'Het aantal onvolkomen en mislukte huwelijken is ontstellend. Weinigen bezitten voldoende kennis van de essentiële voorwaarden waaraan een geslaagd huwelijk behoort te voldoen.'
De eerste twee regels van de achterflaptekst zijn niet echt optimistisch. Nog geen reden tot aanschaf van Het geslaagde huwelijk, dat als vierde deeltje in de Maraboe Flash reeks verscheen. 'In dit boekje houden vijf specialisten, ieder op zijn terrein, zich bezig met de vele wezenlijke problemen, die zich vóór of tijdens het huwelijk kunnen voordoen. Hoe organiseert u de voorbereidingen tot de huwelijksdag? Hoe hoort het in het stadhuis, in de kerk, tijdens de receptie enz.? Wat verstaat men onder medisch onderzoek, de erfelijkheid, geboorteregeling, seksualiteit, impotentie, huwelijkse voorwaarden, enz. enz?'
Het belooft dus een combinatie van medische zorg, seksuele voorlichting en etiquette te worden, dit geheel. 'JA! ik wil! JA, JA, ik wil!' Zo staat er op de eerste bladzijde, in rood gedrukt. De nieuwsgierigheid is gewekt. Gauw verder kijken. 'Een overzicht van de wezenlijke voorwaarden voor... het geslaagde huwelijk', zo luidt de volledige titel. Toch benieuwd hoe ze dat allemaal in zo'n klein boekje hebben weten te stoppen. Dat geven ze zelf ook toe: 'Het domein van het huwelijk is onmetelijk en zou hele bibliotheken kunnen vullen...' zo begint de inhoudsopgave. 'Maar u zullen meneer en mevrouw Flash de meest wezenlijke vragen stellen die zich voordoen zodra men zich met het huwelijksprobleem gaat bezighouden'.
Eens kijken waar 'meneer en mevrouw Flash', die de achternaam van de serie hebben, zich dan zoal druk om maken. Of dienen te maken. 'Hoe en waar een geestverwant te vinden', is een leuke. 'Al stijgen de mogelijkheden, men laat uit cynisme en valse schaamte de balans gauw overslaan. Iedereen draait steeds in zijn eigen sociale kringetje, in zijn eigen milieu rond'. Dat is eigenlijk nog steeds zo. 'Is jaloezie normaal?' Nee. 'Jaloezie is altijd een symptoom van armoede aan genegenheid en morele zwakte. Een goed huwelijk wordt verkregen als goede wijn: door rijpheid en een goed wijnjaar.' Is het gevaarlijk met een bloedverwant te trouwen? 'Als u een bloedverwant in een niet ver verwijderde graad trouwt, onderwerp u dan aan een grondig bloedonderzoek'. Waarna een uitgebreid verhaal volgt over bloedgroepen, erfelijkheid en mogelijke schade op de kinderen.
'Welke kwaliteiten kunnen we in het algemeen aan de vrouw toeschrijven? Ze is evenwichtig, betrouwbaar, lichamelijk en geestelijk vruchtbaar en ze geeft zich volkomen'. Oeps. Dat is in die veertig, vijftig jaar wel een beetje veranderd, om het maar heel voorzichtig te zeggen. En de man? 'Dat is de tegenvoeter van de vrouw. Dynamisch, produktief, scheppend en actief. H'm. Ook wel een beetje anders, nu. Maar: mannen en vrouwen vullen elkaar wonderlijk aan. Met als resultaat: de heuglijke verbintenis: het huwelijk.' Of samenwonen, anno nu.
Om af te sluiten met de laatste regels van de inhoudsopgave: 'Als u op goed geluk af wilt trouwen, werp dan deze Flash weg. Als u reeds verloofd of getrouwd bent, en u wilt al uw troeven uitspelen, gaat u dan zitten en lees deze Flash!'
'Het geslaagde huwelijk' verscheen oorspronkelijk bij uitgeverij Gérard en co. te Verviers, onder de titel: le mariage réussi'.
