29 december 2014

Ik kan vogels houden

Ongeveer twintig jaar geleden begon ik, samen met een studievriendin, aan mijn verzameling oude meisjesboeken. En om de tijd waarin ze zich afspeelden, zo'n beetje tussen 1930 en 1970, beter te kunnen duiden, legden we ook allebei een collectie naslagwerken uit die periode aan. De vriendin van toen spreek ik al lang niet meer. Ik weet niet, of ze nog steeds verzamelt. Ik ben het blijven doen, zowel de meisjesboeken als de naslagwerken uit die tijd.

Van de Ik kan serie heb ik al een aantal blogbijdragen geschreven. De serie geeft misschien wel het beste het tijdsbeeld aan van alles wat ik in de kast heb staan, aan handboeken en ander naslagmateriaal. Van Ik kan vogels houden bezit ik alleen de tweede druk, uit 1962. De eerste druk is van een jaar eerder en volgens de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek is er daarna geen editie meer verschenen.

Het is, net als de delen over onder meer koken, huishouden en het verzorgen van planten en bloemen, ook weer een echt tijdsbeeld, samengesteld door een oud redacteur van Onze vogels en een oud hoofdredacteur van Onze zang- en siervogels. Het boek bestaat hoofdstukken over verschillende soorten vogels, over de vogel in het algemeen en de huisvesting er van. Iets over erfelijkheid, ziekten en wetenswaardigheden. Er is een Register op onderwerp, een Register van figuren en een Lijst van afbeeldingen. Er zijn minder kleurenfoto's en reclame advertenties ontbreken zelfs helemaal.

Vogels houden. Onze overbuurman houdt postduiven, hij vliegt er prijzen mee. Het is al voor een groot gedeelte geautomatiseerd en ver geprofessionaliseerd, maar ondanks dat een uitstervende hobby. Men moet er veel tijd, geld en geduld voor hebben en dat is tegenwoordig niet meer aan de orde. Met de ruimte, waar in dit boek nog als mogelijk bezwaar over wordt gesproken, zit het intussen wel goed. Ruimte heeft iedereen wel, tegenwoordig. Maar al het andere niet meer. De siervogelvereniging in ons dorp bestaat al een poosje niet meer. Gebrek aan liefhebbers. En zo vergaat het de postduivenverenigingen ook steeds vaker.

Mijn buurman had siervogels, onze ooms ook. Maar hun kinderen hebben de hobby's niet overgenomen. Bij het overlijden van de heren gingen ook de vogels inclusief volière 'weg'. Dat is misschien ook wel de reden waarom er van dit boek geen derde of volgende druk meer is verschenen. Moge dit werk nog talrijke vogelhouders van dienst zijn bij hun boeiende liefhebberij, zo eindigt het voorwoord van de samenstellers als toevoeging op de tweede druk.

Een liefhebberij. Ook zo'n woord dat niet meer gebruikt wordt. Dames deden aan handwerken, heren hielden hun vogels. En jongens? Die knutselden. Dat deden mannen trouwens ook graag. Ook daarvan is een boek in de Ik kan serie verschenen, dat eveneens in mijn kast staat. Wordt vervolgd. Over een andere liefhebberij uit de vorige eeuw.

21 december 2014

Techniek in Nederland in de twintigste eeuw : huishouden, medische techniek

Er stond maar één deel in die naslagkast. Jammer. Waren het er meer geweest, had ik er meer meegenomen. Want dit is een leuke serie. Ik herkende de boeken uit de tijd, dat ik nog mediathecaris op een hogeschool was, en we het daar voor de naslagwerken aanschaften.
De serie werd halverwege de jaren negentig gestart en is tot 2003 voortgezet, zo blijkt uit een speciale website. Ik heb dus nog even door te sparen.

Huishouden en medische techniek, of, zoals op het omslag staat Huishoudtechnologie en medische techniek, is het vierde deel in de reeks en stamt uit 2001. Op het omslag vier sprekende illustraties van reclame en oude Postbus 51 achtige posters. Het exemplaar rechtsboven is zowaar een Borrebach.

