23 juli 2011

Boeken in ons huis

Geen achterflaptekst, deze keer. Die kan ik dus ook niet citeren. Wel een motto, op de keerzijde van de titelpagina. Alleen in stille huislijkheid wordt het levensgeluk, de ware steen der wijzen, gevonden. Een citaat van Kotzebue. En ik ben het er mee eens. Lezen moet in stilte. Heb soms nog wel heimwee naar de leeszaal van de bibliotheek. Waar tafels tussen metershoge boekenkasten stonden. Vol naslagwerken en tijdschriften. Wanneer je een Belgische bieb binnenstapt, tref je dat soort dingen nog steeds aan. Hier al lang niet meer. Nee hoor, de bieb is modern geworden, een sociale ontmoetingsplaats. Daar mag gegeten, gedronken, gepraat en wat al niet meer worden.

En boeken? Die moet je zelfs in de bibliotheek al gaan zoeken. Laat staan in ons huis. In de jaren zestig was dat anders. Toen begonnen boeken juist betaalbaar te worden. De tijd van wat ze geloof ik volksverheffing noemen. Kennis vergaren was niet meer alleen voor mensen die gestudeerd hadden. Nee, studieboeken werden in pocketvorm uitgegeven en herschreven in gewoon Nederlands. En voor de algemene ontwikkeling verscheen de encyclopedie. Daar zou iedereen een buffetkast voor aanschaffen.

Dit boekje van Piet Marée is van net voor die tijd. Uit de tijd dat alles nog zelf gemaakt werd. Boekenkasten dus ook. Alle ontwerpen mogen door kunstenaars worden uitgevoerd of aan meubelmakers in opdracht worden gegeven, zo laat hij aan het einde van zijn voorwoord aan ons weten.Voor de handel en voor seriebouw zijn de auteursrechten voorbehouden aan de uitgever.

En daar gaan we dan. Van boekenkasten in het algemeen naar ingebouwde boekenkasten en naar boeken rond de haard. Toen deed de brandweer kennelijk nog niet zo moeilijk. Er zijn boekentafeltjes, scheidingswandjes met boeken, boeken in meisjes- en jongenskamers. Letterlijk overal, tot en met Holderdebolder, ik heb een boek op zolder.

Maak uw eigen boekenkast, - hoek- of kamer. Doe het zelf voor uw boeken. Knutselen om verzamelingen tekst met of zonder plaatjes op te bergen. Een boek over boeken heet een bibliografie. Maar een boek over boekenkasten? Wie weet, bestaat daar ook wel een naam voor. Dat vertelt de schrijver niet. Wel legt hij aan de hand van veel tekeningen uit, hoe we modern, ouderwets, gezellig, fraai of origineel onze boeken kunnen bergen. Zelf ben ik er maar gewoon voor naar Ikea gegaan. Ik deed het dus een beetje zelf.

16 juli 2011

Hun geheim

In de derde klas coupé van de trein van Rotterdam naar Tielermalsen ontmoet Jo ter Hegge Frans van Eek. Tielermalsen bestaat niet, maar moet ongetwijfeld in de buurt van Tiel in de Betuwe liggen. Er rijdt daar al jaren een dieselboemel. Eentje tussen Utrecht en Tiel en eentje tussen Tiel en Arnhem. Het is altijd overstappen. Een trein vanuit het grote Rotterdam rijdt er al helemaal niet rechtstreeks naar toe. Dat deed het zestig jaar geleden vast ook al niet. Maar goed.

De eerste ontmoeting tussen de beide hoofdfiguren heeft plaatsgevonden. Zij is een onderwijzeres, op weg naar haar eerste baan. Ze gaat bij een hospita wonen. Ze komt uit Rotterdam, maar woonde vroeger in Beekbergen. Ze heeft een jongere zus en een jongere broer. Miek en Bart. Hij is een medisch student. lang en blond en op weg naar zijn ouderlijk huis in Tiel. Hij heeft ook een jongere zus en broer. Hanna en Henk. Zijn ouders wonen gescheiden van elkaar. Vader, ver in Rotterdam, heeft zijn driftbuien duur moeten betalen. Moeder wilde niet meer bij hem wonen. En ze zijn erfelijk, bovendien. Frans heeft er ook last van.

