12 februari 2010

De ideale autorijder


Mijn rijbewijs behaalde ik pas na heel veel lessen, geld en tijd. Toen ik het eindelijk in mijn bezit had, en direct daarna een autootje voor mezelf aanschafte, kocht ik ook tevens wat tweedehands boeken over autorijden. Want die zijn er ook. Anders dan de theorieboeken met de plaatjes.

De ideale autorijder is er zo een. Geschreven door J.F. Basten, inspecteur van politie te Zwolle. Uitgegeven door Elsevier, in 1962. De ondertitel luidt: kijken, denken en rijden in een auto. Zulke boekjes waren nodig, want erg veilig waren auto's nog niet. Er waren geen veiligheidsgordels, en al helemaal niet achterin. Er waren nog geen airbags, geen ABS. Geen stuurbekrachtiging, geen cruisecontrol, geen TomTom. Er was gezond verstand en er was etiquette.

Met andere regels dan nu. Uitvaartstoeten hadden nog altijd voorrang. En voor een zwaar beladen handkar of bakfiets, alsmede voor ouden van dagen had je een morele voorrangsplicht. De stoel van de medepassagier werd nog suicide seat genoemd. De zelfmoordplaats, omdat je als voorbankpassagier maar moet afwachten wat er gebeurt.

De invloed der menselijke eigenschappen, waarover in hoofdstuk 5 wordt geschreven, is er vijftig jaar later nog wel. Emotionaliteit, bijvoorbeeld. Agressiviteit, handigheid of slaap. Iets over leeftijd en reactievermogen. Een oudere reageert minder snel dan een jongere, maar dit wordt volledig gecompenseerd door hun betere rijvermogen. Daar zat wat in. Maar of we er nu nog zo over denken...?

Een wapperende arm, als de koningin van Lombardije, om achteropkomend verkeer het signaal te geven, dat ze mogen passeren. Zat ook wat in. Vind ik ook nog iets voor nu. De agent illustreert zijn boekje met wat waargebeurde anekdotes. Over merkwaardige ongelukken en hoe ze hadden kunnen worden voorkomen.

Een aanrijding omdat de chauffeur in zijn dashboardkastje naar zijn sigaretten zocht. Een vader die de motor stationair liet lopen, zelf een boodschap ging doen, waarna zijn zoontje het stuur overnam en een botsing veroorzaakte. Een man die een ongeluk op zijn geweten had, omdat hij op de snelweg zijn remmen had willen testen.

J.F. Basten verwierf, aldus de achterflaptekst, grote bekendheid door zijn praatjes 'U en uw inspecteur' voor het radioprogramma 'Knipperlicht'. Het boek is deels aan deze uitzendingen te danken. En deels aan de wens van de auteur, om het aantal verkeersongelukken verder te beperken.

Ik heb nog nooit een ongeluk veroorzaakt en ik hoop, dat ik dat kan blijven zeggen. Maar ik ga toch eens op zoek naar wat fragmenten van dat programma. Het is van ver voor mijn tijd, maar ik zou het graag willen horen. Zoals ik ook graag dit soort boekjes lees.

07 februari 2010

Nog is het lente voor Goud-Elsje


Ook de titel van het vierde deel uit de Goud Elsje serie kon ik niet meteen bevatten.
Lente, dat slaat op in de lente van je leven, zo begreep ik later. Je bent dus nog jong. Schrijfster Max de Lange gebruikte lente ook, om aan te geven dat je gaat trouwen. Dat er een nieuwe toekomst voor je aanbreekt. Achteraf gezien is het misschien ook het einde van een zorgeloze tijd voor Els Schaafsma- Berkhout. Want het boek eindigt met 'dat de bomen niet al hun bloesem kunnen blijven dragen'. Dat ze ook 'bloesem moeten verliezen, om tot volle bloei te komen'.

