Posts tonen met het label naslagwerk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label naslagwerk. Alle posts tonen

22 oktober 2018

Punt, spatie, streep, spatie

Niet alleen dit voorbeeldenboek, de hele regels voor de titelbeschrijving- regenboog staat er in. Van het oranje eerste deel voor de Niet-seriële publicaties tot en met de roestbruine Beschrijvingsregels voor computefiles. Allemaal te lezen via Google, in PDF.
Die titels alleen al. Heerlijke nostalgie. En veel vaktechnischer kun je het niet meer hebben.

Het waren de regels voor het beschrijven van zo'n beetje alles wat in de bieb te vinden was, in de jaren zeventig, tachtig en negentig. Volgens standaardprincipes. We kregen er les in op de bibliotheekopleiding. Het heette voluit formele ontsluiting, maar werd door ons studenten afgekort tot formo. Het was een saai vak. Saai, maar nodig. Want je moest de boeken, tijdschriften, videobanden, LP's, diaseries en wat al niet meer toch wel terug kunnen vinden, als ze eenmaal waren aangeschaft.

Uit het hoofd leren hoefden we de regels niet. Kunnen gebruiken moesten we het wel. Toen ik, eenmaal in de nieuwe eeuw, terecht kwam op de back office van een openbare bibliotheek, was formo er nog steeds. Maar met behulp van een computerprogramma, dat automatisch de juiste velden achter elkaar zette en daartussen de juiste interpunctie. Ik heb het in de jaren negentig zo vaak geoefend, dat ik het nu nog uit mijn hoofd weet. Nodig is het niet meer, maar dat is met heel veel kennis, die je ooit hebt vergaard.

Titel- en auteursveld. Editieveld. Impressum, collatie- en eventueel reeksveld. Annotatieveld, waar nodig en afgerond met het ISBN veld. De velden worden van elkaar gescheiden door '. - ' Of te wel punt, spatie, streep, spatie. Uit de tijd dat we de beschrijvingen nog schreven met de hand, of typten. Binnen de velden werd ook weer met een aantal vaste tekens gewerkt. Er was een compleet interpunctieschema voor. Er waren vaste plaatsen, waar je je informatie voor een titelbeschrijving vandaan moest halen.

Het geheel werd uitgegeven onder auspiciën van de FOBID. Een afkorting, al ben ik vergeten waarvan. Ze bestaan nog steeds, noemen ze zichzelf nu Netherlands Library Forum.

De Regels voor de Titelbeschrijving zijn niet meer in druk leverbaar, maar nog wel in de oude vorm in te zien. Ik ben al lang geen bibliothecaris meer. Hoe het er nu aan toe gaat, geen idee. Maar hoe het er aan toe ging, weet ik nog wel. De streepjes, spaties, enkele punt en de drie punten achter elkaar. De vierkante haken, het /-teken, het = teken en de afkortingen uit het Latijn.

et al., s.l en s.n. Et allii, sine loco en sine nomine. Ofwel: 'en anderen', 'plaats van uitgave of druk onbekend' en 'uitgever of drukker onbekend'.  Geen idee waarom ik dat soort dingen heb onthouden.  Het maakte indruk, denk ik. Daarom bleef het hangen. Ook al is het eigenlijk nooit echt nodig geweest.

10 juli 2018

Hoera, "we" staan in Wikipedia... 😊

In deze blog plaats ik niet alleen recensies van door mij gelezen boeken. Over iets wat vaak terugkeert in de bijdragen maak ik soms ook een aparte pagina. Ze zijn te vinden onder het kopje "meer weten". Veelvoorkomende illustratoren, staan er. En de schrijvers die veel ter sprake komen. Blijkbaar weten lezers dat te waarderen.

Zo vond ik een aantal jaren geleden een fragment uit de Max de Lange-pagina van deze blog terug op een totaal andere plaats. Leuk natuurlijk, maar ik had het nog leuker gevonden als mijn naam er ook bij genoemd was geweest. Ik schreef er een blog over, maar de betreffende knipper- en plakker meldde zich nooit. En ondertussen staat mijn tekst nog altijd op die andere website te lezen. 

Vandaag was ik op zoek naar achtergrondinformatie over de Zonne-reeks. Die zag ik niet. Wel een pagina over de Witte Raven reeks. Deels de opvolger van die Zonne-reeks, dus ach, wellicht vond ik daar ook nog wel wat. Dat deed ik inderdaad. Mijn tekst om precies te zijn. Een beetje ingekort, maar met een keurige voetnoot naar de bron. Ben er toch best een beetje trots op. Want de Wikipedia mag dan wel niet zo gezaghebbend en verantwoord zijn als de papieren encylopedieën waar ik vroeger over moest leren, er wordt toch heel wat in opgezocht. Papieren versies bestaan niet eens meer. 

Ik vraag me af hoe zoiets werkt, een Wikipedia pagina maken. Zou ik die Witte Raven pockets pagina dan zelf ook kunnen aanvullen? En die Zonne-reeks blogpagina, die ik wilde maken, doorspelen aan Wikipedia? Mijn naam hoeft er niet onder, maar één van de redacteuren van de bekende internet encyclopedie worden, dat lijkt me toch wel wat. En ook zonder bronvermelding: ja, het is ook leuk, als je geciteerd wordt. 

Daar had je trouwens vroeger Citation Indexes voor. Ik heb er nog mee leren werken. Dikke boeken, heel dun papier. Met als achterliggende gedachte: hoe méér iemand geciteerd wordt, hoe belangrijker hij / zij op zijn / haar vakgebied is. Maar het is al wel 25 jaar geleden dat ik dat heb moeten doen, op de bibliotheekopleiding. Toen stond internet nog in de kinderschoenen en van Wikipedia had nog helemaal nooit iemand gehoord. Net zo min als van bloggen. Schrijven deed je toen vooral voor jezelf en dat wat je met anderen wilde delen, moest je opsturen naar de uitgever van iets op papier. 

Als hij / zij het niets vond werd het niet geplaatst. En was je in de meeste gevallen je bijdrage gewoon kwijt. Want aan terugsturen werd niet gedaan. Schoolkranten, uitgevers van tijdschriften of boeken, ze hebben allemaal wel eens iets van mij ontvangen. Daar bleef het meestal bij. Nu kan ik delen wat k wil en het wordt nog gevonden ook. Tot aan Wikipedia aan toe. Yes... 😊 



18 februari 2018

De kroniek van onze eeuw

De belangrijkste gebeurtenissen, de mooiste beelden, zo luidt de ondertitel. Ook dit is een kroniek, die ter gelegenheid van de eeuwwisseling verscheen. Maar dan anders. Handzamer dan die losbladigen, die inmiddels niet meer in mijn verzameling voorkomen.

Deze kroniek is uitgegeven in boekvorm. Voor elk decennium een deel. Ik bezit er drie. Nog niet zo lang geleden aangeschaft in de kringloopwinkel. De dame achter de kassa was verbaasd, dat ze zo goedkoop waren. Net als ik. Gelukkig deed ze niet moeilijk en kreeg ik het voor de prijs die er voorin geschreven stond.

De belangrijkste gebeurtenissen zijn kort, maar goed verwoord. En overzichtelijk gerubriceerd, bovendien. De gebeurtenissen zijn uitgewerkt in langere verhalen en in feiten. Die feiten staan in overzichtelijke tabellen, onderverdeeld naar maand en dag. Je kunt dus elk deel scannen op de belangrijkste zaken, of nauwkeurig doorlezen. Of allebei. Of door elkaar heen. Wat dat betreft lijken de hoofdstukken in deze kroniek wel een beetje op een homepage van een goede website. Maar die had je toen nog niet. Deze reeks werd in 1998 en 1999 uitgeven. Vertaald, uit het Duits. 

Ook bij deze serie moest ik weer aan mijn tijd als mediathecaris denken. Alleen leende ik deze exemplaren niet alleen uit, ik heb ze ook nog zelf in de catalogus mogen opnemen. Want destijds zat ik op de afdeling collectievorming. Wat nog leuker was dan uitlenen, want dan kreeg je ook alle nieuwste uitgaven als eerste in handen. De verleiding om mooie boeken door te bladeren in plaats van ze gereed voor uitleen te maken was soms heel groot. En daarmee verstreek de tijd, zonder dat ik er erg in had. 

Deze serie heb ik destijds in één keer ingevoerd. Met een koepeltitel en daaronder de afzonderlijke delen. Met trefwoorden en titelbeschrijvingen. Weliswaar geautomatiseerd, maar toch nog helemaal in stijl. Echt nog het werk tussen en met boeken. De beveiliging er op, streepjescode, titelhoekje aan de binnenkant, stempel er in en stickers er op. Daarna gingen ze de uitleen in, waar ze eerst nog werden geplastificeerd. 

Een week later moest ik weer het pauze halfuurtje invallen in de uitleen, zoals elke vrijdag. Ik liep meteen op de kast algemene geschiedenis af. En daar stonden ze klaar, netjes op een rij. Ik nam er zonder aarzelen direct drie van de plank. En leende ze aan de balie prompt uit aan mezelf. 

