14 juli 2017

Eén van de zes

Dit is geen titel van een meisjesroman of kinderboek. Deze blog gaat over Bredevoort Boekenstad. Of, beter gezegd, het einde van Bredevoort Boekenstad. Want van wat in 1993 begon als het Nederlandse alternatief van Hay-on-Wye in Wales en het Belgische Redu was al jaren niet veel meer over. Maar nu is het dan ook officieel einde verhaal. Letterlijk. 

De boekenstad is voortaan een van de zes kwaliteiten, aldus de Gelderlander. De andere vijf zijn historie, kunst en cultuur, groen, machten en gastvrijheid. Dat is samen zes, mits je kunst en cultuur als één kwaliteit wil zien. Enfin. Ronkende ambtenarentaal voor een dorp, dat op sterven na dood is. Ik heb er jaren achtereen de boekenmarkten bezocht en zag het minder worden. 

Bredevoort is met het openbaar vervoer nauwelijks te bereiken, daarom kwam er speciaal voor de Boekenstad een treintaxi halte voor een verbinding met station Aalten. Die treintaxi rijdt al lang niet meer. De in 1993 opgerichte Stichting hield in 2010 op te bestaan. De gemeente besloot het over te nemen, maar slaagde daar niet in. Er verdwenen steeds meer antiquariaten. Ook de Rabobank besloot de enige pinautomaat in het dorp te sluiten. Wie nu nog contanten wil hebben, moet vijf kilometer omrijden, of zoiets. 

Er zijn tijden geweest dat er verkeersregelaars nodig waren om het bezoek in goede banen te leiden. En ineens hadden die niets meer te doen. Waren er weilanden afgezet om auto's in kwijt te kunnen. Auto's van bezoekers, die niet kwamen. Was de file, het dorp uit tot aan het eerstvolgende stoplicht van de provinciale weg, verdwenen als sneeuw voor de zon. En was er vooral geen fatsoenlijk boek meer te vinden. 

Wat er overbleef aan handelaren, dat ergerde me alleen maar. Dat was het type dat dacht goud te hebben. Zes delen van de in totaal zestien delen tellende encyclopedie Het leven der dieren aanbieden, bijvoorbeeld. Een standaardwerk in de jaren zeventig, achterhaald in de jaren tachtig, in de uitverkoop in de jaren negentig. Anno nu wordt je er op Marktplaats mee doodgegooid. Een antiquariaat vroeg er twee jaar geleden nog € 250 voor. En dan was je dus niet eens compleet. Natuurlijk wordt zoiets niet verkocht.

In diezelfde winkel lag deel 2 van de in totaal tien delen tellende Goud-Elsje serie. Een reeks die eindeloos is herdrukt en die je al jaren op allerlei markten kunt aanschaffen. Terwijl ik net na oorlogse exemplaren al kocht voor € 2,50, dacht deze meneer voor een jaren zeventig editie nog vrolijk € 12,50 te kunnen vragen. Veel succes.

Maar nu is het dan afgelopen. Trouw wijdde er in 2015 al een artikel aan. Uiteraard was alles de schuld van internet, aldus de boekhandelaren. Zelf heb ik nooit een boek op internet gekocht en dat zal ik ook nooit doen. Ik wil er doorheen bladeren, voor ik het koop. En geen zes euro extra verzendkosten betalen voor iets wat ik nog niet heb gezien. Ik blijf hopen op mazzeltjes op een markt. Wie weet.

22 juni 2017

Treinstellen plan T en V

Het boekje zelf is pas een jaar geleden verschenen. Het onderwerp is echter al meer dan vijftig jaar oud. Daarom past het prima in deze blog. Een verzameling plaatjes met praatjes over een trein die van 1964 tot en met 2016 door het Nederlandse landschap heeft gereden. De NS was deze trein, in de jaren zestig. En zeventig. En tachtig. En negentig. Want ja, hij heeft veel langer gereden dan voorspeld.

Het was decennialang het materieel voor de schrootlijn. Want zo heet het traject Zwolle-Roosendaal in de volksmond. Alles wat trein is en wat nergens anders meer mag of kan rijden, dat kan altijd nog tussen Zuidwest en Noordoost Nederland worden ingezet. Ik heb geregeld stukjes van dit traject gehad, in precies deze trein. Van Nijmegen naar Tilburg, van Tilburg naar Breda, van Tilburg naar Arnhem. Meestal in dit soort oude bakken.

Apekop, was de bijnaam. Ik dacht altijd dat het hondenkop was. Maar dat blijkt die trein te zijn die tien jaar eerder werd gemaakt en er best op leek. Op de foto's in en op het boekje ziet die apekop er fraai uit. Van binnen was het allemaal minder mooi. Spartaans, zelfs. En het werd steeds erger ook. Doorgezakte stoelen, ramen die niet open konden. Herrie. Trillingen. Veel te heet gestookte verwarming in de winter. Oud, oud, oud. Veevervoer.

Maar die tijd is dus voorbij. Er werd zelfs een grootse afscheidsrit georganiseerd. Kijk maar eens op YouTube, op mat64. Dat is dan weer de zakelijke afkorting van het treintype. Er is veel over gefilmd. Erg leuk is ook het interview-met-filmpje uit het Reformatorisch Dagblad. Frank Scharloo was achtereenvolgens schoonmaker, conducteur en machinist van de trein en legt ons lezers en kijkers het een en ander uit. En dat doet hij enthousiast. Je zou zó met hem mee op pad willen. Hij was ook een van de organisatoren van de afscheidsrit van de trein.

Als je m nu nog wil zien, dat icoon van de spoorwegen, moet je naar het museum in Utrecht, want daar staat ie nu. Maar je kunt ook dit boekje kopen, Over de ontstaansgeschiedenis. Met heel veel foto's. Over de trein die in de jaren zestig in het groen begon en in de jaren zeventig langzaamaan geel werd. Geschreven door iemand die minstens zo enthousiast is als machinist Scharloo. Nog gewoon te bestellen. Of te koop in een betere boekhandel. Zelf schafte ik het aan in een winkel voor modeltreintjes, waar ik toevallig was.

Een stukje jeugdsentiment. Om te lezen hoe de meisjes van Borrebach zich moeten hebben verplaatst. In de Randstad dan, want zoals altijd begon de trein in de jaren zestig zijn diensten daar. Eenmaal in Roosendaal aangekomen waren de meisjesboeken uit de tijd. Maar deze trein nog niet. Die zou het een poosje langer volhouden.

15 juni 2017

Op naar de toekomst, Vickey!

Vickey maakt nog wat pret in het laatste jaar, doet eindexamen HBS, gaat op zoek naar een baan en krijgt ten slotte een aanzoek van haar buurjongen Roel ter Kuile, die terug is van een jaar Amerika.

Zo staat het ten minste in de flaptekst van het boek. De werkelijkheid is iets anders. Chaotischer. Van Arja Peters werd wel eens gezegd door recensenten, dat ze een veelschrijfpen had. En dat was niet positief bedoeld. Je zou het ook kunnen zeggen van dit derde deel uit de Vickey serie. Dit is slordig geschreven en er is niet kritisch naar gekeken. Niet door de schrijfster, ook niet door een redacteur.

