15 juni 2018

Voorspel in Florence

Willemijn is een zusje van Ronnie en Job een zoon van Bob en Hanna / pleegbroer van Daan. Ze zien elkaar voor het eerst in Florence, maar vinden elkaar uiteindelijk voorgoed in Zwitserland.

Dat is het elfde deel uit de serie in twee regels samengevat. Het is knap, hoe schrijfster Sanne van Havelte vier families in elkaar weet te vlechten, door toevallige ontmoetingen. Je moet er als lezer echt de stambomen bij in gedachten hebben. Dat is dan ook gebeurd, op deze website. Ik heb ze zelfs uitgedraaid, om het overzicht niet kwijt te raken.

Willemijn van Lelieveld is van plan om reisleidster te worden op de bus naar Florence. Dat krijgt Hanna te horen, via Jappe Huizinga. Jappe is dus een broer van Tim en Tim een studievriend van Bob. Het moet inmiddels meer dan vijfentwintig jaar geleden zijn, dat die twee samen studeerden.  Ze wonen een behoorlijk eind bij elkaar vandaan en hebben elk een eigen gezin, toch is de vriendschap nog altijd even echt.

Jappe is dus ook de man van Ronnie, en zo komt Hanna dan bij Willemijn en haar ouders terecht. Met de vraag of zij, Willemijn, naar hun zoon Job uit zou willen kijken als ze in Florence is. Want Job is gevlogen, wist niet meer wat hij wilde. In elk geval niet meer naar school. En in plaats van dat zijn ouders er alles aan doen om hem terug te krijgen, desnoods met een internationaal opsporingsbevel, laten ze hem met rust. En mag Willemijn het oplossen.

Haar ouders vinden het een onbehoorlijk voorstel, maar dat zeggen ze niet tegen Hanna. Wel tegen Willemijn, die zeventien is en het probleem niet ziet. Haar ouders maken er dan ook geen probleem meer van. Ze mag ten slotte ook zo maar naar Florence om te gaan werken. We zitten nog steeds in de jaren vijftig en nee, dat was toen niet vanzelfsprekend.

Florence is net zo min een dorp als Parijs of Zuid-Afrika, toch treft Willemijn Job al vrij snel. Hij leidt een echt zwerversbestaan maar komt onder invloed van Willemijn en haar passagiers tot inkeer. Al vrij snel zelfs. Nee, ze vallen elkaar nog niet meteen in de armen. Ze verliezen elkaar een paar keer uit het oog. Job is koppig en geeft zijn vrije leventje nog niet zo maar op. Uiteindelijk doet hij dat wel. En dan kan hij Willemijn ook weer opzoeken. Die hem uiteraard meteen haar jawoord geeft.

De uitgever had voor dit verhaal voor het eerst geen Hans Borrebach als illustrator gevraagd. In zijn plaats kwam Rein van Looy, die slechts een bandomslag en bandtekening afleverde. Omdat ik benieuwd was naar het verdere verloop van deze serie, heb ik het toch aangeschaft. Zo gaat dat met series, die wil je compleet hebben. Omdat het zo leuk staat in de kast. Al is dit verhaal dan opnieuw iets ongeloofwaardiger geworden.

Sanne van Havelte zelf was intussen zo populair geworden, dat ze zich kon gaan meten aan Cissy van Marxveldt. Ze werd minstens zo veel gelezen. Voor een uitgever dus een goudmijn. Zeker als ze weer een deel van een serie af wist te leveren.

07 juni 2018

Schoevers handboek voor de secretaresse

Al meteen in het eerste hoofdstuk, dat De secretaresse heet, wordt de toon gezet. We leven in een tijd leven waarin de vrouw gelukkig niet gelijk is aan een man, zo staat er, maar wel gelijkwáárdig is aan de man. Wat dan precies het verschil is en waarom gelijkwaardig zijn beter is dan gelijk zijn aan, wordt verder niet uitgelegd. Dat is ook niet nodig. De vrouw is nog altijd dienstbaar aan haar man. Een secretaresse is het zelfs dubbel. Zowel zakelijk als privé.

