Posts tonen met het label doe-het-zelf. Alle posts tonen
Posts tonen met het label doe-het-zelf. Alle posts tonen

12 mei 2017

Ik kan zelf repareren en maken

De eerste drie drukken heetten nog Ik kan het zelf. Vanaf de vierde editie is daar dus aan toegevoegd wat precies. Repareren en maken dus. Een practisch handboek, zo begint de ondertitel. Met daar onder, in kleinere letters, voor allen die in of om het huis iets willen repareren of maken. Als auteur staat vermeld: Geert Bak. Zijn functie staat, alweer in kleinere letters ook op de titelpagina. Een leraar aan de Lagere Technische School te Schagen.

Daarmee is de toon gezet. Dit boek uit de Ik kan serie is er eentje voor mannen. Sterker nog, in de inleiding staat een paragraaf die De vrouw en "ik kan het zelf" heet. Schrik niet. Was m'n man er maar! Maar die is aan zijn werk. Weet u mevrouw, dat in z'n gereedschapskastje zo'n klein schroevendraaiertje ligt? Pak het toch en demonteer die stekker eens. 

Met andere woorden, dat soort kleine klusjes moet u  net zo goed kunnen uitvoeren. U kunt ten slotte niet alles aan uw man overlaten. Die heeft zijn werk. Dat u de kinderen heeft en het voltallige huishouden, daar heeft dit boek het niet over. Maar dat geeft niet, daar heeft Sijthoff andere boeken voor uitgegeven. Koken, huishouden, kinderen opvoeden. Ik besprak ze allemaal al eerder. Ook hier weer mooie gekleurde platen. Reclames en tekeningen, die de uitleg nog duidelijker maken.

Er is opnieuw een uitgebreide inhoudsopgave en ter afsluiting een groot alfabetisch register. Van Aambeeld tot Zwei. Hoofdstukken over het Huis en zijn omgeving, Gereedschappen, Sanitair, De Fiets, De Bromfiets. Alleen al door deze inhoudsopgave en de paragraaftitels er van te lezen, krijg je de indruk dat in de jaren zestig alles nog zelf te repareren en te maken was. Tot aan Vulpennen en een Papierbak aan toe.

Misschien was het ook wel zo. Ik ben niet alleen een liefhebber van oude boeken, ook oude auto's vind ik leuk. Soms zie ik na afloop van zo'n rit nog wel eens een oldtimer met zijn motorkap open staan. Dan kijk ik er in. Het ziet er allemaal zo simpel uit. Alles binnen handbereik. En ja, ik ben een mevrouw die nauwelijks een schroevendraaier aanraakt. Ik wacht braaf tot mijn man thuis is. Niet met alles hoor. Een schroefje vastzetten of een nieuwe lamp indraaien kan ik zelf ook nog wel.

Zo'n oude auto, ik zou er echt niet aan beginnen, maar het geeft wel een mooi beeld van het materiaal uit de jaren zestig weer. Alles leek inderdaad maakbaar. Er hoefde niets vervangen te worden omdat het stuk was. Repareren, want weggooien is zonde. Kom daar nu maar eens om. Zelf repareren en maken, dat begon als knutselen. Kleine jongens, die onder leiding van vader spelend leerden. Ook daarvan verscheen een Ik kan boek. Wordt dus vervolgd.

12 februari 2015

W.P. voor de vrouw : eerste deel A-G

Nee, dit is geen handleiding voor dat DOS programma uit de vorige eeuw, bestemd voor dames. In een groot gedeelte van de vorige eeuw betekende W.P. namelijk geen WordPerfect, maar Winkler Prins. De gezaghebbende encylopedie, in mijn versie zelfs nog geschreven als encyclopaedie. Editie 1954. Februari 1954, het 10e-30e duizendtal, om precies te zijn. 

Er zit geen omslag meer bij, maar ook zonder is het een prachtige uitgave, die kostbaar moet zijn geweest, zestig jaar geleden. Ingebonden in wit leer, met een vrouwenhoofd van opzij er in. Fraai bewerkte eerste pagina's. Het boek heeft niet alleen een Technische, maar ook een Aestetische verzorging gehad. Het is een tweedelige encyclopedie, maar zo omvangrijk, dat ik het ook maar in twee verschillende blogs opschrijf.

Meteen als je het eerste deel openslaat, valt de 'voering' op. Tekeningen van stoelen, in zwart wit. Tegen een achtergrond van roze vierkanten met bloemmotief. Na een overzicht van medewerkers een foto van Prinses Juliana in 1948, met daarboven het opschrift: Koninklijk woord. Vervolgens een Compendium. Een uitgebreide inhoudsopgave van 199 pagina's vol algemene ontwikkeling, waarin een vrouw belang stelde. Zo dacht de redactie het althans. Keurig gerubriceerd. Het is niet zo maar een lijst. Nee. Het is een hoofdrubriek met daar onder steeds een aantal subrubrieken. Zo bestaat Kleding uit Het costuum, Veren, Het dier om de mens (bont), Garderobe en Sieraden. Costuum met een C. Veren werden blijkbaar nog gewoon gedragen en bont was al net zo normaal.

Tussen de formele onderwerpen door zijn een aantal pagina's gereserveerd voor een Intermezzo. Bedoeld als ontspanning tussen het lezen van de zware kost door. Mannen over vrouwen, bijvoorbeeld, dat een lijst met citaten bevat. En Welke naam geven wij? Een overzicht met alle voorkomende doopnamen met hun afgeleiden. Een lijst van slechts vier pagina's. Tegenwoordig zijn naamboekjes ook zonder toelichting vaak al zo dik als een pocketeditie van een woordenboek. Maar destijds was de keus nog niet zo groot.

Pas op pagina 200 begint het alfabet. Elke letter heeft opnieuw al iets bijzonders. De A is een voorbeeld van een Merk- en borduurlap van wit linnen. De F een initiaal uit de drukkerij van Reyner Wolfe, Londen 1542. Het alfabet eindigt met Gijzelaar. Dan volgt nog een lijst van platen, nader onderverdeeld in Platen en Anatomische Platen. Een mooie omschrijving van foto's op glanspapier. Vervolgens is er nog een Overzicht met Getekende afbeeldingen welke de gehele pagina beslaan en ten slotte weer de voering van stoelen tegen een achtergrond van roze ruitjes met bloempatroon.