Bijna twintig jaar later staan er dus weer een paar van in mijn kast. Misschien kan ik de serie ooit nog compleet krijgen. Maar dan alleen voor een zacht prijsje. Want zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Maar al blijft het bij die drie. Die zijn al goed genoeg voor een heleboel herinneringen aan een mediatheek op een hogeschool, die zelf ook al lang geschiedenis is geworden. 

17 oktober 2017

Dansen is plezier voor twee

Het is nog steeds te leen in de bibliotheek, als ik de online catalogus mag geloven. Beschrijving van gezelschapsdansen vroeger en nu, zo luidt de omschrijving, waarbij veel verduidelijk wordt in de rijkelijk aanwezige kleurenfoto's.

Die beschrijving, het klopt helemaal. Eerst leende ik het boek geregeld in de bieb, later vond ik het voor een schappelijke prijs bij de Slegte. Ook al iets wat verleden tijd is. Iets leuks vinden bij de Slegte, nadat je het jaren eerder bij de bieb leende. De Slegte bestaat niet meer. Maar goed, dat is een ander verhaal.

Dansen is plezier voor Twee dus. Ik gebruikte het als naslagwerk om mijn Engelse spreekbeurt mee voor te bereiden, in de vierde van de havo. En later, op de bibliotheekopleiding, had ik het nodig om mijn diaserie mee te maken, als onderdeel van het vak audiovisuele media. Ik heb er heel wat foto's uit nagetekend. Uitvergroot, ingekleurd, kado gedaan of zelf gehouden. Want ik was dol op stijldansen, in die tijd.

Tussen 1987 en 1994 stond ik minimaal eens per week op de vloer, bij dansschool Bilderbeek. Om mijn chachacha nog maar eens uit te voeren of gezellig te kletsen tijdens een quickstep, waarbij mijn ene voet automatisch voor de andere ging. Nog altijd kan ik hele stukken uit het omvangrijke repertoire uit mijn hoofd. En bij al dat dansen hoorde dus een boek. Naderhand vond ik meerdere boeken over hetzelfde onderwerp. Maar zoals deze waren ze niet.

Dit is juist geen droge opsomming van pasjes, met getekende voeten en pijltjes. Geen lange lijst van figuren. Het zijn foto's en tekeningen, met daartussen een goed verhaal. Perfect om een spreekbeurt mee voor te bereiden, inderdaad. Of om te gebruiken als begeleidende tekst bij een diaserie. En natuurlijk, het is jaren tachtig. Zoals het toen op de foto stond, zowel de amateurs als de professionals, zo is het nu al lang niet meer. Maar het blijft wel heel leuk om te zien.

Een boek vol herinneringen. Heel letterlijk. Ik heb kasten vol met boeken, maar deze staat echt op de bovenste plank. Goed zichtbaar. Uitgegeven in samenwerking met de Federatie Dansleraren Organisaties, zo staat er in de catalogus verder. En er zit een literatuuropgave in. Daarmee is het nog een officieel naslagwerk ook. Een officiële organisatie die de verantwoording op zich wil nemen en een lijst met boeken om verder te raadplegen. Zo zijn ze zeker niet allemaal uitgegeven. Ik denk dat ik t maar weer eens ga opzoeken. Wie weet valt er nog wel wat na te tekenen.

22 juni 2017

Treinstellen plan T en V

Het boekje zelf is pas een jaar geleden verschenen. Het onderwerp is echter al meer dan vijftig jaar oud. Daarom past het prima in deze blog. Een verzameling plaatjes met praatjes over een trein die van 1964 tot en met 2016 door het Nederlandse landschap heeft gereden. De NS was deze trein, in de jaren zestig. En zeventig. En tachtig. En negentig. Want ja, hij heeft veel langer gereden dan voorspeld.

Het was decennialang het materieel voor de schrootlijn. Want zo heet het traject Zwolle-Roosendaal in de volksmond. Alles wat trein is en wat nergens anders meer mag of kan rijden, dat kan altijd nog tussen Zuidwest en Noordoost Nederland worden ingezet. Ik heb geregeld stukjes van dit traject gehad, in precies deze trein. Van Nijmegen naar Tilburg, van Tilburg naar Breda, van Tilburg naar Arnhem. Meestal in dit soort oude bakken.

Apekop, was de bijnaam. Ik dacht altijd dat het hondenkop was. Maar dat blijkt die trein te zijn die tien jaar eerder werd gemaakt en er best op leek. Op de foto's in en op het boekje ziet die apekop er fraai uit. Van binnen was het allemaal minder mooi. Spartaans, zelfs. En het werd steeds erger ook. Doorgezakte stoelen, ramen die niet open konden. Herrie. Trillingen. Veel te heet gestookte verwarming in de winter. Oud, oud, oud. Veevervoer.

Maar die tijd is dus voorbij. Er werd zelfs een grootse afscheidsrit georganiseerd. Kijk maar eens op YouTube, op mat64. Dat is dan weer de zakelijke afkorting van het treintype. Er is veel over gefilmd. Erg leuk is ook het interview-met-filmpje uit het Reformatorisch Dagblad. Frank Scharloo was achtereenvolgens schoonmaker, conducteur en machinist van de trein en legt ons lezers en kijkers het een en ander uit. En dat doet hij enthousiast. Je zou zó met hem mee op pad willen. Hij was ook een van de organisatoren van de afscheidsrit van de trein.

Als je m nu nog wil zien, dat icoon van de spoorwegen, moet je naar het museum in Utrecht, want daar staat ie nu. Maar je kunt ook dit boekje kopen, Over de ontstaansgeschiedenis. Met heel veel foto's. Over de trein die in de jaren zestig in het groen begon en in de jaren zeventig langzaamaan geel werd. Geschreven door iemand die minstens zo enthousiast is als machinist Scharloo. Nog gewoon te bestellen. Of te koop in een betere boekhandel. Zelf schafte ik het aan in een winkel voor modeltreintjes, waar ik toevallig was.

Een stukje jeugdsentiment. Om te lezen hoe de meisjes van Borrebach zich moeten hebben verplaatst. In de Randstad dan, want zoals altijd begon de trein in de jaren zestig zijn diensten daar. Eenmaal in Roosendaal aangekomen waren de meisjesboeken uit de tijd. Maar deze trein nog niet. Die zou het een poosje langer volhouden.

12 mei 2017

Ik kan zelf repareren en maken

De eerste drie drukken heetten nog Ik kan het zelf. Vanaf de vierde editie is daar dus aan toegevoegd wat precies. Repareren en maken dus. Een practisch handboek, zo begint de ondertitel. Met daar onder, in kleinere letters, voor allen die in of om het huis iets willen repareren of maken. Als auteur staat vermeld: Geert Bak. Zijn functie staat, alweer in kleinere letters ook op de titelpagina. Een leraar aan de Lagere Technische School te Schagen.

Daarmee is de toon gezet. Dit boek uit de Ik kan serie is er eentje voor mannen. Sterker nog, in de inleiding staat een paragraaf die De vrouw en "ik kan het zelf" heet. Schrik niet. Was m'n man er maar! Maar die is aan zijn werk. Weet u mevrouw, dat in z'n gereedschapskastje zo'n klein schroevendraaiertje ligt? Pak het toch en demonteer die stekker eens. 

Met andere woorden, dat soort kleine klusjes moet u  net zo goed kunnen uitvoeren. U kunt ten slotte niet alles aan uw man overlaten. Die heeft zijn werk. Dat u de kinderen heeft en het voltallige huishouden, daar heeft dit boek het niet over. Maar dat geeft niet, daar heeft Sijthoff andere boeken voor uitgegeven. Koken, huishouden, kinderen opvoeden. Ik besprak ze allemaal al eerder. Ook hier weer mooie gekleurde platen. Reclames en tekeningen, die de uitleg nog duidelijker maken.

Er is opnieuw een uitgebreide inhoudsopgave en ter afsluiting een groot alfabetisch register. Van Aambeeld tot Zwei. Hoofdstukken over het Huis en zijn omgeving, Gereedschappen, Sanitair, De Fiets, De Bromfiets. Alleen al door deze inhoudsopgave en de paragraaftitels er van te lezen, krijg je de indruk dat in de jaren zestig alles nog zelf te repareren en te maken was. Tot aan Vulpennen en een Papierbak aan toe.

Misschien was het ook wel zo. Ik ben niet alleen een liefhebber van oude boeken, ook oude auto's vind ik leuk. Soms zie ik na afloop van zo'n rit nog wel eens een oldtimer met zijn motorkap open staan. Dan kijk ik er in. Het ziet er allemaal zo simpel uit. Alles binnen handbereik. En ja, ik ben een mevrouw die nauwelijks een schroevendraaier aanraakt. Ik wacht braaf tot mijn man thuis is. Niet met alles hoor. Een schroefje vastzetten of een nieuwe lamp indraaien kan ik zelf ook nog wel.

Zo'n oude auto, ik zou er echt niet aan beginnen, maar het geeft wel een mooi beeld van het materiaal uit de jaren zestig weer. Alles leek inderdaad maakbaar. Er hoefde niets vervangen te worden omdat het stuk was. Repareren, want weggooien is zonde. Kom daar nu maar eens om. Zelf repareren en maken, dat begon als knutselen. Kleine jongens, die onder leiding van vader spelend leerden. Ook daarvan verscheen een Ik kan boek. Wordt dus vervolgd.

