibliotheek maakt er één titelbeschrijving van. Bloemen voor Inge van Marga van Renkum wordt als titel genomen. En bij de annotatie, een mooi woord voor opmerkingen staat te lezen, dat het in keerdruk is met Een uit velen van Ina van Velsen. Mooi woord, keerdruk. Ik kende het niet, maar het omschrijft inderdaad precies wat het is. Bloemen voor Inge verscheen tien jaar eerder nog als afzonderlijk verhaal, ook met illustraties van Borrebach. Als noot, wat weer een ander soort van toevoeging is dan een annotatie, staat te lezen in die titelbeschrijving: Bandillustratie, gesigneerd Hans Borrebach: meisje met bloem in de arm, tegenover haar een meisje met penseel en palet; Redelijk exemplaar, omslag wat sleets.
De KB heeft ten minste nog een exemplaar. Ik moet het mijne nog altijd zien te vinden. Ook Een uit velen is eerst als afzonderlijk verhaal verschenen, omstreeks 1956. Maar dat vind ik in de catalogus niet terug. En zelf heb ik het ook niet. Ik heb wel een paar andere verhalen, die later als 2 in 1 herdrukt zouden worden. En, zoals voor zo veel boeken uit die tijd geldt ook hier: de oudere uitgaven zijn mooier, beter verzorgd dan de nieuwere. Daar stond Borrebach om bekend. De illustraties in de Witte Raven reeks worden door de kenners vaker afgedaan als slordig. Misschien om het karakter van goedkoop wegwerp boek te illustreren zo las ik eens in een recensie. En intussen is dit goedkope wegwerpboek al weer vijftig jaar oud.
Er zijn uiteindelijk een stuk of acht van die keerdruk boeken van Witte Raven verschenen, aldus de catalogus. Niet allemaal met illustraties van Borrebach. Een stuk of drie moet ik er ooit nog zien te krijgen. Wie weet, lukt het me nog. Want ik had ze dus niet weg moeten gooien. Maar ja, dat is meestal met dingen die je weg gooit. Het staat in de weg, totdat het in de vuilnisbak of oud papier doos belandt en je er, soms jaren later, spijt van krijgt.
De samenvatting staat ook niet aan het begin van het verhaal. Wel staat er op de keerzijde van de eerste pagina in beide gevallen een illustratie van Borrebach. En hebben ze één bestelnummer: M98. Ik bezit twee van dergelijke 2 in 1 Witte Raven, maar ik weet dat het er meer moeten zijn. Ik had ze vroeger ook, maar heb ze weggegooid uit ruimtegebrek. Soms doe je dingen waar je later van denkt: had ik dat nou maar niet gedaan.
De catalogus van de Koninklijke bibliotheek maakt er één titelbeschrijving van. Bloemen voor Inge van Marga van Renkum wordt als titel genomen. En bij de annotatie, een mooi woord voor opmerkingen staat te lezen, dat het in keerdruk is met Een uit velen van Ina van Velsen. Mooi woord, keerdruk. Ik kende het niet, maar het omschrijft inderdaad precies wat het is. Bloemen voor Inge verscheen tien jaar eerder nog als afzonderlijk verhaal, ook met illustraties van Borrebach. Als noot, wat weer een ander soort van toevoeging is dan een annotatie, staat te lezen in die titelbeschrijving: Bandillustratie, gesigneerd Hans Borrebach: meisje met bloem in de arm, tegenover haar een meisje met penseel en palet; Redelijk exemplaar, omslag wat sleets.
Er zijn uiteindelijk een stuk of acht van die keerdruk boeken van Witte Raven verschenen, aldus de catalogus. Niet allemaal met illustraties van Borrebach. Een stuk of drie moet ik er ooit nog zien te krijgen. Wie weet, lukt het me nog. Want ik had ze dus niet weg moeten gooien. Maar ja, dat is meestal met dingen die je weg gooit. Het staat in de weg, totdat het in de vuilnisbak of oud papier doos belandt en je er, soms jaren later, spijt van krijgt.
