26 februari 2018

Een krant van toen

Kronieken zijn leuk om door te bladeren. Ze beschrijven het verleden op een prettige manier. Makkelijk te lezen, niet zo zwaar als een echt geschiedenisboek. Maar dat wat er in staat is meestal erg algemeen. Wat er gebeurde op de dag dat ik geboren werd, weet ik intussen. De algemene feiten kun je overal wel vinden. Een windhoos op Ameland, een legendarische partij schaak. En omdat ik op een vrijdag geboren ben, de dag dat de Top 40 werd uitgezonden, weet ik ook, wat er op 1 stond, die dag.

Afgelopen week was ik in het Gelders archief. Die heeft onder meer een grote krantencollectie. Gigantische ingebonden exemplaren. Want o ja, de krant had lang het formaat van een halve tafel. Ik was het al weer vergeten. Na het achterlaten van je gegevens kun je in de studiezaal zo'n krantenboek opvragen. Dat deed ik dus. De krant van mijn geboortedag. Ook daar staan feiten in, die ik al wist. Maar er tussendoor staan de advertenties. Dat geeft een veel completer beeld.

De makelaar die zijn aanbod in enkele zinnen aanprijst. Niet meer dan een omschrijving van het aantal kamers, de tuin en een prijs. Geen foto. Advertenties van C&A en HEMA. Met getekende afbeeldingen. Bedrijven in de o ja-die-zijn-er-ook-al-niet-meer-categorie, zoals Kreymborg en V&D. En advertenties van bedrijven die je alleen uit de verhalen kent. Brons Textiel en supermarkten als DeGruyter en IFA. De personeelsadvertenties hadden ook al niet meer omvang dan dan enkele regels. De gewenste opleiding, werkervaring en persoonlijkheid. Dat was het wel.

In het weekend werd er nog gewoon gedanst in een zaal. Een hele pagina met advertenties. Elk dorp had wel zo'n gelegenheid. Niks discotheken, die bestonden blijkbaar nog niet, in 1972. En heel veel nieuws, dat nu al zo lang gewoon is, maar het toen nog niet was. De universiteit van Nijmegen krijgt een nieuwe centrale, waardoor er nu zonder tussenkomst van de telefoniste direct naar een medewerker gebeld kan worden. Een dorp in de polder wordt waarschijnlijk zeer binnenkort op de riolering aangesloten. Een brug over de rijksweg om het verkeer in betere banen te leiden. De TV gids vermeldt uitzendingen in zwart / wit en een enkele in kleur.

Contactadvertenties, discreet en met weinig details. Autodealers die hun merken en typen aanprijzen, die nu al lang niet meer bestaan en soms zelfs al zijn vergeten. Een Volkswagen 1300 dat is een Kever, die ken ik nog wel. En de Opel Kadett herken ik ook, al was het model dan totaal anders. Maar een Simca 1100 en een Opel Manta? Dat zijn auto's van voor mijn tijd, die ik enkel van plaatjes ken. Maar nu zie je ze gewoon letterlijk in de krant staan. Een krant met heel veel tekst, een enkele tekening en nauwelijks foto's. Toen een abonnement nog 98 gulden per jaar was.

Deze abonnee leest gemiddeld 3 kwartier per dag uw krant, aldus de advertentie van de Gelderlander zelf. Er viel ook heel wat in te lezen. Veel meer dan nu. Maar er was ook nog geen internet, in die tijd. Geen commerciële televisie, geen teletekst en slechts twee Nederlandse zenders, die pas 's avonds de lucht in gingen. Men moest het nieuws dus veel vaker uit de krant halen. De krant van toen. Of ze in andere provinciale archieven ook een kranten collectie hebben, weet ik niet. Maar een aanrader is het wel, wat mij betreft. Ik ben weer een stuk wijzer geworden.

18 februari 2018

De kroniek van onze eeuw

De belangrijkste gebeurtenissen, de mooiste beelden, zo luidt de ondertitel. Ook dit is een kroniek, die ter gelegenheid van de eeuwwisseling verscheen. Maar dan anders. Handzamer dan die losbladigen, die inmiddels niet meer in mijn verzameling voorkomen.