Zoek je iets?
Arja Peters (ps. van Chinny van Erven)
De Wildhof (serie)
De klas van Tina (serie)
Fietsclub 'Krap bij Kas' (serie)
Freddy Hagers (ps. van G. Betlem)
Goud-Elsje (serie)
Hans Borrebach (auteur)
Hans Borrebach (ill.)
Helen Taselaar
Herry Behrens (ill.)
Herson (is ps. van Herry Behrens; ill.)
Ik kan serie
Inge Neeleman (is pseud. van Helen Taselaar)
Jeugdhotel De Witte Hengst (serie)
Kluitman Jeugdserie
Manege Picadero (serie)
Max de Lange-Praamsma
Mien van 't Sant
Netty Koen-Conrad
Prisma boeken (serie)
Rie Reinderhoff (ill.)
Sanne van Havelte
Sneeuwbalserie
Uitgeverij De Eekhoorn
Uitgeverij West-Friesland
Witte Raven Jeugdpockets
Zonne-reeks
Zonnebloem serie
correspondentie
huishoudboeken
meisjesroman
uitgeverij Elsevier
uitgeverij Van Holkema en Warendorf
woninginrichting
Over mij
- Marieke
- Omdat oude boeken nog steeds leuk zijn om te lezen, maar omdat er meer is om over te schrijven. Sinds kort dus naast boeken ook oude spullen met een verhaal.
22 november 2011
08 november 2011
Ontmoeting op Picadero
Manege Picadero was een veelgelezen serie. Helen Taselaar schreef in het begin van de jaren tachtig een stuk of tien deeltjes. In de eerste drie delen vonden achtereenvolgens Sylvie, Yvonne en Ymke de man voor het leven. Daarna zou het nog Zomer op Picadero worden en zouden ze nog Op kamp gaan. Ook in deze twee delen vinden een jongen en een meisje elkaar. Geen leden van de familie Van Dalsum meer, die waren immers al voorzien. Ergens tussen deel twee en drie was broer Joost met Mariëtte op de proppen gekomen. Zonder er veel woorden aan te wijden, hadden Yvonne en Sylvie een schoonzus gekregen. Nee, Ymke, de schoonzus van Sylvie, was het niet geworden. Maar dat gaf niets. Die bleef hun vriendin toch wel. En Mariëtte was minstens zo'n aardige meid.
Na vijf delen Picadero besloot Helen Taselaar, op verzoek van haar fans, alsnog het verhaal van Mariëtte's kennismaking met de manege en diens bewoners op te schrijven. Het verhaal van broer Joost, maar dan geschreven vanuit zijn (toekomstig) vriendin Mariëtte. Dit zesde deel van de reeks werd tussen deel twee en drie gevoegd. Daar waar Sylvie al getrouwd is, maar Yvonne en Steef nog diverse moeilijkheden moeten overwinnen voor ze elkaar zullen vinden. Het verhaal dat ook in Terug naar Picadero geschreven staat. En Ymke, die wel verloofd is, maar niet gelukkig, speelt ook nog een rol in het leven van Joost. Zo maar zijn hart aan Mariëtte geven is er dus niet bij.
Steeds weer staat Picadero, de gezellige manege, waar veel jongelui enthousiast de paardijsport beoefenen, als ontmoetingspunt centraal, zo begint de wervende tekst op het achterflap. In de enerverende wereld van paarden, maneges en alles wat daarmee samenhangt, doen zich telkens nieuwe dingen voor, zo ook op manege Picadero. Hierdoor is eigenlijk de ontmoeting tussen Mariëtte en Joost, de huidige eigenaars van Picadero, op de achtergrond geraakt. Op veler verzoek heeft Helen Taselaar, zelf een enthousiast paardrijdster, mede hierom dit boek geschreven.
