29 april 2010

Apotheek Duinoord

Misschien was ze zelf wel ooit apothekers assistente, schrijfster Marianne van Udinga. In haar boek Apotheek Duinoord wemelt het van de vaktermen. Keurig van voetnoten voorzien, maar ze maken het verhaal in het begin lastig lezen. Scheikundige begrippen en recepten in het Latijn worden wel vermeld, maar verder niet verklaard.

Een verhaal over apothekers assistenten, dus. Wil Verhage, Pam Hoogstraten, Ike van Altingen en de apotheker zelf, mevrouw Van Baerle. Over Floris de loopjongen. Over Titi, de nieuwe assistente die veel meer uitgaat, dan dat ze zorgvuldig werkt. En dat is toch een eerste vereiste voor een apothekers assistente. Want in die tijd maakten en mengden de dames alles nog zelf. Niets werd voorverpakt verkocht.

We maken kennis met de familie Van Altingen. Vader is bij een bombardement in de Tweede Wereldoorlog omgekomen. Moeder bleef alleen achter, maar heeft een grote steun aan Ike gehad, vooral voor de jongere kinderen. Er wordt geschreven over de patiënten. Ernstige en minder ernstige. Over dokter Vlaming en zijn jonge assistent, Wouter Huygens.

Titi werkt niet lang op de apotheek, en wordt vervangen door Thea de Mola, die weer een vriendin van Ike wordt. En dan is er nog Fanny, een meisje uit de stad, dat haar zinnen heeft gezet op dokter Huygens. Maar die heeft alleen oog voor Ike. En natuurlijk wordt het wat.

Een verhaal zoals ze bij honderden geschreven zijn en door West Friesland ook bij honderden geschreven. Met de apotheek als belangrijkste plaats van handeling. En dat maakt het nou zo leuk. Net als dat andere boek, wat in een bibliotheek speelt en ook in de Zonne-reeks verscheen.

Marianne van Udinga ben ik daarna niet meer als schrijfster tegengekomen. De illustraties van Hans Borrebach wel. Bij duizenden. Ze vormen nog steeds de belangrijkste reden van mijn verzameling.

22 april 2010

Goud-Elsje na de grote storm


Deel vijf van de Goud-Elsje serie heeft alweer zo'n mooie titel. Eentje die ik niet begreep, toen ik het voor het eerst las. De grote storm, dat slaat op de Tweede Wereldoorlog. En dat is dan ook meteen de inhoud van het boek. 1946, de oorlog is voorbij, maar er is nog veel op de bon. Hoe is het Els vergaan? Het vierde deel speelde zich af in 1939. Els was toen een jonge vrouw. Inmiddels is ze echt de mevrouw, compleet met maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Zeven jaar zijn voorbij gegaan. Na de mobilisatie de oorlog. Concentratiekampen en onderdrukking, maar het gewone leven ging toch gewoon door. Zelf werd ze moeder van dochter Mattie en later nog zoontje Gert. Haar vriendinnen Pop en Poeleke trouwden allebei. Pop en Johan waren intussen ouders van 'twee kleine meiskes'. Poeleke en Lo hadden tot nu toe nog geen kinderen. 'Daar had ze het vaak heel moeilijk mee'. Joop, afgestudeerd theoloog, werd dominee in een groot dorp in Groningen. Zijn intree was 'een gouden dag', tussen al het oorlogsgeweld. Maar lang mocht het niet duren. Want Joop ging in het verzet. Joop werd gefusilleerd. 'Zijn taak was hier afgelopen', zo schreef een onbekende medestrijder de familie Berkhout. 'Hij mocht Thuiskomen.'

Thuis, met een hoofdletter. Bij God. Met een kleine letter is thuis nog altijd Ons Nestje. Daar waar vader en moeder nog altijd wonen, met de beide jongste dochters. Riet die bezig is onderwijzeres te worden en Nel, die zwanger wordt van een Canadees. Schande, ja, natuurlijk.