Deze kroniek is uitgegeven in boekvorm. Voor elk decennium een deel. Ik bezit er drie. Nog niet zo lang geleden aangeschaft in de kringloopwinkel. De dame achter de kassa was verbaasd, dat ze zo goedkoop waren. Net als ik. Gelukkig deed ze niet moeilijk en kreeg ik het voor de prijs die er voorin geschreven stond.

De belangrijkste gebeurtenissen zijn kort, maar goed verwoord. En overzichtelijk gerubriceerd, bovendien. De gebeurtenissen zijn uitgewerkt in langere verhalen en in feiten. Die feiten staan in overzichtelijke tabellen, onderverdeeld naar maand en dag. Je kunt dus elk deel scannen op de belangrijkste zaken, of nauwkeurig doorlezen. Of allebei. Of door elkaar heen. Wat dat betreft lijken de hoofdstukken in deze kroniek wel een beetje op een homepage van een goede website. Maar die had je toen nog niet. Deze reeks werd in 1998 en 1999 uitgeven. Vertaald, uit het Duits. 

Ook bij deze serie moest ik weer aan mijn tijd als mediathecaris denken. Alleen leende ik deze exemplaren niet alleen uit, ik heb ze ook nog zelf in de catalogus mogen opnemen. Want destijds zat ik op de afdeling collectievorming. Wat nog leuker was dan uitlenen, want dan kreeg je ook alle nieuwste uitgaven als eerste in handen. De verleiding om mooie boeken door te bladeren in plaats van ze gereed voor uitleen te maken was soms heel groot. En daarmee verstreek de tijd, zonder dat ik er erg in had. 

Deze serie heb ik destijds in één keer ingevoerd. Met een koepeltitel en daaronder de afzonderlijke delen. Met trefwoorden en titelbeschrijvingen. Weliswaar geautomatiseerd, maar toch nog helemaal in stijl. Echt nog het werk tussen en met boeken. De beveiliging er op, streepjescode, titelhoekje aan de binnenkant, stempel er in en stickers er op. Daarna gingen ze de uitleen in, waar ze eerst nog werden geplastificeerd. 

Een week later moest ik weer het pauze halfuurtje invallen in de uitleen, zoals elke vrijdag. Ik liep meteen op de kast algemene geschiedenis af. En daar stonden ze klaar, netjes op een rij. Ik nam er zonder aarzelen direct drie van de plank. En leende ze aan de balie prompt uit aan mezelf. 

Bijna twintig jaar later staan er dus weer een paar van in mijn kast. Misschien kan ik de serie ooit nog compleet krijgen. Maar dan alleen voor een zacht prijsje. Want zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Maar al blijft het bij die drie. Die zijn al goed genoeg voor een heleboel herinneringen aan een mediatheek op een hogeschool, die zelf ook al lang geschiedenis is geworden. 

10 februari 2018

Het verhaal van Polly in vier delen

Ze volgde destijds heel snel op Annemieke.
Weer vier delen over een meisje op het gymnasium, met een vader met een goede baan. Weer een eerste deel dat simpelweg de voornaam en achternaam van de hoofdpersoon als titel heeft. Maar daarmee houden de overeenkomsten op. Want Polly, die eigenlijk Paula heet, heeft geen moeder meer. En omdat vader 'voor zaken' naar Curaçao moet, logeert Polly tijdelijk bij haar oudtantes. Ze maakt kennis met de buurvrouw daar,  Nanny.  En ze krijgt twee vriendinnen, Marijke en Lies.

Met de grote familie van Marijke gaat ze op vakantie - deel 2 - en vervolgens mag ze bij Nanny komen wonen. Die helemaal geen gescheiden vrouw is, maar weduwe, zodat ze - deel 3 - nog best met vader Parker zou kunnen trouwen. Dat is in eerste instantie nog een misplaatst grapje, maar wordt werkelijkheid.
Dan komt de ernst om de hoek kijken. Vriendin Lies overlijdt, ze krijgt ruzie met Marijke. En voorzichtig komt de man in haar leven. Maar dat is - allemaal in deel 4 - verder niet uitgewerkt.

