05 augustus 2009

Ik kan huishouden


De vierde, herziende druk, bezit ik. Uit 1962. De eerste druk is al van voor de oorlog, geloof ik.
Een boek als dit moest je in die tijd ook wel geregeld herzien, want er kwam zo veel nieuws bij, voor het huishouden. En je moest het ook geregeld herdrukken, want huisvrouw was het beroep van alle getrouwde vrouwen, toen.

Wat staat er allemaal in dit kloeke naslagwerk? Iets over financiering en inrichting van het huishouden. Het onderhoud van het huis, de inrichting. Verlichting, electriciteit. EHBO, opvoeding, tuinieren. Kortom, alles wat de huisvrouw weten moest.

Zo vreselijk leuk om door te lezen. Op pagina 22: een werklijst voor het wekelijkse werk, voorafgegaan door een lijst voor dagelijks werk. De houding bij het afwassen, op pagina 104. Hoe doeken en kleding te vouwen, pagina 227. Een item over het verwennen en verwaarlozen van kinderen, op 263. En ten slotte nog iets over etiquette, want dat was nog heel vanzelfsprekend, maar moeilijk, in die tijd. 'Alleen bij sportkleding kan een man zich veroorloven zijn fantasie uit te leven en zijn persoonlijke smaak te laten domineren... niet teveel want dan is hij weer een fat! En niets is erger dan dat!' Tegenwoordig vinden mannen het schijnbaar niet erg meer, een fat te zijn, kennelijk. De fantasie viert hoogtij, zo'n vijftig jaar later.

Advertenties zitten er ook in. Van Tomado, bijvoorbeeld. Negen fotootjes op een pagina: voorraadrek, fritessnijder, theecomfort, jampothouder, verstelbare schotelhouder, toastrekje, glazendragen, verstelbare schotelwarmer en een afdruiprek. Maar ook van Vegla weckglazen, 'het enige inmaakglas dat werd goedgekeurd door de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen'. Voor het 'Pas Aan' servies, dat alleen Pas Aan is, als er een Pas Aan merkje op staat. Van Gero Zilvium bestek: 'distinctie en sfeer aan uw dis'.

In de 'Ik kan' serie verschenen meer handboeken. Over fotograferen, handwerken, koken en tuinieren, bijvoorbeeld. Naast een dure editie, ook in een goedkopere variant. Ik heb er meer in mijn bezit. Wordt vervolgd.

23 juli 2009

De ideale secretaresse


De uitgave, eentje in de Elsevier Pockets reeks, is er een uit MCMLXI. 1961, als ik de Romeinse cijfers goed vertaal. En de titel slaat op een beroep, dat toen nog echt een beroep was.
Iets wat je kon doen na de HBS, Gymnasium of ULO. Waarvoor je, al was het nog op zo'n bescheiden manier, iets in het maatschappelijk verkeer moest doen, bovendien.
Dit staat beschreven in het eerste hoofdstuk: secretaresse worden.

De volgende hoofdstukken gaan over je werk, als je eenmaal secretaresse bent. Wat deed je zoal, in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw?

Telefoneren, telegraferen en telex, corresponderen, boekhouden, bezoek ontvangen, vergaderingen organiseren en reizen boeken. Voor elk van deze taken is een apart hoofdstuk gereserveerd.

Maar er staat ook iets in, over administratief technische hulpmiddelen. Hoe je een kaartenbak - samen met het losbladige boek niet meer weg te denken uit een kantoor - sorteert, bijvoorbeeld. En over waar zal ik het zoeken. In dat laatste hoofdstuk wordt de secretaresse aangeraden, toch vooral een privé kaartenbak aan te leggen, met daarin de belangrijkste, nuttigste dingen voor een goede bedrijfsvoering. Zo'n kaartenbak is samen met de termijnmap, termijnkaartsysteem en agenda het fundament van de secretaresse.