Frans wil verder met Jo, maar eerst moet hij van zijn driftbuien af zien te komen. Daarom stelt Jo een 'proeftijd' voor. In die tijd leren ze elkaar beter kennen en probeert Frans zijn woede aanvallen uit te bannen. Ze vertellen nog aan niemand dat ze van elkaar houden. Dat is hun geheim. Beide families raken goed met elkaar bevriend. Er volgt een gezamenlijke vakantie in Beekbergen. Waar vader Van Eek plotseling opduikt, genezen van zijn driftige aard en weer welkom in het gezin. De familie Van Eek verhuist ook naar Rotterdam. Neef Bob van Eek wordt nog geïntroduceerd. Hij bezoekt de families op vakantie, samen met zijn vriend Tim Huizinga.

Natuurlijk komt het goed met die proeftijd. Al duurt het even. Jo en Frans vieren hun verloving samen met de vijfentwintigjarige bruiloft van vader en moeder Van Eek. En of ze nog lang en gelukkig leven, dat valt in vele volgende delen te lezen. Want Hun geheim zou het eerste deel worden van een serie boeken, die bij elkaar horen, doch elk afzonderlijk een afgerond geheel vormen, aldus de keerzijde van het schutblad. Vertaald naar nu: een serie, waarvan de delen ook afzonderlijk te lezen zijn. En lezen doet het goed, in de stijl van Max de Lange-Praamsma, maar met minder geloof er in. Met illustraties en fraaie foto omslagen van Hans Borrebach. Die laatste opmerking is niet uit het boek. Die heb ik zelf bedacht. Mooie verhalen, mooie tekeningen. Wordt vervolgd.

Meer over deze verhalenserie van Sanne van Havelte is te lezen op de website van het boekenmuseum.

11 juli 2011

Geluk op Picadero

Ymke van Aerendonck heeft haar verloving met Hans verbroken. Hij kon niet kiezen tussen haar en zijn oude liefde Marion. En Ymke wilde geen derde partij zijn. Ze heeft zelfs haar baan in het ziekenhuis opgezegd en is van haar kamer terug naar haar ouders gegaan. Zo kan ze Hans ook niet meer tegenkomen.
In de krant vindt haar vriendin Yvonne een oproep voor particulier verpleegster. Ze solliciteert en wordt aangenomen, als verzorgster van Erwin van Wingerden, een nog jonge man die door een ongeluk in een rolstoel is beland. Hij woont samen met een huishoudster en een bediende in een groot landhuis, niet ver uit de buurt. Wanneer de bediende, meneer Bartels, voor een paar maanden zijn familie gaat bezoeken, is het Ymke die voor Erwin gaat zorgen.

Het begin is stroef, maar al gauw sluiten Ymke en Erwin vriendschap. Erwin blijkt een kennel te hebben gehad, voor zijn ongeluk. En hij is zeer geïnteresseerd in manege Picadero, waar Ymke hem al snel over verteld. Ze neemt hem er een keer mee naar toe. Van vriendschap wordt het al gauw liefde. Maar Erwin wil niet hebben, dat ze zich aan een gehandicapte man bindt. Ze besluiten uit elkaar te gaan. Wanneer Bartels terug komt van zijn familiebezoek, neemt Ymke ontslag. Yvonne biedt haar aan, om een poosje bij haar en haar man in hun boerderij nabij Tilburg te komen logeren.

Eenmaal in Noord-Brabant krijgt Ymke al snel een baan als doktersassistente aangeboden. Dokter Steven is een jonge vent, die Ymke beslist ziet zitten. Maar wederzijds kan het niet worden, want ze is Erwin nog aldoor niet vergeten. Maar Erwin laat niets meer van zich horen. Als ze weer eens op bezoek gaat in haar geboortedorp, hoort ze, dat Erwin naar Amerika is vertrokken. Daar waar zijn vader woont. Ymke veronderstelt, dat hij daar dan wel blijven zal. En wanneer dokter Steven haar aanbiedt om met hem mee naar Afrika te gaan, stemt ze bijna toe.

Bijna, want dan blijkt, dat Erwin in Amerika is geweest om zich te laten opereren. En was het eerst nog een zaak van leven of dood, die operatie, nu is deze operatie natuurlijk prachtig gelukt. Zo prachtig, dat Erwin vrijwel direct na het revalideren, een nieuwe kennel begint, die hij Sybey doopt. Naar Steef en Yvonne, die hem en Ymke uiteindelijk weer bij elkaar brengen. Naar de bediende Bartels, naar hemzelf en naar Ymke.
Op de opening komt er nog vlug even een rivale op bezoek. Een oude vriendin, die Erwin in de steek liet, zodra hij een ongeluk kreeg. Nadine gaat weer net zo snel als ze gekomen is, wanneer ze hoort, dat Erwin en Ymke op het punt staan te trouwen.

