Vickey maakt nog wat pret in het laatste jaar, doet eindexamen HBS, gaat op zoek naar een baan en krijgt ten slotte een aanzoek van haar buurjongen Roel ter Kuile, die terug is van een jaar Amerika.
Zo staat het ten minste in de flaptekst van het boek. De werkelijkheid is iets anders. Chaotischer. Van Arja Peters werd wel eens gezegd door recensenten, dat ze een veelschrijfpen had. En dat was niet positief bedoeld. Je zou het ook kunnen zeggen van dit derde deel uit de Vickey serie. Dit is slordig geschreven en er is niet kritisch naar gekeken. Niet door de schrijfster, ook niet door een redacteur.
Afgaande op de titel en de flaptekst zou dit het laatste deel moeten zijn. Einddiploma en een huwelijksaanzoek op zak, klaar voor een bestaan als huisvrouw. Maar er zouden nog twee over Vickey volgen, na dit deel. Wat het verhaal dan wel is?
Ja, er worden grapjes gemaakt in de klas. Zo is er een ontstellend flauw hoofdstuk over een bloemenkrans voor een leraar. Het had een bloemstuk voor zijn verjaardag moeten worden, maar het blijkt meer een rouwkrans te zijn. Vickey is de aanstichter van het geheel. Ze krijgt straf. Maar wat en hoe precies, wordt niet duidelijk. Haar zus Niki blijkt zwanger, net na de mededeling dat zus Rina een baby verwacht. Zo maar van het ene op het andere moment zijn beide zussen vervolgens bevallen. Tussen de mededeling en de geboorte van een kind zit toch wel een maand of zes, in het algemeen. Hier lijkt het wel plotseling te gebeuren, allemaal.
Vickey is ook zo maar geslaagd, ergens aan het einde van het boek.
Ik bezit veel meisjesboeken. waar een eindexamen in wordt beschreven. Daar staat altijd het vele leren in, de stress, iets over de examinatoren. Hier blijft het bij de mededeling dat ze hard zal moeten werken. En ze zegt achteraf, de domste van de klas te zijn geweest. Het moet haar dus heel wat moeite hebben gekost, maar je leest er niets over. Er komt een fuif, waar de hele klas mag komen, plus twee jonge mannen die ze 'ergens' heeft leren kennen.
Klasgenoot Rudi doet haar een huwelijksaanzoek. Haar beide vrienden, Jules en Peter, ook. Allemaal op diezelfde klassenavond, het feestje thuis. Vickey wijst ze aan de lopende band af. Aan het eind van het verhaal arriveert Roel. Hij is terug uit Amerika. Ze biecht hem de drie aanzoeken op en vertelt hem van de afloop er van. Hij weet haar een kus te ontlokken, maar daar blijft het dan ook wel bij. Het zou ook weinig eervol zijn geweest, als Roel haar nu óók nog ten huwelijk had gevraagd. Als ze al drie keer een aanzoek afwijst, zit de kans er dik in, dat ze hem ook af zou hebben gewezen.
Die toekomst, de baan, waar op de flaptekst nog over gesproken wordt, zo ver is het allemaal nog lang niet. Het examenfeest is nauwelijks afgelopen als het verhaal uit is. Alsof Arja Peters zich op het laatste moment realiseerde, dat ze nog een nieuw deel in petto had voor Vickey. Er moest nog een reis naar het buitenland gemaakt worden. Samen met een van de HBS-vriendinnen. En zulke dingen doe je niet meer als je eenmaal verloofd bent. Dus moet Roel nog even in de ijskast.
Zoek je iets?
Arja Peters (ps. van Chinny van Erven)
De Wildhof (serie)
De klas van Tina (serie)
Fietsclub 'Krap bij Kas' (serie)
Freddy Hagers (ps. van G. Betlem)
Goud-Elsje (serie)
Hans Borrebach (auteur)
Hans Borrebach (ill.)
Helen Taselaar
Herry Behrens (ill.)
Herson (is ps. van Herry Behrens; ill.)
Ik kan serie
Inge Neeleman (is pseud. van Helen Taselaar)
Jeugdhotel De Witte Hengst (serie)
Kluitman Jeugdserie
Manege Picadero (serie)
Max de Lange-Praamsma
Mien van 't Sant
Netty Koen-Conrad
Prisma boeken (serie)
Rie Reinderhoff (ill.)
Sanne van Havelte
Sneeuwbalserie
Uitgeverij De Eekhoorn
Uitgeverij West-Friesland
Witte Raven Jeugdpockets
Zonne-reeks
Zonnebloem serie
correspondentie
huishoudboeken
meisjesroman
uitgeverij Elsevier
uitgeverij Van Holkema en Warendorf
woninginrichting
Over mij
- Marieke
- Omdat oude boeken nog steeds leuk zijn om te lezen, maar omdat er meer is om over te schrijven. Sinds kort dus naast boeken ook oude spullen met een verhaal.