Een fraaie omschrijving, van een verzoek, nog een deel voor een goedlopende reeks te produceren. Misschien was Helen Taselaar al wel een beetje door haar inspiratie voor de manege heen, na vijf delen. Had ze wel het verzoek van de uitgever, maar geen idee. En tipte de uitgever haar zelf. Je mocht als lezeres Kluitman immers schrijven. Dat staat in al die boekjes, op de laatste pagina. Wanneer je vragen hebt over onze boeken of schrijvers, stuur dan een briefje naar Uitgeverij Kluitman Almaar. Dat zullen de lezeressen heus wel gedaan hebben. Schrijven hoe leuk ze Picadero vinden. Vragen waarom er geen verhaal over Joost en Mariëtte is geschreven. Bij deze dan, alsnog.
Met de bekende ingrediënten uit de eerdere verhalen van Sylvie en Yvonne, aangevuld met jaloerse vriendinnen en vrienden die de hoofdpersoon ook aardig vinden, maar met wie ze toch niet in zee wil, omdat er een ander is, waar ze meer van houdt. Zo werd deel zes deel drie in de serie en schoof verder alles een plaats op. Deel drie werd deel vier. Het verhaal van Ymke, daar schreef ik al eerder over. Wordt vervolgd dus. Met deel vijf voorheen vier. Als het Zomer op manege Picadero worden gaat.
Na vijf delen Picadero besloot Helen Taselaar, op verzoek van haar fans, alsnog het verhaal van Mariëtte's kennismaking met de manege en diens bewoners op te schrijven. Het verhaal van broer Joost, maar dan geschreven vanuit zijn (toekomstig) vriendin Mariëtte. Dit zesde deel van de reeks werd tussen deel twee en drie gevoegd. Daar waar Sylvie al getrouwd is, maar Yvonne en Steef nog diverse moeilijkheden moeten overwinnen voor ze elkaar zullen vinden. Het verhaal dat ook in Terug naar Picadero geschreven staat. En Ymke, die wel verloofd is, maar niet gelukkig, speelt ook nog een rol in het leven van Joost. Zo maar zijn hart aan Mariëtte geven is er dus niet bij.
Steeds weer staat Picadero, de gezellige manege, waar veel jongelui enthousiast de paardijsport beoefenen, als ontmoetingspunt centraal, zo begint de wervende tekst op het achterflap. In de enerverende wereld van paarden, maneges en alles wat daarmee samenhangt, doen zich telkens nieuwe dingen voor, zo ook op manege Picadero. Hierdoor is eigenlijk de ontmoeting tussen Mariëtte en Joost, de huidige eigenaars van Picadero, op de achtergrond geraakt. Op veler verzoek heeft Helen Taselaar, zelf een enthousiast paardrijdster, mede hierom dit boek geschreven.
Een fraaie omschrijving, van een verzoek, nog een deel voor een goedlopende reeks te produceren. Misschien was Helen Taselaar al wel een beetje door haar inspiratie voor de manege heen, na vijf delen. Had ze wel het verzoek van de uitgever, maar geen idee. En tipte de uitgever haar zelf. Je mocht als lezeres Kluitman immers schrijven. Dat staat in al die boekjes, op de laatste pagina. Wanneer je vragen hebt over onze boeken of schrijvers, stuur dan een briefje naar Uitgeverij Kluitman Almaar. Dat zullen de lezeressen heus wel gedaan hebben. Schrijven hoe leuk ze Picadero vinden. Vragen waarom er geen verhaal over Joost en Mariëtte is geschreven. Bij deze dan, alsnog.
Met de bekende ingrediënten uit de eerdere verhalen van Sylvie en Yvonne, aangevuld met jaloerse vriendinnen en vrienden die de hoofdpersoon ook aardig vinden, maar met wie ze toch niet in zee wil, omdat er een ander is, waar ze meer van houdt. Zo werd deel zes deel drie in de serie en schoof verder alles een plaats op. Deel drie werd deel vier. Het verhaal van Ymke, daar schreef ik al eerder over. Wordt vervolgd dus. Met deel vijf voorheen vier. Als het Zomer op manege Picadero worden gaat.