Met andere woorden: het leed zal uiteindelijk ook aan Els niet voorbij gaan. Maar voorlopig merken we als lezer daarvan nog niets. Er is veel voorspoed. Het belangrijkste is wel, dat Els in verwachting is van haar eerste kindje. Dat is, 'onder alles door steeds aanwezig', al doet ze er, samen met haar man Taco wel vreselijk geheimzinnig over, over 'haar mooie geheim'.

Els is intussen een getrouwde doktersvrouw, die heel anders in het leven is gaan staan. Ze hoort er bij, op het dorp. Ze heeft een dienstmeisje en bezoekt de zieken en hulpbehoevenden in het dorp. Maar uiteraard is ze ook nog steeds het meisje met haar gouden hart, dat haar huis voor iedereen openzet. Voor de vrouw van de notaris net zo goed als voor de gezinsverzorgster, ook al komt die uit een totaal ander milieu. Haar broer Joop mag elk weekend komen logeren. Maar ook haar vriendin Han die een 'groot leed te dragen heeft gekregen', is welkom. En Lotty, 'die het soms ook nog zo moeilijk heeft'.

Het verhaal speelt zich af tussen september en maart. Herfst, winter en de aankomende lente worden dan ook uitvoerig beschreven. Mist en nevel in de ochtend, een sneeuwbui en een rit in de arreslee. Met oudjaarsdag naar huis, vrieskou in januari. Er zijn verlovingen, er worden kindjes geboren. Andere kindjes krijgen een ongeluk, of sterven. Maar het eindigt met de geboorte van haar zoon. Auke Taco. Naar haar schoonvader en haar man. Haar eigen familie wordt niet vernoemd. Maar Els weet er toch nog wel een doopnaam aan toe te voegen. Theodoor. Godsgeschenk. Want dat is elk kind toch.

Misschien wilde Max de Lange haar Goud Elsje reeks hiermee afsluiten. Els groeit op, verlooft zich, trouwt en wordt moeder. Precies zo als Cissy van Marxveldt het jaren eerder met haar Joop ter Heul reeks in eerste instantie afsloot. Maar de uitgever van Max wist maar al te goed, dat Goud Elsje een goed lopende serie was. En daarom besloot Max tot nog een vervolg. En nog een paar. Het zou enige jaren duren. We zullen Els pas terug zien, als ze zeven jaar ouder is. Wordt vervolgd, dus.

01 februari 2010

Ineke en Anneke getrouwd

Wat valt er nog te vertellen over dit vierde deel? Was deel drie al niet veel bijzonders meer, dit is helemaal niks. Maar goed, je bent verzamelaar van meisjesboeken of je bent het niet. En mijn streven is toch, het oeuvre van Netty Koen-Conrad compleet te krijgen. Daarom staat het boek nog in mijn kast.

Ineke en Anneke zijn al twee jaar getrouwd. Ze wonen in bij Anneke's oom, die veel op reis is. Ineke heeft, getrouwd en wel - hoe modern!- nog steeds haar baan als eerste verkoopster in de bontzaak van Moss. Robert en zij hebben een gelukkig huwelijk. En een sluimerende kinderwens, maar die lijkt nog niet meteen in vervulling te gaan.

Anneke en Pim zijn intussen wel ouders, van zoon Laurent. Pim is nog steeds eerzuchtig. Hij geeft bijlessen, studeert in de avonduren en werpt zich dan ook nog eens op als regisseur van het toneelstuk van school. Anneke is nog altijd de droomster. Dit leidt geregeld tot botsingen. Zo erg, dat Anneke er met Laurent vandoor gaat. Ze huurt een pied à terre in Scheveningen, om op adem te komen. Pim komt haar niet halen. Wel krijgt ze bezoek van haar schoonfamilie en haar vriendin. En zelfs Paul Vaisier, ooit coupeur bij de firma Moss en nu eigenaar van een eigen bontzaak in Parijs, komt weer om de hoek kijken.

