Fantastisch om in een gezellig gemeubileerd huis te wonen! Goed wonen bevordert de harmonie en het geluk in het gezin. Meneer en mevrouw Flash geven thans het woord aan een kundig binnenhuis-architect, wiens vak het is de problemen bij de woninginrichting esthetisch en praktisch op te lossen. Hij werkte zijn ideeën uit voor smalle en ruime beurzen, voor kleinbehuisden en ruimwonenden. Ook u kunt met plezier w o n e n dank zij....
dit tweede deeltje in de Maraboe Flash reeks dus. Tenminste, als we de achterflaptekst moeten geloven. Wervend is-ie zeker. Maar dat zijn alle teksten wel, die op de achterkant van een boek worden geschreven. Ook dit soort zakboekjes. Dit naslagwerkje over woninginrichting is heel wat laagdrempeliger dan de kloeke uitgave uit de Ik kan serie. De toon is even hoogdravend, maar hier wordt tenminste eerlijk vermeld, dat lang niet iedereen in het bezit is van een ruime villa.
De hoofdstuktitels alleen al, geven aan dat het boek door iedereen gebruikt kan worden. Als u de beschikking hebt over.... zo begint het eerste hoofdstuk, waarna de deeltitels als aanvulling hebben weinig geld, antieke en moderne meubelen, schilderijen en snuisterijen.
Als uw woning... zo begint hoofdstuk 2, waarna gekozen kan worden voor te klein, te groot, ouderwets of donker is en ten slotte voor als de kamers te hoog zijn. Als u verlangt naar... start hoofdstuk 3, waarna de lezer zich verder kan verdiepen in achtereenvolgens een betere opstelling, een levend interieur, of het maximum met het minimum.
Het is eigenlijk meer een overzicht van vragen, waar de lezer een antwoord op zou willen hebben. Dat maakt dit tot een helder en overzichtelijk boekwerkje, dat de eerste bladzijde al meteen letterlijk met de deur in huis valt: Laten wij beginnen bij het begin: wat is hét probleem? Het is de noodzakelijke vraag, aldus de redactie van Flash. De tweede vraag die gesteld wordt: bent u op de hoogte? Ook daar komt een antwoord op. Dan volgt het derde deel: De grote problemen, die weer worden onderverdeeld in ruimte, paneel, meubel, vloer, licht, gordijnen, muur, behang, enzovoorts.
Het vijfde deel is: een idee voor elke ruimte. Ontspannen, slapen, werken, wassen. En tot slot: een paar sleutelwoorden, die verklaard worden. Esthetisch is er een. Functioneel ook. Modern. Traditioneel. Stijl en zone. Om te eindigen met een lijstje functionele afmetingen en ruimte om de Bereikbaarheid van leveranciers in te noteren.
Handig boekje, waar je ook zestig jaar na dato nog best wat uit kunt halen. Met veel tekeningen, die het verhaal nog duidelijker maken. Want het is al heel aansprekend geschreven, klaar voor gebruik.
Het moet veel verkocht zijn, denk ik zo. Al was het alleen maar, omdat de vertaling is verzorgd door de hoofdredactrice van 'De vrouw en haar huis'... een boekje voor vrouwen moet dit dus zijn geweest.
'Ik richt mijn huis in' verscheen oorspronkelijk bij uitgeverij Gérard & Co, te Verviers, onder de titel: Je décore ma maison'
Zoek je iets?
Arja Peters (ps. van Chinny van Erven)
De Wildhof (serie)
De klas van Tina (serie)
Fietsclub 'Krap bij Kas' (serie)
Freddy Hagers (ps. van G. Betlem)
Goud-Elsje (serie)
Hans Borrebach (auteur)
Hans Borrebach (ill.)
Helen Taselaar
Herry Behrens (ill.)
Herson (is ps. van Herry Behrens; ill.)
Ik kan serie
Inge Neeleman (is pseud. van Helen Taselaar)
Jeugdhotel De Witte Hengst (serie)
Kluitman Jeugdserie
Manege Picadero (serie)
Max de Lange-Praamsma
Mien van 't Sant
Netty Koen-Conrad
Prisma boeken (serie)
Rie Reinderhoff (ill.)
Sanne van Havelte
Sneeuwbalserie
Uitgeverij De Eekhoorn
Uitgeverij West-Friesland
Witte Raven Jeugdpockets
Zonne-reeks
Zonnebloem serie
correspondentie
huishoudboeken
meisjesroman
uitgeverij Elsevier
uitgeverij Van Holkema en Warendorf
woninginrichting
Over mij
- Marieke
- Omdat oude boeken nog steeds leuk zijn om te lezen, maar omdat er meer is om over te schrijven. Sinds kort dus naast boeken ook oude spullen met een verhaal.
03 juli 2012
23 juni 2012
Een song voor Suzanne
Misschien was Een liedje voor Suzanne te eenvoudig of te ouderwets. Misschien allitereerde het Engelse song ook wel gewoon leuk. Een song voor Suzanne kreeg ik van mijn moeder als cadeautje, in 1988. Dat was de tijd van: koop ik een tijdschrift of koop een een boek? Dat boek, was een pocket van Kluitman, die ik meende iets van 3,95 kostte. In guldens, wel te verstaan. De kantoorboekhandel had er een hele kast van vol om uit te kiezen.