Dan is er nog Blier Herne, het thuis van Taco en later in het verhaal ook het thuis van Els en Taco zelf. Vader Schaafsma gaat met pensioen en doet zijn huisartspraktijk over aan zijn zoon. Els komt terug naar het dorp. Precies op tijd, want niet lang daarna krijgt moeder Berkhout een ernstige hartaanval.

Zo zonnig als de eerste paar delen leken, zo veel leed is er nu op Els' pad gekomen. Want behalve een overleden broer, een zieke moeder en een ongewenst zwangere zus, is er ook nog een ruzie met vriendin Lotty. Want die heeft in de oorlog met een Duitser een uitstapje gemaakt. Els heeft haar uitgescholden. Iets dat Lotty haar 'wel moet vergeven, maar niet kan vergeten'. Lotty, die haar moeder verliest. Het enige wat ze nog had. En het Els verzuimt te vertellen. Nee. Dat komt niet meer goed.

Of toch? Het zal nog even duren. In de volgende delen is de hoofdrol weggelegd voor zusje Riet en later voor Lotty. Els horen we voorlopig alleen nog maar op de achtergrond.

19 april 2010

Ons handboek

Officieel heet het: Bibliotheek en documentatie : handboek ten dienste van de opleidingen. De titel heb ik zo vaak ter verantwoording achter in mijn zoveelste lijst van geraadpleegde literatuur voor mijn zoveelste (groeps)werkstuk gebruikt, dat ik 'm nog steeds uit mijn hoofd ken. Ik weet zelfs de naam van de hoofdredacteur nog: P. Schneiders.

Bijna vijftien jaar geleden is het nu, dat ik mijn diploma voor de opleiding bibliotheek en documentaire informatie behaalde. En bij elke opleiding hoort een handboek. Ons handboek, werd het genoemd. Toen ik in '91 aan de opleiding begon, was het geen verplichting meer het aan te schaffen. Maar het werd nog wel heel veel gebruikt.

Ergens in '95 kwam ik het tussen de afgeschreven boeken van de bibliotheek tegen. Daar stond het al een tijdje, want niemand had er belangstelling voor. Ik mocht het voor een gulden meenemen. En ja, inderdaad ik studeerde aan de bibliotheekopleiding.
'Waarom schrijven jullie dit boek af?' vroeg ik de man achter de balie, die sinds kort de bibliotheek van Druten onder zijn beheer bleek te hebben.
'Het is absoluut niet relevant meer.' was zijn antwoord.

Relevant. Dat was nou precies het woord dat onze docent bibliotheektechnische vakken graag in de mond nam. Een relevante publicatie, zei hij dan. Een boek waar je wat aan had. Waar je wat mee kon. En volgens hem was het boek juist heel erg de moeite waard. Ik heb het, zogezegd, nog veel gebruikt.

Wat er allemaal in staat? Vaktechnische informatie. Bibliotheektypologie. Collectievorming. Formele ontsluiting. Bibliografie. Onderwerpsontsluiting. Beschikbaarstelling. Inlichtingenwerk. Personeel en opleiding. Het zal een buitenstaander vast voor het grootste deel niets zeggen.

En als ik eerlijk ben, ben ik ook het grootste deel van die termen vergeten. Toch heb ik Ons handboek nog steeds. Ik bewaar het als een soort relikwie. 743 pagina's lang. Voor de nostalgie, nog uit de tijd dat ik van plan was bibliothecaris te worden. Wat ik al lang niet meer ben en nooit echt ben geweest.

14 april 2010

Tot ziens op De Wildhof


Deel vijf van de serie over de familie met de hondenkennel. Zussen Elke, Josta en Bonnie zijn voorzien van een man. Broer Hugo is voorzien van een vrouw. Chronologisch gezien is nu de een na jongste zus Pam aan de beurt. Ze is in de voorgaande delen altijd afgeschilderd als een onafhankelijke plaaggeest met een grote mond. Maar intussen is ze ouder en wijzer. 'Pam is veranderd', zo laat schrijfster Helen Taselaar het Elke tegen Josta zeggen. 'Maar in haar voordeel.' voegt Josta daar aan toe.