Afgaande op de titel en de flaptekst zou dit het laatste deel moeten zijn. Einddiploma en een huwelijksaanzoek op zak, klaar voor een bestaan als huisvrouw. Maar er zouden nog twee over Vickey volgen, na dit deel. Wat het verhaal dan wel is?

Ja, er worden grapjes gemaakt in de klas. Zo is er een ontstellend flauw hoofdstuk over een bloemenkrans voor een leraar. Het had een bloemstuk voor zijn verjaardag moeten worden, maar het blijkt meer een rouwkrans te zijn. Vickey is de aanstichter van het geheel. Ze krijgt straf. Maar wat en hoe precies, wordt niet duidelijk. Haar zus Niki blijkt zwanger, net na de mededeling dat zus Rina een baby verwacht. Zo maar van het ene op het andere moment zijn beide zussen vervolgens bevallen. Tussen de mededeling en de geboorte van een kind zit toch wel een maand of zes, in het algemeen. Hier lijkt het wel plotseling te gebeuren, allemaal.

Vickey is ook zo maar geslaagd, ergens aan het einde van het boek.
Ik bezit veel meisjesboeken. waar een eindexamen in wordt beschreven. Daar staat altijd het vele leren in, de stress, iets over de examinatoren. Hier blijft het bij de mededeling dat ze hard zal moeten werken. En ze zegt achteraf, de domste van de klas te zijn geweest. Het moet haar dus heel wat moeite hebben gekost, maar je leest er niets over. Er komt een fuif, waar de hele klas mag komen, plus twee jonge mannen die ze 'ergens' heeft leren kennen.

Klasgenoot Rudi doet haar een huwelijksaanzoek. Haar beide vrienden, Jules en Peter, ook. Allemaal op diezelfde klassenavond, het feestje thuis. Vickey wijst ze aan de lopende band af. Aan het eind van het verhaal arriveert Roel. Hij is terug uit Amerika. Ze biecht hem de drie aanzoeken op en vertelt hem van de afloop er van. Hij weet haar een kus te ontlokken, maar daar blijft het dan ook wel bij. Het zou ook weinig eervol zijn geweest, als Roel haar nu óók nog ten huwelijk had gevraagd. Als ze al drie keer een aanzoek afwijst, zit de kans er dik in, dat ze hem ook af zou hebben gewezen.

Die toekomst, de baan, waar op de flaptekst nog over gesproken wordt, zo ver is het allemaal nog lang niet. Het examenfeest is nauwelijks afgelopen als het verhaal uit is. Alsof Arja Peters zich op het laatste moment realiseerde, dat ze nog een nieuw deel in petto had voor Vickey. Er moest nog een reis naar het buitenland gemaakt worden. Samen met een van de HBS-vriendinnen. En zulke dingen doe je niet meer als je eenmaal verloofd bent. Dus moet Roel nog even in de ijskast.

22 mei 2017

Nelleke's opvoeding

Lovende recensies, op de flaptekst, maar dat zegt niet zo veel. Een uitgever zal net zo lang zoeken tot hij positieve oordelen gevonden heeft, om op de binnenkant van het omslag te plaatsen. Zelf denk ik er toch iets anders over. Nelleke's opvoeding is in één woord samen te vatten: sentimenteel. En dan niet sentimenteel, omdat het al zo lang geleden werd uitgegeven. Nee, sentimenteel als in: tranentrekker.

Het boek werd in 1939 voor het eerst uitgegeven, toen nog geïllustreerd door Rein van Looy. In de jaren vijftig werd het herdrukt, zonder illustraties, maar mét een foto omslag van Hans Borrebach. Dat is de reden, dat ik het aangeschaft heb. Borrebach tekende talloze omslagen, maar zijn foto omslagen zijn zeldzaam. Op de andere kant van de flaptekst wordt er door de uitgever dan ook speciaal melding van gemaakt. Een serie met foto omslagen.

Het verhaal gaat over Nelleke van Haaren. Haar moeder is bij haar geboorte gestorven. Ze blijft achter met haar veel oudere broer Kees en haar vader. Vader hertrouwt en komt na een paar jaar ook te overlijden. Op dat moment begint het boek. Nelleke is een meisje van een jaar of tien, Kees een student van tweeëntwintig. Op verzoek van vader neemt hij de voogdij van Nelleke over. Hun stiefmoeder is maar een passante op de achtergrond. Een vrouw die haar best doet, maar geen liefde kan geven.

Kleine Nelleke krijgt niet alleen steun van Kees, ook zijn studievriend Jan wordt al gauw haar vertrouweling. Ze maken kennis met Jan's familie in Friesland, die broer en zus een warm thuis bieden.

Ze doorloopt de HBS, heeft geen noemenswaardige vriendinnen of vrienden. Kees wordt, net als Jan, dokter en trouwt met Mies. Een hartelijk meisje. Nelleke mag logeren bij de familie van Jan, bij de familie van Mies en gaat op zomerkamp. Maar onder alles door blijft er steeds Jan. Jan, die naar Indië moet, maar na een paar jaar weer terug keert. Zijn vader heeft een zware hartaanval gehad, die hij maar ternauwernood overleefd heeft. En voor moeder Van Haaren komt er een nieuwe man.

Een andere eenzame ziel, zo wordt hij genoemd. Twee eenzame zielen die zich met elkaar troosten. Dat was kennelijk ook een basis om een huwelijk op te sluiten. Nelleke rondt de HBS af. In de vijfde klas slaat ze nog een nadere kennismaking met klasgenoot Frank af. En tijdens de bruiloft van Kees laat ze blijken in flirten geen zin te hebben. Het is dan al Jan, en die wordt het ook.

Ze wil een mooi huis voor samen. Waar ze kan handwerken en Jan kan studeren. En, als het even kan, moeten er ook heel gauw kinderen komen. Einde. Hoe een student van even in de twintig levenslang betoverd raakt door een meisje van tien. En hoe dat meisje blijkbaar ook geen behoefte heeft aan iemand of iets anders. Zulke dingen verzin je niet. Toch werden ze uitgegeven.

12 mei 2017

Ik kan zelf repareren en maken

De eerste drie drukken heetten nog Ik kan het zelf. Vanaf de vierde editie is daar dus aan toegevoegd wat precies. Repareren en maken dus. Een practisch handboek, zo begint de ondertitel. Met daar onder, in kleinere letters, voor allen die in of om het huis iets willen repareren of maken. Als auteur staat vermeld: Geert Bak. Zijn functie staat, alweer in kleinere letters ook op de titelpagina. Een leraar aan de Lagere Technische School te Schagen.

Daarmee is de toon gezet. Dit boek uit de Ik kan serie is er eentje voor mannen. Sterker nog, in de inleiding staat een paragraaf die De vrouw en "ik kan het zelf" heet. Schrik niet. Was m'n man er maar! Maar die is aan zijn werk. Weet u mevrouw, dat in z'n gereedschapskastje zo'n klein schroevendraaiertje ligt? Pak het toch en demonteer die stekker eens. 