24 februari 2017

Documentaire 20e eeuw : Kroniek en aanzien van onze tijd

Bijzonderheden: 3 linnen banden met 52 tijdschriften, veel achtergrond en foto's. Prijs: € 45. Verzamelbanden. 25x32,5 cm. foto’s. ill. Complete set van 52 tijdschriften verdeeld over 3 banden. Prijs: € 60. 
Hardcover linnen cover met 52 delen. Met de meest bijzondere hoogtepunten van deze eeuw in binnen- en buitenland. Prijs: € 30. 
Schitterend 3 delig naslagwerk met veel foto's. Prijs: € 27,50. Onderbieden is zinloos. 

Zo maar wat advertenties waarin dit werk te koop aangeboden wordt. Ik heb het ook. Alle 52 delen, in 3 linnen banden. Gekocht op de rommelmarkt voor € 5. Ze waren niet te tillen. Ze zijn om die reden ook bijna niet te lezen. Groot en zwaar. Je moet met zo'n complete band aan tafel gaan zitten, of in de bank met je benen horizontaal. Zodat in elk geval het boek ergens op steunen kan. Of je haalt zo'n los nummer uit de band en leest het als een tijdschrift. Maar dan moet je het er naderhand weer terug in zien te krijgen.

Wat uitgeverij Waanders op de markt brengt / bracht is vaak de moeite waard. Dat was ook mijn overweging, om deze banden destijds aan te schaffen. Of het in dit geval ook van toepassing is? Ik weet het eigenlijk niet. De ondertitel: aanzien van onze tijd, doet vermoeden dat het lijkt op de onverwoestbare Aanzien-serie. En dat is ook zo. Dat merk je, als je zo'n band doorbladert.

De twintigste eeuw was vooral ellende, als we deze kroniek moeten geloven. Oorlogen, hongersnoden, staatsgrepen. Zo af en toe een huwelijk en een troonswisseling, maar dan wel tegen de achtergrond van krakersrellen. Omdat de uitgave uit begin jaren negentig is, gaat het laatste nummer over de machtswisseling tussen Grobatsjov en Jeltsin. Dat geeft, achteraf, een onvolledig gevoel. De twintigste eeuw duurde immers nog tien jaar langer.

Er staat niets meer in over Irak en de golfoorlog. Over Bosnië, Servië en Kroatië. De watersnood en evacuatie van het rivierengebied. Geen Bijlmerramp. Het moest allemaal ook nog gebeuren. Voor een échte kroniek had Waanders daarover toch ook nog moeten berichten. Het is niet gebeurd. De afzonderlijke deeltjes laten zich lezen als tijdschriften. Er is geen index gemaakt over het geheel, iets wat een overzicht als dit toch wel had moeten hebben.

En, heel praktisch, het past niet in de kast, tenzij je het plat legt. De banden zijn te hoog voor de gemiddelde boekenplank. Bovendien hebben de tijdschriften weliswaar glanzend papier, maar trekt het krom als je het rechtop zet. Zo wil je je naslagwerk toch ook niet de geschiedenis in laten gaan. Moet het eigenlijk nog wel mijn geschiedenis in? Gisteren heb ik weer eens een deel doorgebladerd. Het ligt me eigenlijk vooral in de weg.

De Documentaire 20e eeuw is vooral iets wat je op een studiezaal moet neerleggen. In een bibliotheek of archief. Scholieren kunnen er nog wat uithalen voor een spreekbeurt misschien. Maar ja, die hebben tegenwoordig voor alles internet paraat. Die zoeken niets meer op, via papier. Zo wordt zo'n naslagwerk uiteindelijk gewoon weggegooid. Opgeruimd anno 21e eeuw: we plaatsen het te koop op Marktplaats of Boekwinkeltjes.

29 december 2015

De toekomst tegemoet

Mijn verzameling is inmiddels al meer dan twintig jaar oud. Tussen 1995 en nu heb ik heel wat boeken aangeschaft, gelezen, weggegooid als ze bij nader inzien toch niet zo leuk bleken en vervangen voor exemplaren van betere kwaliteit. Veel van wat ik vind is inmiddels al gewoon geworden. Dat lees ik, schrijf ik in en berg ik op. Zo af en toe gebeurt het nog, dat ik iets speciaals vind. Zo'n boek waarbij ik met een lineaal en potlood in de bank plof en de ene na de andere zin aanstreep. Omdat het de tijd zo goed weergeeft.

De toekomst tegemoet vond ik gisteren, in een kringloopwinkel in Ede. Het lijkt een meisjesboek, maar dat is het niet. Althans, niet letterlijk. Geen verhaal van een jongedame die haar ideale heer tegenkomt. Wel een blik op de toekomst voor meisjes, anno 1957. De tweede druk. Nadat de eerste in 1940 verscheen werd het oorlog. En na de bevrijding was het chaos in scholenland, zodat pas twaalf jaar daarna een nieuw, degelijk naslagwerk kon worden uitgegeven. Het is een schitterend tijdsbeeld. Ik heb wat aan zitten strepen, intussen.

Want, zo staat al in de inleiding, van alle 100 meisjes zijn er 70 vóór hun vijfentwintigste getrouwd en daarmee voor de rest van hun leven huisvrouw of moeder. Vandaar dat het boek hoofdzakelijk daar over gaat. Een opleiding voor een meisje, het mag dan vanzelfsprekender zijn dan rond 1900, ideaal is het nog altijd niet. Het is onbegrijpelijk, dat zo veel meisjes tegenwoordig nog steeds veel meer werk maken van hun baantje, dan van hun taak en roeping als huisvrouw. Meisjes mogen bést naar het gymnasium of naar de HBS, zo staat er. Alleen in de praktijk blijkt, dat ze die toch nauwelijks afmaken. En als ze die al afmaken, kiezen ze voor een beroep waarvoor ze dat helemaal niet nodig hadden.

Het eerste gedeelte is een algemene beschouwing. Daar staat iets in over toekomstmogelijkheden voor meisjes, waarvan bij moeder thuis in de leer dus de meest ideale is, Iets over psychologisch onderzoek en iets over psychotechniek. Het tweede gedeelte heet Over ideële beroepen en opleidingen daartoe. Verpleegster, vroedvrouw, allerlei opleidingen voor in de huishouding, opleidingen kinderverzorging en opvoeding. Het zijn, kortom, de beroepen waar het meisje nog iets aan heeft, als ze later trouwt.

Het derde gedeelte zijn de toekomstmogelijkheden waar het meisje eigenlijk niets aan heeft, voor later. Het begint met de veelzeggende paragraaf Diploma!! En wat nu?, waarin het meisje beschreven wordt, dat eigenlijk geen idee heeft wat ze worden wil. En dan volgen, naast middelbare schoolopleidingen, de studies voor beroepen als journaliste, drogiste, tolk-vertaler en stewardess. Er is een groot hoofdstuk gewijd aan banen op kantoor. Waarin de schrijfster het niet kan nalaten, te melden, dat baantjes op kantoor vaak tegenvallen. Hoe veel brieven ze daar al wel niet over gehad heeft! Een dergelijk bezwaar maakt ze verder bij geen enkel beroep. Verpleegster of kinderverzorgster is iets wat je kunt of niet, je kunt altijd nog iets anders worden dan dat. Maar iets op kantoor...! Want wat heb je aan steno of boekhouden, als je eenmaal getrouwd of moeder bent?

Het eindigt met een vierde gedeelte. De adressen van de instanties voor allerlei opleidingen en testbureaus. Behalve geografisch ook onderverdeeld in Rooms-Katholieke, protestants christelijke en neutrale instellingen. Ja, het waren de jaren vijftig. Over die dertig vrouwen die voor hun vijfentwintigste niét getrouwd zijn, geen woord. Of over de vrouwen die, noodgedwongen, een baan moeten zoeken als ze getrouwd en moeder zijn, omdat het financieel  niet anders gaat. Iets wat ik in veel meisjesboeken al heb gelezen, maar het komt niet terug. Het is geen wonder dat zo'n tien jaar later de feministen begonnen te protesteren en dat ze er alle andere vrouwen in mee kregen. Dat er dingen bij wet werden geregeld. Want vrouwen en meisjes kunnen en willen heus nog wel wat anders dan huisvrouw en moeder zijn.

De toekomst tegemoet is behalve een fantastisch tijdsbeeld ook nog een heel geschikt naslagwerk, om te gebruiken bij het lezen van oude meisjesboeken. Alles over de toekomst na de lagere school staat er in. Toen was het voor de lezers vanzelfsprekend, bijna zestig jaar later, was het voor mij soms nog wel even puzzelen.Ik ben een stuk wijzer geworden. En alweer dankbaar, dat ik nu geboren ben, en niet in de jaren veertig.

16 september 2015

The Mini Oxford school thesaurus

In 2001 werkte ik als mediathecaris op een hogeschool in Den Bosch. Ze onderhielden een vriendschapsband met een school in Canterbury, Engeland. Bij wijze van uitwisselingsproject mocht ik er tien dagen naar toe. Het werden heel leerzame dagen, met lessen in het Engels. Maar er bleef genoeg tijd over om wat van het stadje te zien, bij werkelijk schitterend weer. Zo kwam ik tot de ontdekking dat boeken in Groot Brittannië op veel meer plekken worden verkocht dan alleen in de boekhandel. Voor heel schappelijke prijzen. Inmiddels is dat bij ons ook wat meer gebruikelijk, maar dat was het toen nog niet.