Ook Polly werd herdrukt en van een modern omslag voorzien. Maar minder vaak dan Annemieke. En ook minder geslaagd. De boeken bleven braaf, maar de tekeningen werden uitgesproken brutaal. Tot een omnibus kwam het ook niet meer. Waar Annemieke nog leuk was, daar werd Polly eigenlijk vooral sentimenteel. Ondanks die tekeningen. En ja, ik spaarde ze 'voor de verzameling' bij elkaar. Maar echt leuk vond ik deze serie niet.

De uitgever dacht er anders over. En vele lezeressen blijkbaar ook. Anneke Bloemen wist precies wat de meisjes lezen wilden, in die tijd. Want op Polly zou ook al weer heel snel Loesje volgen. Zes delen, ook opnieuw geïllustreerd en later nog als omnibus uitgegeven. Maar daarover later meer.

28 januari 2018

Het aanschafboekje

Hoe oud het precies is, weet ik niet. Ik schat een jaar of tien. Wel weet ik, dat dit mijn tweede exemplaar is. En dat ik daarvoor nog met een lijstje werkte, dat ik standaard in mijn portemonnee had zitten.

Dit schriftje op A6 formaat vond ik in een rugzak die ik ook al een poosje niet meer nodig had gehad. De rommelmarkt rugzak. Zo'n 15 jaar geleden ging ie minimaal eens per maand mee naar een rommelmarkt. Er zaten altijd wel verkopers tussen met boeken. Exemplaren die pasten in mijn verzameling. Dan was het gauw even een check in het aanschafboekje. Want ik had al veel, maar nog lang niet alles wat ik wilde hebben.

Lijstjes met ontbrekende nummers uit de Witte Raven Reeks, de Juno Pockets en de Iris Reeks. Allemaal met illustraties van Borrebach. De Marjolein-serie en de Vickey reeks. Vele nog niet aanwezige deeltjes uit de Maraboe Flash serie. Het was de bedoeling om het allemaal nog eens in bezit te hebben. Maar dat is niet gebeurd. De rommelmarkt bood steeds minder. We lieten ze links liggen. De rugzak kwam niet meer van de zolder af. En inmiddels was ik zelfs het bestaan van een aanschafboekje al vergeten.

Toch best grappig om weer eens door te bladeren. Wat had ik eigenlijk nog veel te wensen. Daarom werd het natuurlijk ook een boekje in plaats van een enkel velletje papier. En dat eerste boekje, dat verving ik ooit voor dit, omdat er zo veel al was doorgehaald. Boeken die ik had weten te scoren, die dus van de lijst af mochten.

Ik heb na dit tweede boekje nog een poosje foto's van mijn boekenplanken op mijn mobiel gehad. Die checkte ik dan,als ik bij toeval nog eens een boek voor de verzameling tegenkwam. Maar ook die zijn inmiddels verwijderd. Die enkele keer dat ik nu nog iets tegenkom voor weinig geld, waag ik de gok wel, dat ik het nog niet heb. Daar heb ik geen foto's en ook geen boekje meer voor nodig.

11 december 2017

Omroep in Nederland : vijfenzeventig jaar medium en maatschappij

Een dik, rijk geïllustreerd boek is het, aldus de recensie. Aantrekkelijk om door te bladeren. Een feest van herkenning. Lovende woorden voor een, inderdaad, erg leuk boek. Voor mij persoonlijk verscheen het nog precies op het juiste moment, ook.

In 1995 was ik bezig met een scriptie over 'de mogelijke commercialisering van de publieke omroep'. RTL4 was op dat moment nog maar de enige commerciële zender in Nederland, maar er waren meer belangstellenden. Wat zou dat doen met het karakter van de al zo lang bestaande omroepverenigingen als KRO, VARA en AVRO? Van elke omroep moest ik dus iets van de achtergrond weten. En zie daar... een vers boek over de omroepgeschiedenis te leen in de bieb.

Later kocht ik het boek ook nog zelf, bij de Slegte. Nu niet meer om als naslagwerk te raadplegen, maar gewoon om door te bladeren. En ja, het is niet alleen een goed boek, het is inderdaad ook nog leuk om te lezen.