Zelfs door er nuchter een blog over te schrijven verval ik al in de toon die ze in meisjesboeken zoveel gebruikten in die tijd. Maar zo voelt het ook echt, als je er doorheen bladert. En zestig jaar geleden, het is toch geen eeuwigheid. Al lijkt het wel zo. Een fantastisch tijdsbeeld, die W.P., die blijkbaar niet eens meer volledige naam Winkler Prins nodig had, om in een oogopslag herkend te worden.
Wordt vervolgd. Voor de letters H tot en met Z. En alles wat er tussen staat.

09 december 2012

Ik doe alles zelf

Van de serie Maraboe Flash bezit ik een groot aantal deeltjes. Ze staan, naast elkaar in een van mijn boekenkasten. Als je ze zo allemaal achter elkaar ziet staan, valt op, dat het 'mannen' en 'vrouwen' onderwerpen zijn. Het gaat óf over knutselen óf over koken. Over schaken of over handwerken. Dat idee. Ik doe alles zelf is zo'n mannenboekje. Zoals bij alle Flash boekjes is de titelpagina een stuk vollediger dan het omslag. Van onderhoud tot zelf maken : Ik doe alles zelf : Timmeren : deel 1, staat er. Of de boekjes in de jaren zestig ook in de bibliotheekcollectie opgenomen zijn geweest, weet ik niet. Maar de  bibliothecaris had er een leuke puzzelmiddag aan gehad. Wat is nu precies de titel?

De inhoudsopgave, die, zoals steeds,  Deze Flash in een oog opslag heet, waarbij het woord oog getekend is, verklaart de omvangrijke titelpagina. Deze Flash is de eerste in een reeks hobby-boekjes, zo staat er. Er zullen nog vele deeltjes volgen, gewijd aan diverse knutselhobby's, met betrekking tot schilderen, de omgang met electriciteit, - met een 2x c, inderdaad, zo werd het toen nog geschreven, het aanleggen en monteren van muziekapparaten en -toestellen enz.

Het eerste deeltje van een serie binnen een serie dus. Ja, er zijn inderdaad nog meer deeltjes doe het zelf verschenen. Die bezit ik ook. Daarover een andere keer meer. Dit deel dat dus over timmeren gaat, stelt de lezer weer een aantal vragen, waarna het antwoord op een bepaalde pagina wordt gegeven. Van oriëntatie, naar aankoopadviezen, naar aankoop, naar handleidingen voor gebruik, via vakmanschap, de plaats van het knutselen tot de functie er van. Want samen met uw zoon knutselen kan leuk en heel verantwoord zijn. De ideale plek om te knutselen is dan ook de ruimte waar de kinderen spelen. In de speel- en hobbykamer.

Ook in deze Flash weer een groot aantal tekeningen, om alles duidelijker te maken. En aan het eind van het boekje een beknopte inhoudsopgave, waarin, chronologisch in trefwoorden is omschreven waar wat te vinden is. En daarbinnen in sub trefwoorden. Zo omvat het hoofdstuk Monteren informatie over Pleisteren, Lijmen en Solderen en het hoofdstuk Waar? informatie over onder andere Gereedschapskist, Werkkast en Werkplaats. Altijd handig. Of, zoals het eerste hoofdstuk aanmoedigt: Stroop uw mouwen op!

'Ik doe alles zelf 1: Timmeren' verscheen oorspronkelijk bij uitgeverij Gérard & Co, te Verviers, onder de titel:'Je fais tout moi-même (tome 1)'.

Meer over Maraboe Flash is te lezen op deze (deels Franstalige) website.

29 september 2012

Goede raad

Dit is er weer zo eentje van voor de oorlog, waar nog over zoovele menschen wordt geschreven. En waar het voor ieder onzer hij zij groot of klein is, in plaats van voor ieder van ons, groot of klein.
Een ouderwetse spelling. Maakt het al meteen een stuk leuker, om door te bladeren.

De ondertitel luidt: geïllustreerde vraagbaak voor het huisgezin, samengesteld door practicus.
Waarbij practicus dan een synoniem is voor een redactie, bestaande uit een publiciste, een leerares aan het Haagsch Conservatorium, een oud redacteur van de Haagsche Post, een rechtsgeleerde, een letterkundig hoofdredacteur van het Weekblad "Vandaag", een leeraar Klein Seminarie en een Journalist. Alleen dat overzicht al, geeft aan dat het heel lang geleden is uitgegeven. Beroepen en tijdschriften, die al lang niet meer bestaan.

Het boek is opgedeeld in tien hoofdstukken en daarbinnen in trefwoorden. Die staan niet alfabetisch of systematisch gerangschikt, maar eerder willekeurig. Maakt het niet handig om iets in op te zoeken, maar misschien was dat de bedoeling van de redactie ook niet. Gelukkig staat er achterin dan wel een alphabetisch register, waarin alle trefwoorden zijn opgenomen. De lijst begint ook in dit geval weer met Aalbes - dit soort fruit kom je vaker als eerste woord in een handboek tegen - en eindigt met Zwemmende waren.

Het boek is in kolommen opgedeeld en het register verwijst dan ook naar de betreffende kolom waar het te vinden is. Wanneer je dan zo'n trefwoord terugzoekt, blijkt het weer niet per definitie een van de vetgedrukte trefwoorden te zijn, maar een woord dat, om een vakterm te gebruiken, freetext is gebruikt. Zwemmende waren bevindt zich dus 'ergens' in de kolom Goederenbeurs, voorafgegaan door Speculeeren en gevolgd door De bovenbouw. Kortom: lastig terugzoeken.

Tussen de tekst door staan een aantal zwart-wit foto's die op glanzend papier zijn afgedrukt, iets wat duur was, in die tijd. Elke foto heeft een onderschrift, wat ook weer prachtig proza oplevert: Een keuken van ideale indeeling en waarin niets ontbreekt, bijvoorbeeld, of De Amerikaansche wijze van tafeldekken: idividueele kleedjes onder de borden.