The Mini Oxford school thesaurus kocht ik bij een soort van bouwmarkt. Drie centimeter dik, zes centimeter breed en tien centimeter hoog. Met recht een klein formaatje. Een thesaurus. Ik heb het de volgende dag in de les aan onze docente gevraagd. Hoe het kon, dat zoiets bij een bouwmarkt te koop was. Zij vond het heel gewoon. En ze kende het woord, wat ik aan mijn Nederlandse klagenoten moest uitleggen. Een thesaurus is een bibliotheekwoord, bij ons.

Van oorsprong het een naslagwerk. Een soort woordenboek, waarin de begrippen met andere begrippen die het zelfde betekenen, wordt omschreven. Later werd het ook een methode om te ontsluiten, wat in bibliotheekland zoveel betekent als: een netwerk met verwijzingen voor het toegankelijk maken en koppelen van (collectie)gegevens. In het digitale tijdperk is een thesaurus vaak niet eens zichtbaar. Ooit eens een woord opgezocht in een catalogus en een vraag als antwoord gekregen? Koe. Koe is niet gevonden. Bedoelt u misschien rundvee? Wanneer je zoiets leest, weet dan: daar zit een thesaurus achter.

Engelse scholieren en studenten gebruiken een thesaurus bij hun studie, om hun woordenschat te vergroten, zo hoorde ik in Canterbury. Dat doen ze eigenlijk allemaal. Het exemplaartje wat ik had gekocht, was afkomstig van de uitgeverij van de Oxford Universiteit, zo bleek. Een gerenommeerd exemplaar, maar daar waren er veel meer van te koop. Ik moest maar eens een kijkje nemen in de plaatselijke boekhandel, zo werd me verteld. Dat heb ik gedaan. En mijn ogen uit gekeken.

Canterbury was een zinvolle kennismaking met Engeland en met hun manier van studeren. Maar na een tegenvallend avontuur in Londen met dito weer heb ik het land verder voor gezien gehouden. De laatste jaren kom ik veel in Duitsland. Ook daar verkopen ze studie hulpmiddelen niet alleen in boekhandels, maar eigenlijk overal. Ook dingen, die in Nederland al lang verleden tijd zijn en voornamelijk in bibliotheken werden gebruikt. Zoals kaartenbakken. En cataloguskaartjes. In alle kleuren, soorten en maten. Waarom? Het helpt de Duitse kinderen met het structureren van hetgeen ze leren. Eigen overzichten maken, zelf systematiseren. Het is eigenlijk net zoiets als in Engeland.

Onze buren links en rechts laten hun kinderen veel actiever met de lesstof omgaan, dan dat wij dat doen. Of ik het zelf zo had gewild? Misschien was het wel beter geweest. Want ik leerde pas structureren en systematiseren, toen ik twintig was en op de bibliotheekopleiding kwam. Ik was het niet gewend en vond het moeilijk, om zo te gaan denken. Ja, het was beter geweest, als ik het op de middelbare school al had geleerd. Met een thesaurus of kaartenbak in miniformaat.

14 juli 2015

ANWB '73

Het is de tweede editie van het ANWB handboek. De eerste editie, ANWB '72, was van mijn geboortejaar en dus nog leuker om te hebben. Maar de uitgave uit 1973 is net zo goed een mooi tijdsbeeld. Vergeeld, dun papier, met een enkele zwart wit foto. Het enige gekleurde zijn de afbeeldingen van de verkeersborden, op de keerzijde van het omslag. Hoe is het mogelijk, dat zulke boekwerken er nog zijn. Dat dit niet is weg gegooid. Ik kocht het afgelopen zaterdag op een kofferbakmarkt voor € 0,50.

Het is een echt handboek, volgens de regels van het bibliotheekvak. Er zit een inhoudsopgave in, een alfabetisch register op trefwoord, gevolgd door ANWB Officieel, waarin wordt omschreven waar de organisatie voor staat. Dan volgen de adressen van  de kantoren. Zonder postcode, want die was er toen nog niet. Wel met telefoonnummers. Al wijken die dan in sommige gevallen af van wat nu gangbaar is. Het kengetal van Arnhem was al 085 (in 1995 vervangen door 026), dat van Eindhoven 040 en dat van Tilburg 013. Apeldoorn was 05760, in plaats van 055. Of het toen nog een stuk kleiner was dan nu? Breda had nog 01600 en Den Bosch had nog 04100. Waarom dat nog niet 076 en 073 was? De kengetallen zijn vast gefaseerd gewijzigd. Heel omslachtig, en daarmee ook heel Nederlands. Want waarom zou zoiets in één keer doen, zodat iedereen er tegelijk aan kan wennen?

Na de adresgegevens komt een overzicht van lidmaatschappen, inclusief aanvraagformulier. Een overzicht van ANWB tijdschriften, waarvan Kaartsysteem Verkeersrecht, omschreven als een op trefwoorden gebaseerd documentatiesysteem van de in het tijdschrift Verkeersrecht gepubliceerde artikelen en gerechtelijke uitspraken absoluut de mooiste is. Die definitie had zo in mijn dictaat Praktisch werken met handboeken en naslagwerken gekund, dat ik tussen 1991 en 1994 op de BDI straal van buiten moest leren in het kader van het vak Bronnen.

Er staat iets in over wegenwachthulp, de Hulpbrief  en de Directe hulp bij verkeersongevallen. Zo gaat het nog een poosje door, tot halverwege het handboek. Dan volgen korte omschrijvingen van vakantielanden, die je met de auto kunt bezoeken. Alfabetisch geordend, van meest bezocht tot wat zeldzamer. Dus eerst van België tot Zweden, en daarna in het kort Oost-Europa, Azie en Noord-Afrika. Met van elk land de muntsoort, bijzonderheden over het weggennet, eetgelegenheden, hotels. Een soort samenvatting van de reisgidsen die ze ook van elk land afzonderlijk maakten.

Verder staan er nog een paar foto's in. Een vrolijke vader, die de koffers op het imperiaal van zijn nieuwe Fiat 127 zet. Ja, met dat autootje gingen man, vrouw en kinderen vroeger kilometers ver weg. Een afbeelding van een botsing tussen een Volkswagen Transporter en een Citroën Dyane. Er staat uiteraard ook een Volkswagen Kever in. Want die leek iedereen wel te hebben in het begin van de jaren zeventig. En mocht je autopech hebben, dan verscheen de ANWB zelf met een besteleend. Niet te geloven, eigenlijk.
Ik voel mezelf nog niet oud, maar als ik dit doorblader heb ik het gevoel dat ik nog uit de prehistorie stam. Wat is er veel veranderd in die ruim veertig jaar.

Het handboek zou nog tot 2001 blijven bestaan, aldus de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek. Het is niet verder verschenen of onder een andere titel voortgezet. Waarschijnlijk had internet het handboek toen al ingehaald.

De kofferbakmarkt van Apeldoorn wordt elke zaterdag in juli en augustus gehouden, langs het Apeldoorns kanaal. Het is een goed-georganiseerde markt, met gratis entree, uitsluitend voor particulieren. Hier wordt streng op toegezien. Dat maakt 'm heel aangenaam om te bezoeken. Afgelast wordt de markt niet. Met heel warm weer is er gratis water en goede EHBO. En een buitje kan de markt ook prima hebben, omdat de route grotendeels onder bomen door gaat.

08 maart 2015

W.P. voor de vrouw : tweede deel H-Z

Het tweede deel heeft geen inleiding, zoals het eerste deel. Het valt zo met de deur in huis. Met een H. Er wordt ook doorgenummerd na deel een, zodat we starten op pagina 735, die dan weer geen nummer op de bladspiegel heeft staan. Ook dit moet voor bibliothecarissen van toen weer een leuke uitdaging zijn geweest. Zie hier maar een correcte titelbeschrijving van te maken.

Op bladzijde 739 en 740 staan tekeningen van haardracht, respectievelijk historische en bij kinderen.  Dat laatste is dan weer actueel anno 1953. Inmiddels ook aardig historisch. Twee opgerolde vlechten. Eenmaal opgerolde vlecht.  De klassieke lange vlechten. Voor het aankomend bakvisje. Tussen koffer en koffie zijn vier pagina's opgenomen met achtereenvolgens kenmerkende maten en verhoudingen klieren met inwendige secretie I en II, ofwel dwarsdoorsnede van vrouw en meisje en man en jongen. 

Wanneer men bij de M gekomen is, worden er vier pagina's foto's gereserveerd voor het trefwoord moeder, alsof de uitgever daarmee duidelijk wil maken, dat dit de kern van de hele encyclopaedie is. En de bijschriften van de foto's liegen er niet om. Moeder moet rust en geborgenheid bieden. Niet uitgaan en het kind alleen laten. Moeder moet het kind op alles voorbereiden. Weten wanneer zij het kind moet loslaten. Raadgever zijn. Rekenen om met het huishoudgeld om te gaan. Zorgen dat het kind niets tekort komt en er tegelijkertijd voor zorgen, dat vader ook zijn deel in de opvoeding kan hebben. Als hij daar ten minste de kans toe krijgt. Er zijn foto's van eten, bestek, servies. En zelfs een kleurenfoto van soepen.

