02 september 2009

Pam krijgt een vader én een man


Het zijn twee deeltjes uit de Witte Raven reeks van West-Friesland. Pam krijgt een man volgt direct op Pam krijgt een vader. Schrijfster Nel van der Zee heeft wel heel veel last gehad van toeval.

In het eerste deel woont Pam van Haaften nog samen met haar tweelingbroer Niek en hun moeder, die bezig is een akte MO Nederlands te halen. Moeder Suze wordt ziek en moet kuren in Zwitserland. Pam en Niek belanden in een pension, waar een aardige heer De Winter tevens gast is. Hij wordt niet alleen rector van hun school maar bovenal verliefd op hun moeder. Er wordt halsoverkop getrouwd. 'Wat lijkt ze nog jong', mijmert Pam op de trouwdag.

Moeder is jong genoeg om nog een kindje te krijgen van de rector, zo blijkt. Aan het einde van het verhaal hebben Niek en Pam zo maar een halfzusje, Annelie. Al moet moeder toch wel omstreeks de veertig zijn, met een tweeling van zeventien.

Hoe oud pappa de rector precies is, wordt niet duidelijk. Wel dat hij een zoon heeft van vierentwintig. Ruud. En Ruud is al in het eerste deel gecharmeerd van zijn halfzusje. Maar hij mag het van zijn vader nog niet laten blijken. Daarom schreef Nel deel twee. Daarin wordt getrouwd. En Pam is de rebelse echtgenote, die door haar vader tot de orde moet worden geroepen. Dat lukt, want Pam is o zo blij met haar nieuwe vader. Niek heeft er meer moeite mee gehad. Maar dat was in deel 1. Gaandeweg deel 2 verlooft hij zich ook, met Rosalie.

Hans Borrebach verzorgde als gewoonlijk de omslagen. In het verhaal lijken vader en zoon De Winter op elkaar. Op beeld lijken ze zelfs bijna even oud. Daar had de uitgever toch best wel wat kritischer naar kunnen kijken. Naar het verhaal eigenlijk ook.

Moeder trouwt met pensiongenoot en rector, die minstens tien jaar ouder is. Ze bezorgt Pam niet alleen een halfzusje, maar ook nog een echtgenoot. Dat betekent: je moeder is ook je schoonmoeder. Je vader is tevens je schoonvader. Je stiefbroer wordt je man. De stiefbroer van je man, is ook je broer. De verloofde van je broer is daarnaast de verloofde van je stiefbroer. En tenslotte is je halfzusje tevens je schoonzus. Lees deze laatste alinea nog maar eens een keer over, als je dit niet in een keer begrijpt. Of koop via Marktplaats beide deeltjes en verbaas je, net als ik.

24 augustus 2009

Netwerken werkt

Netwerken werkt. Het was zo'n must-have boekje, uitgegeven door de Volkskrant. Getuige de uitleencijfers van de bibliotheek, wordt het nog steeds veel gelezen. Ja, ik heb het ook. De bibliotheek schreef het namelijk binnen een jaar af. Slecht gebonden. Na drie uitleningen viel het van ellende uit elkaar.

Ik heb het geplakt en ben beginnen te lezen. De nieuwe manier van een baan krijgen op HBO niveau is niet meer solliciteren, maar bedelen. Zo staat het er niet, maar zo bedoelt schrijver Rob van Eeden het wel. Al zegt hij het netter.

Netwerken. Dat wil zo veel zeggen als viavia een baan krijgen. 't Is mij ook wel eens gelukt hoor. Maar niet omdat ik het zelf zo graag wilde. In beide gevallen had ik een tijdelijk contract, dat niet zou worden verlengd. En via mijn deelname aan een bepaald project kwam ik in contact met iemand, die een andere baan voor me wist. Die ook weer tijdelijk bleek.

Een baan viavia krijgen is altijd nog beter dan koud solliciteren. Dat ben ik wel met Rob eens. Je bent op de een of andere manier al bekend met het bedrijf en dus heb je een streepje voor. Maar netwerken heeft een vervelende bijkomstigheid. En die wordt in het boek niet genoemd.

Je bent niet meer zo maar een leuke collega. Je mag niet meer iemand gewoon aardig vinden. Nee. Je wilt met mensen in contact komen, omdat ze zo goed zijn voor je netwerk. Omdat ze iets voor je kunnen betekenen. Of andersom. En beteken jij niets meer voor hun netwerk, laten ze je vallen ook. Als een baksteen. Wordt het toch weer ouderwets afgewezen zijn. Dit keer niet dankzij een officiële sollicitatie, maar dankzij een niet betrouwbaar netwerk.