Met andere woorden, dat soort kleine klusjes moet u  net zo goed kunnen uitvoeren. U kunt ten slotte niet alles aan uw man overlaten. Die heeft zijn werk. Dat u de kinderen heeft en het voltallige huishouden, daar heeft dit boek het niet over. Maar dat geeft niet, daar heeft Sijthoff andere boeken voor uitgegeven. Koken, huishouden, kinderen opvoeden. Ik besprak ze allemaal al eerder. Ook hier weer mooie gekleurde platen. Reclames en tekeningen, die de uitleg nog duidelijker maken.

Er is opnieuw een uitgebreide inhoudsopgave en ter afsluiting een groot alfabetisch register. Van Aambeeld tot Zwei. Hoofdstukken over het Huis en zijn omgeving, Gereedschappen, Sanitair, De Fiets, De Bromfiets. Alleen al door deze inhoudsopgave en de paragraaftitels er van te lezen, krijg je de indruk dat in de jaren zestig alles nog zelf te repareren en te maken was. Tot aan Vulpennen en een Papierbak aan toe.

Misschien was het ook wel zo. Ik ben niet alleen een liefhebber van oude boeken, ook oude auto's vind ik leuk. Soms zie ik na afloop van zo'n rit nog wel eens een oldtimer met zijn motorkap open staan. Dan kijk ik er in. Het ziet er allemaal zo simpel uit. Alles binnen handbereik. En ja, ik ben een mevrouw die nauwelijks een schroevendraaier aanraakt. Ik wacht braaf tot mijn man thuis is. Niet met alles hoor. Een schroefje vastzetten of een nieuwe lamp indraaien kan ik zelf ook nog wel.

Zo'n oude auto, ik zou er echt niet aan beginnen, maar het geeft wel een mooi beeld van het materiaal uit de jaren zestig weer. Alles leek inderdaad maakbaar. Er hoefde niets vervangen te worden omdat het stuk was. Repareren, want weggooien is zonde. Kom daar nu maar eens om. Zelf repareren en maken, dat begon als knutselen. Kleine jongens, die onder leiding van vader spelend leerden. Ook daarvan verscheen een Ik kan boek. Wordt dus vervolgd.

06 mei 2017

Op dansende voeten

Conchita heeft een Nederlandse vader en een Spaanse moeder. Haar ouders hadden een verstandshuwelijk. Moeder bleef ook na haar trouwen een gevierd balletdanseres. Zelfs nadat ze Conchita, voluit Bernardina Conchita, had gekregen. Dat wordt in het boek tot vervelens toe herhaald. Angelita Alvaredo - met de v uitgesproken als een b - een danseres zoals ze maar zelden voorkomen. En nu moet Conchita in haar plaats komen. Dat is niet eens een poging, nee, dat is een wet. Dat gaat gewoon gebeuren.

Op de middelbare school heette ze nog gewoon Berry. Toen was ze Nederlands. Maar nu, nu wil ze met de familie van haar vader niets meer te maken hebben. Haar ouders zijn overleden bij een vliegtuigongeluk en ze krijgt een jongere broer van haar vader als voogd. Die legt het er duimendik bovenop dat hij haar liever kwijt dan rijk is. Iets dat Conchita meteen begrijpt. Ze vertrekt naar een kamer in Amsterdam, waar ze haar balletlessen voortzet. En even later vindt ze samen met Mieke een tweepersoons onderkomen bij een hospita.

Mieke danst ook, maar bij de revue. Een wereld van roddel, achterklap en hard werken. Mieke mag blij zijn met een bescheiden bijrol in de voorstelling, voor Conchita gaan natuurlijk meteen alle deuren open. Denkt ze. Want zo blijkt het niet te zijn. De directeur van de balletschool waarschuwt haar er voor. Ze is bovendien hopeloos achter met het betalen van lesgeld. Er komt een baantje bij een internationaal balletgezelschap. maar dan blijkt ze helemaal niet zo talentvol. Ze wordt er al snel weer ontslagen.

Conchita leert Erik kennen. Een journalist, die als taak heeft balletmeisjes onder haar hoede te nemen. Dat is natuurlijk maar ten dele waar. Hij komt vooral voor Conchita, maar die wil niets van hem weten. Nou ja, een beetje vriendschap. Ze besluit onder haar echte naam als vrij danser aan de slag te gaan en zo komen ze elkaar dan toch weer tegen.

Er is nog iets met een impressario, die zwendelaar blijkt te zijn. Dan beseft Berry / Conchita dat ze nooit een goed danser zal worden. Dat ze ook niet zo'n huwelijk wil als haar ouders. Bij haar moet liefde op de eerste plaats komen, niet de kunst. Voor haar geen leven in armoe meer, van gage naar gage. Van slecht eten en van haat en nijd onder elkaar. Dat besef verbaast zelfs Mieke.

Over haar voogd geen woord meer. Ze moet toch ook nog Spaanse familie hebben. Maar niemand lijkt zich om haar te bekommeren. Alsof er niets anders is dan de vriendschap met een collegaatje en een man. Voor de rest lijkt het wel Alleen op de wereld, omgeven door balletdansers, leraren en sluwe vossen die op haar geld uit zijn. Uitgegeven in de Zonne-reeks en later nog eens als Witte Raven.

Ik ken Guus Betlem / Freddy Hagers als realistisch schrijver, met hier en daar een vrolijke noot. Dat is dit verhaal absoluut niet. Nee. Hij kon absoluut beter. Maar misschien was dit op verzoek van zijn uitgever. Ook in de jaren zestig droomden meisjes al graag weg bij verhalen over beroemd worden. En dat werd ook toen al uitgegeven. Zolang de moraal maar overeind bleef: roem is vergankelijk. Zorg voor het echte leven. Een man voor wie jij de enige bent en voor wie je alles opgeeft.

30 april 2017

Vickey belandt in de vijfde

Over hoe een meisje na veel capriolen toch nog in de examenklas van de HBS belandt. Het had zo maar de ondertitel van het tweede deel van de Vickey reeks kunnen zijn. Er zijn vriendinnen, er is plezier en er zijn leraren die je meestal niet bevallen. Er is een nieuwe leraar, die niet voor niets met zo veel tamtam geïntroduceerd wordt.

Ditmaal geeft hij wiskunde. Hij is kaal en heeft een baard,  die hem meteen de bijnaam de sik opleveren. Om vervolgens ook maar meteen niet meer bij zijn naam te worden aangesproken door de schrijfster. De Sik is vreselijk. En als Vickey hem betrapt op een rendez vous met haar zus Rina wordt het er al niet veel beter op. Het is niet eens alleen zoenen,  nee, het is verloven. Een leraar in de familie. En wat voor een.

Arjan Peters moet Joop ter Heul goed gelezen hebben, toen ze dit schreef. Vickey is Joop en Rina de  vervelende zus Julie, die zich met Joop's leraar Smidt verloofd. Julie en Joop konden elkaar niet uitstaan, tussen Vickey en Rina is het ook steeds ruzie. Met dat verschil dat de zwager van Joop al snel heel aardig wordt. Deze aanstaande van Rina, die zeker vijftien jaar ouder moet zijn, blijft een saaie pief.