15 juni 2017
22 mei 2017
Nelleke's opvoeding
Lovende recensies, op de flaptekst, maar dat zegt niet zo veel. Een uitgever zal net zo lang zoeken tot hij positieve oordelen gevonden heeft, om op de binnenkant van het omslag te plaatsen. Zelf denk ik er toch iets anders over. Nelleke's opvoeding is in één woord samen te vatten: sentimenteel. En dan niet sentimenteel, omdat het al zo lang geleden werd uitgegeven. Nee, sentimenteel als in: tranentrekker.
Het boek werd in 1939 voor het eerst uitgegeven, toen nog geïllustreerd door Rein van Looy. In de jaren vijftig werd het herdrukt, zonder illustraties, maar mét een foto omslag van Hans Borrebach. Dat is de reden, dat ik het aangeschaft heb. Borrebach tekende talloze omslagen, maar zijn foto omslagen zijn zeldzaam. Op de andere kant van de flaptekst wordt er door de uitgever dan ook speciaal melding van gemaakt. Een serie met foto omslagen.
Het verhaal gaat over Nelleke van Haaren. Haar moeder is bij haar geboorte gestorven. Ze blijft achter met haar veel oudere broer Kees en haar vader. Vader hertrouwt en komt na een paar jaar ook te overlijden. Op dat moment begint het boek. Nelleke is een meisje van een jaar of tien, Kees een student van tweeëntwintig. Op verzoek van vader neemt hij de voogdij van Nelleke over. Hun stiefmoeder is maar een passante op de achtergrond. Een vrouw die haar best doet, maar geen liefde kan geven.
Kleine Nelleke krijgt niet alleen steun van Kees, ook zijn studievriend Jan wordt al gauw haar vertrouweling. Ze maken kennis met Jan's familie in Friesland, die broer en zus een warm thuis bieden.
Ze doorloopt de HBS, heeft geen noemenswaardige vriendinnen of vrienden. Kees wordt, net als Jan, dokter en trouwt met Mies. Een hartelijk meisje. Nelleke mag logeren bij de familie van Jan, bij de familie van Mies en gaat op zomerkamp. Maar onder alles door blijft er steeds Jan. Jan, die naar Indië moet, maar na een paar jaar weer terug keert. Zijn vader heeft een zware hartaanval gehad, die hij maar ternauwernood overleefd heeft. En voor moeder Van Haaren komt er een nieuwe man.
Een andere eenzame ziel, zo wordt hij genoemd. Twee eenzame zielen die zich met elkaar troosten. Dat was kennelijk ook een basis om een huwelijk op te sluiten. Nelleke rondt de HBS af. In de vijfde klas slaat ze nog een nadere kennismaking met klasgenoot Frank af. En tijdens de bruiloft van Kees laat ze blijken in flirten geen zin te hebben. Het is dan al Jan, en die wordt het ook.
Ze wil een mooi huis voor samen. Waar ze kan handwerken en Jan kan studeren. En, als het even kan, moeten er ook heel gauw kinderen komen. Einde. Hoe een student van even in de twintig levenslang betoverd raakt door een meisje van tien. En hoe dat meisje blijkbaar ook geen behoefte heeft aan iemand of iets anders. Zulke dingen verzin je niet. Toch werden ze uitgegeven.
Het boek werd in 1939 voor het eerst uitgegeven, toen nog geïllustreerd door Rein van Looy. In de jaren vijftig werd het herdrukt, zonder illustraties, maar mét een foto omslag van Hans Borrebach. Dat is de reden, dat ik het aangeschaft heb. Borrebach tekende talloze omslagen, maar zijn foto omslagen zijn zeldzaam. Op de andere kant van de flaptekst wordt er door de uitgever dan ook speciaal melding van gemaakt. Een serie met foto omslagen.
Het verhaal gaat over Nelleke van Haaren. Haar moeder is bij haar geboorte gestorven. Ze blijft achter met haar veel oudere broer Kees en haar vader. Vader hertrouwt en komt na een paar jaar ook te overlijden. Op dat moment begint het boek. Nelleke is een meisje van een jaar of tien, Kees een student van tweeëntwintig. Op verzoek van vader neemt hij de voogdij van Nelleke over. Hun stiefmoeder is maar een passante op de achtergrond. Een vrouw die haar best doet, maar geen liefde kan geven.