13 augustus 2009

Vuren in de nacht



Sommige boeken gaf uitgeverij West Friesland eerst uit in de Zonne-reeks voor oudere meisjes. Gebonden in linnen, met daarop een tekening van Hans Borrebach. Wanneer je een goed exemplaar hebt, zit de originele omslag daar ook nog bij. Ook van Borrebach, net als de illustraties. Wanneer zo'n boek goed verkocht was, werd het door West Friesland vervolgens herdrukt en uitgegeven in de goedkope Witte Raven pocketeditie. Diezelfde Hans Borrebach maakte er een nieuw omslag en illustratie voor.

Zo heb ik een aantal titels dubbel. Een ervan is Vuren in de nacht, van Medy Dona. Die schrijfster ben ik daarna nooit meer tegengekomen. Ze schrijft over Rudi Daelhuys, dochter van rijke ouders en bezig een nuf te worden, daar in Amsterdam. Ze heeft de leeghoofdige vrienden, de vader die het eigenlijk allemaal maar niets vindt, dat zinloze bestaan en de moeder die druk is met teaparty's, de manicure, de kleedster en de kapster. Tot zo ver iets nieuws.

Meestal ontwikkelt de hoofdpersoon zich in haar woonplaats zelf tot een aangenaam individu, voor wie geld niet meer telt, lief, aantrekkelijk en verloofd. Bij Rudi is het andersom. Zij gaat uit eigener beweging uit logeren, bij tante Emmy in Zuid Limburg. Oom Ad is er opzichter bij de staatsmijnen. Vandaar ook de 'Vuren in de nacht'. Tante Emmy, een zus van moeder, heeft ze al lang niet meer gesproken.

'Er moet iets anders zijn in het leven', bedenkt Emmy zich al in het eerste hoofdstuk. Maar wat?
Al lezende kom je er achter. Het leven in Zuid Limburg, en de mensen die er wonen. Haar oom en tante, de mijnwerkers en de jonge opzichter Jan Don, die bij haar familie in huis is.

Wat is hij anders dan Wim Rijkema, haar Amsterdamse kennis, die haar gevraagd heeft zijn meisje te worden. En wat weet hij veel van de mijnen en de omgeving. Van het delven van onze brandstof. 'Je denkt er niet bij na, hoe er eerst gezwoegd is om die kolen uit de grond te krijgen.'

Als de logeerpartij ten einde is, wil Rudi eerst niet weg, maar uiteindelijk gaat ze toch. Ze mist Jan. En tegelijkertijd mist ze het Amsterdamse stadsleven. Jan, die niet van haar stand is... ze schrijft hem een brief. Maar die bereikt zijn bestemming nooit. Want Jan komt die avond niet meer thuis om hem te lezen.

Jan raakt bekneld in een van de mijnen. En het duurt dagen voor ze hem gevonden hebben en kunnen redden. Die onzekerheid voor Rudi is lang genoeg om haar ervan te overtuigen dat Jan wél de ware is. Al stoffend en poetsend vindt ze de brief op de piano, ongeopend. Ze scheurt hem symbolisch in snippers, op de rails. EINDE.

Ja, want dat stond er nog onder vroeger, bij de boeken van West Friesland. Mocht je zelf die conclusie al niet hebben getrokken...

10 augustus 2009

Vliegreis naar het geluk

De vliegreis gaat naar Blanes. Volgens een oud collega het n..kdorp van Spanje. Zij had er destijds haar vriend leren kennen. Het klikte meteen, aangezien hij zo'n beetje de enige was die niet aan ketsen dacht.

Helen Taselaar ziet het allemaal veel romantischer, in haar Vliegreis naar het geluk.
Miranda van Eijsden, stiefdochter van een horecamagnaat, gaat alleen in Blanes kamperen. Ze leert er Roy kennen, die de zoon blijkt van een hotelmagnaat. En de beide vaders zijn compagnons, maar dat weten ze in eerste instantie nog niet. Miranda wil zich namelijk niet voordoen als de rijke stiefdochter van en verzint allerlei smoesjes om maar geen argwaan te wekken.

Maar eenmaal in Nederland terug komt Roy er achter. En, volgens beproefd Taselaar recept, slaat de liefde dan om in haat. Roy wil niets meer met Miranda te maken hebben, om de leugens die ze heeft verteld. Gelukkig heeft hij nog een zus. Tracy Lenting wordt de vriendin van Miranda. Alweer zo'n beproefd recept.

