29 december 2012

Op kamp met manege Picadero

Het moet er maar weer eens van komen, een kamp met de manege. In het verleden heeft vader Van Dalsum het ooit een keer gedaan samen met zoon Joost. Maar toen hadden ze zich slecht voorbereid, en werd het dus een puinhoop. Dit keer gaan ze met een betere voorbereiding op pad.

Behalve Joost, gaan ook Sylvie en Yvonne mee. En Wendy van Dijck - dat was in de jaren tachtig nog gewoon synoniem voor uitsluitend 'verzinsel van de schrijfster' - zal ze vergezellen. Dat is een kleuterleidster. Komende herfst kan ze een baan op een school krijgen, maar tot die tijd helpt ze op de manege.

Er zijn genoeg belangstellenden en er is een geschikte kampeerlokatie gevonden. De Ranch heeft bos, strand, blokhutjes en een speeltuin. Bovendien logeert er op het zelfde moment nog een manege met een stel kinderen. Eigenaar van Het Gouden Hoefijzer is Rex van Oosten. Een knappe man, die het hart van menig jong meisje op kamp al meteen sneller laat kloppen. Maar Wendy past daar voor. Die leeftijd heeft ze gehad. Bovendien is er Vanessa. De collega van Rex.

Aardig is Vanessa niet, en met kinderen omgaan kan ze ook al niet. Ze kijkt alleen maar om naar haar uiterlijk, zelfs een föhn mee op kamp nemen is heel gewoon voor haar. Niemand van Picadero vindt haar een aanwinst. Wendy kan haar hoe langer hoe minder goed uitstaan. Ze is jaloers, zo, als ze nog nooit geweest is. En waarom is ze zo jaloers? Daar komt ze niet meteen achter. Maar het heeft natuurlijk met Rex te maken. Al weet ze dat zelf nog niet. Jij, als lezer wel.

Het is een kamp met paarden en pony's. Dus worden er ritten georganiseerd. Er is een kampvuur met muziek en er is een bonte avond. En omdat het dus de jaren tachtig zijn, worden er op een avond dia's van Picadero vertoond. Er zijn een paar jongens die 's nachts de boel op stelten zetten, de meiden willen niet slapen en er is er een die iets met de paarden uithaalt.

En er is natuurlijk wraak van Vanessa, wanneer die er achter komt, dat Rex en Wendy iets met elkaar hebben gekregen. Viel Rex bij het uitje met Vanessa nog in slaap, bij Wendy gaat het er allemaal heel anders aan toe. Dat was een serieus uitstapje met verstrekkende gevolgen. Vanessa laat het er wederom niet bij zitten verzint een list om ze uit elkaar te krijgen. Iedereen trapt er in en Rex heeft geen idee wat er in een keer is gebeurd.

Ja, en ook hier komt het goed. Ook hier blaast de verliezer na een heftige woordenwisseling de aftocht en ook hier sluiten de geliefden elkaar na afloop in de armen. Als het kamp er op zit, er vriendschappen zijn gesloten en er wederom een man en een iets jongere vrouw elkaar in de armen hebben gesloten. Een knappe vrouw die verre van damesachtig is en een man, die arrogant lijkt maar dat niet blijkt te zijn. Het bekende recept. Op naar een nieuw verhaaltje in deze serie.

15 december 2012

Gaade's grote party-boek

Het begrip feest mag dan niet voor iedereen hetzelfde inhouden, het wekt wèl vrolijke en gezellige associaties. Zo begint de eerste zin van de wervende tekst aan de binnenkant van het omslag. Feestvieren is een kunst die geleerd kan of moet worden, zo staat er even verder op. En feesten organiseren en een ideale gastheer of gastvrouw zijn, is een grotere kunst. Een reden voor een boek dus. Een boek over feestjes geven en de bijbehorende etiquette. Al weer een boek over feestjes geven en etiquette. Want ze verschenen bij tientallen, zo in de jaren vijftig en zestig. Ik heb er inmiddels al een heleboel.

Dit exemplaar is een uit het Duits vertaalde versie, voor Nederland uitgegeven bij Gaade in Den Haag. De hoofdstuknummers zijn uitgeschreven. Hoofdstuk een begint met De 'vijf w's voor het geslaagde feest'. Diezelfde vijf w's zijn ook al om de omslagtekst voorbij gekomen. Waarom, wanneer, waar, wie en wat. Zo'n rijtje dat ook gebruikt wordt als je een zakelijke tekst moet schrijven. Of een marketingcampagne op wil zetten.

Hoofdstuk 2 heet Dienstregeling voor feesten en partijen. Het hoofdstuk begint met de mooie volzin: De eerste schrede op de lange weg van voorbereiding is het vaststellen welk soort feest u wilt aanrichten. En dan volgt er een lange rij van feesten in soorten en maten. Cocktailparty, gardenparty, grill-party, housewarmingparty. Enzovoort.

Hoofdstuk 3 is getiteld: Spelletjes voor grote mensen. Want ja, dat schijnt ooit serieus te zijn uitgevoerd. Ik kan me er niets bij voorstellen en het klinkt me zelfs een beetje bespottelijk in de oren. Maar ik heb meer etiquetteboeken over het organiseren van feestjes, waar deze suggestie wordt gedaan. Al is dit de eerste keer, dat ik er een heel hoofdstuk over lees. Eigenlijk kun je volwassenen alle spelletjes laten doen, die je op een kinderfeestje ook doet. Woorden raden, iemand de kamer uitsturen en dan degene laten raden, wat er intussen binnen is veranderd, stoelendans...

Er is nog een vierde hoofdstuk, en dat gaat over Tienerparty's. Een vijfde met Tips voor feestelijke en plechtige gebeurtenissen. Een zesde over Kinderpartijtjes, het zevende is Allerlei over dranken en drankjes, het achtste is getiteld Een kijkje achter de schermen en in de keuken. En daarmee eindigt het boek. Geen inhoudsopgave, geen index op trefwoorden. Dingen terugzoeken is er dus in dit geval niet bij. Maar misschien hoeft dat ook niet.

Want het is een bladerboek, met rechts van de tekst een ruime marge, waarin, cursief gedrukt, samenvattende zinnen staan van de tekst. Door eerst rechts de tekst te lezen en vervolgens links de tekst, vind je ook precies dat wat je had willen vinden. Zelfvertrouwen. De verlegen gast. Een eregast. Veel sausen zijn klaar te koop. Het gerucht dat wordt verspreid. De puntjes op de i.

Tekeningen staan er nauwelijks in, foto's ook niet al te veel. Alleen het hoofdstuk over dranken en drankjes bevat een paar afbeeldingen op glanspapier. De uitgever gaf ook nog een boek uit over wijnen en een apart spelletjesboek. Die beide boeken bezit ik niet. Misschien kom ik ze ooit nog eens tegen. En schaf ik ze dan aan.

Gaade's grote party-boek verscheen oorspronkelijk in 1967 bij de Moderne Verlags-GmbH te München, onder de titel: Das grosse Party-Buch.

09 december 2012

Ik doe alles zelf

Van de serie Maraboe Flash bezit ik een groot aantal deeltjes. Ze staan, naast elkaar in een van mijn boekenkasten. Als je ze zo allemaal achter elkaar ziet staan, valt op, dat het 'mannen' en 'vrouwen' onderwerpen zijn. Het gaat óf over knutselen óf over koken. Over schaken of over handwerken. Dat idee. Ik doe alles zelf is zo'n mannenboekje. Zoals bij alle Flash boekjes is de titelpagina een stuk vollediger dan het omslag. Van onderhoud tot zelf maken : Ik doe alles zelf : Timmeren : deel 1, staat er. Of de boekjes in de jaren zestig ook in de bibliotheekcollectie opgenomen zijn geweest, weet ik niet. Maar de  bibliothecaris had er een leuke puzzelmiddag aan gehad. Wat is nu precies de titel?

De inhoudsopgave, die, zoals steeds,  Deze Flash in een oog opslag heet, waarbij het woord oog getekend is, verklaart de omvangrijke titelpagina. Deze Flash is de eerste in een reeks hobby-boekjes, zo staat er. Er zullen nog vele deeltjes volgen, gewijd aan diverse knutselhobby's, met betrekking tot schilderen, de omgang met electriciteit, - met een 2x c, inderdaad, zo werd het toen nog geschreven, het aanleggen en monteren van muziekapparaten en -toestellen enz.

Het eerste deeltje van een serie binnen een serie dus. Ja, er zijn inderdaad nog meer deeltjes doe het zelf verschenen. Die bezit ik ook. Daarover een andere keer meer. Dit deel dat dus over timmeren gaat, stelt de lezer weer een aantal vragen, waarna het antwoord op een bepaalde pagina wordt gegeven. Van oriëntatie, naar aankoopadviezen, naar aankoop, naar handleidingen voor gebruik, via vakmanschap, de plaats van het knutselen tot de functie er van. Want samen met uw zoon knutselen kan leuk en heel verantwoord zijn. De ideale plek om te knutselen is dan ook de ruimte waar de kinderen spelen. In de speel- en hobbykamer.