Het boek bestaat uit twee delen, die elk apart genummerde hoofdstukken hebben. De Borrebach illustratie komt uit hoofdstuk 4 van het Huishouden-deel: De oorlogseconomie : noodgedwongen vindingrijkheid, 1940-1945. Het pamflet werd gemaakt in opdracht van de overheid. Door gebrek aan de benodigde vetten, was er direct bij het uitbreken van de oorlog schaarste aan grondstoffen voor huishoudelijke zeep. Tegen inlevering van vijf kilo beenderen bij slagerijen kon men buiten het distributie-systeem om een stuk huishoudzeep of een pak waspoeder verkrijgen, zo staat er als bijschrift.

Beide delen zijn zo chronlogisch geordend, tussen pakweg 1900 en 2000. Elk hoofdstuk is geschreven door een team van wetenschappers. En ook de redactie van de reeks heeft een aantal vooraanstaande geleerden in het team zitten. Het is dan ook niet zo maar een reeks boeken, er is een speciale stichting voor opgericht en er is door het Prins Bernhard Cultuurfonds,. het vroegere Anjerfonds, een flinke subsidie voor verstrekt ook. Geld genoeg dus om het goed en gedegen samen te stellen. Dat blijkt al na het lezen van dit ene deel.

Het is gemakkelijk te lezen en er is gedegen onderzoek gedaan. Dat blijkt wel uit de enorme lijst van geraadpleegde bronnen aan het eind van het boek, die ook weer chronologisch per hoofdstuk genummerd zijn. Waar mogelijk is van elke illustratie of foto ook weer de herkomst vermeld. Zo herkende ik een afbeelding als een advertentie uit Ik kan huishouden, en dat staat dan ook keurig als zodanig vermeld.

Het medische deel verhaalt vooral in een aantal hoofdstukken over de doorbraken op medisch gebied. Hoe een huisarts vroeger alles deed en hoe er langzaam specialisten waren. Hoe de medische kijk op het lichaam veranderde. Wat het röntgenapparaat betekende voor de geneeskunde. Het is allemaal minder leuk leesvoer dan het huishouden in de laatste eeuw, maar interessant is het wel.

De andere delen tot zo 2001 ken ik ook. Althans, van het globaal doorkijken. In het begin van het nieuwe millennium was ik bibliothecaris op een hogeschool in Den Bosch. En daar heb ik die reeks nog 'ingewerkt', wat betekende: opnemen in de catalogus en van de juiste stickers voorzien. Ze mochten helaas niet in 'de uitleen' maar waren uitsluitend bestemd voor in de naslagkast. Om het in de trein te gaan lezen was het toch al veel te zwaar en te groot. Maar om er nu een in de kast te hebben, die ik op mijn gemak in de bank kan doorbladeren, dat is toch wel heel leuk.

Zijn er misschien nog bibliotheken, al dan niet van hogescholen, die deze serie in hun collectie hebben en er niets meer mee doen? Die overwegen om ze af te schrijven, om nog maar eens een vakterm uit die tijd aan te halen? Ik hou me aanbevolen. Deze serie is beslist de moeite van het sparen, bewaren en herlezen waard.

05 december 2014

Mieke. Als de vrijheid lokt...

Ze lokt zelf nog meer als haar vrijheid, deze Borrebach versie van de dertiende Mieke. Ogen zwoel half geopend, een ook al half geopende mond met witte tanden, golvend haar, oogschaduw, een hand elegant boven haar voorhoofd en een blouse die ver open staat. Verder dan zou moeten. Mét de suggestie, dat ze er niets onder aan heeft.

Maar deze Mieke is geen hoofdrolspeelster in een schimmig romannetje, nee, dit is een deel uit de meisjesboekenreeks van Mien van 't Sant waarin we een meisje haar gymnasium zien doorlopen. En waarin alles zo voor zich spreekt en ondanks het jaar van uitgave - 1969- alles nog zo vreselijk conservatief is.