Zus Niki moedert ook in dit deel over haar jongste zus. En zwager Bob speelt voor vader. Dat alles bij gebrek aan ouders. Want die leven dus niet meer. En dan is er nog de familie Van der Kuilen. De nette buren, met hun grote villa. Hun zoon Roel is een negen jaar oudere plaaggeest. Hij is bijzonder goed met de familie Lengten bevriend, maar nog het meest met Vickey. Niet meer dan dat. Vickey is ten slotte pas zestien. Er moeten nog heel wat meer capriolen plaatsvinden voordat haar koste gekocht is en ze met Roel zal trouwen. Er zijn nog geen verwijzingen in die trant mar de toon is gezet. Op naar deel 3.

14 april 2017

De eerste halte

Een origineel boek voor bakvissen, zo noemt de Nieuwe Leidsche Courant het, in 1939. Een verhaal over de verdere lotgevallen van Lenie, Rita en Els. De eerste halte is inderdaad deel II van iets. Het staat er met potlood bij geschreven, in het exemplaar dat ik kocht.

Wat de titel van het eerste deel is, heb ik niet kunnen achterhalen. Ik kende de naam van de schrijfster, daarom kocht ik het boek. Van de uitgever, Meinema in Delft, had ik nog nooit gehoord. En ook d de naam van de illustrator, Adri Alindo, zei me niets.

Meinema blijkt nog steeds te bestaan. Ze maken sinds 1989 onderdeel uit van Boekencentrum uitgevers en richten zich voornamelijk op moderne theologie, spiritualiteit, zingeving en liturgie. Dit verhaal, wat dus vijftig jaar eerder verscheen, heeft inderdaad een Christelijke inslag. Een, die ik niet ken uit de latere verhalen van Betty van der Plaats. En Adri Alindo, is een pseudoniem van Adriana Palingdood. Als mijn echte naam zo luidde, had ik ook een pseudoniem verzonnen. Maar ook onder haar eigen naam zegt ze me niets.

Het verhaal gaat inderdaad over Lenie, die pas getrouwd is en zorgzaam huisvrouw speelt voor haar man Alex. Voor ze trouwde was ze onderwijzeres. Maar dat doet nu allemaal zo relatief aan. En het gaat over Rita, die verpleegster is. Over hun zus Els, die op kamers gaat als laborante. Er wordt nog een Joop in genoemd, die niet verder wordt uitgewerkt. En een flamboyante Joost, die de meisjes het hart op hol brengt maar intussen zo weinig serieus is.

Lenie, dat is bijna het omgekeerde van Nel. Lenie, die begint met een feestelijk bereid maal ter ere van haar eerste trouwdag. Els, die op kamers gaat. Een baan in het onderwijs. De Christelijke ondertoon. Het zoeken naar bezigheden en het vinden van een goede balans in het huwelijk. Het deed me allemaal heel erg aan Goud-Elsje denken.

Daar zit behalve een Els ook een zus in, die Riet heet. Riet, die onderwijzeres wordt en op kamers gaat. Daar heet een broer Joop. De toon is Christelijk en mannen moeten iets presteren, willen ze je waard zijn. Max de Lange had haar eerste deel al langer op de plank liggen, maar het zou, om de oorlog, pas in 1946 verschijnen. Dit boek verscheen er net vóór. Max de Lange moet zich hebben laten inspireren door dit boek van Betty van der Plaats. En dat eerdere deel, waarvan ik dus de titel niet weet. Misschien komt dat nog wel eens in mijn bezit. Constateer ik, al bladerend, hé, dat is het eerste deel van... Het is me al vaker overkomen.


Wat mij betreft slaagde Max de Lange er beter in, van haar Els, Riet, Nel en Joop een serie mooie verhalen te maken. Met betere tekeningen ook. Ze zouden een stuk langer mee gaan bovendien. Maar een vermoeden hebben gekregen waar ze haar inspiratie vandaan haalde, maakt me toch nieuwsgierig.







07 april 2017

Fietsclub Krap bij Kas gaat over de grens

Herry Behrens maakte weer een mooie omslag. Ina en op de achtergrond Irene, Anneke en Roelien zijn duidelijk de grens over. De omgeving is niet Nederlands meer. Waar ze precies zijn wordt niet duidelijk. De tekst op de achterkant helpt je als lezer ook niet verder. Vakantietijd! Fietsclub "Krap bij Kas heeft de plannen voor een nieuwe fietsvakantie al gesmeed. zo begint het. Dat is niets nieuws. Zo zijn de vorige drie delen in deze serie ook begonnen.

Nu, dat belooft weer wat te worden. Bovendien is voor het eerst de clubkas goed gevuld, dus niets staat Anneke, Ina, Irene en niet te vergeten de vrolijke Roelien, meer in de weg. Na de laatste goede raadgevingen van hun ouders gaan de vriendinnen van start en bepakt en bezakt trappen zij richting de grens, op naar het zonnige zuiden...

De volger van deze serie is er niets mee opgeschoten. Waar gaat het verhaal dan precies over? Heeft de redacteur, die deze tekst schreef, zélf het verhaal wel gelezen? Maar misschien was dat ook wel de bedoeling. Niet te veel prijsgeven van de inhoud, zodat de lezers het vanzelf gaan kopen.

In het vorige deel hebben de dames twee Franstalige Belgen leren kennen, die de wielersport beoefenen. Ze hebben er vriendschap mee gesloten en gaan hen opzoeken. Ze logeren in een oud kasteeltje. De Limburgse zusjes Ploeger gaan met hen mee. Het zijn echte vriendinnen geworden, toch komen ze op het omslag niet voor. De dames nemen deel aan een wielerwedstrijd, die ze uiteraard winnen.

Krap bij Kas bestaat uit vier meisjes van onbekende leeftijd, aldus een recensie. Dat heb ik me inderdaad ook altijd afgevraagd, toen ik het als twaalf, dertien jarige voor het eerst las. Hoe oud zijn ze nou eigenlijk? Oud genoeg om zelfstandig op pad te gaan. Ze spreken allemaal behoorlijk Frans ook. Zestien? Zeventien? Je komt er niet achter, want nergens wordt over school gesproken.

Die wielerwedstrijd, daarvan is van te voren al bekend dat ze zullen winnen. Voorspelbaar, evenals de andere belevenissen. Ook daar was ik het zelf in de jaren tachtig al mee eens. Dat het wel allemaal heel toevallig is, dat de meiden een wedstrijd winnen als ongeoefende vrouwelijke scholieren, tegenover mannelijke semi profs.

Zoals in zo veel van dit soort series is er binnen het groepje een meisje dat intelligenter, ondernemender, meevoelender is dan de anderen, zo staat er ook nog. Daarmee wordt waarschijnlijk Roelien bedoeld. Irene is te brutaal, Anneke te verlegen en van Ina verneem je gewoon niet zo veel. Dat is de bladvulling. Maar ook Roelien's karakter is niet verder uitgewekt.

Wee zouden het als lezers ook niet meer te weten komen. Dit werd het laatste deel over de fietsende meisjes. Yvonne Brill was waarschijnlijk al weer bezig aan haar volgende boek voor Kluitman. Ze zou er zo tientallen schrijven. Wordt daarom misschien toch nog vervolgd.