Ik koos dit boek omdat het over een meisje in het eindexamenjaar ging, dat na de middelbare school journaliste of schrijfster wilde worden. Ik was toen net zo oud als Suzanne de Leeuw en wilde ook het liefst schrijfster of journaliste worden. Ik verzon ook verhalen tijdens saaie lessen, al was dat dan geen Duits, zoals bij Suzanne, maar wiskunde. En die verhalen moesten ook zo gauw mogelijk worden opgeschreven. Het was helemaal mijn verhaal.
Maar dat bleef het natuurlijk niet, want het moest een verhaal voor alle meisjes worden. Niet alleen voor mij. Dus had Suzanne al wel enkele prijzen gewonnen met verhalenwedstrijden. Ik niet. En als Suzanne meedoet aan de wedstrijd van haar lijfblad Super-Pop, wint ze die zelfs. Was mij ook nog nooit overkomen. Haar vervolgverhaal wordt verderop in het verhaal zelfs uitgegeven in boekvorm. Welk meisje kan dat navertellen? Ik droomde er alleen maar van. Het hoofdkantoor van het popblad zit in Amsterdam, waar Suzanne en haar vriendin Marijke zonder enige schroom als zestien, zeventienjarigen naar toe reizen. Suzanne vindt ook een doos met jonge katjes waarvan ze er een houden mag. Ook al iets wat lang niet iedereen mag.
Als middelbare scholiere krijgt Suzanne zelfs de kans bekende artiesten te gaan interviewen. Ze weet zelfs de beroemde zanger Franc de Keizer te strikken. Het meisjesidool wordt verliefd op haar. En schrijft een liedje voor haar. Maar dat is pas op het eind. Voor het zo ver is, zijn er eerst nog een aantal misverstanden uit de weg te ruimen. Suzanne maakt niet alleen razendsnel carrière, en passant haalt ze, net als Marijke, ook nog even haar diploma. Aan de hele school wordt verder geen aandacht besteed.
Vreemd, net als bij Tina in haar eindexamenjaar, lijkt ook deze Suzanne met alles bezig te zijn, behalve met school. En vinden haar ouders het niet erg. Ook dat strookt niet met de werkelijkheid. Je bent alleen maar met je eindexamen bezig in het laatste jaar. Het sijpelt overal tussendoor. Maar dat is natuurlijk niet leuk om te lezen, examenstress. Nee, dan liever een verhaal over een meisje op de middelbare school dat een relatie krijgt met een beroemde artiest.
Super-Pop, dat is de verzonnen variant voor Popfoto, het maand- popmuziek -meidenblad uit die tijd. Daar stond altijd een vervolgverhaal in, tussen de interviews met artiesten. Op wie Anouk van Arnhem Franc heeft gebaseerd, weet ik niet. Wel dat het een zodanig beroemde artiest is, dat de auto's er van in de file staan. Wie was er zo beroemd in die tijd? Anouk heeft hem niet letterlijk bij naam genoemd. En ik zou het nu niet eens meer weten. Ik kocht toen al liever een boek dan een popblad. Al was het dan maar een Kluitmannetje.
Ik koos dit boek omdat het over een meisje in het eindexamenjaar ging, dat na de middelbare school journaliste of schrijfster wilde worden. Ik was toen net zo oud als Suzanne de Leeuw en wilde ook het liefst schrijfster of journaliste worden. Ik verzon ook verhalen tijdens saaie lessen, al was dat dan geen Duits, zoals bij Suzanne, maar wiskunde. En die verhalen moesten ook zo gauw mogelijk worden opgeschreven. Het was helemaal mijn verhaal.
Maar dat bleef het natuurlijk niet, want het moest een verhaal voor alle meisjes worden. Niet alleen voor mij. Dus had Suzanne al wel enkele prijzen gewonnen met verhalenwedstrijden. Ik niet. En als Suzanne meedoet aan de wedstrijd van haar lijfblad Super-Pop, wint ze die zelfs. Was mij ook nog nooit overkomen. Haar vervolgverhaal wordt verderop in het verhaal zelfs uitgegeven in boekvorm. Welk meisje kan dat navertellen? Ik droomde er alleen maar van. Het hoofdkantoor van het popblad zit in Amsterdam, waar Suzanne en haar vriendin Marijke zonder enige schroom als zestien, zeventienjarigen naar toe reizen. Suzanne vindt ook een doos met jonge katjes waarvan ze er een houden mag. Ook al iets wat lang niet iedereen mag.
Als middelbare scholiere krijgt Suzanne zelfs de kans bekende artiesten te gaan interviewen. Ze weet zelfs de beroemde zanger Franc de Keizer te strikken. Het meisjesidool wordt verliefd op haar. En schrijft een liedje voor haar. Maar dat is pas op het eind. Voor het zo ver is, zijn er eerst nog een aantal misverstanden uit de weg te ruimen. Suzanne maakt niet alleen razendsnel carrière, en passant haalt ze, net als Marijke, ook nog even haar diploma. Aan de hele school wordt verder geen aandacht besteed.
