29 december 2011

Ik kan handwerken

Een 'practisch handboek voor het vervaardigen van alle voorkomende vrouwelijke handwerken', aldus de ondertitel. Ik kan handwerken. Iets wat veel vrouwen van nu niet meer kunnen zeggen. Ik ook niet. Het is dan ook bijna vijftig jaar geleden dat dit boek werd uitgegeven. En nog wel eerder, ook. De editie, die ik bezit is van 1953. De vijfde, geheel omgewerkte uitgave.

B.C. Jelles, is de omwerkster. Een 'lerares Industrieschool voor vrouwelijke jeugd te Amsterdam en Huishoud- en Industrieschool te Haarlem'. Er is medewerking verleend door C.J.W. Leupen en A. Cupedo, eveneens leraressen van de Amsterdamse industrieschool.

Wat een huishoudschool was, weet ik. Dat werd later het huishoudelijk en nijverheidsonderwijs, de LHNO, weer later het lager beroepsonderwijs LBO en is nu, geloof ik, onderdeel van het VMBO.
De meeste meisjes uit mijn meisjesboekenverzameling zitten op de HBS, maar er gaat ook een enkeling naar de huishoudschool of naar de industrieschool. En behalve koken en poetsen leren ze er ook allemaal handwerken.

Wat ze dan precies leerden? Veel dingen, die in dit boek in woord en beeld staan uitgelegd. Weven, breien, haken, kant, vlechten, macramé knoopwerk, frivolité en  filet- of knoopwerk. Dit staat allemaal uitgelegd onder het kopje 'Technieken die stoffen doen ontstaan'. In 'Technieken op verdeelde stoffen' wordt verder verteld over kruissteek, tapisseriewerk, ajourwerk en zo meer. Dan is er nog borduren, dat onder 'Techniek op onafgedeelde stoffen' valt. Daarna volgt, in verschillende soorten en vormen nog het Opnaaien, gevolgd door Afwerken en de Lappendeken. Als elk boek uit de Ik kan serie wordt afgesloten met een register.

Er staan veel afbeeldingen in, die de tekst  moeten illustreren. En, ook al als in elk ander deel uit de Ik kan serie, een paar gekleurde 'platen', afbeeldingen op glanzend papier. Een advertentie van Cinderella lakens en slopen, een paar sfeeropnamen van handwerk. Een kleedje van geweven kousen, bijvoorbeeld. Of een gehaakt boodschappennet.

Huisvlijt. Dat wat de vrouw des huizes kon gaan doen, als al het verplichte werk voltooid was. Na het dagelijks poetsen volgens het schema van Ik kan huishouden. Waarvoor in dit boek trouwens nog reclame wordt gemaakt. Net als voor de al even onmisbare Ik kan koken.

18 december 2011

Een vriend komt terug

Julia Zijlstra woont alleen. Ze heeft haar relatie met Tom verbroken, omdat hij veel te veel druk op de toekomst legde. Ze wilde nog vrij zijn. En vrij zijn kan ze. Met een eigen boetiek, gefinancierd dankzij de erfenis van haar overleden vader. Haar ouders zijn gescheiden, moeder hertrouwd met een onsympathieke man, maar Julia wist nog net op tijd het contact met haar eigenlijke vader te herstellen, zodat ze de erfenis kreeg. Ze had al een middenstandsdiploma, dus de keus een 'boetiek' te beginnen was zo gemaakt. Ze heeft, alleenstaand en wel, zelfs een aardig huisje. En haar collega Paula, een naam die Helen al eerder gebruikte voor een verhaal, is tevens haar beste vriendin.

Dan ontmoet ze Steve Lancaster - Steef, volgens de achterflaptekst - gitarist bij de bekende formatie Black Hawk. Ze is bij een concert geweest en niet veel later ontmoet ze hem in de stad, vlak bij haar eigen winkel. Een stormachtige relatie volgt, waarbij Julia al meteen geen reserves meer heeft. Al in het tweede hoofdstuk mag Steve blijven slapen. En dat voor iemand die een hoofdstuk eerder nog werd omschreven als een vrouw die meer dan genoeg van de mannen had en ze koel afwees, als ze toenadering zochten. Deze Steve is kennelijk toch anders.

Er volgen een paar hoofdstukken waarin ze Steve zo af en toe ziet. Ze reist hem zelfs achterna naar Engeland, waar ze geïntroduceerd wordt als zijn vriendin. Maar of hij wel zo trouw is? Zelf zegt hij van wel, het is alleen het drukke bestaan als artiest, dat maakt, dat ze niet altijd samen kunnen zijn. Julia gaat steeds meer aan het twijfelen. En dan duikt Tom ook weer op. Met een nieuwe vriendin. Dat raakt haar meer dan ze wil toegeven. Van wie houdt ze nou het meest? En wie houdt nu het meest van haar? Julia doet er nog een paar hoofdstukken over, om daar achter te komen.

Steve eist zijn deel, maar Tom doet dat ook. Steve neemt er geen genoegen mee, als ze de relatie ten slotte toch verbreekt. Hij staat midden in de nacht ineens voor haar deur om een verklaring. En die kan hij krijgen. Niet veel later ontmoet ze Tom weer. Hij heeft geen vriendin. Wel een mooi hoekhuis gekocht. En die baan, die eist ook niet zo veel meer van hem. Het maakt hem ineens een stuk aantrekkelijker. Het huis wat Julia bewoont heeft nu al zijn charme verloren. Jawel, ze trouwen. En op de bruiloft verschijnt Steve. Maar daar kan Julia ineens goed mee omgaan.Steve ook. Ze zien elkaar nog, nemen afscheid, maar wel zonder dat Tom het merkt.

Tja. Ik heb me een beetje in de schrijfster proberen te verplaatsen toen ik het las. De Romanserie had destijds een ouder leespubliek dan de Jeugdserie van Kluitman. Misschien dat ze zich dat pas halverwege realiseerde. Een succesvolle relatie met een artiest, dat wil er bij de jonge meisjes nog wel in. Daar hoeft ook niet meteen getrouwd te worden. Maar bij iets volwassener vrouwen is het toch al een stuk geloofwaardiger. En zo gaf ze tegen het eind van het verhaal toch maar de gewenste wending. Niet echt logisch, want in het verhaal lijkt Tom helemaal niet 'de man van wie ze in feite houdt' te zijn... Maar goed. Het verhaal bleek geloofwaardig genoeg te zijn om uitgegeven te worden. Al denk ik daar persoonlijk toch anders over. Zeker wanneer je beseft voor welke doelgroep dit is geweest.

13 december 2011

Je kunt niet alles hebben, Marijke!

Leuke jaren vijftig-naam, Marijke. Met dank aan ons koningshuis en hun prinses Marijke-beter-bekend als-Christina. Ik heb veel boeken waarin een Marijke de hoofdrol speelt. In dit geval is het Marijke Bosman, die ook al figureerde in Eind goed, al goed. Dat bleek dus niet helemaal waar, getuige de titel van dit vervolg. Want Marijke kan niet alles hebben. Haar verloofde Pim wordt overgeplaatst naar Curacao. Daar moet hij eerst een jaar alleen naar toe. Ze kunnen nog niet van tevoren trouwen. Sterker nog: Marijke moet met de handschoen trouwen. Bij volmacht dus, met afwezigheid van de bruidegom.

Trouwen met de handschoen kwam in de jaren vijftig al niet zo veel meer voor. En bovendien gold het vooral voor mensen die te ziek waren om bij hun bruiloft aanwezig te zijn, om politieke redenen, of indien men van hoge adel was. Pim van Laer is het geen van allen, al schrijft hij zijn naam dan met a-e. Wat hij precies voor de maatschappij gaat doen, daar in Willemstad, wordt niet vermeld. Alleen, dat hij een jaar in een hotel zal verblijven, tot Marijke komt. Dat is natuurlijk al interessant genoeg.

Verder komen er de bekenden uit Eind goed al goed in voor. Annie en Ric zijn inmiddels getrouwd en verwachten hun eerste kindje. Hun huwelijksreis, uitvoerig door hen beschreven, brengen Matty en Marijke op het idee, ook op vakantie te gaan. En natuurlijk gaan bibliotheek collega's Ted en Hanja met hen mee. Ze kunnen allemaal tegelijk op vakantie en dat Matty vijftien jaar ouder is dan de andere drie vindt ook niemand een bezwaar.

Op vakantie leren Ted - vast een verwijzing naar Teddy Scholten, ook zo'n jaren vijftig begrip - en Hanja ook allebei de man van hun dromen kennen. En dan is er nog vriend Hans, die gecharmeerd is van Marijke, maar daar niet aan toe kan geven, omdat ze al verloofd is met Pim. Gelukkig heeft het gezin Bosman meer kinderen en Mieke, inmiddels achttien en op de huishoudschool, wil maar wat graag plaatsvervangster van haar oudere zus worden en met Hans verder.

Marijke trouwt als handschoen met oom Adriaan als haar gevolmachtigde. Er komen speeches en een feestje, al is de bruidegom er niet bij. Allemaal heel gewoon en op wat tranen na is het helemaal niet zo verdrietig als Marijke in eerste instantie dacht. Haar uitzet is compleet, haar baan opgezegd. Ook Matty besluit de bibliotheek te verlaten. Ze heeft als getrouwde vrouw eigenlijk al veel te lang doorgewerkt. Annie en Ric zijn ouders van een tweeling, Ted heeft haar Kurt, Hanja haar Leo en Hans zijn Mieke. Toen was alles pas echt goed. Een derde deel in deze serie heb ik niet gevonden. Maar dat hoefde ook niet. Want iedereen was onder de pannen.

