De eerste drie drukken heetten nog Ik kan het zelf. Vanaf de vierde editie is daar dus aan toegevoegd wat precies. Repareren en maken dus. Een practisch handboek, zo begint de ondertitel. Met daar onder, in kleinere letters, voor allen die in of om het huis iets willen repareren of maken. Als auteur staat vermeld: Geert Bak. Zijn functie staat, alweer in kleinere letters ook op de titelpagina. Een leraar aan de Lagere Technische School te Schagen.
Daarmee is de toon gezet. Dit boek uit de Ik kan serie is er eentje voor mannen. Sterker nog, in de inleiding staat een paragraaf die De vrouw en "ik kan het zelf" heet. Schrik niet. Was m'n man er maar! Maar die is aan zijn werk. Weet u mevrouw, dat in z'n gereedschapskastje zo'n klein schroevendraaiertje ligt? Pak het toch en demonteer die stekker eens.
Met andere woorden, dat soort kleine klusjes moet u net zo goed kunnen uitvoeren. U kunt ten slotte niet alles aan uw man overlaten. Die heeft zijn werk. Dat u de kinderen heeft en het voltallige huishouden, daar heeft dit boek het niet over. Maar dat geeft niet, daar heeft Sijthoff andere boeken voor uitgegeven. Koken, huishouden, kinderen opvoeden. Ik besprak ze allemaal al eerder. Ook hier weer mooie gekleurde platen. Reclames en tekeningen, die de uitleg nog duidelijker maken.
Er is opnieuw een uitgebreide inhoudsopgave en ter afsluiting een groot alfabetisch register. Van Aambeeld tot Zwei. Hoofdstukken over het Huis en zijn omgeving, Gereedschappen, Sanitair, De Fiets, De Bromfiets. Alleen al door deze inhoudsopgave en de paragraaftitels er van te lezen, krijg je de indruk dat in de jaren zestig alles nog zelf te repareren en te maken was. Tot aan Vulpennen en een Papierbak aan toe.
Misschien was het ook wel zo. Ik ben niet alleen een liefhebber van oude boeken, ook oude auto's vind ik leuk. Soms zie ik na afloop van zo'n rit nog wel eens een oldtimer met zijn motorkap open staan. Dan kijk ik er in. Het ziet er allemaal zo simpel uit. Alles binnen handbereik. En ja, ik ben een mevrouw die nauwelijks een schroevendraaier aanraakt. Ik wacht braaf tot mijn man thuis is. Niet met alles hoor. Een schroefje vastzetten of een nieuwe lamp indraaien kan ik zelf ook nog wel.
Zo'n oude auto, ik zou er echt niet aan beginnen, maar het geeft wel een mooi beeld van het materiaal uit de jaren zestig weer. Alles leek inderdaad maakbaar. Er hoefde niets vervangen te worden omdat het stuk was. Repareren, want weggooien is zonde. Kom daar nu maar eens om. Zelf repareren en maken, dat begon als knutselen. Kleine jongens, die onder leiding van vader spelend leerden. Ook daarvan verscheen een Ik kan boek. Wordt dus vervolgd.
Zoek je iets?
Arja Peters (ps. van Chinny van Erven)
De Wildhof (serie)
De klas van Tina (serie)
Fietsclub 'Krap bij Kas' (serie)
Freddy Hagers (ps. van G. Betlem)
Goud-Elsje (serie)
Hans Borrebach (auteur)
Hans Borrebach (ill.)
Helen Taselaar
Herry Behrens (ill.)
Herson (is ps. van Herry Behrens; ill.)
Ik kan serie
Inge Neeleman (is pseud. van Helen Taselaar)
Jeugdhotel De Witte Hengst (serie)
Kluitman Jeugdserie
Manege Picadero (serie)
Max de Lange-Praamsma
Mien van 't Sant
Netty Koen-Conrad
Prisma boeken (serie)
Rie Reinderhoff (ill.)
Sanne van Havelte
Sneeuwbalserie
Uitgeverij De Eekhoorn
Uitgeverij West-Friesland
Witte Raven Jeugdpockets
Zonne-reeks
Zonnebloem serie
correspondentie
huishoudboeken
meisjesroman
uitgeverij Elsevier
uitgeverij Van Holkema en Warendorf
woninginrichting
Over mij
- Marieke
- Omdat oude boeken nog steeds leuk zijn om te lezen, maar omdat er meer is om over te schrijven. Sinds kort dus naast boeken ook oude spullen met een verhaal.
Posts tonen met het label uitgeverij Sijthoff. Alle posts tonen
Posts tonen met het label uitgeverij Sijthoff. Alle posts tonen
12 mei 2017
10 maart 2016
Ik kan tuinieren
Ook dit deel uit de Ik kan serie heeft een uitgebreide titelpagina, met veel meer gegevens dan er op het omslag worden vermeld. De titel is voluit: Ik kan tuinieren : practisch handboek voor de tuinliefhebber. Practisch met een c, want het is nog 1959. Voor mij ligt de 9e geheel omgewerkte druk. Geïllustreerd met 20 gekleurde platen, 53 zwart-wit platen en 112 tekeningen tussen de tekst. De keerzijde van de titelpagina vermeldt nog, dat de 1e-5e druk EEN GEHEEL JAAR IN DE TUIN getiteld was. Met hoofdletters.
