05 april 2012

Het éne talent


Lies Wessels woont samen met haar vriendin Maddie Monod op een etage in Amsterdam. Werken hoeven ze geen van beiden. Lies, die geen ouders meer heeft, kan leven van de erfenis die haar tante haar heeft nagelaten en Maddie krijgt van haar vader, die ze nauwelijks meer spreekt, royaal maandgeld. De beide vriendinnen hebben een poos in Zuid Frankrijk gewoond en gaan binnenkort met een stel vrienden voor langere tijd naar Italië. 
Wat ze er precies gaan doen is nog niet duidelijk. En onderling blijken ze elkaar ook nog niet allemaal te kennen. Op een soort van introductiefeestje op hun appartement maakt Lies kennis met Henk van Eek, de jongste in het gezin van Eek. Een schrijver en journalist. Hij is een stuk serieuzer dan de anderen en heeft iets bekends in zijn stem, dat Lies niet direct thuis kan brengen. 

Vlak voor ze naar Italië gaan, bezoekt Lies haar broer Dick, een getrouwd huisarts en vader van een dochtertje. Door ziekte van zijn vrouw Jeanne – wat ze precies mankeert wordt niet duidelijk – staat hij er zo goed als alleen voor. Samen met de jonge dienstmeid Toosje moet hij het hoofd boven water zien te houden en dat valt hem niet mee. Hij vlucht in uitgangetjes, alcohol en sigaretten, waardoor steeds meer patiënten een andere huisarts zoeken. Werk aan de winkel voor Lies. Tijd om haar ‘ene talent’, het creëren van een thuis voor een man, in te gaan zetten. Eerst voor een paar dagen, maar uiteindelijk zegt ze er haar reis naar Italië voor op. 

Ook Henk is niet mee gegaan naar Italië. De hoofdredacteur van de krant waar hij werkzaam is, is ziek geworden, en hem is gevraagd wat van het werk over te nemen. Lies en hij ontmoeten elkaar na die eerste keer bij toeval nogmaals, in de trein. En daarna nog een keer. Want Frans van Eek, ook huisarts, woont in de buurt van Dick Wessels en ze blijken elkaar goed te kennen. Daar, bij Frans en Jo, ontmoet Lies Henk nog een paar keer.

Henk, door zijn moeder nog aan het begin van het boek uitgemaakt voor vrouwenhater, en Lies, met haar ene talent, zijn voor elkaar bestemd. Daar komen ze langzaam aan achter. Maar Henk wil haar geen deelgenoot laten zijn van zijn onzekere, armzalige schrijversbestaan. Dan maar geen schrijver, er moet meer brood op de plank, voor een goede toekomst. Lies vindt het vreselijk, hem zo te horen praten, en vraagt zich af, of het werkelijk niet anders kan.


Het blijkt niet anders te hoeven. Henk heeft een aantal aanvullende opdrachten aangeboden gekregen, waardoor het financieel een stuk beter wordt. En Jeanne, de vrouw van Dick, blijkt voldoende genezen om weer naar huis te komen. Lies kan met Henk mee de toekomst in. Er wordt halsoverkop getrouwd. Maddie en de vriendenkring zijn niet belangrijk meer. Dat was allemaal maar oppervlakkig. Gelukkig met een man en de liefde voor kinderen, die ook hier weer duidelijk ontwaakt bij Lies, dat is waar het werkelijk om gaat. Dat is ook de boodschap die Sanne van Havelte met die verhaal heeft willen meegeven. En dat je, als je talent hebt, je dat nooit mag verkwanselen. Niet als schrijfster, maar ook niet als huisvrouw. Voor een huisvrouw is eigenlijk het talent van een thuis scheppen toch meer dan voldoende.

Meer over deze verhalenserie is te lezen op de website van het boekenmuseum.