22 november 2011

Het geslaagde huwelijk

'Het aantal onvolkomen en mislukte huwelijken is ontstellend. Weinigen bezitten voldoende kennis van de essentiële voorwaarden waaraan een geslaagd huwelijk behoort te voldoen.'

De eerste twee regels van de achterflaptekst zijn niet echt optimistisch. Nog geen reden tot aanschaf van Het geslaagde huwelijk, dat als vierde deeltje in de Maraboe Flash reeks verscheen. 'In dit boekje houden vijf specialisten, ieder op zijn terrein, zich bezig met de vele wezenlijke problemen, die zich vóór of tijdens het huwelijk kunnen voordoen. Hoe organiseert u de voorbereidingen tot de huwelijksdag? Hoe hoort het in het stadhuis, in de kerk, tijdens de receptie enz.?  Wat verstaat men onder medisch onderzoek, de erfelijkheid, geboorteregeling, seksualiteit, impotentie, huwelijkse voorwaarden, enz. enz?'

Het belooft dus een combinatie van medische zorg, seksuele voorlichting en etiquette te worden, dit geheel. 'JA! ik wil! JA, JA, ik wil!' Zo staat er op de eerste bladzijde, in rood gedrukt. De nieuwsgierigheid is gewekt. Gauw verder kijken. 'Een overzicht van de wezenlijke voorwaarden voor... het geslaagde huwelijk', zo luidt de volledige titel. Toch benieuwd hoe ze dat allemaal in zo'n klein boekje hebben weten te stoppen. Dat geven ze zelf ook toe: 'Het domein van het huwelijk is onmetelijk en zou hele bibliotheken kunnen vullen...' zo begint de inhoudsopgave. 'Maar u zullen meneer en mevrouw Flash de meest wezenlijke vragen stellen die zich voordoen zodra men zich met het huwelijksprobleem gaat bezighouden'.

Eens kijken waar 'meneer en mevrouw Flash', die de achternaam van de serie hebben, zich dan zoal druk om maken. Of dienen te maken. 'Hoe en waar een geestverwant te vinden', is een leuke. 'Al stijgen de mogelijkheden, men laat uit cynisme en valse schaamte de balans gauw overslaan. Iedereen draait steeds in zijn eigen sociale kringetje, in zijn eigen milieu rond'. Dat is eigenlijk nog steeds zo. 'Is jaloezie normaal?' Nee. 'Jaloezie is altijd een symptoom van armoede aan genegenheid en morele zwakte. Een goed huwelijk wordt verkregen als goede wijn: door rijpheid en een goed wijnjaar.' Is het gevaarlijk met een bloedverwant te trouwen? 'Als u een bloedverwant in een niet ver verwijderde graad trouwt, onderwerp u dan aan een grondig bloedonderzoek'. Waarna een uitgebreid verhaal volgt over bloedgroepen, erfelijkheid en mogelijke schade op de kinderen.

'Welke kwaliteiten kunnen we in het algemeen aan de vrouw toeschrijven? Ze is evenwichtig, betrouwbaar, lichamelijk en geestelijk vruchtbaar en ze geeft zich volkomen'. Oeps. Dat is in die veertig, vijftig jaar wel een beetje veranderd, om het maar heel voorzichtig te zeggen. En de man? 'Dat is de tegenvoeter van de vrouw. Dynamisch, produktief, scheppend en actief. H'm. Ook wel een beetje anders, nu. Maar: mannen en vrouwen vullen elkaar wonderlijk aan. Met als resultaat: de heuglijke verbintenis: het huwelijk.' Of samenwonen, anno nu.

Om af te sluiten met de laatste regels van de inhoudsopgave: 'Als u op goed geluk af wilt trouwen, werp dan deze Flash weg. Als u reeds verloofd of getrouwd bent, en u wilt al uw troeven uitspelen, gaat u dan zitten en lees deze Flash!'


'Het geslaagde huwelijk' verscheen oorspronkelijk bij uitgeverij Gérard en co. te Verviers, onder de titel: le mariage réussi'.

08 november 2011

Ontmoeting op Picadero

Manege Picadero was een veelgelezen serie. Helen Taselaar schreef in het begin van de jaren tachtig een stuk of tien deeltjes. In de eerste drie delen vonden achtereenvolgens Sylvie, Yvonne en Ymke de man voor het leven. Daarna zou het nog Zomer op Picadero worden en zouden ze nog Op kamp gaan. Ook in deze twee delen vinden een jongen en een meisje elkaar. Geen leden van de familie Van Dalsum meer, die waren immers al voorzien. Ergens tussen deel twee en drie was broer Joost met Mariëtte op de proppen gekomen. Zonder er veel woorden aan te wijden, hadden Yvonne en Sylvie een schoonzus gekregen. Nee, Ymke, de schoonzus van Sylvie, was het niet geworden. Maar dat gaf niets. Die bleef hun vriendin toch wel. En Mariëtte was minstens zo'n aardige meid.

Na vijf delen Picadero besloot Helen Taselaar, op verzoek van haar fans, alsnog het verhaal van Mariëtte's kennismaking met de manege en diens bewoners op te schrijven. Het verhaal van broer Joost, maar dan geschreven vanuit zijn (toekomstig) vriendin Mariëtte. Dit zesde deel van de reeks werd tussen deel twee en drie gevoegd. Daar waar Sylvie al getrouwd is, maar Yvonne en Steef nog diverse moeilijkheden moeten overwinnen voor ze elkaar zullen vinden. Het verhaal dat ook in Terug naar Picadero geschreven staat. En Ymke, die wel verloofd is, maar niet gelukkig, speelt ook nog een rol in het leven van Joost. Zo maar zijn hart aan Mariëtte geven is er dus niet bij.

Steeds weer staat Picadero, de gezellige manege, waar veel jongelui enthousiast de paardijsport beoefenen, als ontmoetingspunt centraal, zo begint de wervende tekst op het achterflap. In de enerverende wereld van paarden, maneges en alles wat daarmee samenhangt, doen zich telkens nieuwe dingen voor, zo ook op manege Picadero. Hierdoor is eigenlijk de ontmoeting tussen Mariëtte en Joost, de huidige eigenaars van Picadero, op de achtergrond geraakt. Op veler verzoek heeft Helen Taselaar, zelf een enthousiast paardrijdster, mede hierom dit boek geschreven.

Een fraaie omschrijving, van een verzoek, nog een deel voor een goedlopende reeks te produceren. Misschien was Helen Taselaar al wel een beetje door haar inspiratie voor de manege heen, na vijf delen. Had ze wel het verzoek van de uitgever, maar geen idee. En tipte de uitgever haar zelf. Je mocht als lezeres Kluitman immers schrijven. Dat staat in al die boekjes, op de laatste pagina. Wanneer je vragen hebt over onze boeken of schrijvers, stuur dan een briefje naar Uitgeverij Kluitman Almaar. Dat zullen de lezeressen heus wel gedaan hebben. Schrijven hoe leuk ze Picadero vinden. Vragen waarom er geen verhaal over Joost en Mariëtte is geschreven. Bij deze dan, alsnog.

Met de bekende ingrediënten uit de eerdere verhalen van Sylvie en Yvonne, aangevuld met jaloerse vriendinnen en vrienden die de hoofdpersoon ook aardig vinden, maar met wie ze toch niet in zee wil, omdat er een ander is, waar ze meer van houdt. Zo werd deel zes deel drie in de serie en schoof verder alles een plaats op. Deel drie werd deel vier. Het verhaal van Ymke, daar schreef ik al eerder over. Wordt vervolgd dus. Met deel vijf voorheen vier. Als het Zomer op manege Picadero worden gaat.

01 november 2011

De promotie van Jet Didam

Op internet wordt dit boek nog opvallend veel te koop aangeboden. Steeds met andere, modernere illustraties. Mijn exemplaar van De promotie van Jet Didam verscheen in de jaren vijftig bij West-Friesland en werd door Rie Reinderhoff van illustraties voorzien.


In de jaren zestig nam Borrebach het van haar over en werd Jet een frivole meid uit de Witte Raven Reeks. Om te vervolgen met twee edities Herson alias Herry Behrens, naar het lijkt. Nog steeds in Witte Raven, maar inmiddels aangeland in de jaren zeventig. Toen moest het verhaal toch al wel echt uit de tijd zijn. Het lijkt nog het meest voor of net na de tweede wereldoorlog te spelen.

Jet Didam heeft geen ouders meer en woont bij haar broer en schoonzus in. Ze is gezakt voor het HBS diploma en heeft geen zin om nog een keer examen te gaan doen. Haar broer is lief voor haar, maar haar schoonzus mag haar niet. Jet is zeventien en ze wil uit huis. Een baantje zoeken. Haar broer Tjeerd vindt haar voor veel dingen te goed, maar kindermeisje bij de familie De Raadt van Zuijlen mag ze wel worden van hem. Dat ze eigenlijk is aangenomen als tweede meisje, verzwijgt ze maar even.Wanneer haar broer er achter komt, is hij woedend.