Ook in deze Flash weer een groot aantal tekeningen, om alles duidelijker te maken. En aan het eind van het boekje een beknopte inhoudsopgave, waarin, chronologisch in trefwoorden is omschreven waar wat te vinden is. En daarbinnen in sub trefwoorden. Zo omvat het hoofdstuk Monteren informatie over Pleisteren, Lijmen en Solderen en het hoofdstuk Waar? informatie over onder andere Gereedschapskist, Werkkast en Werkplaats. Altijd handig. Of, zoals het eerste hoofdstuk aanmoedigt: Stroop uw mouwen op!

'Ik doe alles zelf 1: Timmeren' verscheen oorspronkelijk bij uitgeverij Gérard & Co, te Verviers, onder de titel:'Je fais tout moi-même (tome 1)'.

Meer over Maraboe Flash is te lezen op deze (deels Franstalige) website.

11 november 2012

Zomer op manege Picadero

Mariëtte en Joost van Dalsum wonen gelukkig als jong paar op de manege Picadero, zo begint de achterflaptekst van Zomer op Manege Picadero. Een verwijzing naar het voorafgaande deel. Patty Rijnders kan na haar eindexamen moeilijk werk krijgen, zo gaat het verder. Wat deze zin met de vorige van doen heeft, weet ik niet. Misschien had deze zin beter als eerste zin kunnen worden opgenomen. Zij houdt veel van paarden en gaat tijdelijk op Picadero werken. Erik Ehrhardt studeert voor dierenarts en helpt Joost en Mariëtte op de manege in de drukke zomermaanden. Tussen Patty en Erik ontstaat vriendschap. Als er op ongelukkige wijze brand uitbreekt en Patty "Stranger" redt, is het de gesloten Erik die Patty met gevaar voor eigen leven, moedig uit de vlammenzee haalt. Ondanks dat blijft er een kloof tussen Patty en de sympathieke Erik. Een kloof die hij moeilijk kan overbruggen...

Puntje, puntje, puntje. Zou het goed aflopen? Daarvoor moet je het verhaal dus gaan lezen. Een achterflaptekst moet uitnodigen tot lezen. Dat doet de eerste zin al meteen. Wie nog niet wist dat Mariëtte en Joost inmiddels gelukkig samen zijn, zal op zoek gaan naar de eerdere delen uit de serie. De naam Stranger, die tussen haakjes staat, verwijst naar een paard. Dat had de uitgever ook gewoon kunnen vermelden. Door de naam tussen haakjes te zetten wordt gesuggereerd dat het hier om een vreemdeling gaat. Wie dan? Wat dan? Nieuwe lezers zullen geprikkeld worden, dit deel te gaan lezen. En doorgewinterde Picadero fans zullen de naam van het paard herkend hebben, aangezien het al eerder een hoofdrol speelde in een verhaal in deze serie. En daarom dit deel ook gaan lezen. Al met al een heel sterke achterflaptekst.

Picarta houdt de samenvatting wat eenvoudiger: liefdesperikelen tussen twee vakantiehulpen op de manege, zo meldt zowel de eerste druk uit 1982, met illustraties van Reint de Jonge, als de zesde uit 1990,  met illustraties van Gerda van Gijzel. De recensies zijn in beide gevallen uiterst kritisch: Het is een uitwerking van het geijkte patroon, zo meldt de eerste druk, ontmoeting, liefde bijna op het eerste gezicht, verwijdering door onbegrip, goede afloop. Oppervlakkig geschreven verhaaltje, boordevol toevalligheden. Paardenliefhebbers zullen teleurgesteld worden: paarden komen nauwelijks aan bod.

Zoetsappig verhaaltje, zo staat er over de zesde druk te lezen, waarin de hoofdpersonen zonder uitzondering ontzettend aardig zijn, overlopen van nobele gevoelens en waarin moeilijkheden alleen ontstaan door misverstanden. Ook hier wordt vermeld: dat de indruk wordt gewekt, dat er nogal veel aandacht aan paardrijden wordt besteed, hetgeen niet het geval is; de manege speelt alleen een rol als decor. 

Zoetsappig of niet, onterechte indruk dat het om een paardenroman gaat of niet. Best mogelijk, die veel te aardige hoofdpersonen. Ja, oppervlakkig en vol toevalligheden. Ja, volgens het geijkte patroon. Maar teleurgestelde lezers heeft het boek niet gehad. Het barstte van de fans van Helen Taselaar en haar manege Picadero. En ondanks de vernietigende recensies heeft elke bibliotheek het aangeschaft. Er werd hier niet vermeld, wat in sommige recensies wel werd geadviseerd, na een vernietigend oordeel. Al vinden wij recensenten het dan niks, u als bibliotheek wordt met klem aangeraden het aan te schaffen. Want het zal worden gelezen. Dat weten we zeker.

Als ik Helen Taselaar was geweest, zouden tevreden lezers ook het enige zijn, waarvoor ik schreef. Niet voor de heren en dames recensenten. Want succes heeft ze er zeker mee gehad. De boeken zijn veel verkocht. Zes drukken, die krijg je echt niet zo maar.

06 november 2012

Zuster Nonnie

Onlangs gekocht op een markt, bij een "doe maar vijftig cent" verkoper. Eenmaal thuis met mijn buit, eens nagezocht, wat er gevraagd wordt, voor dit exemplaar uit 1937. 15 euro, zo gemiddeld. Dat is dus dertig keer zo veel, als ik goed reken. Je hebt soms nog van die mazzeltjes. Dit was er dus zo een.

Een vroege Borrebach, met drie zwart-wit illustraties en een in linnen gebonden omslag. Toen Uitgeverij Kluitman nog Gebr. Kluitman heette, en nog werkelijk in Alkmaar zat. Uit de serie 'De nieuwe leeskring', waar ik meerdere titels van bezit. De serie, waar de titel op de rug in de breedte is geschreven, zodat er in de lengte nog ruimte overblijft voor een extra tekening van Borrebach. Ditmaal is het een stoomboot, die verwijst naar de tocht naar Indië, die de hoofdpersoon helemaal alleen maakt. Nonnie van Kol heeft net haar eindexamen achter de rug, als ze terug gaat naar Indië, waar haar vader bankdirecteur is.

Het verhaal bestaat uit twee delen, en anders dan de titel doet vermoeden, gaat alleen het tweede deel over Nonnie die in het ziekenhuis gaat werken. In het eerste deel wordt eigenlijk alleen de bootreis naar Indië besproken, die vier weken duurt. Er is een stop in Southampton, in Lissabon, ze varen dagen achtereen door het Suezkanaal. En ondertussen is er aan boord van alles te doen en leert Nonnie veel mensen kennen. Zo veel, dat het je als lezer duizelt. Eigenlijk hoef je er maar een te onthouden. Die van de jonge scheepsarts. Joop Gerlings. Dat wordt haar echtgenoot. Hij is op de een of andere manier al een bekende van Nonnie, maar hoe, dat wordt niet direct duidelijk.

Al meteen in het eerste hoofdstuk wemelt het van de namen, die niet verder worden uitgelegd. Of dit vervolg op een eerder deel is, waarin de personen worden geïntroduceerd, blijkt nergens uit. Er staan geen verwijzingen in, zoals dat anders meestal wel gebeurt, in het geval van een vervolg. Aan boord ontmoet Nonnie onder meer een Engels echtpaar met drie dochters. Waar andere schrijfsters kiezen voor één enkele zin in het Engels, om aan te geven dat het om buitenlanders gaat, daar kiest deze Nannie Franken er voor, om elke dialoog in het Engels te beginnen, met in een voetnoot de vertaling, en vervolgens in het Nederlands verder te gaan. Het maakt het verhaal lastig lezen.

Na de pretjes aan boord is het tijd voor het serieuzere werk, terug in Nederland. Nonnie wordt leerling verpleegster. Er volgen wat standaard gebeurtenissen, met verpleegsters en zieke kinderen, die in elk ziekenhuis meisjesboek wel voorkomen. Maar waar andere boeken de hoofdpersoon een ontwikkeling laten doormaken, daar kabbelt in dit geval eigenlijk alleen maar de tijd voort. Nonnie hoeft niets te ervaren, heeft geen pagina's lang omschreven moeilijkheden met zichzelf of anderen. Alles is even oppervlakkig. Nonnie viert haar negentiende verjaardag, als Joop haar ten huwelijk vraagt. Er is dan amper een jaar verstreken na naar boottocht. Hoewel fraai ingebonden, in oude spelling en inmiddels vijfenzeventig jaar oud, is het verhaal niet meer dan ontspanningslectuur. Het staat mooi in mijn kast met oude exemplaren. Dat wel. Want het is een puntgaaf exemplaar.

21 oktober 2012

Floortje

Floortje Vermeer is negentien en sinds kort in het bezit van haar HBS diploma. Een vijf jaar durende middelbare school opleiding, waar ze dus twee jaar langer over heeft gedaan. Waarom dat is, wordt in het verhaal niet duidelijk. Wel, dat Floortje hiermee op de drempel van de volwassenheid staat. Het speelt zich wederom af in het begin van de jaren zestig en in die tijd ging je na het behalen van je middelbare school diploma nog gewoon aan het werk, om een vak te leren.