15 maart 2015
Vickey's capriolen
Ook dit is een deel uit een serie. Maar dat is aan het boek niet te zien. Het is uitgegeven in 1957 door uitgeverij Stenvert in Apeldoorn. De eigenaar van Stenvert is tevens eigenaar van uitgeverij De Eekhoorn. Beide uitgeverijen hebben naast elkaar bestaan en zowel Stenvert als de Eekhoorn hebben een website met veel achtergrondinformatie.
Vickey's capriolen, wat dus het eerste deel van de Vickey-serie zou worden, is net als de Olijke Tweeling, van Arja Peters. Beide series worden door de uitgever en op andere plaatsen, in één adem genoemd. Arja schreef beide reeksen dan ook tegelijkertijd, al ging ze met de tweeling nog een stuk langer door.
Het verhaal heeft, net als de Mieke boeken, een samenvatting op de keerzijde van de titelpagina staan, zodat je als lezer al een beetje weet, wat je te wachten staat. Hier valt dus te lezen dat Vickey een H.B.S.-meisje is, dat, nadat haar moeder is overleden, inwoont bij haar zus Niki en haar zwager Bob. Ook haar zus Rina woont bij hen in. Kennelijk is er ook geen vader meer. In de samenvatting staan verder nog een paar belevenissen, die Vickey gaat meemaken en die me erg aan de verhalen van Ellis en Thelma, alias de Olijke Tweeling doen denken. Met dat verschil dat die nog op de lagere school zaten, toen ze hun avonturen beleefden. Vickey is veel ouder.
Vickey, die heet Lengton van achteren., spreekt haar familie aan met schattedodden, die haar beantwoorden met Priegel of Krimmel.Woorden die in de Olijke Tweeling ook werden gebruikt. Die overigens een oom Bob hadden. Vickey moet geopereerd worden aan haar blindedarm. En ze krijgt een nichtje. Er is een lastige meneer Pieters. Ellis en Thelma kregen elk een broertje, hun vader een acute blindedarmontsteking en de lastige buurvrouw heette mevrouw Pieters.
Zo komt het toch wel allemaal heel erg op hetzelfde neer. Misschien heeft de firma Stenvert / De Eekhoorn gedacht, dat het voor twee verschillende leeftijdscategorieën was. Dit Vickey-boek is voor meisjes van 12 jaar en ouder geschreven, de Olijke Tweeling was voor 9 tot 12. En dat het daarom niet zo veel uit maakte, dat de verhalen zo op elkaar leken. En vervolgens werd Hans Borrebach maar weer eens gevraagd het geheel van een omslag en binnenillustraties te voorzien. Waarmee alweer een stereotype meisjesboek in de jaren vijftig was geboren. Het zou in de jaren zestig nog eens als pocketeditie worden uitgegeven. Kennelijk was het veelgevraagd.
Vrolijke H.B.S.-meisjes, met vrolijke, niet-alledaagse namen uit de jaren vijftig. Meisjes, die zich charmant door elke tegenslag heen lachen, al hebben ze geen ouders meer en krijgen ze blindedarm-ontsteking. Al hebben ze een paar onvoldoendes en soms zelfs een taak te maken, blijven zitten doen ze eigenlijk nooit. Achterop raken door ziekte is al een zeldzaamheid. Want die onvoldoendes komen door te slecht leren. En dat halen ze gauw genoeg weer in, als ze eenmaal inzien dat het zo niet verder kan. En dat gebeurt altijd. Ruim op tijd bovendien.
Bij het zoeken naar een afbeelding stuitte ik nota bene op een originele recensie, in het Dagblad van Amersfoort, uit 26 juli 1957. Te leuk om er niet bij te plaatsen. Met dank aan het Archief Eemland, voor het inscannen van haar collectie Historische Kranten, die bovendien ook nog goed te doorzoeken blijken te zijn. Hulde. Het is de eerste keer dat ik voor mijn blog zoiets kan posten.