Op het register volgt nog een inhoudsopgave, waarin de tien hoofdstukken worden genoemd, met daarachter de verschillende thema's die er in worden behandeld. Maar dan weer niet uitputtend. Zo wordt het hoofdstuk Wij kennen andere menschen en weten met hen om te gaan gevolgd door de omschrijving: etiquette, feestjes, brieven, omgangsvormen, enz. Dat enzovoort blijkt het slot van elke omschrijving te zijn. Word je als lezer ook niet veel wijzer van.

Het boek eindigt met een reclame voor Kalzan. Het calcium natrium voedsel. Breng gezondheid in uw gezin. Kracht en gezondheid zijn de bron van harmonie en geluk. En zo gaat het nog een tijdje door in jaren dertig taal. Onder aan de advertentie staat een verwijzing naar hoofdstuk I in het boek: "Wij zijn menschen en houden lichaam en geest gezond".

Tot slot is er nog een reclame voor de K.N.A.C., ofwel de Koninklijke Nederlandsche Automobiel Club, aangezien de finantiëele voordeeelen van het lidmaatschap der K.N.A.C. het jaarlijksche contributiebedrag van fl. 25,- verre overtreffen, terwijl het entréegeld is afgeschaft. Zie ook hoofdstuk VII: "Wij ontspannen ons graag en doelmatig".

Het digitale boek der Nederlandse letteren heeft er nog scans en een ongecorrigeerd OCR bestand van opgenomen. Grappig.

23 augustus 2012

Libelle weet 't

Het was - of is misschien nog steeds wel - ook de titel van een van de vaste onderdelen van het gelijknamige tijdschrift. Waarschijnlijk destijds bewust zo gekozen. De ondertitel luidt De grote encyclopedie voor de vrouw. Het is een in groen kunstleer gebonden uitgave, uit 1969. Het omslag heeft een plaatsje gevonden in het archief van Het geheugen van Nederland, onder Spaarnestad Photo. Waar het per abuis 1970 als jaar van uitgave heeft gekregen. Het omslag is net zo grappig tijdgebonden paars als de band groen is.

Spaarnestad is ook uitgever van dit boek. Een gezaghebbende uitgeverij en drukkerij uit Haarlem, waarvan nu alleen nog maar het gelijknamige fotoarchief bestaat. Spaarnestad fuseerde tot VNU en ook dat verdween. Libelle wordt inmiddels al weer jaren uitgegeven door het Finse Sanoma.

Wat dit boek leuk maakt, is het voorwoord. En het daarop volgende Ten geleide. Dat laatste is geschreven , zoals al dit soort handboeken, door een directrice van een huishoudschool, die in dit geval officieel directrice van de Stichting Instituut voor Huishoudtechnisch Advies van de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen.
De uitgave van een encyclopedie voor de vrouw in een tijd waarin de vrouw de traditionele beperkingen schijnt te doorbreken die een geschiedenis van eeuwen haar beschermend heeft opgelegd, roept een aantal twijfels op, zo begint het Woord vooraf. De tijd van intieme handboekjes is immers voorbij; meer dan ooit bevleugelt de interesse van de vrouw het gehele bestaan van de mens. En dat is nog niet alles, ook in omgekeerde richting heeft een verschuiving plaats: wie zal ontkennen dat de traditionele domeinen van de vrouw, het huishouden, de opvoeding, de kookkunst, ja zelfs de mode en meer óók door de man betreden worden?

Dorine Holdert zegt in haar Ten geleide in haar woorden hetzelfde. Tien jaar geleden nog heette een  soortgelijk boekwerk 'Encyclopedie voor de Huisvrouw' en daarin werden dan ook alleen die onderwerpen behandeld die van bijzonder belang voor de vrouw heette te zijn, namelijk de zorg voor huis en gezin en verzorging van eigen uiterlijk.' Dat sprak in de jaren vijftig nog voor zich, tien jaar later heet het: het hedendaagse leven is felgekleurd, soms op het schrille af. maar ook nooit vervelend en ook niet suikerzoet. Het is goed, dat de vrouw daar in ieder opzicht deel aan heeft, al is haar leven daardoor minder 'veilig' en 'beschut' dan vroeger.

En na zo'n voorwoord volgen dan toch weer de alfabetische rangorde, beginnend met Aalbes en eindigend met Zijde. Er zijn nog steeds gekleurde afbeeldingen van handdoeken, al zijn die dan niet meer in uitsluitend pasteltinten. Er zitten nog steeds schema's in voor zaken als Welk speelgoed op welke leeftijd en Bekende kaassoorten. Ja, er zijn weer dwarsdoorsnedes van koe en varken, waarbij aangegeven wordt welk soort vlees zich waar bevindt. Allemaal net zoals tien, twintig, vijftig jaar eerder. Er zijn hooguit wat moderne onderwerpen tussengevoegd. Ook hier weer een lange lijst van redacteuren. En ook dit boek zal niet goedkoop zijn geweest, om het aan te schaffen.

Hoe het leven van de vrouw er weer tien jaar later voor stond? Dat is een tijd, die ik mezelf  al ga herinneren. Of dit soort boeken toen nog werden uitgegeven? Dat weet ik niet meer. Ik bezit ze in elk geval niet. Eind jaren zeventig werkten al steeds meer vrouwen buitenshuis en werd het huishouden iets voor erbij, wat zo min mogelijk werk moest kosten. En voor algemene ontwikkeling werden al steeds vaker cursussen gehouden. Toch eens kijken, of die boeken er tien jaar later nog wel bestonden. Misschien waren ze inderdaad wel van het toneel verdwenen. Samen met dat andere favoriete verzamelgebied van mij. De meisjesboeken. 

