25 september 2010

Autovisie


Gevonden op de rommelmarkt, in een grote kartonnen doos. Jaargangen Autovisie, tussen 1973 en 1981. Niet helemaal compleet, zeker de laatste jaren niet. Maar alles bij elkaar toch wel een stuk of tweehonderd. Ver voor de Telegraaf het blad overnam. De eerste tijd nog in zwart wit, later met steunkleuren (beetje blauw, paar pagina's rood) en ten slotte fullcolor. Van wekelijks naar tweewekelijks.

Met in elk nummer een testrit. Een eerlijke testrit. Met cijfers. Grote auto's, zoals de Mercedes 240 en de Opel Rekord 1900. Kleintjes, zoals de DAF 44 en de Simca 1100. Toen journalisten nog gewoon mochten schrijven wat ze er van vonden. Een DAF is niet luxe, maar je krijgt waar voor je geld. En de gemiddelde DAF rijder weet toch wel wat hij kan verwachten. Die verwachting is waargemaakt. Een Mercedes? Ja, die is erg duur. Maar in verhouding toch best zuinig en bovendien zeer luxe en degelijk afgewerkt. Wie het er voor over heeft, koopt een Mercedes. Voor hen is de test ook geschreven.

Een Engels slagschip van een merk dat al lang niet meer bestaat en waarvan ik de naam al niet meer weet, krijgt een drie voor het interieur. Schandalig dat het zo slecht gesteld is met zo'n dure auto. Voor die prijs mag je meer verwachten. Aanschaffen? Nou, alleen als je Anglofiel bent dan.

Er is een nummer met een mega testrit. Daarin wordt de nieuwe diesel variant van de Rekord (de 2100) vergeleken met een soortgelijke Mercedes (220 D) en een Peugeot 504. Weer een eerlijk verhaal, met cijfers. Het gaat over diesels, dus auto's waarin veel gereden gaat worden. Alleen veelrijders schaffen een diesel aan. Die is weliswaar duurder in aanschaf maar goedkoper in brandstof. Lange tijd gaan Peugeot en Mercedes gelijk op. De Opel laat het afweten. Nieuw, dus nog voor veel verbeteringen vatbaar. Uiteindelijk wint de Mercedes en die wordt dan ook aanbevolen. Maar voor wie minder kan of wil uitgeven, is de Peugeot zeker een goed alternatief.

Kom daar nu nog maar eens om, om zulke artikelen. Een rallyekampioenschap. 'Team Dolk / De Jong wint alweer in hun Opel Ascona'. Of een advertentie voor een autoradio van Philips. 'Beleef uw muziek van thuis. Nu met vier cassettes in een luxe doosje cadeau. Slade, Elton John, James Last en John Woodhouse'. Jawel.

Elke avond lees ik er een in bed, voor het slapen gaan. Nog steeds zit ik in 1973. Ik was één, toen. Van die tijd weet ik dus niets meer. Maar wanneer je zulke tijdschriften terugleest heb je er ineens een beeld bij. Inclusief dat van Den Uijl, de oliecrisis en de benzine die straks maar liefst een gulden de liter gaat kosten.

14 september 2010

Mandy blijft De Wildhof trouw!


Het leek zo'n mooi happy end van het verhaal. En van de serie. De jongste De Wild, bezig een beroemd schrijfster te worden, in de armen van een dichter. Beroemd en bewonderd. Hij kan zijn gedichten blijven schrijven, terwijl zij toch op de eerste plaats met honden op de kennel van haar vader werkt. Ze zouden op de kennel blijven wonen, want deze wordt verbouwd. Alle zes kinderen gelukkig en bijna allemaal getrouwd. De eerste kleinkinderen al aanwezig of op komst.