Kleine Nelleke krijgt niet alleen steun van Kees, ook zijn studievriend Jan wordt al gauw haar vertrouweling. Ze maken kennis met Jan's familie in Friesland, die broer en zus een warm thuis bieden.
Ze doorloopt de HBS, heeft geen noemenswaardige vriendinnen of vrienden. Kees wordt, net als Jan, dokter en trouwt met Mies. Een hartelijk meisje. Nelleke mag logeren bij de familie van Jan, bij de familie van Mies en gaat op zomerkamp. Maar onder alles door blijft er steeds Jan. Jan, die naar Indië moet, maar na een paar jaar weer terug keert. Zijn vader heeft een zware hartaanval gehad, die hij maar ternauwernood overleefd heeft. En voor moeder Van Haaren komt er een nieuwe man.
Een andere eenzame ziel, zo wordt hij genoemd. Twee eenzame zielen die zich met elkaar troosten. Dat was kennelijk ook een basis om een huwelijk op te sluiten. Nelleke rondt de HBS af. In de vijfde klas slaat ze nog een nadere kennismaking met klasgenoot Frank af. En tijdens de bruiloft van Kees laat ze blijken in flirten geen zin te hebben. Het is dan al Jan, en die wordt het ook.
Ze wil een mooi huis voor samen. Waar ze kan handwerken en Jan kan studeren. En, als het even kan, moeten er ook heel gauw kinderen komen. Einde. Hoe een student van even in de twintig levenslang betoverd raakt door een meisje van tien. En hoe dat meisje blijkbaar ook geen behoefte heeft aan iemand of iets anders. Zulke dingen verzin je niet. Toch werden ze uitgegeven.
12 mei 2017
Ik kan zelf repareren en maken
De eerste drie drukken heetten nog Ik kan het zelf. Vanaf de vierde editie is daar dus aan toegevoegd wat precies. Repareren en maken dus. Een practisch handboek, zo begint de ondertitel. Met daar onder, in kleinere letters, voor allen die in of om het huis iets willen repareren of maken. Als auteur staat vermeld: Geert Bak. Zijn functie staat, alweer in kleinere letters ook op de titelpagina. Een leraar aan de Lagere Technische School te Schagen.
Daarmee is de toon gezet. Dit boek uit de Ik kan serie is er eentje voor mannen. Sterker nog, in de inleiding staat een paragraaf die De vrouw en "ik kan het zelf" heet. Schrik niet. Was m'n man er maar! Maar die is aan zijn werk. Weet u mevrouw, dat in z'n gereedschapskastje zo'n klein schroevendraaiertje ligt? Pak het toch en demonteer die stekker eens.
Met andere woorden, dat soort kleine klusjes moet u net zo goed kunnen uitvoeren. U kunt ten slotte niet alles aan uw man overlaten. Die heeft zijn werk. Dat u de kinderen heeft en het voltallige huishouden, daar heeft dit boek het niet over. Maar dat geeft niet, daar heeft Sijthoff andere boeken voor uitgegeven. Koken, huishouden, kinderen opvoeden. Ik besprak ze allemaal al eerder. Ook hier weer mooie gekleurde platen. Reclames en tekeningen, die de uitleg nog duidelijker maken.
Er is opnieuw een uitgebreide inhoudsopgave en ter afsluiting een groot alfabetisch register. Van Aambeeld tot Zwei. Hoofdstukken over het Huis en zijn omgeving, Gereedschappen, Sanitair, De Fiets, De Bromfiets. Alleen al door deze inhoudsopgave en de paragraaftitels er van te lezen, krijg je de indruk dat in de jaren zestig alles nog zelf te repareren en te maken was. Tot aan Vulpennen en een Papierbak aan toe.
Misschien was het ook wel zo. Ik ben niet alleen een liefhebber van oude boeken, ook oude auto's vind ik leuk. Soms zie ik na afloop van zo'n rit nog wel eens een oldtimer met zijn motorkap open staan. Dan kijk ik er in. Het ziet er allemaal zo simpel uit. Alles binnen handbereik. En ja, ik ben een mevrouw die nauwelijks een schroevendraaier aanraakt. Ik wacht braaf tot mijn man thuis is. Niet met alles hoor. Een schroefje vastzetten of een nieuwe lamp indraaien kan ik zelf ook nog wel.
Zo'n oude auto, ik zou er echt niet aan beginnen, maar het geeft wel een mooi beeld van het materiaal uit de jaren zestig weer. Alles leek inderdaad maakbaar. Er hoefde niets vervangen te worden omdat het stuk was. Repareren, want weggooien is zonde. Kom daar nu maar eens om. Zelf repareren en maken, dat begon als knutselen. Kleine jongens, die onder leiding van vader spelend leerden. Ook daarvan verscheen een Ik kan boek. Wordt dus vervolgd.