20 maart 2017

Marja houdt de zonkant

Marja van Dam's moeder is overleden. Marja woont in huis bij haar broer en schoonzus. Ze heeft het er niet naar haar zin. Broer Ernst is heel veel weg voor zijn werk en zijn vrouw Lucy is een akelig spook. Marja's vader is schipper op de grote vaart. Uniform, zware stem. Een autoriteit, die ook veel van huis is. Wat moet Marja doen, nu ze haar examen heeft gedaan?

Ze probeert het een tijdje intern, bij een muzieklerares. Daar is het allemaal niet zo ideaal als haar in eerste instantie werd voorgehouden. Gelukkig is daar haar vriendin Judy, met een moederlijke inslag. Beetje gezet, vol verantwoordelijkheid voor haar jongere broers. Ze heeft haar beide ouders nog en om die reden komt Marja niet veel bij hen thuis. Ze kan de confrontatie niet aan. 

Bij de muzieklerares kan en wil Marja niet blijven. Ze solliciteert als kindermeisje bij een Frans-Nederlandse familie. Welgesteld, met een mevrouw die van luxe houdt, maar niet weet hoe ze met haar kind om moet springen. Marja weet dat wel. Ze kan het ook goed vinden met de huishoudster en de kokkin. Maar Eugène, de broer van de heer des huizes, is een akelige fat. Voor zijn charmes valt ze niet. 

De familie Deltours is ook niet alles. Maar wat dan wel? Waar kan ze naar toe?  De heer en mevrouw Deltours gaan op wintersport en zoals gebruikelijk, verongelukt mevrouw. Netty Koen-Conrad heeft al zo vaak mevrouwen waar ze zich geen raad meer wist laten overlijden door roekeloosheid. Meneer komt uiteraard gebroken terug en voor de kleine Yvonne komt een kinderloze tante uit de lucht vallen.

Ditmaal valt Marja niet voor de charmes van meneer Deltours. Dat blijft een verstrooide man met veel geld. Het had gekund. Zulke boeken heb ik ook. Dit keer laat de schrijfster Marja doen wat ze al veel eerder had gekund. Bij Judy intrekken en bij de KLM solliciteren. Judy woont op kamers. Ze verloofd met een oud klasgenoot en heeft een baan als telefoniste bij de KLM. Ook Marja wordt er aangenomen, maar dan als stewardess. 

In een onwaarschijnlijk snel tempo - twee maanden - doorloopt ze een opleiding, die eerder twee jáár had moeten duren. Ze leert over luchtstromen, kinderverzorging, valutakoersen. Ze leert Spaans,  de toeristische trekpleisters van elke plaats, het weerbericht opnemen. Uiteraard alles in het mooie, grijsblauwe uniform dat Marja zo flatteert. Ze zal een modelstewardess worden. Niet te lang, uiteraard, want al binnen een paar maanden komt ze Sjoerd Stevenga tegen. Een stoere, blonde boer uit Friesland. Een heerboer, waarvoor Marja maar al te graag haar vrijgezellenbestaan in het grote Amsterdam wil opgeven. 

Want hield ze niet altijd al veel meer van de buitenlucht? Dat Friesland wel het andere uiterste is, daar wordt niet meer over gepraat. Ze zal honderden kilometers bij haar trouwe vriendin Judy vandaan komen te zitten. En haar vader, wanneer hij nu weer aanmeert in de haven, zal ook nog niet zo maar in Friesland zijn. Nog eenmaal treft ze haar broer in de stad. Het wordt maar een kort gesprek. Ook hem heeft ze niet meer nodig. 

Behalve dat dit verhaal veel bekende elementen bevat, heeft het ook een moraal. Je moeder is onvervangbaar. Vrouwen, die je niet kent en die je liefdevol in huis willen nemen zijn in werkelijkheid heksen. Aan een moederlijke vriendin heb je al veel steun, maar het beste is nog een recht-door-zee man, met wie je snel kunt trouwen. 

14 maart 2017

Dromen, durven, doen

Het was dé hit van het nieuwe millennium. Zo'n twintig jaar geleden verschenen er veel meer van die alles-kan-als-je-maar-wil boeken, maar deze was realistisch. Ben Tiggelaar deed er eerlijk over. In duidelijke, kleine stappen werd uitgelegd, hoe je van een droom in een daad kon overgaan.

Het boek verscheen na een paar jaar in een goedkope editie bij de Flair. Gratis voor abonnees, waar ik er toen één van was. Juli 2005, heb ik er voorin gezet. Alweer bijna twaalf jaar geleden. Ik werkte toen in Utrecht bij een groot consultantskantoor en kan me herinneren, dat ik het destijds in de trein heb gelezen. Met oordopjes in. Daarna is het in een van de kasten verdwenen en heb ik het nooit meer gelezen. Tot gisteren.

Mijn abonnement op de Flair zei ik ergens in 2007 of zo op. Het leuke tijdschrift van weleer, met verhalen, puzzels en een leuke strip was verworden tot een glossy met alleen maar feelgood verhalen. En dat stond me tegen. Maar eigenlijk is dat boek van Tiggelaar net zoiets, achteraf gezien. Ik kan me er ook niets bij voorstellen. Na elk hoofdstuk méér het idee krijgen: zo werkt dat dus niet.

Er staan passages aangestreept met potlood. Dat doe ik nog altijd als ik iets wil onthouden. Blijkbaar vond ik het toen belangrijk. Als ik het nu teruglees, doet het me nauwelijks meer wat. Ja, Gewoontes zijn dingen die je onbewust doen. Anderen herkennen je aan je gewoontes. Aan de dingen, die je dag in dag uit doet. Maar misschien ben je zelf heel anders, diep van binnen. Wil je eigenlijk veel liever een heel andere baan.

Dat klopte wel, in 2005. En die kreeg ik ook. Sneller dan verwacht. De afdeling waar ik werkzaam was, werd opgeheven en mijn contract niet verlengd. Ik moest weer solliciteren. En als er iets haaks staat op boeken als Dromen, durven, doen, dan is het dat wel. Zoeken naar een baan. Die niet vinden. Die gedeeltelijk vinden, solliciteren en afgewezen worden. Een droombaan vinden en óók afgewezen worden. Solliciteren en helemaal niets meer horen. Tot ik uiteindelijk, maanden later, een baan vond, die leuk was, maar veel te ver weg. En wederom tijdelijk bleek.

Ik ben al lang opgehouden met dromen. Durven en doen waren vaardigheden die ik ook in 2005 al wel had. Ik ben niet bang aangelegd, maar heb geconstateerd, dat veel dingen gewoon niet te bereiken zijn. De droombaan bestaat niet. Net zo min als het droomhuis, de droompartner en precies het ideale gewicht. Dat vind je ook niet met hulp van een veelgelezen boek van Tiggelaar. Goed is goed genoeg.