03 juli 2012

Ik richt mijn huis in

Fantastisch om in een gezellig gemeubileerd huis te wonen! Goed wonen bevordert de harmonie en het geluk in het gezin. Meneer en mevrouw Flash geven thans het woord aan een kundig binnenhuis-architect, wiens vak het is de problemen bij de woninginrichting esthetisch  en praktisch op te lossen. Hij werkte zijn ideeën uit voor smalle en ruime beurzen, voor kleinbehuisden en ruimwonenden. Ook u kunt met plezier w o n e n dank zij....

dit tweede deeltje in de Maraboe Flash reeks dus. Tenminste, als we de achterflaptekst moeten geloven. Wervend is-ie zeker. Maar dat zijn alle teksten wel, die op de achterkant van een boek worden geschreven. Ook dit soort zakboekjes. Dit naslagwerkje over woninginrichting is heel wat laagdrempeliger dan de kloeke uitgave uit de Ik kan serie. De toon is even hoogdravend, maar hier wordt tenminste eerlijk vermeld, dat lang niet iedereen in het bezit is van een ruime villa.

De hoofdstuktitels alleen al, geven aan dat het boek door iedereen gebruikt kan worden. Als u de beschikking hebt over.... zo begint het eerste hoofdstuk, waarna de deeltitels als aanvulling hebben weinig geld, antieke en moderne meubelen, schilderijen en snuisterijen.

Als uw woning...  zo begint hoofdstuk 2, waarna gekozen kan worden voor te klein, te groot, ouderwets of donker is en ten slotte voor als de kamers te hoog zijn. Als u verlangt naar...  start hoofdstuk 3, waarna de lezer zich verder kan verdiepen in achtereenvolgens een betere opstelling, een levend interieur, of het maximum met het minimum.

Het is eigenlijk meer een overzicht van vragen, waar de lezer een antwoord op zou willen hebben. Dat maakt dit tot een helder en overzichtelijk boekwerkje, dat de eerste bladzijde al meteen letterlijk met de deur in huis valt: Laten wij beginnen bij het begin: wat is hét probleem? Het is de noodzakelijke vraag, aldus de redactie van Flash. De tweede vraag die gesteld wordt: bent u op de hoogte? Ook daar komt een antwoord op. Dan volgt het derde deel: De grote problemen, die weer worden onderverdeeld in ruimte, paneel, meubel, vloer, licht, gordijnen, muur, behang, enzovoorts.

Het vijfde deel is: een idee voor elke ruimte. Ontspannen, slapen, werken, wassen. En tot slot: een paar sleutelwoorden, die verklaard worden. Esthetisch is er een. Functioneel ook. Modern. Traditioneel. Stijl en zone. Om te eindigen met een lijstje functionele afmetingen en ruimte om de Bereikbaarheid van leveranciers in te noteren.

Handig boekje, waar je ook zestig jaar na dato nog best wat uit kunt halen. Met veel tekeningen, die het verhaal nog duidelijker maken. Want het is al heel aansprekend geschreven, klaar voor gebruik.
Het moet veel verkocht zijn, denk ik zo. Al was het alleen maar, omdat de vertaling is verzorgd door de hoofdredactrice van 'De vrouw en haar huis'... een boekje voor vrouwen moet dit dus zijn geweest.

'Ik richt mijn huis in' verscheen oorspronkelijk bij uitgeverij Gérard & Co, te Verviers, onder de titel: Je décore ma maison'

01 maart 2012

Vivo Huishoudpockets voor de vrouw

Ze zitten met zijn zessen in een doosje. Cassette, om het officieel en chique te houden. Boekjes van 9x 20 centimeter. In zijn geheel nog steeds op Marktplaza te koop, de vraagprijs is iets van 6 euro. Op qoop staan ze ook. Daar wordt € 3,50 als startprijs genoemd. Ik betaalde er vorig jaar minder voor, op de vrije markt in Wamel.

Rommel-, kofferbak- of vrije markten zijn nog steeds de meest ideale plaatsen om oude boeken te kopen. Omdat je daar de meeste kans hebt op iemand, die niet weet wat hij verkoopt en dus de waarde niet in kan schatten. Of de waarde wel weet maar er gewoon van af wil, en daarom niet al te veel vraagt. Op een veilingsite worden meestal dingen aangeboden door mensen die veel te goed weten wat ze bezitten. En daarom veel te veel vragen.

De Vivo Huishoudpockets voor de vrouw dus. Zes deeltjes standaardwerk. Onderwerpen die in elk handboek uit die tijd wel voorkwamen. Die van in en om huis en lijf. In dit geval met de titels Bloemen en planten in huis en tuin. Wetten der etiquette. Apart en lekker. Praktisch wonen. Slank en charmant. Handig huishouden.

Vivo, dat is de afkorting van het Centraal bureau van de Vrijwillige Inkoop- en Verkooporganisatie te Amsterdam. Het was ook een kruideniersketen, die, na een paar fusies uiteindelijk tot de Super supermarkten zou leiden. Er is een kort artikeltje op de Nederlandse wikipedia pagina aan gewijd. Ze bleken met regelmaat speciale spaaracties te hebben.Waarschijnlijk zijn deze zes boekjes ook zo met zegels bij elkaar te sprokkelen geweest. Anno 1966.

Wederom leuk in de kast. Voor de foto's en de nostalgie. En de wat is alles toch veranderd in die vijfenveertig jaar ervaring. Huishoudpockets zijn al lang niet meer nodig, omdat er geen huisvrouwen meer bestaan. En als ze al bestaan, dan zoeken ze wel op, wat ze willen weten over planten, de tuin, zichzelf, de schoonmaak of goede manieren. Dat was toen wel anders. Elke vrouw leek behoefte te hebben aan naslagwerken. Of ze ze nu bij elkaar spaarde of gewoon zelf kocht. Ze werden bij bosjes tegelijk gepubliceerd.

29 december 2011

Ik kan handwerken

Een 'practisch handboek voor het vervaardigen van alle voorkomende vrouwelijke handwerken', aldus de ondertitel. Ik kan handwerken. Iets wat veel vrouwen van nu niet meer kunnen zeggen. Ik ook niet. Het is dan ook bijna vijftig jaar geleden dat dit boek werd uitgegeven. En nog wel eerder, ook. De editie, die ik bezit is van 1953. De vijfde, geheel omgewerkte uitgave.

B.C. Jelles, is de omwerkster. Een 'lerares Industrieschool voor vrouwelijke jeugd te Amsterdam en Huishoud- en Industrieschool te Haarlem'. Er is medewerking verleend door C.J.W. Leupen en A. Cupedo, eveneens leraressen van de Amsterdamse industrieschool.