Dankzij zoon Jan de Raadt van Zuijlen wordt Jet alsnog kindermeisje van zijn neefje Hans. Zijn ouders wonen in Indië en hij woont bij zijn oma en oom. Het is een huis met strenge hiërarchie. Huishoudsters, eerste en tweede meisjes, kindermeisje en gezelschapsdame. Met een verwend jonger zusje dat Jet als voetveeg gebruikt. Maar na een periode van afwezigheid - Jet moet terug naar naar schoonzus die ziek geworden in - komt Jet in alweer een nieuwe functie in het grote huis terug. Ze wordt gezelschapsdame van oma de Raadt van Zuijlen, die haar aanvankelijk aannam als tweede meisje.

De mooiste promotie is de laatste. Jan vraagt haar zijn vrouw te worden. Van tweede meisje, via kindermeisje via gezelschapsdame naar vrouw des huizes. En tot slot nog samen in het grote huis en oma naar een ander huis. En neefje Hans, daar mogen ze samen voor zorgen. Voorzien van een stamhouder, bovendien. Dat is allemaal wel heel erg mooi. Het lijkt wel een sprookje.

22 oktober 2011

Stewardess bij de Adria expres


Na vele meisjesboeken te hebben geïllusteerd ontstond bij Borrebach steeds meer het gevoel, dat het schrijven er van niet moeilijk kon zijn. Dat kon hij zelf ook, zo meende hij. Zijn eerste geslaagde poging werd Madeleine erft een kostschool, uit 1946. Er zouden nog talloze door hem geschreven meisjesboeken volgen, in de jaren vijftig en zestig.


Stewardess bij de Adria expres is een exemplaar uit de laten jaren vijftig, herdrukt in de jaren zestig. Het verhaal is simpel. Mabel van Haeften neemt zich voor om na de dood van haar vader financieel haar steentje bij te dragen. Met hulp van haar broer Jim, die geëmigreerd is naar Amerika en daar een reisorganisatie heeft opgezet, vindt Mabel een baan als bus stewardess. Haar moeder vindt het maar niets. Dus liegt ze haar voor, dat ze met haar tante een reis naar het voormalig Joegoslavië te gaan maken. Ja, ze heeft wel een vakantie verdiend. Waarom? Dat wordt niet duidelijk.

Tante boekt een reis voor zichzelf, maar komt met haar gezelschap, via allerlei omwegen, toch bij de maatschappij van Mabel terecht. Die begeleidt op haar beurt, een reis met kunstenaars. Tekenen, schilderen, fotograferen, een wereld die Borrebach goed kende. Mabel valt prompt voor de charmes van chauffeur en zoon van concurrerende busmaatschappij Charles Kamminga. Pa Kamminga boekt al snel ook een reis met de bus, die zowel zijn passagiers als die van zijn concurrenten blijkt te vervoeren. Iedereen tekent en schildert, zelfs tante Evelien. Sterker nog, ze wint er zelfs een prijs mee.

In het laatste hoofdstuk wordt alles nog even opgelost. Mabel trouwt met Charles. Pa Kamminga verzoent zich met zijn concurrent en ze besluiten om samen als een maatschappij door te gaan. Bovendien trouwt hij met tante Evelien. En natuurlijk gaan ze tot slot met zijn allen naar broer / neef / zwager Jim in Amerika. Alleen moeder Van Haeften, wat die er nu van vindt, dat lees je nergens. Ze doet in het hele verhaal niet mee.

Een verhaal dat beter ‘Zon, kunst en liefde aan de Adriatische Zee’ had kunnen heten. Want het is een lange beschrijving van zon, zee en strand. Van tekeningen en tentoonstellingen, foto’s maken, feestjes bezoeken, alcohol drinken, eten. Van het lokale vervoer en de lokale omgeving. Borrebach moet de omgeving goed gekend hebben, om dat zo neer te kunnen zetten. Een goed lopend verhaal schrijven kon hij toch minder goed. Waar hij een heel boek voor nodig had, dat had Netty Koen – Conrad in twee hoofdstukken kunnen vertellen. En ze had het logischer gedaan ook. Dit is allemaal wel heel toevallig.

06 oktober 2011

Ietje's hongerkuur

Ietje Huizinga is een van de dochters uit het grote gezin van de Friese dominee Huizinga. Haar broer, Tim, is met Miek ter Hegge getrouwd. Ietje, die eigenlijk Wietske heet, is Friesland uit gegaan en werkt in Utrecht als apothekersassistente.


In Utrecht heeft ze veel vrienden en kennissen gekregen, die allemaal een stuk meer te besteden hebben dan zij. Omdat ze zich tegenover hen niet wil laten kennen, heeft ze veel schulden gemaakt, onder andere door een bontjas op op afbetaling te kopen.

Bob en Hanna hebben een dochtertje gekregen. Ietje, die als zus van Bob’s vriend Tim vaak bij hen langs gaat, komt op kraamvisite. Daar treft ze Lex de Ridder, de chauffeur die Hanna na haar ‘vlucht’ weer thuis bracht. Ook hij is bevriend geraakt met Bob en Hanna. Lex steekt zijn mening over vrouwen die zich in de schulden steken, niet onder stoelen of banken. Hij weet dan nog niet, dat Ietje precies zo’n type vrouw is. Ook Bob en Hanna zijn van haar schulden niet op de hoogte.

Ietje trekt zich de opmerking van Lex geweldig aan. Ze besluit, dat ze zo snel mogelijk haar schulden wil afbetalen. Ook daarvan stelt ze niemand op de hoogte. Het aflossen doet Ietje rigoreus. Ze zegt haar kamer in Utrecht op, verhuist naar Den Bosch waar ze een baan met inwoning kan krijgen. Ze neemt er nog een baantje als verzorgster van een oude vrouw bij. Op het laatst eet ze zelfs nog nauwelijks, om maar geld uit te sparen.

Vel over been treft ze uiteindelijk Lex weer. Eerst wil ze hem nog niet vertellen wat er is gebeurd. Dat doet ze pas, wanneer de schuld helemaal is afbetaald. En dan haast Lex zich om haar terug te brengen naar haar ouders in Friesland, waar ze aan moet gaan sterken.

Ietje en Lex blijken al heel snel voor elkaar bestemd te zijn, hoewel ze elkaar nauwelijks kennen. De eerste ontmoeting vindt bij Bob en Hanna plaats en daarna zien ze elkaar nog maar een paar keer terug, voordat Ietje naar Den Bosch verhuist. Dat Lex er genoegen mee neemt, dat ze hem haar problemen niet wil vertellen, doet vreemd aan. En getuigt niet echt van liefde. Maar uiteindelijk komt alles goed.

Ietje, schuldenvrij en gebroken met haar zogenaamde rijke vrienden, terug naar huis en gelukkig met Lex. Lex gelukkig, Bob en Hanna tevreden. Op naar het volgende verhaal in de serie. Geloofwaardiger wordt het er allemaal niet op.

Meer over deze verhalenserie van Sanne van Havelte is te lezen op de website van het boekenmuseum.

01 oktober 2011

De kleine Ik kan koken

Aangemoedigd door het grote succes van 'Ik kan koken', besloot de uitgeefster tot deze eenvoudige editie over te gaan. Voor deze Kleine Ik kan koken werden recepten gebruikt uit Ik kan koken. Door tekeningen kon, voor zover dit gewenst was, de tekst verduidelijkt worden. 
De hoofdstukken 'Onze voeding' en 'Keukeninrichting' werden zodanig bewerkt, dat ze goed te gebruiken zijn bij het onderwijs aan onze nijverheidsscholen voor meisjes. Dit heeft het voordeel dat de leerlingen kunnen volstaan met één boek voor theorie en praktijk voor de kookvakken.
Als dan de vele jonge (en oudere) kooksters, dankzij deze 'Kleine' Ik kan koken, de edele kookkunst machtig zijn, kunnen zij zich verder bekwamen door de 'Grote' Ik kan koken te raadplegen.

Het voorwoord, geschreven door de samenstelster, P.J. Sarels van Rijn, vat het hele boek eigenlijk al prachtig samen. Een geweldig tijdsbeeld, wordt hier in een paar zinnen neergezet. Het zijn de meisjes die moeten leren koken en daarvoor gaan ze naar de nijverheidsschool.

De Kleine Ik kan koken voorzag in een behoefte. Want net als de Grote editie, werd ook deze editie een aantal keer herdrukt. Waarbij het omslag steeds aangepast werd aan de tijd. Ik kocht de drie edities kort na elkaar. 1955, 1961, 1968. En zo zag ik de meisjes, gefotografeerd op het omslag, elke keer moderner worden. Of meisjes... dat waren het eigenlijk niet eens. Jonge vrouwen, was misschien een betere beschrijving.

Of de meisjes van toen, eenmaal de edele kookkunst machtig, daarna de Grote Ik kan koken nog geraadpleegd hebben? Ze zouden het misschien wel gewild hebben. Maar dit soort boeken waren duur. Voor de gemiddelde huisvrouw niet te betalen. Koken, dat leerde je wel van je moeder, of een oudere zus, of op school. Daar had je niet onmiddellijk een boek bij nodig. De gekleurde afbeeldingen zijn op hoogglans papier gedrukt, net als in de grote uitgave. Dat maakte het kostbaar, zeker in de jaren vijftig, toen de techniek nog niet zo ver was.

Maar ach. Ze staan enig - om nog maar eens zo'n woord uit die tijd te gebruiken - in mijn naslag kast. Een meisje ben ik zelf al lang niet meer. Maar mocht ik nog aarzelen om in plaats van een dagelijks menu een feestelijk menu te maken, dan kan ik nog altijd beginnen bij het boek voor de jonge vrouw. En me dan later bekwamen in dat van de getrouwde vrouw.