Wat ze precies wil worden, weet Floortje niet. In ieder geval iets, wat haar voldoening geeft. Niet alleen maar werken voor het geld en anders niets. Het liefst werd ze verpleegster, en dat gebeurt ook. Ze heeft dan, tijdens een vakantie bij haar tante Trix en oom Diederik in Den Haag, Hans Ferwerda al leren kennen. Een medisch student van drieëntwintig, zoon van vrienden van haar oom en tante. Hans is lang haar grote liefde, maar ook een student die het leven niet zo ernstig neemt en met andere meisjes flirt. Dat maakt, dat Floortje uiteindelijk hun relatie beëindigt.

Wanneer stap je eigenlijk die drempel over. Wat is een huwelijk waard. Wat, als er in een huwelijk geen kinderen komen. Hoe geef je je leven zin. Deze grote levensvragen houden Floortje bezig. Opmerkelijk, voor een meisje van negentien. Het verhaal draagt haar naam, maar gaat tegelijkertijd ook heel veel over de mensen om haar heen.

Het niet zo gelukkige huwelijk van Els, haar zus, en Karel. Een huwelijk dat gered wordt door de komst van een baby, Herman. Een zoon die naar zijn opa heet, gelukkig waren Karel en Els niet zo modern om zo maar een naam te kiezen, maar wilden ze wel degelijk nog vernoemen. Waarmee de schrijfster meteen een oordeel heeft over de samenleving van toen.

Mevrouw Kapitein had over meer dingen een mening. Een huwelijk zonder kinderen wordt oppervlakkig en leeg, zeker dat van een vrouw. Tante Trix mag dan heel veel om haar nichtjes Els en Floortje geven, haar geluk wordt pas compleet als ze een pleegkind te verzorgen krijgt. Dan maalt ze  niet meer om modieuze toiletjes, maar heeft ze het verlangen, dat diep in haar hart verborgen lag en waar niemand van wist, pas beantwoord.

Een student is pas wat waard, als hij niet op het geld van vader teert, maar werkt voor zijn studie. Daarom laat ze de vader van Hans overlijden, zodat de familie niet meer zo luxe leven kan en Hans de kost zelf bij elkaar moet verdienen. Dan doet hij wel wat langer over zijn studie, maar heeft hij wel ingezien dat het leven iets minder oppervlakkig in elkaar zit, dan hij aanvankelijk dacht. Pas dan kan hij weer aan een relatie met Floortje beginnen.

Want ware liefde is de boodschap om met elkaar verder te gaan. Niet met iemand, die je zo maar aardig vindt, zoals Floortje en Henk Wassink. En als je niet trouwt, moet je zorgen dat je in je werk je ziel en zaligheid kwijt kunt. Zoals Floortje's oudere collega Ria, die door bemiddeling van haar oom, directrice van een verzorgingshuis wordt.

Er zitten talloze boodschappen, levenslessen in dit boek. Daarom werd het ook uitgegeven door Callenbach. Deze protestants-christelijke uitgeverij zag dergelijke vragen graag beantwoord. Liefst met hulp van God en ook die wordt genoemd. Hans Borrebach maakte er een frivole, niet bij het verhaal passende omslag bij. Van een meisje met blond krullend haar, bruine ogen, mascara, rode lippen en gemanicuurde handen. Zoals hij dat altijd deed. Alleen met zo'n omslag leek een boek werkelijk te verkopen. Al was de inhoud dan totaal iets anders dan het omslag suggereerde.

Het leven is geen oppervlakkig beetje zwemmen in zee en zonnebaden aan het strand. Het leven is ernst. Daarvan ben je al overtuigd, zodra je van de middelbare school komt. Nu alleen nog even zien, hoe je dat het beste kunt gaan invullen.

16 oktober 2012

Annewieke

Opnieuw een vlot, gezellig verhaal van de schrijfster, die door haar zo veel gelezen Goud-Elsje serie bij tienduizenden meisjes bekendheid kreeg, zo begint de uitgever de wervende tekst op de flap van het omslag. Op de haar prettige, zonnige wijze geeft Mevr. De Lange-Praamsma hier de geschiedenis van Annewieke, die met het hele gezin en een nichtje uit Amsterdam haar vacantie gaat doorbrengen op een Veluwse boerderij.

Annewieke lijkt inderdaad heel erg op dat andere succesverhaal van de schrijfster. De door Rie Reinderhoff gemaakte tekening tegenover de titelpagina is bijna identiek aan de tekening tegenover de titelpagina van Goud-Elsje draagt een dubbele naam. Ook de beschrijving die Max de Lange-Praamsma haar hoofdpersoon meegeeft, doet aan Goud-Elsje denken. Annewieke heeft ook lichtblond haar, dat van nature een beetje golft, al heeft ze het dan niet in twee vlechten, maar kort. En ze heeft, net als Els, aardige, blauwe ogen. Haar moeder wordt omschreven met juffrouw Verweel, zoals Els' moeder met juffrouw Berkhout wordt aangeduid. Merkwaardige aanduiding voor een getrouwde vrouw, in die tijd.

Moeder Verweel is een wijze vrouw, die haar soms wat al te kortzichtige dochter op een milde  manier opvoedt, door haar er op te wijzen, dat haar manier van handelen niet goed is geweest. Door haar haar fouten te laten inzien. Precies zoals moeder Berkhout dat doet. Broer Frank zit op het gymnasium, net als Els' broer Joop. Meneer Verweel is een blonde reus, op wie Annewieke sprekend lijkt. Max de Lange had een voorkeur voor dergelijke mannen, want Els' haar Taco was ook blond en fors.

Tante Lucie, de moeder van Agaath, is niet sterk en moet veel rusten, zoals Lotty, de vriendin van Els. De vakantie naar het Berner Oberland gaat nu niet door. Ankie en Uco, die Els leert kennen in het tweede deel van de serie, zijn ook op weg naar een vakantie in het Berner Oberland.

De moeder van Annewieke heeft een hulp in de huishouding. Dat had de moeder van Els niet. Die deed nog alles zelf. In het gezin Berkhout heerste geen weelde, wat hier in het gezin Verweel toch al wel iets meer duidelijk is. Verweel is ook de naam van een van de pensiongasten in het pension waar Elsbeth werkt.

Dit verhaal is jonger dan de Goud-Elsje serie. En het bleef ook bij een deel. Het werd geen reeks van tien. Of Max de Lange-Praamsma het op verzoek van haar uitgever geschreven heeft, omdat de Goud-Elsje reeks zo'n succes was? De uitgever verzuimt in elk geval niet, de serie nog eens te noemen op de achterflap van het omslag.

Een serie, die door haar prettige, warme en vooral ongekunstelde sfeer zo vele meisjesharten veroverde, zo noemen ze het. Er zit een climax in deze boeken, die in het laatste deel z'n hoogtepunt bereikt. Met het laatste deel werd in dit geval Riet Berkhout bedoeld. Daarna zouden er nog drie delen verschijnen. Waarmee de serie dus over het hoogtepunt heen zou moeten zijn. Dat van die climax begrijp ik ook niet zo. Ik ken de serie uit mijn hoofd, maar zo heb ik het nooit begrepen.



07 oktober 2012

Zelf kleurenfoto's maken



Het is een reeks in een reeks, eigenlijk, dit boek. En daarbinnen dan weer het eerste deel. Hoe je zoiets bibliotheektechnisch ooit in een catalogus op zou moeten nemen, weet ik niet. Een kaartcatalogus wel te verstaan, want ik schat dit boek uit het begin van de jaren zestig.
Betere kleurenfoto's maken is als eerste deel in de serie Kleurenfotografie voor iedereen verschenen. Het tweede deel, Het zelf afwerken van uw kleurenopnamen, bezit ik ook. Daarover een andere keer meer. Dit boek verscheen in de Hobby serie, van Uitgeverij Veen. Moderne dansen, van de dansleraar Victor Silvester, werd ook in die serie uitgegeven. Bezit ik eveneens, daarover eveneens een latere keer meer...

De fotoboeken van Borrebach zouden in deze serie nog een aantal keren worden herdrukt, omdat hij als estheet, vond, dat ze snel verouderd raakten. Dit exemplaar moet een van zijn eerste boeken in de serie zijn geweest. Een geblondeerde dame siert het omslag, de naam van de auteur is in de bekende vormgegeven letters weergegeven. Onder aan, in een rode band, staan de verschillende onderwerpen beschreven, die overigens niet gelijk zijn aan de hoofdstuktitels.Dit alles moest de koper over de streep trekken, het boek aan te schaffen, ook zonder dat hij het boek door hoefde te lezen. Een man, ja. Want fotograferen en afdrukken was mannenwerk. 

Het is een technisch verhaal, geïllustreerd met een aantal kleurenfoto's op glanspapier, waarop zo af en toe een donkere dame in miniem kostuum te zien is. De tweede mevrouw Borrebach, al wist de lezer dat niet. Hans Borrebach gebruikte zijn goed-uitziende echtgenote heel regelmatig voor zijn fotowerk. En voorzag zijn afdrukken vervolgens van passende bijschriften. Wanneer we iets bijzonders voor de lens krijgen,maken we het liefst meerdere schoten in verschillende poses. Dat soort taal.