Wat een huishoudschool was, weet ik. Dat werd later het huishoudelijk en nijverheidsonderwijs, de LHNO, weer later het lager beroepsonderwijs LBO en is nu, geloof ik, onderdeel van het VMBO.
De meeste meisjes uit mijn meisjesboekenverzameling zitten op de HBS, maar er gaat ook een enkeling naar de huishoudschool of naar de industrieschool. En behalve koken en poetsen leren ze er ook allemaal handwerken.

Wat ze dan precies leerden? Veel dingen, die in dit boek in woord en beeld staan uitgelegd. Weven, breien, haken, kant, vlechten, macramé knoopwerk, frivolité en  filet- of knoopwerk. Dit staat allemaal uitgelegd onder het kopje 'Technieken die stoffen doen ontstaan'. In 'Technieken op verdeelde stoffen' wordt verder verteld over kruissteek, tapisseriewerk, ajourwerk en zo meer. Dan is er nog borduren, dat onder 'Techniek op onafgedeelde stoffen' valt. Daarna volgt, in verschillende soorten en vormen nog het Opnaaien, gevolgd door Afwerken en de Lappendeken. Als elk boek uit de Ik kan serie wordt afgesloten met een register.

Er staan veel afbeeldingen in, die de tekst  moeten illustreren. En, ook al als in elk ander deel uit de Ik kan serie, een paar gekleurde 'platen', afbeeldingen op glanzend papier. Een advertentie van Cinderella lakens en slopen, een paar sfeeropnamen van handwerk. Een kleedje van geweven kousen, bijvoorbeeld. Of een gehaakt boodschappennet.

Huisvlijt. Dat wat de vrouw des huizes kon gaan doen, als al het verplichte werk voltooid was. Na het dagelijks poetsen volgens het schema van Ik kan huishouden. Waarvoor in dit boek trouwens nog reclame wordt gemaakt. Net als voor de al even onmisbare Ik kan koken.

23 juli 2011

Boeken in ons huis

Geen achterflaptekst, deze keer. Die kan ik dus ook niet citeren. Wel een motto, op de keerzijde van de titelpagina. Alleen in stille huislijkheid wordt het levensgeluk, de ware steen der wijzen, gevonden. Een citaat van Kotzebue. En ik ben het er mee eens. Lezen moet in stilte. Heb soms nog wel heimwee naar de leeszaal van de bibliotheek. Waar tafels tussen metershoge boekenkasten stonden. Vol naslagwerken en tijdschriften. Wanneer je een Belgische bieb binnenstapt, tref je dat soort dingen nog steeds aan. Hier al lang niet meer. Nee hoor, de bieb is modern geworden, een sociale ontmoetingsplaats. Daar mag gegeten, gedronken, gepraat en wat al niet meer worden.

En boeken? Die moet je zelfs in de bibliotheek al gaan zoeken. Laat staan in ons huis. In de jaren zestig was dat anders. Toen begonnen boeken juist betaalbaar te worden. De tijd van wat ze geloof ik volksverheffing noemen. Kennis vergaren was niet meer alleen voor mensen die gestudeerd hadden. Nee, studieboeken werden in pocketvorm uitgegeven en herschreven in gewoon Nederlands. En voor de algemene ontwikkeling verscheen de encyclopedie. Daar zou iedereen een buffetkast voor aanschaffen.

Dit boekje van Piet Marée is van net voor die tijd. Uit de tijd dat alles nog zelf gemaakt werd. Boekenkasten dus ook. Alle ontwerpen mogen door kunstenaars worden uitgevoerd of aan meubelmakers in opdracht worden gegeven, zo laat hij aan het einde van zijn voorwoord aan ons weten.Voor de handel en voor seriebouw zijn de auteursrechten voorbehouden aan de uitgever.

En daar gaan we dan. Van boekenkasten in het algemeen naar ingebouwde boekenkasten en naar boeken rond de haard. Toen deed de brandweer kennelijk nog niet zo moeilijk. Er zijn boekentafeltjes, scheidingswandjes met boeken, boeken in meisjes- en jongenskamers. Letterlijk overal, tot en met Holderdebolder, ik heb een boek op zolder.

Maak uw eigen boekenkast, - hoek- of kamer. Doe het zelf voor uw boeken. Knutselen om verzamelingen tekst met of zonder plaatjes op te bergen. Een boek over boeken heet een bibliografie. Maar een boek over boekenkasten? Wie weet, bestaat daar ook wel een naam voor. Dat vertelt de schrijver niet. Wel legt hij aan de hand van veel tekeningen uit, hoe we modern, ouderwets, gezellig, fraai of origineel onze boeken kunnen bergen. Zelf ben ik er maar gewoon voor naar Ikea gegaan. Ik deed het dus een beetje zelf.

03 mei 2011

Mevrouw knapt het op

De reeks heette aanvankelijk Baedeker voor de huisvrouw en werd later herdoopt in Baedeker voor de vrouw. Want de jaren zestig waren zo goed als voorbij en huisvrouw was geen beroep meer, maar iets wat je er als vrouw bij deed. Ooit kocht ik de gehele reeks voor 2,50 op een rommelmarkt. Het was nog in de guldentijd. Ik heb ze allemaal weg gegooid. Naderhand heb ik ze nog op veel rommelmarkten zien liggen. Als gehele serie, in losse delen. Maar nooit met origineel omslag. Tot voor een paar weken geleden. Twee deeltjes, een euro per stuk, maar dan wel met omslag.

Mevrouw knapt het op is deel 19 uit de serie van 25. Met op de foto een dame die gordijnen ophangt. Voorzien van make up en keurige haren. Zo zagen de vrouwen er in die tijd niet uit als ze met het huishouden bezig waren, maar goed. Het is voor de foto, zullen we maar zeggen. Dit deel is geschreven door Ep Simons. Een binnenhuisarchitect BWA, zo meldt het omslag verder. Geen idee waar die afkorting voor staat. Beide Wonende Alhier kan het niet wezen en Begeleid Wonen Amsterdam ook niet. Wie het weet mag het zeggen.