27 september 2011

Hanna's vlucht

Het leven is één en al vrolijkheid, voor Hanna en Bob. Relaties zijn er om spelend mee om te gaan en zeker niet voor het leven. Dat ze allebei de neiging hebben een ‘flirt’ te zijn, weten ze van zichzelf.

Bob van Hemert besefte op de bruiloft van zijn vriend Tim, dat er meer in het leven moet zijn dan een beetje flirten en pret maken. Echte liefde moet toch dieper gaan. Maar waar is die te vinden? Dichterbij dan je denkt, aldus Tim, op zijn bruiloft. De liefde heet Hanna. En waren ze in het eerste deel nog neef en nicht, nu blijken ze ineens achterneef en nicht te zijn. Hanna vraagt haar moeder naar de precieze familiebanden, voor ze met Bob de familie gaat bezoeken. Dan is hij nog niet meer dan haar vriend. Dat Bob een achterneef blijkt, maakt de romance een stuk minder beladen. Ook in de jaren dertig, toen dit boek voor het eerst verscheen, was het al niet meer gebruikelijk om met een neef te trouwen.

Bob heeft een oude Citroën, dat hij Citroentje heeft genoemd, en daarmee bezoeken ze Jo en Frans en vervolgens Tim en Miek. In de pastorie van Tim ontmoeten ze Daantje. Een jongetje van vier, dat na de dood van zijn ouders bij zijn opa en oma woont. Ze kunnen eigenlijk niet voor hem zorgen. Daantje komt vaak op de pastorie en steelt prompt het hart van Bob. Met Hanna heeft Daantje meer moeite. Dat wil zeggen: Hanna wil voor Bob niet weten, dat ze als een moeder voor de jongen zou kunnen zorgen. Bob kent haar immers alleen als een meisje dat van pret houdt, oppervlakkig in het leven staat.

Bob weet al sinds het huwelijk van Tim dat hij met Hanna verder wil. Maar Hanna kan slechts denken aan het leven dat ze tot voor kort hebben geleid. Allebei als luchthart treurniet. Hoe kun je op zo’n basis een huwelijk sluiten? Wanneer de grond haar te heet onder de voeten wordt, besluit ze te vluchten, samen met Daantje. Ze wordt ergens op straat in het donker gevonden door Lex de Ridder, die ze heelhuids weer bij Tim en Miek aflevert.

Dan is het zo beklonken. Er gaat een brief naar de familie, met de tekst: Bob – Hanna – Daantje. Er komen telegrams terug, waaruit het onbegrip spreekt. Maar dat wordt gauw genoeg recht gezet. Bob houdt van Hanna, Hanna houdt van Bob en samen besluiten ze Daantje te adopteren. Want die houdt immers van allebei heel veel.

Hanna’s vlucht verscheen eerst met omslag en illustraties van Rie Reinderhoff. Later zou Hans Borrebach het van haar overnemen. De illustraties verdwenen, de omslag bleef. Een fraaie combinatie van foto en belettering.

Meer over deze verhalenserie van Sanne van Havelte is te lezen op de website van het boekenmuseum.

08 september 2011

The Heartbreakers

Charlie (eigenlijk Charlotte, maar dat klinkt niet), Olga, Dorith, Cindy en Sharon zijn vijf meiden met een redelijke schoolopleiding, die hun baan hebben opgezegd voor een carrière in de showbizz. Samen vormen ze the Heartbreakers. Ooit wonnen ze de Soundmixshow - hallo, jaren tachtig! - en samen met hun zangeres / tekstschrijfster Penny leken ze het helemaal te gaan maken. Maar meer dan een klein hitje hadden ze niet. Penny werd weggekocht door een bekende band en the Heartbreakers moesten op zoek naar een vervanger.

Die vinden ze, na een anonieme tip om eens te gaan luisteren naar the Stars. Hun zangeres heet Roanna Keizer en ze wil maar wat graag bij de groep weg om bij de meiden te gaan zingen. En wonen, in hun gehuurde Delftse grachtenpand. Niet veel later wordt er anoniem een liedje toegestuurd. Niet zo maar een liedje, nee, de tekst en bladmuziek van een heuse hit. De schrijver houdt zich even geheim maar ontmaskert zich dan als Thierry Laforêt, voormalig gitarist van de bekende groep Indian Arrow, die wraak lijkt te willen nemen op zijn mede bandlid Bill Huijbregts.

Waarom? Omdat Bill zich gemeen uitlaat over Thierry in een popblad. En onterecht ook. Want had hij niet het leeuwendeel van hun laatste hit Susannah op zich genomen ? Thierry wil geen wraak via de meiden, hij wil ze helpen op weg naar de top. En hij wil Roanna. Dat lukt allebei. The Heartbreakers scoren een nummer een hit en hij en Roanna worden een stel. Even lijkt de dochter van vrienden van zijn ouders roet in het eten te komen gooien. Had ze niet met Thierry naar verlovingsringen gekeken, tijdens hun bezoek in Nederland?

Natuurlijk komt het goed. En blijkt die relatie met de dochter van een verzinsel van Bill Huijbregts. Roanna en Thierry vallen elkaar dolgelukkig in hun armen. En daarna repeteren ze met zijn allen het nieuwe nummer dat hij voor de meiden geschreven heeft. Het wordt geheit weer een hit. Hun toekomst is verzekerd.

Er zouden nog een aantal deeltjes over the Heartbreakers verschijnen, maar niet meer in de pocketeditie. De leeftijdsgrens werd wat naar beneden bij gesteld. Waar het eerst was van 10 tot 14 werd het toen van 9 tot 12. En dat maakt het iets geloofwaardiger inderdaad. Want als je negen was in de jaren tachtig nam je nog wel aan dat Indian Arrow of the Stars bekende groepen waren. Was je eenmaal 12 of 13 en luisterde je naar de radio, dan wist je al wel, dat the Heartbreakers nooit de talentenjacht van Henny Huisman hadden gewonnen. Laat staan dat ze nummer een in de hitparade zouden zijn geworden. Daarvoor kende je de platen van dat moment te goed.

02 september 2011

Overschot



Gekocht in een kringloopwinkel, nog niet zo lang geleden. Een prima plek om oude boeken met illustraties van Borrebach te kopen. Voor weinig geld, uiteraard. Ik verdenk de heren antiquariaat eigenaren er van dat ze dat ook doen. Boek kopen voor 50 eurocent en het dan vervolgens in hun eigen toko omprijzen naar 7,50 of nog meer en in de verkoop leggen. Onder het motto: het is een oud boek met een puntgave omslag.


Overschot is er zo een. Ik kocht ‘m inderdaad voor minder dan een euro maar hield het vervolgens lekker zelf. Om te lezen. En terug in de kast te zetten. Verhalen uit de jaren vijftig zijn ongeloofwaardig en vaak sentimenteel. Maar meestal zit er nog net genoeg realiteit in om het lekker weg te laten lezen. In dit geval niet.


Het verhaal gaat over Martha, een verpleegster. Ze is alleen op vakantie in Oostenrijk, waar ze het niet naar haar zin heeft. Ze doet niet mee aan sportieve activiteiten en aan feestjes achteraf heeft ze zelfs een hekel. Ze krijgt een armoedige kamer op de zolder van het pension, waar ze het ook al niet uit kan houden.


Vroeger dan gepland, keert Martha terug naar huis. Naar haar tante annex stiefmoeder. Haar vader – intussen overleden – trouwde met haar, nadat Martha’s eigenlijke moeder was overleden. Die heette ook Martha. En ze heeft altijd tussen het huwelijk van haar vader en haar tweede moeder in gestaan. Dat was ware liefde. Een tweede huwelijk is maar surrogaat. Zelfs als er nog een kind uit voortkomt.

Martha is dertig, heeft geen man of verloofde, geen kind. Dat vindt vooral haar moeder erg. Martha zelf wijdt zich aan het verpleegsterswerk, waar ze tegen haar zin toch promotie maakt. Op verzoek van de directrice. Er is een Joodse verpleegster, die haar hele familie vermoord zag worden in de oorlog en daar niet mee om kan gaan. Martha is bevriend met een verre achterneef, die haar – verloofd en wel – avances maakt en die haar een voogdijschap in de maag splitst. Martha ziet het helemaal niet zitten, de zorg voor achttienjarige Anneke die op het verkeerde pad dreigt te komen. Maar ze accepteert het gelaten.

Anneke trouwt, zwanger en wel, heel snel met een oudere schipper, die uit een eerder huwelijk al een dochtertje heeft. Dat dochtertje moet eigenlijk naar een pleeggezin, zeker wanneer blijkt dat ze verwaarloost wordt. En daar is verre neef annex commissaris van de politie weer, die een beroep op Martha doet. En Martha regelt een nieuw pleeggezin voor kleine Catrientje. Al is het meisje daar ook niet echt gelukkig.

Dan is er nog de zorg voor een oud opaatje, dat verwaarloost wordt door zijn eigen zoon. En, vanuit het niets, plotseling een man voor Martha. Ze heeft hem gezien op haar vakantie in Oostenrijk, maar geen kennis gemaakt. Ja, het is een weduwnaar, ja, hij heeft een kind uit dat huwelijk en een vinnige inwonende tante bovendien. Martha trouwt met hem, maar voelt zicht toch surrogaat. Net als haar tante.