Daarmee is de toon gezet. Dit boek uit de Ik kan serie is er eentje voor mannen. Sterker nog, in de inleiding staat een paragraaf die De vrouw en "ik kan het zelf" heet. Schrik niet. Was m'n man er maar! Maar die is aan zijn werk. Weet u mevrouw, dat in z'n gereedschapskastje zo'n klein schroevendraaiertje ligt? Pak het toch en demonteer die stekker eens.
Met andere woorden, dat soort kleine klusjes moet u net zo goed kunnen uitvoeren. U kunt ten slotte niet alles aan uw man overlaten. Die heeft zijn werk. Dat u de kinderen heeft en het voltallige huishouden, daar heeft dit boek het niet over. Maar dat geeft niet, daar heeft Sijthoff andere boeken voor uitgegeven. Koken, huishouden, kinderen opvoeden. Ik besprak ze allemaal al eerder. Ook hier weer mooie gekleurde platen. Reclames en tekeningen, die de uitleg nog duidelijker maken.
Er is opnieuw een uitgebreide inhoudsopgave en ter afsluiting een groot alfabetisch register. Van Aambeeld tot Zwei. Hoofdstukken over het Huis en zijn omgeving, Gereedschappen, Sanitair, De Fiets, De Bromfiets. Alleen al door deze inhoudsopgave en de paragraaftitels er van te lezen, krijg je de indruk dat in de jaren zestig alles nog zelf te repareren en te maken was. Tot aan Vulpennen en een Papierbak aan toe.
Misschien was het ook wel zo. Ik ben niet alleen een liefhebber van oude boeken, ook oude auto's vind ik leuk. Soms zie ik na afloop van zo'n rit nog wel eens een oldtimer met zijn motorkap open staan. Dan kijk ik er in. Het ziet er allemaal zo simpel uit. Alles binnen handbereik. En ja, ik ben een mevrouw die nauwelijks een schroevendraaier aanraakt. Ik wacht braaf tot mijn man thuis is. Niet met alles hoor. Een schroefje vastzetten of een nieuwe lamp indraaien kan ik zelf ook nog wel.
Zo'n oude auto, ik zou er echt niet aan beginnen, maar het geeft wel een mooi beeld van het materiaal uit de jaren zestig weer. Alles leek inderdaad maakbaar. Er hoefde niets vervangen te worden omdat het stuk was. Repareren, want weggooien is zonde. Kom daar nu maar eens om. Zelf repareren en maken, dat begon als knutselen. Kleine jongens, die onder leiding van vader spelend leerden. Ook daarvan verscheen een Ik kan boek. Wordt dus vervolgd.
Labels:
doe-het-zelf,
G. Bak,
Ik kan serie,
naslagwerk,
uitgeverij Sijthoff
06 mei 2017
Op dansende voeten
Conchita heeft een Nederlandse vader en een Spaanse moeder. Haar ouders hadden een verstandshuwelijk. Moeder bleef ook na haar trouwen een gevierd balletdanseres. Zelfs nadat ze Conchita, voluit Bernardina Conchita, had gekregen. Dat wordt in het boek tot vervelens toe herhaald. Angelita Alvaredo - met de v uitgesproken als een b - een danseres zoals ze maar zelden voorkomen. En nu moet Conchita in haar plaats komen. Dat is niet eens een poging, nee, dat is een wet. Dat gaat gewoon gebeuren.
Op de middelbare school heette ze nog gewoon Berry. Toen was ze Nederlands. Maar nu, nu wil ze met de familie van haar vader niets meer te maken hebben. Haar ouders zijn overleden bij een vliegtuigongeluk en ze krijgt een jongere broer van haar vader als voogd. Die legt het er duimendik bovenop dat hij haar liever kwijt dan rijk is. Iets dat Conchita meteen begrijpt. Ze vertrekt naar een kamer in Amsterdam, waar ze haar balletlessen voortzet. En even later vindt ze samen met Mieke een tweepersoons onderkomen bij een hospita.
Mieke danst ook, maar bij de revue. Een wereld van roddel, achterklap en hard werken. Mieke mag blij zijn met een bescheiden bijrol in de voorstelling, voor Conchita gaan natuurlijk meteen alle deuren open. Denkt ze. Want zo blijkt het niet te zijn. De directeur van de balletschool waarschuwt haar er voor. Ze is bovendien hopeloos achter met het betalen van lesgeld. Er komt een baantje bij een internationaal balletgezelschap. maar dan blijkt ze helemaal niet zo talentvol. Ze wordt er al snel weer ontslagen.