Halverwege zijn boek maakt hij alvast even reclame voor het tweede deel in deze serie, door heel summier iets te vertellen over het ontwikkelen van foto's. En er vervolgens bij te vertellen, dat, wanneer de lezer daar meer over zou willen weten, hij het beste ook Het zelf afwerken van uw kleurenopnames kan aanschaffen. 

Mijn vader was ook al vroeg in het bezit van een fototoestel, al heeft hij zijn films nooit zelf ontwikkeld. Maar de kleurenafdrukken kwamen pas, toen ik al was geboren. Omdat het anno 1974 pas betaalbaar en gangbaar werd, je foto's in kleur te (laten) afdrukken. Dit boek is zeker tien jaar ouder. Borrebach laat de lezen in de waan, dat het allemaal heel vanzelfsprekend was, toen. Dat was het absoluut niet. Zelfs de trouwreportage van mijn ouders - 1971- bevat maar vijf kleurenfoto's. En die was dan nog wel gemaakt door een professionele fotograaf, niet door de amateur, die Borrebach wil aanspreken. 

Betere kleurenfoto's maken telt vijftien hoofdstukken, een slotbeschouwing en een index. De slotbeschouwing is, als altijd weer een mooie overweging die je een kijkje geeft in de belevingswereld van de schrijver. En in dit geval is hij hoopvol voor de toekomst, aangezien hij eindigt met: Dit wordt dus géén afscheid. Ik wens u goed licht en een briljant kleurresultaat.

Een soortgelijk boek over kleurenfotografie zou hij even later bij Veen opnieuw uitgeven. Kleurenfotografie I. Ook dat boek bezit ik. Het mag een herdruk lijken, dat is het beslist niet. Even verderop in de jaren zestig schreef hij vol enthousiasme gewoon een totaal nieuw boek over de wondere wereld der kleuren.

29 september 2012

Goede raad

Dit is er weer zo eentje van voor de oorlog, waar nog over zoovele menschen wordt geschreven. En waar het voor ieder onzer hij zij groot of klein is, in plaats van voor ieder van ons, groot of klein.
Een ouderwetse spelling. Maakt het al meteen een stuk leuker, om door te bladeren.

De ondertitel luidt: geïllustreerde vraagbaak voor het huisgezin, samengesteld door practicus.
Waarbij practicus dan een synoniem is voor een redactie, bestaande uit een publiciste, een leerares aan het Haagsch Conservatorium, een oud redacteur van de Haagsche Post, een rechtsgeleerde, een letterkundig hoofdredacteur van het Weekblad "Vandaag", een leeraar Klein Seminarie en een Journalist. Alleen dat overzicht al, geeft aan dat het heel lang geleden is uitgegeven. Beroepen en tijdschriften, die al lang niet meer bestaan.

Het boek is opgedeeld in tien hoofdstukken en daarbinnen in trefwoorden. Die staan niet alfabetisch of systematisch gerangschikt, maar eerder willekeurig. Maakt het niet handig om iets in op te zoeken, maar misschien was dat de bedoeling van de redactie ook niet. Gelukkig staat er achterin dan wel een alphabetisch register, waarin alle trefwoorden zijn opgenomen. De lijst begint ook in dit geval weer met Aalbes - dit soort fruit kom je vaker als eerste woord in een handboek tegen - en eindigt met Zwemmende waren.

Het boek is in kolommen opgedeeld en het register verwijst dan ook naar de betreffende kolom waar het te vinden is. Wanneer je dan zo'n trefwoord terugzoekt, blijkt het weer niet per definitie een van de vetgedrukte trefwoorden te zijn, maar een woord dat, om een vakterm te gebruiken, freetext is gebruikt. Zwemmende waren bevindt zich dus 'ergens' in de kolom Goederenbeurs, voorafgegaan door Speculeeren en gevolgd door De bovenbouw. Kortom: lastig terugzoeken.

Tussen de tekst door staan een aantal zwart-wit foto's die op glanzend papier zijn afgedrukt, iets wat duur was, in die tijd. Elke foto heeft een onderschrift, wat ook weer prachtig proza oplevert: Een keuken van ideale indeeling en waarin niets ontbreekt, bijvoorbeeld, of De Amerikaansche wijze van tafeldekken: idividueele kleedjes onder de borden.

Op het register volgt nog een inhoudsopgave, waarin de tien hoofdstukken worden genoemd, met daarachter de verschillende thema's die er in worden behandeld. Maar dan weer niet uitputtend. Zo wordt het hoofdstuk Wij kennen andere menschen en weten met hen om te gaan gevolgd door de omschrijving: etiquette, feestjes, brieven, omgangsvormen, enz. Dat enzovoort blijkt het slot van elke omschrijving te zijn. Word je als lezer ook niet veel wijzer van.

Het boek eindigt met een reclame voor Kalzan. Het calcium natrium voedsel. Breng gezondheid in uw gezin. Kracht en gezondheid zijn de bron van harmonie en geluk. En zo gaat het nog een tijdje door in jaren dertig taal. Onder aan de advertentie staat een verwijzing naar hoofdstuk I in het boek: "Wij zijn menschen en houden lichaam en geest gezond".

Tot slot is er nog een reclame voor de K.N.A.C., ofwel de Koninklijke Nederlandsche Automobiel Club, aangezien de finantiëele voordeeelen van het lidmaatschap der K.N.A.C. het jaarlijksche contributiebedrag van fl. 25,- verre overtreffen, terwijl het entréegeld is afgeschaft. Zie ook hoofdstuk VII: "Wij ontspannen ons graag en doelmatig".

Het digitale boek der Nederlandse letteren heeft er nog scans en een ongecorrigeerd OCR bestand van opgenomen. Grappig.

15 september 2012

Annemieke-omnibus


Annemieke en de club van Jan-pak-an was een van de eerste meisjesboeken die ik las. Ik kreeg het als tweede hands exemplaar van mijn buurvrouw. Zij had het ergens als afgeschreven boek op de kop getikt. Het was 1983, en het boek was op dat moment toch al dik twintig jaar oud. Niet veel later vond ik in de bibliotheek de Annemieke-omnibus, die ik prompt leende. En bleef verlengen, om 'm aldoor weer te lezen. De club van Annemieke bleek het tweede deel van een reeks van vier te zijn. Naast Annemieke van Oven, Annemieke en het stekelvarken en Annemieke zwaait af.

Zo'n tien jaar later begon ik fanatiek te sparen. Anneke Bloemen, pseudoniem van A.M.G. Geurts-Govers, bleek, aldus de vakliteratuur, schrijfster van stereotype meisjesromans. Na Annemieke zou ze een serie over Polly schrijven (vier delen), daarna over Loesje (zes delen), vervolgens over Merel (vijf delen) en Wies (vier delen). Daarna, Anneke was inmiddels al wel twintig jaar bezig, volgden nog series over Tanja en Juultje. Ik zou ze bijna allemaal bij elkaar weten te sparen en ten slotte ook allemaal weer weg gooien. Omdat de vakliteratuur gelijk had, zo ontdekte ik na het lezen van haar verhalen. Het was stereotype en het kwam allemaal op hetzelfde neer. Dat ging vervelen.

Maar ooit is Anneke begonnen met Annemieke. En die omnibus heb ik laatst toch maar weer tweedehands aangeschaft. En herlezen, na zeker twintig jaar. Wat viel alles ineens weer op zijn plek. Vader Hans, die dokter is, en moeder Mies. Ans, de hulp in huis. Haar broers Frits, Jan, Hans en het nakomertje Bobbie. Hoe Annemieke hoort, dat ze een aangenomen kind is (eerste deel), veel vriendschappen sluit (tweede deel), kennismaakt met een jonge plaatsvervanger van haar vader (derde deel) en haar gymnasium-diploma haalt, waarbij tevens een blik in de toekomst wordt gegeven (vierde deel).

De serie zou in de jaren zestig in tekst ongewijzigd blijven, maar wel met modernere tekeningen en omslag, worden herdrukt. Om in de jaren zeventig, met alweer een gemoderniseerde omslag, opnieuw worden herdrukt. Ook nu bleef de tekst ongewijzigd. Uitgeverij Fontein gaf ze ook nog in pocketvorm uit.
Het moet met recht een succes worden genoemd.

Eenmaal in 1983 was ik zo dol op de omnibus, dat ik hem wel van de bieb zou willen kopen. Mijn moeder is nog voor me gaan informeren, of dat mogelijk was. Ik was elf en durfde het toen zelf nog niet aan de bibliothecaresse te vragen. Ze antwoordde dat het boek niet meer bij te bestellen was. Omdat het niet meer werd herdrukt.

Er is een tijd geweest, dat Annemieke en alle andere kopieën die Anneke Bloemen nog zou schrijven, veelvuldig op de rommelmarkt verscheen. Maar ook dat is nu over. Zou Anneke Bloemen eigenlijk nog leven? En uitgeverij Fontein, bestaat die nog wel?

Het verhaal van Annemieke werd nooit geïllustreerd door Borrebach en ze is ook niet zo onsterfelijk geworden als Joop ter Heul of Marijke Bovenkamp van Cissy van Marxveldt. Maar dat maakt mij eigenlijk niets uit. Dit is een van mijn eerste kennismakingen met het 'meisjesboek' geweest. En alleen dat al, maakt het boek bijzonder.