Kleine Catrientje gaat bijna dood. Opa gaat dood. Martha’s moeder sterft, na een lijdensweg van dementie. En haar huwelijk met de weduwnaar is een vergissing. Zeker als de verloofde van haar verre neef ook nog overlijdt en blijkt dat hij Martha wel had willen trouwen. Maar dat gaat nu niet meer Wat een ellende, allemaal. Komt het goed? Misschien. Want weduwnaar adopteert Catrientje, werkt de tante de deur uit, en noemt Martha zelfs lieveling. Op de allerlaatste pagina, dan.

19 augustus 2011

Miek's moeilijkheden

Miek ter Hegge heeft hem al een jaar eerder leren kennen, tijdens de vakantie op de Veluwe. Tim Huizinga, vriend van Bob van Hemert, de achterneef van de familie van Eek. Tim, 'die door zijn kunstvoet zo lelijk gehandicapt was, maar nooit over zijn ongeluk klaagde, en die het meest geliefd was bij de hele club'.

Met de club wordt de familie van Eek bedoeld. De oudste zoon Frans is verloofd met Miek's zus Jo. Beide families hebben nog een jongere broer, Henk en Bart. Daarmee is de club compleet. Beide families zijn bij elkaar in Rotterdam komen wonen en goed bevriend geraakt. Ook Tim en Bart zijn in de vriendenkring opgenomen en kind aan huis geworden.

Tim ziet dan al lang wat in Miek, maar die moet niets van hem weten. Ze ziet hem als haar vriend. Eentje waarmee je gekkigheid uit kunt halen. Hij 'steelt' voor haar zelfs het hondje van de buurvrouw, die haar huisdier helemaal verwaarloost.  Tim vindt Miek zo helemaal niet serieus. 

Miek heeft heimwee naar Beekbergen, net als de hele familie. En dan ineens blijkt vader Ter Hegge in Apeldoorn aan de HBS te zijn benoemd. Er valt een last van Miek af, nu ze terug mag naar de Veluwe. Ze wordt er anders, gelukkiger door.


Ze lijkt ook wel een vriend te hebben, het moet iemand zijn, die Tim niet kent. En Tim is vast ook verliefd op een onbereikbaar iemand, zo meent Miek. Het duurt even voordat de misverstanden uit de wereld zijn geholpen, maar dan zijn ze ook een echt stel.

Miek wordt uitgenodigd in Friesland, waar ze kennismaakt met de grote familie van Tim. Het is een grote, gezellige bende, helemaal niet zo stijf deftig als ze wel vermoed had. Ze sluit haar schoonfamilie meteen in het hart.

Frans kan een nabijgelegen praktijk overnemen en trouwt met Jo. Het duurt nog wel even voordat Tim en Miek kunnen trouwen. Tim moet eerst afstuderen. En daarna is het wachten op een oproep, wat 'beroep' genoemd wordt. Het moet een beroep in Friesland zijn, Tim zou nergens anders kunnen aarden dan daar. Miek kan haar Veluwe niet in de steek laten. Zij wil bossen en heide, niet alleen maar weiland.

Er gaan twee jaar voorbij. Jo en Frans zijn inmiddels moeder van zoon Jos en Tim krijgt na zijn afstuderen een beroep aangeboden in het Gaesterland. Vlak, maar in de buurt van bos. En natuurlijk krijgt de dominee in spé de pastorie om in te wonen aangeboden. En dan wordt er opnieuw getrouwd.

Het verhaal eindigt met een onderonsje tussen Tim en Bob. Bob is een eeuwige flirt, maar realiseert zich nu, bij het zien van zijn pas-getrouwde vriend, dat het leven toch veel meer is dan dat. Dat er liefde moet bestaan met een hoofdletter L. Maar waar? De echte is veel dichterbij dan je weet, aldus Tim. Wordt vervolgd...

Meer over deze verhalenserie van Sanne van Havelte is te lezen op de website van het boekenmuseum.

09 augustus 2011

The Motown Album

Anders dan de titel suggereert, is dit geen LP of CD, maar een boek. Misschien is de titel The Motown Album wel met opzet zo gekozen, vanwege de dubbele betekenis. Het is een fotoboek over het platenlabel Motown. Veel foto's dus, voorzien van begeleidende onderschriften en daarnaast een kolom tekst per pagina.

Ergens begin jaren negentig leende ik het van de bieb. Een plaatjeskijkboek in Amerikaans Engels geschreven. Hoewel mijn HAVO Engels examen nog niet zo lang geleden was, had ik er moeite genoeg mee. Maar woorden opzoeken deed ik niet. Dat hoefde ook niet, want de beelden spraken voor zich.

Heel veel backstage opnamen, van de grote artiesten, die bij Motown begonnen waren of zijn. Chronologisch geordend. Van de Four Tops, de Temptations en de Supremes naar Lionel Richie en de Commodores, Stevie Wonder en de Pointer Sisters. Toen en nu foto's, met een voorwoord van de oprichter Berry Gordy. De man die Michael Jackson heeft ontdekt, maar die net zo hard streed voor gelijke rechten voor blank en bruin.

Foto's van het prille begin en van het groots gevierd 25 jarig jubileum. Inmiddels is het label de vijftig jaar al gepasseerd. Het bestaat al lang niet meer als zelfstandig merk. Detroit is ook niet meer de thuishaven. Er zijn inmiddels ook blanke artiesten welkom, waar het lang alleen maar zwart was. Een soort omgekeerde wereld eigenlijk, die vooral groot is geweest in de jaren zestig.

Er zijn talloze verzamel CD's en LP's van uitgegeven. Ik bezit er vele. Van artiesten afzonderlijk, van groepen samen. Kerst CD's. Een luxe bewaardoos in de vorm van het Hitsville USA pand, waar het allemaal begon. Het boek kocht ik vier jaar later zelf, bij de Slegte voor nog geen derde van de oorspronkelijke verkoopprijs. Op dat moment was het nog niet eens zo heel erg oud. Er lagen nog vele exemplaren voor de verkoop.

Misschien was het toch wel iets te specifiek geweest. Maar voor fans van soul, funk en ballad, voor iedereen die weet wie Holland-Dozier-Holland ook wal weer waren - de huiscomponisten - is dit boek leuk om te hebben en door te bladeren. Bij voorkeur met een Motown CD op de achtergrond. 

Voorzien van een discografie, een geschiedenis overzicht en een uitgebreid register.

02 augustus 2011

Vakantie in Benidorm

Jawel, we gaan weer op vakantie. Niet naar Texel, zoals Mandy en Pam, maar naar Spanje. Niet naar Blanes, zoals Miranda destijds deed. Vliegreis naar het geluk is, volgens de lijst met beschikbare verhalen die-  zoals altijd-  achterin deze Jeugdserie Pocket is opgenomen, ook niet meer verkrijgbaar.
Maar het gegeven van op vakantie de man van je dromen tegen het lijf lopen, kon best nog een keer gebruikt worden. Zo moet Inge Neeleman, alias Helen Taselaar gedacht hebben, toen ze Vakantie in Benidorm schreef. Misschien wel in opdracht van haar uitgever. Een meisjesboek over vakantie in een warm land en de liefde, dat moet het toch goed doen.

Collega's en vriendinnen Terry Vermeer en Marloes Weterings boeken een zonvakantie naar Benidorm, gedurende de kerstvakantie. Marloes ontmoet daar voor het eerst Thomas, een Engelse jongen met wie ze al een poos correspondeert. En Terry maakt kennis met Mario, de half-Spaanse eigenaar van een grote discotheek. Hij is een echte ladykiller en Marloes, die hem kent van een eerdere vakantie in Benidorm, waarschuwt Terry, dat ze niet moet vallen voor zijn charmes. Terry doet haar best, maar gaat uiteindelijk toch voor de bijl.

's Morgens flink uitslapen, wat wandelen, zo af en toe een toeristische attractie, wat eten, in het voren slapen en 's nachts lekker swingen in de disco. Een inbraak in het appartement, waarbij spullen gestolen worden. Een klein appartementje, waar ze met de bus vanuit het vliegveld heen worden gebracht. Jongens die je lastigvallen in de disco. Je poeiert ze zo af, want vervelend worden ze nooit. De schrijfster schept een redelijk natuurgetrouw beeld van de feestvakanties in Spanje, maar haalt er de scherpe kantjes wel af.

Mario mag dan een ladykiller zijn, met Terry meent hij het wel degelijk. Hij zoekt haar zelfs op, als ze in Nederland is. En ook tussen Marloes en haar correspondentievriend komt het goed. Sterker nog, ze gaan allebei trouwen. Zo maar trouwen met een discotheek eigenaar. Nou ja, gaandeweg het verhaal blijkt Mario toch iets serieuzer dan dat. Hij heeft plannen om een restaurant te openen. En zijn moeder, die mag dan wel Spaanse zijn, zijn vader was Nederlander. Daardoor spreekt hij niet alleen de taal, maar kent hij zelfs het land van zijn aanstaande.

Dat is natuurlijk allemaal veel te mooi om waar te zijn. Maar ach, het leest lekker weg. Er staan geen storende fouten in en je bent er voor een poosje mee van de wereld. De omgeving is prima en naar waarheid omschreven en de sfeer brengt je helemaal in de stemming. Wat dat betreft is het gewoon een goed verhaal.