01 april 2012

Encyclopedia Brittannica

Effe googlen, heet het nu. Bij ons heette het twintig jaar geleden nog: dat zoeken we op. En waar we dat dan, als studenten aan de bibliotheekopleiding opzochten? In een naslagwerk. Bij voorkeur in een encyclopedie. Lekker makkelijk. Daar stond van alles wel een beetje in. We hadden zo'n opzoekvak, wat heel toepasselijk bronnen heette. Het beroerde van dat vak was, dat je dat zoeken niet alleen in de praktijk maar ook in theorie moest beheersen.

De theorie van de opzoekboeken dus. En van de encyclopedie. De ontstaansgeschiedenis van de encyclopedie, zelfs. Encyclopedieën wereldwijd. Encyclopedieën in soorten en maten. Je had de meer populaire, die van het Konversationstype waren. De meest gezaghebbende van ons, de Grote Winkler Prins, was er zo een. Die bestaat al een poosje niet meer, op papier. Maar er zijn tijden geweest, dat iedereen er eentje in huis had staan. Daar komen volgens mij ook die wandkasten uit de jaren zeventig vandaan. Zo'n kast van een paar meter, hoe krijg je die in 's hemelsnaam gevuld? Met zesentwintig delen encyclopedie, bijvoorbeeld. Er zijn vast nog meer Nederlandse encyclopedieën geweest, die ik heb moeten leren. Maar die ben ik intussen al weer vergeten.

Onze oosterburen hadden ook zo'n populair wetenschappelijk geval. De Brockhaus. Of die nog op papier bestaat? Geen idee. Dat heb ik nooit nagezocht. Onze buren aan de andere kant van de Noordzee hadden een verantwoord, zwaar wetenschappelijke encyclopedie. Eentje die tot het Angelsaksische type behoorde. De Encyclopedia Brittannica. Volgens mij schreven ze het nog met a, e ook. Encyclopaedia. En ja, er kwam jaarlijks een aanvulling. Hoe die aanvulling heette, weet ik niet meer. Wel, dat alle encyclopedieën zo'n jaarboek hadden, om de boel actueel te houden.

Eigenlijk was het drie encyclopedieën in een. Want het omvangrijke naslagwerk bestond uit een Propedia, een Micropedia en een Macropedia. De Propedia was een eendelige index op de Macropedia, als ik het goed onthouden heb. En de Micropedia weer een populaire samenvatting van de Macropedia. De Micropedia, die uit tien delen bestond, had kortere artikelen, waar de Macropedia - zesentwintig delen, als ik me niet vergis - uit lange artikelen bestond, geschreven door gezaghebbende wetenschappers op verschillende vakgebieden. Of het dan ook Propaedia was, Micropaedia en Macropaedia? Vast. De Brittannica was al oud. Bestond al meer dan twee eeuwen. En elke nieuwe druk werd officieel aangekondigd. De Amerikanen hadden hun Encyclopedia Americana. Ook gezaghebbend, maar minder dan het oermodel.

Dat was toen. Nu is het 2012. En in het aprilnummer van InformatieProfessional wordt aangekondigd, dat de Brittannica de laatste papieren druk heeft gehad. Van de editie 2010 zijn iets meer dan 8000 exemplaren verkocht. De digitale variant, lang niet zo gezaghebbend, wordt miljoenen keren per dag geraadpleegd. Wikipedia. Klik, tiktiktik, klik, klaar. Wij deden er uren over, voor we die hele Brittannica gehad hadden. Soms vonden we wat we zochten, maar lang niet altijd.
Een tijdperk wordt afgesloten, maar zelfs in het vakblad is het niet meer waard dan een klein artikeltje.

Tijden veranderen. En ik blijk de theorie goed te hebben onthouden, van toen. Dat kan ik van lang niet alle vakken zeggen. Van bronnen wel. Want daar ben ik nog een keer op gezakt. En alles werd eindeloos herhaald. Je moest het voor elk tentamen opnieuw beheersen. Het zit voorgoed in mijn geheugen ben ik bang. Die theorie over die naslagwerken die niet meer bestaan.