Zal het ooit nog goed komen? Pim blijft koppig. Ook als het thuis helemaal uit de hand dreigt te lopen met het jongste zusje Monique, die inmiddels tot een echte 'bakvis' is uitgegroeid. Hoe het gezin weer nader tot elkaar te laten komen? Door het kind ziek te laten worden. Een ernstige longontsteking, niveau kantjeboord. Ziekten hebben de familie al vaker doen inzien, wat ze bezitten en wat van waarde is. Ja, het komt goed.

En daar blijft het niet bij. Broer Hubert is intussen bijna dierenarts. Dat hij zo moeilijk leerde, daar is nu ineens niets meer van te merken. Broer Albert, die zo goed gedichten schrijft, wint maar meteen een prijs bij zijn eerste inzending. En hij verlooft zich met een schoolgenootje, Dini. Monique is degene, die Pim en Anneke weer bij elkaar brengt, dus ook voor haar komt het goed. En ten slotte blijkt Ineke nog zwanger ook. Daar moeten we, aldus pleegvader (Robert) schoonvader (Anneke) biologische vader (Pim) en zowel biologische als schoonvader (Ineke) op 'drinken en klinken'. Einde.

28 januari 2010

Ik kan koken


Een 'geïllustreerd handboek voor allen, die willen leren koken en de eisen van een goede keukeninrichting willen leren kennen', aldus de ondertitel van dit kloeke kookboek. De samenstelster was in eerste instantie H.M.S.J. de Holl, maar is nu naar bewerking opnieuw samengesteld door mevrouw P.J. Sarels van Rijn, 'directrice gemeentelijke industrie- en huishoudschool te Vlissingen.

Ik bezit de zeventiende, geheel herziene uitgave, uit 1957. In het voorwoord bij de zevende uitgave (1949) sluit 'P.J.S.v.R', zoals de ondertekening van de samenstelster luidt, af met de uitspraak, dat 'uitgeefster en schrijfster haar moeite rijkelijk beloond achten wanneer ook deze nieuwe uitgave vele goede kooksters oplevert, tot tevredenheid van de huisgenoten!'. Bij de achtste druk (1950) is 'voldaan aan de wens van velen om een kort overzicht te geven van de techniek van het "electrisch koken". De dertiende druk (1954) is 'verrijkt met acht grote gekleurde platen naar eigen kleuren-opnamen, waarbij aan de keerzijde recepten gegeven zijn, welke op de afgebeelde spijzen betrekking hebben.'

Die platen staan ook in mijn zeventiende, geheel herziene uitgave, samen met 'platen' van merken als Friese vlag - koffiemelk - en DRU - serveerschotels-. Er is een hoofstuk met een Historisch overzicht van kookkunst en tafelgewoonten. Over De voeding van de mens. De keuken en haar inrichting. Over het verschijnsel Twee huisvrouwen in een keuken - woningnood en dus is het vooral de huisvrouw die zich bij inwoning moet aanpassen -. Van Het bewaren van voedsel en ten slotte iets algemeens over Dekken en dienen.

Daarna volgen de recepten, in chronologische volgorde. Van voorgerechten, naar Soepen, Sausen, Vlees, Gevolgelte, Vis, Zuivelproducten, margarine, eieren en ten slotte de Nagerechten. Er is een groentenkalender, die aangeeft, welke gerechten in welk seizoen verkrijgbaar zijn, en een viskalender die hetzelfde doel heeft. Er zijn hoofstukken over Vruchten, Suiker en suikerwerken, Inmaak en Gebak. Iets over Dranken. Over Het samenstellen van een thé compet en borreltafel. Het boek sluit af met een Verklarende woordenlijst - alfabetisch geordend, van abricot tot Viande fumée en een Register. Ook alfabetisch, van Aal, gebakken tot Zwezerikragout.

Of het allemaal lekker is, wat er in staat, weet ik niet. De recepten heb ik nog nooit uitgeprobeerd. Gelezen heb ik het boek al wel. En me, zoals altijd verbaasd over dat verdwenen beroep van huisvrouw zijn. Koken en alles wat er bij hoort, in een naslagwerk annex handboek van 624 pagina's. Zou het nog worden uitgegeven? Vast niet.