Mieke zit dus voor haar eindexamen, en deze uitslag-sfeer wordt, aldus de tekst op het omslag, goed door de schrijfster verwoord. Misschien. Denk er zelf toch anders over. Ik heb zelf twee keer eindexamen middelbare school gedaan. Een keer mavo, een keer havo. En in beide gevallen stond ik er zodanig voor, dat er weinig spannends meer aan was. Beetje zenuwen over de exacte cijfers, had ik. Mieke hoeft helemaal nergens zenuwachtig voor te zijn, want die staat er uitstekend voor. Maar ja, haar vriendinnen hè. Tonnie vooral. Die zou het nog wel eens niet kunnen halen. Maar ze haalt het. Net als de anderen.

De rector is vaderlijk, beschermend en heel persoonlijk bij zijn toespraak. Ze krijgen zelfs een persoonlijke uitnodiging bij hem langs te komen, als klas. Op dat moment is Erica van der Stoep al de verloofde van Mieke's stiefbroer Peter. Jawel, zo van het gymnasium af en binnen een week verloofd. Dus twee keer feest voor Mieke, want ook haar zus Madelon gaat trouwen. De bruiloft zelf, daar moeten we dus nog even een deeltje op wachten. En dan mag ze nog met haar ouders mee naar Oostenrijk, waar Peter al piano studeert en Tonnie zang zal gaan doen.

Het zijn indrukwekkende dagen voor Mieke. Ja, zulke dingen maken indruk als je achttien bent. Maar de schrijfster doet het toch een beetje voorkomen, alsof je ze ook móet meemaken op die leeftijd. Alsof verloven, trouwen en vakanties naar het buitenland voor zich spraken, naast die diplomering. Dat was beslist niet zo. Het moet de meisjes van toen toch op het verkeerde been hebben gezet. Een droomwereld, die niet bestond. Het werd destijds over veel meer meisjesboeken gezegd door deskundigen. Ook hier is het waar.

Terug naar het vorige deel. Daarin moet ze een offer brengen. Hoe en wat precies, dat weet ik nog niet. Maar ik gok dat ze intussen toch wel in het examenjaar van het gymnasium is aangekomen. Zonder al te veel problemen. Met alle bekenden uit de andere delen. En anders staat dat vast wel weer aan het begin van het verhaal. Wordt vervolgd.

29 november 2014

Rode rozen voor Kim

Kim Sybrands heeft een Engelse moeder en een Nederlandse vader. Haar ouders zijn gescheiden en Kim woont bij haar vader in Nederland. Pa Sybrands is een bekend regisseur en bevriend met een Engels landheer, die een dochter heeft, die weer een bekend schrijfster is. James Selby wil een boek van zijn beroemde dochter verfilmd zien en heeft Kim, die tot dan toe alleen nog maar kleine rolletjes heeft gespeeld, in gedachten als hoofdrolspeelster. De mannelijke hoofdrol levert problemen op. Ze hadden de bekende acteur Brendon Stewart op het oog, maar die weigerde, omdat hij een onbekende tegenspeelster zou krijgen. Kim dus... Wat een arrogant heerschap, denkt Kim bij zichzelf. En krijgt al bij voorbaat een hekel aan Brendon.

De filmproductie wordt in het verhaal beschreven en uiteraard de haat-liefde verhouding, tussen de arrogante maar o zo knappe al bekende acteur en de dochter van de regisseur, die niet op haar mondje gevallen blijkt. En uiteraard wordt het ruzie tussen die twee. Wat uiteraard ook weer goed gemaakt wordt, maar niet nadat er eerst diverse misverstanden zijn opgelost. Kim moet er dit keer een ernstige blindedarmonsteking en als gevolg daarvan een auto ongeluk voor krijgen, vóór ze inziet, dat Brendon wel degelijk wat om haar geeft. En uiteraard ontbreken ook in dit geval de omschrijvingen van het al minstens zo bekende Engeland niet in dit verhaal. Er wordt op het eind nog even getrouwd. Dat had ik stilte moeten gebeuren, maar ja, de ook al zo populaire pers krijgt het in de gaten en dan worden er tóch weer foto's genomen. En o ja, vader en moeder Sybrands willen het ook weer samen gaan proberen. Tuurlijk. Heel waarheidsgetrouw allemaal.