In het woord vooraf wordt uitgelegd, waarom de titel gewijzigd is. De indeling van de werkzaamheden per maand werd behouden maar bekort. Daardoor werd het mogelijk de verschillende onderwerpen die de tuinliefhebber interesseren apart en veel uitvoeriger te behandelen. Dat is dunkt me een voordeel. Aldus de schrijver. Het is, ruim vijftig jaar later, vooral ook een signaal dat het steeds beter ging met Nederland. Dat we meer vrije tijd kregen en dat we minder hard hoefden te werken. Dat tuinieren ook een hobby kon zijn en niet alleen een noodzaak. Vandaar ook de vrolijke dame in overall op het foto omslag.
Het eerste hoofdstuk heet ook hier Een heel jaar in de tuin. Bekort is een wat bescheiden omschrijving voor het rigoreuze snoeiwerk, dat de auteur heeft uitgehaald, om in de stijl van het tuinieren te blijven. Het is slechts 21 pagina's van de in totaal 334 pagina's lang. Wat er voor teruggekomen is, zijn dus de verschillende onderwerpen die de tuinliefhebber interesseren. Soorten tuinen, elk in een apart hoofdstuk. Planten en bloemen, in soorten en maten, over hun verzorging. Een schaduwtuin. De moestuin, het kruidentuintje. Kolossale tuinen en balkontuinen.
Ook dit boek moet een fortuin gekost hebben, destijds. En ook nu vraag ik me af, wie het destijds kocht. Wie het in de jaren zestig op zijn of haar gemak doorbladerde, om het dan ter zijde te leggen. Zich in overal en makkelijke schoenen te hijsen - zo in je daagse kloffie, dat was zonde - en dan vervolgens praktisch toepaste wat hij of zij daarvoor nog had gelezen. Want tuinieren met zo'n boek er naast, dat deed je niet. Ook dat was zonde. Van het boek.
Het geheel eindigt met een register, dat een korte uitleg vooraf heeft. De cursieve cijfers verwijzen naar de bladzijden waar de tekeningen tussen de tekst staan; de Romeinse cijfers geven de nummers der zwarte en gekleurde platen buiten de tekst aan. De nummers der zwarte, ja. Terwijl het toen toch al lang 'de nummers van de zwarte' was. Maar ja. Misschien was dat wel om aan te geven, dat je een voornaam boek in handen had. En daarom dus voornaam moest worden aangesproken. In je eigen boek. Een kostbaar bezit. En dat het van jou was, bewijst de tekst, die op de keerzijde van de eerste, meer bescheiden titelpagina. DIT BOEK BEHOORT AAN. Gevolgd door een stippellijntje. Daarop heb ik mijn naam gezet, gevolgd door de datum van aanschaf, zoals ik dat altijd doe. Ik bezit het sinds 24 april 2011. En ik hou het ook nog wel even in bezit. De Ik-kan serie is absoluut een van de beste weerspiegelingen van die tijd. Geïllustreerd met platen, in kleur en zwart wit, en vele tekeningen tussen de tekst.
In het woord vooraf wordt uitgelegd, waarom de titel gewijzigd is. De indeling van de werkzaamheden per maand werd behouden maar bekort. Daardoor werd het mogelijk de verschillende onderwerpen die de tuinliefhebber interesseren apart en veel uitvoeriger te behandelen. Dat is dunkt me een voordeel. Aldus de schrijver. Het is, ruim vijftig jaar later, vooral ook een signaal dat het steeds beter ging met Nederland. Dat we meer vrije tijd kregen en dat we minder hard hoefden te werken. Dat tuinieren ook een hobby kon zijn en niet alleen een noodzaak. Vandaar ook de vrolijke dame in overall op het foto omslag.
Het eerste hoofdstuk heet ook hier Een heel jaar in de tuin. Bekort is een wat bescheiden omschrijving voor het rigoreuze snoeiwerk, dat de auteur heeft uitgehaald, om in de stijl van het tuinieren te blijven. Het is slechts 21 pagina's van de in totaal 334 pagina's lang. Wat er voor teruggekomen is, zijn dus de verschillende onderwerpen die de tuinliefhebber interesseren. Soorten tuinen, elk in een apart hoofdstuk. Planten en bloemen, in soorten en maten, over hun verzorging. Een schaduwtuin. De moestuin, het kruidentuintje. Kolossale tuinen en balkontuinen.
Ook dit boek moet een fortuin gekost hebben, destijds. En ook nu vraag ik me af, wie het destijds kocht. Wie het in de jaren zestig op zijn of haar gemak doorbladerde, om het dan ter zijde te leggen. Zich in overal en makkelijke schoenen te hijsen - zo in je daagse kloffie, dat was zonde - en dan vervolgens praktisch toepaste wat hij of zij daarvoor nog had gelezen. Want tuinieren met zo'n boek er naast, dat deed je niet. Ook dat was zonde. Van het boek.
Het geheel eindigt met een register, dat een korte uitleg vooraf heeft. De cursieve cijfers verwijzen naar de bladzijden waar de tekeningen tussen de tekst staan; de Romeinse cijfers geven de nummers der zwarte en gekleurde platen buiten de tekst aan. De nummers der zwarte, ja. Terwijl het toen toch al lang 'de nummers van de zwarte' was. Maar ja. Misschien was dat wel om aan te geven, dat je een voornaam boek in handen had. En daarom dus voornaam moest worden aangesproken. In je eigen boek. Een kostbaar bezit. En dat het van jou was, bewijst de tekst, die op de keerzijde van de eerste, meer bescheiden titelpagina. DIT BOEK BEHOORT AAN. Gevolgd door een stippellijntje. Daarop heb ik mijn naam gezet, gevolgd door de datum van aanschaf, zoals ik dat altijd doe. Ik bezit het sinds 24 april 2011. En ik hou het ook nog wel even in bezit. De Ik-kan serie is absoluut een van de beste weerspiegelingen van die tijd. Geïllustreerd met platen, in kleur en zwart wit, en vele tekeningen tussen de tekst.