07 september 2012

Schaduw uit het verleden

Dit twintig jaar geleden uitgegeven boek is al zeker een jaar of tien veelvuldig te koop, in alles behalve een gewone boekhandel. Boekenvoordeel, De Slegte, Marktplaats, enzovoort. Mijn exemplaar kocht ik onlangs in een kringloopwinkel. Misschien is het een teken, dat een tweedehands boek zo veel in de verkoop te vinden is. Dat het in het reguliere circuit nooit echt goed verkocht is. Of dat de mensen die het ooit kochten, er nu weer vanaf willen.

Het verhaal, Schaduw uit het verleden,  is er een in onvervalste Taselaar-stijl. Met de bekende ingrediënten. Men neme: een knappe man, die al vroeg in het verhaal geïntroduceerd wordt. In dit geval heet hij Jordan Steenbergen. En vervolgens neme men een vrouwelijke hoofdpersoon die de knappe man niet kan uitstaan. Zij heet Kimm van Diepenbeek. Waarom Kim niet gewoon met één M wordt geschreven, geen idee. Het staat vreemd, zo met twee. Kennelijk heeft de uitgever er overheen gelezen of het geen bezwaar gevonden.

Misschien schreef Helen Taselaar de naam bewust met twee keer M, om deze te onderscheiden van die andere Kim, uit de Rode rozen voor Kim. Een boek van Helen Taselaar, dat ik al wel gelezen en in mijn bezit heb, maar nog niet in deze blog heb beschreven. De Kimm in dit verhaal heeft voor de verandering maar eens een paar jaar in Engeland gewoond. Daar willen ze nogal eens neerstrijken of op vakantie gaan. Josta, bijvoorbeeld, en Nienke. Julia gaat er heen.

Kimm heeft een zusje dat mannequin is. Net als Peggy en Ellen. Dit zusje heet Sonja en ze heeft trouwplannen met Laurens. De man, om wie Kimm ooit naar Engeland vluchtte. Het was eerst háár verloofde, voor hij zich met de veel knappere Sonja inliet. Maar nu, na zo veel jaar durft Kimm hen wel weer onder ogen te komen. Sterker nog, wanneer ze hem ziet, vindt ze hem eigenlijk oud voor zijn leeftijd geworden. Hij wordt al kaal en krijgt rimpels, terwijl hij nog geen dertig is. En hij is ook al geen man van daden, waar je als vrouw wat aan hebt.

Nee, dan Jordan. Om het verhaal nog iets meer streekroman te laten zijn, woont hij op een statig landgoed, De Olmenhof. Hij heeft er een kwekerij, maar hard werken hoeft hij blijkbaar niet. Hij is getrouwd geweest met het derde ingrediënt uit het verhaal, een jaloerse vrouw. Als de eerste vrouw van Vincent. Nee, mooi zijn en carrière maken moet je in de ogen van Helen niet willen doen, als vrouw. Lief moet je zijn, en onderdanig. Op de eerste plaats aan je echtgenoot, die teder maar ook heel veeleisend is.

Dan moeten er nog een paar ingrediënten bij. Een huishoudster, ter vervanging van  overleden ouders, of ouders die geen tijd voor hun kinderen hebben. Erwin had er een. En Edwin. Thierry. Peggy.  In dit geval is het Jordan, die wees is, maar het is al zo vaak voorgekomen, dat ik het niet eens meer uitschrijf, hoe veel mannelijke hoofdpersonen in deze verhalen al geen ouders meer hebben. Er moet nog een goede familieband bij, met een paar leuke broers, of zussen. In dit geval naast een zus, die bij nader inzien toch best aardig blijkt, ook al trouwt ze met je ex, twee broers, die ook nog eens goed bevriend met Jordan zijn. Jordan is dan ook de buurman van Kimm, zoals Dave dat van Elke was.

Er wordt weer een kind ten tonele gevoerd, Jesse, waar het eerder al Ronnie was, die het hart van de hoofdpersoon steelt. Er wordt gescheiden en als is dat nog niet mooi genoeg, ook hertrouwd en moeder geworden. Daarmee eindigt het verhaal. We zijn dan pas anderhalf jaar verder. In anderhalf jaar tijd dus je zus met je ex zien trouwen, de man van je dromen zijn echtscheiding laten doorzetten, zelf trouwen en een kind krijgen.

Met Schaduw uit het verleden bewijst deze populaire auteur andermaal in dit genre een topschrijfster te zijn, aldus de uitgever op de achterflaptekst.

De auteur bewijst andermaal veel te kunnen putten uit bestaand materiaal, wat mij betreft. Het zijn Kluitman Pockets met een beetje streekroman-jus. Bij kinderboeken gaat zulke fictie er nog wel in, maar voor een echt volwassen boek had Helen toch best wat kritischer naar dit manuscript mogen kijken. Of de uitgever. Maar die zag waarschijnlijk graag een bekende naam verschijnen in haar fonds. Wie weet, zag Kluitman er wel geen brood meer in, in dit manuscript en heeft ze het daarom naar Westfriesland opgestuurd. Dat soort dingen lees je niet op een achterflaptekst. Maar het zou heel goed kunnen.

23 augustus 2012

Libelle weet 't

Het was - of is misschien nog steeds wel - ook de titel van een van de vaste onderdelen van het gelijknamige tijdschrift. Waarschijnlijk destijds bewust zo gekozen. De ondertitel luidt De grote encyclopedie voor de vrouw. Het is een in groen kunstleer gebonden uitgave, uit 1969. Het omslag heeft een plaatsje gevonden in het archief van Het geheugen van Nederland, onder Spaarnestad Photo. Waar het per abuis 1970 als jaar van uitgave heeft gekregen. Het omslag is net zo grappig tijdgebonden paars als de band groen is.

Spaarnestad is ook uitgever van dit boek. Een gezaghebbende uitgeverij en drukkerij uit Haarlem, waarvan nu alleen nog maar het gelijknamige fotoarchief bestaat. Spaarnestad fuseerde tot VNU en ook dat verdween. Libelle wordt inmiddels al weer jaren uitgegeven door het Finse Sanoma.

Wat dit boek leuk maakt, is het voorwoord. En het daarop volgende Ten geleide. Dat laatste is geschreven , zoals al dit soort handboeken, door een directrice van een huishoudschool, die in dit geval officieel directrice van de Stichting Instituut voor Huishoudtechnisch Advies van de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen.
De uitgave van een encyclopedie voor de vrouw in een tijd waarin de vrouw de traditionele beperkingen schijnt te doorbreken die een geschiedenis van eeuwen haar beschermend heeft opgelegd, roept een aantal twijfels op, zo begint het Woord vooraf. De tijd van intieme handboekjes is immers voorbij; meer dan ooit bevleugelt de interesse van de vrouw het gehele bestaan van de mens. En dat is nog niet alles, ook in omgekeerde richting heeft een verschuiving plaats: wie zal ontkennen dat de traditionele domeinen van de vrouw, het huishouden, de opvoeding, de kookkunst, ja zelfs de mode en meer óók door de man betreden worden?

Dorine Holdert zegt in haar Ten geleide in haar woorden hetzelfde. Tien jaar geleden nog heette een  soortgelijk boekwerk 'Encyclopedie voor de Huisvrouw' en daarin werden dan ook alleen die onderwerpen behandeld die van bijzonder belang voor de vrouw heette te zijn, namelijk de zorg voor huis en gezin en verzorging van eigen uiterlijk.' Dat sprak in de jaren vijftig nog voor zich, tien jaar later heet het: het hedendaagse leven is felgekleurd, soms op het schrille af. maar ook nooit vervelend en ook niet suikerzoet. Het is goed, dat de vrouw daar in ieder opzicht deel aan heeft, al is haar leven daardoor minder 'veilig' en 'beschut' dan vroeger.

En na zo'n voorwoord volgen dan toch weer de alfabetische rangorde, beginnend met Aalbes en eindigend met Zijde. Er zijn nog steeds gekleurde afbeeldingen van handdoeken, al zijn die dan niet meer in uitsluitend pasteltinten. Er zitten nog steeds schema's in voor zaken als Welk speelgoed op welke leeftijd en Bekende kaassoorten. Ja, er zijn weer dwarsdoorsnedes van koe en varken, waarbij aangegeven wordt welk soort vlees zich waar bevindt. Allemaal net zoals tien, twintig, vijftig jaar eerder. Er zijn hooguit wat moderne onderwerpen tussengevoegd. Ook hier weer een lange lijst van redacteuren. En ook dit boek zal niet goedkoop zijn geweest, om het aan te schaffen.

Hoe het leven van de vrouw er weer tien jaar later voor stond? Dat is een tijd, die ik mezelf  al ga herinneren. Of dit soort boeken toen nog werden uitgegeven? Dat weet ik niet meer. Ik bezit ze in elk geval niet. Eind jaren zeventig werkten al steeds meer vrouwen buitenshuis en werd het huishouden iets voor erbij, wat zo min mogelijk werk moest kosten. En voor algemene ontwikkeling werden al steeds vaker cursussen gehouden. Toch eens kijken, of die boeken er tien jaar later nog wel bestonden. Misschien waren ze inderdaad wel van het toneel verdwenen. Samen met dat andere favoriete verzamelgebied van mij. De meisjesboeken. 