23 juli 2011

Boeken in ons huis

Geen achterflaptekst, deze keer. Die kan ik dus ook niet citeren. Wel een motto, op de keerzijde van de titelpagina. Alleen in stille huislijkheid wordt het levensgeluk, de ware steen der wijzen, gevonden. Een citaat van Kotzebue. En ik ben het er mee eens. Lezen moet in stilte. Heb soms nog wel heimwee naar de leeszaal van de bibliotheek. Waar tafels tussen metershoge boekenkasten stonden. Vol naslagwerken en tijdschriften. Wanneer je een Belgische bieb binnenstapt, tref je dat soort dingen nog steeds aan. Hier al lang niet meer. Nee hoor, de bieb is modern geworden, een sociale ontmoetingsplaats. Daar mag gegeten, gedronken, gepraat en wat al niet meer worden.

En boeken? Die moet je zelfs in de bibliotheek al gaan zoeken. Laat staan in ons huis. In de jaren zestig was dat anders. Toen begonnen boeken juist betaalbaar te worden. De tijd van wat ze geloof ik volksverheffing noemen. Kennis vergaren was niet meer alleen voor mensen die gestudeerd hadden. Nee, studieboeken werden in pocketvorm uitgegeven en herschreven in gewoon Nederlands. En voor de algemene ontwikkeling verscheen de encyclopedie. Daar zou iedereen een buffetkast voor aanschaffen.

Dit boekje van Piet Marée is van net voor die tijd. Uit de tijd dat alles nog zelf gemaakt werd. Boekenkasten dus ook. Alle ontwerpen mogen door kunstenaars worden uitgevoerd of aan meubelmakers in opdracht worden gegeven, zo laat hij aan het einde van zijn voorwoord aan ons weten.Voor de handel en voor seriebouw zijn de auteursrechten voorbehouden aan de uitgever.

En daar gaan we dan. Van boekenkasten in het algemeen naar ingebouwde boekenkasten en naar boeken rond de haard. Toen deed de brandweer kennelijk nog niet zo moeilijk. Er zijn boekentafeltjes, scheidingswandjes met boeken, boeken in meisjes- en jongenskamers. Letterlijk overal, tot en met Holderdebolder, ik heb een boek op zolder.

Maak uw eigen boekenkast, - hoek- of kamer. Doe het zelf voor uw boeken. Knutselen om verzamelingen tekst met of zonder plaatjes op te bergen. Een boek over boeken heet een bibliografie. Maar een boek over boekenkasten? Wie weet, bestaat daar ook wel een naam voor. Dat vertelt de schrijver niet. Wel legt hij aan de hand van veel tekeningen uit, hoe we modern, ouderwets, gezellig, fraai of origineel onze boeken kunnen bergen. Zelf ben ik er maar gewoon voor naar Ikea gegaan. Ik deed het dus een beetje zelf.

16 juli 2011

Hun geheim

In de derde klas coupé van de trein van Rotterdam naar Tielermalsen ontmoet Jo ter Hegge Frans van Eek. Tielermalsen bestaat niet, maar moet ongetwijfeld in de buurt van Tiel in de Betuwe liggen. Er rijdt daar al jaren een dieselboemel. Eentje tussen Utrecht en Tiel en eentje tussen Tiel en Arnhem. Het is altijd overstappen. Een trein vanuit het grote Rotterdam rijdt er al helemaal niet rechtstreeks naar toe. Dat deed het zestig jaar geleden vast ook al niet. Maar goed.

De eerste ontmoeting tussen de beide hoofdfiguren heeft plaatsgevonden. Zij is een onderwijzeres, op weg naar haar eerste baan. Ze gaat bij een hospita wonen. Ze komt uit Rotterdam, maar woonde vroeger in Beekbergen. Ze heeft een jongere zus en een jongere broer. Miek en Bart. Hij is een medisch student. lang en blond en op weg naar zijn ouderlijk huis in Tiel. Hij heeft ook een jongere zus en broer. Hanna en Henk. Zijn ouders wonen gescheiden van elkaar. Vader, ver in Rotterdam, heeft zijn driftbuien duur moeten betalen. Moeder wilde niet meer bij hem wonen. En ze zijn erfelijk, bovendien. Frans heeft er ook last van.

Frans wil verder met Jo, maar eerst moet hij van zijn driftbuien af zien te komen. Daarom stelt Jo een 'proeftijd' voor. In die tijd leren ze elkaar beter kennen en probeert Frans zijn woede aanvallen uit te bannen. Ze vertellen nog aan niemand dat ze van elkaar houden. Dat is hun geheim. Beide families raken goed met elkaar bevriend. Er volgt een gezamenlijke vakantie in Beekbergen. Waar vader Van Eek plotseling opduikt, genezen van zijn driftige aard en weer welkom in het gezin. De familie Van Eek verhuist ook naar Rotterdam. Neef Bob van Eek wordt nog geïntroduceerd. Hij bezoekt de families op vakantie, samen met zijn vriend Tim Huizinga.

Natuurlijk komt het goed met die proeftijd. Al duurt het even. Jo en Frans vieren hun verloving samen met de vijfentwintigjarige bruiloft van vader en moeder Van Eek. En of ze nog lang en gelukkig leven, dat valt in vele volgende delen te lezen. Want Hun geheim zou het eerste deel worden van een serie boeken, die bij elkaar horen, doch elk afzonderlijk een afgerond geheel vormen, aldus de keerzijde van het schutblad. Vertaald naar nu: een serie, waarvan de delen ook afzonderlijk te lezen zijn. En lezen doet het goed, in de stijl van Max de Lange-Praamsma, maar met minder geloof er in. Met illustraties en fraaie foto omslagen van Hans Borrebach. Die laatste opmerking is niet uit het boek. Die heb ik zelf bedacht. Mooie verhalen, mooie tekeningen. Wordt vervolgd.

Meer over deze verhalenserie van Sanne van Havelte is te lezen op de website van het boekenmuseum.

11 juli 2011

Geluk op Picadero

Ymke van Aerendonck heeft haar verloving met Hans verbroken. Hij kon niet kiezen tussen haar en zijn oude liefde Marion. En Ymke wilde geen derde partij zijn. Ze heeft zelfs haar baan in het ziekenhuis opgezegd en is van haar kamer terug naar haar ouders gegaan. Zo kan ze Hans ook niet meer tegenkomen.
In de krant vindt haar vriendin Yvonne een oproep voor particulier verpleegster. Ze solliciteert en wordt aangenomen, als verzorgster van Erwin van Wingerden, een nog jonge man die door een ongeluk in een rolstoel is beland. Hij woont samen met een huishoudster en een bediende in een groot landhuis, niet ver uit de buurt. Wanneer de bediende, meneer Bartels, voor een paar maanden zijn familie gaat bezoeken, is het Ymke die voor Erwin gaat zorgen.

Het begin is stroef, maar al gauw sluiten Ymke en Erwin vriendschap. Erwin blijkt een kennel te hebben gehad, voor zijn ongeluk. En hij is zeer geïnteresseerd in manege Picadero, waar Ymke hem al snel over verteld. Ze neemt hem er een keer mee naar toe. Van vriendschap wordt het al gauw liefde. Maar Erwin wil niet hebben, dat ze zich aan een gehandicapte man bindt. Ze besluiten uit elkaar te gaan. Wanneer Bartels terug komt van zijn familiebezoek, neemt Ymke ontslag. Yvonne biedt haar aan, om een poosje bij haar en haar man in hun boerderij nabij Tilburg te komen logeren.

Eenmaal in Noord-Brabant krijgt Ymke al snel een baan als doktersassistente aangeboden. Dokter Steven is een jonge vent, die Ymke beslist ziet zitten. Maar wederzijds kan het niet worden, want ze is Erwin nog aldoor niet vergeten. Maar Erwin laat niets meer van zich horen. Als ze weer eens op bezoek gaat in haar geboortedorp, hoort ze, dat Erwin naar Amerika is vertrokken. Daar waar zijn vader woont. Ymke veronderstelt, dat hij daar dan wel blijven zal. En wanneer dokter Steven haar aanbiedt om met hem mee naar Afrika te gaan, stemt ze bijna toe.

Bijna, want dan blijkt, dat Erwin in Amerika is geweest om zich te laten opereren. En was het eerst nog een zaak van leven of dood, die operatie, nu is deze operatie natuurlijk prachtig gelukt. Zo prachtig, dat Erwin vrijwel direct na het revalideren, een nieuwe kennel begint, die hij Sybey doopt. Naar Steef en Yvonne, die hem en Ymke uiteindelijk weer bij elkaar brengen. Naar de bediende Bartels, naar hemzelf en naar Ymke.
Op de opening komt er nog vlug even een rivale op bezoek. Een oude vriendin, die Erwin in de steek liet, zodra hij een ongeluk kreeg. Nadine gaat weer net zo snel als ze gekomen is, wanneer ze hoort, dat Erwin en Ymke op het punt staan te trouwen.

De kennel van Erwin, dat werd later De Wildhof. Zijn ongeluk en de stiekeme revalidatie alleen voor de geliefde, is in minder ernstige vorm ook beschreven in Een vakantiebaan voor Paula. En in Tot ziens op De Wildhof arrangeert een familielid ook een 'toevallige' ontmoeting, tussen twee geliefden, die elkaar uit het oog verloren. Daar komt het allemaal goed. En hier ook. Uiteraard.