Tja. Het is er weer een in de categorie leuk voor mijn verzameling. Eentje van het bekende ingrediënten werk. Het makkelijk lezen voer. Flodderverhaal over een meisje dat haar toekomst droom langzaamaan uit ziet komen: beroemde filmster worden. Uiteraard is haar tegenspeler in eerste instantie een verwaande kwast maar na de nodige ups en downs worden beiden dan toch een paar. Type verhaal van dertien in een dozijn; geen karaktertekening, op de derde bladzijde weet je al wie de bruidegom wordt etc. etc., aldus de recensie van NBD | Biblion. Ditmaal wordt er zelfs niet geadviseerd, aan bibliotheken, het boek toch maar aan te schaffen. Maar dat zal vast toch wel veelvuldig gebeurd zijn. Flodderverhaal. Het zal je als schrijfster of uitgever van het geheel maar gezegd worden.

Over het omslag was de recensent positiever. Die werd Vrolijk  genoemd. Dat vond illustrator Herry Behrens blijkbaar ook. Hij heeft het, een paar jaar later, voor Welkom op De Wildhof, bijna letterlijk overgenomen. Alleen werd dat een heel ander verhaal. Leuker dan dit. Met een bekende zangeres dus. Maar zonder arrogante man. En het verhaal heeft eigenlijk ook een nóg iets vrolijker omslag. Deze uit De Wildhof-serie is echt heel geslaagd.

02 november 2014

Mieke... de vrije vogel laat zich niet vangen

De Mieke-serie bestaat uit in totaal veertien boeken, waarvan ik er dertien heb. Maar ook zonder Mieke als gymnasiaste kan ik een aardig eind komen met mijn recensies over de serie van Mien van t Sant, die ik in de loop der tijd bij elkaar heb weten te sparen, maar nog nooit helemaal gelezen heb. Een serie is chronologisch, maar dat is de volgorde van bij elkaar verzamelen zelden. Zeker als het tweedehands boeken zijn. Ik ben nooit zo'n type geweest, dat op een markt of in een antiquariaat een complete serie kocht, vaak voor veel te veel geld. Liever schuimde ik er van alles voor af, om voor een prikje alles bij elkaar te hebben, uiteindelijk. Zo kon het bij Goud-Elsje gebeuren, dat ik deel 6 als eerste in 1985 kocht en pas tien jaar later compleet was. En, als gevolg daarvan de delen kris kras door elkaar heb gelezen. Pas toen ik de hele serie compleet was, kon ik van voor naar achteren gaan lezen.

In het geval van de Mieke reeks heb ik besloten, om het andersom te doen. Lezen van het slot tot aan het begin. Van deel 14 terug naar deel 1 dus. Deel 13 blijk ik al veel langer in mijn bezit te hebben dan ik dacht. 9 oktober 1999, staat er in. Het is een oud exemplaar van de Prot. Chr. Leesbibliotheek uit Velp, aldus de stempel op het schutblad. Het heeft handgeschreven stickers en is geplastificeerd. Ik kocht het volgens mij zelf op de rommelmarkt in de Brabanthallen. En bij het lezen dwarrelde er nog een blaadje uit ook. Kennelijk van een van de vorige eigenaressen van het boek. Het is een proefwerk biologie, dat Greetje Boerma op 6 september 1978 maakte, op de Groen van Prinstererschool voor MAVO te Appingedam. Ze kreeg er een 5 1/2 voor. 11 fouten.