Labels:
A.J. Herwig,
Ik kan serie,
tuinieren,
uitgeverij Sijthoff
29 december 2014
Ik kan vogels houden
Ongeveer twintig jaar geleden begon ik, samen met een studievriendin, aan mijn verzameling oude meisjesboeken. En om de tijd waarin ze zich afspeelden, zo'n beetje tussen 1930 en 1970, beter te kunnen duiden, legden we ook allebei een collectie naslagwerken uit die periode aan. De vriendin van toen spreek ik al lang niet meer. Ik weet niet, of ze nog steeds verzamelt. Ik ben het blijven doen, zowel de meisjesboeken als de naslagwerken uit die tijd.
Van de Ik kan serie heb ik al een aantal blogbijdragen geschreven. De serie geeft misschien wel het beste het tijdsbeeld aan van alles wat ik in de kast heb staan, aan handboeken en ander naslagmateriaal. Van Ik kan vogels houden bezit ik alleen de tweede druk, uit 1962. De eerste druk is van een jaar eerder en volgens de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek is er daarna geen editie meer verschenen.
Het is, net als de delen over onder meer koken, huishouden en het verzorgen van planten en bloemen, ook weer een echt tijdsbeeld, samengesteld door een oud redacteur van Onze vogels en een oud hoofdredacteur van Onze zang- en siervogels. Het boek bestaat hoofdstukken over verschillende soorten vogels, over de vogel in het algemeen en de huisvesting er van. Iets over erfelijkheid, ziekten en wetenswaardigheden. Er is een Register op onderwerp, een Register van figuren en een Lijst van afbeeldingen. Er zijn minder kleurenfoto's en reclame advertenties ontbreken zelfs helemaal.
Vogels houden. Onze overbuurman houdt postduiven, hij vliegt er prijzen mee. Het is al voor een groot gedeelte geautomatiseerd en ver geprofessionaliseerd, maar ondanks dat een uitstervende hobby. Men moet er veel tijd, geld en geduld voor hebben en dat is tegenwoordig niet meer aan de orde. Met de ruimte, waar in dit boek nog als mogelijk bezwaar over wordt gesproken, zit het intussen wel goed. Ruimte heeft iedereen wel, tegenwoordig. Maar al het andere niet meer. De siervogelvereniging in ons dorp bestaat al een poosje niet meer. Gebrek aan liefhebbers. En zo vergaat het de postduivenverenigingen ook steeds vaker.
Mijn buurman had siervogels, onze ooms ook. Maar hun kinderen hebben de hobby's niet overgenomen. Bij het overlijden van de heren gingen ook de vogels inclusief volière 'weg'. Dat is misschien ook wel de reden waarom er van dit boek geen derde of volgende druk meer is verschenen. Moge dit werk nog talrijke vogelhouders van dienst zijn bij hun boeiende liefhebberij, zo eindigt het voorwoord van de samenstellers als toevoeging op de tweede druk.
Een liefhebberij. Ook zo'n woord dat niet meer gebruikt wordt. Dames deden aan handwerken, heren hielden hun vogels. En jongens? Die knutselden. Dat deden mannen trouwens ook graag. Ook daarvan is een boek in de Ik kan serie verschenen, dat eveneens in mijn kast staat. Wordt vervolgd. Over een andere liefhebberij uit de vorige eeuw.
Van de Ik kan serie heb ik al een aantal blogbijdragen geschreven. De serie geeft misschien wel het beste het tijdsbeeld aan van alles wat ik in de kast heb staan, aan handboeken en ander naslagmateriaal. Van Ik kan vogels houden bezit ik alleen de tweede druk, uit 1962. De eerste druk is van een jaar eerder en volgens de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek is er daarna geen editie meer verschenen.
Het is, net als de delen over onder meer koken, huishouden en het verzorgen van planten en bloemen, ook weer een echt tijdsbeeld, samengesteld door een oud redacteur van Onze vogels en een oud hoofdredacteur van Onze zang- en siervogels. Het boek bestaat hoofdstukken over verschillende soorten vogels, over de vogel in het algemeen en de huisvesting er van. Iets over erfelijkheid, ziekten en wetenswaardigheden. Er is een Register op onderwerp, een Register van figuren en een Lijst van afbeeldingen. Er zijn minder kleurenfoto's en reclame advertenties ontbreken zelfs helemaal.
Vogels houden. Onze overbuurman houdt postduiven, hij vliegt er prijzen mee. Het is al voor een groot gedeelte geautomatiseerd en ver geprofessionaliseerd, maar ondanks dat een uitstervende hobby. Men moet er veel tijd, geld en geduld voor hebben en dat is tegenwoordig niet meer aan de orde. Met de ruimte, waar in dit boek nog als mogelijk bezwaar over wordt gesproken, zit het intussen wel goed. Ruimte heeft iedereen wel, tegenwoordig. Maar al het andere niet meer. De siervogelvereniging in ons dorp bestaat al een poosje niet meer. Gebrek aan liefhebbers. En zo vergaat het de postduivenverenigingen ook steeds vaker.