De kennel van Erwin, dat werd later De Wildhof. Zijn ongeluk en de stiekeme revalidatie alleen voor de geliefde, is in minder ernstige vorm ook beschreven in Een vakantiebaan voor Paula. En in Tot ziens op De Wildhof arrangeert een familielid ook een 'toevallige' ontmoeting, tussen twee geliefden, die elkaar uit het oog verloren. Daar komt het allemaal goed. En hier ook. Uiteraard.

28 juni 2011

Kapoentje

Ze heet eigenlijk Cissy Honneling, maar ze wordt door haar 'granny' Kapoentje genoemd. Lieveheersbeestje. Oma woont in een mooie grote burcht, 'het middelpunt van het dorp dat onder de rook van de stad voordroomt over de gouden dagen, toen het zijn rechten tegen die stad te verdedigen valt'.  En daarmee is de toon al meteen gezet. Hoewel mooi van vormgeving en uitgegeven bij Callenbach in Nijkerk, laat het verhaal zich nog het beste omschrijven als een kasteelromannetje. Goedkoop en vreselijk sentimenteel.

Cissy is verpleegster en heeft nog ouderwets fondspatiënten en particulieren te verzorgen. Het verschil in rangen en standen is nog groot. Cissy is een weeskind, aangenomen door een echtpaar dat geen kinderen kon krijgen. Met de uitgesproken voorkeur van oma. De werkelijke kleinkinderen van oma - want de pleegouders kregen nog eigen kinderen ook - zijn verwend en verveeld. Ze haten Cissy om haar voorkeur voor oma. Haar moeder haat Cissy ook. Ze had haar het liefst terug gebracht naar het weeshuis, toen ze eigen kinderen kreeg. Maar dat wilde oma weer niet hebben.

Na een moeilijke jeugd volgt de verpleging. En daar leert ze ook Jaap ter Weele kennen. Een fondspatiënt, die bij zijn oom op het bedrijf werkt, maar liever dominee was geworden. Ze moeten hun vriendschap stil houden. Zelfs hun bruiloft gaat in het geniep. Oma en de familie mogen er van niets weten. Om elk misverstand te voorkomen trouwen ze dan maar in Engeland. En om daar weer alle misverstanden te voorkomen, gaan ze zelfs niet bij elkaar in een huis wonen. Cissy wordt er opnieuw verpleegster, Jaap heeft ontslag genomen bij zijn oom en gaat alsnog theologie studeren.

Natuurlijk komt er ruzie om oma's geld. Dat is altijd zo in dit soort verhalen. En natuurlijk willen de verwende kleinkinderen oma's spullen zonder Cissy te laten meedelen. Natuurlijk is er een dienstbode die veel van oma houdt en over Cissy waakt. Er is nog een huwelijksaanzoek van pleegbroer Steven aan Cissy, maar dat kan ze niet aannemen. Ze is immers al getrouwd. Natuurlijk komt alles ook nog goed. Niet voor de verwende kleinkinderen. Want oma laat zich niet uitkopen. Wel voor Cissy en Jaap. Want Jaap wordt dominee en Cissy krijgt een kindje. Einde.

Over het gezin dat Kapoentje en Jaap zullen krijgen, is een tweede deel verschenen. Dat is al net zo melodramatisch als dit eerste deel. Wordt vervolgd, dus. Met illustraties van Hans Borrebach die het geheel veel romantischer maken dan het verhaal blijkt. Want Jaap is geen acteur en Cissy lijkt ook in het niets op een filmster als Grace Kelly.

19 juni 2011

Ik kan wonen

Een geïllustreerd handboek voor allen, die hun huis goed willen inrichten en bewonen, aldus de ondertitel. Deze uitgave, onder redactie van Johan Niegeman architect en binnenhuisarchitect GKF, wat het dan ook maar mag betekenen, is uit 1958. De oudere editie in de Ik kan serie. Het woord vooraf, ondertekend door 'N' begint met een paar mooie volzinnen: 's Mensen leven bestaat uit een aaneenschakeling van verrichtingen van verschillende aard, nuttige en onnuttige, noodzakelijke en onnodige, inspannende en ontspannende, zinvolle en zinloze. Een aantal dezer verrichtingen noemt men samenvattend wonen.