Tot zo ver dus de buitenkant. Nu het verhaal. Dat is, net als het laatste deel, gauw verteld. Ook al, omdat er ook hier een lijstje met voornaamste personen zijn opgenomen. Mieke, die dus net haar gymnasiumdiploma heeft behaald, viert haar zomervakantie en start haar studie Duits. In die tijd logeert ze een paar weken bij haar vriend Leo van der Hoek in Hillegom, die haar een huwelijksaanzoek doet, dat ze afwijst. Haar zus Madelon trouwt met Jan en dat maakt diepe indruk. Ze ontmoet er overbuurjongen Bram van der Stoep weer, die haar nog altijd plaagt, maar voor wie ze nu ineens diepere gevoelens koestert. Vriendin Erica is dus verloofd met stiefbroer Peter. Vriendin Tonnie is op zoek naar een baan in de horeca en misschien kan vriend Leo haar daar wel aan helpen. Broer Rob breekt met zijn verloofde Mirjam Andersen en oppervlakkig kennisje Floor Dekker zet zich in voor minder bedeelden. Mieke gaat op kamers, wordt ontgroend, ziet de liefde nog even niet zitten, maar als het dan toch moet, dan graag met Bram. Maar eerst nog even slagen voor haar rijbewijs. Voor de theorie dan. De praktijk heeft ze al. Rijbewijs en huwelijksgeluk, dat zal dus in het laatste deel gebeuren.

Het verhaal eindigt met een naschrift, dat lezeressen moet aansporen, toch vooral het laatste deel nog te gaan lezen en als het kan, ook aan te schaffen. Zou Mieke zich niet wat eenzaam gaan voelen, zo luidt de vraag. Madelon getrouwd en Rob wel of niet verloofd. En kijk eens naar haar vriendinnen! Haar studie en het studentenleven leggen volkomen beslag op haar tijd, maar er zijn nog andere dingen in het leven die een mensenhart beroeren. Zal zij tegenover het andere geslacht maar steeds een afweerhouding blijven aannemen? Hoe het met Mieke afloopt, kunnen jullie tot besluit lezen in het laatste boek van de Mieke serie: 'De vrije vogel gekooid' van dezelfde schrijfster. 

Maar steeds een afweerhouding, jawel. Mieke de Rooy is net achttien en beslist niet dom. Want, zo zal blijken uit deel twaalf, wat hieraan vooraf ging, ze had een fantastische cijferlijst bij haar slagen voor het gymnasium. Volkomen logisch, dat zo'n meisje niet aan de man wil. Of ten minste niet meteen. Maar ja. Hoe het afloopt, weten we dus al. Binnenkort dus, wat er aan de bruiloft van haar zus en de vakantie vooraf ging. Wordt vervolgd.

29 oktober 2014

De Zwitserse keuken

.... is een lust voor oog en tong! aldus de achterflaptekst. Er is een kostelijke verscheidenheid aan kaasspecialiteiten, het is een keuken met zijn rijke en gevarieerde aardappelgerechten, heerlijk bereid rundvlees, kalfsvlees, mals schape- en lamsvlees. Je zou er honger van krijgen, van zo'n wervende tekst. Breng afwisseling in uw kookgewoonten, zo eindigt het, met dit veelzijdige kookboek van Marianne Piepenstock, bekend van: De Oostenrijkse keuken, Specialiteiten van de Duitse keuken, De Franse keuken en De Scandinavische keuken. 

En dat voor een pocket uit de Prisma reeks. Zonder plaatjes, met alleen maar tekst. Nou ja, er staat een stilleven van kaas, wijn, vlees en een fonduepan op het omslag. De samenstelster woont zelf in München, zo valt in dit kookboek te lezen, en heeft niet alleen vrienden in Duitsland, maar ook in Zwitserse gebieden. En, net als in het kookboek van Duitsland, wordt ook hier iets over het land vertelt, zijn inwoners, de gewoonten. Over hoe Zwitserland al tijden gespaard werd van oorlogen en hoe vele volkeren vreedzaam naast elkaar kunnen leven. Hoe veeltalig de inwoners zijn. Hoe veelzijdig de keuken daarmee ook geworden is. Van diverse vrienden uit het land werden recepten gevraagd en vervolgens opgeschreven.