01 november 2011
De promotie van Jet Didam
Op internet wordt dit boek nog opvallend veel te koop aangeboden. Steeds met andere, modernere illustraties. Mijn exemplaar van De promotie van Jet Didam verscheen in de jaren vijftig bij West-Friesland en werd door Rie Reinderhoff van illustraties voorzien.In de jaren zestig nam Borrebach het van haar over en werd Jet een frivole meid uit de Witte Raven Reeks. Om te vervolgen met twee edities Herson alias Herry Behrens, naar het lijkt. Nog steeds in Witte Raven, maar inmiddels aangeland in de jaren zeventig. Toen moest het verhaal toch al wel echt uit de tijd zijn. Het lijkt nog het meest voor of net na de tweede wereldoorlog te spelen.
Jet Didam heeft geen ouders meer en woont bij haar broer en schoonzus in. Ze is gezakt voor het HBS diploma en heeft geen zin om nog een keer examen te gaan doen. Haar broer is lief voor haar, maar haar schoonzus mag haar niet. Jet is zeventien en ze wil uit huis. Een baantje zoeken. Haar broer Tjeerd vindt haar voor veel dingen te goed, maar kindermeisje bij de familie De Raadt van Zuijlen mag ze wel worden van hem. Dat ze eigenlijk is aangenomen als tweede meisje, verzwijgt ze maar even.Wanneer haar broer er achter komt, is hij woedend.
Dankzij zoon Jan de Raadt van Zuijlen wordt Jet alsnog kindermeisje van zijn neefje Hans. Zijn ouders wonen in Indië en hij woont bij zijn oma en oom. Het is een huis met strenge hiërarchie. Huishoudsters, eerste en tweede meisjes, kindermeisje en gezelschapsdame. Met een verwend jonger zusje dat Jet als voetveeg gebruikt. Maar na een periode van afwezigheid - Jet moet terug naar naar schoonzus die ziek geworden in - komt Jet in alweer een nieuwe functie in het grote huis terug. Ze wordt gezelschapsdame van oma de Raadt van Zuijlen, die haar aanvankelijk aannam als tweede meisje.De mooiste promotie is de laatste. Jan vraagt haar zijn vrouw te worden. Van tweede meisje, via kindermeisje via gezelschapsdame naar vrouw des huizes. En tot slot nog samen in het grote huis en oma naar een ander huis. En neefje Hans, daar mogen ze samen voor zorgen. Voorzien van een stamhouder, bovendien. Dat is allemaal wel heel erg mooi. Het lijkt wel een sprookje.
22 oktober 2011
Stewardess bij de Adria expres
Na vele meisjesboeken te hebben geïllusteerd ontstond bij Borrebach steeds meer het gevoel, dat het schrijven er van niet moeilijk kon zijn. Dat kon hij zelf ook, zo meende hij. Zijn eerste geslaagde poging werd Madeleine erft een kostschool, uit 1946. Er zouden nog talloze door hem geschreven meisjesboeken volgen, in de jaren vijftig en zestig.
Stewardess bij de Adria expres is een exemplaar uit de laten jaren vijftig, herdrukt in de jaren zestig. Het verhaal is simpel. Mabel van Haeften neemt zich voor om na de dood van haar vader financieel haar steentje bij te dragen. Met hulp van haar broer Jim, die geëmigreerd is naar Amerika en daar een reisorganisatie heeft opgezet, vindt Mabel een baan als bus stewardess. Haar moeder vindt het maar niets. Dus liegt ze haar voor, dat ze met haar tante een reis naar het voormalig Joegoslavië te gaan maken. Ja, ze heeft wel een vakantie verdiend. Waarom? Dat wordt niet duidelijk.