Inderdaad, Pam is veranderd. Na de middelbare school had ze eigenlijk willen gaan studeren. Maar ze zag op tegen een studie van jaren. Daarom zocht ze voorlopig maar een baantje. In de handwerkwinkel. 'Pam had eerlijk gezegd dat ze nog niet wist of ze dat wel wilde blijven doen'. Iemand die zoiets tegen haar toekomstig werkgever zou zeggen, krijgt de baan natuurlijk niet. Pam wel. En ze blijft, want ze doet het werk goed. Pam breit graag, wat niet zo verwonderlijk is, halverwege de jaren tachtig. Toen breide iedereen: 'Het was druk geweest in de Handwerkboetiek. Het leek wel of het halve dorp een breimanie had gekregen.'

In diezelfde jaren tachtig was ook de Playbackshow een bekend fenomeen. Er wordt zo'n playbackshow in het dorp georganiseerd. Pam gaat er aan meedoen, samen met haar jongste zus Mandy. De show wordt gepresenteerd door de landelijk bekende disk jockey Ad Venneker. Een vervelend ventje met kapsones, die al vrij snel woorden krijgt met Pam. Pam kan hem niet uitstaan, maar hij blijkt er anders over te denken...

Als Mandy en Pam op vakantie gaan naar Texel komen ze daar, hoe toevallig, de diskjockey weer tegen. En hoewel hij aan elke vinger wel tien meisjes krijgen kan, zet hij zijn zinnen op Pam. Natuurlijk slaagt hij er in. Mandy doet een vakantievriendje op, maar dat blijkt geen lang leven beschoren. Even lijkt het, of het voor Pam precies zo gaat. Want zag ze Ad niet op de laatste avond met een vreemde vrouw zoenen?

Misverstanden alom. En het toeval helpt. Schoonzus Carola, vers echtgenoot van broer Hugo, was zangeres in een band. Ze besluit een soloplaat te maken. Daarmee komt ze in het programma van Ad terecht, die haar nog van haar oude band herkent. Carola de Jager. Nee, Carola de Wild. De Wild. Net als Pam... Ja, Pam is mijn schoonzusje. En natuurlijk wil Carola helpen, die twee weer bij elkaar te krijgen. Het lukt. Natuurlijk lukt het. Zo is aan het eind van deel vijf ook Pam van een man voorzien. Ze heeft al een huwelijksaanzoek van Ad te pakken, zelfs.

Nu de kleinste van het gezin nog. Nee, vakantieliefde Carl zal het niet worden. Wie dan wel? We zullen het zien. Want ja, er is nog een zesde deel in deze serie verschenen.

28 maart 2010

Ankie

In het tweede deel van de Goud-Elsje serie ontmoet Els op weg naar haar vakantie adres de familie Tjallinga. Dokter Uco, 'jong, lang en heel blond', getrouwd met Ankie, voorzien van 'grappig onregelmatig geplaatste tanden en mooie diepblauwe ogen'. Twee zoontjes hebben ze. Fokke van vier en Leo van twee. Els reist met haar buren, dokter Auke en mevrouw Marijke Schaafsma. De ouders van haar latere man Taco.

De vader van Uco is architect en blijkt een oude vriend van dokter Auke. En omgekeerd blijken Uco en Ankie vlak bij de zoon Taco te wonen, die ook weer arts is. Ja, de wereld is genoeglijk klein, aldus dokter Auke. En Els vindt het gezin ook zo aardig. Ze hoopt ze nog eens terug te zien. Dat gebeurt ook. Tot en met deel 5 komen Uco en Ankie in de serie voor, zijnde vrienden van Taco en Els en uiteindelijk voorzien van drie zonen en een dochtertje, dat aan wiegendood sterft.