Ook dit deel eindigt met een Lijst van platen, onderverdeeld in gewone platen, anatomische platen en getekende afbeeldingen, welke de gehele pagina bevatten. Ook hier stoelen tegen een wit rose geruite achtergrond, als een soort voering van het omslag. Zo ben ik ten slotte ruim 1380 pagina's tekst verder, alles bij elkaar. En een  heleboel wijzer geworden over de opvattingen van zestig jaar geleden. Ben blij dat ik nu vrouw mag zijn. Dat ik toen nog niet bestond.
 

12 februari 2015

W.P. voor de vrouw : eerste deel A-G

Nee, dit is geen handleiding voor dat DOS programma uit de vorige eeuw, bestemd voor dames. In een groot gedeelte van de vorige eeuw betekende W.P. namelijk geen WordPerfect, maar Winkler Prins. De gezaghebbende encylopedie, in mijn versie zelfs nog geschreven als encyclopaedie. Editie 1954. Februari 1954, het 10e-30e duizendtal, om precies te zijn. 

Er zit geen omslag meer bij, maar ook zonder is het een prachtige uitgave, die kostbaar moet zijn geweest, zestig jaar geleden. Ingebonden in wit leer, met een vrouwenhoofd van opzij er in. Fraai bewerkte eerste pagina's. Het boek heeft niet alleen een Technische, maar ook een Aestetische verzorging gehad. Het is een tweedelige encyclopedie, maar zo omvangrijk, dat ik het ook maar in twee verschillende blogs opschrijf.

Meteen als je het eerste deel openslaat, valt de 'voering' op. Tekeningen van stoelen, in zwart wit. Tegen een achtergrond van roze vierkanten met bloemmotief. Na een overzicht van medewerkers een foto van Prinses Juliana in 1948, met daarboven het opschrift: Koninklijk woord. Vervolgens een Compendium. Een uitgebreide inhoudsopgave van 199 pagina's vol algemene ontwikkeling, waarin een vrouw belang stelde. Zo dacht de redactie het althans. Keurig gerubriceerd. Het is niet zo maar een lijst. Nee. Het is een hoofdrubriek met daar onder steeds een aantal subrubrieken. Zo bestaat Kleding uit Het costuum, Veren, Het dier om de mens (bont), Garderobe en Sieraden. Costuum met een C. Veren werden blijkbaar nog gewoon gedragen en bont was al net zo normaal.

Tussen de formele onderwerpen door zijn een aantal pagina's gereserveerd voor een Intermezzo. Bedoeld als ontspanning tussen het lezen van de zware kost door. Mannen over vrouwen, bijvoorbeeld, dat een lijst met citaten bevat. En Welke naam geven wij? Een overzicht met alle voorkomende doopnamen met hun afgeleiden. Een lijst van slechts vier pagina's. Tegenwoordig zijn naamboekjes ook zonder toelichting vaak al zo dik als een pocketeditie van een woordenboek. Maar destijds was de keus nog niet zo groot.

Pas op pagina 200 begint het alfabet. Elke letter heeft opnieuw al iets bijzonders. De A is een voorbeeld van een Merk- en borduurlap van wit linnen. De F een initiaal uit de drukkerij van Reyner Wolfe, Londen 1542. Het alfabet eindigt met Gijzelaar. Dan volgt nog een lijst van platen, nader onderverdeeld in Platen en Anatomische Platen. Een mooie omschrijving van foto's op glanspapier. Vervolgens is er nog een Overzicht met Getekende afbeeldingen welke de gehele pagina beslaan en ten slotte weer de voering van stoelen tegen een achtergrond van roze ruitjes met bloempatroon.

Zelfs door er nuchter een blog over te schrijven verval ik al in de toon die ze in meisjesboeken zoveel gebruikten in die tijd. Maar zo voelt het ook echt, als je er doorheen bladert. En zestig jaar geleden, het is toch geen eeuwigheid. Al lijkt het wel zo. Een fantastisch tijdsbeeld, die W.P., die blijkbaar niet eens meer volledige naam Winkler Prins nodig had, om in een oogopslag herkend te worden.
Wordt vervolgd. Voor de letters H tot en met Z. En alles wat er tussen staat.

05 augustus 2014

De naslagkast van de bieb

Afgelopen zondag was het weer boekenmarkt in Deventer. Ik bezoek de grootste boekenmarkt van Nederland sinds 1992 bijna elk jaar. Het is al lang niet meer de schatkamer van vondsten die het vroeger was. Daarvoor hebben Marktplaats, Ebay en Qoop te goed hun best gedaan. Op die eerste zondag in augustus staan nog steeds honderden kramen langs de IJsselkade en door het centrum, maar veel vinden doe ik er niet meer. Er zijn veel kramen met boeken die niemand meer wil hebben. De boeken van Kameleon, Pinkeltje, Arendsoog, stripboeken van Suske en Wiske, ze raken het aan de straatstenen niet meer kwijt. De heren antiquariaathouders blijven het echter toch proberen. Ik struikel er elke keer weer over.

De reden waarom ik toch nog heel geregeld ga, is de bieb. Bibliotheek Deventer houdt ook elk jaar uitverkoop, op die eerste augustus. Daarvoor moet je een heuse kelder in, voorzien van een eng, stijl trapje. Het is er vochtig en er zijn heel veel boeken. Overzichtelijk gerubriceerd. Er zijn niet alleen afgeschreven bibliotheek-exemplaren, maar ook gewone tweedehands boeken, zonder stickers. In kasten van grond tot plafond. Fictie en non fictie, voor de jeugd en voor volwassenen. Tijdschriften, van alle jaargangen, los en ingebonden. Naslagwerken.

Bij die laatste kast bleef ik dit keer hangen. Er waren woordenboeken, delen van woordenboeken. Van Dale en Koenen, maar ook gewoon Prisma en de voorloper van de Hoe en wat in het... serie.
En er waren veel naslagwerken in de o ja categorie. De naslagwerken die ik moest leren op wat toen nog de opleiding Bibliotheek en Documentaire Informatieverzorging heette. Ik moest er niet alleen in kunnen zoeken, ik moest ook details van de boeken weten. Voor later, als ik op de Inlichtingenafdeling van de bibliotheek zou komen te werken. Waar ik nooit heb gezeten, maar dat wist ik toen nog niet.

Toen, dat was begin jaren negentig. Toen internet er al wel was, maar niet voor de gewone sterveling. Pas in mijn afstudeerjaar, 1996, werd er voorzichtig geëxperimenteerd met inbelverbindingen. Voor wetenschappelijke doeleinden, literatuuronderzoek en zo meer. Maar omdat het telefoontikken waren, was surfen er nog niet bij.

Ik zag de drie oranje en blauwe banden van het ABC van Handel en Industrie. De ook al blauwe en jaarlijks verschijnende Staatsalmanak. Een paar bandjes uit de gele wetboekenserie van Schuurman en Jordens. Het Handboek van de Nederlandse pers en publiciteit. Verschillende jaargangen door elkaar. Nu ook online! stond er bij wijze van wervende tekst, in rood op de rug van een van die handboeken gedrukt.

Dat moet ergens rond de eeuwwisseling zijn geweest. Dat was wat, dat zo'n officieel naslagwerk, met haar professionele redactie nu ook een doorzoekbare website had gekregen. Dat zoiets evengoed een betaald abonnement was, werd er natuurlijk niet bij vermeld. En dat je als organisatie vaak verplicht ook een online abonnement moest nemen tegen meerprijs, waar je voorheen volstaan kon met alleen de papieren editie, werd ook verzwegen.

Hoe veel van die naslagwerken zouden nu nog op papier bestaan? Hoe veel zouden er blijvend zijn omgezet naar een online variant? Er blijken er nog een aantal te vinden te zijn, anno nu. Tegen betaling? Zo ver heb ik niet doorgeklikt. Maar hechten we anno nu nog wel waarde aan een professionele redactie, die elk jaar een boek op een bepaald vakgebied uitbrengt, voorzien van adressen, begripsomschrijvingen en indexen daarop? Of googlen we ons een slag in de rondte, foeteren we soms dat we van alles vinden maar niet dat wat we zoeken, maar zijn we er mee tevreden?

Ik wel. Ik zeg het eerlijk. Want het gaat sneller dan zoeken in een index en het kost me bovendien geen abonnement op zo'n naslagwerk, dat elk jaar verscheen, maar nauwelijks werd ingekeken.
Tijden zijn veranderd. Ik ook... :-)

11 mei 2014

FMIEB: Wörter, die die Welt noch braucht

Duits en erg leuk. Kan dat? Ja, dat kan. Dit is een erg grappig boekje. De ondertitel geeft aan, waar het over gaat. Niet bestaande woorden, die toch wel handig zouden zijn als je ze zou hebben. Een FMIEB is, vertaald, dus 'een nies die je wel voelt aankomen, maar niet doorgaat.'

