23 juli 2009

De ideale secretaresse


De uitgave, eentje in de Elsevier Pockets reeks, is er een uit MCMLXI. 1961, als ik de Romeinse cijfers goed vertaal. En de titel slaat op een beroep, dat toen nog echt een beroep was.
Iets wat je kon doen na de HBS, Gymnasium of ULO. Waarvoor je, al was het nog op zo'n bescheiden manier, iets in het maatschappelijk verkeer moest doen, bovendien.
Dit staat beschreven in het eerste hoofdstuk: secretaresse worden.

De volgende hoofdstukken gaan over je werk, als je eenmaal secretaresse bent. Wat deed je zoal, in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw?

Telefoneren, telegraferen en telex, corresponderen, boekhouden, bezoek ontvangen, vergaderingen organiseren en reizen boeken. Voor elk van deze taken is een apart hoofdstuk gereserveerd.

Maar er staat ook iets in, over administratief technische hulpmiddelen. Hoe je een kaartenbak - samen met het losbladige boek niet meer weg te denken uit een kantoor - sorteert, bijvoorbeeld. En over waar zal ik het zoeken. In dat laatste hoofdstuk wordt de secretaresse aangeraden, toch vooral een priv├ę kaartenbak aan te leggen, met daarin de belangrijkste, nuttigste dingen voor een goede bedrijfsvoering. Zo'n kaartenbak is samen met de termijnmap, termijnkaartsysteem en agenda het fundament van de secretaresse.

Er bestond nog geen Office, daarom moest elke brief getypt worden. En ondertekend, door de directeur. Daarom staat er iets in over tabellen typen, over het maken van een planbord en het al eerder besproken kaartsysteem.

Het moest allemaal nog zonder Outlook, Word, een printer, een fax, een mobieltje of een centrale. Ik had het best willen worden, secretaresse. Toen was het een verantwoordelijke functie. Als ik het lees, oogt het leuk. Dat is het nu, met al die techniek, al lang niet meer. Want laat die je eens niet in de steek, dan wordt deze wel misbruikt. E-mailen in plaats van een belletje. Of complete stress als het netwerk weer platligt en je niets meer kan. Want alles is geautomatiseerd, nu. De kaartenbak van vroeger kon niet crashen.

01 juli 2009

Wie had dat gedacht, Michelle?


Bij elk nieuw of tweedehands boek dat ik koop, schrijf ik er de datum van aanschaf in. Dat doe ik al zo lang ik boeken koop. Wie had dat gedacht, Michelle? is een van mijn eerste zelf gekochte boeken. 11 juli 1986. Ik had het al een paar keer in de bibliotheek geleend en wilde het nu graag zelf hebben.

De Kluitman Jeugdserie was betaalbaar. Onze kantoorboekhandel had achterin zijn winkel zo'n smalle, witte kast staan, en daar stond deze ook tussen. Geschreven door Inge Neeleman. Een pseudoniem van Helen Taselaar, zo begreep ik later. En wederom met mooie illustraties van Herry Behrens. Een leuk verhaal, ook nu nog.

Michelle Dumas, eenentwintig, werkt op een kantoor, maar daar heeft ze het niet zo naar haar zin. Liever bezit ze een eigen winkeltje. Daarvoor studeert ze in de avonduren aan haar middenstandsdiploma. En net, voor ze dat haalt, komt er een winkeltje te huur. Het snoepwinkeltje van vroeger. Michelle slaagt voor haar middenstandsdiploma en zet zich, met haar broer Marc aan het klussen.

Ze komen uit een kunstzinnige familie. Vader Jean is amateurschilder en bezit een galerie, moeder Marie is handwerklerares. Marc werkt ook op kantoor. Hij is bevriend met Edward Vermaire, de zoon van de baas. En heeft zijn hart verloren aan Monique, de zus van Edward.

Het klikt goed tussen de beide broers en de beide zussen. Monique wordt een vriendin van Michelle, en Michelle en Edward worden het samen zeer eens. Twee vrienden, twee vriendinnen en twee stellen. Schoonzus en vriendin, vriend en zwager. Combinaties die in het dagelijks leven ook wel eens voorkomen.

Het verhaal van Michelle was een van de eersten van Helen Taselaar. Later zou ze de ingredi├źnten nog vaak herhalen. Want Michelle vindt Edward onuitstaanbaar, in eerste instantie. En dan is er nog de rivale, die in dit geval Francoise heet, maar die ook hier een ander krijgt, waar ze meer van blijkt te houden.

Verder speelt het verhaal zich grotendeels af in 't Grasduintje, de winkel van Michelle. Echte opzienbarende dingen gebeuren er niet. Maar het is wel heel gezellig. Bij Michelle thuis ook. Ik kon me er zo iets bij voorstellen. Goed geschreven. Ja. Dat vind ik eigenlijk nog steeds.

Inge Neeleman of wel Helen Taselaar, was helemaal geen tiener meer, al doet de naam van de serie anders vermoeden. Ze was al een echte vrouw toen ze het schreef. Het is de suggestie dat de schrijfster door haar leeftijd dicht bij haar lezers zou staan. En daarin is Uitgeverij Kluitman zeker geslaagd.