Vader Lenting is moderner dan vader van Eijsden. Zijn dochter mag wel werken voor haar geld. En als Miranda besluit, dat ook te gaan doen, gaat vader Van Eijsden door de knieën, waar hij eerst streng en onverbiddelijk was. Miranda mag de sportauto, die ze van hem kreeg, inruilen voor een 2CV. De dure kleren, die ze van haar moeder kreeg, naar het Leger des Heuls brengen.
De hond, die ze in het bos vindt, blijkt een Rottweiler en pa Van Eijsden is er helemaal weg van. Ouders die inzien dat ze fouten maken. Het kan, in boekenland.

Miranda mag met Tracy opnieuw naar Blanes. Op zelfverdiende kosten, ditmaal. Daar leert Tracy Bas kennen. Een student aan de TU Delft. Alweer zo'n zeldzaam exemplaar dat in het beroemde Spaanse dorp niet meteen aan ketsen denkt, maar het serieus meent. Ze gaan met zijn vieren naar Lloret de Mar en zelfs daar zijn geen lastige Spanjaarden te vinden. Wel wordt er verloofd. Miranda met Roy en op de valreep ook nog Tracy en Bas. En natuurlijk willen ze nog eens terug naar de Costa.

Het enige Spaanse aan het verhaal is de cider, de paëlla en de markt. Er zijn goede disco's en gezellige campings. Wat er werkelijk gebeurde daar schreef Helen Taselaar niet over. Alles is goed, komt goed en blijft goed. Herry Behrens maakte er opnieuw de sprekende tekeningen bij.

05 augustus 2009

Ik kan huishouden


De vierde, herziende druk, bezit ik. Uit 1962. De eerste druk is al van voor de oorlog, geloof ik.
Een boek als dit moest je in die tijd ook wel geregeld herzien, want er kwam zo veel nieuws bij, voor het huishouden. En je moest het ook geregeld herdrukken, want huisvrouw was het beroep van alle getrouwde vrouwen, toen.

Wat staat er allemaal in dit kloeke naslagwerk? Iets over financiering en inrichting van het huishouden. Het onderhoud van het huis, de inrichting. Verlichting, electriciteit. EHBO, opvoeding, tuinieren. Kortom, alles wat de huisvrouw weten moest.

Zo vreselijk leuk om door te lezen. Op pagina 22: een werklijst voor het wekelijkse werk, voorafgegaan door een lijst voor dagelijks werk. De houding bij het afwassen, op pagina 104. Hoe doeken en kleding te vouwen, pagina 227. Een item over het verwennen en verwaarlozen van kinderen, op 263. En ten slotte nog iets over etiquette, want dat was nog heel vanzelfsprekend, maar moeilijk, in die tijd. 'Alleen bij sportkleding kan een man zich veroorloven zijn fantasie uit te leven en zijn persoonlijke smaak te laten domineren... niet teveel want dan is hij weer een fat! En niets is erger dan dat!' Tegenwoordig vinden mannen het schijnbaar niet erg meer, een fat te zijn, kennelijk. De fantasie viert hoogtij, zo'n vijftig jaar later.

Advertenties zitten er ook in. Van Tomado, bijvoorbeeld. Negen fotootjes op een pagina: voorraadrek, fritessnijder, theecomfort, jampothouder, verstelbare schotelhouder, toastrekje, glazendragen, verstelbare schotelwarmer en een afdruiprek. Maar ook van Vegla weckglazen, 'het enige inmaakglas dat werd goedgekeurd door de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen'. Voor het 'Pas Aan' servies, dat alleen Pas Aan is, als er een Pas Aan merkje op staat. Van Gero Zilvium bestek: 'distinctie en sfeer aan uw dis'.

In de 'Ik kan' serie verschenen meer handboeken. Over fotograferen, handwerken, koken en tuinieren, bijvoorbeeld. Naast een dure editie, ook in een goedkopere variant. Ik heb er meer in mijn bezit. Wordt vervolgd.

23 juli 2009

De ideale secretaresse


De uitgave, eentje in de Elsevier Pockets reeks, is er een uit MCMLXI. 1961, als ik de Romeinse cijfers goed vertaal. En de titel slaat op een beroep, dat toen nog echt een beroep was.
Iets wat je kon doen na de HBS, Gymnasium of ULO. Waarvoor je, al was het nog op zo'n bescheiden manier, iets in het maatschappelijk verkeer moest doen, bovendien.
Dit staat beschreven in het eerste hoofdstuk: secretaresse worden.

De volgende hoofdstukken gaan over je werk, als je eenmaal secretaresse bent. Wat deed je zoal, in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw?