Er bestond nog geen Office, daarom moest elke brief getypt worden. En ondertekend, door de directeur. Daarom staat er iets in over tabellen typen, over het maken van een planbord en het al eerder besproken kaartsysteem.

Het moest allemaal nog zonder Outlook, Word, een printer, een fax, een mobieltje of een centrale. Ik had het best willen worden, secretaresse. Toen was het een verantwoordelijke functie. Als ik het lees, oogt het leuk. Dat is het nu, met al die techniek, al lang niet meer. Want laat die je eens niet in de steek, dan wordt deze wel misbruikt. E-mailen in plaats van een belletje. Of complete stress als het netwerk weer platligt en je niets meer kan. Want alles is geautomatiseerd, nu. De kaartenbak van vroeger kon niet crashen.

01 juli 2009

Wie had dat gedacht, Michelle?


Bij elk nieuw of tweedehands boek dat ik koop, schrijf ik er de datum van aanschaf in. Dat doe ik al zo lang ik boeken koop. Wie had dat gedacht, Michelle? is een van mijn eerste zelf gekochte boeken. 11 juli 1986. Ik had het al een paar keer in de bibliotheek geleend en wilde het nu graag zelf hebben.

De Kluitman Jeugdserie was betaalbaar. Onze kantoorboekhandel had achterin zijn winkel zo'n smalle, witte kast staan, en daar stond deze ook tussen. Geschreven door Inge Neeleman. Een pseudoniem van Helen Taselaar, zo begreep ik later. En wederom met mooie illustraties van Herry Behrens. Een leuk verhaal, ook nu nog.

Michelle Dumas, eenentwintig, werkt op een kantoor, maar daar heeft ze het niet zo naar haar zin. Liever bezit ze een eigen winkeltje. Daarvoor studeert ze in de avonduren aan haar middenstandsdiploma. En net, voor ze dat haalt, komt er een winkeltje te huur. Het snoepwinkeltje van vroeger. Michelle slaagt voor haar middenstandsdiploma en zet zich, met haar broer Marc aan het klussen.

Ze komen uit een kunstzinnige familie. Vader Jean is amateurschilder en bezit een galerie, moeder Marie is handwerklerares. Marc werkt ook op kantoor. Hij is bevriend met Edward Vermaire, de zoon van de baas. En heeft zijn hart verloren aan Monique, de zus van Edward.

Het klikt goed tussen de beide broers en de beide zussen. Monique wordt een vriendin van Michelle, en Michelle en Edward worden het samen zeer eens. Twee vrienden, twee vriendinnen en twee stellen. Schoonzus en vriendin, vriend en zwager. Combinaties die in het dagelijks leven ook wel eens voorkomen.

Het verhaal van Michelle was een van de eersten van Helen Taselaar. Later zou ze de ingrediënten nog vaak herhalen. Want Michelle vindt Edward onuitstaanbaar, in eerste instantie. En dan is er nog de rivale, die in dit geval Francoise heet, maar die ook hier een ander krijgt, waar ze meer van blijkt te houden.

Verder speelt het verhaal zich grotendeels af in 't Grasduintje, de winkel van Michelle. Echte opzienbarende dingen gebeuren er niet. Maar het is wel heel gezellig. Bij Michelle thuis ook. Ik kon me er zo iets bij voorstellen. Goed geschreven. Ja. Dat vind ik eigenlijk nog steeds.

Inge Neeleman of wel Helen Taselaar, was helemaal geen tiener meer, al doet de naam van de serie anders vermoeden. Ze was al een echte vrouw toen ze het schreef. Het is de suggestie dat de schrijfster door haar leeftijd dicht bij haar lezers zou staan. En daarin is Uitgeverij Kluitman zeker geslaagd.