Vreemd, net als bij Tina in haar eindexamenjaar, lijkt ook deze Suzanne met alles bezig te zijn, behalve met school. En vinden haar ouders het niet erg. Ook dat strookt niet met de werkelijkheid. Je bent alleen maar met je eindexamen bezig in het laatste jaar. Het sijpelt overal tussendoor. Maar dat is natuurlijk niet leuk om te lezen, examenstress. Nee, dan liever een verhaal over een meisje op de middelbare school dat een relatie krijgt met een beroemde artiest.
Super-Pop, dat is de verzonnen variant voor Popfoto, het maand- popmuziek -meidenblad uit die tijd. Daar stond altijd een vervolgverhaal in, tussen de interviews met artiesten. Op wie Anouk van Arnhem Franc heeft gebaseerd, weet ik niet. Wel dat het een zodanig beroemde artiest is, dat de auto's er van in de file staan. Wie was er zo beroemd in die tijd? Anouk heeft hem niet letterlijk bij naam genoemd. En ik zou het nu niet eens meer weten. Ik kocht toen al liever een boek dan een popblad. Al was het dan maar een Kluitmannetje.
12 juni 2012
De rozen van Hofwijck
De oorlog is voorbij en heeft in het land diepe sporen achter gelaten. Op Hofwijck begint het leven weer langzaamaan zijn normale gang terug te krijgen. Vader Van Heijningen repareert weer klokken en horloges en zijn dochter Annemarie helpt hem daarbij. Het gezin heeft een pleegkind opgenomen, van wie de ouders in de oorlog zijn omgekomen. En Doede, de tweelingbroer van Tjeerd, loopt er ook nog steeds rond. Waarom, dat wordt eigenlijk niet duidelijk.
Zijn ouders wonen ver weg in Friesland, maar daar keert hij niet terug. Daar is hij te rusteloos voor. Rust schijnt hij echter wel te vinden in het niet bestaande Brabantse Hofwijck, waar hij probeert zijn concentratiekamp verleden een plaats te geven. Nu zouden we het een trauma noemen, waar hij zeker deskundig aan geholpen zou zijn. En als het meer christelijk zou zijn van strekking, zoals de boeken van Max de Lange-Praamsma, zou Doede er in die tijd nog wel biddend doorheen gekomen zijn. Maar zo ver is Sanne van Havelte ook niet gegaan, in dit verhaal.
Het wordt geen bidden, geen hulp zoeken. Er wordt zelfs geen goede gesprekspartner gevonden, in het verhaal. Het is enkel de beschrijving van een innerlijke strijd. Individueel. Pagina na pagina en hoofdstuk na hoofdstuk. Het verhaal van Doede, die in de oorlog voor Tjeerd werd aangezien en daarom gevangen is genomen. Zelfs dat durft hij zijn broer niet te vertellen. En Annemarie? Ze is niet meer dat kleine bruidsmeisje van toen. Hij zou haar wel als zijn vrouw willen, maar vader Van Heijningen vindt haar nog te jong. Ze moet eens wat meer om zich heen gaan kijken. Een opleiding volgen voor klokkenmaker in Zwitserland zit er financieel niet in, maar naar Amsterdam voor verdere scholing kan ze wel. Dat moet ze zelfs.
Ondertussen vestigt Doede zich in een oude directiekeet op Hofwijck. Met een oude dienstbode en een paar huisdieren, en slechts zo af en toe gezelschap van de familie Van Heijningen. Nog altijd gaat hij niet terug naar zijn familie in Friesland. Dat gebeurt pas, als Annemarie vol heimwee, al naar een paar maanden terugkeert uit Amsterdam en weet, dat ze van Doede houdt. Pas dan lijkt hij de oorlog en zijn trauma ook een beetje vergeten. Pas dan maken we als lezers opnieuw kennis met de familie Huizinga. Pas dan wordt het weer een beetje luchtiger om te lezen ook.
De rozen van Hofwijck is een zwaarmoedig verhaal. Ik heb het met een akelig gevoel opzij gelegd, toen ik het eenmaal uit had. In alle verhalen in deze serie zit wel een strijd, die moet worden uitgevochten. Maar dat is meestal niet meer dan een vervelende karaktertrek, die moet worden overwonnen. Een oorlogstrauma is iets heel anders. Misschien heeft Sanne van Havelte het zelf van nabij meegemaakt, dat ze het in dit verhaal heeft gestopt. En ja, het loopt goed af. Maar ik had het toch iets minder zwaar aangezet, als ik de schrijfster was geweest. Iets meer passend in de rest van de serie. Die is ook niet luchtig, maar wel makkelijker te lezen, dan dit.
Meer over de boeken van Sanne van Havelte is te lezen op de website van het boekenmuseum.
Zijn ouders wonen ver weg in Friesland, maar daar keert hij niet terug. Daar is hij te rusteloos voor. Rust schijnt hij echter wel te vinden in het niet bestaande Brabantse Hofwijck, waar hij probeert zijn concentratiekamp verleden een plaats te geven. Nu zouden we het een trauma noemen, waar hij zeker deskundig aan geholpen zou zijn. En als het meer christelijk zou zijn van strekking, zoals de boeken van Max de Lange-Praamsma, zou Doede er in die tijd nog wel biddend doorheen gekomen zijn. Maar zo ver is Sanne van Havelte ook niet gegaan, in dit verhaal.