Telefoneren, telegraferen en telex, corresponderen, boekhouden, bezoek ontvangen, vergaderingen organiseren en reizen boeken. Voor elk van deze taken is een apart hoofdstuk gereserveerd.

Maar er staat ook iets in, over administratief technische hulpmiddelen. Hoe je een kaartenbak - samen met het losbladige boek niet meer weg te denken uit een kantoor - sorteert, bijvoorbeeld. En over waar zal ik het zoeken. In dat laatste hoofdstuk wordt de secretaresse aangeraden, toch vooral een privé kaartenbak aan te leggen, met daarin de belangrijkste, nuttigste dingen voor een goede bedrijfsvoering. Zo'n kaartenbak is samen met de termijnmap, termijnkaartsysteem en agenda het fundament van de secretaresse.

Er bestond nog geen Office, daarom moest elke brief getypt worden. En ondertekend, door de directeur. Daarom staat er iets in over tabellen typen, over het maken van een planbord en het al eerder besproken kaartsysteem.

Het moest allemaal nog zonder Outlook, Word, een printer, een fax, een mobieltje of een centrale. Ik had het best willen worden, secretaresse. Toen was het een verantwoordelijke functie. Als ik het lees, oogt het leuk. Dat is het nu, met al die techniek, al lang niet meer. Want laat die je eens niet in de steek, dan wordt deze wel misbruikt. E-mailen in plaats van een belletje. Of complete stress als het netwerk weer platligt en je niets meer kan. Want alles is geautomatiseerd, nu. De kaartenbak van vroeger kon niet crashen.

01 juli 2009

Wie had dat gedacht, Michelle?


Bij elk nieuw of tweedehands boek dat ik koop, schrijf ik er de datum van aanschaf in. Dat doe ik al zo lang ik boeken koop. Wie had dat gedacht, Michelle? is een van mijn eerste zelf gekochte boeken. 11 juli 1986. Ik had het al een paar keer in de bibliotheek geleend en wilde het nu graag zelf hebben.

De Kluitman Jeugdserie was betaalbaar. Onze kantoorboekhandel had achterin zijn winkel zo'n smalle, witte kast staan, en daar stond deze ook tussen. Geschreven door Inge Neeleman. Een pseudoniem van Helen Taselaar, zo begreep ik later. En wederom met mooie illustraties van Herry Behrens. Een leuk verhaal, ook nu nog.

Michelle Dumas, eenentwintig, werkt op een kantoor, maar daar heeft ze het niet zo naar haar zin. Liever bezit ze een eigen winkeltje. Daarvoor studeert ze in de avonduren aan haar middenstandsdiploma. En net, voor ze dat haalt, komt er een winkeltje te huur. Het snoepwinkeltje van vroeger. Michelle slaagt voor haar middenstandsdiploma en zet zich, met haar broer Marc aan het klussen.

Ze komen uit een kunstzinnige familie. Vader Jean is amateurschilder en bezit een galerie, moeder Marie is handwerklerares. Marc werkt ook op kantoor. Hij is bevriend met Edward Vermaire, de zoon van de baas. En heeft zijn hart verloren aan Monique, de zus van Edward.

Het klikt goed tussen de beide broers en de beide zussen. Monique wordt een vriendin van Michelle, en Michelle en Edward worden het samen zeer eens. Twee vrienden, twee vriendinnen en twee stellen. Schoonzus en vriendin, vriend en zwager. Combinaties die in het dagelijks leven ook wel eens voorkomen.

Het verhaal van Michelle was een van de eersten van Helen Taselaar. Later zou ze de ingrediënten nog vaak herhalen. Want Michelle vindt Edward onuitstaanbaar, in eerste instantie. En dan is er nog de rivale, die in dit geval Francoise heet, maar die ook hier een ander krijgt, waar ze meer van blijkt te houden.

Verder speelt het verhaal zich grotendeels af in 't Grasduintje, de winkel van Michelle. Echte opzienbarende dingen gebeuren er niet. Maar het is wel heel gezellig. Bij Michelle thuis ook. Ik kon me er zo iets bij voorstellen. Goed geschreven. Ja. Dat vind ik eigenlijk nog steeds.

Inge Neeleman of wel Helen Taselaar, was helemaal geen tiener meer, al doet de naam van de serie anders vermoeden. Ze was al een echte vrouw toen ze het schreef. Het is de suggestie dat de schrijfster door haar leeftijd dicht bij haar lezers zou staan. En daarin is Uitgeverij Kluitman zeker geslaagd.