Wat verder googlen naar de betekenis van het woord Baedeker levert zelfs een heuse Wikipedia-pagina van deze serie op. Inderdaad, een serie naslagwerken voor de huisvrouw. Voor zover ik ze met omslag in bezit ga krijgen, zal ik ze gaan bespreken.

Dit deel bevat allerlei dingen die een vrouw zou moeten weten, kennen, kunnen of zou kunnen leren. Behangen, schilderen, ruiten inzetten, vloeren en vloerbedekking, gordijnen maken en hangen, meubels maken, stofferen, matrassen, het ophangen van voorwerpen, moderniseren in huis, electrische gebruiksvoorwerpen, sanitair en ten slotte: over haarden en kachels. Elk hoofdstuk valt uiteen in aparte onderdelen. Lastige gevallen, bijvoorbeeld, om te behangen. En Banen linoleum leggen, onder vloeren en vloerbedekking. Waar je hout koopt, om meubels te maken. Hoe je een deur met plastic leer bekleed, onder moderniseren in huis.

Ik bezit veel huishoudboeken. En ook in dit boek staan beslist een aantal handigheden, waar je als vrouw best wat aan had. Maar in dit geval zijn het toch vooral mannendingen. Zaken, die mannen niet graag uit handen gaven, omdat ze zich er te goed voor voelden. Waar de huisvrouw bovendien ook geen tijd en energie meer voor over had.

Het is een boek voor samen, zo geeft de schrijver in zijn voorwoord eerlijk toe. Want er zijn klussen die de een, en andere die de ander weer liever doet. En het is een boek voor de vakman. Die kan er ook nog wel eens wat van leren. Want alles is zelf te doen. Je hoeft er geen vakman bij te halen, al kan deze dit boek natuurlijk altijd gebruiken. Jaja. De titel dekt de lading dus in geen geval. Maar ach, het is leuk om bij de verzameling neer te zetten.

En wat een Baedeker nu precies is? Karl Baedeker schreef vooral reisgidsen. Die naam komt nog het meeste  voor. Nee, reisgidsen zijn het niet. Maar de naam Baedeker deed het goed in de jaren zestig. Zo moet de Nederlandse Boekenclub gedacht hebben, toen ze de serie zijn gestart.

14 mei 2010

Woekeren met ruimte

Terwijl de na- oorlogse huizen in volume zijn afgenomen, groeit gaandeweg in praktisch alle gezinnen óf wegens gezinsuitbreiding, het groter worden van de kinderen, het beoefenen van hobby's, het streven naar meer comfort of anderszins - de behoefte aan meer ruimte, die kan ontstaan...

als gebruik gemaakt gaat worden van 'Woekeren met ruimte'. Deel 39 in de Maraboe Flash reeks. Geen hoek meer verloren, aldus de ondertitel. Woekeren met ruimte! Uitroepteken. Allereerst in een oogopslag: wilt u praktisch wezen? Als u te weinig ruimte hebt. U wilt graag meer comfort, maar u hebt geen armslag? Wilt u het huishoudelijk werk tot een minimum beperken?

Wie op deze vragen een antwoord wil, leest deze Maraboe Flash. Over de verdeling van bezigheden in huis in zeven grond-functies: 1. aan- en uitkleden, 2. wassen en baden, 3. rusten (slapen en uitblazen), 4. zich ontspannen (lezen, muziek, radio, TV, dia's vertonen, praten, drinken, spelen, verzamelen, knutselen, volière, aquarium, planten), 5. eten, 6. onderhoud (keuken, was, strijken, naaien, schoonmaken), 7. administratie (correspondentie, boekhouding, belasting, enz.). Bezigheden met een logische volgorde. Zonder overbodige handelingen, overeenkomstig met uw behoefte, passend in het volume van uw woning. Wees praktisch.

Voorts worden alle grondfuncties verder verdeeld. Voor aan- en uitkleden moet een vestaire zijn, een diepe kast, een kleedkamertje en een paar andere kasten, als dat kan. Tips om dat in huis voor elkaar te krijgen. Muur wordt kast, zolder in de kamer, vestaire in de hal. Over de volledige badkamer, een handige, of een heel eenvoudige. Rusten in een eenkamerappartement. Een extra bed, meer kinderbedden in een kamer. Bed op zolder, reservebed in de gang. Allerhande mogelijkheden voor het plaatsen van een boekenkast, een volière of aquarium. In de deur, in het raam. Eten aan een bar, met een doorgeefwand met kasten. Pannenkasten, secretaires, luxe hoeken.

Het staat er allemaal in. Of het ook echt door iemand zo is uitgevoerd? Ik betwijfel het. Er staan nog wat vaktermen uitgelegd. Van elke oplossing is een tekening gemaakt, maar werktekeningen staan er niet in. Kennelijk werd dat als bekend verondersteld. Volgens Flash wist de handige man hoe hij een bed moest maken, of een aquarium, of een secretaire. En wist hij dat niet, wel, daar had je in de jaren zestig weer andere boeken en tijdschriften voor.

'Woekeren met ruimte' verscheen oorspronkelijk bij uitgeverij Gérard & Co, te Verviers.

07 januari 2010

Levenskunst

Ooit waren we van plan samen een boek te schrijven. Mijn toenmalige vriendin en ik. Een studieboek over de meisjesroman en de tijd waarin de meisjes van toen leefden. Zeg maar tussen 1930 en 1970. We waren allebei verzamelaar van meisjesboeken die we op kaartjes catalogiseerden. Met het nog te schrijven boek in ons achterhoofd, begonnen we ook een verzameling boeken aan te leggen over etiquette en maatschappij, uit die tijd. Eveneens prima tweedehands te vinden, op rommelmarkten.

Een voorbeeld van zo'n boek, dat ik kocht in die tijd is Levenskunst. Ik bezit de editie van 1958. Later, aan het eind van de jaren zestig, is het boek nog eens herdrukt. Samengesteld door de Winkler Prins Redactie, niet de minsten in die tijd. Handboek over levensvreugde, dagelijkse dingen van het leven en omgang met medemensen, zo luidt de ondertitel. En dan volgt een lange lijst van medewerkenden.