Vickey's capriolen, wat dus het eerste deel van de Vickey-serie zou worden, is net als de Olijke Tweeling, van Arja Peters. Beide series worden door de uitgever en op andere plaatsen, in één adem genoemd. Arja schreef beide reeksen dan ook tegelijkertijd, al ging ze met de tweeling nog een stuk langer door.
Het verhaal heeft, net als de Mieke boeken, een samenvatting op de keerzijde van de titelpagina staan, zodat je als lezer al een beetje weet, wat je te wachten staat. Hier valt dus te lezen dat Vickey een H.B.S.-meisje is, dat, nadat haar moeder is overleden, inwoont bij haar zus Niki en haar zwager Bob. Ook haar zus Rina woont bij hen in. Kennelijk is er ook geen vader meer. In de samenvatting staan verder nog een paar belevenissen, die Vickey gaat meemaken en die me erg aan de verhalen van Ellis en Thelma, alias de Olijke Tweeling doen denken. Met dat verschil dat die nog op de lagere school zaten, toen ze hun avonturen beleefden. Vickey is veel ouder.
Vickey, die heet Lengton van achteren., spreekt haar familie aan met schattedodden, die haar beantwoorden met Priegel of Krimmel.Woorden die in de Olijke Tweeling ook werden gebruikt. Die overigens een oom Bob hadden. Vickey moet geopereerd worden aan haar blindedarm. En ze krijgt een nichtje. Er is een lastige meneer Pieters. Ellis en Thelma kregen elk een broertje, hun vader een acute blindedarmontsteking en de lastige buurvrouw heette mevrouw Pieters.
Zo komt het toch wel allemaal heel erg op hetzelfde neer. Misschien heeft de firma Stenvert / De Eekhoorn gedacht, dat het voor twee verschillende leeftijdscategorieën was. Dit Vickey-boek is voor meisjes van 12 jaar en ouder geschreven, de Olijke Tweeling was voor 9 tot 12. En dat het daarom niet zo veel uit maakte, dat de verhalen zo op elkaar leken. En vervolgens werd Hans Borrebach maar weer eens gevraagd het geheel van een omslag en binnenillustraties te voorzien. Waarmee alweer een stereotype meisjesboek in de jaren vijftig was geboren. Het zou in de jaren zestig nog eens als pocketeditie worden uitgegeven. Kennelijk was het veelgevraagd.
Vrolijke H.B.S.-meisjes, met vrolijke, niet-alledaagse namen uit de jaren vijftig. Meisjes, die zich charmant door elke tegenslag heen lachen, al hebben ze geen ouders meer en krijgen ze blindedarm-ontsteking. Al hebben ze een paar onvoldoendes en soms zelfs een taak te maken, blijven zitten doen ze eigenlijk nooit. Achterop raken door ziekte is al een zeldzaamheid. Want die onvoldoendes komen door te slecht leren. En dat halen ze gauw genoeg weer in, als ze eenmaal inzien dat het zo niet verder kan. En dat gebeurt altijd. Ruim op tijd bovendien.
Bij het zoeken naar een afbeelding stuitte ik nota bene op een originele recensie, in het Dagblad van Amersfoort, uit 26 juli 1957. Te leuk om er niet bij te plaatsen. Met dank aan het Archief Eemland, voor het inscannen van haar collectie Historische Kranten, die bovendien ook nog goed te doorzoeken blijken te zijn. Hulde. Het is de eerste keer dat ik voor mijn blog zoiets kan posten.
08 maart 2015
W.P. voor de vrouw : tweede deel H-Z
Het tweede deel heeft geen inleiding, zoals het eerste deel. Het valt zo met de deur in huis. Met een H. Er wordt ook doorgenummerd na deel een, zodat we starten op pagina 735, die dan weer geen nummer op de bladspiegel heeft staan. Ook dit moet voor bibliothecarissen van toen weer een leuke uitdaging zijn geweest. Zie hier maar een correcte titelbeschrijving van te maken.