28 juni 2011

Kapoentje

Ze heet eigenlijk Cissy Honneling, maar ze wordt door haar 'granny' Kapoentje genoemd. Lieveheersbeestje. Oma woont in een mooie grote burcht, 'het middelpunt van het dorp dat onder de rook van de stad voordroomt over de gouden dagen, toen het zijn rechten tegen die stad te verdedigen valt'.  En daarmee is de toon al meteen gezet. Hoewel mooi van vormgeving en uitgegeven bij Callenbach in Nijkerk, laat het verhaal zich nog het beste omschrijven als een kasteelromannetje. Goedkoop en vreselijk sentimenteel.

Cissy is verpleegster en heeft nog ouderwets fondspatiënten en particulieren te verzorgen. Het verschil in rangen en standen is nog groot. Cissy is een weeskind, aangenomen door een echtpaar dat geen kinderen kon krijgen. Met de uitgesproken voorkeur van oma. De werkelijke kleinkinderen van oma - want de pleegouders kregen nog eigen kinderen ook - zijn verwend en verveeld. Ze haten Cissy om haar voorkeur voor oma. Haar moeder haat Cissy ook. Ze had haar het liefst terug gebracht naar het weeshuis, toen ze eigen kinderen kreeg. Maar dat wilde oma weer niet hebben.

Na een moeilijke jeugd volgt de verpleging. En daar leert ze ook Jaap ter Weele kennen. Een fondspatiënt, die bij zijn oom op het bedrijf werkt, maar liever dominee was geworden. Ze moeten hun vriendschap stil houden. Zelfs hun bruiloft gaat in het geniep. Oma en de familie mogen er van niets weten. Om elk misverstand te voorkomen trouwen ze dan maar in Engeland. En om daar weer alle misverstanden te voorkomen, gaan ze zelfs niet bij elkaar in een huis wonen. Cissy wordt er opnieuw verpleegster, Jaap heeft ontslag genomen bij zijn oom en gaat alsnog theologie studeren.

Natuurlijk komt er ruzie om oma's geld. Dat is altijd zo in dit soort verhalen. En natuurlijk willen de verwende kleinkinderen oma's spullen zonder Cissy te laten meedelen. Natuurlijk is er een dienstbode die veel van oma houdt en over Cissy waakt. Er is nog een huwelijksaanzoek van pleegbroer Steven aan Cissy, maar dat kan ze niet aannemen. Ze is immers al getrouwd. Natuurlijk komt alles ook nog goed. Niet voor de verwende kleinkinderen. Want oma laat zich niet uitkopen. Wel voor Cissy en Jaap. Want Jaap wordt dominee en Cissy krijgt een kindje. Einde.

Over het gezin dat Kapoentje en Jaap zullen krijgen, is een tweede deel verschenen. Dat is al net zo melodramatisch als dit eerste deel. Wordt vervolgd, dus. Met illustraties van Hans Borrebach die het geheel veel romantischer maken dan het verhaal blijkt. Want Jaap is geen acteur en Cissy lijkt ook in het niets op een filmster als Grace Kelly.

19 juni 2011

Ik kan wonen

Een geïllustreerd handboek voor allen, die hun huis goed willen inrichten en bewonen, aldus de ondertitel. Deze uitgave, onder redactie van Johan Niegeman architect en binnenhuisarchitect GKF, wat het dan ook maar mag betekenen, is uit 1958. De oudere editie in de Ik kan serie. Het woord vooraf, ondertekend door 'N' begint met een paar mooie volzinnen: 's Mensen leven bestaat uit een aaneenschakeling van verrichtingen van verschillende aard, nuttige en onnuttige, noodzakelijke en onnodige, inspannende en ontspannende, zinvolle en zinloze. Een aantal dezer verrichtingen noemt men samenvattend wonen.

Goh. Een nogal hoogdravende samenvatting van een alledaags iets. Ook in de jaren vijftig sprak men al niet meer van 's Mensen leven of dezer verrichtingen, maar gewoon van Het leven van de mensen en van deze verrichtingen. Naamvallen in het Nederlands taalgebruik waren toen al zeker tien jaar afgeschaft. Wat wel weer actueel is, aan het voorwoord, is de woningnood, van toen. Niet iedereen had een eigen huis en zij die dat wel hadden, moesten zich toch nog zien te behelpen, want naar wens was een huis zelden.

Ik kan wonen is overzichtelijk onderverdeeld in een groot aantal hoofdstukken. Wat wonen is, bijvoorbeeld en De ontwikkeling van onze woning. Woonmogelijkheden. Wonen op het platteland. De vormen der meubelen (dus niet: de vormen van de meubels). Maar ook De wereld van het kind. Omgaan met licht en kleur. Sanitair. Verwarming. Vloerbedekking. 

Werkelijk alles staat er in. Er is zelfs een Lijst van platen opgenomen. Zo werden gekleurde afbeeldingen op glanzend papier in een boek toen nog genoemd. Nu een vanzelfsprekendheid, toen een teken dat je met een exclusief boek van doen had. Die Lijst van platen is minstens zo poëtisch van aard als de rest van het boek. Een gaaf bakje, waarbij de verschijning niet meer wil zijn dan minimaal noodzakelijk is, over een bepaald type wastafel. Een ander bewijs van de waarheid van de bewering dat men ook heel goed op een zolder kan wonen, voor de zolderwoning op pagina 212. Dat het vaak noodgedwongen moest, wordt niet vermeld. En ook niet, dat dat vaak moest op een minder mooie zolder dan deze.

Naast een algemeen register op trefwoord - van aankleedtafel tot zonwering - is er ook nog een lijst van medewerkers. Wie aan dit boek medewerken, zoals het hier wordt genoemd. Een bloemist, een illustrator, een bouwkundige, een hoogleraar in de gezondheidszorg.

Uitvoerige hoofdstukken van deskundigen van naam, met veel illustraties in zwart wit en gekleurde foto's op glanzend papier. Ik kan wonen moet een duur boek zijn geweest, om te bezitten. Zeker in de jaren vijftig. Meer dan een halve eeuw later is het nog steeds een kloek naslagwerk, dat heel leuk staat in de kast en je een perfect beeld geeft van de wensen en vooral de dromen van toen. De serie is omvangrijk geweest en in de jaren zestig gemoderniseerd en herdrukt. Wordt dus wederom vervolgd.

13 juni 2011

Fotograferen bij nacht

De omslagfoto werd enige tijd na de officiële zonsondergang en dus bij schemerdonker vanaf de Scheveningse Pier in de richting van het Kurhaus gemaakt, aldus de keerzijde van het titelblad. Met het normaalobjectief, bij een tijd van 8 sec. op f11 en natuurlijk vanaf statief. Het scherptestelpunt ligt ongeveer 20-30 m vóór de camera - dit om verzekerd te zijn van een zo gunstig mogelijk verdeelde scherptediepte.

Gedetailleerde informatie, eerst over de locatie, dan over de techniek. De schrijver / illustrator Hans Borrebach was geboren en getogen in Den Haag en bovendien een fotograaf die van een van zijn hobby's een van zijn beroepen had gemaakt. Want naast schrijven, illustreren en fotograferen werkte hij ook nog een tijd lang in de reclame en had hij zijn eigen schoonheidsstudio.

'Fotograferen in de nacht' is een van zijn vele fotostudie boeken, die verschenen bij uitgeverij Veen. Het bevat technische informatie, overzichtelijk gerubriceerd, met vele tabellen, een duidelijke hoofdstukindeling en een uitvoerig register. Om het allemaal nog wat levendiger te maken, zijn er ook diverse foto-illustraties toegevoegd, afgedrukt in zwart / wit en kleur, op glanspapier. Die foto's geven een aardige indruk van de wereld waarin de schrijver zich graag bevond.

Een foto van een ANWB bord, in het donker. Met aanduidingen naar Den Haag Centrum, Kijkduin, Hoek van Holland, Boulevard, Utrecht en Haarlem. Bij Borrebach om de hoek genomen, zijn huis stond aan de Scheveningseweg in Den Haag. Er is een foto van een der feeërieke fonteinen op het Parijse Place de la Concorde, met op hetzelfde blad de Scheveningse Pier. Ook zo kan deze mooi zijn! Close ups van winkels en winkelend publiek en uiteraard ook vrouwelijk naakt, met als excuus: zo werkt de vakman met zijn studioflitser.

Behalve veel technische informatie over opnamen bij schemering, flitsen en belichting, worden er ter loops nog een paar adviezen gegeven. Dat je toestemming moet vragen bij fotograferen in schouwburg, theater, circus, bij striptease - jawel, alweer de naakte voorkeur - en zelfs in een dierentuin. Begrijpelijk als u de grond van de verschillende gevaren, de bescherming van de privé sfeer, de problemen die de auteurswet geeft en verdere redenen kent. Waarbij het vervolgens meteen even reclame maakt voor zijn boeken over de model- en figuurfotografie. Van deze boeken is een overzicht achterin opgenomen.

Het boek sluit af met een persoonlijk nawoord. Het is mijn vurigste wens, dat de lezer die daar straks een fascinerende tijdsbesteing in zoekt er aan de hand van de tekst keer op keer in kan slagen. Want fotograferen bij schemer en na het invallen van het duister is niet zo simpel als het fotograferen bij dag. zo schrijft Borrebach. Dat was in de jaren zestig. Het zou nog ruim dertig jaar duren voor de digitale fotografie zijn intrede deed. En daarmee al dit soort boekjes overbodig maakte. Maar ze zijn leuk voor de heb. En je haalt er nog wel eens wat uit, wat je ook nu nog gebruiken kunt.

