16 december 2010

Als je ogen open gaan

Geen illustraties, maar een band- en omslagverzorging. En wel door Han Prins. Geen uitgeverij Callenbach meer, maar Kok, in Kampen. Het speelt zich dan ook niet meer af in de jaren dertig en veertig, maar al in de jaren zestig van de vorige eeuw.

De Rolling Stones komen voorbij. Nozems en hippies. Er is een getrouwde man, die er met een getrouwde vrouw vandoor gaat. Goed, de figuren in hun boek hebben er zo hun mening over, maar Max de Lange gaat in 'Als je ogen open gaan' niet langer aan de moderne tijd voorbij.

Het is het vervolg op 'Joos van Heek vliegt uit'. Het verhaal gaat verder met de volgende ochtend. Daar, waar Joos gisteren nog zo gelukkig was, in de wetenschap dat ze van Frans van Popta hield, is ze nu alleen nog maar verdrietig. Want hij is geen weduwnaar, maar getrouwd, met een krankzinnige vrouw.

Het vertelperspectief wisselt nog al eens, maar dat stoort niet. De hoofdrol is veel voor Joos, maar ook voor haar werkgeefster Maret Royer. Voor Frans van Popta en voor haar vriendin op het dorp, Bauk BesteBreurtje. Verder komen er alleen maar bekende namen voor. Joos' vader, die een ongeluk krijgt. Haar oppervlakkige moeder en dito zusje Ineke.

Joos moet thuiskomen, om bij haar vader in de zaak te komen helpen. Nog altijd is ze niet gecharmeerd maar wel bevriend met Douwe. Ze toont aan niemand, dat ze verdriet heeft om Frans. Ze sluit zelfs vriendschap met hem. Maar wanneer hij haar vraagt, als inwonende oppas voor zijn beide dochters, zegt ze nee. Niet uit zelfbescherming, maar omdat ze de verantwoordelijkheid niet aan kan.

Als vader genezen is, mag ze als dank mee op een groepsreis naar Noorwegen. En daar ontmoet ze Arjen Schotanus. Hij is de broer van Bauk. Ze blijken elkaar nog te kennen, van de doop van Bauk's jongste dochtertje. Het komt een beetje plotseling over. Zo maar een nieuwe man in de verder zo vertrouwde omgeving, met enkel bekende namen.

En terwijl dat van Frans nog niet eens zo lang geleden is, zet ze nu 'haar hart open' voor deze jonge ingenieur, die veel beter bij haar past. Hij moet eerst nog in dienst en zij gaat een opleiding volgen in de zwakzinnigenzorg. Ze hoeft niet meer terug naar de familie Royer en ook niet naar de winkel van haar vader. Wat kan het leven mooi zijn. Met God aan boord, uiteraard.

04 december 2010

Vuistregels voor het veilig fotograferen


Niet alleen hij of zij die pas met fotograferen begint, maar ook de gevorderde amateur heeft zo af en toe behoefte aan een ruggesteuntje. De fotopocket "Vuistregels voor het veilig fotograferen"is dan ook bedoeld om ieder die voor zijn plezier fotografeert de soms hoognodige ruggesteun te geven. In dit boekje zijn een groot aantal vuistregels verzameld met een verduidelijkende, bindende tekst. Het is alles bij elkaar een gecomprimeerde, doch complete handleiding geworden die heel het terrein van de fotografie bestrijkt. Een waardevol naslagwerkje, waarin een schat van belangrijke gegevens werd verwerkt en waaraan u veel zult hebben.

Kopen dus, dat onmisbare boekje van schrijver - auteur - fotograaf - illustrator Hans Borrebach. Een pocket van 102 pagina's, compleet met index op alfabetische volgorde. Met foto's en schema's van de auteur. Hoofdstukken over De moeilijke formaatkeus, Wat we van onze camera mogen verlangen, Meten en weten. Over hoe Het hoogste uit camera en film te halen en Van flitslamp tot flitsbuis. Aan de hoofstuktitels heeft het niet gelegen. Die sporen aan tot lezen en kopen. Originele omslag ook.

Elke vuistregel heeft een icoontje en valt daardoor snel op, tussen de tekst.
In de fotografie heeft een goede koop meer met verstandelijk overleg dan met aanschafprijs te maken, is zo'n vuistregel. Waarna er nader wordt ingegaan op persoonlijke eisen en voor- en nadelen van verschillende formaten. Vervolgens een duidelijke tabel met verschillende kenmerken en eigenschappen.
Fotograferen wordt niet alleen duur door het nodeloos verprutsen van filmmateriaal maar vooral door een verkeerde formaat- of camerakeuze, is er ook een. Waarna dieper wordt ingegaan op lenstypen en brandpunten, gevolgd door een duidelijke tabel.

Wie een foto-onderwerp van voor tot achter scherp wil krijgen, stelt in op 1/3 tussen voor- en achtergrond.
Terwijl een zwart-wit foto pas uitdrukkingsvol wordt bij de gratie van contrasten, is dit bij kleur niet het geval. Daarbij streeft men in tegendeel tot verzachting van de contrasten.

Een goede soft-focus filter geeft weektekening zonder de eigenlijke scherpte aan te tasten.
Overdrijf nooit. Vooral niet in de keus van het corrigerend kleurfilter.

Zo stuit je, al bladerend, op vuistregel na vuistregel. Je leest ze ongemerkt allemaal. En vervolgens ben je nieuwsgierig naar de uitleg. Dus je leest verder. Ten slotte heb je het hele boekje uit. Slim bedacht, slim geschreven. Of Borrebach dit zelf bedacht heeft? Het schrijven zal hem niet veel moeite gekost hebben. Hij schreef immers fotoboeken aan de lopende band. Veel van zijn andere boeken waren omvangrijker en voorzien van foto's. Daarom waren al die andere boeken zo veel duurder, dan dit zwart wit exemplaar op grauw papier. Het is vast heel goed verkocht. Want voor iedereen betaalbaar.

27 november 2010

Claudia pakt haar kans


Ze schreef al een heleboel delen over Manege Picadero en De Wildhof. Onder schuilnaam begon ze ook aan een serie over Peggy's Paardenpension. Als vierde poging, weer onder haar eigen naam: Jeugdhotel De Witte Hengst. Het eerste deel, Claudia pakt haar kans, gaat over Claudia van der Meer. Ze heeft een baan als receptioniste in een hotel. Maar daar is niet veel te beleven. Dus solliciteert ze als assistente van manager David Freling in het jeugdhotel.

Ze is niet de enige, maar wel de meest geschikte, zo blijkt. Claudia krijgt de kans. David Freling is een hardwerkende en arrogante persoonlijkheid. Meisjes worden of verliefd op hem of nemen de benen, zodra ze de kans krijgen. Claudia niet. Natuurlijk is ook zij in stilte verliefd op hem. Maar dat laat ze niet merken. David ziet haar ook wel zitten. En natuurlijk krijgen ze elkaar. Maar pas na de nodige misverstanden. En uiteraard pas nadat er een rijke, verwende jongedame, die haar zinnen op David heeft gezet, op hangende pootjes is vertrokken.

Er is een grote, lieve hond, die Beer heet. Claudia's moeder is weduwe, Davids vader weduwnaar en tussen de beide schoonouders klikt het bijzonder goed. De vader van David heeft veel geld, een groot huis. Want hij is een succesvol zakenman. Er zijn wat problemen met bezoekers van het hotel en ruzietjes met medewerkers. Maar alles komt uiteindelijk goed. Voor iedereen.

Claudia pakt haar kans heeft verhaalelementen uit Vliegreis naar het geluk en uit Een vakantiebaan voor Paula. Uit De wildste van De Wildhof en uit Het komt goed, Ellen. Eigenlijk heeft het elementen uit alles van Helen Taselaar.

Een baan voor het leven, met een knappe man, die niet zo makkelijk te veroveren blijkt. Zoon van een vader met een goedlopende zaak. Een jongedame in de hoofdrol die weet wat ze wil, geen flirt is en daarom juist de aandacht trekt. En dat alles vermengd met, bij voorkeur, paarden. Zo bedacht, zo geschreven en goed verkocht. Met illustraties van Herry Behrens.

24 november 2010

Een lente vol liefde


Juist in de lente als de bollenvelden hun prachtige kleuren ten toon spreiden, breekt zoals later blijkt voor de knappe Maaike Vermeulen door een onverwacht bericht van Silvia een nieuwe periode in haar leven aan.

Aldus de eerste zin van de achterflaptekst. Een deeltje uit de Kluitman sneeuwbalserie. Deze serie bestond al in de jaren zestig. Anno jaren tachtig nog steeds, met de toevoeging: liefde, romantiek en geluk van deze tijd.

Het verhaal is in zo verre van deze tijd, dat Maaike een fulltime baan heeft. En dat ze met vriendin Silvia op vakantie zou gaan naar Spanje. Silvia annuleert de reis pas een paar dagen van tevoren, met de mededeling dat ze liever met haar vriend op vakantie gaat. Een man die ze nog niet zo lang kent. Einde vriendschap.

Maar wat doet Maaike zelf? Nog diezelfde dag accepteert ze het aanbod van haar chef, Sjoerd Teewisse, om met hem op vakantie naar Engeland te gaan. Ze is al maanden verliefd op hem, maar weet haar gevoelens perfect te verbergen. Te perfect. Ze presteert het zelfs om in zijn aanwezigheid niet te blozen. En Sjoerd zelf? Waarom neemt hij Maaike mee?
Hij heeft ' reeds een mislukte relatie achter de rug', aldus de achterflaptekst. En ' ziet hierdoor Maaike, die overigens zijn sympathie wel heeft, niet staan....'

Vooral dat tussenzinnetje, dat die overigens zijn sympathie wel heeft, moet je als lezer letterlijk nemen. Want binnen een dag Engeland verklaart hij haar zijn liefde. En gaan ze ook maar meteen met elkaar naar bed. Maaike is in een klap niet meer onzeker over haar figuur en vergeet ook prompt die man die haar tot sex dwong, toen ze achttien was.

Sjoerd heeft meteen geen rancune over het huwelijk meer. Hoe modern zijn we nog? Sjoerd kan koken, maar Maaike vindt het huishouden veel leuker. Ze zou er haar baan wel voor op willen geven. Er komt een huis uit de lucht gevallen, waar ze samen in kunnen gaan wonen. Want die flat, die is toch nog van hem en zijn ex. Dus vol nare herinneringen.

Er gebeurt ook nog iets vervelends met een buurtbewoner. Dat doet Sjoerd ogenblikkelijk besluiten tot trouwen. 'Ik ben niet eerlijk tegen je geweest. Wij zijn man en vrouw'. En dan? Ze zijn nog maar net terug van de ondertrouw in het gemeentehuis en Maaike biecht op, 'de pil een paar keer vergeten te zijn in te nemen'. Ze kan dus zwanger zijn. Sjoerd wordt niet boos. Ze heeft hem niet gemanipuleerd en niet voor het blok gezet. Nee hoor. Hij moet er zelfs om huilen. Van geluk. Dat hij het nu pas weet, nu ze getrouwd zijn. En niet, voor ze getrouwd waren.Nu komt alles toch weer goed. Want hij trouwt om haar liefde, niet om haar kind.

Voor vijftig cent op de rommelmarkt gekocht, voorzien van een lelijke omslag van Addy Kubbinga en na het lezen voer voor het oud papier. Dit soort verhalen kunnen gewoon niet.