Op bladzijde 739 en 740 staan tekeningen van haardracht, respectievelijk historische en bij kinderen. Dat laatste is dan weer actueel anno 1953. Inmiddels ook aardig historisch. Twee opgerolde vlechten. Eenmaal opgerolde vlecht. De klassieke lange vlechten. Voor het aankomend bakvisje. Tussen koffer en koffie zijn vier pagina's opgenomen met achtereenvolgens kenmerkende maten en verhoudingen klieren met inwendige secretie I en II, ofwel dwarsdoorsnede van vrouw en meisje en man en jongen.
Wanneer men bij de M gekomen is, worden er vier pagina's foto's gereserveerd voor het trefwoord moeder, alsof de uitgever daarmee duidelijk wil maken, dat dit de kern van de hele encyclopaedie is. En de bijschriften van de foto's liegen er niet om. Moeder moet rust en geborgenheid bieden. Niet uitgaan en het kind alleen laten. Moeder moet het kind op alles voorbereiden. Weten wanneer zij het kind moet loslaten. Raadgever zijn. Rekenen om met het huishoudgeld om te gaan. Zorgen dat het kind niets tekort komt en er tegelijkertijd voor zorgen, dat vader ook zijn deel in de opvoeding kan hebben. Als hij daar ten minste de kans toe krijgt. Er zijn foto's van eten, bestek, servies. En zelfs een kleurenfoto van soepen.
Ook dit deel eindigt met een Lijst van platen, onderverdeeld in gewone platen, anatomische platen en getekende afbeeldingen, welke de gehele pagina bevatten. Ook hier stoelen tegen een wit rose geruite achtergrond, als een soort voering van het omslag. Zo ben ik ten slotte ruim 1380 pagina's tekst verder, alles bij elkaar. En een heleboel wijzer geworden over de opvattingen van zestig jaar geleden. Ben blij dat ik nu vrouw mag zijn. Dat ik toen nog niet bestond.
28 februari 2015
Terug van weg geweest
Het is het vierde deel in de serie en het vervolg op 'Cupido slaat toe!'. Dat derde deel heb ik niet in mijn bezit. Nog niet. Ik kom het nog wel eens op Marktplaats -achtige websites tegen, maar steeds voor veel meer geld dan ik er voor over heb. Wie weet kan ik het nog eens ergens goedkoop op de kop tikken. Ondertussen bespreek ik alvast Terug van weg geweest. Want dit deel kan 'ook zelfstandig gelezen worden', zoals dat vroeger door de uitgever altijd werd omschreven.
Het gaat over Daisy Mastwijk, die al eens eerder in het Jeugdhotel logeerde. Toen vond ze zichzelf dik en onaantrekkelijk. In stilte werd ze smoorverliefd op Gregor Hansen, een medewerker die wel heel veel oog hadden voor alles wat vrouw heette. Inmiddels is Daisy een dieet en een permanent in haar haar haar verder en blaakt ze van het zelfvertrouwen. En kan ze Gregor niet vergeten. Tijd om terug te keren naar De Witte Hengst dus. Dit keer samen met haar nichtje Brigitte. Er is wat aarzeling, er zijn misverstanden, een onuitstaanbaar jaloers wicht dat Gregor in wil palmen en er is vriendschap. En natuurlijk is er ook liefde. Dat is het eigenlijk wel
In een recensie werd er gehakt van gemaakt. Verliefdheid en paarden, wat heb je nu nog meer nodig in het leven, zo staat er. Er wordt melding gemaakt over dromen in een onwerkelijke sfeer, over vrouwen die werken en soms zelfs al getrouwd zijn. Als er al problemen zijn, dan zijn die onecht en oppervlakkig. En over de illustraties, die al net zo nietszeggend zouden zijn.