Het wordt geen bidden, geen hulp zoeken. Er wordt zelfs geen goede gesprekspartner gevonden, in het verhaal. Het is enkel de beschrijving van een innerlijke strijd. Individueel. Pagina na pagina en hoofdstuk na hoofdstuk. Het verhaal van Doede, die in de oorlog voor Tjeerd werd aangezien en daarom gevangen is genomen. Zelfs dat durft hij zijn broer niet te vertellen. En Annemarie? Ze is niet meer dat kleine bruidsmeisje van toen. Hij zou haar wel als zijn vrouw willen, maar vader Van Heijningen vindt haar nog te jong. Ze moet eens wat meer om zich heen gaan kijken. Een opleiding volgen voor klokkenmaker in Zwitserland zit er financieel niet in, maar naar Amsterdam voor verdere scholing kan ze wel. Dat moet ze zelfs.
Ondertussen vestigt Doede zich in een oude directiekeet op Hofwijck. Met een oude dienstbode en een paar huisdieren, en slechts zo af en toe gezelschap van de familie Van Heijningen. Nog altijd gaat hij niet terug naar zijn familie in Friesland. Dat gebeurt pas, als Annemarie vol heimwee, al naar een paar maanden terugkeert uit Amsterdam en weet, dat ze van Doede houdt. Pas dan lijkt hij de oorlog en zijn trauma ook een beetje vergeten. Pas dan maken we als lezers opnieuw kennis met de familie Huizinga. Pas dan wordt het weer een beetje luchtiger om te lezen ook.
De rozen van Hofwijck is een zwaarmoedig verhaal. Ik heb het met een akelig gevoel opzij gelegd, toen ik het eenmaal uit had. In alle verhalen in deze serie zit wel een strijd, die moet worden uitgevochten. Maar dat is meestal niet meer dan een vervelende karaktertrek, die moet worden overwonnen. Een oorlogstrauma is iets heel anders. Misschien heeft Sanne van Havelte het zelf van nabij meegemaakt, dat ze het in dit verhaal heeft gestopt. En ja, het loopt goed af. Maar ik had het toch iets minder zwaar aangezet, als ik de schrijfster was geweest. Iets meer passend in de rest van de serie. Die is ook niet luchtig, maar wel makkelijker te lezen, dan dit.
Meer over de boeken van Sanne van Havelte is te lezen op de website van het boekenmuseum.
06 juni 2012
Marijke's bestemming (de Marijke -serie)
Het is het derde deel van de Marijke-serie van Cissy van Marxveldt, maar het laat zich ook heel goed afzonderlijk lezen. De lezer wordt bijgepraat in een aantal dingen. In het eerste deel maakten we kennis met Marijke Bovenkamp, die met haar drie zussen Em, Fie en Gerda in het ouderlijk huis woont: 't Zonnehoekje. Beide ouders zijn overleden. En dan is er nog Bep, de huishoudster. Alle vier de zussen zijn vrijgezel. Marijke zit nog op de middelbare school en is een jaar of vijftien, in het eerste deel. Hoe oud de anderen precies zijn, wordt niet duidelijk. Wel, dat ze aan het eind van deel een alle drie een man hebben. Gerda en Fie allebei een man uit de straat. Fie trouwt met Chiel, hun nieuwe overbuurman, die zijn intrek neemt in t Zonnehoekje. En Gerda trouwt met Han, de makelaar van een paar huizen verderop. Voor Em is er een planter uit Indië, die Gerard heet.
In het tweede deel is duidelijk geworden, dat Marijke moet gaan werken voor de kost. Ze wordt helpster in een rusthuis. Ruut, haar vriend uit de buurt, vindt het maar niets. Ze zijn zo goed als verloofd, maar deze verloving komt door Marijke's zo anders geworden toekomstplannen op losse schroeven te staan.
Zo begint deel drie. Marijke wordt uitgenodigd bij de grootouders van Ruut, om nader kennis met ze te maken, maar dat wil ze helemaal niet. Ze twijfelt aan Ruut, aan zijn familie en aan hun, zoals ze dat zelf noemt, 'voorlopige verbintenis'. Ruut is zo oppervlakkig, maakt nergens ernst mee en heeft de verkeerde vrienden. Maar hij houdt van Marijke. Al zagen zijn ouders hem liever met Ada van Polland verloofd.Wat volgt zijn de belevenissen bij de familie Van Echten en in het rusthuis. Een reis naar Menton, waar Marijke als verzorgster van een patiënt uit het rusthuis mee naar toe gaat. Daar, aan de Rivièra wijst ze aan de lopende band huwelijksaanzoeken af. Van Jan Smit, een oud klasgenoot. Van Jo, een nog jonge patiënt uit het rusthuis en ten slotte verbreekt ze ook nog haar schijnverloving met Ruut. Die zich al gauw daarna met Ada van Polland verloofd.
Marijke verlooft zich uiteindelijk ook. Met Jan van Altenburg, de zoon van de patiënt uit haar rusthuis, waar ze mee naar Menton is gegaan. Hij is helemaal geen saaie leraar, zoals ze eerst dacht, hij is aardig. Keurig en aantrekkelijk ook. Bij nader inzien. Het is eigenlijk net het verhaal van Joop ter Heul, maar dan nog met iets meer bravoure. En het is heel duidelijk, dat de boeken van Cissy van Marxveldt als inspiratiebron voor vele schrijfsters is geweest. De Marijke reeks verscheen voor het eerst aan het einde van de jaren twintig, uitgegeven door Valkhof. Daarna nam De Erven Loosjes ze kort over, om ze over te doen aan West-Friesland. Illustrator Hans Borrebach voorzag ze zes keer opnieuw van illustraties. Kennelijk is er veel vraag naar geweest. Persoonlijk bezit ik vier van de zes Borrebach-versies.