Ditmaal geen onderverdeling in kantons, zoals dat in de Duitse variant nog wel werd gedaan. Ditmaal gaat het meer in de volgorde van opeten op een dag. Dat wil zeggen: beginnend met de Hartige hapjes, fijne salades en hapjes in gelei, dat je zo rond het borreluur serveert, via de Aardappelgerechten, Vleesgerechten en Kaasgerechten als hoofdgerecht, naar Koek, gebak en vlaaien voor bij de koffie.

Er wordt iets over rösti verteld. Wat het is en hoe je het klaarmaakt. Varianten daarop. Iets over Fondue, wat we kennelijk in Nederland toen nog niet hadden uitgevonden. Dit boekje is uit het eind van de jaren zestig. Tien jaar later zou heel ons land ook fonduen.  Niet alleen met kaas, zoals hier wordt omschreven, maar ook met chocolade en vooral met olie. En was de pan al elektrisch, waar deze in dit boek nog op spiritus brandt. Hier wordt fonduen als gezellig en lekker omschreven. Mijn herinnering is vooral vergelijkbaar met die van Paul de Leeuw. Zoals hij de kerst schetst, waarin gegeten werd met fondue. 'En dan kwam mijn moeder binnen met de pan: PAS OP! Heet! Dit is gloeiend vet! Afblijven!' Zo ging het bij ons thuis ook. Afblijven van die vorkjes ook, want die werden net zo goed heet, als ze in de olie hadden gelegen. Nee, ik was blij toen in huize Vissers het gourmetstel werd aangeschaft. Die pannetjes op een plaat, was toch een stuk minder eng.

Zou er nog wel aan fondue gedaan worden? Of is het voorgoed voorbij? Veel van wat in dit kookboek staat, wordt niet meer klaargemaakt. Misschien dat je het in een traditioneel Zwitsers restaurant nog kunt krijgen. Of dat mijn half Zwitserse, aangetrouwde tante het nog voor me zou kunnen koken. Maar ook dat betwijfel ik, want ze is zelf Nederlands, maar met een Zwitser getrouwd. En heeft last van haar hart. Dan is dit kookboek, net als al die anderen, af te raden. Want ook hier vliegt het braden in boter en vet, de sausen op basis van maïzena en het eigeel je weer om de oren. Maar ach. Voor de verzameling en voor het tijdsbeeld van toen is het weer een leuke aanwinst.

Marianne Piepenstock bezat schijnbaar vrienden over heel Europa, want ze heeft dus nog een aantal kookboeken meer geschreven. Mijn ogen maar eens goed de kost geven, op die enkele rommel- of kofferbakmarkt die ik nog bezoek. Wie weet, kom ik haar andere schrijfsels er ook nog wel eens tegen.

De Zwitserse keuken verscheen oorspronkelijk in 1964 bij uitgeverij Heyne in München onder de titel: Schweizer Küche en werd vertaald en door A. Hollaar-Pitstra.

19 oktober 2014

Mieke.... de vrije vogel gekooid

Dit boek is, aldus de inleiding van de schrijfster, het vervolg op 'Als de vrijheid lokt...'en 'De vrije vogel laat zich niet vangen.' Het kan echter ook als op zichzelfstaand boek gelezen worden. Dat heb ik dus gedaan. Voor degenen, die dat doen, zo gaat Mien van 't Sant verder, volgt hieronder een lijstje van de voornaamste personen, die in de voorafgaande delen voorkomen. Ook voor dit laatste 'Mieke-boek' wens ik mijn lezeressen enkele uren van ontspanning toe.