19 maart 2012

Peggy's Paardenpension

83-2, staat er rechtsonder, op de laatste pagina van het verhaal. Ik heb voor mezelf altijd uitgemaakt, dat dat staat voor jaar en maand van uitgave. Februari 1983 dus. Peggy's paardenpension is een van de eerste verhalen die Helen Taselaar onder haar pseudoniem schreef. Niet in de Jeugdserie, maar in de serie Tieners schrijven voor Tieners, die Kluitman ook een poosje heeft gehad.

De serie over manege Picadero en over de Wildhof, zou wel in de Jeugdserie verschijnen, net als de verhalen over de vliegreis, die naar het geluk zou voeren, dat het goed zou komen met Ellen en nog veel verhalen van Helen Taselaar onder haar eigen naam meer. Tieners voor Tieners moest kennelijk een jongere doelgroep aanspreken. Of dat ook echt gebeurd is? De boekjes zien er hetzelfde uit, met dezelfde omslagen van Herry Behrens, en met dezelfde inhoud.

Peggy Downing woont met haar vader, twee zussen en een huishoudster op een groot landgoed in Engeland. Ze hebben er een tennisbaan, een eigen zwembad en zelfs een elk een eigen badkamer. Ja, er is veel geld, maar eigenlijk kun je het aan de familie niet echt merken. Oudste zus Marcia is mannequin, net als het zusje van Ellen. Dan volgt Peggy, die de paarden uit de omtrekt verzorgt en traint. Ze heeft er nog een aantal oude paarden bij, die ze in pension houdt. Tot slot is er dochter Tessa, vijftien en heel ondeugend. Dergelijke kleine zusjes komen in bijna alle verhalen van Helen Taselaar wel voor.

Net als de verwaande man, die om de hoofdrolspeelster komt. In dit geval heet hij Philip Thornwood en is hij de zoon van de buurman. Er is een mannelijke hoofdrolspeler met een goede baan waarvoor hij naar het buitenland moet. Hij heet in dit geval Dion Dorland en moet voor zijn werk naar Engeland, waar hij Peggy en haar familie ontmoet. Er is een opdringerige vriendin van de mannelijke hoofdfiguur, die in dit geval Simone heet. De man is wat ouder en al meteen zeker van zijn zaak, het meisje weet het nog niet precies. Maar uiteindelijk vinden ze elkaar, raken elkaar door misverstanden weer kwijt - er is vast een ander - en hervinden elkaar tenslotte toch weer. Nee er is geen ander.

Zoals Helen alias Inge al zo vaak heeft gebruikt en ook na dit verhaal nog heel vaak zou gebruiken. Er is liefde, vriendschap, er zijn veel paarden. Er wordt verloofd, er wordt getrouwd, er worden huizen gekocht en er wordt elkaar veelvuldig de liefde verklaard. In dit geval gaat niet alleen Peggy met Dion trouwen, maar ook vader Downing met de huishoudster Jessy. En verwaande Marcia trouwt een Zweedse fotograaf, waardoor ze ineens niet meer zo verwaand is. Tot slot: hier blijft het niet bij. Want ook Peggy's Paardenpension Wordt vervolgd.

08 maart 2012

Politieagente Ria Bruins

Ze zit op kantoor, Ria Bruins. Maar erg naar haar zin heeft ze het er niet. Daarom besluit ze te reageren op een oproep uit de krant. Daar worden politie agenten gevraagd. En wie zegt, dat dat altijd mannen moeten zijn? Vrouwen kunnen dat net zo goed. Al denken haar vader en haar broer Wim daar toch anders over. Wim plaagt haar er mee en vader wordt alleen maar kwaad. Wat is er mis met een kantoorbaan? Wat deugt er niet aan die betrekking?

Ria zet door. Ze wordt opgeroepen voor een keuring, die ze doorstaat. Daarna volgt nog een intelligentietest, waar ze ook voor slaagt. Zo begint ze, samen met nog vijf andere meisjes, aan de interne opleiding. Haar oud collega José, die met haar op kantoor was, wordt afgekeurd, omdat ze onder de maat is. 1.63, waar 1.65 een vereiste is. Het klinkt, alsof het boek geschreven is door een kenner.