Er is veel over geschreven, over de boeken van Cissy van Marxveldt. En nu ik er weer eens eentje gelezen heb, moet ik het met de recensenten eens zijn. Ja, deze boeken komen op hetzelfde neer als al die andere meisjesromans, maar met een verschil. Het is niet overdreven zoet-romantisch, maar meer met humor. Knap gedaan, als je in de jaren twintig een boek schrijft, wat veertig jaar na dato nog steeds werd herdrukt, omdat er vraag naar was.Sterker nog: volgens mij worden ze na negentig jaar nog steeds herdrukt.
24 mei 2012
Handboek voor de smalfilmer
Dit is met recht een 'toen boek'. Nog een beetje meer dan de vele fotografieboeken van zijn hand. Han Herckenrath is namelijk een pseudoniem van Hans Borrebach, dat hij, zo zei hij eens, 'alleen maar had gebruikt, om de markt niet vol te gooien met één naam.'
Handboek voor de smalfilmer begint met een stukje aardige theorie. Over de geschiedenis van de smalfilm, van oorsprong de benaming voor 16 mm film. Het hoofdstuk heet 'Levendige opneemtechniek' en de schrijver geeft en passant ook nog zijn persoonlijke visie: het filmen is vooral voor de filmer opvoedend en men krijgt er op de lange duur allerlei kostelijke eigenschappen bij. Dat leest als een zin uit een meisjesboek. Net als films die iets te betekenen hebben, films die ook zonder geluid duidelijke taal laten horen en films die de beschouwer op een of andere wijze tot in het diepst van zijn gevoelens beroeren.
De toon is gezet. Maar een beetje waar is het wel. Ik heb een aangetrouwde oom gehad, die amateurfilmer was. Veel van de mensen, die hij eens gefilmd heeft, zijn nu oud of leven niet eens meer. Toch kunnen we het nog steeds terugzien. Dat heeft inderdaad iets met duidelijke taal en gevoelens beroeren van doen. Daar wil ik eerlijk in zijn.
Van gekochte titelletter tot getekende titel is een tot de verbeelding sprekend hoofdstuk. In die tijd waren er nog geen computers, waarmee je in het beeld eenvoudig een titel kon plakken. Je kon er een titelapparaat voor kopen, of zelf neergelegde letters filmen. Iets als fade out bestond nog evenmin, daarvoor moest je verloopfilter hebben. Een gemeen goedje, want het kon zowel je kleding als het tafelkleed bederven. Je moest er dan ook glazen maatbekers en trechters voor gebruiken.
Er is een hoofdstuk over het zelf monteren van je film. Dat betekende toen letterlijk de film knippen en plakken. Daarom was het raadzaam veel meer te filmen dan je nodig had, beter te veel dan te weinig. Want je kon altijd nog knippen. Voordat je daarmee aan de slag ging, bekeek je eerst je film door een soort miniprojector, die viewer heette. Je moest er bij dat knippen wel op letten, dat heden en verleden logisch in elkaar over bleven lopen, dat het geen houterig geheel werd. Borrebach geeft er een aantal foefjes voor, die hij met voorbeelden illustreert. ... en net als ze zich om wil draaien vervloeit de scene naar een shot uit het heden. Een andere Eva komt er voor in de plaats met een lach die sprankelt van levenslust en tintelend zonlicht, dat zich duizendvoudig weerkaatst in de waterdruppels op haar huid.
Waarmee Borrebach verkapt maar weer eens zijn voorkeur voor het vrouwelijk (naakte) schoon uitsprak. Dat deed hij ook in zijn fotoboeken, in talloze illustraties voor meisjesboeken en als schrijver van diezelfde meisjesboeken.Ook dit boek is leuk om te hebben, bevat veel technische informatie en, voor wie iets meer over de persoon achter de schrijver wil komen, ook de nodige leuke dingen. Foto's van elegante dames achter een filmviewer, terwijl zoiets toch echt mannenwerk was. En natuurlijk, ook in dit boek een kleurenopname van een dame in bikini. Met deze keer als excuus: een uitleg van de begrippen medium shot en medium close up. Alsof je zoiets niet met een abstract tekeningetje zou kunnen doen. Grappig.
Handboek voor de smalfilmer begint met een stukje aardige theorie. Over de geschiedenis van de smalfilm, van oorsprong de benaming voor 16 mm film. Het hoofdstuk heet 'Levendige opneemtechniek' en de schrijver geeft en passant ook nog zijn persoonlijke visie: het filmen is vooral voor de filmer opvoedend en men krijgt er op de lange duur allerlei kostelijke eigenschappen bij. Dat leest als een zin uit een meisjesboek. Net als films die iets te betekenen hebben, films die ook zonder geluid duidelijke taal laten horen en films die de beschouwer op een of andere wijze tot in het diepst van zijn gevoelens beroeren.