Conchita leert Erik kennen. Een journalist, die als taak heeft balletmeisjes onder haar hoede te nemen. Dat is natuurlijk maar ten dele waar. Hij komt vooral voor Conchita, maar die wil niets van hem weten. Nou ja, een beetje vriendschap. Ze besluit onder haar echte naam als vrij danser aan de slag te gaan en zo komen ze elkaar dan toch weer tegen.
Er is nog iets met een impressario, die zwendelaar blijkt te zijn. Dan beseft Berry / Conchita dat ze nooit een goed danser zal worden. Dat ze ook niet zo'n huwelijk wil als haar ouders. Bij haar moet liefde op de eerste plaats komen, niet de kunst. Voor haar geen leven in armoe meer, van gage naar gage. Van slecht eten en van haat en nijd onder elkaar. Dat besef verbaast zelfs Mieke.
Over haar voogd geen woord meer. Ze moet toch ook nog Spaanse familie hebben. Maar niemand lijkt zich om haar te bekommeren. Alsof er niets anders is dan de vriendschap met een collegaatje en een man. Voor de rest lijkt het wel Alleen op de wereld, omgeven door balletdansers, leraren en sluwe vossen die op haar geld uit zijn. Uitgegeven in de Zonne-reeks en later nog eens als Witte Raven.
Ik ken Guus Betlem / Freddy Hagers als realistisch schrijver, met hier en daar een vrolijke noot. Dat is dit verhaal absoluut niet. Nee. Hij kon absoluut beter. Maar misschien was dit op verzoek van zijn uitgever. Ook in de jaren zestig droomden meisjes al graag weg bij verhalen over beroemd worden. En dat werd ook toen al uitgegeven. Zolang de moraal maar overeind bleef: roem is vergankelijk. Zorg voor het echte leven. Een man voor wie jij de enige bent en voor wie je alles opgeeft.
Op de middelbare school heette ze nog gewoon Berry. Toen was ze Nederlands. Maar nu, nu wil ze met de familie van haar vader niets meer te maken hebben. Haar ouders zijn overleden bij een vliegtuigongeluk en ze krijgt een jongere broer van haar vader als voogd. Die legt het er duimendik bovenop dat hij haar liever kwijt dan rijk is. Iets dat Conchita meteen begrijpt. Ze vertrekt naar een kamer in Amsterdam, waar ze haar balletlessen voortzet. En even later vindt ze samen met Mieke een tweepersoons onderkomen bij een hospita.
Mieke danst ook, maar bij de revue. Een wereld van roddel, achterklap en hard werken. Mieke mag blij zijn met een bescheiden bijrol in de voorstelling, voor Conchita gaan natuurlijk meteen alle deuren open. Denkt ze. Want zo blijkt het niet te zijn. De directeur van de balletschool waarschuwt haar er voor. Ze is bovendien hopeloos achter met het betalen van lesgeld. Er komt een baantje bij een internationaal balletgezelschap. maar dan blijkt ze helemaal niet zo talentvol. Ze wordt er al snel weer ontslagen.
Er is nog iets met een impressario, die zwendelaar blijkt te zijn. Dan beseft Berry / Conchita dat ze nooit een goed danser zal worden. Dat ze ook niet zo'n huwelijk wil als haar ouders. Bij haar moet liefde op de eerste plaats komen, niet de kunst. Voor haar geen leven in armoe meer, van gage naar gage. Van slecht eten en van haat en nijd onder elkaar. Dat besef verbaast zelfs Mieke.
Over haar voogd geen woord meer. Ze moet toch ook nog Spaanse familie hebben. Maar niemand lijkt zich om haar te bekommeren. Alsof er niets anders is dan de vriendschap met een collegaatje en een man. Voor de rest lijkt het wel Alleen op de wereld, omgeven door balletdansers, leraren en sluwe vossen die op haar geld uit zijn. Uitgegeven in de Zonne-reeks en later nog eens als Witte Raven.
Ik ken Guus Betlem / Freddy Hagers als realistisch schrijver, met hier en daar een vrolijke noot. Dat is dit verhaal absoluut niet. Nee. Hij kon absoluut beter. Maar misschien was dit op verzoek van zijn uitgever. Ook in de jaren zestig droomden meisjes al graag weg bij verhalen over beroemd worden. En dat werd ook toen al uitgegeven. Zolang de moraal maar overeind bleef: roem is vergankelijk. Zorg voor het echte leven. Een man voor wie jij de enige bent en voor wie je alles opgeeft.