Er volgen meer gedetailleerde omschrijvingen. Van de kamer, die ze samen huurt met medestudente Lucie. Bij mevrouw Braat, die hen al veel over de politie kan vertellen, want ze heeft al heel vaak agenten in opleiding gehad. Het komt in het verhaal allemaal terug. De interne opleiding, die Ria moet volgen, de sportlessen van gymleraar Kees van Roon. Hij is eigenlijk leraar aan een middelbare school maar daarnaast geeft hij ook sportles op de politie opleiding.

Ria maakt haar eerste proces verbaal op, wat ook woordelijk wordt uitgeschreven. Wat bekeuringen op straat, redelijk in detail. En, het kon niet uitblijven, de liefde komt om de hoek kijken. In de vorm van diezelfde sportleraar Kees.

Volgens de achterflaptekst eigenlijk het belangrijkste van het verhaal. Want 'onder haar uniformkleding klopt een echt vrouwelijk hart'. En 'het is duidelijk, dat de politie mettertijd wegens voorgenomen huwelijk naar een nieuwe agente zal moeten uitzien'.  Uitroepteken.

Zo eindigt de achterflaptekst, maar helemaal afgelopen met Ria is het nog niet. Er zouden nog twee deeltjes in deze serie over Ria volgen. Kluitman gaf ze eerst uit in de Sneeuwbalserie en herdrukte ze later in de Jeugdserie. Dit is een boek waar jaartallen worden genoemd. Het komt niet vaak voor. 1963, is het in dit geval. Zo'n beetje de tijd, waarin al dit soort verhalen zich afspeelden.

Hans Borrebach voorzag Ria van een stel pronte borsten in haar witte uniformblouse. Van een watergolfkapsel, gemanicuurde handen, geëpileerde wenkbrauwen en rode lippenstift. Nettie Lens heeft toch vast iets anders in zijn hoofd gehad, toen hij de hoofdfiguur beschreef. Ja. Hij. Want Nettie Lens is een pseudoniem. Dat van Wim van Helden, die onder eigen naam detectives voor de jeugd schreef. Een serie over inspecteur Arglistig en een serie over commissaris Achterberg.

Voor hij schrijver werd, is Wim van Helden zelf bij de politie geweest, in Rotterdam. Het Randstad waar hij het Ria laat worden. En van de 100 kandidaten was hij een van de weinigen die goed genoeg werd bevonden om de politie opleiding te gaan doen. Agent na een baan op kantoor. Wim van Helden was niet goed in de politievakken, maar blonk wel uit in sport. Dat doet Ria ook. Hij heeft er dus heel veel van zijn eigen ervaringen in gestopt.

Dit eerste deel over Ria bij de politie verscheen in 1958. Het derde deel zou in 1962 voor het eerst verschijnen. De boeken over Ria waren populair, maar hij had het wel gezien, die combinatie tussen romantiek en politie. Aldus Wikipedia.

01 maart 2012

Vivo Huishoudpockets voor de vrouw

Ze zitten met zijn zessen in een doosje. Cassette, om het officieel en chique te houden. Boekjes van 9x 20 centimeter. In zijn geheel nog steeds op Marktplaza te koop, de vraagprijs is iets van 6 euro. Op qoop staan ze ook. Daar wordt € 3,50 als startprijs genoemd. Ik betaalde er vorig jaar minder voor, op de vrije markt in Wamel.

Rommel-, kofferbak- of vrije markten zijn nog steeds de meest ideale plaatsen om oude boeken te kopen. Omdat je daar de meeste kans hebt op iemand, die niet weet wat hij verkoopt en dus de waarde niet in kan schatten. Of de waarde wel weet maar er gewoon van af wil, en daarom niet al te veel vraagt. Op een veilingsite worden meestal dingen aangeboden door mensen die veel te goed weten wat ze bezitten. En daarom veel te veel vragen.