De toon is gezet. Maar een beetje waar is het wel. Ik heb een aangetrouwde oom gehad, die amateurfilmer was. Veel van de mensen, die hij eens gefilmd heeft, zijn nu oud of leven niet eens meer. Toch kunnen we het nog steeds terugzien. Dat heeft inderdaad iets met duidelijke taal en gevoelens beroeren van doen. Daar wil ik eerlijk in zijn.
Van gekochte titelletter tot getekende titel is een tot de verbeelding sprekend hoofdstuk. In die tijd waren er nog geen computers, waarmee je in het beeld eenvoudig een titel kon plakken. Je kon er een titelapparaat voor kopen, of zelf neergelegde letters filmen. Iets als fade out bestond nog evenmin, daarvoor moest je verloopfilter hebben. Een gemeen goedje, want het kon zowel je kleding als het tafelkleed bederven. Je moest er dan ook glazen maatbekers en trechters voor gebruiken.
Er is een hoofdstuk over het zelf monteren van je film. Dat betekende toen letterlijk de film knippen en plakken. Daarom was het raadzaam veel meer te filmen dan je nodig had, beter te veel dan te weinig. Want je kon altijd nog knippen. Voordat je daarmee aan de slag ging, bekeek je eerst je film door een soort miniprojector, die viewer heette. Je moest er bij dat knippen wel op letten, dat heden en verleden logisch in elkaar over bleven lopen, dat het geen houterig geheel werd. Borrebach geeft er een aantal foefjes voor, die hij met voorbeelden illustreert. ... en net als ze zich om wil draaien vervloeit de scene naar een shot uit het heden. Een andere Eva komt er voor in de plaats met een lach die sprankelt van levenslust en tintelend zonlicht, dat zich duizendvoudig weerkaatst in de waterdruppels op haar huid.
Waarmee Borrebach verkapt maar weer eens zijn voorkeur voor het vrouwelijk (naakte) schoon uitsprak. Dat deed hij ook in zijn fotoboeken, in talloze illustraties voor meisjesboeken en als schrijver van diezelfde meisjesboeken.Ook dit boek is leuk om te hebben, bevat veel technische informatie en, voor wie iets meer over de persoon achter de schrijver wil komen, ook de nodige leuke dingen. Foto's van elegante dames achter een filmviewer, terwijl zoiets toch echt mannenwerk was. En natuurlijk, ook in dit boek een kleurenopname van een dame in bikini. Met deze keer als excuus: een uitleg van de begrippen medium shot en medium close up. Alsof je zoiets niet met een abstract tekeningetje zou kunnen doen. Grappig.
13 mei 2012
Peggy's paardenpension in het nieuws
Peggy, die nog steeds oude en invalide paarden opvangt, is
inmiddels getrouwd met de Hollandse Dion Dorland. Ze hebben allebei een zus,
die samen bevriend zijn geraakt. Tessa Downing is stewardess geworden en Laura Dorland
onderwijzeres. Ze heeft een baan in Amstelveen en daar ook een flat kunnen
huren. Hier begint het verhaal. Tessa is als stewardess op weg naar Nederland
om daar een paar dagen bij Laura door te gaan brengen.
In Nederland is Laura uitgenodigd op een feestje van haar
vriendin Angelique en Tessa gaat mee. Eerst moet ze de wat al te opdringerige
Martin van zich afschudden, maar iets later maakt ze kennis met Ted Rivers. Een
Nederlandse huisarts met Amerikaanse ouders. Het klikt meteen tussen Tessa en
Ted, maar of het een eenmalige kennismaking is?
Het toeval helpt een handje mee. Tessa krijgt griep, kan niet terug naar Engeland, en Ted, als huisarts komt op visite. Hij blijft komen, ook als dat al lang niet meer nodig is. En na een goede week van veel bezoekjes kan Tessa terug naar Engeland, maar heeft Ted een blijvende indruk achtergelaten. Zullen ze elkaar nu nog terug zien? Ook dat gebeurt, niet veel later, als Ted op weg is naar zijn broer in Londen en Tessa als stewardess op het vliegtuig aantreft.
Het toeval helpt een handje mee. Tessa krijgt griep, kan niet terug naar Engeland, en Ted, als huisarts komt op visite. Hij blijft komen, ook als dat al lang niet meer nodig is. En na een goede week van veel bezoekjes kan Tessa terug naar Engeland, maar heeft Ted een blijvende indruk achtergelaten. Zullen ze elkaar nu nog terug zien? Ook dat gebeurt, niet veel later, als Ted op weg is naar zijn broer in Londen en Tessa als stewardess op het vliegtuig aantreft.
Het wordt zomervakantie en Laura komt over naar Engeland. Onderweg
naar Laura treft ze een jongeman in een sportauto, die in de berm is geraakt.
Het blijkt Philip Thornwood te zijn, de onuitstaanbaar verwende buurjongen van
de familie… Peggy en Tessa hebben allebei een hekel aan hem. Het is een
nietsnut en een ladykiller. Maar Laura, die zijn voorgeschiedenis niet kent,
vindt hem aardig. En dat is wederzijds. Bovendien, nu vader Thornwood, een al
op leeftijd zijnde kolonel, longontsteking heeft gekregen, ziet Philip ook wel
in, dat het afgelopen moet zijn met het luie leventje. En wie kan hem daar
beter bij helpen dan Laura?