07 november 2010

Moeder Els


Els is inmiddels halverwege de dertig. Een echte doktersvrouw, met nog altijd een hulp in de huishouding. Haar man, Taco, is nog altijd een druk bezet huisarts. De oudste zoon, Auke, is vijftien. Hij zit in de vierde van het gymnasium, met een goed verstand. Maar zin in leren heeft hij niet. Er is veel anders, wat telt. Auke is op de leeftijd van vragen stellen, van kritiek geven, van niet alles meer zo maar aannemen.

Dochter Mattie is dertien. Een droomstertje op de mulo, dat genoegen neemt met een zes. Jammer, maar het is niet anders. Dan is er nog Gert van tien en Marijke van zeven. Els heeft het er maar druk mee.

Het is een laatste eindjes aan elkaar knopen deel. Een echte afronding. Van iedereen wordt verteld hoe het nu met ze gaat. Zus Nel is inmiddels getrouwd en voor de vierde keer zwanger. Drie kinderen van haar man Jaap, de oudste van een Canadees. En dan heeft ze nog drie kinderen van Jaap op te voeden. Jaap, die intussen eigenaar van het schildersbedrijf, waar hij eerst nog knecht was.

Jongste zus Riet zit in Canada, met haar man Warner, die in deeltijd studeert aan de landbouwuniversiteit. Tante Jet, de oud collega van Riet en de tante van Warner, heeft contact gehouden met de familie. Ze is juist terug van een half jaar Canada en doet verslag van Riet, Warner en hun dochtertje Martie.

Vriendin Lot komt nog voorbij. Getrouwd met Remco Vegter, die een dochtertje heeft uit zijn eerste huwelijk. Annètje Vegter is uiteraard een vriendin geworden van Mattie, de dochter van Els.

Vader Berkhout wordt ouder en heeft de kwekerij inmiddels van de hand gedaan. Maar hij woont er nog steeds. En is ook nog steeds de oude en wijze raadgever van Els. Hij praat zelfs met Auke, die verder naar niemand luisteren wil. Tante Magda en tante Loes uit 't Peppelhofke komen voorbij. En haar vriendin Han. Die wordt moeder van een dochter.

Het is weer winter, herfst, lente en zomer. Elk met mooie beschrijvingen. Er is leed en er is zorg, er is geluk. Zoals Max de Lange dat altijd goed weet te doen en in de voorgaande negen delen van Goud-Elsje al heeft bewezen. Dit laatste deel is ongetwijfeld op verzoek van de uitgever geschreven. En maakt de serie compleet.

Twintig jaar uit het leven van Els Schaafsma-Berkhout. Einde.

20 oktober 2010

Jessie op de hitlijst


Wat dit boek bijzonder maakt? Ik heb het van de schrijfster zelf gehad. Die heeft op de mavo een lezing gegeven, als vriendin van onze lerares Nederlands. Haar handtekening staat er in, met een datum. 27 februari 1986. Zo lang is het al geleden. Anouk zou in de jaren daarna nog veel meer gaan schrijven in deze strekking. Alleen dan niet meer met de illustraties van Will Berg, maar van Herry Behrens

Jessie op de hitlijst, dat verscheen in 1981, is het eerste werk van Yolanda Edens onder haar pseudoniem, Anouk van Arnhem. Een meisje in de hitparade, terwijl ze nog op school zit. Iets waar jonge meisjes van dromen. Wat geschreven is voor de verkoop. Dat had Anouk goed gezien.

Het gaat dus over Jessie, die eigenlijk Jessica heet. Maar niemand noemt haar zo. Ze zit in 4 havo, maar in leren heeft ze niet zo veel zin. Ze is dan ook al een keer blijven zitten. Het liefst zou ze zangeres worden. Ze heeft al wel zangles, maar onder voorwaarde, dat haar schoolwerk er niet onder lijdt. Als ze weer blijft zitten, zal ze met zingen op moeten houden.

De dreiging van opnieuw zittenblijven is er wel. Maar de sprong naar het succes ook. En die blijkt kinderlijk eenvoudig. Jessie heeft een grote rol in de schoolmusical. Tijdens de uitvoering zit Carlo Piëtro in de zaal. Zoon van een grote platenbaas en broer van een klasgenoot van Jessie. Het is zijn taak jong talent op te sporen en hij ziet het helemaal zitten met Jessie. Maar hij heeft haar nog niet zo maar gevonden.

Om het verhaal een beetje spannend te houden, volgen er nu een aantal stiekeme dingen. Zaken die eigenlijk niet kunnen en die de wederzijdse ouders ook niet eens meteen opmerken. Jessie gaat voorwaardelijk over en moet haar zangles opgeven. Maar de zanglerares is bereid haar in het geniep les te geven. Het is eigenlijk helemaal niet de bedoeling dat Jessie een plaatje op gaat nemen, vindt vader Piëtro. Ze is nog minderjarig.

Maar dan besluit Carlo dat ze ook best buiten de ouders om een plaat op kunnen gaan nemen. Jessica's broer zit intussen het complot en Anneke, zanglerares. Pas wanneer er een brief van de Hilversumse studio's arriveert valt voor de ouders De Groot het kwartje.

Komt het nog goed? Ja, maar niet meteen. Er volgt een ruzie tussen Jessie en haar vader, tussen Carlo en zijn vader en tussen Jessie en Carlo. Ze is intussen aardig verliefd op hem geworden en ineens is die zangcarrière niet belangrijk meer. Zelfs niet, als haar plaat wordt uitgebracht en ze mag optreden in een landelijk bekend programma. Zelfs niet, als ze een platencontract mag tekenen, met toestemming van haar ouders. Het is pas weer helemaal goed, als Carlo in de zaal blijkt te zitten. En hij haar met een bos rozen opwacht, met de mededeling dat ze in de hitparade staat.

En de school? Haar diploma? Ach. Dat doet er ineens niet meer toe. Terwijl het een halfjaar eerder nog zo belangrijk was.

16 oktober 2010

Weerzien van Han


Deel 9 uit de Goud-Elsje reeks. Over Han Born- Terhenne, al sinds deel 2 de vriendin van Els. Misschien wel de allerbeste, zo door de jaren heen, denkt Els bij zichzelf, in een eerder deel.
Han is intussen ook getrouwd. Met dominee Luuc Born. Een oude bekende, die ook in deel 2 al werd geïntroduceerd. Toen was het de verloofde van Trix Bergman, die bij tante Magda en tante Loes op de stopfeesten kwam. Afgestudeerd theoloog, die maar nergens gevraagd werd om als dominee te komen werken. Kandidaat Luuc, werd hij genoemd.

Han vond het toen 'een fijn iemand', maar 'peinsde niet over hem als echtvriend'. Zelf was ze immers ook al eerder verloofd, met Martien van den Heuvel. Dat lazen we al in deel 3. Trix beëindigd de verloving, omdat de toekomst haar zo onzeker lijkt. En ze trouwt daarna al heel snel met een planter, om naar Indonesië te verhuizen. In hetzelfde hoofdstuk van het derde deel beëindigt ook Martien de verloving tussen Han en hem. Hij heeft, ook op weg naar Indonesië, een andere vrouw leren kennen, met wie hij al meteen trouwt. En vanaf dat moment begint Els Han en Luuc al bij elkaar te fantaseren. 'Ze wisten allebei wat leed was. Het zou misschien nog eens...'

We hebben er tot deel 9 op moeten wachten, maar nu zijn ze dan eindelijk met elkaar getrouwd. Han is inmiddels halverwege de dertig. Hoe oud Luuc is, wordt niet vermeld, maar het is zeker een jaar of tien ouder. Er komen bekenden in voor. Tante Magda, tante Loes. Els zelf. Lot, de vriendin van Els. Die vriendschap is zo maar weer helemaal in ere hersteld. We maken kennis met de gemeente van Han en Luuc. Met de schoonfamilie van Han. Een bevriend echtpaar.

Luuc is een oudere wijze man en Han soms nog echt een dol kuiken. Een kuiken, dat erg meeleeft met het wel en wee van haar parochianen. Ze heeft moeite met haar schoonmoeder, maar dat is dan ook de enige, met wie ze moeite heeft. Nou ja, en met het feit, dat ze nog aldoor geen kinderen hebben, zij en Luuc. En ze zijn toch zo heel jong niet meer. Maar ze bidden er om, samen. Dat mag ook. En als de Here het wil, zal hun gebed verhoord worden. Zo geloven ze het.

Een aantal dagen leeft Han 'tussen hoop en vrees'. Totdat het weken gaan worden. 'Zo lang heeft het nog nooit geduurd'. Dan wordt het Kerstmis. Kerstmis in de kerk, op de eerste bank met Luuc, in de toga waarin hij nog langer lijkt dan anders op de kansel. Zingen en bidden en niet langer hopen. Want er komt een kindje. Hun bede is verhoord. Nu maar hopen dat alles goed blijft gaan.

Dat gaan we zien in het laatste deel. Daar moeten alle overgebleven eindjes nog aan elkaar geknoopt worden. Alle onbeantwoorde vragen beantwoord. Voor de laatste keer dus nog: wordt vervolgd. Over alles en iedereen die in deze negen delen al voorbij kwamen.

25 september 2010

Autovisie


Gevonden op de rommelmarkt, in een grote kartonnen doos. Jaargangen Autovisie, tussen 1973 en 1981. Niet helemaal compleet, zeker de laatste jaren niet. Maar alles bij elkaar toch wel een stuk of tweehonderd. Ver voor de Telegraaf het blad overnam. De eerste tijd nog in zwart wit, later met steunkleuren (beetje blauw, paar pagina's rood) en ten slotte fullcolor. Van wekelijks naar tweewekelijks.

Met in elk nummer een testrit. Een eerlijke testrit. Met cijfers. Grote auto's, zoals de Mercedes 240 en de Opel Rekord 1900. Kleintjes, zoals de DAF 44 en de Simca 1100. Toen journalisten nog gewoon mochten schrijven wat ze er van vonden. Een DAF is niet luxe, maar je krijgt waar voor je geld. En de gemiddelde DAF rijder weet toch wel wat hij kan verwachten. Die verwachting is waargemaakt. Een Mercedes? Ja, die is erg duur. Maar in verhouding toch best zuinig en bovendien zeer luxe en degelijk afgewerkt. Wie het er voor over heeft, koopt een Mercedes. Voor hen is de test ook geschreven.

Een Engels slagschip van een merk dat al lang niet meer bestaat en waarvan ik de naam al niet meer weet, krijgt een drie voor het interieur. Schandalig dat het zo slecht gesteld is met zo'n dure auto. Voor die prijs mag je meer verwachten. Aanschaffen? Nou, alleen als je Anglofiel bent dan.

Er is een nummer met een mega testrit. Daarin wordt de nieuwe diesel variant van de Rekord (de 2100) vergeleken met een soortgelijke Mercedes (220 D) en een Peugeot 504. Weer een eerlijk verhaal, met cijfers. Het gaat over diesels, dus auto's waarin veel gereden gaat worden. Alleen veelrijders schaffen een diesel aan. Die is weliswaar duurder in aanschaf maar goedkoper in brandstof. Lange tijd gaan Peugeot en Mercedes gelijk op. De Opel laat het afweten. Nieuw, dus nog voor veel verbeteringen vatbaar. Uiteindelijk wint de Mercedes en die wordt dan ook aanbevolen. Maar voor wie minder kan of wil uitgeven, is de Peugeot zeker een goed alternatief.

Kom daar nu nog maar eens om, om zulke artikelen. Een rallyekampioenschap. 'Team Dolk / De Jong wint alweer in hun Opel Ascona'. Of een advertentie voor een autoradio van Philips. 'Beleef uw muziek van thuis. Nu met vier cassettes in een luxe doosje cadeau. Slade, Elton John, James Last en John Woodhouse'. Jawel.