Op haar werk is zij de bindende factor van het bedrijf. Zij moet goed verzorgd zijn, voorzien van uitstekende manieren, efficiënt werken, de directeur werk uit handen nemen. Ze moet kunnen typen, notuleren, archiveren, boekhouden en nog zo veel dingen meer. Er staat zelfs een vergelijkend lijstje in, hoe de efficiënte secretaresse werkt en hoe een inefficiënt exemplaar te werk gaat. Dat lijstje is aan te raden om nog eens na te slaan. Om je eigen werkwijze te kunnen beoordelen. Wacht er niet te lang mee en zorg vooral dat je het éérder onder ogen krijgt als je baas.

Brrr. Het staat er allemaal echt zo in. Dit waren de jaren zestig, maar in de jaren tachtig was het beeld van secretaresse nog niet zo heel veel veranderd. De teksten uit dit soort boeken waren precies de reden, dat ik vroeger de kriebels kreeg van meiden die na de middelbare school naar Schoevers gingen. Want ik wilde zelf óók iets mogen en kunnen beslissen en niet de hele tijd als een hondje achter mijn directeur aanlopen. Ik moest er niet aan denken dat ik me de hele dag met mijn garderobe bezig moest houden. Of dat ik het internationale alfabet voor telefoneren uit mijn hoofd moest kunnen.

Of het echt allemaal zo erg was? Alle stereotypen die bestaan over secretaresses zijn te vinden in dit boek. Maar als je je daar doorheen weet te worstelen, is het toch leuk om te lezen. Want dit boek is niet zo maar een handreiking, er staat echt alles in. Over werk wat nu zo goed als niet meer bestaat. Hoe je teksten typt voor een stencilapparaat, bijvoorbeeld. Met een typemachine zonder lint op een stuk zeer gemeen spul, dat je machine opvreet als je het er niet tijdig uit haalt. Geen woord over de gezondheid van de secretaresse, die er mee moest werken.

Er staat een gedegen hoofdstuk in over archiveren en sorteren, wat in een handboek voor bibliotheek niet zou hebben misstaan. Een goede bijdrage over zakelijke etiquette. Elk hoofdstuk wordt afgesloten met een aantal vragen, waarmee je dus testen kunt of de lesstof voldoende is blijven hangen. Er zijn illustraties met dank 'aan de firma Ahrend', van dingen waarvan je het bestaan niet eens kon vermoeden. En onderverdelingen in materiaalsoorten die zelfs de bibliothecaris nog te boven gaan. De wijze van inbinden bijvoorbeeld. Tussen het nietje (definitief) en de paperclip (tijdelijk) blijken nog talloze mogelijkheden in te zitten.

30 mei 2018

Wies maal vier


In 1969 verscheen het eerste deel van vier verhalen over Wies Brinkman. De serie zou in de jaren tachtig worden overgenomen door uitgeverij Bruna, die de reeks in pocketvorm uitgaf. Dat was ook mjjn eerste kennismaking met Wies. De oudere delen zou ik pas veel later bij elkaar sparen.

Wies Brinkman, heet het eerste deel eenvoudig. Het zou vijftien jaar later opnieuw worden uitgegeven onder de titel Wies is de eerste. Ze heeft een vader die professor is en een moeder die gedichten schrijft. Haar vader is een soort geleerde en haar moeder een beroemde dichteres. Haar broers en zussen zitten 'uiteraard' op het gymnasium. Zelf komt ze maar net in aanmerking voor het lyceum, in een latere druk vervangen voor havo.

Wat is er mis met de havo? Dat vroeg ik me af in de jaren tachtig, toen ik het voor het eerst las en anno nu vraag ik het me nog steeds af. Het antwoord wordt niet gegeven in deel 1. Deel 2 gaat vrolijk verder over haar geleerde vader. Die is professor geworden. De familie Brinkman verhuist naar een groot huis, waar Wies een zolderkamer krijgt. Ze is er in het begin eenzaam, maar dan maakt ze kennis met de buurkinderen Tim en Tom. Het wordt vriendschap en er wordt zelfs iets van verliefdheid gesuggereerd. Het wordt vakantie en Wies maakt een dubbele afspraak. Ze gaat mee met Tim en Tom en in dezelfde periode wil ze ook met haar nichtje op stap. Hoe dat goed moet komen, dat mag Wies zelf uitzoeken.