Mijn buurman had siervogels, onze ooms ook. Maar hun kinderen hebben de hobby's niet overgenomen. Bij het overlijden van de heren gingen ook de vogels inclusief volière 'weg'. Dat is misschien ook wel de reden waarom er van dit boek geen derde of volgende druk meer is verschenen. Moge dit werk nog talrijke vogelhouders van dienst zijn bij hun boeiende liefhebberij, zo eindigt het voorwoord van de samenstellers als toevoeging op de tweede druk.
Een liefhebberij. Ook zo'n woord dat niet meer gebruikt wordt. Dames deden aan handwerken, heren hielden hun vogels. En jongens? Die knutselden. Dat deden mannen trouwens ook graag. Ook daarvan is een boek in de Ik kan serie verschenen, dat eveneens in mijn kast staat. Wordt vervolgd. Over een andere liefhebberij uit de vorige eeuw.
13 januari 2013
Ik kan planten en bloemen in huis verzorgen
Van Ik kan planten en bloemen in huis verzorgen bezit ik twee edities. De ene is uit 1955, de andere is de vijfde herziene druk uit 1963. Beide hebben nog een omslag, iets wat ook niet vaak meer voorkomt, als je een oud boek voor niet al te veel geld op de rommelmarkt koopt.Practisch handboek tot het onderhouden van planten en arrangeren van bloemen en bloemstukken in de kamer, zo luidde aanvankelijk de ondertitel. Acht jaar later is dat gewijzigd in enkel: practisch handboek. Met daaronder, cursief een alleszeggende toevoeging. Geïllustreerd met 8 gekleurde platen, 34 zwart-wit platen en 87 tekeningen tussen de tekst. Iets dergelijks staat ook nog op de achterflap van het jaren zestig exemplaar, over de Ik kan serie, waarin het boek verscheen.
Praktische handboeken voor iedereen * Degelijk en modern van inhoud * Verzorgde uitvoering * Rijk geillustreerd * Geschenkboeken bij uitnemendheid * Afzonderlijk verkrijgbaar
Dat heette in 1955 nog: Ik kan.... serie. Reeks van prachtige handboeken, deskundig geschreven, overvloedig geïllustreerd, verzorgd uitgegeven. 'Het werd elk jaar beter.' kon mijn oma vroeger wel eens over die tijd vertellen. 'Toen we trouwden moest alles heel zuinig aan en was er niets, maar later werd het elk jaar beter.' Dat is aan beide boeken goed te zien. De welvaart had zijn intrede gedaan in Nederland en kostbare boeken werden voor steeds meer mensen bereikbaar. Daarnaast werd het produceren van dergelijke boeken ook elk jaar gemakkelijker en dus goedkoper. De editie uit 1955 is nog volledig in zwart-wit, ook alle 'platen'. Die platen komen in de 1963 editie weer terug, maar dan zijn er dus gekleurde aan toegevoegd.
De uitgave uit 1963 is dus een herziene druk. Als ik beide boeken naast elkaar leg, zie ik dat niet direct. Allebei hebben ze 297 pagina's, bestaan ze uit vier afdelingen, die achtereenvolgens de titels Algemeen, Kamerplanten, Bloemen in huis en Verschillende onderwerpen hebben meegekregen. Ook de verschillende onderwerpen die in de afdelingen beschreven worden, lijken identiek, zo op het eerste gezicht. De samensteller van het boek, A. J. Herwig, geeft in het Woord vooraf bij de vijfde druk het antwoord: In deze vijfde druk zijn nog enige nieuw in de handel genomen kamerplanten opgenomen. zo laat hij weten. Om verder te gaan met: Het illustratieve gedeelte werd geheel vernieuwd. Helemaal vernieuwd werd het niet. Maar met het toevoegen van die gekleurde platen was het wel in een keer een modern boek geworden.
In het Woord vooraf uit 1963 staat ook nog iets geschreven over de tweede druk. Reeds binnen een jaar na het verschijnen van de eerste druk komt het bericht van de uitgever dat de tweede met spoed moet worden voorbereid. Erg prettig dat ook dit werk uit de "Ik kan" -serie zo graag verkocht wordt.
Het was op dat moment zomer 1956. En oma heeft gelijk gehad. Je ziet het aan dit soort boeken. Alles ging alleen maar beter. Elk jaar weer. Planten en bloemen waren niet langer meer een luxe artikel, maar iets vanzelfsprekends, waar veel aandacht aan mocht worden geschonken.
We zijn nu bijna zestig jaar verder. Het is lang nog elk jaar beter gegaan. Zelf heb ik nog wel een aantal planten in huis, maar meer dan een verse pot aarde zo op zijn tijd, een scheutje water en zo af en toe wat Pokon krijgen ze niet van me. Daar heb ik ook geen boek voor nodig. En bloemen? Die koop ik zo zelden meer. O zeker, ze zijn mooi, maar niet meer in verhouding met wat ze kosten. Vaak zo modern geschikt met al die bladeren groen, waar ik niets mee heb. En met die planten in mijn huis ben ik nog een uitzondering ook. Er zijn er genoeg van mijn leeftijd die geen enkele plant meer in huis hebben. Daar zou ik niet aan moeten denken.