Elke avond lees ik er een in bed, voor het slapen gaan. Nog steeds zit ik in 1973. Ik was één, toen. Van die tijd weet ik dus niets meer. Maar wanneer je zulke tijdschriften terugleest heb je er ineens een beeld bij. Inclusief dat van Den Uijl, de oliecrisis en de benzine die straks maar liefst een gulden de liter gaat kosten.

14 september 2010

Mandy blijft De Wildhof trouw!


Het leek zo'n mooi happy end van het verhaal. En van de serie. De jongste De Wild, bezig een beroemd schrijfster te worden, in de armen van een dichter. Beroemd en bewonderd. Hij kan zijn gedichten blijven schrijven, terwijl zij toch op de eerste plaats met honden op de kennel van haar vader werkt. Ze zouden op de kennel blijven wonen, want deze wordt verbouwd. Alle zes kinderen gelukkig en bijna allemaal getrouwd. De eerste kleinkinderen al aanwezig of op komst.

Maar nee. Want het blijkt toch niet zo goed te gaan tussen Mandy en haar dichter Jeff. Het valt eerst de beide oudste zussen op en daarna de rest van de familie. Jeff is op zichzelf, denkt te veel aan zijn carrière en wil niet op De Wildhof komen wonen. Bovendien wil hij geen kinderen. Iets dat Mandy wel heel graag wil. Ze gaat steeds vaker alleen op pad, als Jeff weer eens geen zin of tijd heeft. Zo ontmoet ze Carl weer, die ze destijds met Pam op Terschelling leerde kennen.

Hij is weer vrijgezel, want hij kon Mandy niet vergeten. En Mandy? Die weet het allemaal niet meer. Uiteindelijk besluit ze een punt te zetten achter de relatie met Jeff. Een zeer vooruitstrevend besluit, want van Jeff had het niet gehoeven. Een moderne beslissing ook, die de fans van Helen Taselaar haar niet in dank afnamen.

De verbouwing van De Wildhof gaat toch door. Mandy gaat er in haar eentje wonen. En ja, ze heeft verdriet om haar verbroken relatie. Maar al heel snel beseft ze, dat ze zelf verder moet. Ze gaat met Pam een weekje naar Spanje en daar wordt er zelfs al weer met haar geflirt. Daar moet ze dan nog net niets van hebben, maar ze weet nu, dat ze klaar is voor een nieuwe relatie.

De relatie ging ergens in mei uit en tegen oktober is de verbouwing een feit. Jeff komt haar opzoeken in haar nieuwe huis. Ze zijn als vrienden uit elkaar gegaan. Hij maakt geen avances meer en zij is al lang niet meer verdrietig. Zo snel kan het gaan, in boekenland. Je leert iemand kennen, maakt er binnen de kortste keren serieuze plannen mee. Maar als de relatie dan strandt, kost het je hooguit een paar maanden om er over heen te komen.

Ging het in werkelijkheid ook maar zo. Mandy blijft De Wildhof trouw, en in het volgende deel met een nieuwe partner. Opnieuw geïllustreerd door Herry Behrens. En wordt vervolgd.

07 september 2010

Lente voor Lot


Het tweede deel over Lot van de Griend en het achtste deel in de serie Goud Elsje. We beginnen met de verjaardag van Lot, die al lang niet meer zo eenzaam is als in het vorige deel. In tegendeel. Haar verjaardag wordt druk bezocht. En er zijn vaste gasten, voor de hele dag. Zelfs Els komt over. De vriendschap met haar is nog lang niet wat deze vroeger was, maar Els probeert uit alle macht om het te herstellen.

Onder alles door is er nog steeds dat ene: alweer een jaar ouder. En nog steeds niemand om... om op te hopen. Lot heeft nog altijd geen man gevonden voor het leven. Of, zoals Max de Lange dat schrijft, ze is nog steeds niet 'gevraagd' door een man 'voor wie ze haar hart wil openzetten'.

Er worden veel meer vrienden en kennissen geïntroduceerd, die Lot heeft weten te maken, in de afgelopen tijd. Jo Terwee, Anjo en Riemer Scholten, Nan Serné. Ook Renée Fabery komt weer voor. De meisjesboekenschrijfster nodigt Lot uit voor een verblijf op Terschelling. Daar treft ze een meneer Bosman. Jan Willem Bosman, die in het tweede deel werd geïntroduceerd als oud klasgenoot en mogelijk verloofde van Els. Hoe toevallig kan het leven zijn.

De man voor het leven houdt Lot nog steeds bezig. Daar is allereerst Marcel van Twist. Huisvriend van haar vrienden Derk en Diete Norde. Hij leek belangstelling voor haar te hebben, maar verloofde zich met een oud buurmeisje. De verloving raakt uit, maar hij blijkt niet om Lot te komen. En dan is er ook nog steeds Remco Vegter, de zwager van Renée Fabery. Hij vroeg haar een jaar geleden nog als moeder voor zijn dochter Annètje.

Tijdens haar vakantie op Terschelling overlijdt zuster Struyk. Een symbolisch afscheid. Want Lot heeft haar nu niet meer nodig, om de weg gewezen te worden. Lot weet zelf heel goed wat ze moet doen, om niet eenzaam te worden. Ze heeft geleerd zich open te stellen voor anderen en daardoor een rijk leven gekregen. Met Jan Willem Bosman weet ze vriendschap te sluiten. En ook met Marcel van Twist blijft ze goed bevriend, zonder verdere bijbedoelingen.

In het laatste hoofdstuk belt Remco Vegter haar opnieuw. Ze hebben elkaar maar even gezien, op Schiermonnikoog. Hij wil het graag voortzetten. Blijvend. Want na een gezellig uitje - ze hebben elkaar nog niet eens zo vaak gezien, maar het voelt zo vertrouwd met hem - vraagt hij haar om bij hem en zijn dochtertje te komen wonen. Als zijn vrouw. Niet langer als de moeder van zijn kind. En nu durft Lot wel. Meteen. Zonder aarzelen.

Ten slotte neemt ze zich nog voor om haar geluk als eerste met Els te delen, de volgende dag. Om haar het vertrouwen, waar ze Els 'zo afschuwelijk lang' op heeft laten wachten, terug te geven. Daarmee wordt ze nog gelukkiger dan ze al was. En ze dankt God.

Lente, dat is verliefd zijn, geliefd worden en op het punt van trouwen staan. Een late lente weliswaar, maar daarom niet minder mooi voor Lot. Wanneer God het werkelijk zo goed met ons voor zou hebben, zou ik ook dankbaar zijn. Maar helaas zit de werkelijkheid en vooral de mensen die er in leven, tegenwoordig zo niet meer in elkaar.

26 augustus 2010

Hoe hoort het eigenlijk?

Het is lang het meest gebruikte boek voor etiquette geweest. En in latere jaren zelfs nog herschreven. Hoe hoort het eigenlijk? van Amy Groskamp - ten Have. Ik bezit de tiende druk.

In deze etiquette-bijbel komt alles op het gebied van goede manieren voor bij. Op alfabetische volgorde. En het is veel, wat je moet doen en moet laten. Heel veel.

Aankondigen van een overlijden, bijvoorbeeld. Daar staat beschreven wat je niet moet vermelden. Met de reden waarom. De rouwadvertentie - pagina in de krant is niet de plaats om van persoonlijke gezindheid blijk te geven, zo staat er, om te beginnen. Toen niet, althans. Daar denken we vijftig jaar later wel anders over.

Zo mag je niet schrijven: heden overleed mijn geliefde echtgenoot, vader, grootvader, broeder en behuwdbroeder. Broeder is tegenwoordig broer en behuwdbroeder zwager? Ook, maar dat is nu. Wanneer je dit letterlijk leest, aldus mevrouw Groskamp, lijkt het of de hele familie is gestorven. Het moet dus zijn: heden overleed mijn geliefde echtgenoot, onze vader, grootvader, broeder...

Is er een kindje geboren, dan getuigt het van zeer slechte smaak om te melden: Vandaag ben ik geboren: Pieter, of: We hebben een zusje gekregen, Puck en Koosje.
Wat het wel moet zijn? De heer en mevrouw Jansen - Pietersen geven kennis van de geboorte van hun zoon Hendrik Karel, bijvoorbeeld.

In de jaren vijftig kon je aan een auto nog zien, waar deze vandaan kwam. A is Groningen, B Friesland en D Drenthe. Maar internationaal betekenden diezelfde letters ook toen al Oostenrijk, België en Duitsland. Er zijn dingen die een dame nimmer zal doen. Haren opkammen in een openbare gelegenheid, bijvoorbeeld. Of praten tijdens het volkslied. Of liegen tegen de collectant, dat er al betaald is. Een man spreekt in gezelschap uitsluitend vol lof over zijn vrouw en omgekeerd.

Iets wat je vindt, mag je niet houden. Tegen alle regels van de etiquette, is dat. Sportkleding moet correct zijn. Badkleding mag alleen op het strand en beslist niet daarbuiten. Gasten zijn altijd welkom, ook als ze geen kadootje bij zich hebben. Prent dat vooral uw kinderen al vroeg in.
Een vrouw of man die roddelt over een ander toont een bedenkelijke geestesarmoede. De vrouw die zich van alles laat aanmeten, maar slechts uit tijdverdrijf en niet om het te kopen, is onbeschaafd en onbehoorlijk. Verloofde paren mogen in het openbaar niet al te klef doen, nee: zelfbeheersing is het kenmerk van welopgevoede lieden, die te allen tijde zullen vermijden, anderen aanstoot te geven.

Er is een lijst met vreemde woorden.
De wandelstok is grotendeels in onbruik geraakt, maar toch staan er nog enkele wenken voor gebruik in dit boek. De zakenvrouw dient te zijn als de zakenman, met nog een eigenschap extra. Ze moet zichzelf kunnen wegcijferen, zichzelf ondergeschikt maken aan de zaak. Dat is het zekerste middel tot succes.

Of het destijds echt allemaal zo correct werd nageleefd? Ik vraag het me af. Ik heb er mijn ouders en grootouders nooit over gehoord, over dit boek. Toch moet het een bestseller zijn geweest. Een naslagwerk, waarin iets kon worden opgezocht, wat men niet wist. Waar men aan twijfelde. Hoe hoort het eigenlijk? Dat zochten we dus op.

21 augustus 2010

Het lied van de liefde


Onderwijzeres Nienke Lagendijk stuitte bij toeval op een vacature uit de krant, die ze bij toeval in de trein vond. Ze solliciteerde en werd aangenomen. Ver van huis, dus een eigen onderkomen was noodzakelijk. De school regelde een galerijflat voor haar. Eentje zonder overlast van allerlei gespuis, natuurlijk.

Vierentwintig is ze, en vrijgezel. Maar niet lang. Want daar is Jeroen, haar collega, die haar wel ziet zitten. Zij vindt hem aardig, maar meer ook niet. En dan is er de vader van Ronnie Wouterse een van haar leerlingen. Het zesjarige jochie woont, hoe toevallig, bij haar in de flat. En zijn vader Vincent, de knappe oudere versie van zijn zoon, blijkt gescheiden.

Buiten zijn schuld om. Want zijn ex wilde geen kinderen. Zijn ex ging er vandoor. Zijn ex wil niets meer met hen te maken hebben. Zijn schoonouders nog wel. Nee, die trekken absoluut geen partij voor hun dochter. Vincent heeft een goede baan als tekenaar / constructeur. Toch woont hij nog altijd in de galerijflat.