In het derde deel komen er, aldus de flaptekst van de pocket, 'abnormaal  veel problemen' voorbij. Haar geleerde, maar verstrooide vader kan ze uiteraard niet zelf oplossen. Haar al net zo verstrooide, maar creatieve moeder al net zo min. Wies moet het dus in haar eentje zien te klaren. En uiteraard lukt haar dat. Er komt wel een beetje geluk bij kijken, zo wordt er eerlijk toegegeven, maar dit is boekenland en daar lukt nou eenmaal altijd alles. Op precies het moment dat je het nodig hebt. Anneke Bloemen doet er ditmaal zogenaamd nonchalant over, maar in feite verschillen de belevenissen van Wies niet zo heel veel van die van Loesje. Ook daar waren de problemen eigenlij al abnormaal groot, al werd dat in het begin van de jaren zestig nog niet zo genoemd.

Als het vierde deel van Wies verschijnt is het 1971 geworden. Twee jaar na het verschijnen van het eerste deel lezen we hier in het laatste deel hoe Wies met een vriendin in Engeland gaat werken. Op een kostschool natuurlijk. Die combinatie van land en locatie doet het immers altijd goed in meisjesboekenland. Daar had de schrijfster haar eigen fantasie niet voor nodig. Meisjes gaan in boeken nou eenmaal geregeld op kostschool, naar een internaat of iets wat daar op lijkt. Andere meisjes, die gewoon thuis wonen, lezen daar graag over.

Herry Behrens maakte er in de eerste drukken herkenbare illustraties bij, die duidelijk een meisje uit het eind van de jaren zestig voorstellen. Will Berg deed er in de herdrukken van Bruna hetzelfde mee, maar dan in de jaren tachtig. De serie over Wies zou niet de laatste serie boeken over een meisje zijn. Wel raakte het verschijnsel 'meisjesboek' uit de tijd. Anneke Bloemen besloot daarom, om zich meer op kinderen te richten. Want op Wies zou in de jaren zeventig Juultje volgen. En die is heel wat jonger dan Wies, Merel, Loesje, Polly, Annemieke en al hun vriendinnen.

22 mei 2018

De verborgen fontein

Kleine Daantje is intussen een volwassen Daan geworden. Hij is een paar keer ter sprake gekomen als 'oudste' van Bob en Hanna, maar in dit tiende deel uit de serie krijgt hij ook echt de hoofdrol.

Van de ooit zo mondaine Bob en de losbol Hanna is weinig meer over. Hij is een bezadigd advocaat, zij een huismoeder met een hulp. Na pleegzoon Daan werden achtereenvolgens dochter Anneke en zonen Job en Henk geboren en ten slotte nog een tweede meisje, een nakomertje. Marie-José. Ze is de lieveling van iedereen en ook Daan vindt haar onweerstaanbaar.

Het gezin Van Hemert- van Eek is dus druk, met vijf kinderen, waarvan alleen Daan al echt volwassen is. Hij wil met alle geweld naar Zuid-Afrika. Een meisje achterna dat hij alleen maar van een gevonden fotootje kent, waar haar naam op geschreven staat. Ze heet Klaartje en, zo staat er verder, ze gaat naar Zuid-Afrika.  Meer weet hij niet van haar. Toch is het voldoende voor een nuchtere, Hollandse jongen uit een prima gezin, om op de boot te stappen en haar achterna te reizen.

Klaartje, dat is Klaartje van 't Hoff. De schrijfster laat ons lezers ook met haar kennismaken. Klaartje is de dochter van een kunstschilder. Een dromer, die niet aan de zekerheid van een inkomen denkt. Dat moet zij dus doen, aangezien moeder is overleden. Klaartje pakt alles aan. En wanneer ze, eenmaal in Zuid-Afrika, als gasten in een sjofel hotel belanden, wordt ze van pensiongast werknemer. En haar vader ook. Hij als kok, zij als, ja, iets wat je nu manager zou noemen. De eigenaresse is er ook nog gewoon, maar die maakt er een rommeltje van. Dat kan ze dus beter aan een ander overlaten.