Het verhaal van Ankie heeft Max de Lange later als spin off gebruikt, want het is later uitgegeven als de Goud Elsje reeks.

Ankie Horsman is lerares aan de huishoudschool en vind een baan, buiten hun dorp. Ze gaat op kamers bij de familie Tjallinga. Vader Tjallinga is een vriend van vader Horsman en hij en zijn vrouw hebben enkel zonen. Gerlof, Uco, Meindert en Jurjen.

Gerlof verlooft zich al heel gauw met Puck, een nichtje van Ankie. En het duurt niet lang, of Uco verliest zijn hart aan Ankie. Maar zoals het altijd gaat, in de boeken van Max de Lange, het is niet zo maar patsboem raak. Anders dan de meeste andere meisjesromans, moet hier liefde wel degelijk groeien. Er is zelfs een kaper op de kust, in de vorm van Ru Siderius, een collega van Ankie.

De school heeft een moederlijke, nog niet zo oude directrice, Machteld. En dan is er Juleke, Ankie's vriendin, die zich met firmant Koen Ros verlooft. Natuurlijk is er een jong en sympathiek dominees echtpaar. Ook die komen vaker voor in de boeken van Max. Net als de beschrijvingen van de natuur in Friesland, waar Max zelf geboren en getogen is. Er is een vakantie naar Limburg en eentje naar Oostenrijk.

Er is leed, in de vorm van een overleden moeder en een bijna aan longontsteking bezwijkende vader Horsman. Maar er is ook veel lief. Want natuurlijk komt eerst voor Ru de liefde om de hoek kijken, waarna ook Ankie zich durft te geven aan Uco. En vader, vader wordt natuurlijk ook beter.

De pers heeft dit boek zeer geroemd, wat blijkt uit onderstaande recensies, zo meldt het omslag. Mooi, vlot geschreven Christelijk boek voor meisjes. En het valt ook al jaren bij een katholiek meisje in de smaak, zou ik er persoonlijk aan toe willen voegen.

02 maart 2010

Encyclopedie voor iedereen

De eerste druk was van 1933. De derde, 'geheel herziene en uitgebreide' druk van 1937. Mijn tweede druk moet er dus ergens tussen in zitten. Ik vind geen jaartal in het colofon, en kon de editie ook niet in de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek vinden. En als het daar niet in staat, staat het nergens, zo leerde ik vroeger op de bibliotheekopleiding al.

De encyclopedie voor iedereen dus. Slechts een band groot, samengesteld onder leiding van Jan Kooy en uitgegeven door De Haan in Utrecht en Kluwer in Deventer. Alfabetisch in trefwoorden. Niet in pagina's, maar in kolommen. Twee per pagina, in totaal 1770. In oude spelling begint het voorwoord als volgt: In de Nederlandsche taal ontbrak tot dusverre een naslagwerk van handig formaat, dat door zijn geringen omvang op geen schrijftafel en in geen huiskamer in den weg lag. dat desnoods in den zak kon worden meegenomen, maar dat nochtans door de alomvattendheid van zijn inhoud geen aanspraak mocht maken op den naam van Encyclopedie.

De KB catalogus leert mij verder dat het boek nog een negende druk heeft gekend, uitgegeven in 1978. De oorspronkelijke samensteller en redacteuren zullen toen al wel lang overleden zijn geweest. Bovendien was het in de jaren zeventig juist mode een encyclopedie van formaat in huis te hebben. We hadden zelfs speciale eikenhouten wandmeubels, om onder andere de Winkler Prins goed zichtbaar in te kunnen stallen.

Dit exemplaar zou op de bibliotheekopleiding geen encyclopedie genoemd zijn, denk ik. Eerder een Woordenboek met plaatjes. Want de omschrijvingen van de afzonderlijke trefwoorden zijn wel heel erg summier. De afbeeldingen zijn hoofdzakelijk in zwart wit, maar dat kan ook uit kostenbesparing zijn geweest. Kleurendruk was duur in die tijd, en dan zou de encyclopedie immers niet meer 'voor iedereen' kunnen zijn.