Het wordt wat tussen Vincent en Nienke. Vincent is behalve knap en donker ook dominant. Maar dat vindt Nienke niet erg, want o, wat is ze gelukkig. Vincent wil met haar naar bed, al bij het tweede afspraakje. En ze stemt toe. Hij wijst haar de deur als hij vermoedt, dat ze een ander heeft. O, wat is ze verdrietig. Hij laat haar weer binnen als ze spijt heeft. Hij regelt een weekendje naar Parijs.

Er volgt een huwelijksaanzoek. Natuurlijk botert ook alles met de familie van Nienke. Die vinden het geen van allen erg, dat ze een gescheiden kerel van een jaar of tien ouder inclusief kind aan de haak geslagen heeft.

Ze trouwen. Zonder feest. Hoeft ook niet van Nienke. Ze stopt maar meteen met werken, ook. Haar stiefzoon heeft een moeder nodig. Die wil ze graag worden. Ze moet haar flat opgezegd hebben, en haar baan. Er moet toch juridisch getrouwtrek geweest zijn met de ex. Lezen we niet. Nou ja, de ex komt eenmaal haar kind opeisen. Die wil niet mee. En Vincent wijst haar woedend de deur. Wordt ook geaccepteerd. Geen nieuwe rechtzaak, geen advocaat.

Er komt nog een kindje bij. Ronnie vindt het allemaal prachtig. En Vincent kondigt aan een huis te willen kopen. Nienke vindt het best. Sterker nog, ze is nog nooit zo gelukkig geweest. Dat weten we nu zo langzamerhand wel. Ze heeft het in dit verhaal zeker vijf keer verzucht. Foei.

Mooie illustraties van Herry Behrens. En goed voor de verzameling Helen Taselaar. Maar verder is het qua inhoud om je te schamen. Het zijn de jaren tachtig, ja. Dus nu zijn de vrouwen zelfstandig. Met een eigen baan, eigen mening, eigen onderkomen. Maar o wee als er een man komt. Dan schuiven ze alles nog tien keer zo gemakkelijk opzij als dertig jaar eerder. Ze aarzelen nog geen seconde.

17 augustus 2010

De klas van Tina op werkweek


De actie voor kindertehuis De Zonnebloem is voorbij. De klas van Tina heeft succes gehad. Want het kindertehuis zal open blijven en bovendien subsidie krijgen van de gemeente. Terug naar het gewone leven dus, naar klas havo 4A, waar het inmiddels Paasvakantie is.

De vierde klassen mogen op werkweek. Zo maar ineens, want dat was altijd iets voor de vijfde. Nee, het was niet bij het begin van het schooljaar al aangekondigd. Iedereen die de middelbare school heeft doorlopen, weet, dat dergelijke uitstapjes altijd al aan het begin van het schooljaar bekend worden gemaakt. Sterker nog, je krijgt vaak een rooster voor een heel jaar. Maar nee. Anouk van Arnhem laat plotseling een werkweek te voorschijn komen, bedoeld voor een nieuw verhaal.

De bestemming is niet voor elke klas hetzelfde. Ze liggen zelfs heel ver uit elkaar. Waar de ene klas naar Brussel mag, gaat de tweede naar Berlijn. Voor Tina's klas is een weekje zeilen in Friesland gepland. En natuurlijk gaat de leraar Frans met ze mee. Hij was eigenlijk ergens anders bij ingedeeld, maar kan de klas niet missen, zo blijkt later.

Van vakkenpakketten of profielen heeft Anouk van Arnhem nog nooit gehoord. In het vierde jaar van de havo heeft iedereen nog steeds Franse les. Het is echt een vak om te laten vallen, zeker voor jongens. Sjoerd van Dalen en Bas Jansen zijn er zelfs heel slecht in. Maar kennelijk is het ze nog altijd verplicht Frans te volgen. De klas zet geregeld de boel op stelten. Ook van het Franse toneelstuk, dat de geschiedenis van Europa moet verbeelden, maken ze een janboel. Natuurlijk speelt Tina de hoofdrol, samen met Sjoerd.

Er is een dropping, waarbij uiteraard Tina en haar groepje zoek raakt. Er wordt een excursie naar een broodbakkerij georganiseerd, en een naar de Waddenzee. Uiteraard is de zeilinstructeur knap om te zien en vanzelfsprekend is hij gecharmeerd van Tina. Waarop Sjoerd, die zich zo'n beetje de vaste verkering van Tina noemde, jaloers was. Maar, ook al zo vanzelfsprekend, natuurlijk komt het goed. Heel romantisch, bij de wadden.

Tina en Sjoerd zijn een jaar of zestien. Toch geen leeftijd, waarop je al wijs praten kunt. In mijn herinnering waren de jongens van zestien vooral bezig met brommers, het vertikken van woordjes leren - niet stoer - en schooltassen bekladden. Alleen dat van die woordjes leren klopt, bij Sjoerd. Verder is hij de ideale man. Al lang geen jongen meer. Geen wonder dat Tina hem aantrekkelijk vindt.

Alleen klopt het absoluut niet met de werkelijkheid. Een leraar kan aardig zijn, kan meevallen, maar laat zich nooit zo van zijn persoonlijke kant zien als Toetje, de leraar Frans, die eigenlijk Van Someren heet. En als hij al eenmaal meevalt, valt hij later ook niet meer tegen. Anouk laat het beeld van de leraar nogal eens wisselen. Wie zo de boel op stelten zet als de klas van Tina, wordt geschorst, al was het maar voor een paar dagen. Tina niet. Die krijgt met haar goede karakter alles voor elkaar.

Herry Behrens maakte er een omslag voor. Daarop zijn Tina en Mieke te zien. Geen zestien, zoals in het verhaal staat. Nee. Ze lijken hier minstens twintig te zijn. Bovendien is de omslag nog gejat ook. Van Marijke Behrens - familie?- die de omslag illustreerde voor: Zelden rust in huize Zeldenrust, van Gerdi van Rijswijck. Ietsje aangepast dan, oke. Maar te gek voor woorden, dat de uitgever - Kluitman - dit geaccepteerd heeft.

21 juli 2010

De louteringkuur


Hoe heet het nu precies, dat boek van Cissy van Marxveldt uit 1928. Op de omslag staat Louteringkuur. De rugtitel luidt ook: Louteringkuur. Het schutblad vermeldt De louteringskuur en het titelblad ten slotte De louteringkuur.

Zo zie je maar, dat het voltooien van de bibliotheekopleiding toch nog ergens goed voor is geweest. Want ik heb geleerd uit te gaan van de titel, zoals deze op de titelpagina staat. De louteringkuur, dus. Een uitgave uit 1960, voor de zesde keer geheel van nieuwe illustraties voorzien. En, wat deze bijzonder maakt: de allereerste Witte Raven. De layout is anders, en op het omslag vermeldt de uitgever dat er nog een aantal boeken van Cissy van Marxveldt zullen gaan verschijnen in deze reeks, die dan nog met De Witte Raven wordt aangeduid. "Het teken voor het goede jeugdboek, zij worden uitgegeven door West-Friesland te Hoorn".


Later zouden de Witte Raven pockets een doorslaand succes worden. Om de eerste experimenten meer onderdeel te laten worden van de reeks, werd er een nieuw omslag voor ontworpen. Eentje die meer leek op de rest. Twee ontwerpen voor hetzelfde verhaal in dezelfde reeks dus. Iets unieks. De illustraties zijn in beide gevallen van Borrebach. Hij illustreerde ook al eerdere drukken van dit boek in andere reeksen. De herdruk is overigens consequenter. Daar heet het op omslag, schutblad en titelpagina De louteringkuur.

En het verhaal zelf? Tja, dat is een echte Van Marxveldt. "Haar naam behoort nog steeds tot de meest geliefde schrijfsters van meisjesboeken. En dat is geen wonder, want al haar boeken bezitten een frisheid, die nog steeds weldadig aandoet en die er tot bijdraagt, dat deze nog nooit zijn verouderd". Die zin lijkt meer op een aanbeveling voor doucheschuim, maar waar is het wel. Er zijn niet veel schrijfsters die veertig jaar na dato nog steeds met plezier gelezen worden. Dan moet je het destijds wel heel goed opgeschreven hebben. "Alle bezitten ze een nagenoeg niet te evenaren humor, maar ook diepe menselijkheid."


Cissy van Marxveldt was het grote voorbeeld voor al die andere schrijfsters van meisjesboeken. Ze schreef er vele. En ze kreeg concurrentie, maar serieus werd het nooit. Van niemand. Hans Borrebach las als illustrator nooit de boeken die hij van tekeningen moest voorzien. Hij vond het lopende bandwerk en een foute droomwereld, waar de meisjes in werden meegevoerd. Maar voor Cissy van Marxveldt heeft hij een uitzondering gemaakt. Die heeft hij wel gelezen. En proberen na te doen, bovendien.

15 juli 2010

Het komt goed, Ellen


Ellen de Ruyter is negentien. Ze heeft een baantje op kantoor en in haar vrije tijd is ze veel in de soos te vinden. Ze is een sociaal meelevend meisje en een echte dierenvriend. Ellen heeft een hond, twee cavia's en een paar konijnen. In de soos weet ze haar vrienden warm te krijgen voor een handtekening en stickeractie tegen het zeehondenbont. Ellen heeft een oudere zus, Anouk, die in alles totaal anders is.

Anouk is verkoopster in een zaak voor huishoudelijke artikelen, maar zou liever mannequin zijn. Daar heeft ze ook een opleiding voor gevolgd. Die bestaat kennelijk, in de wereld van Helen Taselaar. En er bestaat ook hier weer een zoon van een directeur, met wie de beide zussen kennismaken. Ditmaal is het Ronald Wentinck, die samen met zijn vader twee grote kledingzaken bezit.

De directeurszoon maakt als eerste kennis met Ellen. Zodra hij Anouk leert kennen, biedt hij haar meteen een baan aan als mannequin / verkoopster in zijn zaak. Een combinatie die ook alleen maar in boeken voorkomt. Anouk heeft een vriend, Pieter, maar ze neemt het niet zo nauw met de relatie. Hij is leuk voor erbij, maar ze heeft haar zinnen op Ronald gezet. Daar geeft hij haar ook alle kans voor: ze gaan samen uit eten, bezoeken samen modeshows. Het lijkt al snel meer dan baas en werknemer.

Het startsein is dan al lang gegeven. Want Ellen vindt Ronald ook leuk. De figuur van knappe, egoïstische concurrente, die Helen Taselaar haast in elk verhaal laat opkomen, is in dit geval dus Ellen's eigen zus. Weer zijn er misverstanden. Weer meent de droom man in kwestie, dat de liefde niet diep zat. Weer is de relatie een poosje uit. En weer komt alles goed.

Anouk draait als een blad aan de boom om, als Pieter hun relatie verbreekt. En natuurlijk wil Pieter haar meteen terug. Dan ligt ook de weg voor Ronald en Ellen weer open. Ja, het komt goed, Ellen. Meer dan goed. Want er is natuurlijk ook meteen een huis is de maak. Er wordt veelvuldig verloofd en getrouwd. Nooit eens met verkeerde partners, het zijn of worden allemaal vrienden. Dat kan, in boekenland. Daar zul je nooit een zus aantreffen, van wie je juist afstand moet nemen omdat haar partner je niet aanstaat. Nee, het is altijd andersom. Je krijgt behalve een man ook nog eens een leuke zwager. En dankzij hem zelfs weer een leuke zus.

Reint de Jonge verzorgde in dit geval de illustraties. En dat heeft hij goed gedaan. Helen Taselaar putte voor dit verhaal maar weer eens inspiratie uit de steeds terugkomende elementen. Liefde, vriendschap, jalouzie, mannen met aanzien en uiteindelijk komt alles komt goed.