15 augustus 2012

Peggy’s paardenpension springt bij

Judy McLaine is op weg naar Peggy’s paardenpension, met de auto en een trailer met daarin het kreupele paard Amrah. Ze moet zorgen dat ze op tijd is, want oom John mag er niet achter komen dat ze er vandoor is met het paard, dat hij naar het slacht had willen brengen.Een spannend begin van dit derde deel van de serie. Pas na een paar hoofdstukken blijkt, dat Amrah veilig is. Judy kan haar kopen, met geleend geld van meneer Thornwood. Ze woont met haar moeder bij oom John op zijn schutterij, waar ze uitgebuit en gekleineerd worden. Oom John, een broer van Judy’s overleden vader, is een echte tiran. Het maakt het verhaal nog een paar hoofdstukken langer boeiend: zullen ze het redden, moeder, dochter en paard?

Moeder McLaine krijgt een baan op Thornwood Grange, waar ze hulp in de huishouding wordt. En als oom John hen woedend de deur wijst, krijgen ze onderdak bij Peggy en haar man, Dion. Judy hernieuwt daar haar kennismaking met Roy Grant, die als hulp op de stoeterij gewerkt heeft. Ze vieren er de verjaardag van Dion mee. Dion krijgt voor zijn verjaardag een CD speler plus een pakket CD’s. Waarmee het tijdsbeeld is gezet. Weg met de platenspeler, welkom aan de compact disc. Het is begin jaren negentig.
Tussen Roy en Judy moeten eerst nog een aantal misverstanden uit de weg worden geruimd, voordat ze elkaar in de armen kunnen vallen. Er is een mannelijke rivaal en er is een vrouwelijke rivaal. En natuurlijk is Judy ook weer een kleine kattenkop, te trots om toe te geven, dat ze verliefd is geworden op Roy. Maar uiteindelijk komt alles goed. Tot volle tevredenheid van mevrouw McLaine, die maar wat graag de moederrol ook voor Roy op zich neemt. Want en passant wordt nog even vermeld, dat de moeder van Roy overleden is. 

Roy heeft dus geen moeder meer. Net zo min als alle vijf de schoonzonen van de familie de Wild. Dave, Tim, Edwin, Ad en Robin moeten het allemaal zonder moeder stellen. Gelukkig hebben ze wel een lieve schoonmoeder. De ouders van John leven niet meer. John, is in dit geval dus niet de oom van Judy, maar de vriend van Paula. En Roy, dat is in dit geval ook weer niet de vriend van Miranda, al heeft hij wel dezelfde naam.
Peggy’s zus Marcia komt er ook nog even in voor. Het voorheen verwaande model heeft inmiddels van haar carrière afscheid genomen, schrijft nu enkel nog wat modereportages. Maar is nu vooral moeder en huisvrouw, voor man Jon (zonder h) en haar kinderen Sharon en Per. Die weer  de namen dragen van de drummer van the Heartbreakers en de broer van Paula.
Schrijvers gebruiken vaker bekende namen in nieuwe verhalen. En Helen Taselaar had er natuurlijk al flink wat geschreven, aan het begin van de jaren negentig. Na een onverwacht spannend begin wordt ook Peggy’s paardenpension er een uit de bekende categorie. Krijgen ze elkaar? Ja, ze krijgen elkaar. En de droomprins komt wederom terecht in een echte familie, waarbij schoonzussen en zwagers als vrienden met elkaar omgaan. Net als al eerder in de series over De Wildhof en Picadero gebeurde.  

06 augustus 2012

Hermelijn

Veertien, is Marian Manders, aan het begin van dit boek. Ze is met haar ouders, zus Truus en broertje Bennie teruggekomen uit Indië. Voorgoed, want vader is ziekelijk en kon in Indië niet langer blijven. Marian moet in Nederland naar school en presteert het om op de eerste dag al bijna te laat te komen. Onderweg krijgt ze een lift van een jonge man, die haar Hermelijn noemt, vanwege haar witblonde haar. Hoe ze werkelijk heet en wat zijn naam is, komen ze van elkaar niet te weten. Ze verliezen haar een poosje uit het oog.

In de klas kan Marian maar moeilijk wennen. De meisjes in haar klas zijn echte nuffen, Julia, die van adel is en naar de prinses (Juliana) is genoemd, voorop. De enige die al vanaf het begin van haar komst aardig is en blijft, is Theo van de Bosse, de zoon van de dominee uit een paar dorpen verderop. Een vak als Engels heeft Marian nog nooit gehad, maar in Nederlands blinkt ze uit. Ze schrijft de prachtigste opstellen.

Waar Marian heimwee krijgt en bijna mensenschuw wordt, daar aardt Truus prima in haar vaderland. Ze sluit vriendschap met Greet Geurtsen en verlooft zich even verderop in het verhaal met Greet's broer Leo. Dan is ook de man die haar ooit Hermelijn noemde, weer op haar pad verschenen, als haar nieuwe leraar Nederlands. De enige die haar, buiten Theo om, een beetje begrijpt. Hij is ook de verloofde van Greet Geurtsen.

Zes jaar, bestrijkt dit boek. In die zes jaar wordt broertje Bennie ziek en sterft. Breekt de crisis uit en moeten ze mensen in pension nemen. Marian heeft vriendschap gesloten met Julia en de stugge Hanna uit haar klas. Besluit Toos op het laatste nippertje, de trouwjurk is al in de maak, toch niet met Leo te trouwen, omdat ze niet genoeg van hem houdt. Ze vertrekt naar Shanghai, als au pair. Besluit Marian haar school niet af te maken en te gaan werken. Wordt vader ziek. Verdiept zich met de jaren de relatie tussen haar en de man die haar Hermelijn noemde, Henri Wilmink. En verdiept zich ook de relatie tussen Leo en Hanna. Vraagt Theo haar ten huwelijk, maar ze wijst hem af. Haar gedachten gelden nog steeds Henri Wilmink.

Henri is een leraar Nederlands, die ook schrijver en dichter wil zijn. Hij zegt zijn baan op en besluit twee jaar om de wereld te gaan zwerven. Als hij terugkeert vraagt hij Hermelijn ten huwelijk. Ze is dan twintig en aarzelt, of ze een man met zo weinig toekomst, wel moet accepteren. Maar dan blijkt er toekomst. Want Henri heeft een baan in Indië aanvaard. En van Marian heeft hij al die tijd al gehouden, vanaf het eerste moment dat hij haar zag.

Waarom dit verhaal zes jaar heeft moeten duren, waarom er zo veel moet gebeuren, voor er getrouwd kan worden, is eigenlijk onduidelijk. Het voegt aan het verhaal niets toe, al die ballast. Een onlogisch gegeven ook, dat je als man-met-een-baan verliefd kunt worden op een meisje van veertien, je met een ander verloofd, en pas als je verloofde de relatie beëindigd, het meisje van je dromen ten huwelijk vraagt.

Schrijfster Mia Bruyn-Ouwehand moet ongetwijfeld zelf ook in Indië gewoond hebben. En het er, net als Marian, een stuk beter naar haar zin hebben gehad, dan in het koude Nederland. De heimwee spat gewoon van de pagina's af. En, weliswaar van voetnoten voorzien, het wemelt er van de Indische woorden. Het zou niet bij dit ene deel blijven. Bovendien vond de uitgever het mooi genoeg om jaren later nog te herdrukken in de Witte Raven reeks. Ik vond het vooral onwaarschijnlijk, onrealistisch en te zwaar aangezet. 

De foto omslag van Hans Borrebach toont een jongen in een modern leren jack. Zoals jongemannen er in de beginjaren zestig uit konden zien. Een onwerkelijk omslag. Want het verhaal is echter zeker dertig jaar ouder.




18 juli 2012

Vier vriendinnen willen op kamers


Ingrid, Ilse, Tineke en Femke zijn vier vriendinnen, die in Amsterdam gaan studeren en een kamer zoeken. Of ze al geslaagd zijn voor hun eindexamen wordt niet vermeld. En ook over de toekomstige studies aan de universiteit wordt niets vermeld. Wel, dat ze samen in een huis willen gaan wonen. En dat het vinden van vier kamers in een huis in Amsterdam niet meevalt. De eigenaar van een koffieshop – waar toen nog gewoon koffie verkocht werd – helpt hen aan een oud herenhuis. Omdat er nog veel aan gedaan moeten worden, kunnen ze het voor een appel en een ei huren.

De broer van Femke hoort van het plan en verklaart ze voor gek. Zijn vriend, Hans, zou ze wel willen komen helpen met schilderen, maar moet trainen voor de vierdaagse van Nijmegen, die hij van plan is te gaan lopen. Het brengt Femke op het idee, met haar vriendinnen ook aan de grote wandeltocht te gaan doen, bij wijze van weddenschap. Lopen ze hem uit, dan knappen Bart, Hans en zijn vrienden de etage op. De weddenschap wordt aangenomen. 