Levenskunst bevat een compendium, wat Latijn is voor samenvattend geheel van een wetenschap, en een alfabetisch gedeelte. Het compendium bestaat uit vijf hoofdstukken, die elk weer onderverdeeld zijn in lange paragrafen. Zo bestaat het hoofdstuk De levensweg uit onder anderen Liefde en huwelijk, Geheim van ergernis en jaloezie en Het verband tussen lichaam en ziel. Het hoofdstuk De geneugten van het leven is onderverdeeld in onder meer Sport en levenskunst, Beleving der schone kunsten en Genieten van spijs en drank. Het alfabetisch gedeelte beslaat het grootste gedeelte van het boek. Alles van Aanbevelingsbrief tot Zwart colbert staat er in beschreven en is waar nodig voorzien van illustraties en foto's.

Als spoorforens - er zit zelfs nog een treinkaartje als bladwijzer in - heb ik het boek destijds helemaal gelezen. En met potlood de opvallende dingen onderstreept:
Laat de huisvrouw dus zorgen dat zij voldoening vindt in haar huis en in haar gezin. Dan zal zij het leven van haar man en kinderen, maar ook haar eigen leven, tot een 'goed' leven te maken.
Erotiek is een kunst, die met finesse wil worden beoefend en niet als een gehaast bezoek aan een snelbuffet worden afgedaan.

In Nederland wordt over het algemeen geen koffie aan het ontbijt gedronken.
Macaroni behoort tot de voedingsmiddelen die niet met een mes worden gegeten.
Officiële beleefdheidsbezoeken en bezoeken ter gelegenheid van een speciale gebeurtenis behoren met een tegenbezoek te worden beantwoord, in het algemeen binnen 14 dagen.

En zo gaat het dus het hele boek door. 415 pagina's lang. Er een eigen boek over schrijven is er nooit meer van gekomen. Maar boeken over het beoogde onderwerp lezen blijft nog steeds leuk om te doen.

11 november 2009

Doe het zelf : maandblad voor praktische mensen

Wanneer je nu een abonnement op een tijdschrift hebt, verdwijnt dat na het lezen vaak bij het oud papier. Op zijn best worden de artikelen, die de moeite waard zijn, er uit gescheurd. Om te bewaren en nooit meer te lezen.

In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw was een tijdschrift nog kostbaar om te hebben. Daarom werd het vaak bewaard en uiteindelijk ingebonden. Soms kom je ze op een boekenmarkt nog tegen, van die oude, ingebonden jaargangen. Van het maandblad 'Doe het zelf' bezit ik zo twee banden, die samen het klussen anno 1957 en 1958 beschrijven.

Het was in de tijd dat de man nog meer dan 40 uur per week werkte, inclusief de zaterdagmorgen. Zijn vrouw hield zich bezig met het huishouden, dat steevast uit meer dan twee kinderen bestond en dus ook druk genoeg was. Maar als we het blad moeten geloven, hebben man en vrouw tijd genoeg over om te klussen. Er was nog amper televisie, laat staan een klusprogramma. Volgens mij bestonden er ook nog geen Gamma's, Fixets en Kwantums.

Ondanks dat wordt de illusie gewekt, dat alles zelf te maken valt. Of te repareren. Van een zit-slaapbank, via een stofzuiger grasmaaimachine en radio naar nestkastjes, kerststukjes en een elektrische bel. Voor zowel de heer des huizes als moeder de vrouw. Er staan oproepjes in van lezers. Maar het allerleukste van zo'n tijdschrift zijn de advertenties. Die geven een prachtig tijdbeeld, van alles wat toen nog kon en mocht.

BoTop hardboardplaat met plasticlaag. 'Neemt geen vuil op en één veeg met een vochtige doek is voldoende om het oppervlak schoon te maken'. Handelsmaatschappij Practisch. Maak zelf in één avond een stabiel boekenrek. Met Bridges bent U een gelukkig man... één die alles kan! Doe dit ALLEMAAL ZÈLF en nog VÉÉL MEER! Schuren, slijpen, uw auto poetsen, zagen, plaatsnijden, of de heg snoeien, BRIDGES doet het voor u! Stop... stop... we kunnen u niet alle mogelijkheden vertellen.

Daar moest je toch de bon voor invullen, voor meer vrijblijvende informatie. En o ja, Bridges had tevens gemakkelijke betaling. Lenen dus, en in termijnen terug betalen. Dat hadden we toen dus ook al. Zo heel veel is er dus nog niet eens veranderd.


Doe het zelf kende in 1958 een oplage van 55.000 stuks en stond onder redactie van Drs. R. Zondervan en G. Kromdijk. Een abonnement kostte 9 gulden per twaalf maanden. Een los nummer was 90 cent.

21 oktober 2009

Het geluk van de huisvrouw


Nog niet zo heel erg oud (2004), dit boek, maar een absolute 'must-have'. Het geluk van de huisvrouw is geschreven door Mayke Groffen en Sjouk Hoitsma. Er hoorde een gelijknamige tentoonstelling bij, in het Schielandshuis te Rotterdam, die ik helaas niet heb gezien. Maar dat geeft niet, het boek spreekt genoeg tot de verbeelding.

Het boek is verdeeld in zeven hoofdstukken. Opgedeeld in de dagen van de week krijg je zo een aardig beeld van het beroep van alle vrouwen, tot in de jaren zestig. Maandag wasdag. Over de was behandeling, zonder en later met apparaten. Dinsdag strijken en verstellen. Na het drogen van de was volgt de nabehandeling. Woensdag gehaktdag. Over eten kopen, koken en bewaren. Donderdag nieuw naaien. Want we kochten nog lang niet alle kleren, we maakten het meestal zelf. Al dan niet uit een bestaand kledingsstuk. Vrijdag kamerdag. Over het poetsen en onderhouden van het huis. Zaterdag kijken en vergelijken. Wanneer manlief thuis is met zijn salaris, gaan we op pad. Tenslotte: zondag rustdag. Verplichte rust, na een week hard werken.