25 juni 2009

Alleen de liefde telt


't Is zo'n Kluitmannetje, met een omslag van Herry Behrens. Geen pocket in de Jeugdserie, maar in de Romanserie. Voor een jaar of tien terug kwamen ze ineens met honderden tegelijk op de rommelmarkt te liggen. En zo af en toe kocht ik er een, als het verhaal me aanstond. Een aantal heb ik na het lezen ook meteen bij het oud papier gegooid, onder het motto: te waardeloos om te bewaren.

Alleen de liefde telt, van Tessa van Es, heb ik wel bewaard. Of het de moeite waard is? Tja. Er gebeurt weer heel veel tegelijk, wat eigenlijk niet kan.

Jella werkt in een boekwinkel. Ze is negentien en woont samen met haar moeder en stiefvader. Haar moeder is hertrouwd, met een man, die graag een beetje over Jella vadert, maar dat wil Jella absoluut niet. Ze moet ook de deur uit, mensen leren kennen. Dat wil ze eigenlijk ook niet, maar ze doet het toch. Zo leert ze Ellen kennen. Dat wordt haar vriendin. Ze gaan samen op ballet en samen naar de soos.

De ontmoetingsplek van de jaren zeventig en begin tachtig, in een oud gebouwtje, met een beheerder die Meindert heet, en visnetten aan het plafond. Jella en Ellen maken er kennis met een tweeling. Anton en Menno Schenk. Ze zijn eigenaars van... een boekwinkel. Anton is aspirant schrijver. De vriendinnen tikken het manuscript uit op de typemachine en raken met de tweeling bevriend. Zeer bevriend.

Anton en Menno zijn opgevoed door hun tante. Met hun vader hebben ze geen contact meer. Hun moeder is overleden. Niet veel later komen ze vader weer tegen... het blijkt de stiefvader van Jella te zijn. Jella en Anton zijn het samen zeer eens. Jella gaat een poosje op zichzelf wonen. Hoewel het niet meevalt iets te krijgen, dat wordt dan nog wel verteld in het boek, heeft Jella meteen geluk. Anton ook. Natuurlijk wordt zijn boek uitgegeven en natuurlijk is het een succes.

Tante Martha blijkt de oude liefde van vader. Een probleem dus, voor de rest van het o zo gelukkige gezin. Dus wordt ze ziek en sterft, maar niet nadat ze om vergeving heeft gevraagd en deze ook heeft gekregen. Met Ellen gaat het ook even wat minder goed. Ze blijkt aardig te kunnen schilderen en haalt met haar schilderijen meteen een bijdrage in een boek binnen. Collega Bert blijkt een fotograaf van sexbladen en bijna zou ze zich met hem inlaten. Maar dan is er Menno en die wil wel met haar trouwen.

Jella en Anton zijn dan al getrouwd. En ze krijgen nog een tweeling ook. Leuk en onverwacht slot, maar verder.... een beetje al te gemakkelijk en vanzelfsprekend. Want hoe veel tijd er nu precies is verstreken, tussen de eerste kennismaking en de zwangerschap, wordt niet duidelijk. Maar het lijkt maar een paar maanden te zijn. Enfin. Maar weer terug in de kast zetten. De tekening op de voorkant is wel weer mooi. Als altijd, bij Herry Behrens, trouwens.

23 juni 2009

Idylle op de 'Morgenster'


Waar Netty haar inspiratie vandaan haalde, weet ik niet. Ze leverde gewoon elk jaar een nieuw boek af. Soms viel haar het verhaal zo in, soms ook niet. Maar altijd was er weer de uitgever, die aan de telefoon hing. Of het wilde vlotten met haar nieuwe boek. Ze had nog een paar maanden, dan wilde hij toch wel weer wat nieuws op de markt brengen.