Dat laatste is niet waar. Herry Behrens maakte ook hier een mooie omslag en mooie zwart wit tekeningen voor. Wat het verhaal betreft klopt de recensie wel. Maar dat heeft misschien nog wel het meest met de keuze van de uitgever te maken. De Selektserie - met k, we zitten nog in de jaren tachtig en toen mocht dat zo - mag dan wel de serie die er uit springt genoemd worden, het is ook een serie voor meisjes op de basisschool. En die willen al wel over paarden lezen, maar gaan nog niet verder in hun dan verliefd worden. Dit deeltje had in de Jeugdserie beter gepast. Maar dan nog is het een dertien in een dozijn verhaal.
Wie het zelf eens lezen wil, dat kan. Het is namelijk in zijn geheel te lezen. Doe het eens. En oordeel zelf over de tekeningen en het verhaal. Over de lopende band die Helen Taselaar heet. Want dat was eigenlijk waar ik het eerst aan dacht. Alsof ik het allemaal al honderd keer eerder had gelezen.
In een recensie werd er gehakt van gemaakt. Verliefdheid en paarden, wat heb je nu nog meer nodig in het leven, zo staat er. Er wordt melding gemaakt over dromen in een onwerkelijke sfeer, over vrouwen die werken en soms zelfs al getrouwd zijn. Als er al problemen zijn, dan zijn die onecht en oppervlakkig. En over de illustraties, die al net zo nietszeggend zouden zijn.
Dat laatste is niet waar. Herry Behrens maakte ook hier een mooie omslag en mooie zwart wit tekeningen voor. Wat het verhaal betreft klopt de recensie wel. Maar dat heeft misschien nog wel het meest met de keuze van de uitgever te maken. De Selektserie - met k, we zitten nog in de jaren tachtig en toen mocht dat zo - mag dan wel de serie die er uit springt genoemd worden, het is ook een serie voor meisjes op de basisschool. En die willen al wel over paarden lezen, maar gaan nog niet verder in hun dan verliefd worden. Dit deeltje had in de Jeugdserie beter gepast. Maar dan nog is het een dertien in een dozijn verhaal.
Wie het zelf eens lezen wil, dat kan. Het is namelijk in zijn geheel te lezen. Doe het eens. En oordeel zelf over de tekeningen en het verhaal. Over de lopende band die Helen Taselaar heet. Want dat was eigenlijk waar ik het eerst aan dacht. Alsof ik het allemaal al honderd keer eerder had gelezen.
22 februari 2015
Mieke waagt zich op glad ijs
Het 11e 'MIEKE'-boek, voor meisjes tot plm. 16 jaar, heeft een dubbelzinnige titel. Want het wordt letterlijk winter en Mieke gaat schaatsen. Maar ook figuurlijk, want met het schaatsen leert ze Hans van Wijk kennen, een echte flierefluiter, waardoor Mieke op het verkeerde pad terecht dreigt te komen. Ze begeeft zich 'op glad ijs'. Dreigt zich er op te begeven. Want het gebeurt wel, maar natuurlijk niet voor lang. Mieke mag dan wel een slecht kerstrapport mee naar huis nemen, maar daar blijft het ook bij. Dan ziet ze al meteen in, dat ze werken moet, wil ze niet blijven zitten.
Dat schaatsen is overigens maar een heel klein gedeelte van het verhaal. Er gebeurt ook nu weer van alles, maar nergens wordt echt diep op in gegaan. Precies zoals in andere delen. Ja, er wordt geroeid op de Linge, er zijn wat schoolavontuurtjes. Er is dansles, er is een lerares Grieks, die verliefd wordt op de leraar geschiedenis en een nieuwe leraar wiskunde, die geen orde kan houden. En er is dus ijspret. Er is zelfs een ongeluk van vader, moeder en Mieke, met de auto. Moeder De Rooy is behoorlijk ernstig gewond en Mieke toont zich flink en groot, wanneer ze juffie vraagt om de honneurs waar te nemen, zo lang moeder in het ziekenhuis ligt.