Zo staan er, keurig op alfabet, als was het een woordenboek, een heleboel van die ja, waarom- is-daar-geen-woord-voor-woorden in. Zelfstandige naamwoorden, waarbij wordt aangegeven of het der, die, of das is. Duits, dat kent geen de en het, maar een mannelijk, vrouwelijk of onzijdig zelfstandig naamwoord. Werkwoorden staan er ook in, en locaties. Iedereen die een beetje taalgevoel heeft of in de buurt van de grens woont, leest dit boekje grinnikend uit. Zonder problemen. Een paar voorbeelden. Vertaald.

Animosen, die: DJ's, die tussen de liedjes door de mensen enthousiast aansporen om de dansvloer op te gaan. Armin, der: iemand die zijn / haar armen in de lucht gooit, wanneer hij / zij in de achtbaan zit. Bono, das: het steeds maar weer terugkerend gevoel, dat de mooiste tijd al voorbij is, in je leven. Erschlecken: werkwoord voor iets uitlenen, met het vaste voornemen, het niet meer terug te geven. En Gekruschel, das: - dat beetje muesli, dat in de verpakking overblijft, te weinig om nog op te eten, te veel om weg te gooien- vind ik misschien wel de leukste die er in staat.

Hoewel, Kratzachstan, das - dat stukje in het midden van je rug waar je met je handen niet bij kunt komen maar dat wel altijd jeukt - ook goed gevonden is. En wat te denken van nickelnackeln, een werkwoord voor: alles wat je met muntgeld doet, om te voorkomen dat het in de snoepautomaat blijft hangen. Of, minder smakelijk, maar wel heel herkenbaar: nasenaustern: je neus regelmatig ophalen omdat je te lui bent om een zakdoek te gebruiken. Schnurzpiep, der, de gewoonte, de telefoon tenminste twee keer te laten bellen, ook als je m meteen zou kunnen opnemen, om maar niet de indruk te wekken, dat je op een telefoontje zat te wachten.

Sundrinen, werkwoord, omschrijving voor dat wat men doet, als hij / zij Suzannes, Sandra's en Sabines niet uit elkaar kan houden. Taumler, der: iemand die niet zo handig is met een boodschappenwagentje. Tupperkulose, die: het oneven aantal van plastic deksels en bijbehorend aantal bakjes in een keukenkastje. Wallraf, der: het moment, waarop 's morgens op 24 december mannen Kerstkadootjes inkopen. Zappelin, der: persoon met afstandsbediening, die niet langer dan drie seconden naar een bepaalde zender kan blijven kijken.


Enfin, zo staat dat boekje dus vol. Ik kocht het voor een euro, bij een Duitse prijsvechter. Weet niet, of het nog te krijgen is. Het is uit 2006, dus nog niet zo heel oud. Oud genoeg om niet meer in de winkel te liggen, maar nog te nieuw voor een antiquair. Voor die omschrijving hebben we trouwens ook nog geen woord. In het Nederlands ook niet. Zou er in het Nederlands ook ooit zo'n boekje zijn samengesteld? Het zou me wel een leuk idee lijken om dat te gaan doen.

FMIEB eindigt met een korte omschrijving van de beide schrijvers. En met een verwijzing naar de gelijknamige website, die helaas niet meer in de lucht is. Jammer. Maar gelukkig hebben we het boekje nog op tijd weten te scoren. Het is ook nog op Amazon te koop, las ik. Voor niet al te veel geld.

08 februari 2014

Het aanzien van

De serie bestaat nog steeds. Ik dacht, dat het echt iets van vroeger was. Maar nee hoor. Editie 2013 is nog gewoon te bestellen bij Het Spectrum. Je kunt het zelfs als inkijkexemplaar al raadplegen. Wat ik dan ook meteen heb gedaan. Om pas daarna het schrijven van deze blogbijdrage te vervolgen.

Ik ken de serie nog van vroeger, van mijn vader. Elk jaar kreeg hij het nieuwste deel voor zijn verjaardag. Dat keek hij dan door en bracht het vervolgens naar de archiefhoek op zolder. Waar de bananendozen met post-om-te-bewaren stonden, onze dozen met knutsels en rapporten en grote stapels oude Libelles, Panorama's en Nieuwe Revu's lagen. Allemaal niet om weg te gooien. De 'aanzienen' stonden er ook. En op van die dagen dat er geen school was en ik even niets te doen had, wilde ik nog wel eens naar de zolder gaan om in het archief te neuzen. Soms las ik dan ook zo'n Aanzien van.

Wij hadden ze jaarlijks vanaf 1971, het jaar waarin mijn ouders trouwden. En daarvoor nog een aantal delen die vijf jaar samenvatten.In mijn herinnering was het veel plaatjes en weinig tekst, op een voorwoord na. Achterin zat een soort register van mensen die dat jaar waren overleden. De foto's, slecht van kwaliteit, waren vooral heftig. Veel geweld, honger, verdriet. Er waren ook een paar leuke dingen gefotografeerd. De winnaar van het Eurovisie Songfestival. Iets van Koninginnedag. Maar het was vooral steeds weer een vliegtuigramp of overstroming. Gevechten in het Midden-Oosten. Onder al die foto's stond steeds een paar zinnen commentaar.Dat blijkt intussen wel wat veranderd.

Het inkijkexemplaar van vorig jaar geeft meer tekst en minder foto's. Het lijkt ook minder ellende. Of kan ik er beter tegen, omdat ik intussen ook dertig jaar ouder ben dan toen op zolder?

Wonderlijk, dat zo'n serie nog bestaat. In deze tijd, waarin alles op internet te vinden is, in welke vorm dan ook. De KB-catalogus geeft een uitgebreide omschrijving. De serie bestaat al een hele tijd. En als je verder zoekt, ontdek je ook, dat de titel Het aanzien van niet alleen wordt gebruikt voor die twaalf maanden wereldneuws in beeld. Er is ook een variant van de twintigste eeuw. Van Juliana. Van Bernhard. Van Claus en van Het huwelijk van Willem Alexander & Maxima. Veel van die Aanziens blijken samengesteld door Han van Bree. Van hem heeft de uitgever een mooie overzichtspagina samengesteld.

Al sinds 1962 verschijnt jaarlijks het enige echte, volledige overzicht van de opvallendste nieuwsfeiten, de grootste sportprestaties, de mooiste films en boeken en de populairste rages in binnen- en buitenland. Het resultaat is een kleurrijk en onvergetelijk tijdsbeeld van het afgelopen jaar, zo begint de uitgever de speciale Aanzien-van pagina op de website.

Wat noch de KB noch de uitgever vermeldt, is dat je doodgegooid wordt met oude Aanziens. Je kunt geen vrij-, kofferbak-, vlooien- of snuffelmarkt bezoeken, of je struikelt over zo'n doos. Daar zijn ze weer. Veel mensen waren ooit als mijn vader. Elk jaar kochten ze het nieuwste deel, voor de verzameling, voor het archief. Maar nu willen ze er ook weer massaal van af. Dat blijkt ook wel, als je Marktplaats vraagt, om het aantal Aanziens van. 1.145 advertenties.

Zelf bezit ik er drie. 1967, 1972 en 1995. De eerste twee kocht ik voor een euro per stuk op een rommelmarkt. Omdat het de geboortejaren van mij en mijn wederhelft betreft. Dat is wel leuk om te hebben. Die laatste erfde ik van mijn studievriendin. Zij overleed in 2003 en in 1995 studeerden we samen aan de bibliotheekopleiding. Het was het jaar van de evacuatie om het hoge water. Dat zal ik nooit vergeten. Zoiets blijft je ook wel onthouden zonder dat je een blik op het Aanzien van 1995 hebt geworpen. In mijn geboorte jaar vond de aanslag in München tijdens de Olympische Spelen plaats. En vijf jaar eerder was het de intocht van de vierdaagse van Nijmegen, dat jaar uitgelopen door prins Claus, de omslagfoto waard. Ook al van die nieuwsfeiten die je overal vind, als je zoekt op dat jaar.

03 februari 2014

De auto van de 20e eeuw

Vroeger, toen de boekenmarkten nog echte zoek-en-ook-vind feestjes waren, bezocht ik ze veel. Die van Deventer, uiteraard. Maar ook die in Dordrecht, Bredevoort en in mijn toenmalige woonplaats Tilburg. Dat was toen. Nu kun je er maar beter niet meer komen. Op de boekenmarkt, of wat er nog van over is. De handelaren gooien er alles op de kraam, wat ze op internet niet kwijtraken, zo hoorde ik een paar jaar geleden een bezoeker zeggen. En ik moest hem gelijk geven. Nee, een internet zoeker ben ik niet geworden. Want dan moet je weten waar je naar zoekt. En kun je dus ook voorspellen wat er gevonden gaat worden. Terwijl de onverwachte vondsten juist het leukst zijn.

Dit was de laatste vondst op de boekenmarkt van Tilburg. In 2010. Daarna ben ik er niet mer naar toe geweest. In 2010 was het handelaren aanbod was om te huilen, het weer trouwens ook. Het was augustus en slechts dertien graden, met stromende regen. Veel kouder nog dan eerder voorspeld. Van dat weer waar je maar niet warm van wordt. Gelukkig was daar de grote uitverkoop van de Tilburgse bieb nog. Warm, droog en veel te zien. Ik kocht er dit compacte overzicht. Circa 400 automodellen in woord en beeld. Vertaald uit het Engels. Dus gedegen. Met precies genoeg technische gegevens om het voor een leek als ik toch nog begrijpelijk te houden. Met een foto er bij. Een beschrijving per auto waarom-ie in dit overzicht thuishoort.