29 december 2011
Ik kan handwerken
Een 'practisch handboek voor het vervaardigen van alle voorkomende
vrouwelijke handwerken', aldus de ondertitel. Ik kan handwerken. Iets
wat veel vrouwen van nu niet meer kunnen zeggen. Ik ook niet. Het is dan
ook bijna vijftig jaar geleden dat dit boek werd uitgegeven. En nog wel
eerder, ook. De editie, die ik bezit is van 1953. De vijfde, geheel
omgewerkte uitgave.
B.C. Jelles, is de omwerkster. Een 'lerares Industrieschool voor vrouwelijke jeugd te Amsterdam en Huishoud- en Industrieschool te Haarlem'. Er is medewerking verleend door C.J.W. Leupen en A. Cupedo, eveneens leraressen van de Amsterdamse industrieschool.
Wat een huishoudschool was, weet ik. Dat werd later het huishoudelijk en nijverheidsonderwijs, de LHNO, weer later het lager beroepsonderwijs LBO en is nu, geloof ik, onderdeel van het VMBO.
De meeste meisjes uit mijn meisjesboekenverzameling zitten op de HBS, maar er gaat ook een enkeling naar de huishoudschool of naar de industrieschool. En behalve koken en poetsen leren ze er ook allemaal handwerken.
Wat ze dan precies leerden? Veel dingen, die in dit boek in woord en beeld staan uitgelegd. Weven, breien, haken, kant, vlechten, macramé knoopwerk, frivolité en filet- of knoopwerk. Dit staat allemaal uitgelegd onder het kopje 'Technieken die stoffen doen ontstaan'. In 'Technieken op verdeelde stoffen' wordt verder verteld over kruissteek, tapisseriewerk, ajourwerk en zo meer. Dan is er nog borduren, dat onder 'Techniek op onafgedeelde stoffen' valt. Daarna volgt, in verschillende soorten en vormen nog het Opnaaien, gevolgd door Afwerken en de Lappendeken. Als elk boek uit de Ik kan serie wordt afgesloten met een register.
Er staan veel afbeeldingen in, die de tekst moeten illustreren. En, ook al als in elk ander deel uit de Ik kan serie, een paar gekleurde 'platen', afbeeldingen op glanzend papier. Een advertentie van Cinderella lakens en slopen, een paar sfeeropnamen van handwerk. Een kleedje van geweven kousen, bijvoorbeeld. Of een gehaakt boodschappennet.
Huisvlijt. Dat wat de vrouw des huizes kon gaan doen, als al het verplichte werk voltooid was. Na het dagelijks poetsen volgens het schema van Ik kan huishouden. Waarvoor in dit boek trouwens nog reclame wordt gemaakt. Net als voor de al even onmisbare Ik kan koken.
B.C. Jelles, is de omwerkster. Een 'lerares Industrieschool voor vrouwelijke jeugd te Amsterdam en Huishoud- en Industrieschool te Haarlem'. Er is medewerking verleend door C.J.W. Leupen en A. Cupedo, eveneens leraressen van de Amsterdamse industrieschool.
Wat een huishoudschool was, weet ik. Dat werd later het huishoudelijk en nijverheidsonderwijs, de LHNO, weer later het lager beroepsonderwijs LBO en is nu, geloof ik, onderdeel van het VMBO.
De meeste meisjes uit mijn meisjesboekenverzameling zitten op de HBS, maar er gaat ook een enkeling naar de huishoudschool of naar de industrieschool. En behalve koken en poetsen leren ze er ook allemaal handwerken.
Wat ze dan precies leerden? Veel dingen, die in dit boek in woord en beeld staan uitgelegd. Weven, breien, haken, kant, vlechten, macramé knoopwerk, frivolité en filet- of knoopwerk. Dit staat allemaal uitgelegd onder het kopje 'Technieken die stoffen doen ontstaan'. In 'Technieken op verdeelde stoffen' wordt verder verteld over kruissteek, tapisseriewerk, ajourwerk en zo meer. Dan is er nog borduren, dat onder 'Techniek op onafgedeelde stoffen' valt. Daarna volgt, in verschillende soorten en vormen nog het Opnaaien, gevolgd door Afwerken en de Lappendeken. Als elk boek uit de Ik kan serie wordt afgesloten met een register.
Er staan veel afbeeldingen in, die de tekst moeten illustreren. En, ook al als in elk ander deel uit de Ik kan serie, een paar gekleurde 'platen', afbeeldingen op glanzend papier. Een advertentie van Cinderella lakens en slopen, een paar sfeeropnamen van handwerk. Een kleedje van geweven kousen, bijvoorbeeld. Of een gehaakt boodschappennet.
Huisvlijt. Dat wat de vrouw des huizes kon gaan doen, als al het verplichte werk voltooid was. Na het dagelijks poetsen volgens het schema van Ik kan huishouden. Waarvoor in dit boek trouwens nog reclame wordt gemaakt. Net als voor de al even onmisbare Ik kan koken.
Labels:
B.C. Jelles,
doe-het-zelf,
handwerken,
Ik kan serie,
uitgeverij Sijthoff
01 oktober 2011
De kleine Ik kan koken
Aangemoedigd door het grote succes van 'Ik kan koken', besloot de uitgeefster tot deze eenvoudige editie over te gaan. Voor deze Kleine Ik kan koken werden recepten gebruikt uit Ik kan koken. Door tekeningen kon, voor zover dit gewenst was, de tekst verduidelijkt worden.