De Vivo Huishoudpockets voor de vrouw dus. Zes deeltjes standaardwerk. Onderwerpen die in elk handboek uit die tijd wel voorkwamen. Die van in en om huis en lijf. In dit geval met de titels Bloemen en planten in huis en tuin. Wetten der etiquette. Apart en lekker. Praktisch wonen. Slank en charmant. Handig huishouden.

Vivo, dat is de afkorting van het Centraal bureau van de Vrijwillige Inkoop- en Verkooporganisatie te Amsterdam. Het was ook een kruideniersketen, die, na een paar fusies uiteindelijk tot de Super supermarkten zou leiden. Er is een kort artikeltje op de Nederlandse wikipedia pagina aan gewijd. Ze bleken met regelmaat speciale spaaracties te hebben.Waarschijnlijk zijn deze zes boekjes ook zo met zegels bij elkaar te sprokkelen geweest. Anno 1966.

Wederom leuk in de kast. Voor de foto's en de nostalgie. En de wat is alles toch veranderd in die vijfenveertig jaar ervaring. Huishoudpockets zijn al lang niet meer nodig, omdat er geen huisvrouwen meer bestaan. En als ze al bestaan, dan zoeken ze wel op, wat ze willen weten over planten, de tuin, zichzelf, de schoonmaak of goede manieren. Dat was toen wel anders. Elke vrouw leek behoefte te hebben aan naslagwerken. Of ze ze nu bij elkaar spaarde of gewoon zelf kocht. Ze werden bij bosjes tegelijk gepubliceerd.

16 februari 2012

Alles over dia's

Schema's, tekeningen, kleuren- en zwart-wit foto's van de auteur, aldus de ondertitel. Alles over dia's. Die  lantaarnplaatjes, naar bestaande zwart-wit negatieven, zoals Hans Borrebach het in het eerste hoofdstuk omschrijft, die bijna net zo oud als de fotografie populair is. Mooie beeldspraak.

Vroeger in zwart-wit, thans in natuurlijke kleuren. De verschillende fabrikaten zijn in hun soort alle even goed. De oorsprong vorm van de kleurenfotografie. Wat doet de onderbelichting? Cursief gedrukte vragen, die in de daarop volgende alinea's worden beantwoord. En dat blijft zo. Een opmerking, een vraag, gevolgd door een antwoord.

Hoofdstuk 2 heet Kleuren veroveren de wereld in steeds sterkere mate. Daarin worden vragen gesteld en beantwoord als De lastige, gemakkelijke aanpassing van het menselijk oog, Het (zichtbaar) spectrum en 'Anders dan anders' wordt de basis van uw fotografie.

De hoofdstukken die volgen zijn Classificering der camerasoorten, Zien en vastleggen der kleuren, Het ideale dia, Dia en belichting, Zwemen, filters en contrast. Er volgen nog wenken over hoe je dia's opbergt, inraamt en bewaart. Praktijkwenken, Bekijken en projecteren en tot slotte Geperfectioneerd projecteren.

Het leest bijna als een roman, of een dichtbundel. Met een paar gekleurde afbeeldingen op glanzend papier, voorzien van omschrijvingen als Wie is uitgekeken op onderwerpen-van-alle-dag, speurt naar meer exclusieve dingen. Dit is er één van. Een schilder, die bovenop het dak van z'n woonauto een overzicht schildert van St. Tropez. Filmsoort: Gevacolor R 5 op 120-spoel. Ontwikkeld aan de Gevaertfabrieken te Mortsel (Antwerpen). Filter: Pola. Tijd van de dag: In het late middaguur.

Alles over dia's was in de jaren zestig een handig hulpmiddel voor mensen, die graag fotografeerden en er het geld voor over hadden om daar dia's van te maken. Want het was niet goedkoop, dia's maken. Veel werd het daarom niet gedaan. Toch wordt daar geen melding van gemaakt, in het boek. Hans Borrebach ging er gewoon van uit, dat mensen die dit soort boeken kochten, bereid waren veel geld in hun hobby te investeren.