Er gebeurt dus heel wat, maar alles wordt in niet meer dan één hoofdstuk beschreven en ook direct weer opgelost. Alsof Mieke wel problemen mag hebben, maar niet al te erg. Het moet wel te overzien zijn, allemaal, voor de lezeressen. Iets mag niet te lang duren, of niet al te veel tijd in beslag nemen. En uiteraard komt ook alles direct weer goed. Er is meteen berouw en prompt ook vergeving.
Ook hier eindigt het verhaal met een een naschrift, dat al een beetje verraadt, waar het volgende deel over zal gaan. Mieke zal zich nu niet meer zo gauw laten afleiden, zo staat er te lezen, want ze wordt in april al vijftien. En dan kun je op school tenslotte niet meer zoveel gekke streken uithalen. In mijn herinnering was vijftien nou juist de leeftijd waarop je dat soort dingen deed. Maar ja. Het verschil tussen Marieke en Mieke is wel meer dan twee letters. Op zijn minst een jaar of dertig, veertig, in de tijd. Het naschrift heeft het nu al over het rustig volwassen laten worden van Mieke. En dan is ze dus nog geen vijftien.
Typisch is ook, dat er boven de lijst van Mieke-boeken, op de keerzijde van de titelpagina geschreven staat, dat het geschikt is Voor meisjes tot plm. 18 jaar. Dat is dus twee jaar meer. Eigenlijk vind ik 16 jaar al wel wat optimistisch. Zeker, wanneer je met je vijftiende geacht wordt volwassen te zijn. We gaan op het omslag ook nog terug naar deel tien, waarin Mieke zich opgeworpen heeft als dierenbeschermster.Het omslag bevat van dat tiende deel en samenvatting, dus helemaal een verrassing wordt dat deel niet, mocht je het nog niet eerder gelezen hebben.
Maar slim was het natuurlijk wel van de uitgever, om behalve een naschrift over wat volgt ook nog een terugblik naar een vorig deel te beschrijven. Op die manier werden de meisjes tot plm 16 of 18 jaar aangezet, de hele serie bij elkaar te sparen. Of ze in elk geval bij de bibliotheek dan wel leeszaal te gaan lenen.
Dat schaatsen is overigens maar een heel klein gedeelte van het verhaal. Er gebeurt ook nu weer van alles, maar nergens wordt echt diep op in gegaan. Precies zoals in andere delen. Ja, er wordt geroeid op de Linge, er zijn wat schoolavontuurtjes. Er is dansles, er is een lerares Grieks, die verliefd wordt op de leraar geschiedenis en een nieuwe leraar wiskunde, die geen orde kan houden. En er is dus ijspret. Er is zelfs een ongeluk van vader, moeder en Mieke, met de auto. Moeder De Rooy is behoorlijk ernstig gewond en Mieke toont zich flink en groot, wanneer ze juffie vraagt om de honneurs waar te nemen, zo lang moeder in het ziekenhuis ligt.
Er gebeurt dus heel wat, maar alles wordt in niet meer dan één hoofdstuk beschreven en ook direct weer opgelost. Alsof Mieke wel problemen mag hebben, maar niet al te erg. Het moet wel te overzien zijn, allemaal, voor de lezeressen. Iets mag niet te lang duren, of niet al te veel tijd in beslag nemen. En uiteraard komt ook alles direct weer goed. Er is meteen berouw en prompt ook vergeving.
Ook hier eindigt het verhaal met een een naschrift, dat al een beetje verraadt, waar het volgende deel over zal gaan. Mieke zal zich nu niet meer zo gauw laten afleiden, zo staat er te lezen, want ze wordt in april al vijftien. En dan kun je op school tenslotte niet meer zoveel gekke streken uithalen. In mijn herinnering was vijftien nou juist de leeftijd waarop je dat soort dingen deed. Maar ja. Het verschil tussen Marieke en Mieke is wel meer dan twee letters. Op zijn minst een jaar of dertig, veertig, in de tijd. Het naschrift heeft het nu al over het rustig volwassen laten worden van Mieke. En dan is ze dus nog geen vijftien.