Hiermee begint het eigenlijke verhaal pas. De vier vriendinnen gaan oefenen voor de vierdaagse. Tijdens een zo’n wandeling moeten ze bij noodweer schuilen bij de familie Beentjes. Zoon Tom blijkt student medicijnen en biedt aan, zich op te werpen als verzorger van de wandelaars. Iets wat hij zeer letterlijk op blijkt te nemen: hij arriveert in Nijmegen met een fietskarretje met sirene, die een vriend van hem ‘uit een oude ambulance heeft gehaald’ en die hij met een dynamo aan weet te drijven. Bekeurd wordt hij er nergens mee, mensen schrikken alleen maar als hij er mee langs komt. 

Wat volgt is een zeer waarheidsgetrouwe beschrijving van de Nijmeegse Vierdaagse en de aanloop er naar toe. Anouk van Arnhem heeft zelf in die buurt gewoond, weet ik. En zelf woon ik er nog. Iets wat een meisje in de Randstad voor waar aannam, terwijl ze het las, lees ik nu als een heleboel inderdaad-momenten: de Vierdaagse camping op Heumensoord, die je met een speciale extra het  Goffertstadion, op het ‘normaal als voetbalveld in gebruik zijnde’ grasveld. Klopt ook. De Goffert is het stadion van NEC. Het inschrijven voor de Vierdaagse, moet je nog altijd op de Wedren doen. Het vuurwerk op de Waalburg, dat ‘De Waal in Vlammen’ werd genoemd.

Er wordt op de eerste dag gelopen door Bemmel, ‘een dorpje bij Nijmegen’ klopt ook. En daar in de buurt liggen, jawel, Elst, Oosterhout en Slijk Ewijk. De tweede dag van is die van Wijchen. De derde dag kent de Zeven Heuvelenweg. Berg en Dal en Groesbeek komen voorbij. Op de vierde dag gaan ze via de Scheidingsweg in Mook.  Er zijn blaren, er is spierpijn, ze kunnen amper meer lopen, maar gaan ten slotte toch allemaal bij de ook al bestaande  Sint Annastraat op vrijdag de finish over. Eigenlijk ontbreken alleen de traditionele gladiolen bij aankomst. Dat zijn, in dit geval, emmers verf en kwasten. En het afsluitende Blarenbal slaan ze, met een zwaar geblesseerde Femke, maar over. 

Helemaal alles door de jongens laten schilderen blijkt niet te gebeuren. De meisjes helpen zelf mee. En de vader van Femke, die aannemer is, heeft ook zijn handen niet in zijn zakken gehouden, zo vertelt hij op een etentje in het ook al bestaande Nijmeegse Belvédère restaurant. 

Het verhaal eindigt met een mooi ingerichte verdieping in Amsterdam. Tom heeft zijn liefde aan Femke verklaard en de Engelse Barry, die ze tijdens het lopen hebben leren kennen, aan Tineke. Hoe het met haar gehavende voet afgelopen is, wordt niet meer verteld. Er zijn nog wel plannen voor een weerzien  geweest. Met zijn allen op Interrail. Het komt in het verhaal even ter sprake. Misschien had Anouk daadwerkelijk al een vervolg in gedachten. Maar dat is nooit verschenen.

Interrail bestaat intussen al lang niet meer. Het Blarenbal werd tot een tien dagen durende Nijmeegse Zomerfeesten, die met wandelen niets meer te maken hebben. De Vlaggenparade is afgeschaft, de Waal in Vlammen gaat dit jaar wegens omstandigheden ook niet door. En er rijdt nog wel een bus naar de camping op Heumensoord, maar ook die is al lang zo druk niet mee.
Mooi tijdsbeeld, dus, dit verhaal. Van nog niet eens zo lang geleden.

08 juli 2012

Eens gebeurt het, Samantha!

Nou, dacht ik, toen ik Eens gebeurt het, Samantha! voor het eerst uitgelezen had. Er gebeurt helemaal niets. Wat zou er moeten gebeuren? Ik bewaarde het boekje nog een poos, om het ten slotte weg te gooien, omdat ik er niets aan vond. Inmiddels dik twintig jaar verder, het toch maar weer gescoord op een kofferbakmarkt. Voor de verzameling. En het opnieuw gelezen. Ja, wat er gebeurt, is dat Samantha uiteindelijk toch voor de bijl gaat en verliefd wordt. Ze is dan 'al' negentien en tot die tijd meer een jongen dan een meisje geweest, al heeft ze dan lang haar en ziet ze er verder ook heel vrouwelijk uit.

Die Jolanda Glas, zou dat ook een pseudoniem van Helen Taselaar zijn? Ik heb het nog nagezocht en er niets over teruggevonden. In ieder geval heeft de schrijfster de verhalen van haar collega heel  goed gelezen. Het stramien is bijna hetzelfde.

Samantha heeft na haar HAVO diploma een eenjarige opleiding tot secretaresse gevolgd. En daarna de baan van haar leven gekregen, zoals ze dat zelf noemt. Directiesecretaresse van de hoofdredacteur van een popblad. Dat is ze nu een jaar. Een directiesecretaresse van achttien dus. En als was dat nog niet mooi genoeg, Sam blijkt ook over een vaardige pen te beschikken en na een interne sollicitatie wordt ze ook nog eens redacteur. Nee, het is geen kwestie van teksten redigeren, maar van echt interviewen, van bekende artiesten. Uiteraard. Je zou toch bijna gaan denken, dat de wereld echt zo in elkaar zat.

Haar familie bestaat uit vader, moeder en drie broers. De oudste broer Lucien, is negenentwintig, getrouwd en twee kinderen en eigenaar van een manege. Als Picadero. Dan volgt de tweeling Richard en Patrick, die altijd met elkaar optrokken en met twee vriendinnen zijn getrouwd, die ook nog eens tegelijk zwanger blijken te zijn. En ten slotte broer Rudy, die zich met buurmeisje Denise gaat verloven. Denise is tevens een vriendin van Sam en heeft een broer, Hans, die weer bevriend is met Rudy en iets in Sam ziet. Broer en zus met broer en zus, dat is het stramien van het verhaal van Michelle. Twee broers met twee vriendinnen, dat ging zelfs Helen Taselaar nog te ver. Wel gaat Samantha voor een mooi stel kleren op pad. Ze wil er eens echt mooi uit zien. Net als Mandy.

Samantha is dol op zeilen, en tevens goed bevriend met een paar oudere mensen, die vlak bij de kade wonen. Dat is het verhaal van Ellen. Een er van, die ze opa Minkema noemt, heeft een kleinzoon, Marcel Swinkels. Dat wordt uiteindelijk de vriend van Samantha, maar dan moet eerst zijn vervelende verloofde nog uit beeld zijn. Dat is zo'n beetje het stramien van álle verhalen van Helen Taselaar. Marcel woont alleen en heeft een hond. Net zoals John van Paula. Natuurlijk raakt de verloofde uit beeld en krijgen Marcel en Sam elkaar. En om het verhaal nog een beetje smeuïger te maken, raakt Sam ook nog eens goed bevriend met 'de bekendste Nederlandse artiest van dit moment' Jim Douglas. Die alleen in dit verhaal bestaat, maar als soortgelijk gegeven in veel Kluitmannetjes voorkomt. Bij Suzanne, bij Julia, bij Roanna. Om er maar eens een paar te noemen.

Misschien heb ik het verhaal daarom uiteindelijk wel weggegooid. Dit zat wel heel onrealistisch in elkaar, allemaal. Dat vond ik al, toen ik zelf de leeftijd van die boekjes had. Een leuke baan en een vriend, dat is al mooi genoeg. Daar hoefde die pop artiest toch niet zo nodig ook nog bij, of die promotie. Het ontbrak er nog maar aan, dat Sam ook nog een verhaal schreef, dat uitgegeven gaat worden. Ditmaal zal ik het boekje bewaren, voor de al eerder genoemde verzameling. Maar lezen zal ik het niet meer. Je moet je er ten slotte ook nog wel een beetje bij thuis voelen.

03 juli 2012

Ik richt mijn huis in

Fantastisch om in een gezellig gemeubileerd huis te wonen! Goed wonen bevordert de harmonie en het geluk in het gezin. Meneer en mevrouw Flash geven thans het woord aan een kundig binnenhuis-architect, wiens vak het is de problemen bij de woninginrichting esthetisch  en praktisch op te lossen. Hij werkte zijn ideeën uit voor smalle en ruime beurzen, voor kleinbehuisden en ruimwonenden. Ook u kunt met plezier w o n e n dank zij....

dit tweede deeltje in de Maraboe Flash reeks dus. Tenminste, als we de achterflaptekst moeten geloven. Wervend is-ie zeker. Maar dat zijn alle teksten wel, die op de achterkant van een boek worden geschreven. Ook dit soort zakboekjes. Dit naslagwerkje over woninginrichting is heel wat laagdrempeliger dan de kloeke uitgave uit de Ik kan serie. De toon is even hoogdravend, maar hier wordt tenminste eerlijk vermeld, dat lang niet iedereen in het bezit is van een ruime villa.

De hoofdstuktitels alleen al, geven aan dat het boek door iedereen gebruikt kan worden. Als u de beschikking hebt over.... zo begint het eerste hoofdstuk, waarna de deeltitels als aanvulling hebben weinig geld, antieke en moderne meubelen, schilderijen en snuisterijen.