Voor de huisvrouwen in spé of de pasgetrouwde huisvrouwen, die nog niet zo veel ervaring hadden verscheen in die tijd ook De kleine ik kan koken. Die heb ik ook. In drie verschillende versies. Wordt dus vervolgd.

21 januari 2010

De klas van Tina komt in actie


Een lieverdje is ze niet, Tina van Gaasbeek. Wel het middelpunt van haar klas. En ze heeft haar hart op de goede plaats zitten. Lerares maatschappijleer Petra Kosters is tevens vrijwilligster voor kindertehuis De Zonnebloem. Wanneer Tina van haar hoort, dat het kindertehuis met sluiting wordt bedreigd, besluit ze haar te gaan helpen, samen met de klas.

De klas van Tina zet alles op alles om geld binnen te halen. Tina zelf begint samen met haar vriendin Mieke een oppascentrale. Dat gaat bijna fout, wanneer een man met heel andere bedoelingen naar hen belt. Maar gelukkig kan Tina altijd terecht bij Sjoerd, haar blonde, Friese klasgenoot. Hij is haar rots in de branding en bovendien verliefd op haar.

Met de oppascentrale komen Tina en Mieke ook bij hun gehate leraar Frans terecht. De heer Van Someren wordt door zijn leerlingen Toetje genoemd. Hij heeft de gewoonte om achter elke zin "c'est tout", Frans voor, "dat is alles" te plakken. En hij laat hen vertellen, wat ze van plan zijn. Dan blijkt die gehate leraar nog niet zo heel erg beroerd. In tegendeel. Hij besluit ze mee te helpen en de hele school bij de actie te betrekken.

De klas zorgt voor een onvergetelijke Sinterklaas voor de kinderen van de Zonnebloem. En voor de zieligste gevallen is Tina zelf natuurlijk de reddende engel. Er komt een grote kerstboom, ook al kunnen ze die niet betalen. De school organiseert een fancy fair en ten slotte komt de wethouder langs, om te vertellen, dat de Zonnebloem subsidie zal gaan krijgen en daarmee is de sluiting van de baan.

Anouk van Arnhem droeg De klas van Tina komt in actie met dank op aan Joris, Helma, Monique, Yvonne en Marianne. Een waargebeurd verhaal. De Zonnebloem en Tina's klas hebben echt bestaan. Er zouden nog meer verhalen over de klas volgen. Maar met minder liefdadigheid en puur op fantasie gebaseerd. Tina en haar klasgenoten gaan achtereenvolgens op werkweek, geven een knalfeest en verbouwen de school. Wordt vervolgd, dus. Met alweer illustraties van Herry Behrens.

07 januari 2010

Levenskunst

Ooit waren we van plan samen een boek te schrijven. Mijn toenmalige vriendin en ik. Een studieboek over de meisjesroman en de tijd waarin de meisjes van toen leefden. Zeg maar tussen 1930 en 1970. We waren allebei verzamelaar van meisjesboeken die we op kaartjes catalogiseerden. Met het nog te schrijven boek in ons achterhoofd, begonnen we ook een verzameling boeken aan te leggen over etiquette en maatschappij, uit die tijd. Eveneens prima tweedehands te vinden, op rommelmarkten.

Een voorbeeld van zo'n boek, dat ik kocht in die tijd is Levenskunst. Ik bezit de editie van 1958. Later, aan het eind van de jaren zestig, is het boek nog eens herdrukt. Samengesteld door de Winkler Prins Redactie, niet de minsten in die tijd. Handboek over levensvreugde, dagelijkse dingen van het leven en omgang met medemensen, zo luidt de ondertitel. En dan volgt een lange lijst van medewerkenden.