Typisch is ook, dat er boven de lijst van Mieke-boeken, op de keerzijde van de titelpagina geschreven staat, dat het geschikt is Voor meisjes tot plm. 18 jaar. Dat is dus twee jaar meer. Eigenlijk vind ik 16 jaar al wel wat optimistisch. Zeker, wanneer je met je vijftiende geacht wordt volwassen te zijn. We gaan op het omslag ook nog terug naar deel tien, waarin Mieke zich opgeworpen heeft als dierenbeschermster.Het omslag bevat van dat tiende deel en samenvatting, dus helemaal een verrassing wordt dat deel niet, mocht je het nog niet eerder gelezen hebben.
Maar slim was het natuurlijk wel van de uitgever, om behalve een naschrift over wat volgt ook nog een terugblik naar een vorig deel te beschrijven. Op die manier werden de meisjes tot plm 16 of 18 jaar aangezet, de hele serie bij elkaar te sparen. Of ze in elk geval bij de bibliotheek dan wel leeszaal te gaan lenen.
12 februari 2015
W.P. voor de vrouw : eerste deel A-G
Nee, dit is geen handleiding voor dat DOS programma uit de vorige eeuw, bestemd voor dames. In een groot gedeelte van de vorige eeuw betekende W.P. namelijk geen WordPerfect, maar Winkler Prins. De gezaghebbende encylopedie, in mijn versie zelfs nog geschreven als encyclopaedie. Editie 1954. Februari 1954, het 10e-30e duizendtal, om precies te zijn.
Er zit geen omslag meer bij, maar ook zonder is het een prachtige uitgave, die kostbaar moet zijn geweest, zestig jaar geleden. Ingebonden in wit leer, met een vrouwenhoofd van opzij er in. Fraai bewerkte eerste pagina's. Het boek heeft niet alleen een Technische, maar ook een Aestetische verzorging gehad. Het is een tweedelige encyclopedie, maar zo omvangrijk, dat ik het ook maar in twee verschillende blogs opschrijf.
Meteen als je het eerste deel openslaat, valt de 'voering' op. Tekeningen van stoelen, in zwart wit. Tegen een achtergrond van roze vierkanten met bloemmotief. Na een overzicht van medewerkers een foto van Prinses Juliana in 1948, met daarboven het opschrift: Koninklijk woord. Vervolgens een Compendium. Een uitgebreide inhoudsopgave van 199 pagina's vol algemene ontwikkeling, waarin een vrouw belang stelde. Zo dacht de redactie het althans. Keurig gerubriceerd. Het is niet zo maar een lijst. Nee. Het is een hoofdrubriek met daar onder steeds een aantal subrubrieken. Zo bestaat Kleding uit Het costuum, Veren, Het dier om de mens (bont), Garderobe en Sieraden. Costuum met een C. Veren werden blijkbaar nog gewoon gedragen en bont was al net zo normaal.
Tussen de formele onderwerpen door zijn een aantal pagina's gereserveerd voor een Intermezzo. Bedoeld als ontspanning tussen het lezen van de zware kost door. Mannen over vrouwen, bijvoorbeeld, dat een lijst met citaten bevat. En Welke naam geven wij? Een overzicht met alle voorkomende doopnamen met hun afgeleiden. Een lijst van slechts vier pagina's. Tegenwoordig zijn naamboekjes ook zonder toelichting vaak al zo dik als een pocketeditie van een woordenboek. Maar destijds was de keus nog niet zo groot.
Pas op pagina 200 begint het alfabet. Elke letter heeft opnieuw al iets bijzonders. De A is een voorbeeld van een Merk- en borduurlap van wit linnen. De F een initiaal uit de drukkerij van Reyner Wolfe, Londen 1542. Het alfabet eindigt met Gijzelaar. Dan volgt nog een lijst van platen, nader onderverdeeld in Platen en Anatomische Platen. Een mooie omschrijving van foto's op glanspapier. Vervolgens is er nog een Overzicht met Getekende afbeeldingen welke de gehele pagina beslaan en ten slotte weer de voering van stoelen tegen een achtergrond van roze ruitjes met bloempatroon.