Zuid-Afrika is een groot land, met talloze hotels en pensions en bovendien heeft Daan de Jager nog steeds niet meer dan haar voornaam achterop een fotootje. Toch weet hij een kamer in het hotel van Klaartje en haar vader te boeken, waar de liefde uiteraard wederzijds wordt.

De liefde overwint alles, zelfs kilometers ver. Wie voor elkaar bestemd is vindt elkaar ook. Liefde voor het leven kan zich baseren op slechts één fotootje. Van zo maar een pensiongast kun je je opwerken tot leidinggevende in een hotel, als je maar van aanpakken weet. En als kunstschilder leg je je penselen opzij om kok te worden, zodra dat geld oplevert. Want inspiratie is mooi, maar als het niets op blijkt te leveren, moet het maar voorgoed te kast in. Werken zul je.

Sanne van Havelte heeft zelf wél altijd van haar pen kunnen leven. Royaal zelfs. Ze kon er mee in Zuid Afrika terecht komen, wat haar de inspiratie opleverde voor dit verhaal. Het wordt er allemaal niet geloofwaardiger op. Waren de problemen van Tim, Miek, Frans en Hanna nog wel te overzien, hier lukt dat niet meer. Woede aanvallen, een kunstvoet, een te frivool leven, dat is allemaal nog wel op te lossen met de liefde. Maar dit gegeven van Daan en Klaartje, had Sanne toch anders op moeten lossen.

Het toeval speelt een grote rol bij het verloop van de romance, aldus de omschrijving van de bibliotheek in de online catalogus. Dat klopt helemaal. Een te grote rol, is het zelfs.

11 mei 2018

Hippe omslagen die de plank misslaan

Romans met een foto omslag. Je moet er van houden. Of het goedkoper is dan een illustrator te vragen, weet ik niet. Misschien is het ook wel een poosje mode geweest. Want ik kom ze meer tegen, bij boeken uit de jaren zeventig.

Van Holkema en Warendorf besloot in 1977 de dertien delen van Sanne van Havelte op die manier uit te geven. Van Hun geheim, dat een eerste druk had in 1934, tot en met Jils roeping, dat voor het eerst verscheen in 1966. Die foto editie zag ik voor het eerst op de boekenmarkt van Deventer, waar een handelaar de hele reeks aanbood, voor € 1 per deel.

Later zou ik ze vaker tegen gaan komen. En elke keer weer, als ik ze nu zie, vraag ik me af: waarom? Sanne van Havelte was een veelgelezen schrijfster. Hoe heeft een uitgever de plank toch zo kunnen misslaan? Een foto als omslag is zo veel meer tijdgebonden dan een illustratie. Het doet al na een paar jaar ouderwets aan. Tekeningen kunnen langer mee. Maar voor wie de inhoud kent: het klopt ook zo heel erg niet.

Deze bijvoorbeeld. Je kunt wel een meisje tegen een oude auto aan laten leunen, maar daarmee is het nog niet meteen Hanna uit Hanna's vlucht, die ergens in de jaren dertig met Bob in nader contact komt en uiteindelijk voor hem kiest. Dit is heel duidelijk een meisje uit 1977, die tegen een Hispano Suiza aangeleund staat. Want dat staat duidelijk op de grille van de auto. Het is dus in elk geval niet zo'n Citroën als die van Bob. Was het nou zó moeilijk om een auto van dat merk te kunnen vinden voor de foto? En waar is Bob zelf, waar is Daantje? Van wie is die hond? Hanna heeft helemaal niet iets speciaals met honden. 

Of deze versie van Het ene talent. Wat heeft het zusje van Tina Turner uit de tijd dat ze nog bij Ike was te maken met Lies Wessels, die niets zo goed kan als een huislijke sfeer om zichzelf heen scheppen, waarmee ze niet alleen haar broer behoed voor verval, maar ook nog de man van het leven weet te vinden? Deze oosterse meid tussen de tropische bladeren slaat de plank volledig mis. Lies gaat de grens niet eens over. Het verhaal speelt zich grotendeels af in de polder, ver van de bewoonde wereld, waar je alleen met een auto je goed kunt verplaatsen. Dit lijkt er totáál niet op. 
Nog eentje dan. De omslag van De rozen van Hofwijck. Het verhaal van Doede, die zijn concentratiekamp verleden probeert te verwerken en daarbij steun krijgt van Annemarie. Wat heeft dat nog te maken met deze sensuele foto, waarin deze dame zich laat verleiden door een nauwelijks zichtbare man? Er is helemaal geen sprake van twee individuen die vrede met zichzelf moeten hebben, voordat ze een relatie met elkaar aan kunnen gaan.