Tante boekt een reis voor zichzelf, maar komt met haar gezelschap, via allerlei omwegen, toch bij de maatschappij van Mabel terecht. Die begeleidt op haar beurt, een reis met kunstenaars. Tekenen, schilderen, fotograferen, een wereld die Borrebach goed kende. Mabel valt prompt voor de charmes van chauffeur en zoon van concurrerende busmaatschappij Charles Kamminga. Pa Kamminga boekt al snel ook een reis met de bus, die zowel zijn passagiers als die van zijn concurrenten blijkt te vervoeren. Iedereen tekent en schildert, zelfs tante Evelien. Sterker nog, ze wint er zelfs een prijs mee.
In het laatste hoofdstuk wordt alles nog even opgelost. Mabel trouwt met Charles. Pa Kamminga verzoent zich met zijn concurrent en ze besluiten om samen als een maatschappij door te gaan. Bovendien trouwt hij met tante Evelien. En natuurlijk gaan ze tot slot met zijn allen naar broer / neef / zwager Jim in Amerika. Alleen moeder Van Haeften, wat die er nu van vindt, dat lees je nergens. Ze doet in het hele verhaal niet mee.
Een verhaal dat beter ‘Zon, kunst en liefde aan de Adriatische Zee’ had kunnen heten. Want het is een lange beschrijving van zon, zee en strand. Van tekeningen en tentoonstellingen, foto’s maken, feestjes bezoeken, alcohol drinken, eten. Van het lokale vervoer en de lokale omgeving. Borrebach moet de omgeving goed gekend hebben, om dat zo neer te kunnen zetten. Een goed lopend verhaal schrijven kon hij toch minder goed. Waar hij een heel boek voor nodig had, dat had Netty Koen – Conrad in twee hoofdstukken kunnen vertellen. En ze had het logischer gedaan ook. Dit is allemaal wel heel toevallig. 06 oktober 2011
Ietje's hongerkuur
Ietje Huizinga is een van de dochters uit het grote gezin van de Friese dominee Huizinga. Haar broer, Tim, is met Miek ter Hegge getrouwd. Ietje, die eigenlijk Wietske heet, is Friesland uit gegaan en werkt in Utrecht als apothekersassistente.
In Utrecht heeft ze veel vrienden en kennissen gekregen, die allemaal een stuk meer te besteden hebben dan zij. Omdat ze zich tegenover hen niet wil laten kennen, heeft ze veel schulden gemaakt, onder andere door een bontjas op op afbetaling te kopen.
Bob en Hanna hebben een dochtertje gekregen. Ietje, die als zus van Bob’s vriend Tim vaak bij hen langs gaat, komt op kraamvisite. Daar treft ze Lex de Ridder, de chauffeur die Hanna na haar ‘vlucht’ weer thuis bracht. Ook hij is bevriend geraakt met Bob en Hanna. Lex steekt zijn mening over vrouwen die zich in de schulden steken, niet onder stoelen of banken. Hij weet dan nog niet, dat Ietje precies zo’n type vrouw is. Ook Bob en Hanna zijn van haar schulden niet op de hoogte.
Ietje trekt zich de opmerking van Lex geweldig aan. Ze besluit, dat ze zo snel mogelijk haar schulden wil afbetalen. Ook daarvan stelt ze niemand op de hoogte. Het aflossen doet Ietje rigoreus. Ze zegt haar kamer in Utrecht op, verhuist naar Den Bosch waar ze een baan met inwoning kan krijgen. Ze neemt er nog een baantje als verzorgster van een oude vrouw bij. Op het laatst eet ze zelfs nog nauwelijks, om maar geld uit te sparen.
Vel over been treft ze uiteindelijk Lex weer. Eerst wil ze hem nog niet vertellen wat er is gebeurd. Dat doet ze pas, wanneer de schuld helemaal is afbetaald. En dan haast Lex zich om haar terug te brengen naar haar ouders in Friesland, waar ze aan moet gaan sterken.