Goh. Een nogal hoogdravende samenvatting van een alledaags iets. Ook in de jaren vijftig sprak men al niet meer van 's Mensen leven of dezer verrichtingen, maar gewoon van Het leven van de mensen en van deze verrichtingen. Naamvallen in het Nederlands taalgebruik waren toen al zeker tien jaar afgeschaft. Wat wel weer actueel is, aan het voorwoord, is de woningnood, van toen. Niet iedereen had een eigen huis en zij die dat wel hadden, moesten zich toch nog zien te behelpen, want naar wens was een huis zelden.

Ik kan wonen is overzichtelijk onderverdeeld in een groot aantal hoofdstukken. Wat wonen is, bijvoorbeeld en De ontwikkeling van onze woning. Woonmogelijkheden. Wonen op het platteland. De vormen der meubelen (dus niet: de vormen van de meubels). Maar ook De wereld van het kind. Omgaan met licht en kleur. Sanitair. Verwarming. Vloerbedekking. 

Werkelijk alles staat er in. Er is zelfs een Lijst van platen opgenomen. Zo werden gekleurde afbeeldingen op glanzend papier in een boek toen nog genoemd. Nu een vanzelfsprekendheid, toen een teken dat je met een exclusief boek van doen had. Die Lijst van platen is minstens zo poëtisch van aard als de rest van het boek. Een gaaf bakje, waarbij de verschijning niet meer wil zijn dan minimaal noodzakelijk is, over een bepaald type wastafel. Een ander bewijs van de waarheid van de bewering dat men ook heel goed op een zolder kan wonen, voor de zolderwoning op pagina 212. Dat het vaak noodgedwongen moest, wordt niet vermeld. En ook niet, dat dat vaak moest op een minder mooie zolder dan deze.

Naast een algemeen register op trefwoord - van aankleedtafel tot zonwering - is er ook nog een lijst van medewerkers. Wie aan dit boek medewerken, zoals het hier wordt genoemd. Een bloemist, een illustrator, een bouwkundige, een hoogleraar in de gezondheidszorg.

Uitvoerige hoofdstukken van deskundigen van naam, met veel illustraties in zwart wit en gekleurde foto's op glanzend papier. Ik kan wonen moet een duur boek zijn geweest, om te bezitten. Zeker in de jaren vijftig. Meer dan een halve eeuw later is het nog steeds een kloek naslagwerk, dat heel leuk staat in de kast en je een perfect beeld geeft van de wensen en vooral de dromen van toen. De serie is omvangrijk geweest en in de jaren zestig gemoderniseerd en herdrukt. Wordt dus wederom vervolgd.

13 juni 2011

Fotograferen bij nacht

De omslagfoto werd enige tijd na de officiële zonsondergang en dus bij schemerdonker vanaf de Scheveningse Pier in de richting van het Kurhaus gemaakt, aldus de keerzijde van het titelblad. Met het normaalobjectief, bij een tijd van 8 sec. op f11 en natuurlijk vanaf statief. Het scherptestelpunt ligt ongeveer 20-30 m vóór de camera - dit om verzekerd te zijn van een zo gunstig mogelijk verdeelde scherptediepte.

Gedetailleerde informatie, eerst over de locatie, dan over de techniek. De schrijver / illustrator Hans Borrebach was geboren en getogen in Den Haag en bovendien een fotograaf die van een van zijn hobby's een van zijn beroepen had gemaakt. Want naast schrijven, illustreren en fotograferen werkte hij ook nog een tijd lang in de reclame en had hij zijn eigen schoonheidsstudio.

'Fotograferen in de nacht' is een van zijn vele fotostudie boeken, die verschenen bij uitgeverij Veen. Het bevat technische informatie, overzichtelijk gerubriceerd, met vele tabellen, een duidelijke hoofdstukindeling en een uitvoerig register. Om het allemaal nog wat levendiger te maken, zijn er ook diverse foto-illustraties toegevoegd, afgedrukt in zwart / wit en kleur, op glanspapier. Die foto's geven een aardige indruk van de wereld waarin de schrijver zich graag bevond.

Een foto van een ANWB bord, in het donker. Met aanduidingen naar Den Haag Centrum, Kijkduin, Hoek van Holland, Boulevard, Utrecht en Haarlem. Bij Borrebach om de hoek genomen, zijn huis stond aan de Scheveningseweg in Den Haag. Er is een foto van een der feeërieke fonteinen op het Parijse Place de la Concorde, met op hetzelfde blad de Scheveningse Pier. Ook zo kan deze mooi zijn! Close ups van winkels en winkelend publiek en uiteraard ook vrouwelijk naakt, met als excuus: zo werkt de vakman met zijn studioflitser.