Dan gaat alles ineens in een sneltreinvaart. Tessa twijfelde
aan haar relatie met Ted, omdat de afstand te groot was. Maar Ted besluit een
dokterspraktijk in Engeland over te nemen, zodat hij bij Tessa blijven kan. Een
huis is ook al gevonden. Laura heeft na de zomervakantie al wel door dat Philip
de ware is en zegt in Nederland prompt baan en flat op. Nee, trouwen wil ze nog
niet, maar in Engeland bij Philip komen wonen, doet ze eigenlijk meteen. En dan
is er nog de oudste zus Marcia.
Het arrogante fotomodel uit het eerste deel is inmiddels met haar Zweedse fotograaf getrouwd en moeder van een dochtertje geworden. Ze blijkt haar hele carrière er aan te hebben gegeven. Ze wonen in Zweden, maar ook zij komen terug naar Engeland. Zweedse Jon heeft er, net als Nederlands-Amerikaanse Ted schijnbaar geen enkele moeite mee, het land waar ze zijn geboren en getogen vaarwel te zeggen.
Het arrogante fotomodel uit het eerste deel is inmiddels met haar Zweedse fotograaf getrouwd en moeder van een dochtertje geworden. Ze blijkt haar hele carrière er aan te hebben gegeven. Ze wonen in Zweden, maar ook zij komen terug naar Engeland. Zweedse Jon heeft er, net als Nederlands-Amerikaanse Ted schijnbaar geen enkele moeite mee, het land waar ze zijn geboren en getogen vaarwel te zeggen.
Huizen vallen zo maar uit de lucht, banen zijn in no time
gevonden en ook in no time weer opgezegd. Mannen gooien hun hele leven voor je om. En dat nieuws, uit de titel? Dat
blijkt een gepensioneerd circuspaard te zijn, dat even in het pension logeert. Het gegeven komt maar heel sporadisch in
het verhaal voor. Niet meer dan een verhaal van één kantje tekst.
Dit verhaal van Helen Taselaar onder pseudoniem is uit 1988 en een echt 'krijgen ze elkaar' verhaal. Het speelt zich alweer gedeeltelijk af in Londen, waar al meer hoofdpersonen het geluk vonden. Ditmaal geen rivalen in de vorm van exen. Wel weer een paar die weduwnaar zijn en eventueel hertrouwen. En verder gaat alles in het leven weer erg makkelijk, als de liefde eenmaal om de hoek is komen kijken. Zat het echte leven ook maar zo in elkaar.
Dit verhaal van Helen Taselaar onder pseudoniem is uit 1988 en een echt 'krijgen ze elkaar' verhaal. Het speelt zich alweer gedeeltelijk af in Londen, waar al meer hoofdpersonen het geluk vonden. Ditmaal geen rivalen in de vorm van exen. Wel weer een paar die weduwnaar zijn en eventueel hertrouwen. En verder gaat alles in het leven weer erg makkelijk, als de liefde eenmaal om de hoek is komen kijken. Zat het echte leven ook maar zo in elkaar.
06 mei 2012
Toen kwam Tjeerd
Lies Wessels en Henk van Eek zijn al een poosje getrouwd. Ze wonen in Frankrijk, in een klein tuinmanshuisje bij een groot kasteel. Het huisje dat ze gehuurd hebben is een ware verademing vergeleken bij de andere onderkomens die ze afgelopen weken hebben gehad.
Ze hebben het niet breed, samen, en daarom zijn ze altijd blij als Maddie Monod eens langskomt, de vriendin van Lies, met wie ze een poosje een kamer heeft gedeeld. Maddie neemt van de markt altijd allerlei lekkere dingen mee, die Lies en Henk zelf niet kunnen betalen. Dat ze het niet zo breed hebben, dat geeft niet. Want ze hebben het samen goed. Zo zou Maddie het ook wel willen, zoals Lies en Henk het hebben. Maar met wie? Ze weet van zichzelf wel, dat ze mooi is. En dat ze daarom veel last heeft van opdringerige mannen, waar ze eigenlijk liever niets mee te maken wil hebben.
Tijdens een bezoekje aan Lies en Henk ontmoet Maddie Tjeerd. Hij is op de een of andere manier familie van Henk, maar hoe precies, dat wordt niet duidelijk. Maddie informeert er ook verder niet naar. Tjeerd - een jongere broer van Tim - die als internationaal privé chauffeur werkt, is een echte Fries. Blond, fors en koppig. Niets voor haar. En Tjeerd, op zijn beurt, weet van zichzelf ook wel dat hij als plompe Hollander geen partij is voor dat elegante meisje dat behalve Nederlands, ook nog Frans en Spaans bloed blijkt te bezitten. Ze gaat bovendien met totaal de verkeerde mensen om, die hem helemaal niet aanstaan. En ze schijnt niet te hoeven werken voor de kost. Ook al iets wat hij niet wil begrijpen.
Het is de tijd van vlak voor de Tweede Wereldoorlog en er heerst crisis. Dit wordt in het verhaal steeds duidelijker. Vader Monod kan zijn dochter geen toelage meer sturen, en Maddie verhuist terug naar Nederland, waar ze een baan op kantoor vindt en onderdak kan krijgen bij haar oude vriendin Rie. Ook is er oorlogsdreiging. Was er in Frankrijk alleen nog maar sprake van verduisteringsproeven, eenmaal terug in Nederland komt de mobilisatie en ten slotte ook de oorlog.