Levenskunst bevat een compendium, wat Latijn is voor samenvattend geheel van een wetenschap, en een alfabetisch gedeelte. Het compendium bestaat uit vijf hoofdstukken, die elk weer onderverdeeld zijn in lange paragrafen. Zo bestaat het hoofdstuk De levensweg uit onder anderen Liefde en huwelijk, Geheim van ergernis en jaloezie en Het verband tussen lichaam en ziel. Het hoofdstuk De geneugten van het leven is onderverdeeld in onder meer Sport en levenskunst, Beleving der schone kunsten en Genieten van spijs en drank. Het alfabetisch gedeelte beslaat het grootste gedeelte van het boek. Alles van Aanbevelingsbrief tot Zwart colbert staat er in beschreven en is waar nodig voorzien van illustraties en foto's.

Als spoorforens - er zit zelfs nog een treinkaartje als bladwijzer in - heb ik het boek destijds helemaal gelezen. En met potlood de opvallende dingen onderstreept:
Laat de huisvrouw dus zorgen dat zij voldoening vindt in haar huis en in haar gezin. Dan zal zij het leven van haar man en kinderen, maar ook haar eigen leven, tot een 'goed' leven te maken.
Erotiek is een kunst, die met finesse wil worden beoefend en niet als een gehaast bezoek aan een snelbuffet worden afgedaan.

In Nederland wordt over het algemeen geen koffie aan het ontbijt gedronken.
Macaroni behoort tot de voedingsmiddelen die niet met een mes worden gegeten.
Officiële beleefdheidsbezoeken en bezoeken ter gelegenheid van een speciale gebeurtenis behoren met een tegenbezoek te worden beantwoord, in het algemeen binnen 14 dagen.

En zo gaat het dus het hele boek door. 415 pagina's lang. Er een eigen boek over schrijven is er nooit meer van gekomen. Maar boeken over het beoogde onderwerp lezen blijft nog steeds leuk om te doen.

03 januari 2010

De wildste van de Wildhof

Het derde deel in de serie gaat over Bonnie, de derde dochter in huize De Wild. Ze heeft twee oudere zussen, die allebei getrouwd zijn en part time op de kennel werken. Ook haar oudere broer werkt er, maar dan fulltime. De beide jongere zussen zitten nog op school. Zelf houdt ze ook erg van honden, maar er zijn meer dingen die haar bezig houden.

Ongewone dingen, voor een meisje. Bonnie is garagemonteur. En samen met haar collega's Nico, Jan Jaap en Bertus lid van de Suzuki jeep club. Zelf rijdt ze ook zo'n jeep. En verder doet ze mee aan de achteruit rij races, net als haar collega's. Ze hebben eigenlijk allemaal wel een oogje op haar, maar Bonnie moet niets van ze hebben. Ze zijn aardig, maar meer ook niet.

Nee, dan Edwin van Haeften. Zoon van een directeur, die met zijn vader en oma op een vervallen landgoed komt wonen, in het dorp. Ze verbouwen het tot iets prachtigs. Edwin heeft alles wat zijn hartje begeert, maar aan liefde is hij veel te kort gekomen. Gelukkig is daar Bonnie en het hartelijke gezin van de familie De Wild. Het klikt meteen.

Pa Van Haaften moet niets hebben van die wilde meid. Gelukkig blijkt Bonnie een mooie vrouw om te zien en kan ze ook nog goed koken. Daarmee redt ze het zakendinertje van haar schoonvader. En wanneer ze dan nog een ongeluk krijgt en haar Suzuki aan puin rijdt, vindt vader Van Haaften de perfecte oplossing voor zijn schoondochter: een nieuwe jeep als zoenoffer.

Is alles dan in orde? Bijna. Want Edwin denkt dat Bonnie zich heeft laten omkopen en wordt razend. Hij zoekt en vindt ruzie. Door bemiddeling van zus Josta komt alles ten slotte toch nog goed. En is er een bruggetje gelegd, naar het volgende deel, bovendien. Want broer Hugo is verliefd geworden. Op een zangeres van een band. En laat die zangeres nu net degene zijn, die Bonnie's ongeluk ziet gebeuren en haar thuisbrengt, bovendien...