Behalve veel technische informatie over opnamen bij schemering, flitsen en belichting, worden er ter loops nog een paar adviezen gegeven. Dat je toestemming moet vragen bij fotograferen in schouwburg, theater, circus, bij striptease - jawel, alweer de naakte voorkeur - en zelfs in een dierentuin. Begrijpelijk als u de grond van de verschillende gevaren, de bescherming van de privé sfeer, de problemen die de auteurswet geeft en verdere redenen kent. Waarbij het vervolgens meteen even reclame maakt voor zijn boeken over de model- en figuurfotografie. Van deze boeken is een overzicht achterin opgenomen.

Het boek sluit af met een persoonlijk nawoord. Het is mijn vurigste wens, dat de lezer die daar straks een fascinerende tijdsbesteing in zoekt er aan de hand van de tekst keer op keer in kan slagen. Want fotograferen bij schemer en na het invallen van het duister is niet zo simpel als het fotograferen bij dag. zo schrijft Borrebach. Dat was in de jaren zestig. Het zou nog ruim dertig jaar duren voor de digitale fotografie zijn intrede deed. En daarmee al dit soort boekjes overbodig maakte. Maar ze zijn leuk voor de heb. En je haalt er nog wel eens wat uit, wat je ook nu nog gebruiken kunt.

05 juni 2011

Terug naar Picadero

We zijn een paar jaar verder, bij de manege van de familie Van Dalsum. Sylvie is met haar Antal getrouwd en moeder van een tweeling van drie, Nicky en Tinka. Sylvie is nog dagelijks te vinden op de manege, net als broer Joost, die inmiddels tweeëntwintig is. Jongste zus Yvonne, van negentien, weet nog niet zo goed wat ze wil.Sinds ze van school af was gekomen, had ze al enkele baantjes gehad en verscheidene cursussen gevolgd, zo omschrijft Helen Taselaar het. Op dit moment was ze werkzaam op Picadero, hun eigen manege. Wat ze na die tijd ging doen, wist ze nog niet. Als het zover was, zou ze de personeelsadvertenties wel eens doorkijken.

Een nogal laconiek toekomstbeeld, waar niemand schijnbaar wat op tegen heeft. Bij een dressuurwedstrijd maakt Yvonne kennis met Marianne Franken, die uit Brabant komt. Ze woont in de buurt van Tilburg, op een boerderij, en daar kunnen ze best een paardenverzorger gebruiken, aangezien hun huidige stalhulp weg gaat. Yvonne voelt er wel voor, maar dan moet ze eerst nog de goedkeuring krijgen van Steef, de broer van Marianne, die het boerenbedrijf runt. Een nogal onuitstaanbaar, arrogant ventje.

Als deze serie niet een van de eerste werken van Helen Taselaar was geweest, had ik geschreven: daar gaan we weer. Want ja, uiteraard krijgt Yvonne de baan en uiteraard is dat arrogante ventje binnen een paar weken al de man van haar dromen. Want uiteraard is Yvonne geen doetje die een man om zijn uiterlijk achterna loopt. En ja, er is weer een gemene, knappe ex vriendin, die de boel op stelten komt zetten. Ditmaal heet ze Anoushka. Weer trapt de man in kwestie er met open ogen in, in de bedachte list. Weer wordt het ruzie tussen de beide geliefden. Weer komt het goed.

Het enige verschil is dat de rivale spijt komt betuigen. Spijt aan de nieuwe vriendin van haar ex. Dat gegeven heeft Helen Taselaar later niet meer gebruikt. Daar is het meer van eigen schuld, dikke bult en laat ze het maar uitzoeken. Natuurlijk worden Yvonne en Marianne dikke vriendinnen. En natuurlijk komt ook de liefde voor Marianne om de hoek kijken in de vorm van Fred, de vriend van Steef.

De familie Van Dalsum is hecht, gezellig en gaat als vrienden met elkaar om. Dit verhaal heet Terug naar Picadero, wat slaat op het vertrek van Yvonne van de boerderij, als ze ruzie heeft met Steef. Maar het had ook heel goed Warmdraaien voor De Wildhof kunnen heten.Want daar lijkt eigenlijk de hele verhaallijn ontzettend op.