08 juli 2010

Lotty is Lot geworden


Ongetrouwd zijn wordt beschouwd als een levenslot, waarin je je moet zien te schikken. Zo werd het ooit door een recensent van de Nederlandse bibliotheekdienst omschreven bij dit boek. In een notendop vat het inderdaad precies 'Lotty is Lot geworden' samen.

Tot nu toe is dit van de hele serie het enige exemplaar, waarvan ik ook de omslag heb. Een omslag die al heel veel zegt. Spannend, wordt dit verhaal door de uitgever genoemd. Daarover verschillen we dan van mening. Want spannend is het bepaald niet. Mooi geschreven, ja, dat wel.

Het zevende deel uit de Goud-Elsje serie gaat over Lot van de Griend, die als kind Lotty werd genoemd. Ze woont, sinds de dood van haar moeder, alleen in een huisje op de Veluwe. Familie heeft ze niet en, doordat ze verlegen is, ook moeite met contacten maken. Lot is illustratrice. Ze is rijk, haar werk is meer haar hobby. Ze kan zich een werkster veroorloven en verder alles wat ze maar nodig acht.

Eenzaam is iets wat niet hoeft, vindt haar oude vriendin zuster Struyk. Zeker niet zo lang er andere eenzamen zijn, die geholpen kunnen worden. En bovendien is er God. Een vriend die je altijd helpt, en die je overal bij wil helpen. Je mag hem om alles vragen. Maar het begint met je te leven te aanvaarden zoals het is en anderen, zeker zo lang je ongetrouwd bent, zo goed mogelijk van dienst te zijn. En dat lukt. Dankzij zuster Struyk en Derk en Diete, haar vriendin in de stad, met hun grote gezin.

En Els? Tussen Els en haar is er ruzie geweest. Ruzie die op het eerste gezicht bijgelegd lijkt, maar die onder de oppervlakte nog o zo goed zichtbaar is. Lot kan het Els niet vergeven, hoe zeer ze haar best ook doet.

Lot viert de zomer, de lente en de herfst. Elk met de bekende schilderachtige omschrijvingen van de mooie omgeving. Ze leert nieuwe mensen kennen. Mensen, met hun eigen verhalen, die de moeite van het luisteren waard zijn. Verhalen met een boodschap. Om langer over na te denken. En dat doet Lot dan ook.

De man voor het leven lijkt in beeld te komen. Tot twee maal toe zelfs. Marcel van Twist, de huisvriend van de familie Norde. En Remco Vegter, zwager van een bevriend schrijfster waar Lot veel voor heeft geïllustreerd. Ze worden het geen van beiden. Wie het dan wel wordt? Daar is een nieuw deel voor nodig. En dat is er ook gekomen.

03 juli 2010

De uitgever over Goud-Elsje



Er zijn alleen in Nederland ruim honderdduizend Goud-Elsje boeken verkocht!

Ook in andere landen, o.a. in de Scandinavische, werd Goud-Elsje via vertalingen veler vriendin.
Het zijn prachtige boeken, die altijd en door àlle meisjes met de grootste vreugde worden ontvangen.

MAX DE LANGE -PRAAMSMA


  1. Goud-Elsje
    14-16 jaar

  2. Goud-Elsje verlooft zich
    15-18 jaar

  3. Goud Elsje draagt een dubbele naam
    17 jaar en ouder

  4. Nog is het lente voor Goud-Elsje
    17 jaar en ouder

  5. Goud-Elsje na de grote storm
    17 jaar en ouder

  6. Riet Berkhout
    17 jaar en ouder

  7. Lotty is Lot geworden
    17 jaar en ouder

  8. Lente voor Lot
    17 jaar en ouder

  9. Weerzien van Han
    17 jaar en ouder

  10. Moeder Els
    17 jaar en ouder

Verzorging van banden, omslagen en illustraties door Rie Reinderhoff.
Een fijn getekend en fris beschreven meisjesleven.


We ontmoeten de spontane Goud-Elsje eerst als H.B.S. leerlinge, later als meisje met een baan, als verloofde van Taco, als doktersvrouwtje en als jonge moeder. We vernemen ook welke sporen de oorlog in het doktersgezin en bij de familie van Goud-Elsje naliet en we hernieuwen de kennismaking met Riet Berkhout, de jongste zuster van Goud-Elsje. In het zevende en achtste deel volgen we de boeiende gebeurtenissen rond Lotty en in deel negen zijn het de levenservaringen van de sympathieke Han Terhenne en haar dominee die ons geboeid houden. In het afsluitende deel wordt onze nieuwsgierigheid naar de verdere levensloop van Goud-Elsje bevredigd, als we haar ontmoeten als moeder van grote kinderen.

Een boek uit de Goud-Elsje serie betekent voor ieder meisje een bijzondere verrassing!

G.F. CALLENBACH N.V.
NIJKERK




Deze tekst is afkomstig van het omslag van 'Lotty is Lot geworden' (3e druk)

26 juni 2010

The Undutchables

Een halve Engelse en een halve Amerikaanse immigrant over het leven in Holland. Verscheen eerst in het Engels en werd later vertaald. Ik bezit de pocketeditie van 2000. De negentiende druk in eenentwintig jaar. Misschien wordt het nog steeds wel herdrukt. Geen illustraties van Borrebach of Behrens, niet eens echt een oud boek. Maar wel een leuke musthave. Alles wat zij schrijven is waar, aldus een recensent op de achterflap. En dat klopt.

Neem hoofdstuk 3, over het openbaar vervoer. De wachtregels, op trein, tram, metro of bus: 'vorm zodra die aankomt met de andere wachtenden een menigte en blokkeer de deuren, zodat niemand er uit kan' en 'schuifel of sta stil, zodat u iedereen die heeft weten uit te stappen, verhindert zich naar de trap of roltrap te haasten'. Wat te doen onderweg. Met je tas kraken, want dit is 'genoeg om de aandacht te trekken van iedereen binnen gehoorsafstand. Iedereen zal zijn bezigheden onderbreken om uit te vinden wat jij uit die tas gaat halen, en zal ook proberen te lezen wat er op die tas gedrukt staat.'

In hoofdstuk 8, dat kortweg 'Poen' heet, onder het kopje in tijden van rouw. Roep de hulp van een Nederlander in. Hij / zij behoedt u voor de op geldbeluste begrafenisondernemer: peperduur bloemsierwerk (we vinden het heel normaal, dat hetzelfde bosje bloemen opeens twee, drie keer zo veel kost wanneer het om een begrafenis gaat), peperdure koffie (ja heus, de Nederlander gaat op zulke momenten in discussie over de vraagprijs van de koffie en cake per persoon in vergelijking met het café in de buurt) en onzinnige extra uitgaven voor ingeblikte muziek (er zou wel eens helemaal niemand naar zitten te luisteren, op zo'n moment).

Aan het einde van hoofdstuk 17, Weet wat u eet, wordt de flessenlikker beschreven. Deze Noorse vinding is alleen in Nederland een succes geworden. Een schitterend en goedkoop cadeau om elders in het buitenland te geven. Want wat is het eigenlijk, als je het niet kent? Een ruggenkrabber? Een stukje fietspomp? Een homo erotisch pretartikel? Een roulette harkje?
Allemaal mis. Ze zouden het nooit raden. En nooit willen hebben ook, je vrienden in het buitenland.

Lees het verhaal van Hansje Verdrinker, over de watersnood van 1995. Het was nog een heel gedoe om de meubels en de vloerbedekking naar boven te verhuizen, vooral met die bocht in die toch al smalle trap. De evacués in het gratis opvangcentrum. Bijna alsof ze met vakantie waren, want aan alles gedacht.

De koffiecultus met het ene koekje er bij. Het broodje kaas, drop, protesteren en bezwaar maken, de koningin, rommelmarkten, een lijstje uitdrukkingen. Beschuit met muisjes en vooral met boter, want zonder dat bent u nergens. Het staat er allemaal in. En het is, inderdaad allemaal waar.

The Undutchables werd in het Engels door Nijgh & Van Ditmar uitgegeven onder de titel: The Undutchables. An observatio of the Netherlands, its culture and its inhabitants.
De Nederlandse vertaling werd verzorgd door Justus van Oel en Paul Heijman.

15 juni 2010

Handboek voor de modelfotografie


Wie kan beter en plezieriger over de modelfotografie schrijven dan een man die niet alleen z'n fotografenhart een het fotomodel verloor, maar zich daarnaast ook als colorist - ontwerper van omslagen, illustrator en kunstschilder - meer op het artistieke vlak aan de uitbeelding van vrouwelijke jeugd en charme heeft gewijd. Vlug geraden...


Een wervend begin van de omslagtekst van het Handboek voor de modelfotografie. De auteur er van is Hans Borrebach. Beter was het geweest, om over hem te melden, dat hij vanaf de jaren twintig zeer actief bezig was geweest met het maken van boekillustraties. En dat de heren uitgevers, het waren ondertussen de jaren zestig, intussen wel waren uitgekeken op die zwierige prenten, die steeds slordiger werden afgeleverd en bovendien steeds pornografischer leken te worden.

Ja, Hans Borrebach had een buitengewone belangstelling voor het vrouwelijke geslacht. En met de jaren werden de opvattingen moderner en durfde hij er steeds meer mee naar buiten te komen. Ja, hij was fotograaf en illustrator en ja, hij had oog voor schoonheid. Dit handboek werd door zijn vrouw in een interview ooit een excuus voor een seksblaadje genoemd. Bestemd voor mannen die zoiets niet durfden te kopen en dus maar een fotoboek kochten. Daar stonden immers ook lekkere wijven in.

Of ze lekker zijn, op de foto, dat weet ik niet. De bijschriften laten in ieder geval niet veel te wensen over. 'Men moet er niet alleen een figuur, maar vooral flair voor bezitten. Over zoiets als lensvrees praat ik niet eens.' 'Hoe knapper het meisje des te eenvoudiger de hulpmiddelen waarmee men fotografeert'.

Natuurlijk staat er ook een heleboel in over techniek, belichting, retouche en make up. Er is een register, waardoor het met recht een handboek te noemen is. Hans Borrebach zou in de jaren zestig een omvangrijk oeuvre aan foto handboeken schrijven. Deze werden allemaal uitgegeven door Veen. Het merendeel van deze boeken bezit ik ook. Omdat ik van fotograferen hou, maar bovenal Hans Borrebach spaar. Wordt vervolgd, dus.

12 juni 2010

Jij + ik = 1


De Kluitman jeugdserie heeft lang bestaan en bestaat misschien nog wel. In de jaren tachtig herkenbaar aan de illustraties van Herry Behrens, waarvan ik er al een aantal besproken heb. In de jaren zestig nog te herkennen aan de onnavolgbare Hans Borrebach. Hij was al een beetje op zijn retour. Er waren al uitgevers die hun titels bij anderen uitbrachten. Kluitman was een van zijn trouwste klanten. En Netty Koen-Conrad een productief schrijfster.

Jij + ik = 1 is uitgegeven in 1962. Het verhaal is er een met een aantal bekende ingrediënten. Hoofdpersoon Jopie Dudok komt uit een gezellig, harmonieus gezin met een hartelijke moeder en een strenge, maar rechtvaardige vader. Een vader met een goede, maar niet overdreven dik betaalde baan. Chef op een afdeling bij de Rijkstelefoon, in dit geval. Jopie zit al niet meer op school, maar is onderwijzeres. Wonen doet ze - wederom - in Amsterdam. Ze heeft een vriendin en collega, Riekje, die plomp, fors en groot is. Jopie heeft - alweer - een leuk uiterlijk, leuke kleren en de belangstelling van een man.