06 maart 2017

Bielzenblues : Vrienden

Bielzenblues was een stripje van drie plaatjes, dat dagelijks in de gratis krant Metro verscheen, zo rond de eeuwwisseling. Getekend en geschreven door Maarten Pathuis. Hij bundelde de eerste strips tot een boek en gaf het in eigen beheer uit. Ik bestelde het prompt. Want Pathuis was mijn held, in die tijd. Ik kende 'm al van zijn plaatjes in de Intermediair, maar de Metro variant was nog honderd keer leuker.

Rond 2000 reisde ik nog van maandag tot en met vrijdag met het OV naar het werk. De reistijd in de trein doodde ik met het lezen van de Metro en de Spits. De Metro had mijn voorkeur. Ik begon elke dag met het zoeken naar de Bielzenblues. Een nieuw verhaaltje van Wim en Henk. Twee treinforenzen van rond de veertig. Mannen die al honderd jaar naast elkaar in de trein zitten. Ze zouden hun leven wel anders willen, maar weten niet zo goed hoe. Dus blijft alles bij het oude.

Die vreselijk herkenbare kantoorsukkels die wanhopig naar gespreksonderwerpen zoeken. Je zag en hoorde ze in elke trein. Ze zijn er waarschijnlijk nog steeds. En praten, net als Henk en Wim, over de vakantie naar Appelscha of Winterberg. De APK van de Hyundai Pony (uit 1978). Het millenniumprobleem dat niet bleek te bestaan. Of toch, de friteuse uit de kantine deed het op 1-1-2000 ineens niet meer. Rond 5 december als Sint en Piet de trein in en dan een bekeuring krijgen omdat je geen abonnement kunt vertonen. Dat zat nog in je regenjas en nu heb je een tabbert aan.

Ze bespraken de actualiteit van de dag. De opkomst van Pim Fortuyn, de eerste uitzendingen van Big Brother en vooral het wel en wee van de spoorwegen. Na 11 dagen gestrand te zijn in een weiland is de redding nabij. Mariniers? Ambulances? Eten? Nee. Tineke Netelenbos met een bladblazer. Ik heb een ochtendhumeur, dat had ik toen ook al. Maar bij het lezen van Bielzenblues moest ik toch elke morgen weer even grinniken.

Dagelijks een stripje af moeten leveren is veel werk. Ook al zijn het dan maar drie plaatjes in een eenvoudige omgeving. Ze zaten immers bijna altijd in de trein. Maar dat Pathuis het na een paar jaar voor gezien hield, bij gebrek aan inspiratie is goed te begrijpen. Er kwamen andere stripjes voor terug, die een stuk minder leuk waren. Henk en Wim verdwenen in het collectief geheugen.

In dit eerste stripboek wordt nog een vervolg aangekondigd. Dat is helaas nooit meer verschenen. Gelukkig tekent Maarten Pathuis nog altijd in de Intermediair.


28 februari 2017

Een popster te paard

De titel zegt alles, het omslag zegt niets. Er komt een zanger logeren op De Witte Hengst, met zijn eigen paard. Een charmante zanger uiteraard, die het hoofd van vele meisjes op hol brengt. De zanger van dé popgroep van het moment. En het meisje van zijn dromen moet eigenlijk helemaal niets van hem weten. Ze vindt hem maar een verwaand ventje. Maar als ze hem beter leert kennen wordt alles anders.

Nog vóór ik een letter in dit zesde deel van het jeugdhotel had gelezen, wist ik al dat het zo gaan zou. De band blijkt Pink and Purple te heten. Roze en Paars. Zou er ooit een band met uitsluitend mannelijke leden ook maar op het idéé gekomen zijn, zich zo te noemen? Daar had Helen Taselaar toch wel wat langer over na mogen denken. Ze heeft het niet gedaan. Over de werkelijke inhoud van het verhaal is ook niet bijster lang nagedacht, trouwens. Dat komt regelrecht van het kopieerapparaat van alles wat ze eerder schreef, voor Kluitman.

Het meisje op de omslag heet Linda Montijn. Ze gaat na de vakantie naar zes atheneum. Hoewel ze goed kan leren, is ze helemaal niet met school bezig. Wel met zingen. En met paardrijden. En uiteindelijk ook met Joey, de zanger van de meidenkleurenpopgroep.

Een recensent maakt er, zoals zo vaak bij dit soort boeken, gehakt van: Leesvoer voor niet-veeleisende meisjes, van 12-14 jr. Een verhaal van dertien in een dozijn. Even later gevolgd door: In het boek staat niet één illustratie, zoals de tekst op de achterflap suggereert. Geïllustreerd houdt hier dus in: de omslag. Dat is inderdaad waar. Maar in dit geval niet zo erg. De omslag is van Ab van Houten en spreekt totaal niet tot de verbeelding. Eén tekening van de beste man was dan ook meer dan genoeg.

Op de laatste pagina verklaart Joey, zanger van een jaar of vijfentwintig zijn liefde aan de achttienjarige Linda, die nog eindexamen moet doen. Hij houdt van haar en gaat dat ook steeds meer doen. Wat Linda gaat doen spreekt voor zich. Eerst examen en daarna trouwen, natuurlijk. Wat zou je anders willen, met een atheneumdiploma op zak, ergens rond 1990?

In die tijd was ik zelf ook achttien en had ik vriendinnen in de laatste klas van het atheneum. Die meiden wilden studeren, aan de universiteit. Ze volgden met belangstelling al hun lessen en schreven, in mijn ogen, moeilijke werkstukken. Maar met mannen hielden ze zich totaal niet bezig. En áls ze al verliefd waren, ging dat zeker niet ten koste van school. Want daarvoor zaten ze niet op het VWO.

Van dat alles lees je in dit verhaal niets. Wel wordt nog even een toespeling op deel zeven gemaakt. Het verhaal eindigt met de opmerking: Ja, en wat ze allemaal nog met Daniëlle op de Witte Hengst gingen beleven, wist Edith toen nog niet...En dat was maar goed ook!

Deel zeven zou echter nooit meer verschijnen. Wat die nieuwe medewerker van het jeugdhotel allemaal nog zou gaan uitspoken, blijft dus voor ons lezers een raadsel. Waarschijnlijk had ze een man leren kennen, van een paar jaar ouder. Een knappe, arrogante kwast met een paard,die de meisjes om zijn vinger kan winden, maar kiest voor Daniëlle. Zoiets.

24 februari 2017

Documentaire 20e eeuw : Kroniek en aanzien van onze tijd

Bijzonderheden: 3 linnen banden met 52 tijdschriften, veel achtergrond en foto's. Prijs: € 45. Verzamelbanden. 25x32,5 cm. foto’s. ill. Complete set van 52 tijdschriften verdeeld over 3 banden. Prijs: € 60. 
Hardcover linnen cover met 52 delen. Met de meest bijzondere hoogtepunten van deze eeuw in binnen- en buitenland. Prijs: € 30. 
Schitterend 3 delig naslagwerk met veel foto's. Prijs: € 27,50. Onderbieden is zinloos. 