De hoofdstukken 'Onze voeding' en 'Keukeninrichting' werden zodanig bewerkt, dat ze goed te gebruiken zijn bij het onderwijs aan onze nijverheidsscholen voor meisjes. Dit heeft het voordeel dat de leerlingen kunnen volstaan met één boek voor theorie en praktijk voor de kookvakken.
Als dan de vele jonge (en oudere) kooksters, dankzij deze 'Kleine' Ik kan koken, de edele kookkunst machtig zijn, kunnen zij zich verder bekwamen door de 'Grote' Ik kan koken te raadplegen.
Het voorwoord, geschreven door de samenstelster, P.J. Sarels van Rijn, vat het hele boek eigenlijk al prachtig samen. Een geweldig tijdsbeeld, wordt hier in een paar zinnen neergezet. Het zijn de meisjes die moeten leren koken en daarvoor gaan ze naar de nijverheidsschool.
De Kleine Ik kan koken voorzag in een behoefte. Want net als de Grote editie, werd ook deze editie een aantal keer herdrukt. Waarbij het omslag steeds aangepast werd aan de tijd. Ik kocht de drie edities kort na elkaar. 1955, 1961, 1968. En zo zag ik de meisjes, gefotografeerd op het omslag, elke keer moderner worden. Of meisjes... dat waren het eigenlijk niet eens. Jonge vrouwen, was misschien een betere beschrijving.
Of de meisjes van toen, eenmaal de edele kookkunst machtig, daarna de Grote Ik kan koken nog geraadpleegd hebben? Ze zouden het misschien wel gewild hebben. Maar dit soort boeken waren duur. Voor de gemiddelde huisvrouw niet te betalen. Koken, dat leerde je wel van je moeder, of een oudere zus, of op school. Daar had je niet onmiddellijk een boek bij nodig. De gekleurde afbeeldingen zijn op hoogglans papier gedrukt, net als in de grote uitgave. Dat maakte het kostbaar, zeker in de jaren vijftig, toen de techniek nog niet zo ver was.
Maar ach. Ze staan enig - om nog maar eens zo'n woord uit die tijd te gebruiken - in mijn naslag kast. Een meisje ben ik zelf al lang niet meer. Maar mocht ik nog aarzelen om in plaats van een dagelijks menu een feestelijk menu te maken, dan kan ik nog altijd beginnen bij het boek voor de jonge vrouw. En me dan later bekwamen in dat van de getrouwde vrouw.
De hoofdstukken 'Onze voeding' en 'Keukeninrichting' werden zodanig bewerkt, dat ze goed te gebruiken zijn bij het onderwijs aan onze nijverheidsscholen voor meisjes. Dit heeft het voordeel dat de leerlingen kunnen volstaan met één boek voor theorie en praktijk voor de kookvakken.
Als dan de vele jonge (en oudere) kooksters, dankzij deze 'Kleine' Ik kan koken, de edele kookkunst machtig zijn, kunnen zij zich verder bekwamen door de 'Grote' Ik kan koken te raadplegen.
Het voorwoord, geschreven door de samenstelster, P.J. Sarels van Rijn, vat het hele boek eigenlijk al prachtig samen. Een geweldig tijdsbeeld, wordt hier in een paar zinnen neergezet. Het zijn de meisjes die moeten leren koken en daarvoor gaan ze naar de nijverheidsschool.
De Kleine Ik kan koken voorzag in een behoefte. Want net als de Grote editie, werd ook deze editie een aantal keer herdrukt. Waarbij het omslag steeds aangepast werd aan de tijd. Ik kocht de drie edities kort na elkaar. 1955, 1961, 1968. En zo zag ik de meisjes, gefotografeerd op het omslag, elke keer moderner worden. Of meisjes... dat waren het eigenlijk niet eens. Jonge vrouwen, was misschien een betere beschrijving.
Of de meisjes van toen, eenmaal de edele kookkunst machtig, daarna de Grote Ik kan koken nog geraadpleegd hebben? Ze zouden het misschien wel gewild hebben. Maar dit soort boeken waren duur. Voor de gemiddelde huisvrouw niet te betalen. Koken, dat leerde je wel van je moeder, of een oudere zus, of op school. Daar had je niet onmiddellijk een boek bij nodig. De gekleurde afbeeldingen zijn op hoogglans papier gedrukt, net als in de grote uitgave. Dat maakte het kostbaar, zeker in de jaren vijftig, toen de techniek nog niet zo ver was.
Maar ach. Ze staan enig - om nog maar eens zo'n woord uit die tijd te gebruiken - in mijn naslag kast. Een meisje ben ik zelf al lang niet meer. Maar mocht ik nog aarzelen om in plaats van een dagelijks menu een feestelijk menu te maken, dan kan ik nog altijd beginnen bij het boek voor de jonge vrouw. En me dan later bekwamen in dat van de getrouwde vrouw.
19 juni 2011
Ik kan wonen
Een geïllustreerd handboek voor allen, die hun huis goed willen inrichten en bewonen, aldus de ondertitel. Deze uitgave, onder redactie van Johan Niegeman architect en binnenhuisarchitect GKF, wat het dan ook maar mag betekenen, is uit 1958. De oudere editie in de Ik kan serie. Het woord vooraf, ondertekend door 'N' begint met een paar mooie volzinnen: 's Mensen leven bestaat uit een aaneenschakeling van verrichtingen van verschillende aard, nuttige en onnuttige, noodzakelijke en onnodige, inspannende en ontspannende, zinvolle en zinloze. Een aantal dezer verrichtingen noemt men samenvattend wonen.