Alfabetisch geordend, van Abarth tot Zil, en alles wat daar tussen zit. Per merk een aantal typen. En die typen van het merk zijn dan weer chronologisch geordend. De inhoudsopgave voorin is per merk. Het register achterin is per merk ook nog in typen uitgesplitst. Er is een illustratieverantwoording en voorin een uitgebreid colofon. Met een biootje van beide schrijvers. Het zijn beiden redacteuren en schrijvers van autobladen. Dat verklaart veel. Daarom leest het waarschijnlijk ook zo goed weg.

Ja, het was een bieb boek, dus het heeft een harde kaft. Het lukte me de stickers er af te halen en ik moest het ook een beetje repareren met plakband. Maar ach, voor een euro kan je je geen buil vallen. Overzicht van vierhonderd automodellen in woord en beeld. Met kleurenfoto's. Aldus de aangebrachte beschrijving op het beroemde kaartje voorin. Dat wat in vaktermen boekhoekje heet. En die beschrijving, was dat geen annotatie? Het is al even geleden, dat formele ontsluiting. Met de spatie, punt spatie. Eerlijk gezegd bezoek ik nog maar nauwelijks een bibliotheek. Maar om een tweedehands boek te scoren op een boekenmarkt die verder hopeloos tegenvalt kun je er nog altijd heel goed terecht. Voor weinig.

Laat dat nog even zo blijven. Dat boeken kunnen kopen in de bibliotheek. Want ik heb niks met boeken kopen via Marktplaats. Ik wil ze zien, voor ik ze aanschaf. En ik wil er, behalve dat onverwachte, ook nog iets van een beleving bij hebben. Om het maar eens met een misbruikte marketing term aan te duiden. Dat gevoel van: yes. Die koop ik. Leuk voor in mijn boekenkast. Een steeds opnieuw doorblader boekje. Waar je ook nog eens wat van opsteekt.

'De auto van de 20e eeuw' verscheen oorspronkelijk in 2002 bij uitgeverij Carlton te  London,onder de titel: '20th century cars : the complete guide to the century's classic automobiles'. 

06 oktober 2013

Pius almanak van katholiek Nederland

Ga je 'm ook nog echt lezen, of zet je 'm in de kast bij je andere oude boeken? wilde de verkoper van me weten, toen ik hem de € 2 overhandigde en de Pius Almanak 1962 | 63 voorzichtig in mijn rugzak liet glijden. Hij grinnikte en ik ook. We kenden elkaar niet, de verkoper en ik. Toch had hij me goed ingeschat. Ik was (en ben) en liefhebber. Want waarom zou ik anders een jaarboek kopen uit een jaar waarin ik overduidelijk nog niet geboren was?
Voorzichtig doorbladeren en daarna gauw in de kast zetten, zo antwoordde ik. En zei er maar niet bij, dat die twee euro die hij voor dit exemplaar had gevraagd erg voordelig was. Zoiets overkomt me veel vaker op een kofferbakmarkt en zeker bij oude vondsten is dat elke keer weer een feestje op zich.

Eenmaal thuis geïnstalleerd op de bank, bekeek ik het boek beter. Ik had dit eigenlijk niet eens alleen gekocht omdat ik oude boeken spaar. Deze aanschaf had nóg twee redenen. 1. Omdat ik ooit de opleiding bibliotheek en documentaire informatievoorziening heb voltooid en dit jaarboek, in nieuwere editie, verplichte kost was bij het vak Praktisch werken met handboeken en naslagwerken. Net als ons handboek en de Webster, waar ik al eerder over schreef. En 2. Omdat zo'n adresboek van vijftig jaar geleden een geweldig goed beeld geeft van het Rijke Roomse Leven, zoals dat toen heette. Want wat was het een omvangrijk geheel. Toen. Dertig jaar later zou ik hetzelfde boek in nieuwere druk op de opleiding gaan gebruiken, toen was het nog maar half zo dik.

Hoe kan het bestaan, dat dit bewaard is gebleven? Zelfs de boekenlegger en het correspondentiebriefje van de uitgever bleek er nog in te zitten. En dat voor een jaarboek, wat elk jaar opnieuw verscheen. Wat elk jaar vervangen werd. Het oude kon dus weg, om plaats te maken voor een nieuwe versie, met actuele gegevens. Althans, wat ze toen actueel noemden. Tot een jaar geleden bijgewerkt. Dat is nu om te lachen en ik doe er zelf aan mee. Wanneer mijn werkgever een mailing de deur uit doet naar diverse instanties, dan raadplegen we natuurlijk geen adresboek meer, maar websites. Ik werk op een afdeling die vroeger documentatiecentrum zou hebben geheten, maar die nu nog precies één almanak en één jaarboek heeft. Voor de rest is alles op internet te vinden.


Wat was het ook voor mij al weer lang geleden, dat raadplegen van een index, om zo op naam of plaats te kunnen zoeken. Terugbladeren naar de pagina waar de index je naar toe stuurt en ondertussen niet alleen adressen van allerlei instanties tegenkomen, maar ook reclame van bedrijven, die al lang niet meer bestaan. AaBe dekens, of de voorloper van Uitgeverij Zwijsen. Allebei in Tilburg. Maar dat werd ook in de jaren zestig de katholiekste stad van het zuiden genoemd. Ben er zelf jaren later gaan wonen en toen was dat nog steeds wel een beetje zo. Al waren al die kerkgebouwen op elke hoek intussen leeg komen te staan.


 Van dat Rijke Roomse Leven wat dit adresboek weergeeft, is niet veel meer over. In Tilburg kregen kerken tien jaar geleden al andere bestemmingen, variërend van museum tot inline skatebaan. De kerk in mijn geboortedorp is sinds kort geen onderdeel meer van een eigen parochie, maar opgegaan in een groter geheel. In mijn huidige woonplaats gebeurt over een paar jaar hetzelfde. Ze moeten wel. Bezuinigen, inkrimpen. Zo'n jaarboek is dus niet alleen een herinnering aan de opleiding of gewoon een leuke aanschaf op de kofferbakmarkt. Het is ook een stukje sociale geschiedenis. Nog veel meer dan een meisjesboek. En het staat nu inderdaad in de kast. Tussen een oude editie van de de Petite Larousse Illustré en een Winkler Prins in twee delen. Maar daarover later meer.

15 augustus 2013

The new international Webster's comprehensive dictionary of the English language


Je hebt van die aankopen, die je nog de hele dag bezighouden. Dit was er zo een. Het Engelstalige, met een vakterm aangeduid encyclopedisch woordenboek met die hele lange naam. Encyclopedic edition, staat er verder nog op de titelpagina. Gevolgd door 2003 edition. For distribution and sale in Germany, Switzerland and Austria only, vermeldt het colofon, dat minstens zo omvangrijk is en een A4-tje aan tekst beslaat. Op het schutblad heb ik naast mijn naam en datum van aanschaf, wat ik altijd doe, nog een opmerking gezet: Gekocht voor € 1. Nieuw! Ik viste m, vorig jaar, nog in het plastic verpakt, uit een grabbelboekenbak van een Duitse prijsvechter. En werd er stil van.

Eenmaal thuis haalde ik er het folie vanaf, en zag, hoe de prijs gedevalueerd was, in een paar jaar tijd, om ten slotte bij die ene euro te eindigen, in 2012. Ik moest er gewoon foto's van maken, ik kon het bijna niet geloven. Een lijvig boekwerk, bestaande uit flinterdun papier, om het niet nog zwaarder te laten worden. Drie kolommen per pagina en dat bijna 1900 pagina's lang. Niet alleen een Engels-Engels woordenboek. Het is ook een Spaans - Engels en een Duits -Engels woordenboek, het bevat informatie over hoe een vakbibliotheek te gebruiken, terminologie van de rechtswetenschap, notariaat, er staan citaten in, maten en gewichten... en nog ben ik dan niet compleet.

De Webster, zoals ie destijds bij ons op de bibliotheekopleiding werd genoemd, was een uitgebreid woordenboek dat scholieren en studenten bij hun studie gebruikten. In de hoogste klassen van de middelbare school, het MBO, het HBO en de universiteit. Omvangrijk, samengesteld door verschillende redacteuren met een grote reputatie op zijn of haar vakgebied. In een grote oplage gedrukt, op goedkoop papier, zodat de aanschafkosten laag konden worden gehouden. Zo werd er jarenlang gestudeerd, over de landsgrenzen. Want ik kan me niet herinneren dat wij het destijds veel gebruikten. Wij zochten wel iets op in de bieb en onze algemene naslag reikte niet verder dan een paar woordenboeken, Nederlands, Engels, Duits en misschien Frans. En dat bij voorkeur in de Prisma pocket editie. Want we wilden beslist niet meer weten dan strikt nodig.

In het buitenland, in Engeland en Duitsland, werd daar anders over gedacht. Ooit. Voordat internet er was, waarop 'alles' te vinden is, in elke taal. Betaalde abonnementen voor de serieuze literatuur, of gratis, maar dan volgepropt met banners of in het kaliber het staat toch op nu.nl boeien-of-het-wel-echt-klopt. Aan dit soort boeken klopte destijds alles. Maar anno 2003 was er al absoluut geen markt meer voor. Zo belandde het uiteindelijk bij die Duitse textiel super met restpartijen non food, waar ik het dus kocht.