Maddie en Tjeerd blijken dan al lang voor elkaar bestemd. Ze krijgen allebei een lichamelijke inzinking, waar met name Tjeerd lang over doet, voor hij deze te boven is. Bovendien heeft hij een been met ischias, waardoor hij nauwelijks kan lopen. De bruiloft zal heel eenvoudig worden. Trouwen aan huis, omdat het lichamelijk gezien niet anders kan. Ze hebben dan inmiddels al een huisje gevonden in het Brabantse Oisterwijk dat - waarheidsgetrouw, niet door de schrijfster verzonnen - een Trouwlaantje heeft, dat naar de kerk leidt. En dan is de vader van Tjeerd Huizinga ook nog eens dominee. Hoe mooi zou het zijn, als ze dan toch officieel daar konden trouwen.
Het lukt. Met veel pijn en moeite, maar het lukt. Tjeerd gaat stiekem aan het revalideren en ze kunnen officieel trouwen. Al is het verder maar bescheiden. Want de oorlog is al uitgebroken, dus helemaal met een feest kan het niet meer. Maar dat geeft ook niet. Want ze zijn samen, en daar is waar het om gaat. Aan het eind van het verhaal wordt tevens een tipje van de sluier opgelicht voor het volgende deel. Want Doede, Tjeerd's tweelingbroer, neemt na de bruiloft bruidsmeisje Annemarie mee terug naar huis.
Wordt vervolgd.
Meer over deze verhalenserie is te lezen op de website van het boekenmuseum.
Ze hebben het niet breed, samen, en daarom zijn ze altijd blij als Maddie Monod eens langskomt, de vriendin van Lies, met wie ze een poosje een kamer heeft gedeeld. Maddie neemt van de markt altijd allerlei lekkere dingen mee, die Lies en Henk zelf niet kunnen betalen. Dat ze het niet zo breed hebben, dat geeft niet. Want ze hebben het samen goed. Zo zou Maddie het ook wel willen, zoals Lies en Henk het hebben. Maar met wie? Ze weet van zichzelf wel, dat ze mooi is. En dat ze daarom veel last heeft van opdringerige mannen, waar ze eigenlijk liever niets mee te maken wil hebben.
Tijdens een bezoekje aan Lies en Henk ontmoet Maddie Tjeerd. Hij is op de een of andere manier familie van Henk, maar hoe precies, dat wordt niet duidelijk. Maddie informeert er ook verder niet naar. Tjeerd - een jongere broer van Tim - die als internationaal privé chauffeur werkt, is een echte Fries. Blond, fors en koppig. Niets voor haar. En Tjeerd, op zijn beurt, weet van zichzelf ook wel dat hij als plompe Hollander geen partij is voor dat elegante meisje dat behalve Nederlands, ook nog Frans en Spaans bloed blijkt te bezitten. Ze gaat bovendien met totaal de verkeerde mensen om, die hem helemaal niet aanstaan. En ze schijnt niet te hoeven werken voor de kost. Ook al iets wat hij niet wil begrijpen.
Het is de tijd van vlak voor de Tweede Wereldoorlog en er heerst crisis. Dit wordt in het verhaal steeds duidelijker. Vader Monod kan zijn dochter geen toelage meer sturen, en Maddie verhuist terug naar Nederland, waar ze een baan op kantoor vindt en onderdak kan krijgen bij haar oude vriendin Rie. Ook is er oorlogsdreiging. Was er in Frankrijk alleen nog maar sprake van verduisteringsproeven, eenmaal terug in Nederland komt de mobilisatie en ten slotte ook de oorlog.
Maddie en Tjeerd blijken dan al lang voor elkaar bestemd. Ze krijgen allebei een lichamelijke inzinking, waar met name Tjeerd lang over doet, voor hij deze te boven is. Bovendien heeft hij een been met ischias, waardoor hij nauwelijks kan lopen. De bruiloft zal heel eenvoudig worden. Trouwen aan huis, omdat het lichamelijk gezien niet anders kan. Ze hebben dan inmiddels al een huisje gevonden in het Brabantse Oisterwijk dat - waarheidsgetrouw, niet door de schrijfster verzonnen - een Trouwlaantje heeft, dat naar de kerk leidt. En dan is de vader van Tjeerd Huizinga ook nog eens dominee. Hoe mooi zou het zijn, als ze dan toch officieel daar konden trouwen.
Het lukt. Met veel pijn en moeite, maar het lukt. Tjeerd gaat stiekem aan het revalideren en ze kunnen officieel trouwen. Al is het verder maar bescheiden. Want de oorlog is al uitgebroken, dus helemaal met een feest kan het niet meer. Maar dat geeft ook niet. Want ze zijn samen, en daar is waar het om gaat. Aan het eind van het verhaal wordt tevens een tipje van de sluier opgelicht voor het volgende deel. Want Doede, Tjeerd's tweelingbroer, neemt na de bruiloft bruidsmeisje Annemarie mee terug naar huis.
Wordt vervolgd.
Meer over deze verhalenserie is te lezen op de website van het boekenmuseum.
Abonneren op:
Posts (Atom)