Zo maar wat advertenties waarin dit werk te koop aangeboden wordt. Ik heb het ook. Alle 52 delen, in 3 linnen banden. Gekocht op de rommelmarkt voor € 5. Ze waren niet te tillen. Ze zijn om die reden ook bijna niet te lezen. Groot en zwaar. Je moet met zo'n complete band aan tafel gaan zitten, of in de bank met je benen horizontaal. Zodat in elk geval het boek ergens op steunen kan. Of je haalt zo'n los nummer uit de band en leest het als een tijdschrift. Maar dan moet je het er naderhand weer terug in zien te krijgen.

Wat uitgeverij Waanders op de markt brengt / bracht is vaak de moeite waard. Dat was ook mijn overweging, om deze banden destijds aan te schaffen. Of het in dit geval ook van toepassing is? Ik weet het eigenlijk niet. De ondertitel: aanzien van onze tijd, doet vermoeden dat het lijkt op de onverwoestbare Aanzien-serie. En dat is ook zo. Dat merk je, als je zo'n band doorbladert.

De twintigste eeuw was vooral ellende, als we deze kroniek moeten geloven. Oorlogen, hongersnoden, staatsgrepen. Zo af en toe een huwelijk en een troonswisseling, maar dan wel tegen de achtergrond van krakersrellen. Omdat de uitgave uit begin jaren negentig is, gaat het laatste nummer over de machtswisseling tussen Grobatsjov en Jeltsin. Dat geeft, achteraf, een onvolledig gevoel. De twintigste eeuw duurde immers nog tien jaar langer.

Er staat niets meer in over Irak en de golfoorlog. Over Bosnië, Servië en Kroatië. De watersnood en evacuatie van het rivierengebied. Geen Bijlmerramp. Het moest allemaal ook nog gebeuren. Voor een échte kroniek had Waanders daarover toch ook nog moeten berichten. Het is niet gebeurd. De afzonderlijke deeltjes laten zich lezen als tijdschriften. Er is geen index gemaakt over het geheel, iets wat een overzicht als dit toch wel had moeten hebben.

En, heel praktisch, het past niet in de kast, tenzij je het plat legt. De banden zijn te hoog voor de gemiddelde boekenplank. Bovendien hebben de tijdschriften weliswaar glanzend papier, maar trekt het krom als je het rechtop zet. Zo wil je je naslagwerk toch ook niet de geschiedenis in laten gaan. Moet het eigenlijk nog wel mijn geschiedenis in? Gisteren heb ik weer eens een deel doorgebladerd. Het ligt me eigenlijk vooral in de weg.

De Documentaire 20e eeuw is vooral iets wat je op een studiezaal moet neerleggen. In een bibliotheek of archief. Scholieren kunnen er nog wat uithalen voor een spreekbeurt misschien. Maar ja, die hebben tegenwoordig voor alles internet paraat. Die zoeken niets meer op, via papier. Zo wordt zo'n naslagwerk uiteindelijk gewoon weggegooid. Opgeruimd anno 21e eeuw: we plaatsen het te koop op Marktplaats of Boekwinkeltjes.

14 februari 2017

Burgemeesters Tweeling

Het heette oorspronkelijk De Stormers, omdat Storm hun achternaam was. Maar na een paar drukken werd het toch een minder goed gekozen titel. Zo ontstond Burgemeesters Tweeling. In twee edities geïllustreerd door Hans Borrebach en later nog door Herson, het pseudoniem van Herry Behrens.

Wat vond men van deze Van Marxveldt? In de jaren dertig werd het boek nog tegelijk besproken met een van haar andere boeken, De Kingfordschool, en daar ging toen de voorkeur al naar uit. In de jaren zestig, toen de tweeling inmiddels al talloze malen was herdrukt, was men nog iets minder aardig. Deze Cissy van Marxveldt-herdruk haalt het niet: in vergelijking met een boek als "Een zomer-zotheid" heeft dit verhaal niet die humor en boeiende intrige om de veroudering te weerstaan. Een mooie recensie voor: het boek is voorgoed uit de tijd.

In de jaren na de oorlog maakte Borrebach er zijn eerste omslag voor. In de bekende filmsterren variant, die zo heel erg goed verkocht. En die ook best nog wel bij de inhoud past, bovendien. Borrebach las de boeken die hij moest illustreren zelden, zo zei hij later, maar voor Cissy's werk maakte hij een uitzondering. Dat kon hij waarderen. We zien hier overigens alleen Juut, Jaap doet er voor het omslag blijkbaar niet toe.

Het verhaal van Juut en Jaap, de tweeling van de burgemeester. aldus de flaptekst op de eerste Witte Raven editie. Een gezellig en leuk boek van Cissy van Marxveldt, dat in de gebonden reeds vele drukken beleefde. Die melding moest de jonge lezers waarschijnlijk over de streep trekken. Iets dat vaak herdrukt is, moet vast leuk zijn. De lezers zien Jaap ook terug op het omslag. Een tweeling is ook altijd met twee.

In de Herson-uitgave begint de flaptekst met: Juut en Jaap de tweeling van de burgemeester, beleven op school de gekste dingen, maar thuis valt het vooral voor Juut, wel eens niet mee. Het is dan inmiddels al ver in de jaren zeventig. Herry Behrens maakte er zoals altijd nog een sprekende omslagtekening bij. Eentje die totaal niet paste bij de inhoud. En geen woord meer over een zoveelste herdruk.

We zijn dik dertig jaar verder. Inmiddels zijn de boeken van Cissy van Marxveldt al lang cultureel erfgoed. Ja, ik bezit Burgemeesters Tweeling ook. Wat ik er van vond, toen ik het gelezen had? Het lijkt vooral heel erg op allerlei andere verhalen van Cissy van Marxveldt. Het euvel waar meer schrijfsters aan beginnen te lijden, als ze langer bezig zijn.


30 januari 2017

Fietsclub Krap bij Kas op de moderne toer

Irene, Anneke, Roelien en Ina gaan weer samen op vakantie. De omgeving van Maastricht, wordt het ditmaal. Ze gaan per trein en nemen de fietsen mee, wat al een avontuur op zich is. Eenmaal in Maastricht eten ze een patatje en als de eigenaresse van de snackbar hoort dat ze nog op zoek zijn naar een onderkomen, krijgen ze een aanbod om te gaan logeren in Cadier en Keer. Daar woont een broer van de dame in kwestie.

Zonder naar een naam te hebben gevraagd, gaat de club op pad. Het huis blijkt een boerderij te zijn en ze treffen de dochters Ploeger thuis. Die uiteraard van de leeftijd van de meiden zijn en, alweer uiteraard, dolgraag met ze mee willen. Dat gebeurt ook.

De Limburgse meiden blijken in het bezit van een muzikale broer. Gitarist bij een bekende band. Zo pikken ze en passant nog even een groot open lucht concert mee. De Deurdouwers zijn minstens zo populair als Doe Maar, Toontje Lager en de Frank Boeijengroep. Maar die bestonden in de jaren tachtig allemaal in werkelijkheid. Dat wilde Yvonne Brill blijkbaar niet. Ze heeft zich al net zo min goed verdiept in het Limburgs. Deurdouwers is geen dialectwoord. Doardoawers wel. Of Durchdoawers. Maar dat was voor alle meisjes van buiten Limburg weer niet te verstaan.