30 april 2017
Vickey belandt in de vijfde

Ditmaal geeft hij wiskunde. Hij is kaal en heeft een baard, die hem meteen de bijnaam de sik opleveren. Om vervolgens ook maar meteen niet meer bij zijn naam te worden aangesproken door de schrijfster. De Sik is vreselijk. En als Vickey hem betrapt op een rendez vous met haar zus Rina wordt het er al niet veel beter op. Het is niet eens alleen zoenen, nee, het is verloven. Een leraar in de familie. En wat voor een.
Arjan Peters moet Joop ter Heul goed gelezen hebben, toen ze dit schreef. Vickey is Joop en Rina de vervelende zus Julie, die zich met Joop's leraar Smidt verloofd. Julie en Joop konden elkaar niet uitstaan, tussen Vickey en Rina is het ook steeds ruzie. Met dat verschil dat de zwager van Joop al snel heel aardig wordt. Deze aanstaande van Rina, die zeker vijftien jaar ouder moet zijn, blijft een saaie pief.
Zus Niki moedert ook in dit deel over haar jongste zus. En zwager Bob speelt voor vader. Dat alles bij gebrek aan ouders. Want die leven dus niet meer. En dan is er nog de familie Van der Kuilen. De nette buren, met hun grote villa. Hun zoon Roel is een negen jaar oudere plaaggeest. Hij is bijzonder goed met de familie Lengten bevriend, maar nog het meest met Vickey. Niet meer dan dat. Vickey is ten slotte pas zestien. Er moeten nog heel wat meer capriolen plaatsvinden voordat haar koste gekocht is en ze met Roel zal trouwen. Er zijn nog geen verwijzingen in die trant mar de toon is gezet. Op naar deel 3.
14 april 2017
De eerste halte
Een origineel boek voor bakvissen, zo noemt de Nieuwe Leidsche Courant het, in 1939. Een verhaal over de verdere lotgevallen van Lenie, Rita en Els. De eerste halte is inderdaad deel II van iets. Het staat er met potlood bij geschreven, in het exemplaar dat ik kocht.
Wat de titel van het eerste deel is, heb ik niet kunnen achterhalen. Ik kende de naam van de schrijfster, daarom kocht ik het boek. Van de uitgever, Meinema in Delft, had ik nog nooit gehoord. En ook d de naam van de illustrator, Adri Alindo, zei me niets.
Meinema blijkt nog steeds te bestaan. Ze maken sinds 1989 onderdeel uit van Boekencentrum uitgevers en richten zich voornamelijk op moderne theologie, spiritualiteit, zingeving en liturgie. Dit verhaal, wat dus vijftig jaar eerder verscheen, heeft inderdaad een Christelijke inslag. Een, die ik niet ken uit de latere verhalen van Betty van der Plaats. En Adri Alindo, is een pseudoniem van Adriana Palingdood. Als mijn echte naam zo luidde, had ik ook een pseudoniem verzonnen. Maar ook onder haar eigen naam zegt ze me niets.
Het verhaal gaat inderdaad over Lenie, die pas getrouwd is en zorgzaam huisvrouw speelt voor haar man Alex. Voor ze trouwde was ze onderwijzeres. Maar dat doet nu allemaal zo relatief aan. En het gaat over Rita, die verpleegster is. Over hun zus Els, die op kamers gaat als laborante. Er wordt nog een Joop in genoemd, die niet verder wordt uitgewerkt. En een flamboyante Joost, die de meisjes het hart op hol brengt maar intussen zo weinig serieus is.
Lenie, dat is bijna het omgekeerde van Nel. Lenie, die begint met een feestelijk bereid maal ter ere van haar eerste trouwdag. Els, die op kamers gaat. Een baan in het onderwijs. De Christelijke ondertoon. Het zoeken naar bezigheden en het vinden van een goede balans in het huwelijk. Het deed me allemaal heel erg aan Goud-Elsje denken.
Daar zit behalve een Els ook een zus in, die Riet heet. Riet, die onderwijzeres wordt en op kamers gaat. Daar heet een broer Joop. De toon is Christelijk en mannen moeten iets presteren, willen ze je waard zijn. Max de Lange had haar eerste deel al langer op de plank liggen, maar het zou, om de oorlog, pas in 1946 verschijnen. Dit boek verscheen er net vóór. Max de Lange moet zich hebben laten inspireren door dit boek van Betty van der Plaats. En dat eerdere deel, waarvan ik dus de titel niet weet. Misschien komt dat nog wel eens in mijn bezit. Constateer ik, al bladerend, hé, dat is het eerste deel van... Het is me al vaker overkomen.