De verhalen van Sanne van Havelte zouden ook in de jaren tachtig nog worden herdrukt. De Zuid-Hollandsche Uitgeversmaatschappij gaf ze uit in omnibussen en dubbelromans. Opnieuw met tekeningen. Moderne tekeningen, die ook weer niet stroken met de inhoud. Maar minder storend dan deze foto omslagen uit de jaren zeventig. Zo gebeurde het niet alleen bij deze boeken. De uitgevers gingen weer inzien dat omslagen toch beter gewoon getekend konden worden. Gelukkig maar.


20 april 2018

Merel volgt Annemieke, Polly en Loesje op



De zes delen van Merel verschenen voor het eerst tussen 1965 en 1967. Behalve die stereotype meisjesboeken, zoals de officiële Brinkman's catalogus van boeken haar inmiddels was gaan omschrijven, had ze intussen ook al een aantal kinderboeken op haar naam staan. Ook Merel werd herdrukt in de jaren tachtig. Eerst in pocket, daarna in twee omnibussen. Het verschil tussen de beide Merels is groot. Die uit de jaren zestig is uitgesproken truttig, terwijl die van twintig jaar later juist heel erg aanspreekt. Dankzij opnieuw de tekeningen van Herry Berhrens. Die maakte het ook voor mij herkenbaar.

Zelf leende ik Merel in de bibliotheek, in de nieuwere uitgave. Zo had ik ook Loesje leren kennen. Maar Merel vond ik minder leuk. Stom zelfs. Want Merel was een dochter van een baron en barones. Ze gaan met haar familie op een boerderij wonen, maar Merel moet naar kostschool in Den Haag. Iets dat mij totaal niet aansprak.

In deel twee moet Merel haar best doen om naar het Lyceum te kunnen. Ze moet er zelfs 
toelatingsexamen voor doen. Het bestond allebei niet meer, in de jaren tachtig. Toch werd het in eerste instantie gewoon overgenomen. Niet leuk om te lezen als je zelf bekend bent met een cito toets en een advies van school voor het middelbaar onderwijs. MAVO of HAVO of Atheneum, maar van Lyceum had ik nog nooit gehoord.


Vervolgens komt ze in een klas terecht waar ze niemand kent. Want haar vriendinnen zijn in een andere klas geplaatst. Waarom zou zoiets gebeuren? Ik vroeg het me toen al af, maar het werd niet beantwoord. En het meisje Maaike, waar ze dan vriendschap mee sluit, is natuurlijk weer de dochter van een kunstschilder. Zucht.

In het vierde deel zijn Merel en Maaike ineens dik bevriend. Er is zelfs een hele club van vriendinnen, zoals dat Annemieke en Loesje ook al overkwam. Een kliekje dus, waar je niet tussen kwam. En waar ik dus een hekel aan had. Merel en haar vriendinnen stellen zelfs een huwelijksadvertentie op voor hun lerares, mevrouw Knol. Ze heeft de bijnaam Knolletje, en doet in alles heel erg denken aan Keteltje, de lerares van Loesje. Merel wordt om haar advertentie zelfs van school gestuurd. Maar uiteindelijk valt het toch mee.

Vervolgens moet Merel 'een taak' maken. Voorwaardelijk over, heette dat, hoorde ik veel later. Toen begreep ik daar niets van. Je bleef óf zitten, óf je ging over. De vakantie van Merel wordt extra bijzonder als ze met haar vriendin gaat babysitten. Wat dan weer erg lijkt op de vakantie van Annemieke en haar vriendinnen, in Annemieke en de club van Jan pak an.