Zo moet Idylle op de 'Morgenster' geschreven zijn. Met de deadline van de uitgever in het achterhoofd. Gauw maar weer een nieuw verhaal. Met bestaande elementen. Ernst en zijn moeder komen inwonen bij Maud en haar ouders. Ernst is Maud's nieuwe chef. En wat voor een. Dat is ook de verhaallijn van 'En toch werd de einder blauw'. De vader van Truusje handelt in bont, net als meneer Moss in 'Ineke en Anneke hebben een baan'. Maud moet naar het ziekenhuis, Ernst bezoekt haar met een bos bloemen en vindt haar er zo lief uit zien in haar bedjasje. Precies als Jeff en Joan in 'Cupido speelt kiekeboe.' Maud wordt ook wel Maudy genoemd door haar moeder, zoals Joan door haar moeder Joany genoemd wordt.
Allemaal al eerder gelezen, dus.

En het slot van het verhaal? Nou, er gaat getrouwd worden. Ook al is er het probleem van de woningnood. Geen nood. Ernst, chef van kantoor, bouwt gewoon een boot. Dat kan hij, schijnbaar. Inclusief keuken met ingebouwde schoorsteen, dressoir en boekenplanken. En hij houdt het tot het einde toe voor Maud geheim. Behalve dan de naam. Die mag ze nog niet weten.
Die verklaring bewaart Ernst tot de laatste bladzijde:

'Toen wij elkaar vonden liepen we vergezeld van de morgenster naar jouw huis. Maar hier begint onze idylle, liefste, in ons huis, van jou en mij, waar Venus het hoogste woord zal voeren.'

Nee, Netty had er echt moeite mee, dit keer. Iemand die zo tegen je praat is geen vlotte, sportieve zeiler van dertig, maar iemand van minstens twee eeuwen oud.

06 mei 2009

Eind goed, al goed

Ze heeft het opgedragen aan haar ouders, dit boek. En het verhaal heeft een vervolg, dat 'Je kunt niet alles hebben, Marijke!' heet. Dat draagt ze op aan Pim.

Pim is ook de naam van de buurjongen, verloofde en later man van Marijke Bosman. Maar voor het zo ver is, moet Marijke na het behalen van haar diploma eerst een baan zien te vinden. Oom Adriaan, 'de verstokte vrijgezel' en broer van vader, weet iets voor haar. Een baantje in de bibliotheek van de universiteit Delft. Natuurlijk doorloopt ze de sollicitatie glansrijk en zo tramt Marijke vanaf dat moment dagelijks heen en weer van bibliotheek naar huis.

Op het platteland is tegelijkertijd Annie van de Heuvel gediplomeerd van school gekomen. Haar ouders zien haar graag getrouwd met de jonge onderwijzer Jacob. Annie voelt niets voor hem. Wel voor het baantje in de bibliotheek dat ze kan krijgen via Mattie, het moderne zusje van haar vader, die eigenlijk Maartje heet. Vader en Moeke moeten er niets van hebben, maar ze gaat met Mattie mee naar Delft. En Jacob krijgt de bons.

Annie krijgt een permanente plaats in het uitleenbureau, Marijke op de postkamer. Gé en Lous verlaten de bibliotheek, na hun nieuwkomers ingewerkt te hebben. 'Om zich voor hun a.s. huwelijk nog wat te bekwamen in het huishouden'.
Ted Tans, werkt er ook nog. Ze is secretaresse. En Hanja. Maar dat is meer ter bladvulling. Vrolijke, onbezorgde meiden, om het verhaal wat levendiger te maken. De directeur- bibliothecaris heet Reynders en zijn assistent Ric Henken. Hij is blond met blauwe ogen. Jong nog, en gecharmeerd van Ted. Maar die moet niets van hem hebben. Carla Boomsma, de nieuwe medewerkster van het uitleenbureau weer wel. Veel zelfs.

Gelukkig blijkt Carla niet goed voor haar werk en wordt ze ontslagen. Ted wijst Ric op Annie, die altijd al verliefd op hem was, maar dat niet durfde te zeggen. Ze opent Ric de ogen. Annie en Ric verloven zich in een mum van tijd. En Marijke, die eerst nog even onder de indruk is van de stadse Eugène met zijn verwijfde manieren en zijn ontrouw, ziet in, dat Pim de ware voor haar is.