Wat mij betreft slaagde Max de Lange er beter in, van haar Els, Riet, Nel en Joop een serie mooie verhalen te maken. Met betere tekeningen ook. Ze zouden een stuk langer mee gaan bovendien. Maar een vermoeden hebben gekregen waar ze haar inspiratie vandaan haalde, maakt me toch nieuwsgierig.
Wat de titel van het eerste deel is, heb ik niet kunnen achterhalen. Ik kende de naam van de schrijfster, daarom kocht ik het boek. Van de uitgever, Meinema in Delft, had ik nog nooit gehoord. En ook d de naam van de illustrator, Adri Alindo, zei me niets.
Meinema blijkt nog steeds te bestaan. Ze maken sinds 1989 onderdeel uit van Boekencentrum uitgevers en richten zich voornamelijk op moderne theologie, spiritualiteit, zingeving en liturgie. Dit verhaal, wat dus vijftig jaar eerder verscheen, heeft inderdaad een Christelijke inslag. Een, die ik niet ken uit de latere verhalen van Betty van der Plaats. En Adri Alindo, is een pseudoniem van Adriana Palingdood. Als mijn echte naam zo luidde, had ik ook een pseudoniem verzonnen. Maar ook onder haar eigen naam zegt ze me niets.
Het verhaal gaat inderdaad over Lenie, die pas getrouwd is en zorgzaam huisvrouw speelt voor haar man Alex. Voor ze trouwde was ze onderwijzeres. Maar dat doet nu allemaal zo relatief aan. En het gaat over Rita, die verpleegster is. Over hun zus Els, die op kamers gaat als laborante. Er wordt nog een Joop in genoemd, die niet verder wordt uitgewerkt. En een flamboyante Joost, die de meisjes het hart op hol brengt maar intussen zo weinig serieus is.
Lenie, dat is bijna het omgekeerde van Nel. Lenie, die begint met een feestelijk bereid maal ter ere van haar eerste trouwdag. Els, die op kamers gaat. Een baan in het onderwijs. De Christelijke ondertoon. Het zoeken naar bezigheden en het vinden van een goede balans in het huwelijk. Het deed me allemaal heel erg aan Goud-Elsje denken.
Daar zit behalve een Els ook een zus in, die Riet heet. Riet, die onderwijzeres wordt en op kamers gaat. Daar heet een broer Joop. De toon is Christelijk en mannen moeten iets presteren, willen ze je waard zijn. Max de Lange had haar eerste deel al langer op de plank liggen, maar het zou, om de oorlog, pas in 1946 verschijnen. Dit boek verscheen er net vóór. Max de Lange moet zich hebben laten inspireren door dit boek van Betty van der Plaats. En dat eerdere deel, waarvan ik dus de titel niet weet. Misschien komt dat nog wel eens in mijn bezit. Constateer ik, al bladerend, hé, dat is het eerste deel van... Het is me al vaker overkomen.
Wat mij betreft slaagde Max de Lange er beter in, van haar Els, Riet, Nel en Joop een serie mooie verhalen te maken. Met betere tekeningen ook. Ze zouden een stuk langer mee gaan bovendien. Maar een vermoeden hebben gekregen waar ze haar inspiratie vandaan haalde, maakt me toch nieuwsgierig.
07 april 2017
Fietsclub Krap bij Kas gaat over de grens
Herry Behrens maakte weer een mooie omslag. Ina en op de achtergrond Irene, Anneke en Roelien zijn duidelijk de grens over. De omgeving is niet Nederlands meer. Waar ze precies zijn wordt niet duidelijk. De tekst op de achterkant helpt je als lezer ook niet verder. Vakantietijd! Fietsclub "Krap bij Kas heeft de plannen voor een nieuwe fietsvakantie al gesmeed. zo begint het. Dat is niets nieuws. Zo zijn de vorige drie delen in deze serie ook begonnen.
Nu, dat belooft weer wat te worden. Bovendien is voor het eerst de clubkas goed gevuld, dus niets staat Anneke, Ina, Irene en niet te vergeten de vrolijke Roelien, meer in de weg. Na de laatste goede raadgevingen van hun ouders gaan de vriendinnen van start en bepakt en bezakt trappen zij richting de grens, op naar het zonnige zuiden...
De volger van deze serie is er niets mee opgeschoten. Waar gaat het verhaal dan precies over? Heeft de redacteur, die deze tekst schreef, zélf het verhaal wel gelezen? Maar misschien was dat ook wel de bedoeling. Niet te veel prijsgeven van de inhoud, zodat de lezers het vanzelf gaan kopen.