Tjalling Sierma is leraar aan de derde klas en zou niets liever willen dan Jopie. Maar die denkt er anders over. Die wil zich niet binden. Zijn vriendschap waardeert ze zeer, zeker als Riekje niet meer bij haar op school werkt. Maar zich met hem verloven en dan trouwen, nee.

Met wie dan wel? Met Van Rijn, Nico van Rijn. Het nieuwe hoofd der school, met - alweer - een mond gesloten tot een streep. Maar ook met een scooter en de belangstelling van nieuwe collega Gerry Buytendijk. Haar broer is met zijn zus verloofd. Zij is - alweer - een aanstellerig wicht die, - alweer - van feestjes met veel drank en rook houdt. Jopie is - wederom - wars van dit soort leeghoofdigheid. En ze heeft - alweer - een lach die als belletjes klinkt.

Wanneer ze tot de ontdekking komt, dat ze van Nico houdt, neemt ze haar ontslag, want ze durft hem niet meer onder ogen te komen. Alweer niet. Kennen we ook al. En dan gaat het snel. Nico verklaart haar zijn liefde. Hij geeft haar alleen zijn ontslag, als ze een andere baan aanvaardt. Die van huisvrouw. En trouwen? Dat kan spoedig. Vader Van Rijn gaat met pensioen, trekt naar buiten en zij kunnen binnen een half jaar in de oude woning. Zelfs van Gerry komen ze handig af. Zeker, broer Wim Buytendijk trouwt met zus Lidy van Rijn. Maar Wim aanvaardt ook een baan bij de ambassade in Parijs. Dus Gerry zullen ze niet veel meer zien.

Dat was dan dat. En de titel? Die slaat op een levenssom, die twee volwassenen elkaar beloven samen zonder fouten uit te rekenen.

06 juni 2010

Veranderingen op De Wildhof



Het is het laatste weekend van de grote vakantie. Mandy de Wild, de jongste uit het gezin, is bezig haar kamer op te ruimen. Maandag start ze met haar werk op de hondenkennel van haar vader. Haar broer Hugo werkt er ook, net als haar zus Josta. Maar die doet het nog maar part time, omdat ze ook nog een huishouden thuis heeft. En Elke, de oudste zus, is met het werk op de kennel gestopt. Die is intussen moeder van een dochtertje: Kiki.

Zus Bonnie is getrouwd en zus Pam heeft plannen in die richting. Ook broer Hugo is intussen getrouwd. Mandy is de enige vrijgezel in de familie. Ze heeft een hobby in het schrijven van gedichten. Maar niemand mag ze lezen en bij het opruimen van haar kamer besluit ze ze allemaal op te ruimen. Pam onderschept een schrift, typt een paar gedichten over en stuurt ze naar de uitgever. Die prompt enthousiast reageert.

Mandy is eerst nog een beetje onwillig om de brutale actie van haar zus Pam. Ze besluit meer werk op te sturen en haar eerste bundel wordt uitgegeven. Bij dezelfde uitgever als haar grote voorbeeld, Jeff Lamont. Deze man blijkt helemaal nog niet zo oud te zijn, als Mandy denkt. Ze ontmoet hem op een signeersessie, maar het wordt geen prettige kennismaking.

Later zien ze elkaar nog geregeld terug. Eerst vindt Jeff haar gouden vulpen, die hij persoonlijk komt terugbrengen. En later ontmoeten ze elkaar opnieuw. In Engeland, waar Mandy met Josta bij haar schoonzus logeert. Trudy Dorning is intussen ook schrijfster geworden en geeft een feestje, waar Jeff ook verschijnt.

Mandy vindt hem nog altijd verwaand, maar hij wil het goed met haar maken. Zeer goed. Tijdens een etentje bij de Italiaan gaat ze hem steeds aardiger vinden. En na nog een paar misverstanden en een gevoelig verhaal, gaat ze definitief voor hem door de knieën. Ook Mandy is voorzien. En meer dan dat. De Wildhof wordt verbouwd en Mandy gaat de bovenetage bewonen. Samen met Jeff. Alle De Wildjes hadden hun bestemming gevonden, zo eindigt dit verhaal. Allemaal?

Misschien was het de bedoeling van Helen Taselaar om het bij deze zes delen Wildhof te laten. Maar ze heeft het niet gedaan. Misschien op verzoek van haar uitgever, die niet graag een goed verkopende serie zag eindigen. Wordt vervolgd, dus toch.

29 mei 2010

Distels en rozen


Tijdens de grote schoonmaak vindt Nina haar poësie album terug. Ze is inmiddels getrouwd met Bob Both, en moeder van een zoon, Hansje. Ze is tevreden met haar leven, maar soms heeft ze het moeilijk. Bob heeft weliswaar een goede baan, maar saai is het allemaal wel, daar in haar huis met dienstbode in Hilversum. Een goede huisvrouw is ze niet. Dat geeft ze eerlijk toe.

In het poësie album staan versjes van vijf vriendinnen. Hoe zou het hen vergaan zijn? Nina is nieuwsgierig naar hun leven. Man Bob diept voor haar de juiste adressen op en terwijl haar moeder op haar zoontje past, bezoekt Nina ze opnieuw.

Lenny Ypma schreef destijds een versje over levensvreugde en geduld. De molligste vriendin van het stel woont nog altijd in Amsterdam, met haar man en zes kinderen. Ze heeft het maar eenvoudig en haar kinderen zijn niet verwend. Het huis is niet ruim en er is ook geen tuin bij. Toch voelt Nina zich hier in het grote gezin meteen thuis, omdat ze allemaal veel om elkaar geven. Al wil ze alles wat ze in Hilversum heeft, toch voor geen goud missen. Nee, ruilen met Lenny wil Nina niet.

Met vriendin Judy Mendels kan Nina niet meer ruilen. Judy blijkt omgekomen bij een auto ongeluk. Nina hoort het al als ze bij Lenny op bezoek gaat. Het hele verhaal hoort ze van een schoonzus, die ze later nog eens opzoekt. Judy, het lieve, beschaafde meisje, dat een versje schreef over jezelf geven voor anderen, is er niet meer. Het maakt Nina even stil.

Kokette Anneke de Gaag is de volgende vriendin die Nina op zoekt. Destijds was ze zeer in trek bij de jongens en ze had zelfs even een oudere vriend gehad. Inmiddels woont Anneke in een luxe flat in Wassenaar. Ze is verloofd geweest, maar haar verloofde verongelukte. Nu besluit ze te trouwen met een veel oudere man, waardoor ze niet meer op kantoor hoeft te blijven. Haar man houdt geregeld feestjes, waarbij hij met gokken veel geld verdient. Nina wordt voor zo'n feestje uitgenodigd, maar het milieu staat haar totaal niet aan. Anneke schreef een versje over reinheid en moed. Ze heeft er zichzelf niet echt aan gehouden.

Marie Benders, die inmiddels Marion van Hillingen- Benders heet, blijkt getrouwd met een rijke man en woont groot en mooi, met bedienden en een privé chauffeur. Ze wil de kennismaking tussen Nina en haar echtgenoot zien te voorkomen. En het wordt ook duidelijk waarom: Marion's man blijkt een ongemanierde vlegel te zijn, een ruwe ongelikte beer, die veel te veel drinkt. Hierdoor heeft Marion al veel vrienden en kennissen verloren. Zelfs haar ouders komen al niet meer logeren. Ook Nina weet na de onverwachte ontmoeting niet hoe snel ze weer weg moet komen.

Als laatste bezoekt Nina Joke van Ingen. Als jong meisje wilde ze al danseres worden, en het is haar gelukt. Ze moet er hard voor werken en prima ballerina is ze nooit geworden. Er is een man in Joke's leven gekomen, maar ze weet niet, of ze daarvoor haar carrière wel opzij wil zetten. Het is iets, dat Nina niet begrijpt. Alweer een leven, waarmee Nina niet zou willen ruilen.

Zo heeft ze in korte tijd vijf spiegels voorgehouden gekregen. En wanneer Anneke dan ook nog eens betrokken blijkt te zijn geweest bij een diamantsmokkel, weet ze het helemaal zeker. Háár leven is pas echt de moeite waard. Een man, een moeder, een kindje en een tweede op komst. Ze is volmaakt tevreden, met wat ze heeft. Einde.

Met illustraties van Hans Borrebach, uiteraard. En een moraal, die meteen de titel verklaart: de roos is des te waardevoller, naarmate er meer distels zijn. Wij hebben het geluk dat de enkele distel in ons leven overwoekerd wordt door de rozen. Laten we daar dankbaar voor zijn.

20 mei 2010

Riet Berkhout


Met dit zesde deel uit de Goud Elsje serie ben ik ooit begonnen. Op mijn dertiende kocht ik het als afgeschreven boek voor een gulden in de bibliotheek. Het viel onder de C-boeken, in die tijd. Tussen 12 en 15 jaar, aldus de bibliotheek. Maar eigenlijk was het lectuur voor volwassenen. En ik vond het mooi. De andere delen leende ik later, in de bibliotheek. Het zou nog tot 1992 duren, voor ik weer een paar delen kopen kon. En pas in 1995 had ik de serie compleet.

In de jaren daarna heb ik een aantal nieuwere drukken weten in te ruilen voor oudere. In de oudere drukken staan soms enkele fragmenten, die in de nieuwere edities zijn weg gelaten. Zo ook in deze Riet Berkhout. Die extra pagina maakt het verzamelen nog eens zo leuk.

Riet is de jongste zus van Els. Het nakomertje van de familie is inmiddels uitgegroeid tot een jonge vrouw van 23. Ze is onderwijzeres op het dorp en woont met haar vader en zus Nel nog altijd in Ons Nestje. Moeder Berkhout is intussen overleden. En ze heeft een fijne vriendschap verbroken, omdat de jongeman in kwestie ongelovig was. Zus Els en zwager Taco vinden dat Riet eens buiten het dorp moet gaan kijken. Ze hangt te veel aan thuis en wat meer is: ze heeft geen vriendinnen of vrienden. Zelf zegt ze, dat ze die niet nodig heeft, maar haar zus denkt daar anders over.

Riet zoekt en vindt een baan in een dorp aan de voet van een berg, met veel bos. Ze krijgt een kamer in pension 'Marion'. Ze heeft een moeilijke start, maar al gauw raakt ze aardig thuis. Dat komt vooral door Symone Swierstra, die de zolderverdieping bewoont en een echte vriendin van haar wordt. Maar ze heeft ook veel steun aan Jet Verdoorn, haar collega uit de eerste klas. Een moederlijke vrijgezelle vrouw van begin vijftig, met een eigen boerderijtje, dat ze My Castle heeft gedoopt.

De belangstelling van een verloofde dorpsgenoot weet ze snel van zich af te schudden. Dat wordt een ander verhaal wanneer Warner overkomt. Een neef van tante Jet, die met verlof is uit Canada. Bezig om kweker te worden en op zoek naar een vrouw. Eentje die van aanpakken weet en die Engels spreekt. Riet wil er eerst niet aan toegeven. Maar al gauw verliest ze haar hart aan deze sympathieke man met zijn donkere stem, haar en ogen, die haar in alles zo heel erg aan haar overleden broer Joop doet denken.