Er zit een inleiding in, een goed notenapparaat, een bibliografie, een register en een verantwoording van de gebruikte illustraties. Volgens de bibliotheekopleiding dus een ideaal naslagwerk, want het voldoet aan alle eisen. Maar een naslagwerk, 'dient om er iets in op te zoeken, niet om het te lezen'. En lezen doe ik dit juist wel. Nog steeds.

De genoemde illustraties, dat zijn vooral oude advertenties, uit damesbladen. Heel oude, maar ook recentere. Over 'keukendoeken voor het moderne bruidje' (Elias), het wasmiddel 'dat zeker niet duur' is (Omo), een naaimachine die 'zóó goed is dat zelfs de kostbare bruidsjapon van een prinses ermee gemaakt kan worden' (Velo), 'kinderkleding-koopjes waarvan meisjes zeggen: "enig!" en moeders "mooi en voordelig!"(Witteveen) en ga zo maar door. Er staan foto's in, van huisvrouwen aan het werk. Interviews met huisvrouwen en hun kinderen.

De conclusie is even opmerkelijk als grappig. Want, in die honderd jaren huishouden voeren, hebben 'wij vrouwen' nog altijd even veel te doen als vroeger. Wassen mag dan wel automatisch gaan, het is nog steeds even veel werk: we hebben nu veel meer kleren dan vroeger. Kleren kopen, doen we nog steeds. Meer dan vroeger, want we maken het niet meer zelf. En mannen, die zijn nog steeds niet zo, dat ze ons vrouwen bij het huishouden helpen.

Wij vrouwen werken bijna allemaal. De week is dus niet meer gevuld met huishouden, dat doen we in de gaatjes die overschieten. Minder frequent, minder vaak, maar het moet nog altijd gedaan worden: wassen, strijken, koken, poetsen, kopen.

05 augustus 2009

Ik kan huishouden


De vierde, herziende druk, bezit ik. Uit 1962. De eerste druk is al van voor de oorlog, geloof ik.
Een boek als dit moest je in die tijd ook wel geregeld herzien, want er kwam zo veel nieuws bij, voor het huishouden. En je moest het ook geregeld herdrukken, want huisvrouw was het beroep van alle getrouwde vrouwen, toen.

Wat staat er allemaal in dit kloeke naslagwerk? Iets over financiering en inrichting van het huishouden. Het onderhoud van het huis, de inrichting. Verlichting, electriciteit. EHBO, opvoeding, tuinieren. Kortom, alles wat de huisvrouw weten moest.

Zo vreselijk leuk om door te lezen. Op pagina 22: een werklijst voor het wekelijkse werk, voorafgegaan door een lijst voor dagelijks werk. De houding bij het afwassen, op pagina 104. Hoe doeken en kleding te vouwen, pagina 227. Een item over het verwennen en verwaarlozen van kinderen, op 263. En ten slotte nog iets over etiquette, want dat was nog heel vanzelfsprekend, maar moeilijk, in die tijd. 'Alleen bij sportkleding kan een man zich veroorloven zijn fantasie uit te leven en zijn persoonlijke smaak te laten domineren... niet teveel want dan is hij weer een fat! En niets is erger dan dat!' Tegenwoordig vinden mannen het schijnbaar niet erg meer, een fat te zijn, kennelijk. De fantasie viert hoogtij, zo'n vijftig jaar later.

Advertenties zitten er ook in. Van Tomado, bijvoorbeeld. Negen fotootjes op een pagina: voorraadrek, fritessnijder, theecomfort, jampothouder, verstelbare schotelhouder, toastrekje, glazendragen, verstelbare schotelwarmer en een afdruiprek. Maar ook van Vegla weckglazen, 'het enige inmaakglas dat werd goedgekeurd door de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen'. Voor het 'Pas Aan' servies, dat alleen Pas Aan is, als er een Pas Aan merkje op staat. Van Gero Zilvium bestek: 'distinctie en sfeer aan uw dis'.

In de 'Ik kan' serie verschenen meer handboeken. Over fotograferen, handwerken, koken en tuinieren, bijvoorbeeld. Naast een dure editie, ook in een goedkopere variant. Ik heb er meer in mijn bezit. Wordt vervolgd.

13 november 2008

Vraagbaak voor de vrouw



Je kunt 'm nog geregeld vinden op websites als Marktplaats. De Vraagbaak voor de vrouw. Met en zonder bewaardoosje. Op alfabetische volgorde gerangschikte tips voor de huisvrouw, van Aanzetstaal, dat is wat je nodig hebt om een bot mes weer scherp te maken, tot Zoutzuur, wat je wel mag gebruiken om iets schoon te krijgen, maar waar je wel voorzichtig mee moet zijn.

Een verzameling losse deeltjes, die je als huisvrouw bij elkaar kon sparen bij Lever's Zeep Maatschappij. De voorloper van Unilever dus. En er wordt schaamteloos reclame voor Lever producten gemaakt. Dat is echt niet van nu hoor, dat deden ze vroeger ook al.

Ik vond 'm in zijn geheel, inclusief bewaardoosje en een ook losse, index, in een bananendoos op de Brabanthallen. En kon 'm voor een euro meekrijgen. Dat zijn altijd al de leukste koopjes.

Huishoud encyclopedieën verschenen in die tijd in alle soorten en maten. En ik heb er veel verschillende van. Geweldig om te lezen van uitzet, tafellinnen, sokken stoppen. Toen huisvrouw nog gewoon een beroep was.

Van al mijn huishoudboekjes is dit absoluut het leukste. Juist om de vele advertenties die er in staan. Met foto's uit die tijd. Die maken het helemaal af. Zelfs als je, zoals ik, ruim tien jaar later bent geboren. Dan nog. Lees het en verbaas jezelf. Al moet je er nu wel wat meer voor neertellen dan die ene euro van mij, destijds. Maar dat mag de pret niet drukken.
Vraagbaak voor de vrouw kon in 1960 bij elkaar gespaard worden bij Sunil Zeep. Op elk pak zeep zat een zegeltje. Voor drie zegeltjes plus een gulden (vijfenveertig eurocent) postzegels kon een deeltje worden gekregen. Er verschenen in totaal twaalf deeltjes.