In het vorige deel hebben de dames twee Franstalige Belgen leren kennen, die de wielersport beoefenen. Ze hebben er vriendschap mee gesloten en gaan hen opzoeken. Ze logeren in een oud kasteeltje. De Limburgse zusjes Ploeger gaan met hen mee. Het zijn echte vriendinnen geworden, toch komen ze op het omslag niet voor. De dames nemen deel aan een wielerwedstrijd, die ze uiteraard winnen.
Krap bij Kas bestaat uit vier meisjes van onbekende leeftijd, aldus een recensie. Dat heb ik me inderdaad ook altijd afgevraagd, toen ik het als twaalf, dertien jarige voor het eerst las. Hoe oud zijn ze nou eigenlijk? Oud genoeg om zelfstandig op pad te gaan. Ze spreken allemaal behoorlijk Frans ook. Zestien? Zeventien? Je komt er niet achter, want nergens wordt over school gesproken.
Die wielerwedstrijd, daarvan is van te voren al bekend dat ze zullen winnen. Voorspelbaar, evenals de andere belevenissen. Ook daar was ik het zelf in de jaren tachtig al mee eens. Dat het wel allemaal heel toevallig is, dat de meiden een wedstrijd winnen als ongeoefende vrouwelijke scholieren, tegenover mannelijke semi profs.
Zoals in zo veel van dit soort series is er binnen het groepje een meisje dat intelligenter, ondernemender, meevoelender is dan de anderen, zo staat er ook nog. Daarmee wordt waarschijnlijk Roelien bedoeld. Irene is te brutaal, Anneke te verlegen en van Ina verneem je gewoon niet zo veel. Dat is de bladvulling. Maar ook Roelien's karakter is niet verder uitgewekt.
Wee zouden het als lezers ook niet meer te weten komen. Dit werd het laatste deel over de fietsende meisjes. Yvonne Brill was waarschijnlijk al weer bezig aan haar volgende boek voor Kluitman. Ze zou er zo tientallen schrijven. Wordt daarom misschien toch nog vervolgd.
Nu, dat belooft weer wat te worden. Bovendien is voor het eerst de clubkas goed gevuld, dus niets staat Anneke, Ina, Irene en niet te vergeten de vrolijke Roelien, meer in de weg. Na de laatste goede raadgevingen van hun ouders gaan de vriendinnen van start en bepakt en bezakt trappen zij richting de grens, op naar het zonnige zuiden...
De volger van deze serie is er niets mee opgeschoten. Waar gaat het verhaal dan precies over? Heeft de redacteur, die deze tekst schreef, zélf het verhaal wel gelezen? Maar misschien was dat ook wel de bedoeling. Niet te veel prijsgeven van de inhoud, zodat de lezers het vanzelf gaan kopen.
In het vorige deel hebben de dames twee Franstalige Belgen leren kennen, die de wielersport beoefenen. Ze hebben er vriendschap mee gesloten en gaan hen opzoeken. Ze logeren in een oud kasteeltje. De Limburgse zusjes Ploeger gaan met hen mee. Het zijn echte vriendinnen geworden, toch komen ze op het omslag niet voor. De dames nemen deel aan een wielerwedstrijd, die ze uiteraard winnen.
Krap bij Kas bestaat uit vier meisjes van onbekende leeftijd, aldus een recensie. Dat heb ik me inderdaad ook altijd afgevraagd, toen ik het als twaalf, dertien jarige voor het eerst las. Hoe oud zijn ze nou eigenlijk? Oud genoeg om zelfstandig op pad te gaan. Ze spreken allemaal behoorlijk Frans ook. Zestien? Zeventien? Je komt er niet achter, want nergens wordt over school gesproken.
Die wielerwedstrijd, daarvan is van te voren al bekend dat ze zullen winnen. Voorspelbaar, evenals de andere belevenissen. Ook daar was ik het zelf in de jaren tachtig al mee eens. Dat het wel allemaal heel toevallig is, dat de meiden een wedstrijd winnen als ongeoefende vrouwelijke scholieren, tegenover mannelijke semi profs.
Zoals in zo veel van dit soort series is er binnen het groepje een meisje dat intelligenter, ondernemender, meevoelender is dan de anderen, zo staat er ook nog. Daarmee wordt waarschijnlijk Roelien bedoeld. Irene is te brutaal, Anneke te verlegen en van Ina verneem je gewoon niet zo veel. Dat is de bladvulling. Maar ook Roelien's karakter is niet verder uitgewekt.
Wee zouden het als lezers ook niet meer te weten komen. Dit werd het laatste deel over de fietsende meisjes. Yvonne Brill was waarschijnlijk al weer bezig aan haar volgende boek voor Kluitman. Ze zou er zo tientallen schrijven. Wordt daarom misschien toch nog vervolgd.
Abonneren op:
Posts (Atom)