Riet kan haar familie, het dorp en haar werk maar moeilijk missen. Toch besluit ze, een maand nadat ze hem heeft leren kennen, Warner al achterna te reizen. Getrouwd en wel. Of het in het echte leven ook zo zou kunnen aflopen? Je kunt pas met een man trouwen als je op drie vragen een bevestigend antwoord krijgt, aldus vader Berkhout. 1. Kent hij de Here en leeft hij met Hem? 2. Kan hij zijn vrouw behoorlijk onderhouden en 3. Hebben jullie elkaar werkelijk lief en zijn jullie niet zo maar een beetje verliefd. In Engeland zeggen ze dan, in goede en in kwade dagen.

Ja, Riet heeft op alle drie de vragen een bevestigend antwoord. En dus gaat ze mee naar Canada en laat alles achter zich. Zus Els en haar inmiddels vier kinderen. Zus Nel, die een man gevonden heeft. Haar vader, nu nog alleen op Ons Nestje en tante Jet, wie ze heel erg zal gaan missen.
In de volgende delen komt Riet op de achtergrond nog terug. We verliezen haar niet helemaal uit het oog, dus.

14 mei 2010

Woekeren met ruimte

Terwijl de na- oorlogse huizen in volume zijn afgenomen, groeit gaandeweg in praktisch alle gezinnen óf wegens gezinsuitbreiding, het groter worden van de kinderen, het beoefenen van hobby's, het streven naar meer comfort of anderszins - de behoefte aan meer ruimte, die kan ontstaan...

als gebruik gemaakt gaat worden van 'Woekeren met ruimte'. Deel 39 in de Maraboe Flash reeks. Geen hoek meer verloren, aldus de ondertitel. Woekeren met ruimte! Uitroepteken. Allereerst in een oogopslag: wilt u praktisch wezen? Als u te weinig ruimte hebt. U wilt graag meer comfort, maar u hebt geen armslag? Wilt u het huishoudelijk werk tot een minimum beperken?

Wie op deze vragen een antwoord wil, leest deze Maraboe Flash. Over de verdeling van bezigheden in huis in zeven grond-functies: 1. aan- en uitkleden, 2. wassen en baden, 3. rusten (slapen en uitblazen), 4. zich ontspannen (lezen, muziek, radio, TV, dia's vertonen, praten, drinken, spelen, verzamelen, knutselen, volière, aquarium, planten), 5. eten, 6. onderhoud (keuken, was, strijken, naaien, schoonmaken), 7. administratie (correspondentie, boekhouding, belasting, enz.). Bezigheden met een logische volgorde. Zonder overbodige handelingen, overeenkomstig met uw behoefte, passend in het volume van uw woning. Wees praktisch.

Voorts worden alle grondfuncties verder verdeeld. Voor aan- en uitkleden moet een vestaire zijn, een diepe kast, een kleedkamertje en een paar andere kasten, als dat kan. Tips om dat in huis voor elkaar te krijgen. Muur wordt kast, zolder in de kamer, vestaire in de hal. Over de volledige badkamer, een handige, of een heel eenvoudige. Rusten in een eenkamerappartement. Een extra bed, meer kinderbedden in een kamer. Bed op zolder, reservebed in de gang. Allerhande mogelijkheden voor het plaatsen van een boekenkast, een volière of aquarium. In de deur, in het raam. Eten aan een bar, met een doorgeefwand met kasten. Pannenkasten, secretaires, luxe hoeken.

Het staat er allemaal in. Of het ook echt door iemand zo is uitgevoerd? Ik betwijfel het. Er staan nog wat vaktermen uitgelegd. Van elke oplossing is een tekening gemaakt, maar werktekeningen staan er niet in. Kennelijk werd dat als bekend verondersteld. Volgens Flash wist de handige man hoe hij een bed moest maken, of een aquarium, of een secretaire. En wist hij dat niet, wel, daar had je in de jaren zestig weer andere boeken en tijdschriften voor.

'Woekeren met ruimte' verscheen oorspronkelijk bij uitgeverij Gérard & Co, te Verviers.

02 mei 2010

Een stralende dag voor Saskia


De titel slaat op de trouwdag van Saskia en Nick, die tevens het slot van dit wel heel vanzelfsprekende verhaal van Helen Taselaar vormt. Het verhaal is een combinatie van drie eerdere titels. Ik kan je niet vergeten, Jutta uit 1978, Het komt goed, Ellen uit 1981 en Vliegreis naar het geluk uit 1984. En aangezien ik alle drie de titels in mijn bezit heb, kan ik een mooie vergelijking maken.

Een stralende dag voor Saskia is eveneens uit 1984. Hoofdpersoon is Saskia van Iersel. Ze is twintig en verzorgt sinds de dood van haar moeder het huishouden. Vader hertrouwt met 'tante Tiny' en Saskia kan een baan gaan zoeken. In Vliegreis naar het geluk is het de vader van hoofdpersoon Miranda, die overleden is en moeder, die hertrouwt. Saskia leert Nick kennen in de soos. Ook Jutta en Ellen leren hun toekomstig man in de soos kennen. Ze krijgen er ook alle drie een vriendin. Die van Saskia heet Annelies.

Nick is in het dagelijks leven bedrijfsleider en wordt tevens chef van Saskia, wat ze niet meteen in de gaten heeft. Bovendien blijkt Nick de neef van tante Tiny. In het geval van Miranda is Roy de zoon van de compagnon van haar vader.

In alle drie de gevallen zijn er aardige chefs, die eerder een blauwtje hebben gelopen bij de hoofdpersoon. En in alle drie de gevallen blijken ze dan vervolgens 'plotseling' verliefd te worden op een vriendin van de hoofdpersoon. In dit geval zijn het Reinout en Tamara.

Natuurlijk is er ook een concurrente, een knappe en opvallende vrouw, die probeert de man van de hoofdpersoon voor zich in te palmen. Dat gegeven komt in bijna alle boeken van Helen Taselaar voor. In dit geval is het een tijdelijke collega en heet ze Suze van Schijndel. En er is, zoals zo vaak, weer iemand die het in dat geval voor de hoofdpersoon oplost, door met de man in kwestie te gaan praten. In dit geval is dat Saskia's collega Connie.

Daarnaast speelt er een paard een rol. Pancho, het paard van de schillenboer, in dit geval. Jutta en Miranda rijden geen paard, maar op het moment dat dit boek verscheen had Helen Taselaar al een hele serie over Manage Picadero op haar naam staan.

Kortom: hoofdpersoon leert een man kennen, wordt aarzelend verliefd, schijnbaar bedrogen en daarna gelukkig voor de rest van haar leven. Een overbekend gegeven in een overbekende context. Met mooie plaatjes van Herry Behrens, wederom. Om te lezen en terug in de kast te zetten. Veel moeite kan het Helen Taselaar niet gekost hebben, dit verhaal.

29 april 2010

Apotheek Duinoord

Misschien was ze zelf wel ooit apothekers assistente, schrijfster Marianne van Udinga. In haar boek Apotheek Duinoord wemelt het van de vaktermen. Keurig van voetnoten voorzien, maar ze maken het verhaal in het begin lastig lezen. Scheikundige begrippen en recepten in het Latijn worden wel vermeld, maar verder niet verklaard.

Een verhaal over apothekers assistenten, dus. Wil Verhage, Pam Hoogstraten, Ike van Altingen en de apotheker zelf, mevrouw Van Baerle. Over Floris de loopjongen. Over Titi, de nieuwe assistente die veel meer uitgaat, dan dat ze zorgvuldig werkt. En dat is toch een eerste vereiste voor een apothekers assistente. Want in die tijd maakten en mengden de dames alles nog zelf. Niets werd voorverpakt verkocht.

We maken kennis met de familie Van Altingen. Vader is bij een bombardement in de Tweede Wereldoorlog omgekomen. Moeder bleef alleen achter, maar heeft een grote steun aan Ike gehad, vooral voor de jongere kinderen. Er wordt geschreven over de patiënten. Ernstige en minder ernstige. Over dokter Vlaming en zijn jonge assistent, Wouter Huygens.

Titi werkt niet lang op de apotheek, en wordt vervangen door Thea de Mola, die weer een vriendin van Ike wordt. En dan is er nog Fanny, een meisje uit de stad, dat haar zinnen heeft gezet op dokter Huygens. Maar die heeft alleen oog voor Ike. En natuurlijk wordt het wat.

Een verhaal zoals ze bij honderden geschreven zijn en door West Friesland ook bij honderden geschreven. Met de apotheek als belangrijkste plaats van handeling. En dat maakt het nou zo leuk. Net als dat andere boek, wat in een bibliotheek speelt en ook in de Zonne-reeks verscheen.

Marianne van Udinga ben ik daarna niet meer als schrijfster tegengekomen. De illustraties van Hans Borrebach wel. Bij duizenden. Ze vormen nog steeds de belangrijkste reden van mijn verzameling.

22 april 2010

Goud-Elsje na de grote storm


Deel vijf van de Goud-Elsje serie heeft alweer zo'n mooie titel. Eentje die ik niet begreep, toen ik het voor het eerst las. De grote storm, dat slaat op de Tweede Wereldoorlog. En dat is dan ook meteen de inhoud van het boek. 1946, de oorlog is voorbij, maar er is nog veel op de bon. Hoe is het Els vergaan? Het vierde deel speelde zich af in 1939. Els was toen een jonge vrouw. Inmiddels is ze echt de mevrouw, compleet met maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Zeven jaar zijn voorbij gegaan. Na de mobilisatie de oorlog. Concentratiekampen en onderdrukking, maar het gewone leven ging toch gewoon door. Zelf werd ze moeder van dochter Mattie en later nog zoontje Gert. Haar vriendinnen Pop en Poeleke trouwden allebei. Pop en Johan waren intussen ouders van 'twee kleine meiskes'. Poeleke en Lo hadden tot nu toe nog geen kinderen. 'Daar had ze het vaak heel moeilijk mee'. Joop, afgestudeerd theoloog, werd dominee in een groot dorp in Groningen. Zijn intree was 'een gouden dag', tussen al het oorlogsgeweld. Maar lang mocht het niet duren. Want Joop ging in het verzet. Joop werd gefusilleerd. 'Zijn taak was hier afgelopen', zo schreef een onbekende medestrijder de familie Berkhout. 'Hij mocht Thuiskomen.'

Thuis, met een hoofdletter. Bij God. Met een kleine letter is thuis nog altijd Ons Nestje. Daar waar vader en moeder nog altijd wonen, met de beide jongste dochters. Riet die bezig is onderwijzeres te worden en Nel, die zwanger wordt van een Canadees. Schande, ja, natuurlijk.

Dan is er nog Blier Herne, het thuis van Taco en later in het verhaal ook het thuis van Els en Taco zelf. Vader Schaafsma gaat met pensioen en doet zijn huisartspraktijk over aan zijn zoon. Els komt terug naar het dorp. Precies op tijd, want niet lang daarna krijgt moeder Berkhout een ernstige hartaanval.

Zo zonnig als de eerste paar delen leken, zo veel leed is er nu op Els' pad gekomen. Want behalve een overleden broer, een zieke moeder en een ongewenst zwangere zus, is er ook nog een ruzie met vriendin Lotty. Want die heeft in de oorlog met een Duitser een uitstapje gemaakt. Els heeft haar uitgescholden. Iets dat Lotty haar 'wel moet vergeven, maar niet kan vergeten'. Lotty, die haar moeder verliest. Het enige wat ze nog had. En het Els verzuimt te vertellen. Nee. Dat komt niet meer goed.

Of toch? Het zal nog even duren. In de volgende delen is de hoofdrol weggelegd voor zusje Riet en later voor Lotty. Els horen we voorlopig alleen nog maar op de achtergrond.