Maar nee. Want het blijkt toch niet zo goed te gaan tussen Mandy en haar dichter Jeff. Het valt eerst de beide oudste zussen op en daarna de rest van de familie. Jeff is op zichzelf, denkt te veel aan zijn carrière en wil niet op De Wildhof komen wonen. Bovendien wil hij geen kinderen. Iets dat Mandy wel heel graag wil. Ze gaat steeds vaker alleen op pad, als Jeff weer eens geen zin of tijd heeft. Zo ontmoet ze Carl weer, die ze destijds met Pam op Terschelling leerde kennen.

Hij is weer vrijgezel, want hij kon Mandy niet vergeten. En Mandy? Die weet het allemaal niet meer. Uiteindelijk besluit ze een punt te zetten achter de relatie met Jeff. Een zeer vooruitstrevend besluit, want van Jeff had het niet gehoeven. Een moderne beslissing ook, die de fans van Helen Taselaar haar niet in dank afnamen.

De verbouwing van De Wildhof gaat toch door. Mandy gaat er in haar eentje wonen. En ja, ze heeft verdriet om haar verbroken relatie. Maar al heel snel beseft ze, dat ze zelf verder moet. Ze gaat met Pam een weekje naar Spanje en daar wordt er zelfs al weer met haar geflirt. Daar moet ze dan nog net niets van hebben, maar ze weet nu, dat ze klaar is voor een nieuwe relatie.

De relatie ging ergens in mei uit en tegen oktober is de verbouwing een feit. Jeff komt haar opzoeken in haar nieuwe huis. Ze zijn als vrienden uit elkaar gegaan. Hij maakt geen avances meer en zij is al lang niet meer verdrietig. Zo snel kan het gaan, in boekenland. Je leert iemand kennen, maakt er binnen de kortste keren serieuze plannen mee. Maar als de relatie dan strandt, kost het je hooguit een paar maanden om er over heen te komen.

Ging het in werkelijkheid ook maar zo. Mandy blijft De Wildhof trouw, en in het volgende deel met een nieuwe partner. Opnieuw geïllustreerd door Herry Behrens. En wordt vervolgd.

07 september 2010

Lente voor Lot


Het tweede deel over Lot van de Griend en het achtste deel in de serie Goud Elsje. We beginnen met de verjaardag van Lot, die al lang niet meer zo eenzaam is als in het vorige deel. In tegendeel. Haar verjaardag wordt druk bezocht. En er zijn vaste gasten, voor de hele dag. Zelfs Els komt over. De vriendschap met haar is nog lang niet wat deze vroeger was, maar Els probeert uit alle macht om het te herstellen.

Onder alles door is er nog steeds dat ene: alweer een jaar ouder. En nog steeds niemand om... om op te hopen. Lot heeft nog altijd geen man gevonden voor het leven. Of, zoals Max de Lange dat schrijft, ze is nog steeds niet 'gevraagd' door een man 'voor wie ze haar hart wil openzetten'.

Er worden veel meer vrienden en kennissen geïntroduceerd, die Lot heeft weten te maken, in de afgelopen tijd. Jo Terwee, Anjo en Riemer Scholten, Nan Serné. Ook Renée Fabery komt weer voor. De meisjesboekenschrijfster nodigt Lot uit voor een verblijf op Terschelling. Daar treft ze een meneer Bosman. Jan Willem Bosman, die in het tweede deel werd geïntroduceerd als oud klasgenoot en mogelijk verloofde van Els. Hoe toevallig kan het leven zijn.

De man voor het leven houdt Lot nog steeds bezig. Daar is allereerst Marcel van Twist. Huisvriend van haar vrienden Derk en Diete Norde. Hij leek belangstelling voor haar te hebben, maar verloofde zich met een oud buurmeisje. De verloving raakt uit, maar hij blijkt niet om Lot te komen. En dan is er ook nog steeds Remco Vegter, de zwager van Renée Fabery. Hij vroeg haar een jaar geleden nog als moeder voor zijn dochter Annètje.