Ietje en Lex blijken al heel snel voor elkaar bestemd te zijn, hoewel ze elkaar nauwelijks kennen. De eerste ontmoeting vindt bij Bob en Hanna plaats en daarna zien ze elkaar nog maar een paar keer terug, voordat Ietje naar Den Bosch verhuist. Dat Lex er genoegen mee neemt, dat ze hem haar problemen niet wil vertellen, doet vreemd aan. En getuigt niet echt van liefde. Maar uiteindelijk komt alles goed.
Ietje, schuldenvrij en gebroken met haar zogenaamde rijke vrienden, terug naar huis en gelukkig met Lex. Lex gelukkig, Bob en Hanna tevreden. Op naar het volgende verhaal in de serie. Geloofwaardiger wordt het er allemaal niet op.
Meer over deze verhalenserie van Sanne van Havelte is te lezen op de website van het boekenmuseum.
In Utrecht heeft ze veel vrienden en kennissen gekregen, die allemaal een stuk meer te besteden hebben dan zij. Omdat ze zich tegenover hen niet wil laten kennen, heeft ze veel schulden gemaakt, onder andere door een bontjas op op afbetaling te kopen.
Bob en Hanna hebben een dochtertje gekregen. Ietje, die als zus van Bob’s vriend Tim vaak bij hen langs gaat, komt op kraamvisite. Daar treft ze Lex de Ridder, de chauffeur die Hanna na haar ‘vlucht’ weer thuis bracht. Ook hij is bevriend geraakt met Bob en Hanna. Lex steekt zijn mening over vrouwen die zich in de schulden steken, niet onder stoelen of banken. Hij weet dan nog niet, dat Ietje precies zo’n type vrouw is. Ook Bob en Hanna zijn van haar schulden niet op de hoogte.
Ietje trekt zich de opmerking van Lex geweldig aan. Ze besluit, dat ze zo snel mogelijk haar schulden wil afbetalen. Ook daarvan stelt ze niemand op de hoogte. Het aflossen doet Ietje rigoreus. Ze zegt haar kamer in Utrecht op, verhuist naar Den Bosch waar ze een baan met inwoning kan krijgen. Ze neemt er nog een baantje als verzorgster van een oude vrouw bij. Op het laatst eet ze zelfs nog nauwelijks, om maar geld uit te sparen.
Vel over been treft ze uiteindelijk Lex weer. Eerst wil ze hem nog niet vertellen wat er is gebeurd. Dat doet ze pas, wanneer de schuld helemaal is afbetaald. En dan haast Lex zich om haar terug te brengen naar haar ouders in Friesland, waar ze aan moet gaan sterken.
Ietje en Lex blijken al heel snel voor elkaar bestemd te zijn, hoewel ze elkaar nauwelijks kennen. De eerste ontmoeting vindt bij Bob en Hanna plaats en daarna zien ze elkaar nog maar een paar keer terug, voordat Ietje naar Den Bosch verhuist. Dat Lex er genoegen mee neemt, dat ze hem haar problemen niet wil vertellen, doet vreemd aan. En getuigt niet echt van liefde. Maar uiteindelijk komt alles goed.
Ietje, schuldenvrij en gebroken met haar zogenaamde rijke vrienden, terug naar huis en gelukkig met Lex. Lex gelukkig, Bob en Hanna tevreden. Op naar het volgende verhaal in de serie. Geloofwaardiger wordt het er allemaal niet op.
Meer over deze verhalenserie van Sanne van Havelte is te lezen op de website van het boekenmuseum.
01 oktober 2011
De kleine Ik kan koken
Aangemoedigd door het grote succes van 'Ik kan koken', besloot de uitgeefster tot deze eenvoudige editie over te gaan. Voor deze Kleine Ik kan koken werden recepten gebruikt uit Ik kan koken. Door tekeningen kon, voor zover dit gewenst was, de tekst verduidelijkt worden.