En dan zijn we er nog niet. Want zelfs voor oom Adriaan komt het goed. Die verliest zijn hart aan Mattie, en omgekeerd. Aan het eind van het verhaal zijn dus alleen Hanja en Ted nog vrijgezel. Maar daarvoor bedacht E.M. Zwart- van den Bergh dus deel twee. Dat bezit ik ook. Maar het is wel al te vanzelfsprekend. En dertien in een dozijn. Dit eerste deel is leuk. Al was het alleen maar, omdat het zich in een bibliotheek afspeelt.

Eentje waar de catalogus nog uit grote ladenkasten bestaat. Waar tijdschriften nog ingebonden worden en waar de uitleenadministratie nog uit duplicaatbonnen bestaat. Eentje uit de jaren vijftig. Waar een versgezet kopje koffie nog een van de grootste attracties is, vooral als deze verleidelijk geurt door de gezellige keuken.

10 april 2009

Brieven... brieven... en nog eens brieven


  • Als u schrijft aan een dokter, zet u dan boven aan de brief weledelgestrenge heer, zeer geachte heer Heilweg of meneer de Dokter?
  • Als u schrijft aan een ongetrouwde vrouw zet u dan boven de brief Geachte mejuffrouw, Mejuffrouw of Zeer geachte mejuffrouw De Wit?
  • Als u uw brief typt, gebruikt u dan een dubbel velletje postpapier, ruitjespapier of wit briefpapier?

Gelukkig hoef ik over het antwoord niet na te denken, ook daar heb ik een Maraboekje voor. Brieven... brieven... en nog eens brieven, heet-ie. En de inhoud is weer net zo mooi als in Wij ontvangen. De brief die u verzendt, vertegenwoordigt u. U moet hem verzorgen zoals u uw toilet zou verzorgen als u op bezoek ging bij de geadresseerde.


Er staat een lijst in met titulatuur. Hoe precies een visitekaartje van een man en vrouw er uit moet zien. Waar je het voor gebruikt. Dat privé postpapier aan te raden is. Maar ook honderd voorbeelden van brieven. Voor elke gelegenheid. Je kunt het zo gek niet bedenken, of het staat er tussen.

Verloving. Brief aan de vader van het meisje: Zeer geachte heer Van der Horst, Nu het mij niet mogelijk is persoonlijk naar u toe te komen, wilt u mij wel toestaan schriftelijk de hand van uw dochter Liesje te vragen....

Antwoord daarop van vader Van der Horst: Beste Hugo, Zoals je zult begrijpen was je brief geen verrassing voor me. Je bent al geruime tijd vaste gast in ons huis en je weet dat wij je graag mogen....

Suggestie voor Liesje van der Horst aan haar beste vriendin: Lieve Annemieke, Dit briefje dient om je een groot nieuwtje te vertellen. De kogel is door de kerk! Je mag me feliciteren. Vader en moeder vinden het goed dat Hugo en ik ons met Kerstmis officieel verloven...

Waarop Annemieke zou kunnen antwoorden: Lieve Liesje, Kindlief wat een heuglijk nieuws! Geweldig zeg! Ik vond al dat Hugo en jij geweldig goed bij elkaar passen....

Ten slotte volgen er voor Annemieke nog twee voorbeelden. Eentje, waarin ze ingaat op de uitnodiging voor het verlovingsfeest, en eentje waarop ze de uitnodiging helaas verhinderd is. Maar dat spreekt denk ik al wel een beetje voor zich. Lezen dus. En lachen vooral.


'Brieven... brieven... en nog eens brieven' verscheen oorspronkelijk bij uitgeverij Gérard & Co, te Verviers, onder de titel: Mon courrier'.