Als voormalige bibliothecaris, werkzaam in wat eens een bedrijfsbibliotheek was, met vaktijdschriften, almanakken en andere adresgidsen. Inmiddels ben ik al lang informatiespecialist, en bezit onze afdeling, die ook geen documentatie afdeling meer genoemd mag worden, nog precies één jaarlijks verschijnend adresboek. De lijst van vaktijdschriften wordt elk jaar kleiner. Daarvoor in de plaats komen de nieuwsbrieven per e-mail, de tweets op twitter en de officiële publicaties in PDF. En kan het zo maar gebeuren dat je een naslagwerk voor een euro aanschaft. En er in bladert met een gevoel van, tja, zo was het ooit. Ooit vond je het heel gewoon, dat informatie zo maar een paar jaar oud kon zijn. Dat het dan toch nog waardevol was. Wachten op de nieuwe druk van zo'n boek, die wel een paar jaar uitbleef. Dan werd de oude afgeschreven. Er wordt niets meer afgeschreven, alles is altijd zo nieuw mogelijk. Een website met nieuws van 2 maanden oud onder het kopje 'Actueel' schuiven we al grinnikend opzij. Daar heb je niet veel meer aan.

16 april 2013

(Nieuwe) Prisma Huishoudencyclopedie

Eigenlijk is dit weer zo'n boekje waar ik er al een aantal van heb beschreven en waarvan ik er ook nog een aantal nog onbesproken in de kast heb staan. Wat dit leuk maakt, is dat ik er twee edities van bezit. De oorspronkelijke Prima Huishoudencyclopedie en de zeven jaar later verschenen Nieuwe Prisma huishoudencyclopedie. En hoewel de titel bijna identiek is, is de inhoud dat niet.

De oudste editie, die uit 1959, bestaat uit een aantal hoofdstukken, die weer nader zijn onderverdeeld in paragrafen en vervolgen, in een aantal gevallen, nog in subparagrafen. Over Eten. Over Kleding. Over de Woning. Over de Lichaamsverzorging. Waarna achtereenvolgens Het koken en de daarbij behorende technische middelen worden besproken. Kleding en het onderhoud daarvan. De vertrekken en hun inrichting. Tabel van lichaamsgewichten. Om te eindigen met Fornuizen en komforen. Een Textiel ABC. De vloer. Die nóg weer verder wordt onderverdeeld in gladde en vezelige
vloerbedekkingen.

De stof is overzichtelijk en schematisch ingedeeld, aldus het voorwoord, dat op de keerzijde van de kaft staat gedrukt. Dat mag inderdaad gezegd worden. Op de achterkant van de titelpagina staat een spreuk gedrukt: U heeft maar twee keer spijt wanneer u iets van goede kwaliteit koopt: wanneer u het betaalt en wanneer het versleten is. 

Het boekje is samengesteld door een echtpaar. Hans Vollmar, en Cor. Vollmar-van Wijk. Hij studeerde tropische landbouw, zij landbouwhuishoudkunde. En samen wonen ze in Brazilië, waar hij nog andere boeken schreef en zij aan huishoudcursussen voor meisjes werkte.

De editie uit 1966 is enkel nog maar samengesteld door Hans Vollmar, die, aldus de achterflaptekst, in 1961 terugkeerde naar Nederland, om zijn carrière in het bouwwezen te verruilen voor eentje in het nieuwe vak van elektronische informatieverwerking. Zou hij daar nog boeken over gepubliceerd hebben? Ben best benieuwd naar de visie op de computer van vijftig jaar geleden. Maar goed, dat is een ander verhaal.

De Nieuwe Prisma huishoudencyclopedie was nodig, aangezien de inhoud ervan snel veranderd bleek, door de verbijsterend snelle ontwikkeling in de wereld om ons heen. Daar heeft ook iedere moderne vrouw hulp bij nodig, aldus de tekst op de keerzijde van de kaft. Al worden de delen Woning, Keuken, Kleding en textiel nog altijd heel traditioneel in paragrafen besproken. Dit maal niet alleen met bekende kost, maar ook met nieuwe onderwerpen. Elektrische bedverwarming is er zo een. Centrale verwarming, meerkamerverwarming en lokale verwarming ook.

De beide enyclopedieën laten zich leuk naast elkaar lezen. Om te zien hoe de samenleving in die tijd veranderde. De kaft zelf geeft het al heel duidelijk aan. Waar het in de jaren vijftig nog een ijverige huisvrouw was, daar is het tien jaar later een foto van elegant geklede dame met een dochtertje, die samen niet veel meer doen dan het hoognodige. De vrouw is geen sloof meer, maar iemand met plezier en waardering in het werk dat ze doet. En ze wordt er ook minder moe van. Vast dankzij die verbijsterd snelle veranderende wereld.

13 januari 2013

Ik kan planten en bloemen in huis verzorgen

Van Ik kan planten en bloemen in huis verzorgen bezit ik twee edities. De ene is uit 1955, de andere is de vijfde herziene druk uit 1963. Beide hebben nog een omslag, iets wat ook niet vaak meer voorkomt, als je een oud boek voor niet al te veel geld op de rommelmarkt koopt.

Practisch handboek tot het onderhouden van planten en arrangeren van bloemen en bloemstukken in de kamer, zo luidde aanvankelijk de ondertitel. Acht jaar later is dat gewijzigd in enkel: practisch handboek. Met daaronder, cursief een alleszeggende toevoeging. Geïllustreerd met 8 gekleurde platen, 34 zwart-wit platen en 87 tekeningen tussen de tekst. Iets dergelijks staat ook nog op de achterflap van het jaren zestig exemplaar, over de Ik kan serie, waarin het boek verscheen.
Praktische handboeken voor iedereen * Degelijk en modern van inhoud * Verzorgde uitvoering * Rijk geillustreerd * Geschenkboeken bij uitnemendheid * Afzonderlijk verkrijgbaar


Dat heette in 1955 nog: Ik kan.... serie. Reeks van prachtige handboeken, deskundig geschreven, overvloedig geïllustreerd, verzorgd uitgegeven. 'Het werd elk jaar beter.' kon mijn oma vroeger wel eens over die tijd vertellen. 'Toen we trouwden moest alles heel zuinig aan en was er niets, maar later werd het elk jaar beter.' Dat is aan beide boeken goed te zien. De welvaart had zijn intrede gedaan in Nederland en kostbare boeken werden voor steeds meer mensen bereikbaar. Daarnaast werd het produceren van dergelijke boeken ook elk jaar gemakkelijker en dus goedkoper. De editie uit 1955 is nog volledig in zwart-wit, ook alle 'platen'. Die platen komen in de 1963 editie weer terug, maar dan zijn er dus gekleurde aan toegevoegd.

De uitgave uit 1963 is dus een herziene druk. Als ik beide boeken naast elkaar leg, zie ik dat niet direct. Allebei hebben ze 297 pagina's, bestaan ze uit vier afdelingen, die achtereenvolgens de titels Algemeen, Kamerplanten, Bloemen in huis en Verschillende onderwerpen hebben meegekregen. Ook de verschillende onderwerpen die in de afdelingen beschreven worden, lijken identiek, zo op het eerste gezicht. De samensteller van het boek, A. J. Herwig, geeft in het Woord vooraf bij de vijfde druk het antwoord: In deze vijfde druk zijn nog enige nieuw in de handel genomen kamerplanten opgenomen. zo laat hij weten. Om verder te gaan met: Het illustratieve gedeelte werd geheel vernieuwd. Helemaal vernieuwd werd het niet. Maar met het toevoegen van die gekleurde platen was het wel in een keer een modern boek geworden.

In het Woord vooraf uit 1963 staat ook nog iets geschreven over de tweede druk. Reeds binnen een jaar na het verschijnen van de eerste druk komt het bericht van de uitgever dat de tweede met spoed moet worden voorbereid. Erg prettig dat ook dit werk uit de "Ik kan" -serie zo graag verkocht wordt.
Het was op dat moment zomer 1956. En oma heeft gelijk gehad. Je ziet het aan dit soort boeken. Alles ging alleen maar beter. Elk jaar weer. Planten en bloemen waren niet langer meer een luxe artikel, maar iets vanzelfsprekends, waar veel aandacht aan mocht worden geschonken.

We zijn nu bijna zestig jaar verder. Het is lang nog elk jaar beter gegaan. Zelf heb ik nog wel een aantal planten in huis, maar meer dan een verse pot aarde zo op zijn tijd, een scheutje water en zo af en toe wat Pokon krijgen ze niet van me. Daar heb ik ook geen boek voor nodig. En bloemen? Die koop ik zo zelden meer. O zeker, ze zijn mooi, maar niet meer in verhouding met wat ze kosten. Vaak zo modern geschikt met al die bladeren groen, waar ik niets mee heb. En met die planten in mijn huis ben ik nog een uitzondering ook. Er zijn er genoeg van mijn leeftijd die geen enkele plant meer in huis hebben. Daar zou ik niet aan moeten denken.