Vroeger wilde ik journalist worden. Maar toen ik werd uitgeloot voor de Academie voor Journalistiek en Voorlichting, zoals dat toen nog heette, had ik geen zin meer om me een jaar later opnieuw aan te melden. Ik kon immers nog heel gemakkelijk opnieuw worden uitgeloot. Het werd de bibliotheekopleiding. In Tilburg, omdat je daar destijds de specialisatie Audiovisuele Media had. Daarmee kon ik toch nog een beetje journalist worden.Documentalist bij de omroep of zo. Redactiewerk voor een radio of televisieprogramma.

Dat was toen. Inmiddels bestaat de omroep bijna 100 jaar. Ik haalde een mooie 8 voor de scriptie, studeerde ook inderdaad af op Audiovisuele Media, maar daar bleef het bij. Want in Hilversum gaan werken en wonen, dat was niets voor mij. En daarbij werd het werk ook steeds vaker door computers overgenomen. Waren het banen op vrijwillige basis. Of een projectaanstelling, die niet langer duurde dan hooguit een jaar.

Wat gebleven is, na de jaren negentig, is mijn belangstelling voor boeken die over de omroep gaan. Ik heb er een flinke plank van vol, inmiddels. En bijna allemaal ook even leuk om te lezen als dit exemplaar. Wordt vervolgd dus.

30 november 2017

Geen maakwerk in de IDIL

Verzuiling. Ik leerde er voor het eerst over met geschiedenis, toen ik vijftien was. Verzuild Nederland. Iedereen in eigen groep. De verdeling in Rooms katholiek, protestant, arbeider en liberaal. Ze hadden allemaal hun eigen omroepvereniging, eigen scholen, eigen verenigingen, eigen organisaties. Wie katholiek was luisterde naar de KRO en ging naar de katholieke leeszaal. Dat daar de door IDIL aanbevolen boeken stonden, leerde ik pas later.

IDIL, een afkorting van Informatie Dienst Inzake Lectuur , was een rooms-katholieke recensiedienst, die de boekenwet van het Vaticaan volgde. Boeken kregen er cijfers, variërend van I (verboden) tot V (voor allen). Er stonden ook interviews in, met bekende auteurs uit die tijd, onder de titel: Mogen wij u voorstellen. Zo werden de rooms-katholieke lezers en lezeressen ook bijgepraat over Max de Lange-Praamsma. Ik vond het interview in PDF via de website Achter de rug. Goede site trouwens, maar dat terzijde. 

Dat Max de Lange overtuigd protestant was, maakte kennelijk niet uit. Waar het IDIL om ging, is dat ze zo'n hartelijke, warme vrouw was, die het geloof uitdroeg. Op een andere manier dan de katholieken, maar de principes waren toch dezelfde. En niet alleen voor wat betreft het geloof. De schrijfster wond er geen doekjes om. 

Ze hoefde niet van de pen te leven. Ze was in de eerste plaats huisvrouw en moeder en pas daarna schrijfster. Dat ze toch al een respectabel rijtje boeken op haar naam had staan, zag ze als een roeping. En als een manier om toch naar buiten te treden voor de jeugd, ondanks dat drukke gezin. Ze was, zoals ze zelf zei, vuur-bang voor maakwerk. Boeken moesten in haar groeien en op verzoeken wilde ze, zo lang als ze kon, nee blijven kunnen zeggen. Ja, ze maakte aantekeningen voor een boek over het jongste zusje van Els. Maar nee, er kwam nog geen zesde deel voor Goud-Elsje.

De schrijfster blijkt te hebben gepraat zoals ze schreef. In mooie, weloverdachte zinnen vol beeldspraak. Maakwerk. Iets waar Leni Saris wel last van kreeg. En Helen Taselaar. Netty Koen-Conrad is er ook nooit bang voor geweest. Misschien moesten zij wél van de pen leven. Zeiden ze daarom ja op 'verzoeken'. Het maakte hun verhalen er in elk geval niet beter op. Maar ook met de latere verhalen van Max de Lange-Praamsma kreeg ik moeite. Die werden, door al die beeldspraak, moeilijk te lezen. 

Riet Berkhout werd uiteindelijk tóch het zesde deel van Goud-Elsje. De schrijfster zou er later in een interview over zeggen, dat ze het zelf nooit zo bedoeld had. Dat het een suggestie was van de uitgever, om het toch in de reeks op te nemen. Er zou ook nog een deel zeven tot en met tien komen. De twee delen over vriendin Lotty had Max misschien ook anders bedoeld. Het laatste afsluitende deel gaat weer wel over Els. Dat klinkt achteraf wel als op verzoek.