Wat er in staat? Van alles eigenlijk. Alfabetisch, uiteraard. Het begint steeds met de letter in kwestie en daarna de andere woorden, elk ook weer alfabetisch. Aagten is bijvoorbeeld het nonnenklooster in Delft, een Jaar een tijdvak waarin de aarde om de zon loopt en Ra een scheikundig symbool van radium. Verder is het vooral een nostalgisch kijk- en bladerboek, met de werking van een televisie en een radio schematisch uitgebeeld, foto's van het snelste stoomschip van het moment, de snelste Duitsche trein tusschen Hamburg en Berlijn en foto's van de sport hardloopen, dat we toen nog met twee o's schreven.

Nee, anderhalve meter encyclopedie heb ik niet in mijn kast. Wel een paar oude exemplaren die de moeite van het bewaren waard zijn. Deze, bijvoorbeeld. Ongetwijfeld ergens op een rommelmarkt voor een paar centen op de kop getikt. Zo ben ik ook aan een Winkler Prins van voor de oorlog gekomen. Die bestond toen ook nog maar uit twee delen. Dat werden er uiteindelijk iets van zesentwintig. Ook leuk, zo'n voorloper. Daarover een andere keer.

19 februari 2010

Welkom op De Wildhof


De familie De Wild bestaat uit vijf zussen en een broer. Nu de drie oudste zussen aan de man zijn gekomen, wordt het voor de broer ook tijd, dat hij een vriendin krijgt. Hugo is van de zes kinderen de oudste en intussen zo halfweg de twintig. Voor Helen Taselaar de ideale leeftijd van een man. Bijna alle mannen die in haar verhalen figureren en die de toekomstig echtgenoot worden, zijn zo oud.

Maar het zijn meisjesboeken, die ze schrijft. En meisjes willen verhalen over meisjes lezen. Meisjes die aan een man komen. Meisjes die beroemd zijn. Een combinatie van allebei is natuurlijk helemaal goed voor de verkoop. Hugo de Wild is een man. Dat wordt heel origineel opgelost, door het verhaal vanuit het perspectief van het meisje te vertellen. In dit geval Carola de Jager, de toekomstig schoonzus van de kennelfamilie. Zangeres van de band Red Tulips, die op het punt staat om door te breken.

Ze breken door en niet zo'n beetje, maar helemaal. Ze krijgen heel Nederland aan hun voeten en zelfs in Duitsland hebben ze succes. Carola vindt het heerlijk, maar Hugo denkt er anders over. Die vindt dat ze kiezen moet, tussen de band en hem. Ze kiest voor het eerste. Daarop maakt Hugo de verkering uit. Zijn zussen, die Carola al helemaal in hun midden hadden opgenomen, nemen hem dat niet in dank af. En wanneer Hugo enige maanden later een ander meisje meeneemt naar huis, zijn ze ronduit vijandig naar haar.

Carola boekt weliswaar succes, maar kan Hugo niet vergeten. Op de avances van haar manager Patrick gaat ze daarom niet in. En wanneer ze dankzij haar optreden oververmoeid een zware longontsteking oploopt, hangt ze haar microfoon in de wilgen. Met de familie De Wild heeft ze altijd contact gehouden. En terugkomen bij Hugo blijkt niet zo heel erg moeilijk. Die houdt immers ook nog van haar. Hij mag dan wel een ander meisje hebben, die relatie is zo beeïndigd.

Zijn we er dan? Nog niet helemaal. Want het moet natuurlijk wel voor iedereen goed aflopen. De zussen, die zo kwaad zijn geweest op het even vriendinnetje van Hugo besluiten een paar weken naderhand om met haar te gaan praten. En daar treffen ze haar met een nieuwe man aan. Of dat wat wordt? Vast wel. Hij keek haar zo verliefd aan...