Tijdens haar vakantie op Terschelling overlijdt zuster Struyk. Een symbolisch afscheid. Want Lot heeft haar nu niet meer nodig, om de weg gewezen te worden. Lot weet zelf heel goed wat ze moet doen, om niet eenzaam te worden. Ze heeft geleerd zich open te stellen voor anderen en daardoor een rijk leven gekregen. Met Jan Willem Bosman weet ze vriendschap te sluiten. En ook met Marcel van Twist blijft ze goed bevriend, zonder verdere bijbedoelingen.

In het laatste hoofdstuk belt Remco Vegter haar opnieuw. Ze hebben elkaar maar even gezien, op Schiermonnikoog. Hij wil het graag voortzetten. Blijvend. Want na een gezellig uitje - ze hebben elkaar nog niet eens zo vaak gezien, maar het voelt zo vertrouwd met hem - vraagt hij haar om bij hem en zijn dochtertje te komen wonen. Als zijn vrouw. Niet langer als de moeder van zijn kind. En nu durft Lot wel. Meteen. Zonder aarzelen.

Ten slotte neemt ze zich nog voor om haar geluk als eerste met Els te delen, de volgende dag. Om haar het vertrouwen, waar ze Els 'zo afschuwelijk lang' op heeft laten wachten, terug te geven. Daarmee wordt ze nog gelukkiger dan ze al was. En ze dankt God.

Lente, dat is verliefd zijn, geliefd worden en op het punt van trouwen staan. Een late lente weliswaar, maar daarom niet minder mooi voor Lot. Wanneer God het werkelijk zo goed met ons voor zou hebben, zou ik ook dankbaar zijn. Maar helaas zit de werkelijkheid en vooral de mensen die er in leven, tegenwoordig zo niet meer in elkaar.

26 augustus 2010

Hoe hoort het eigenlijk?

Het is lang het meest gebruikte boek voor etiquette geweest. En in latere jaren zelfs nog herschreven. Hoe hoort het eigenlijk? van Amy Groskamp - ten Have. Ik bezit de tiende druk.

In deze etiquette-bijbel komt alles op het gebied van goede manieren voor bij. Op alfabetische volgorde. En het is veel, wat je moet doen en moet laten. Heel veel.

Aankondigen van een overlijden, bijvoorbeeld. Daar staat beschreven wat je niet moet vermelden. Met de reden waarom. De rouwadvertentie - pagina in de krant is niet de plaats om van persoonlijke gezindheid blijk te geven, zo staat er, om te beginnen. Toen niet, althans. Daar denken we vijftig jaar later wel anders over.

Zo mag je niet schrijven: heden overleed mijn geliefde echtgenoot, vader, grootvader, broeder en behuwdbroeder. Broeder is tegenwoordig broer en behuwdbroeder zwager? Ook, maar dat is nu. Wanneer je dit letterlijk leest, aldus mevrouw Groskamp, lijkt het of de hele familie is gestorven. Het moet dus zijn: heden overleed mijn geliefde echtgenoot, onze vader, grootvader, broeder...

Is er een kindje geboren, dan getuigt het van zeer slechte smaak om te melden: Vandaag ben ik geboren: Pieter, of: We hebben een zusje gekregen, Puck en Koosje.
Wat het wel moet zijn? De heer en mevrouw Jansen - Pietersen geven kennis van de geboorte van hun zoon Hendrik Karel, bijvoorbeeld.

In de jaren vijftig kon je aan een auto nog zien, waar deze vandaan kwam. A is Groningen, B Friesland en D Drenthe. Maar internationaal betekenden diezelfde letters ook toen al Oostenrijk, België en Duitsland. Er zijn dingen die een dame nimmer zal doen. Haren opkammen in een openbare gelegenheid, bijvoorbeeld. Of praten tijdens het volkslied. Of liegen tegen de collectant, dat er al betaald is. Een man spreekt in gezelschap uitsluitend vol lof over zijn vrouw en omgekeerd.