De vriendinnen plus zussen helpen nog even een oude tante op weg, die een souvenirwinkeltje heeft en bij een bezoek aan een kasteel worden ze ingesloten. Dat is achtereenvolgens aardig en spannend.
Al fietsende komt er dit keer zo waar noodweer opzetten. Wat ze in hun haastig opgezette tentjes afwachten. Al wachtende treffen ze twee Frans sprekende jongens, die pech hebben met hun fiets. De jongens krijgen een tentje aangeboden. Het eerste contact voor een nieuwe vriendschap en daarmee een vakantie in het buitenland is gelegd. Wordt dus vervolgd.

Waarom dit deel Op de moderne toer heet? Ik kas las het boek begin jaren tachtig voor het eerst en vroeg me af wat er zo modern aan was. Dat vraag ik me nu nog steeds af. En dat het allemaal van toevalligheden aan elkaar hangt. Dat er veel te veel zo maar uit de lucht komt vallen. Anders dan een forse regenbui. Een overnachtingsadres, nieuwe vrienden, een popconcert, het kan allemaal niet op. Zo blijft het leuk, om met de meiden mee te gaan, inderdaad.

17 januari 2017

De Wildhof. Wat doen we?

Mandy en Hugo krijgen een aanbod van een Engelse producent van hondenvoer. Hun kennel blijkt zeer geschikt als locatie voor een reclamespot. Het brengt flink wat geld op, en dat kunnen ze goed gebruiken. Niet alleen voor henzelf, maar ook voor de dierenambulance. Die hebben dringend een nieuwe bus nodig.

Robin, de man van Mandy is binnen een jaar getransformeerd van eenvoudig amateur schilder met een expositie in de lokale bibliotheek naar een succesvol artiest, die mag exposeren in Amerikaanse galerijen. Zus Bonnie heeft in nog kortere tijd een ware metamorfose ondergaan. Geen baan meer buitenshuis, geen gevaarlijke hobby's meer, maar hoogzwanger rustig tuinieren in haar eigen huis. Ze bevalt van een tweeling, halverwege het verhaal.

Vader en moeder De Wild bewonen hun appartement en bemoeien zich niet meer met de kennel. Elke en Josta bevinden zich als huismoeders op de achtergrond. Het Engels productieteam vestigt zich tijdelijk op De Wilhof en producent Terence is duidelijk weg van Mandy. Maar die heeft dus Robin al. En terwijl ze die op het vliegveld afzette, kwam ze ook haar ex Jeff nog tegen. Verwarring alom. Maar gelukkig is Jeff zo weer uit haar gedachten en heeft Terence een vriendin. Een fotomodel, uiteraard.

Sanne van de dierenambulance krijgt een nieuwe collega, Friso. Het is een onuitstaanbare kwast maar jawel, uiteindelijk vinden ze elkaar. Jurriën en Dafne komen terug van vakantie en ze hebben nieuws. Hij heeft haar ten huwelijk gevraagd en zij heeft ja gezegd. Ze kennen elkaar pas een paar maanden echt goed, maar dat is in het grote Taselaar sprookjesland land nog nooit een probleem geweest.

Het leukste tijdsbeeld komt van Ad, de man van Pam. De bekende discjockey heeft een aanbod gekregen van TV2000 om er een muziekprogramma te gaan maken. Ad zegt zijn contract op en tekent bij het commerciële TV2000, dat vervolgens geen toestemming krijgt om uit te gaan zenden. Ad is werkloos. En even is er paniek. Opnieuw huwelijksproblemen. Maar gelukkig is daar Space TV. Die mogen wél gaan uitzenden en Ad krijgt daar een mooi, nieuw aanbod.

Vul voor TV2000 TV10 in en voor Space TV RTL Véronique en je zit weer helemaal in 1989. Het jaar waarin RTL4 tot stand zou komen. De tijd waarin dit deeltje van De Wildhof ongeveer is verschenen. Het zou het laatste worden.

Pam is wel jaloers op Bonnie die nu ook kinderen heeft, maar of ze ze zelf gaat krijgen, komen we als lezer niet meer aan de weet. Mandy en Robin krijgen vast ook nog kinderen. Maar ook dat blijft een vraag. De kennel, later uitgebreid met een hondenpension, van vader en later van broer en jongste zus sluit voorgoed zijn deuren. Hier moeten we het als lezers mee doen. Maar er zijn genoeg verwijzingen naar alle voorgaande delen. Mochten we die nog niet gelezen hebben.

09 januari 2017

Dan begint het leven

Alix, Annelies, Violet en Betty hebben geen moeder meer. Huishoudsters en werksters zijn gekomen en gegaan. Hun vader is altijd aan het werk. Omdat de vier zussen allemaal ook al een baan hebben, is het huishouden er danig bij ingeschoten. Dan komt het bericht van vader dat hij hertrouwd is, met Lidewij Punt. Of ze dat maar even willen accepteren en zorgen dat ze welkom is. Wat natuurlijk niet gebeurt.

Hun stiefmoeder is een werkende vrouw geweest. Ze had een eigen huis en een goede baan op kantoor, maar die gaf ze allebei op voor een bestaan als huisvrouw. Met minder geld en veel meer zorgen. Eerst het huishouden op orde. Dan zorgen dat de kinderen haar accepteren. Het lukt haar verbazend snel.

Tegelijkertijd komt de liefde om de hoek kijken. Voor Betty is er Theo, die ze op vakantie leert kennen. Voor Annelies was het altijd al Sjaak. En wanneer de gemeente Sjaak uit zijn eigen huis wil zetten - woningnood - wordt er snel getrouwd. Zonder veel woorden. Voor Violet is er Rogier, maar dat gaat nog niet vanzelf. En Alix, dat is een verwend nest, dat haar hond bederft. Die moet eerst een paar tegenslagen krijgen, zodat ze vanzelf een toontje lager gaat zingen.

Theo blijkt een leeghoofd en Betty beëindigt de verloving. Zonder al te veel drama. Ze besluit haar kantoorbaan er aan te geven en te gaan werken als leerlingverpleegster. Moeder Lidewij blijkt nog jong genoeg om een baby te krijgen. En ook Annelies is zwanger, nog voor dat het verhaal uit is. Alix' hond overlijdt. Ze voelt genegenheid voor de dierenarts, veel ouder dan zij. Maar of dat wat wordt, komen we niet te weten. Ook Alix maakt een carrièreswitch. Geen modetekeningen meer, maar een baan op kantoor.

Dat is dus het leven? Een andere werkkring kiezen? Weten wanneer je een relatie moet beëindigen omdat je er geen toekomst mee kunt opbouwen? Juist heel snel huisvrouw worden, terwijl je elkaar nog helemaal niet zo goed kent? Hoe oud de vier zussen zijn, kom je niet te weten. Ze moeten ergens rond te de twintig zijn, allemaal. Het is blijkbaar volwassen genoeg, voorzien van de juiste ervaring om dergelijke belangrijke besluiten te nemen. De weg er naar toe wordt verder niet uitgewerkt. En dat is jammer. Want zo werd het meer een opsomming van feiten dan een echt verhaal.