Misschien is de moeder-en-dan-pas schrijfster op dat punt toch van haar geloof gevallen. We kunnen het haar al lang niet meer vragen. Maar dat maakt ook niet uit. Zeker de boeken uit die tijd blijven de moeite waard. Met zo'n interview er bij heb je toch weer een completer beeld van de vrouw er achter. Inclusief oude foto.

14 november 2017

Bedrijf in beweging : Een terugblik in de tijd : Zuid-Ooster 1949-1994

Zuidooster, aanvankelijk gespeld als Zuid-Ooster, was de naam van de busmaatschappij uit Zuid-Gelderland en het noordoostelijke deel van Noord-Brabant. Zeg maar alles op de lijn Nijmegen-Eindhoven. Het boek gaat over de jaren van de gele streekbussen op diesel, die ik me nog zo goed herinner. Maar ook de jaren daar nog vóór. De tijd van de meisjesboeken. Waarin op elke bus nog een conductrice zat en de strippenkaart nog niet bestond. Toen mensen voor het eerst verder weg op vakantie gingen en dat, uit geldgebrek, het liefst vertrouwd per bus deden.

Het boek verhaalt over de tijd dat steeds meer Nederlanders zich een auto konden gaan veroorloven en de bus vaarwel zeiden. Wij hadden thuis nog geen auto, toen. Ik reisde in de jaren zeventig nog steeds per bus met mijn ouders en zusje. We waren een uitzondering. Leuk of spannend was het toen al lang niet meer. Het was een wereldreis, zeker zo op zondag. Reistijden van drie kwartier met de auto werden met een bus al gauw anderhalf uur. Want je moest naar de bushalte lopen, op de bus wachten. De bus reed om en de halte, waar je uit moest stappen, was ook nooit voor de deur van het gewenste adres.

In de jaren tachtig kregen we thuis ook een auto. Daarmee kon de bus vaarwel worden gezegd. Tijdelijk, want ik werd student met een OV jaarkaart en toen moest ik toch weer met de Zuidooster van en naar Nijmegen. De bussen werden nieuwer, er kwamen sneldiensten bij. Dat waren de bussen die je eerder daar brachten waar je ongeveer wilde zijn. Maar die je weer verder lieten lopen, omdat ze minder haltes hadden. Er kwamen zelfs interliners. Nog sneller, nog comfortabler, maar nog verder lopen. En dat viel niet altijd mee, met een weekendtas.

Het openbaar vervoer brengt je vanaf een plaats waar je niet woont, via plaatsen waar je niet hoeft te zijn, naar een eindbestemming waar je ongeveer moet zijn. 

Zo vatte een vriend in de jaren negentig voor mij het reizen samen en zeker wat de bus betreft klopte dat. Het was altijd lopen, wachten, omrijden en weer lopen.

In 1995 fuseerde de Zuidooster met het Limburgse VSL tot Hermes. Daar eindigt ook dit boek. Zelf zou ik nog meer dan tien jaar met de bus blijven reizen. Niet alleen meer met Hermes. Ik ging stage lopen in Arnhem en Den Haag en was in Tilburg gaan wonen. Respectievelijk GVM, HTM en BBA. Dat staat hier dan allemaal niet in, maar het kwam op hetzelfde neer.

Inmiddels heb ik zelf al lang een auto. Een vervoermiddel wat me vanaf de plaats waar ik woon rechtstreeks naar en precies tot mijn eindbestemming brengt. Dat kan de bus, die al een poosje geen Hermes meer heet maar Breng, nog steeds niet zeggen. Breng, ja. Ik heb het zelf niet bedacht. Alsof er ook een bus terug is. Die heet dan Haal. Maar zo gek zijn ze dan nog net niet geweest.

Hoe dan ook, dit Zuidooster boek is leuke nostalgie. Om plaatjes te kijken en om door te lezen. Het was nog een Marktplaats vondst ook. Eentje dicht bij huis, zodat ik me de verzendkosten kon besparen, door het zelf op te halen. En helemaal niet duur, bovendien. Wordt beslist vervolgd, dat Marktplaats.