Iets wat je vindt, mag je niet houden. Tegen alle regels van de etiquette, is dat. Sportkleding moet correct zijn. Badkleding mag alleen op het strand en beslist niet daarbuiten. Gasten zijn altijd welkom, ook als ze geen kadootje bij zich hebben. Prent dat vooral uw kinderen al vroeg in.
Een vrouw of man die roddelt over een ander toont een bedenkelijke geestesarmoede. De vrouw die zich van alles laat aanmeten, maar slechts uit tijdverdrijf en niet om het te kopen, is onbeschaafd en onbehoorlijk. Verloofde paren mogen in het openbaar niet al te klef doen, nee: zelfbeheersing is het kenmerk van welopgevoede lieden, die te allen tijde zullen vermijden, anderen aanstoot te geven.

Er is een lijst met vreemde woorden.
De wandelstok is grotendeels in onbruik geraakt, maar toch staan er nog enkele wenken voor gebruik in dit boek. De zakenvrouw dient te zijn als de zakenman, met nog een eigenschap extra. Ze moet zichzelf kunnen wegcijferen, zichzelf ondergeschikt maken aan de zaak. Dat is het zekerste middel tot succes.

Of het destijds echt allemaal zo correct werd nageleefd? Ik vraag het me af. Ik heb er mijn ouders en grootouders nooit over gehoord, over dit boek. Toch moet het een bestseller zijn geweest. Een naslagwerk, waarin iets kon worden opgezocht, wat men niet wist. Waar men aan twijfelde. Hoe hoort het eigenlijk? Dat zochten we dus op.

21 augustus 2010

Het lied van de liefde


Onderwijzeres Nienke Lagendijk stuitte bij toeval op een vacature uit de krant, die ze bij toeval in de trein vond. Ze solliciteerde en werd aangenomen. Ver van huis, dus een eigen onderkomen was noodzakelijk. De school regelde een galerijflat voor haar. Eentje zonder overlast van allerlei gespuis, natuurlijk.

Vierentwintig is ze, en vrijgezel. Maar niet lang. Want daar is Jeroen, haar collega, die haar wel ziet zitten. Zij vindt hem aardig, maar meer ook niet. En dan is er de vader van Ronnie Wouterse een van haar leerlingen. Het zesjarige jochie woont, hoe toevallig, bij haar in de flat. En zijn vader Vincent, de knappe oudere versie van zijn zoon, blijkt gescheiden.

Buiten zijn schuld om. Want zijn ex wilde geen kinderen. Zijn ex ging er vandoor. Zijn ex wil niets meer met hen te maken hebben. Zijn schoonouders nog wel. Nee, die trekken absoluut geen partij voor hun dochter. Vincent heeft een goede baan als tekenaar / constructeur. Toch woont hij nog altijd in de galerijflat.

Het wordt wat tussen Vincent en Nienke. Vincent is behalve knap en donker ook dominant. Maar dat vindt Nienke niet erg, want o, wat is ze gelukkig. Vincent wil met haar naar bed, al bij het tweede afspraakje. En ze stemt toe. Hij wijst haar de deur als hij vermoedt, dat ze een ander heeft. O, wat is ze verdrietig. Hij laat haar weer binnen als ze spijt heeft. Hij regelt een weekendje naar Parijs.

Er volgt een huwelijksaanzoek. Natuurlijk botert ook alles met de familie van Nienke. Die vinden het geen van allen erg, dat ze een gescheiden kerel van een jaar of tien ouder inclusief kind aan de haak geslagen heeft.

Ze trouwen. Zonder feest. Hoeft ook niet van Nienke. Ze stopt maar meteen met werken, ook. Haar stiefzoon heeft een moeder nodig. Die wil ze graag worden. Ze moet haar flat opgezegd hebben, en haar baan. Er moet toch juridisch getrouwtrek geweest zijn met de ex. Lezen we niet. Nou ja, de ex komt eenmaal haar kind opeisen. Die wil niet mee. En Vincent wijst haar woedend de deur. Wordt ook geaccepteerd. Geen nieuwe rechtzaak, geen advocaat.