De hoofdstukken 'Onze voeding' en 'Keukeninrichting' werden zodanig bewerkt, dat ze goed te gebruiken zijn bij het onderwijs aan onze nijverheidsscholen voor meisjes. Dit heeft het voordeel dat de leerlingen kunnen volstaan met één boek voor theorie en praktijk voor de kookvakken.
Als dan de vele jonge (en oudere) kooksters, dankzij deze 'Kleine' Ik kan koken, de edele kookkunst machtig zijn, kunnen zij zich verder bekwamen door de 'Grote' Ik kan koken te raadplegen.
Het voorwoord, geschreven door de samenstelster, P.J. Sarels van Rijn, vat het hele boek eigenlijk al prachtig samen. Een geweldig tijdsbeeld, wordt hier in een paar zinnen neergezet. Het zijn de meisjes die moeten leren koken en daarvoor gaan ze naar de nijverheidsschool.
De Kleine Ik kan koken voorzag in een behoefte. Want net als de Grote editie, werd ook deze editie een aantal keer herdrukt. Waarbij het omslag steeds aangepast werd aan de tijd. Ik kocht de drie edities kort na elkaar. 1955, 1961, 1968. En zo zag ik de meisjes, gefotografeerd op het omslag, elke keer moderner worden. Of meisjes... dat waren het eigenlijk niet eens. Jonge vrouwen, was misschien een betere beschrijving.
Of de meisjes van toen, eenmaal de edele kookkunst machtig, daarna de Grote Ik kan koken nog geraadpleegd hebben? Ze zouden het misschien wel gewild hebben. Maar dit soort boeken waren duur. Voor de gemiddelde huisvrouw niet te betalen. Koken, dat leerde je wel van je moeder, of een oudere zus, of op school. Daar had je niet onmiddellijk een boek bij nodig. De gekleurde afbeeldingen zijn op hoogglans papier gedrukt, net als in de grote uitgave. Dat maakte het kostbaar, zeker in de jaren vijftig, toen de techniek nog niet zo ver was.
Maar ach. Ze staan enig - om nog maar eens zo'n woord uit die tijd te gebruiken - in mijn naslag kast. Een meisje ben ik zelf al lang niet meer. Maar mocht ik nog aarzelen om in plaats van een dagelijks menu een feestelijk menu te maken, dan kan ik nog altijd beginnen bij het boek voor de jonge vrouw. En me dan later bekwamen in dat van de getrouwde vrouw.
De hoofdstukken 'Onze voeding' en 'Keukeninrichting' werden zodanig bewerkt, dat ze goed te gebruiken zijn bij het onderwijs aan onze nijverheidsscholen voor meisjes. Dit heeft het voordeel dat de leerlingen kunnen volstaan met één boek voor theorie en praktijk voor de kookvakken.
Als dan de vele jonge (en oudere) kooksters, dankzij deze 'Kleine' Ik kan koken, de edele kookkunst machtig zijn, kunnen zij zich verder bekwamen door de 'Grote' Ik kan koken te raadplegen.
Het voorwoord, geschreven door de samenstelster, P.J. Sarels van Rijn, vat het hele boek eigenlijk al prachtig samen. Een geweldig tijdsbeeld, wordt hier in een paar zinnen neergezet. Het zijn de meisjes die moeten leren koken en daarvoor gaan ze naar de nijverheidsschool.
De Kleine Ik kan koken voorzag in een behoefte. Want net als de Grote editie, werd ook deze editie een aantal keer herdrukt. Waarbij het omslag steeds aangepast werd aan de tijd. Ik kocht de drie edities kort na elkaar. 1955, 1961, 1968. En zo zag ik de meisjes, gefotografeerd op het omslag, elke keer moderner worden. Of meisjes... dat waren het eigenlijk niet eens. Jonge vrouwen, was misschien een betere beschrijving.