Goh. Een nogal hoogdravende samenvatting van een alledaags iets. Ook in de jaren vijftig sprak men al niet meer van 's Mensen leven of dezer verrichtingen, maar gewoon van Het leven van de mensen en van deze verrichtingen. Naamvallen in het Nederlands taalgebruik waren toen al zeker tien jaar afgeschaft. Wat wel weer actueel is, aan het voorwoord, is de woningnood, van toen. Niet iedereen had een eigen huis en zij die dat wel hadden, moesten zich toch nog zien te behelpen, want naar wens was een huis zelden.
Ik kan wonen is overzichtelijk onderverdeeld in een groot aantal hoofdstukken. Wat wonen is, bijvoorbeeld en De ontwikkeling van onze woning. Woonmogelijkheden. Wonen op het platteland. De vormen der meubelen (dus niet: de vormen van de meubels). Maar ook De wereld van het kind. Omgaan met licht en kleur. Sanitair. Verwarming. Vloerbedekking.
Werkelijk alles staat er in. Er is zelfs een Lijst van platen opgenomen. Zo werden gekleurde afbeeldingen op glanzend papier in een boek toen nog genoemd. Nu een vanzelfsprekendheid, toen een teken dat je met een exclusief boek van doen had. Die Lijst van platen is minstens zo poëtisch van aard als de rest van het boek. Een gaaf bakje, waarbij de verschijning niet meer wil zijn dan minimaal noodzakelijk is, over een bepaald type wastafel. Een ander bewijs van de waarheid van de bewering dat men ook heel goed op een zolder kan wonen, voor de zolderwoning op pagina 212. Dat het vaak noodgedwongen moest, wordt niet vermeld. En ook niet, dat dat vaak moest op een minder mooie zolder dan deze.
Naast een algemeen register op trefwoord - van aankleedtafel tot zonwering - is er ook nog een lijst van medewerkers. Wie aan dit boek medewerken, zoals het hier wordt genoemd. Een bloemist, een illustrator, een bouwkundige, een hoogleraar in de gezondheidszorg.
Uitvoerige hoofdstukken van deskundigen van naam, met veel illustraties in zwart wit en gekleurde foto's op glanzend papier. Ik kan wonen moet een duur boek zijn geweest, om te bezitten. Zeker in de jaren vijftig. Meer dan een halve eeuw later is het nog steeds een kloek naslagwerk, dat heel leuk staat in de kast en je een perfect beeld geeft van de wensen en vooral de dromen van toen. De serie is omvangrijk geweest en in de jaren zestig gemoderniseerd en herdrukt. Wordt dus wederom vervolgd.
Goh. Een nogal hoogdravende samenvatting van een alledaags iets. Ook in de jaren vijftig sprak men al niet meer van 's Mensen leven of dezer verrichtingen, maar gewoon van Het leven van de mensen en van deze verrichtingen. Naamvallen in het Nederlands taalgebruik waren toen al zeker tien jaar afgeschaft. Wat wel weer actueel is, aan het voorwoord, is de woningnood, van toen. Niet iedereen had een eigen huis en zij die dat wel hadden, moesten zich toch nog zien te behelpen, want naar wens was een huis zelden.
Ik kan wonen is overzichtelijk onderverdeeld in een groot aantal hoofdstukken. Wat wonen is, bijvoorbeeld en De ontwikkeling van onze woning. Woonmogelijkheden. Wonen op het platteland. De vormen der meubelen (dus niet: de vormen van de meubels). Maar ook De wereld van het kind. Omgaan met licht en kleur. Sanitair. Verwarming. Vloerbedekking.
Werkelijk alles staat er in. Er is zelfs een Lijst van platen opgenomen. Zo werden gekleurde afbeeldingen op glanzend papier in een boek toen nog genoemd. Nu een vanzelfsprekendheid, toen een teken dat je met een exclusief boek van doen had. Die Lijst van platen is minstens zo poëtisch van aard als de rest van het boek. Een gaaf bakje, waarbij de verschijning niet meer wil zijn dan minimaal noodzakelijk is, over een bepaald type wastafel. Een ander bewijs van de waarheid van de bewering dat men ook heel goed op een zolder kan wonen, voor de zolderwoning op pagina 212. Dat het vaak noodgedwongen moest, wordt niet vermeld. En ook niet, dat dat vaak moest op een minder mooie zolder dan deze.
Naast een algemeen register op trefwoord - van aankleedtafel tot zonwering - is er ook nog een lijst van medewerkers. Wie aan dit boek medewerken, zoals het hier wordt genoemd. Een bloemist, een illustrator, een bouwkundige, een hoogleraar in de gezondheidszorg.
Uitvoerige hoofdstukken van deskundigen van naam, met veel illustraties in zwart wit en gekleurde foto's op glanzend papier. Ik kan wonen moet een duur boek zijn geweest, om te bezitten. Zeker in de jaren vijftig. Meer dan een halve eeuw later is het nog steeds een kloek naslagwerk, dat heel leuk staat in de kast en je een perfect beeld geeft van de wensen en vooral de dromen van toen. De serie is omvangrijk geweest en in de jaren zestig gemoderniseerd en herdrukt. Wordt dus wederom vervolgd.
28 januari 2010
Ik kan koken
Een 'geïllustreerd handboek voor allen, die willen leren koken en de eisen van een goede keukeninrichting willen leren kennen', aldus de ondertitel van dit kloeke kookboek. De samenstelster was in eerste instantie H.M.S.J. de Holl, maar is nu naar bewerking opnieuw samengesteld door mevrouw P.J. Sarels van Rijn, 'directrice gemeentelijke industrie- en huishoudschool te Vlissingen.