Zo komen we uiteindelijk aan bij het laatste deel. Wat precies Merel's geheim was, weet ik niet meer. En verder komt ze in nauwer contact met voormalig lerares Knol, die, eenmaal getrouwd, toch nog niet helemaal van school blijkt te zijn verdwenen. Merel leert haar beter kennen en bij nader inzien valt ze best mee. Wat verzuurde leraressen altijd blijken te doen, bij nader inzien. In boeken dan. Want daar komen ze nogal eens op het nippertje aan een man. En daarmee wordt alles anders.

Dat werd de tijd langzaam aan ook. Anneke zou Merel's opvolger opnieuw wat minder verwend en vanzelfsprekend maken. Wordt opnieuw vervolgd. 

14 april 2018

De verloren melodie

Het is al bijna vijf jaar geleden, dat ik er over schreef. Maar de serie van dertien van Sanne van Havelte is nog niet compleet beschreven. Ik was in mijn blog gebleven bij deel acht, waarin het loodzware oorlogstrauma van een van de jongere zonen Huizinga werd beschreven.

Dit negende deel gaat over de jongste Huizinga, Jappe, die al net zo koppig is als zijn oudere broers. Maar het gaat nog meer over Ronnie van Lelieveld, de oudste dochter van wat de vierde familie in de serie gaat worden. De Huizinga's en de Van Lelievelds leerden elkaar kennen op de bruiloft van Tjeerd Huizinga en Maddie. En sluiten vriendschap.

Ronnie is dan nog de opstandige scholier, die niet weet, wat ze met het leven wil, Jappe is een paar jaar ouder en student. Natuurlijk zijn ze voor elkaar bestemd, maar nog niet meteen. Eerst krijgen ze ruzie. En moet Ronnie nog uitvinden wie ze werkelijk is. 'Het leven leren kennen', zoals dat in die tijd nogal eens genoemd werd, in de boeken. Daarvoor gaat ze met een ongetrouwde tante naar Frankrijk. Tante Stan wordt al heel snel Tan in het verhaal en blijkt ook lang niet zo ouderwets als Ronnie dacht. Het wordt zelfs heel gezellig in Parijs.

Ze komen er Jappe tegen. Uiteraard. Parijs is minstens zo groot als de provincie Utrecht, maar in boeken is alles nu eenmaal mogelijk. Ze moeten elkaar wel treffen, anders komt het nooit meer goed. Dat had natuurlijk ook in Nederland ergens kunnen gebeuren, maar ja, zoiets is natuurlijk veel romantischer in Parijs. Dit boek werd in 1951 voor het eerst uitgegeven, toen kwam je daar nog niet zo maar. En als jong meisje al helemaal niet.

Natuurlijk zijn Jappe en Ronnie voor elkaar bestemd, zodra Ronnie haar leven op de rit heeft en ook Jappe weet wat hij worden wil. Er moet alleen nog even een onderkomen worden geregeld. En zo waar, daar is het huisje van de oma van Ronnie. Daar waar tante Stan lang met oma woonde, tot oma overleed. Het staat op naam van Ronnie en tante Stan heeft geen enkel bezwaar om het te verlaten. Wat is er immers mooier om het aan een jong stel af te staan, die er samen een toekomst in gaan beginnen?

Een boek wat hartelijk kan worden aanbevolen, aldus een recensie uit die tijd. Omdat er een milde levenswijsheid uit spreekt. 'De verloren melodie' is een boek bestemd voor hen, die in een gevoelige leeftijd verkeren. Het is geen boek dat dweept met onbestaande, ideaal levende mensen. H'm. Hoe veel meisjes zouden op hun twintigste het huis van hun oma erven? En hoe veel meisjes hadden toen een ongetrouwde tante die ze voor maanden mee naar Parijs nam? En hoe veel meisjes leerden al op de middelbare school hun man kennen? Dat was ook in 1951 al een zeldzaamheid.

Geen geschikt leesvoer, dus, voor meisjes in de gevoelige leeftijd. Die zouden, terecht, kunnen gaan denken, dat het leven zo in elkaar zat. En aangezien ze zelf geen huis geërfd hadden, niet met een tante in Parijs waren geweest en ook geen aardige jongen op een bruiloft hadden leren kennen een paar jaar eerder, zouden ze best kunnen gaan denken, dat er iets aan hen mankeerde. Wat niet zo was, uiteraard, maar wat ze wel konden denken, na het lezen van dit negende deel.