De dia was eens populair, maar is inmiddels al wel vijfentwintig jaar uit de tijd. Fotografie nog niet. In tegendeel. Maar van de digitale mogelijkheden zou Borrebach nooit iets meekrijgen. Gelukkig maar. Het maakt zijn hele oeuvre op dit gebied praktisch overbodig. Wat toen vooraf moest worden bepaald voor een goed resultaat, kan nu allemaal na afloop. Vroeger viel er weinig te herstellen aan een eenmaal gemaakte opname. Dat is nu wel anders.

06 februari 2012

Een nieuwe start

Het gaat goed met jeugdhotel De Witte Hengst, nu David Freling en Claudia van der Meer er de leiding over hebben gekregen. Over het verzoek van Yoran Bianchi moeten ze dan ook even nadenken. Is het werkelijk zo'n goed idee om de zoon van de eigenaar in dienst te nemen? Zeker, de stalknecht is al een poosje uit de running door ziekte en bovendien al oud. Maar om dat nou met een verwend zoontje op te lossen...

David heeft er minder moeite mee dan Claudia. Ze bespreekt het met Edith de Vries. In het eerste deel was die nog gewoon hulp in de huishouding, maar langzaamaan verworden tot Claudia's rechterhand. Ze had graag op kantoor willen werken, 'had daarvoor ook een opleiding gedaan', maar omdat 'de baantjes daar niet voor het opscheppen lagen' was ze in De Witte Hengst begonnen. Ze werkt er tevens samen met Gregor. De knappe collega, op wie ze al tijden verliefd is, maar die haar niet ziet staan, omdat er zo veel andere meisjes óók leuk zijn...

Wie de verhalen van Helen Taselaar een beetje kent, zou nu kunnen denken, dat het wat gaat worden tussen Edith en Gregor. Zo gaat het meestal, maar dit keer niet. Yoran doet zijn intrede en is al gelijk gecharmeerd van Edith, die het nog aldoor te druk heeft met Gregor. Ze merkt hem in eerste instantie niet eens op.

Zodra ze het wél in de gaten krijgt, wordt Gregor jaloers. Die heeft het ook al lang gemerkt, de blangstelling van Yoran. Eigenlijk is Edith toch wel een leuk meisje en eigenlijk wil hij geen kapers op de kust. Zo ontstaan de bekende Taselaar-misverstanden, tussen meerdere mannen en vrouwen, die elkaar dingen verwijten uit jaloezie. Het doet Yoran zelfs terug naar zijn ouderlijk huis vertrekken.

Receptioniste Milou raakt zwanger en zegt haar baan op. Edith kan deze baan overnemen. Receptioniste lijkt haar nog altijd veel leuker dan huishoudelijke hulp. Dat is alvast één droom verwezenlijkt. Maar natuurlijk komt het goed tussen haar en Yoran en tussen haar en Gregor. Ze worden een stel, terwijl Gregor, als verliezende derde, zijn nederlaag sportief opneemt en gewoon op De Witte Hengst blijft werken.

Meer is het eigenlijk niet, dat tweede deel in deze nieuwe serie. Ja, er wordt veel paardgereden en de ritjes en paarden worden beschreven. Zoals dat ook wel vaker gebeurt. Een nieuwe start verscheen niet in de Jeugdserie, maar in de Selektserie. Voorheen Jeugdserie In de vakantie, aldus de laatste pagina van het boek. Een serie voor iets jongere meisjes dan de Jeugdserie. Met een stevige kaft en meer illustraties. Dat klopt inderdaad. Dit soort verhalen lezen meisjes nog op de lagere school. Zeker in het begin van de jaren negentig. Toen waren ze, eenmaal in de brugklas aangeland, al meer gewend, om dit nog serieus te nemen.

Er zouden nog een aantal delen meer over De Witte Hengst in de Selektserie van Kluitman verschijnen. Selekt, met een k, inderdaad. Zo schreef je dat toen. Met de fraaie illustraties van Herry Behrens, waar de uitgever in die tijd patent op had. Wordt vervolgd, dus.