Of de meisjes van toen, eenmaal de edele kookkunst machtig, daarna de Grote Ik kan koken nog geraadpleegd hebben? Ze zouden het misschien wel gewild hebben. Maar dit soort boeken waren duur. Voor de gemiddelde huisvrouw niet te betalen. Koken, dat leerde je wel van je moeder, of een oudere zus, of op school. Daar had je niet onmiddellijk een boek bij nodig. De gekleurde afbeeldingen zijn op hoogglans papier gedrukt, net als in de grote uitgave. Dat maakte het kostbaar, zeker in de jaren vijftig, toen de techniek nog niet zo ver was.
Maar ach. Ze staan enig - om nog maar eens zo'n woord uit die tijd te gebruiken - in mijn naslag kast. Een meisje ben ik zelf al lang niet meer. Maar mocht ik nog aarzelen om in plaats van een dagelijks menu een feestelijk menu te maken, dan kan ik nog altijd beginnen bij het boek voor de jonge vrouw. En me dan later bekwamen in dat van de getrouwde vrouw.
27 september 2011
Hanna's vlucht
Het leven is één en al vrolijkheid, voor Hanna en Bob. Relaties zijn er om spelend mee om te gaan en zeker niet voor het leven. Dat ze allebei de neiging hebben een ‘flirt’ te zijn, weten ze van zichzelf. Bob van Hemert besefte op de bruiloft van zijn vriend Tim, dat er meer in het leven moet zijn dan een beetje flirten en pret maken. Echte liefde moet toch dieper gaan. Maar waar is die te vinden? Dichterbij dan je denkt, aldus Tim, op zijn bruiloft. De liefde heet Hanna. En waren ze in het eerste deel nog neef en nicht, nu blijken ze ineens achterneef en nicht te zijn. Hanna vraagt haar moeder naar de precieze familiebanden, voor ze met Bob de familie gaat bezoeken. Dan is hij nog niet meer dan haar vriend. Dat Bob een achterneef blijkt, maakt de romance een stuk minder beladen. Ook in de jaren dertig, toen dit boek voor het eerst verscheen, was het al niet meer gebruikelijk om met een neef te trouwen.
Bob heeft een oude Citroën, dat hij Citroentje heeft genoemd, en daarmee bezoeken ze Jo en Frans en vervolgens Tim en Miek. In de pastorie van Tim ontmoeten ze Daantje. Een jongetje van vier, dat na de dood van zijn ouders bij zijn opa en oma woont. Ze kunnen eigenlijk niet voor hem zorgen. Daantje komt vaak op de pastorie en steelt prompt het hart van Bob. Met Hanna heeft Daantje meer moeite. Dat wil zeggen: Hanna wil voor Bob niet weten, dat ze als een moeder voor de jongen zou kunnen zorgen. Bob kent haar immers alleen als een meisje dat van pret houdt, oppervlakkig in het leven staat.
Bob weet al sinds het huwelijk van Tim dat hij met Hanna verder wil. Maar Hanna kan slechts denken aan het leven dat ze tot voor kort hebben geleid. Allebei als luchthart treurniet. Hoe kun je op zo’n basis een huwelijk sluiten? Wanneer de grond haar te heet onder de voeten wordt, besluit ze te vluchten, samen met Daantje. Ze wordt ergens op straat in het donker gevonden door Lex de Ridder, die ze heelhuids weer bij Tim en Miek aflevert.
Dan is het zo beklonken. Er gaat een brief naar de familie, met de tekst: Bob – Hanna – Daantje. Er komen telegrams terug, waaruit het onbegrip spreekt. Maar dat wordt gauw genoeg recht gezet. Bob houdt van Hanna, Hanna houdt van Bob en samen besluiten ze Daantje te adopteren. Want die houdt immers van allebei heel veel.
Hanna’s vlucht verscheen eerst met omslag en illustraties van Rie Reinderhoff. Later zou Hans Borrebach het van haar overnemen. De illustraties verdwenen, de omslag bleef. Een fraaie combinatie van foto en belettering.
Meer over deze verhalenserie van Sanne van Havelte is te lezen op de website van het boekenmuseum.
Abonneren op:
Posts (Atom)