Zelfs door er nuchter een blog over te schrijven verval ik al in de toon die ze in meisjesboeken zoveel gebruikten in die tijd. Maar zo voelt het ook echt, als je er doorheen bladert. En zestig jaar geleden, het is toch geen eeuwigheid. Al lijkt het wel zo. Een fantastisch tijdsbeeld, die W.P., die blijkbaar niet eens meer volledige naam Winkler Prins nodig had, om in een oogopslag herkend te worden.
Wordt vervolgd. Voor de letters H tot en met Z. En alles wat er tussen staat.
Er zit geen omslag meer bij, maar ook zonder is het een prachtige uitgave, die kostbaar moet zijn geweest, zestig jaar geleden. Ingebonden in wit leer, met een vrouwenhoofd van opzij er in. Fraai bewerkte eerste pagina's. Het boek heeft niet alleen een Technische, maar ook een Aestetische verzorging gehad. Het is een tweedelige encyclopedie, maar zo omvangrijk, dat ik het ook maar in twee verschillende blogs opschrijf.
Meteen als je het eerste deel openslaat, valt de 'voering' op. Tekeningen van stoelen, in zwart wit. Tegen een achtergrond van roze vierkanten met bloemmotief. Na een overzicht van medewerkers een foto van Prinses Juliana in 1948, met daarboven het opschrift: Koninklijk woord. Vervolgens een Compendium. Een uitgebreide inhoudsopgave van 199 pagina's vol algemene ontwikkeling, waarin een vrouw belang stelde. Zo dacht de redactie het althans. Keurig gerubriceerd. Het is niet zo maar een lijst. Nee. Het is een hoofdrubriek met daar onder steeds een aantal subrubrieken. Zo bestaat Kleding uit Het costuum, Veren, Het dier om de mens (bont), Garderobe en Sieraden. Costuum met een C. Veren werden blijkbaar nog gewoon gedragen en bont was al net zo normaal.
Tussen de formele onderwerpen door zijn een aantal pagina's gereserveerd voor een Intermezzo. Bedoeld als ontspanning tussen het lezen van de zware kost door. Mannen over vrouwen, bijvoorbeeld, dat een lijst met citaten bevat. En Welke naam geven wij? Een overzicht met alle voorkomende doopnamen met hun afgeleiden. Een lijst van slechts vier pagina's. Tegenwoordig zijn naamboekjes ook zonder toelichting vaak al zo dik als een pocketeditie van een woordenboek. Maar destijds was de keus nog niet zo groot.
Pas op pagina 200 begint het alfabet. Elke letter heeft opnieuw al iets bijzonders. De A is een voorbeeld van een Merk- en borduurlap van wit linnen. De F een initiaal uit de drukkerij van Reyner Wolfe, Londen 1542. Het alfabet eindigt met Gijzelaar. Dan volgt nog een lijst van platen, nader onderverdeeld in Platen en Anatomische Platen. Een mooie omschrijving van foto's op glanspapier. Vervolgens is er nog een Overzicht met Getekende afbeeldingen welke de gehele pagina beslaan en ten slotte weer de voering van stoelen tegen een achtergrond van roze ruitjes met bloempatroon.
Zelfs door er nuchter een blog over te schrijven verval ik al in de toon die ze in meisjesboeken zoveel gebruikten in die tijd. Maar zo voelt het ook echt, als je er doorheen bladert. En zestig jaar geleden, het is toch geen eeuwigheid. Al lijkt het wel zo. Een fantastisch tijdsbeeld, die W.P., die blijkbaar niet eens meer volledige naam Winkler Prins nodig had, om in een oogopslag herkend te worden.
Wordt vervolgd. Voor de letters H tot en met Z. En alles wat er tussen staat.
Abonneren op:
Posts (Atom)
~2~2.jpg)