19 april 2010

Ons handboek

Officieel heet het: Bibliotheek en documentatie : handboek ten dienste van de opleidingen. De titel heb ik zo vaak ter verantwoording achter in mijn zoveelste lijst van geraadpleegde literatuur voor mijn zoveelste (groeps)werkstuk gebruikt, dat ik 'm nog steeds uit mijn hoofd ken. Ik weet zelfs de naam van de hoofdredacteur nog: P. Schneiders.

Bijna vijftien jaar geleden is het nu, dat ik mijn diploma voor de opleiding bibliotheek en documentaire informatie behaalde. En bij elke opleiding hoort een handboek. Ons handboek, werd het genoemd. Toen ik in '91 aan de opleiding begon, was het geen verplichting meer het aan te schaffen. Maar het werd nog wel heel veel gebruikt.

Ergens in '95 kwam ik het tussen de afgeschreven boeken van de bibliotheek tegen. Daar stond het al een tijdje, want niemand had er belangstelling voor. Ik mocht het voor een gulden meenemen. En ja, inderdaad ik studeerde aan de bibliotheekopleiding.
'Waarom schrijven jullie dit boek af?' vroeg ik de man achter de balie, die sinds kort de bibliotheek van Druten onder zijn beheer bleek te hebben.
'Het is absoluut niet relevant meer.' was zijn antwoord.

Relevant. Dat was nou precies het woord dat onze docent bibliotheektechnische vakken graag in de mond nam. Een relevante publicatie, zei hij dan. Een boek waar je wat aan had. Waar je wat mee kon. En volgens hem was het boek juist heel erg de moeite waard. Ik heb het, zogezegd, nog veel gebruikt.

Wat er allemaal in staat? Vaktechnische informatie. Bibliotheektypologie. Collectievorming. Formele ontsluiting. Bibliografie. Onderwerpsontsluiting. Beschikbaarstelling. Inlichtingenwerk. Personeel en opleiding. Het zal een buitenstaander vast voor het grootste deel niets zeggen.

En als ik eerlijk ben, ben ik ook het grootste deel van die termen vergeten. Toch heb ik Ons handboek nog steeds. Ik bewaar het als een soort relikwie. 743 pagina's lang. Voor de nostalgie, nog uit de tijd dat ik van plan was bibliothecaris te worden. Wat ik al lang niet meer ben en nooit echt ben geweest.

14 april 2010

Tot ziens op De Wildhof


Deel vijf van de serie over de familie met de hondenkennel. Zussen Elke, Josta en Bonnie zijn voorzien van een man. Broer Hugo is voorzien van een vrouw. Chronologisch gezien is nu de een na jongste zus Pam aan de beurt. Ze is in de voorgaande delen altijd afgeschilderd als een onafhankelijke plaaggeest met een grote mond. Maar intussen is ze ouder en wijzer. 'Pam is veranderd', zo laat schrijfster Helen Taselaar het Elke tegen Josta zeggen. 'Maar in haar voordeel.' voegt Josta daar aan toe.

Inderdaad, Pam is veranderd. Na de middelbare school had ze eigenlijk willen gaan studeren. Maar ze zag op tegen een studie van jaren. Daarom zocht ze voorlopig maar een baantje. In de handwerkwinkel. 'Pam had eerlijk gezegd dat ze nog niet wist of ze dat wel wilde blijven doen'. Iemand die zoiets tegen haar toekomstig werkgever zou zeggen, krijgt de baan natuurlijk niet. Pam wel. En ze blijft, want ze doet het werk goed. Pam breit graag, wat niet zo verwonderlijk is, halverwege de jaren tachtig. Toen breide iedereen: 'Het was druk geweest in de Handwerkboetiek. Het leek wel of het halve dorp een breimanie had gekregen.'

In diezelfde jaren tachtig was ook de Playbackshow een bekend fenomeen. Er wordt zo'n playbackshow in het dorp georganiseerd. Pam gaat er aan meedoen, samen met haar jongste zus Mandy. De show wordt gepresenteerd door de landelijk bekende disk jockey Ad Venneker. Een vervelend ventje met kapsones, die al vrij snel woorden krijgt met Pam. Pam kan hem niet uitstaan, maar hij blijkt er anders over te denken...

Als Mandy en Pam op vakantie gaan naar Texel komen ze daar, hoe toevallig, de diskjockey weer tegen. En hoewel hij aan elke vinger wel tien meisjes krijgen kan, zet hij zijn zinnen op Pam. Natuurlijk slaagt hij er in. Mandy doet een vakantievriendje op, maar dat blijkt geen lang leven beschoren. Even lijkt het, of het voor Pam precies zo gaat. Want zag ze Ad niet op de laatste avond met een vreemde vrouw zoenen?

Misverstanden alom. En het toeval helpt. Schoonzus Carola, vers echtgenoot van broer Hugo, was zangeres in een band. Ze besluit een soloplaat te maken. Daarmee komt ze in het programma van Ad terecht, die haar nog van haar oude band herkent. Carola de Jager. Nee, Carola de Wild. De Wild. Net als Pam... Ja, Pam is mijn schoonzusje. En natuurlijk wil Carola helpen, die twee weer bij elkaar te krijgen. Het lukt. Natuurlijk lukt het. Zo is aan het eind van deel vijf ook Pam van een man voorzien. Ze heeft al een huwelijksaanzoek van Ad te pakken, zelfs.

Nu de kleinste van het gezin nog. Nee, vakantieliefde Carl zal het niet worden. Wie dan wel? We zullen het zien. Want ja, er is nog een zesde deel in deze serie verschenen.

28 maart 2010

Ankie

In het tweede deel van de Goud-Elsje serie ontmoet Els op weg naar haar vakantie adres de familie Tjallinga. Dokter Uco, 'jong, lang en heel blond', getrouwd met Ankie, voorzien van 'grappig onregelmatig geplaatste tanden en mooie diepblauwe ogen'. Twee zoontjes hebben ze. Fokke van vier en Leo van twee. Els reist met haar buren, dokter Auke en mevrouw Marijke Schaafsma. De ouders van haar latere man Taco.

De vader van Uco is architect en blijkt een oude vriend van dokter Auke. En omgekeerd blijken Uco en Ankie vlak bij de zoon Taco te wonen, die ook weer arts is. Ja, de wereld is genoeglijk klein, aldus dokter Auke. En Els vindt het gezin ook zo aardig. Ze hoopt ze nog eens terug te zien. Dat gebeurt ook. Tot en met deel 5 komen Uco en Ankie in de serie voor, zijnde vrienden van Taco en Els en uiteindelijk voorzien van drie zonen en een dochtertje, dat aan wiegendood sterft.

Het verhaal van Ankie heeft Max de Lange later als spin off gebruikt, want het is later uitgegeven als de Goud Elsje reeks.

Ankie Horsman is lerares aan de huishoudschool en vind een baan, buiten hun dorp. Ze gaat op kamers bij de familie Tjallinga. Vader Tjallinga is een vriend van vader Horsman en hij en zijn vrouw hebben enkel zonen. Gerlof, Uco, Meindert en Jurjen.

Gerlof verlooft zich al heel gauw met Puck, een nichtje van Ankie. En het duurt niet lang, of Uco verliest zijn hart aan Ankie. Maar zoals het altijd gaat, in de boeken van Max de Lange, het is niet zo maar patsboem raak. Anders dan de meeste andere meisjesromans, moet hier liefde wel degelijk groeien. Er is zelfs een kaper op de kust, in de vorm van Ru Siderius, een collega van Ankie.

De school heeft een moederlijke, nog niet zo oude directrice, Machteld. En dan is er Juleke, Ankie's vriendin, die zich met firmant Koen Ros verlooft. Natuurlijk is er een jong en sympathiek dominees echtpaar. Ook die komen vaker voor in de boeken van Max. Net als de beschrijvingen van de natuur in Friesland, waar Max zelf geboren en getogen is. Er is een vakantie naar Limburg en eentje naar Oostenrijk.

Er is leed, in de vorm van een overleden moeder en een bijna aan longontsteking bezwijkende vader Horsman. Maar er is ook veel lief. Want natuurlijk komt eerst voor Ru de liefde om de hoek kijken, waarna ook Ankie zich durft te geven aan Uco. En vader, vader wordt natuurlijk ook beter.

De pers heeft dit boek zeer geroemd, wat blijkt uit onderstaande recensies, zo meldt het omslag. Mooi, vlot geschreven Christelijk boek voor meisjes. En het valt ook al jaren bij een katholiek meisje in de smaak, zou ik er persoonlijk aan toe willen voegen.

02 maart 2010

Encyclopedie voor iedereen

De eerste druk was van 1933. De derde, 'geheel herziene en uitgebreide' druk van 1937. Mijn tweede druk moet er dus ergens tussen in zitten. Ik vind geen jaartal in het colofon, en kon de editie ook niet in de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek vinden. En als het daar niet in staat, staat het nergens, zo leerde ik vroeger op de bibliotheekopleiding al.

De encyclopedie voor iedereen dus. Slechts een band groot, samengesteld onder leiding van Jan Kooy en uitgegeven door De Haan in Utrecht en Kluwer in Deventer. Alfabetisch in trefwoorden. Niet in pagina's, maar in kolommen. Twee per pagina, in totaal 1770. In oude spelling begint het voorwoord als volgt: In de Nederlandsche taal ontbrak tot dusverre een naslagwerk van handig formaat, dat door zijn geringen omvang op geen schrijftafel en in geen huiskamer in den weg lag. dat desnoods in den zak kon worden meegenomen, maar dat nochtans door de alomvattendheid van zijn inhoud geen aanspraak mocht maken op den naam van Encyclopedie.

De KB catalogus leert mij verder dat het boek nog een negende druk heeft gekend, uitgegeven in 1978. De oorspronkelijke samensteller en redacteuren zullen toen al wel lang overleden zijn geweest. Bovendien was het in de jaren zeventig juist mode een encyclopedie van formaat in huis te hebben. We hadden zelfs speciale eikenhouten wandmeubels, om onder andere de Winkler Prins goed zichtbaar in te kunnen stallen.

Dit exemplaar zou op de bibliotheekopleiding geen encyclopedie genoemd zijn, denk ik. Eerder een Woordenboek met plaatjes. Want de omschrijvingen van de afzonderlijke trefwoorden zijn wel heel erg summier. De afbeeldingen zijn hoofdzakelijk in zwart wit, maar dat kan ook uit kostenbesparing zijn geweest. Kleurendruk was duur in die tijd, en dan zou de encyclopedie immers niet meer 'voor iedereen' kunnen zijn.

Wat er in staat? Van alles eigenlijk. Alfabetisch, uiteraard. Het begint steeds met de letter in kwestie en daarna de andere woorden, elk ook weer alfabetisch. Aagten is bijvoorbeeld het nonnenklooster in Delft, een Jaar een tijdvak waarin de aarde om de zon loopt en Ra een scheikundig symbool van radium. Verder is het vooral een nostalgisch kijk- en bladerboek, met de werking van een televisie en een radio schematisch uitgebeeld, foto's van het snelste stoomschip van het moment, de snelste Duitsche trein tusschen Hamburg en Berlijn en foto's van de sport hardloopen, dat we toen nog met twee o's schreven.

Nee, anderhalve meter encyclopedie heb ik niet in mijn kast. Wel een paar oude exemplaren die de moeite van het bewaren waard zijn. Deze, bijvoorbeeld. Ongetwijfeld ergens op een rommelmarkt voor een paar centen op de kop getikt. Zo ben ik ook aan een Winkler Prins van voor de oorlog gekomen. Die bestond toen ook nog maar uit twee delen. Dat werden er uiteindelijk iets van zesentwintig. Ook leuk, zo'n voorloper. Daarover een andere keer.