Er komt nog een kindje bij. Ronnie vindt het allemaal prachtig. En Vincent kondigt aan een huis te willen kopen. Nienke vindt het best. Sterker nog, ze is nog nooit zo gelukkig geweest. Dat weten we nu zo langzamerhand wel. Ze heeft het in dit verhaal zeker vijf keer verzucht. Foei.

Mooie illustraties van Herry Behrens. En goed voor de verzameling Helen Taselaar. Maar verder is het qua inhoud om je te schamen. Het zijn de jaren tachtig, ja. Dus nu zijn de vrouwen zelfstandig. Met een eigen baan, eigen mening, eigen onderkomen. Maar o wee als er een man komt. Dan schuiven ze alles nog tien keer zo gemakkelijk opzij als dertig jaar eerder. Ze aarzelen nog geen seconde.

17 augustus 2010

De klas van Tina op werkweek


De actie voor kindertehuis De Zonnebloem is voorbij. De klas van Tina heeft succes gehad. Want het kindertehuis zal open blijven en bovendien subsidie krijgen van de gemeente. Terug naar het gewone leven dus, naar klas havo 4A, waar het inmiddels Paasvakantie is.

De vierde klassen mogen op werkweek. Zo maar ineens, want dat was altijd iets voor de vijfde. Nee, het was niet bij het begin van het schooljaar al aangekondigd. Iedereen die de middelbare school heeft doorlopen, weet, dat dergelijke uitstapjes altijd al aan het begin van het schooljaar bekend worden gemaakt. Sterker nog, je krijgt vaak een rooster voor een heel jaar. Maar nee. Anouk van Arnhem laat plotseling een werkweek te voorschijn komen, bedoeld voor een nieuw verhaal.

De bestemming is niet voor elke klas hetzelfde. Ze liggen zelfs heel ver uit elkaar. Waar de ene klas naar Brussel mag, gaat de tweede naar Berlijn. Voor Tina's klas is een weekje zeilen in Friesland gepland. En natuurlijk gaat de leraar Frans met ze mee. Hij was eigenlijk ergens anders bij ingedeeld, maar kan de klas niet missen, zo blijkt later.

Van vakkenpakketten of profielen heeft Anouk van Arnhem nog nooit gehoord. In het vierde jaar van de havo heeft iedereen nog steeds Franse les. Het is echt een vak om te laten vallen, zeker voor jongens. Sjoerd van Dalen en Bas Jansen zijn er zelfs heel slecht in. Maar kennelijk is het ze nog altijd verplicht Frans te volgen. De klas zet geregeld de boel op stelten. Ook van het Franse toneelstuk, dat de geschiedenis van Europa moet verbeelden, maken ze een janboel. Natuurlijk speelt Tina de hoofdrol, samen met Sjoerd.

Er is een dropping, waarbij uiteraard Tina en haar groepje zoek raakt. Er wordt een excursie naar een broodbakkerij georganiseerd, en een naar de Waddenzee. Uiteraard is de zeilinstructeur knap om te zien en vanzelfsprekend is hij gecharmeerd van Tina. Waarop Sjoerd, die zich zo'n beetje de vaste verkering van Tina noemde, jaloers was. Maar, ook al zo vanzelfsprekend, natuurlijk komt het goed. Heel romantisch, bij de wadden.

Tina en Sjoerd zijn een jaar of zestien. Toch geen leeftijd, waarop je al wijs praten kunt. In mijn herinnering waren de jongens van zestien vooral bezig met brommers, het vertikken van woordjes leren - niet stoer - en schooltassen bekladden. Alleen dat van die woordjes leren klopt, bij Sjoerd. Verder is hij de ideale man. Al lang geen jongen meer. Geen wonder dat Tina hem aantrekkelijk vindt.