Als uw woning...  zo begint hoofdstuk 2, waarna gekozen kan worden voor te klein, te groot, ouderwets of donker is en ten slotte voor als de kamers te hoog zijn. Als u verlangt naar...  start hoofdstuk 3, waarna de lezer zich verder kan verdiepen in achtereenvolgens een betere opstelling, een levend interieur, of het maximum met het minimum.

Het is eigenlijk meer een overzicht van vragen, waar de lezer een antwoord op zou willen hebben. Dat maakt dit tot een helder en overzichtelijk boekwerkje, dat de eerste bladzijde al meteen letterlijk met de deur in huis valt: Laten wij beginnen bij het begin: wat is hét probleem? Het is de noodzakelijke vraag, aldus de redactie van Flash. De tweede vraag die gesteld wordt: bent u op de hoogte? Ook daar komt een antwoord op. Dan volgt het derde deel: De grote problemen, die weer worden onderverdeeld in ruimte, paneel, meubel, vloer, licht, gordijnen, muur, behang, enzovoorts.

Het vijfde deel is: een idee voor elke ruimte. Ontspannen, slapen, werken, wassen. En tot slot: een paar sleutelwoorden, die verklaard worden. Esthetisch is er een. Functioneel ook. Modern. Traditioneel. Stijl en zone. Om te eindigen met een lijstje functionele afmetingen en ruimte om de Bereikbaarheid van leveranciers in te noteren.

Handig boekje, waar je ook zestig jaar na dato nog best wat uit kunt halen. Met veel tekeningen, die het verhaal nog duidelijker maken. Want het is al heel aansprekend geschreven, klaar voor gebruik.
Het moet veel verkocht zijn, denk ik zo. Al was het alleen maar, omdat de vertaling is verzorgd door de hoofdredactrice van 'De vrouw en haar huis'... een boekje voor vrouwen moet dit dus zijn geweest.

'Ik richt mijn huis in' verscheen oorspronkelijk bij uitgeverij Gérard & Co, te Verviers, onder de titel: Je décore ma maison'

23 juni 2012

Een song voor Suzanne

Misschien was Een liedje voor Suzanne te eenvoudig of te ouderwets. Misschien allitereerde het Engelse song ook wel gewoon leuk. Een song voor Suzanne kreeg ik van mijn moeder als cadeautje, in 1988. Dat was de tijd van: koop ik een tijdschrift of koop een een boek? Dat boek, was een pocket van Kluitman, die ik meende iets van 3,95 kostte. In guldens, wel te verstaan. De kantoorboekhandel had er een hele kast van vol om uit te kiezen.

Ik koos dit boek omdat het over een meisje in het eindexamenjaar ging, dat na de middelbare school journaliste of schrijfster wilde worden. Ik was toen net zo oud als Suzanne de Leeuw en wilde ook het liefst schrijfster of journaliste worden. Ik verzon ook verhalen tijdens saaie lessen, al was dat dan geen Duits, zoals bij Suzanne, maar wiskunde. En die verhalen moesten ook zo gauw mogelijk worden opgeschreven. Het was helemaal mijn verhaal.

Maar dat bleef het natuurlijk niet, want het moest een verhaal voor alle meisjes worden. Niet alleen voor mij. Dus had Suzanne al wel enkele prijzen gewonnen met verhalenwedstrijden. Ik niet. En als Suzanne meedoet aan de wedstrijd van haar lijfblad Super-Pop, wint ze die zelfs. Was mij ook nog nooit overkomen. Haar vervolgverhaal wordt verderop in het verhaal zelfs uitgegeven in boekvorm. Welk meisje kan dat navertellen? Ik droomde er alleen maar van. Het hoofdkantoor van het popblad zit in Amsterdam, waar Suzanne en haar vriendin Marijke zonder enige schroom als zestien, zeventienjarigen naar toe reizen. Suzanne vindt ook een doos met jonge katjes waarvan ze er een houden mag. Ook al iets wat lang niet iedereen mag.

Als middelbare scholiere krijgt Suzanne zelfs de kans bekende artiesten te gaan interviewen. Ze weet zelfs de beroemde zanger Franc de Keizer te strikken. Het meisjesidool wordt verliefd op haar. En schrijft een liedje voor haar. Maar dat is pas op het eind. Voor het zo ver is, zijn er eerst nog een aantal misverstanden uit de weg te ruimen. Suzanne maakt niet alleen razendsnel carrière, en passant haalt ze, net als Marijke, ook nog even haar diploma. Aan de hele school wordt verder geen aandacht besteed.

Vreemd, net als bij Tina in haar eindexamenjaar, lijkt ook deze Suzanne met alles bezig te zijn, behalve met school. En vinden haar ouders het niet erg. Ook dat strookt niet met de werkelijkheid. Je bent alleen maar met je eindexamen bezig in het laatste jaar. Het sijpelt overal tussendoor. Maar dat is natuurlijk niet leuk om te lezen, examenstress. Nee, dan liever een verhaal over een meisje op de middelbare school dat een relatie krijgt met een beroemde artiest.

Super-Pop, dat is de verzonnen variant voor Popfoto, het maand- popmuziek -meidenblad uit die tijd. Daar stond altijd een vervolgverhaal in, tussen de interviews met artiesten. Op wie Anouk van Arnhem Franc heeft gebaseerd, weet ik niet. Wel dat het een zodanig beroemde artiest is, dat de auto's er van in de file staan. Wie was er zo beroemd in die tijd? Anouk heeft hem niet letterlijk bij naam genoemd. En ik zou het nu niet eens meer weten. Ik kocht toen al liever een boek dan een popblad. Al was het dan maar een Kluitmannetje.

12 juni 2012

De rozen van Hofwijck

De oorlog is voorbij en heeft in het land diepe sporen achter gelaten. Op Hofwijck begint het leven weer langzaamaan zijn normale gang terug te krijgen. Vader Van Heijningen repareert weer klokken en horloges en zijn dochter Annemarie helpt hem daarbij. Het gezin heeft een pleegkind opgenomen, van wie de ouders in de oorlog zijn omgekomen. En Doede, de tweelingbroer van Tjeerd, loopt er ook nog steeds rond. Waarom, dat wordt eigenlijk niet duidelijk.

Zijn ouders wonen ver weg in Friesland, maar daar keert hij niet terug. Daar is hij te rusteloos voor. Rust schijnt hij echter wel te vinden in het niet bestaande Brabantse Hofwijck, waar hij probeert zijn concentratiekamp verleden een plaats te geven. Nu zouden we het een trauma noemen, waar hij zeker deskundig aan geholpen zou zijn. En als het meer christelijk zou zijn van strekking, zoals de boeken van Max de Lange-Praamsma, zou Doede er in die tijd nog wel biddend doorheen gekomen zijn. Maar zo ver is Sanne van Havelte ook niet gegaan, in dit verhaal.

Het wordt  geen bidden, geen hulp zoeken. Er wordt zelfs geen goede gesprekspartner gevonden, in het verhaal. Het is enkel de beschrijving van een innerlijke strijd. Individueel. Pagina na pagina en hoofdstuk na hoofdstuk. Het verhaal van Doede, die in de oorlog voor Tjeerd werd aangezien en daarom gevangen is genomen. Zelfs dat durft hij zijn broer niet te vertellen. En Annemarie? Ze is niet meer dat kleine bruidsmeisje van toen. Hij zou haar wel als zijn vrouw willen, maar vader Van Heijningen vindt haar nog te jong. Ze moet eens wat meer om zich heen gaan kijken. Een opleiding volgen voor klokkenmaker in Zwitserland zit er financieel niet in, maar naar Amsterdam voor verdere scholing kan ze wel. Dat moet ze zelfs.

Ondertussen vestigt Doede zich in een oude directiekeet op Hofwijck. Met een oude dienstbode en een paar huisdieren, en slechts zo af en toe gezelschap van de familie Van Heijningen. Nog altijd gaat hij niet terug naar zijn familie in Friesland. Dat gebeurt pas, als Annemarie vol heimwee, al naar een paar maanden terugkeert uit Amsterdam en weet, dat ze van Doede houdt. Pas dan lijkt hij de oorlog en zijn trauma ook een beetje vergeten. Pas dan maken we als lezers opnieuw kennis met de familie Huizinga. Pas dan wordt het weer een beetje luchtiger om te lezen ook.

De rozen van Hofwijck is een zwaarmoedig verhaal. Ik heb het met een akelig gevoel opzij gelegd, toen ik het eenmaal uit had. In alle verhalen in deze serie zit wel een strijd, die moet worden uitgevochten. Maar dat is meestal niet meer dan een vervelende karaktertrek, die moet worden overwonnen. Een oorlogstrauma is iets heel anders. Misschien heeft Sanne van Havelte het zelf van nabij meegemaakt, dat ze het in dit verhaal heeft gestopt. En ja, het loopt goed af. Maar ik had het toch iets minder zwaar aangezet, als ik de schrijfster was geweest. Iets meer passend in de rest van de serie. Die is ook niet luchtig, maar wel makkelijker te lezen, dan dit.

Meer over de boeken van Sanne van Havelte is te lezen op de website van het boekenmuseum.