Ik bezit de zeventiende, geheel herziene uitgave, uit 1957. In het voorwoord bij de zevende uitgave (1949) sluit 'P.J.S.v.R', zoals de ondertekening van de samenstelster luidt, af met de uitspraak, dat 'uitgeefster en schrijfster haar moeite rijkelijk beloond achten wanneer ook deze nieuwe uitgave vele goede kooksters oplevert, tot tevredenheid van de huisgenoten!'. Bij de achtste druk (1950) is 'voldaan aan de wens van velen om een kort overzicht te geven van de techniek van het "electrisch koken". De dertiende druk (1954) is 'verrijkt met acht grote gekleurde platen naar eigen kleuren-opnamen, waarbij aan de keerzijde recepten gegeven zijn, welke op de afgebeelde spijzen betrekking hebben.'
Die platen staan ook in mijn zeventiende, geheel herziene uitgave, samen met 'platen' van merken als Friese vlag - koffiemelk - en DRU - serveerschotels-. Er is een hoofstuk met een Historisch overzicht van kookkunst en tafelgewoonten. Over De voeding van de mens. De keuken en haar inrichting. Over het verschijnsel Twee huisvrouwen in een keuken - woningnood en dus is het vooral de huisvrouw die zich bij inwoning moet aanpassen -. Van Het bewaren van voedsel en ten slotte iets algemeens over Dekken en dienen.
Daarna volgen de recepten, in chronologische volgorde. Van voorgerechten, naar Soepen, Sausen, Vlees, Gevolgelte, Vis, Zuivelproducten, margarine, eieren en ten slotte de Nagerechten. Er is een groentenkalender, die aangeeft, welke gerechten in welk seizoen verkrijgbaar zijn, en een viskalender die hetzelfde doel heeft. Er zijn hoofstukken over Vruchten, Suiker en suikerwerken, Inmaak en Gebak. Iets over Dranken. Over Het samenstellen van een thé compet en borreltafel. Het boek sluit af met een Verklarende woordenlijst - alfabetisch geordend, van abricot tot Viande fumée en een Register. Ook alfabetisch, van Aal, gebakken tot Zwezerikragout.
Of het allemaal lekker is, wat er in staat, weet ik niet. De recepten heb ik nog nooit uitgeprobeerd. Gelezen heb ik het boek al wel. En me, zoals altijd verbaasd over dat verdwenen beroep van huisvrouw zijn. Koken en alles wat er bij hoort, in een naslagwerk annex handboek van 624 pagina's. Zou het nog worden uitgegeven? Vast niet.
Voor de huisvrouwen in spé of de pasgetrouwde huisvrouwen, die nog niet zo veel ervaring hadden verscheen in die tijd ook De kleine ik kan koken. Die heb ik ook. In drie verschillende versies. Wordt dus vervolgd.
05 augustus 2009
Ik kan huishouden
De vierde, herziende druk, bezit ik. Uit 1962. De eerste druk is al van voor de oorlog, geloof ik.
Een boek als dit moest je in die tijd ook wel geregeld herzien, want er kwam zo veel nieuws bij, voor het huishouden. En je moest het ook geregeld herdrukken, want huisvrouw was het beroep van alle getrouwde vrouwen, toen.
Wat staat er allemaal in dit kloeke naslagwerk? Iets over financiering en inrichting van het huishouden. Het onderhoud van het huis, de inrichting. Verlichting, electriciteit. EHBO, opvoeding, tuinieren. Kortom, alles wat de huisvrouw weten moest.
Zo vreselijk leuk om door te lezen. Op pagina 22: een werklijst voor het wekelijkse werk, voorafgegaan door een lijst voor dagelijks werk. De houding bij het afwassen, op pagina 104. Hoe doeken en kleding te vouwen, pagina 227. Een item over het verwennen en verwaarlozen van kinderen, op 263. En ten slotte nog iets over etiquette, want dat was nog heel vanzelfsprekend, maar moeilijk, in die tijd. 'Alleen bij sportkleding kan een man zich veroorloven zijn fantasie uit te leven en zijn persoonlijke smaak te laten domineren... niet teveel want dan is hij weer een fat! En niets is erger dan dat!' Tegenwoordig vinden mannen het schijnbaar niet erg meer, een fat te zijn, kennelijk. De fantasie viert hoogtij, zo'n vijftig jaar later.
Advertenties zitten er ook in. Van Tomado, bijvoorbeeld. Negen fotootjes op een pagina: voorraadrek, fritessnijder, theecomfort, jampothouder, verstelbare schotelhouder, toastrekje, glazendragen, verstelbare schotelwarmer en een afdruiprek. Maar ook van Vegla weckglazen, 'het enige inmaakglas dat werd goedgekeurd door de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen'. Voor het 'Pas Aan' servies, dat alleen Pas Aan is, als er een Pas Aan merkje op staat. Van Gero Zilvium bestek: 'distinctie en sfeer aan uw dis'.
In de 'Ik kan' serie verschenen meer handboeken. Over fotograferen, handwerken, koken en tuinieren, bijvoorbeeld. Naast een dure editie, ook in een goedkopere variant. Ik heb er meer in mijn bezit. Wordt vervolgd.
Abonneren op:
Posts (Atom)