Alleen klopt het absoluut niet met de werkelijkheid. Een leraar kan aardig zijn, kan meevallen, maar laat zich nooit zo van zijn persoonlijke kant zien als Toetje, de leraar Frans, die eigenlijk Van Someren heet. En als hij al eenmaal meevalt, valt hij later ook niet meer tegen. Anouk laat het beeld van de leraar nogal eens wisselen. Wie zo de boel op stelten zet als de klas van Tina, wordt geschorst, al was het maar voor een paar dagen. Tina niet. Die krijgt met haar goede karakter alles voor elkaar.

Herry Behrens maakte er een omslag voor. Daarop zijn Tina en Mieke te zien. Geen zestien, zoals in het verhaal staat. Nee. Ze lijken hier minstens twintig te zijn. Bovendien is de omslag nog gejat ook. Van Marijke Behrens - familie?- die de omslag illustreerde voor: Zelden rust in huize Zeldenrust, van Gerdi van Rijswijck. Ietsje aangepast dan, oke. Maar te gek voor woorden, dat de uitgever - Kluitman - dit geaccepteerd heeft.

21 juli 2010

De louteringkuur


Hoe heet het nu precies, dat boek van Cissy van Marxveldt uit 1928. Op de omslag staat Louteringkuur. De rugtitel luidt ook: Louteringkuur. Het schutblad vermeldt De louteringskuur en het titelblad ten slotte De louteringkuur.

Zo zie je maar, dat het voltooien van de bibliotheekopleiding toch nog ergens goed voor is geweest. Want ik heb geleerd uit te gaan van de titel, zoals deze op de titelpagina staat. De louteringkuur, dus. Een uitgave uit 1960, voor de zesde keer geheel van nieuwe illustraties voorzien. En, wat deze bijzonder maakt: de allereerste Witte Raven. De layout is anders, en op het omslag vermeldt de uitgever dat er nog een aantal boeken van Cissy van Marxveldt zullen gaan verschijnen in deze reeks, die dan nog met De Witte Raven wordt aangeduid. "Het teken voor het goede jeugdboek, zij worden uitgegeven door West-Friesland te Hoorn".


Later zouden de Witte Raven pockets een doorslaand succes worden. Om de eerste experimenten meer onderdeel te laten worden van de reeks, werd er een nieuw omslag voor ontworpen. Eentje die meer leek op de rest. Twee ontwerpen voor hetzelfde verhaal in dezelfde reeks dus. Iets unieks. De illustraties zijn in beide gevallen van Borrebach. Hij illustreerde ook al eerdere drukken van dit boek in andere reeksen. De herdruk is overigens consequenter. Daar heet het op omslag, schutblad en titelpagina De louteringkuur.

En het verhaal zelf? Tja, dat is een echte Van Marxveldt. "Haar naam behoort nog steeds tot de meest geliefde schrijfsters van meisjesboeken. En dat is geen wonder, want al haar boeken bezitten een frisheid, die nog steeds weldadig aandoet en die er tot bijdraagt, dat deze nog nooit zijn verouderd". Die zin lijkt meer op een aanbeveling voor doucheschuim, maar waar is het wel. Er zijn niet veel schrijfsters die veertig jaar na dato nog steeds met plezier gelezen worden. Dan moet je het destijds wel heel goed opgeschreven hebben. "Alle bezitten ze een nagenoeg niet te evenaren humor, maar ook diepe menselijkheid."


Cissy van Marxveldt was het grote voorbeeld voor al die andere schrijfsters van meisjesboeken. Ze schreef er vele. En ze kreeg concurrentie, maar serieus werd het nooit. Van niemand. Hans Borrebach las als illustrator nooit de boeken die hij van tekeningen moest voorzien. Hij vond het lopende bandwerk en een foute droomwereld, waar de meisjes in werden meegevoerd. Maar voor Cissy van Marxveldt heeft hij een uitzondering gemaakt. Die heeft hij wel gelezen. En proberen na te doen, bovendien.