De Mieke reeks, voor meisjes tot plm. 18 jaar bestaat in totaal uit veertien delen, waarvan ik er dertien in bezit heb, voor het grootste deel met omslag en allemaal met illustraties van Hans Borrebach. Echt gelezen heb ik ze nog nooit. Ze staan in een van de boekenkasten en ik heb er zo af en toe een blik in geworpen. Op de keerzijde van de titelpagina staan de veertien voorafgaande delen van deze serie benoemd.

Het begint met Mieke op 't Gym en wordt vervolgd met Mieke als gymnasiaste. Dat zullen de schoolavonturen in de brugklas wel zijn. Vervolgens is ze in een deel vaders zorgenkind, gaat ze onder meer kamperen en treedt ze op als dierenbeschermster. Ze krijgt haar vrijheid, laat zich niet vangen, maar is uiteindelijk toch 'gekooid'.  En op dat moment is ze dus net negentien. Studeert precies een jaar Duits. Om zich dan, alsnog, te verloven met officier en overbuurjongen Bram van der Stoep. Zijn zus Erica is verloofd met Mieke's stiefbroer Peter, zoon uit het eerste huwelijk van haar stiefmoeder.

Peter is concertpianist, Erica studeert zang. Mieke heeft nog een zus, Madelon, die met een tandarts is getrouwd, en een broer, Rob, die zo ongeveer verloofd is met Miriam Andersen, vriendin van Mieke en student aan de academie voor beeldende kunsten. Dan zijn er nog vriendin Annelies, intussen leerling aan de kweekschool voor onderwijzers en Mettie, een kamergenoot van  Mieke.

Alle personen en toestanden in dit boek beschreven zijn geheel ontsproten aan het brein van de schrijfster, zo laat uitgever Eekhoorn op de keerzijde van het schutblad ook nog weten. Een schrijfster, die uiteindelijk meer dan honderd boeken schreef. Meisjesromans en, toen dat genre uitstierf, streekromans. Ik bezit er nog een groot aantal meer van haar. En wie weet, ga ik ook ooit nog over tot een beschrijving van de eerdere Mieke-delen. Maar nu nog even niet.

Dit deel heb ik gelezen en vond ik erg stereotype. Een wereld waarin kunst als een serieus beroep wordt gezien. De kunstacademie, het conservatorium, het mag en het geniet aanzien. Maar waarin niet gelanterfant mag worden. Geen mondaine vriendinnen en als je niets te doen hebt, ga dan je oude oma maar verzorgen. Waarin tegelijkertijd zakelijkheid van belang is. Daarom is vader De Rooy leraar Duits en de man van zus Madelon tandarts. Dit laatste deel werd uitgegeven in 1970, maar speelt zich zeker tien jaar eerder af. Er is al wel iets van een studentenleven en disputen aanwezig, maar als het er op aankomt, wordt er toch gewoon in vol ornaat getrouwd. En is het op je negentiende al de hoogste tijd om je te verloven met de man die je al heel lang kent. Veilig en geborgen.

Gekooid, zogezegd. Iets wat meisjes zich in 1970 niet meer lieten zeggen, maar wat Mien van t Sant toch nog wel predikte. En Hans Borrebach van een omslag voorzag. Mondainer dan de schrijfster het bedoeld had. Hij had meer oog voor de revolutie, die zich onder de jeugd afspeelde. Meisjes lieten zich in 1970 niet meer alles zeggen. Die verloofden zich niet zo maar meer met de overbuurjongen om maar gebonden te zijn.

Waarschijnlijk heeft Hans Borrebach het verhaal ook niet meer gelezen. Hij dacht misschien wel hetzelfde als ik: de vrije vogel gekooid, dat betekent vast: een huwelijksaanzoek geaccepteerd. Daarvoor hoef je als illustrator alleen maar even de laatste pagina van het verhaal te lezen. En ook hier klopt het weer. Zoals ik zelf ook altijd eerst het laatste blad van een verhaal lees, om te weten, of ik het hebben wil. Een goed meisjeboek eindigt met een verloving, een huwelijk of een aanzet daartoe.