Posts tonen met het label P.J. Sarels van Rijn. Alle posts tonen
Posts tonen met het label P.J. Sarels van Rijn. Alle posts tonen

01 oktober 2011

De kleine Ik kan koken

Aangemoedigd door het grote succes van 'Ik kan koken', besloot de uitgeefster tot deze eenvoudige editie over te gaan. Voor deze Kleine Ik kan koken werden recepten gebruikt uit Ik kan koken. Door tekeningen kon, voor zover dit gewenst was, de tekst verduidelijkt worden. 
De hoofdstukken 'Onze voeding' en 'Keukeninrichting' werden zodanig bewerkt, dat ze goed te gebruiken zijn bij het onderwijs aan onze nijverheidsscholen voor meisjes. Dit heeft het voordeel dat de leerlingen kunnen volstaan met één boek voor theorie en praktijk voor de kookvakken.
Als dan de vele jonge (en oudere) kooksters, dankzij deze 'Kleine' Ik kan koken, de edele kookkunst machtig zijn, kunnen zij zich verder bekwamen door de 'Grote' Ik kan koken te raadplegen.

Het voorwoord, geschreven door de samenstelster, P.J. Sarels van Rijn, vat het hele boek eigenlijk al prachtig samen. Een geweldig tijdsbeeld, wordt hier in een paar zinnen neergezet. Het zijn de meisjes die moeten leren koken en daarvoor gaan ze naar de nijverheidsschool.

De Kleine Ik kan koken voorzag in een behoefte. Want net als de Grote editie, werd ook deze editie een aantal keer herdrukt. Waarbij het omslag steeds aangepast werd aan de tijd. Ik kocht de drie edities kort na elkaar. 1955, 1961, 1968. En zo zag ik de meisjes, gefotografeerd op het omslag, elke keer moderner worden. Of meisjes... dat waren het eigenlijk niet eens. Jonge vrouwen, was misschien een betere beschrijving.

Of de meisjes van toen, eenmaal de edele kookkunst machtig, daarna de Grote Ik kan koken nog geraadpleegd hebben? Ze zouden het misschien wel gewild hebben. Maar dit soort boeken waren duur. Voor de gemiddelde huisvrouw niet te betalen. Koken, dat leerde je wel van je moeder, of een oudere zus, of op school. Daar had je niet onmiddellijk een boek bij nodig. De gekleurde afbeeldingen zijn op hoogglans papier gedrukt, net als in de grote uitgave. Dat maakte het kostbaar, zeker in de jaren vijftig, toen de techniek nog niet zo ver was.

Maar ach. Ze staan enig - om nog maar eens zo'n woord uit die tijd te gebruiken - in mijn naslag kast. Een meisje ben ik zelf al lang niet meer. Maar mocht ik nog aarzelen om in plaats van een dagelijks menu een feestelijk menu te maken, dan kan ik nog altijd beginnen bij het boek voor de jonge vrouw. En me dan later bekwamen in dat van de getrouwde vrouw.

28 januari 2010

Ik kan koken


Een 'geïllustreerd handboek voor allen, die willen leren koken en de eisen van een goede keukeninrichting willen leren kennen', aldus de ondertitel van dit kloeke kookboek. De samenstelster was in eerste instantie H.M.S.J. de Holl, maar is nu naar bewerking opnieuw samengesteld door mevrouw P.J. Sarels van Rijn, 'directrice gemeentelijke industrie- en huishoudschool te Vlissingen.

Ik bezit de zeventiende, geheel herziene uitgave, uit 1957. In het voorwoord bij de zevende uitgave (1949) sluit 'P.J.S.v.R', zoals de ondertekening van de samenstelster luidt, af met de uitspraak, dat 'uitgeefster en schrijfster haar moeite rijkelijk beloond achten wanneer ook deze nieuwe uitgave vele goede kooksters oplevert, tot tevredenheid van de huisgenoten!'. Bij de achtste druk (1950) is 'voldaan aan de wens van velen om een kort overzicht te geven van de techniek van het "electrisch koken". De dertiende druk (1954) is 'verrijkt met acht grote gekleurde platen naar eigen kleuren-opnamen, waarbij aan de keerzijde recepten gegeven zijn, welke op de afgebeelde spijzen betrekking hebben.'

Die platen staan ook in mijn zeventiende, geheel herziene uitgave, samen met 'platen' van merken als Friese vlag - koffiemelk - en DRU - serveerschotels-. Er is een hoofstuk met een Historisch overzicht van kookkunst en tafelgewoonten. Over De voeding van de mens. De keuken en haar inrichting. Over het verschijnsel Twee huisvrouwen in een keuken - woningnood en dus is het vooral de huisvrouw die zich bij inwoning moet aanpassen -. Van Het bewaren van voedsel en ten slotte iets algemeens over Dekken en dienen.

Daarna volgen de recepten, in chronologische volgorde. Van voorgerechten, naar Soepen, Sausen, Vlees, Gevolgelte, Vis, Zuivelproducten, margarine, eieren en ten slotte de Nagerechten. Er is een groentenkalender, die aangeeft, welke gerechten in welk seizoen verkrijgbaar zijn, en een viskalender die hetzelfde doel heeft. Er zijn hoofstukken over Vruchten, Suiker en suikerwerken, Inmaak en Gebak. Iets over Dranken. Over Het samenstellen van een thé compet en borreltafel. Het boek sluit af met een Verklarende woordenlijst - alfabetisch geordend, van abricot tot Viande fumée en een Register. Ook alfabetisch, van Aal, gebakken tot Zwezerikragout.

Of het allemaal lekker is, wat er in staat, weet ik niet. De recepten heb ik nog nooit uitgeprobeerd. Gelezen heb ik het boek al wel. En me, zoals altijd verbaasd over dat verdwenen beroep van huisvrouw zijn. Koken en alles wat er bij hoort, in een naslagwerk annex handboek van 624 pagina's. Zou het nog worden uitgegeven? Vast niet.

Voor de huisvrouwen in spé of de pasgetrouwde huisvrouwen, die nog niet zo veel ervaring hadden verscheen in die tijd ook De kleine ik kan koken. Die heb ik ook. In drie verschillende versies. Wordt dus vervolgd.