05 juni 2011

Terug naar Picadero

We zijn een paar jaar verder, bij de manege van de familie Van Dalsum. Sylvie is met haar Antal getrouwd en moeder van een tweeling van drie, Nicky en Tinka. Sylvie is nog dagelijks te vinden op de manege, net als broer Joost, die inmiddels tweeëntwintig is. Jongste zus Yvonne, van negentien, weet nog niet zo goed wat ze wil.Sinds ze van school af was gekomen, had ze al enkele baantjes gehad en verscheidene cursussen gevolgd, zo omschrijft Helen Taselaar het. Op dit moment was ze werkzaam op Picadero, hun eigen manege. Wat ze na die tijd ging doen, wist ze nog niet. Als het zover was, zou ze de personeelsadvertenties wel eens doorkijken.

Een nogal laconiek toekomstbeeld, waar niemand schijnbaar wat op tegen heeft. Bij een dressuurwedstrijd maakt Yvonne kennis met Marianne Franken, die uit Brabant komt. Ze woont in de buurt van Tilburg, op een boerderij, en daar kunnen ze best een paardenverzorger gebruiken, aangezien hun huidige stalhulp weg gaat. Yvonne voelt er wel voor, maar dan moet ze eerst nog de goedkeuring krijgen van Steef, de broer van Marianne, die het boerenbedrijf runt. Een nogal onuitstaanbaar, arrogant ventje.

Als deze serie niet een van de eerste werken van Helen Taselaar was geweest, had ik geschreven: daar gaan we weer. Want ja, uiteraard krijgt Yvonne de baan en uiteraard is dat arrogante ventje binnen een paar weken al de man van haar dromen. Want uiteraard is Yvonne geen doetje die een man om zijn uiterlijk achterna loopt. En ja, er is weer een gemene, knappe ex vriendin, die de boel op stelten komt zetten. Ditmaal heet ze Anoushka. Weer trapt de man in kwestie er met open ogen in, in de bedachte list. Weer wordt het ruzie tussen de beide geliefden. Weer komt het goed.

Het enige verschil is dat de rivale spijt komt betuigen. Spijt aan de nieuwe vriendin van haar ex. Dat gegeven heeft Helen Taselaar later niet meer gebruikt. Daar is het meer van eigen schuld, dikke bult en laat ze het maar uitzoeken. Natuurlijk worden Yvonne en Marianne dikke vriendinnen. En natuurlijk komt ook de liefde voor Marianne om de hoek kijken in de vorm van Fred, de vriend van Steef.

De familie Van Dalsum is hecht, gezellig en gaat als vrienden met elkaar om. Dit verhaal heet Terug naar Picadero, wat slaat op het vertrek van Yvonne van de boerderij, als ze ruzie heeft met Steef. Maar het had ook heel goed Warmdraaien voor De Wildhof kunnen heten.Want daar lijkt eigenlijk de hele verhaallijn ontzettend op.

22 mei 2011

De klas van Tina verbouwt de school

De vakantie zit er op. Start van een nieuw schooljaar. H4A wordt in zijn geheel H5A. Ook Sjoerd is over, doordat hij keihard met Tina aan zijn taak voor Frans heeft gewerkt. Wordt in een paar regels afgedaan. Dit schooljaar zou in het teken moeten staan van het naderende examen. Met een profiel, of, aangezien het verhaal wat ouder is, een vakkenpakket. Maar nee. De hele klas heeft nog steeds gewoon allemaal Frans.Dat moet ook wel, want anders kan de heer Van Someren alias Toetje geen rol meer spelen. En die heeft hij, wederom. Geen hoofdrol, die is opnieuw voor Tina.

In dit vierde deel slaat Anouk een beetje door. Het wordt nu allemaal wel erg onwaarschijnlijk. Er is een leraar Frans bijgekomen, Jos Goedhart, die steeds meer lessen over gaat nemen, omdat Toetje het te druk krijgt. Het lijkt wel of hij alles doet op school. Decaan, roostermaker, mentor, klassenvertegenwoordiger, het kan niet op. Hij wordt zo langzamerhand een echte vriend van Tina en haar klas. Dat blijkt wel, wanneer hun snackbar Kareltje, voor de school afbrandt. Toetje troost ze niet alleen, hij ondersteunt ook nog het plan om van de noodlokalen een nieuwe snackbar te gaan bouwen. Wat meteen de titel verklaart.

In dit deel viert Tina haar verjaardag met een etentje in een chique en natuurlijk moeten behalve Sjoerd ook haar vriendin Mieke en Bas mee komen eten. En Toetje met zijn vrouw. Tina's zus Anke mag ook mee. Haar vriend blijkt een bekende. Het is Pim, de buschauffeur die we eerder leerden kennen tijdens de werkweek. Hoe toevallig kan alles zijn?

Natuurlijk komt de snackbar er. In no time. Niemand die nog aan lessen denkt. In mijn beleving was het hele laatste jaar gericht op tentamens, overhoringen, goede cijfers halen. Boeken lezen, luistertoetsen maken, woordjes leren. Oefenteksten. Werkstukken. Als ik er langer over nadenk valt het ene na het andere me in. Leuk? Ja. Mooie herinneringen. Maar voor het bouwen van een snackbar op school zou ik nooit tijd hebben gehad. Dat zou me mijn examen gekost hebben. De klas van Tina heeft er geen last van. School is maar bijzaak, zo lijkt het.

Er zou nog een vijfde deel volgen. Waarin de klas naar een popfestival gaat, het uitraakt met Sjoerd en Toetje naar de achtergrond verdwijnt. Zonder illustraties van Herry Behrens. Ik heb het gekocht, gelezen en weggegooid. Nee, was dit deel al over de top, dat vijfde deel had Anouk zeker niet meer moeten schrijven.

15 mei 2011

Maar Mieke bleef op haar post

De omslag van Herson (alias Herry Behrens) is typisch jaren zeventig. Misschien is het ook wel een van de latere werken van Netty Koen-Conrad, want in een oudere versie ben ik ze nooit tegengekomen. We zien Mieke met een frivool groen sjaaltje op een witte blouse. Wie het verhaal leest, komt al snel tot de conclusie, dat ze er nooit zo uit kan zien, met het leven dat ze leidt. Lijdt, eigenlijk, met i-j.

Want Mieke is de huissloof, al sinds moeder overleed. Zestien jaar, was Mieke toen en vader had geen geld voor een hulp. Hij verbood het haar eenvoudig om nog langer naar school te gaan. En dus zorgt Mieke voor het gezin. Voor vader, haar broers Remco en Bas, haar zussen Tonia en Emmy en vooral voor Kareltje. Het jongste broertje, dat niet helemaal in orde is. Die er de oorzaak van is, dat moeder overleed. Op de omslag is er weinig van te merken. Daar staat Kareltje vrolijk te wezen, in een rood t shirt. Hij heeft alle aandacht voor een heer in blauwe spencer en gele blouse met grote puntkraag.

Die man met bril is Leo Carels, een onderwijzer van dertig jaar. Een broer van Trees, de nieuwe buren van de familie van Mieke. Hij is wijs en verstandig en krijgt het voor elkaar Kareltje het een en ander bij te brengen, zodat hij naar de gewone lagere school kan. Helemaal op de achtergrond staat een arts. Dat is Otto van Zevenaer. Jeugdvriend van Mieke, zoon van de burgemeester en van adel. In ieder geval vermogend, want in dat geval hebben ze in het geval van Netty Koen-Conrad altijd een naam die je normaal met dubbel a en nu met ae spelt.

Otto maakt opnieuw werk van Mieke, maar zij kan het gezin niet in de steek laten. Zij blijft 'op haar post'.  Hij zegt van haar te houden, dat ze aan zichzelf moet denken. Mieke noemt het 'eigenliefde' wat hij heeft. Wat praat ze wijs, voor een meisje van twintig. En wat is ze een voorbeeldig huisvrouw, al was ze vier jaar geleden nog net zo'n onschuldige scholier met pretjes als haar beide zussen. Ze weet de lievelingskostjes van haar broers en zussen, maakt schooljurken, smeert brood, kookt, poetst, kortom: ze is de vervanger van moeder.

Dan komt Leo om haar hand. Tegen hem kan ze zeggen, dat ze van hem houdt, maar nu nog niet. Ze wil de relatie zuiver vriendschappelijk houden, tot de tijd er rijp voor is. Tot ze thuis gemist kan worden. Aldus een meisje van twintig tegen een man van dertig. En hij accepteert. Hij zal wachten. Op die voor beiden hoopvolle toekomst, die ze tegemoet gaan. En hoe die er uit ziet, lezen we stellig in deel 2. Wordt vervolgd dus. Alleen nu nog niet. Want onlangs kocht ik op een rommelmarkt naast dit eerste deel, ook het derde en vierde. Deel 2 is dus nog niet in mijn bezit.

En Otto? Die verlooft zich met Aleid van Opsomeren tot Wassenaer. Jawel, een freule die Wassenaer met ae schrijft. Deel 3 en 4 heb ik intussen ook gelezen. We zijn nog niet van Otto af, al lijkt het daar in het eerste deel wel op. En met Leo? Dat blijft wat. Zo veel is al wel duidelijk. Dat mag geen verrassing zijn, voor wie Netty en haar oeuvre kent.

03 mei 2011

Mevrouw knapt het op

De reeks heette aanvankelijk Baedeker voor de huisvrouw en werd later herdoopt in Baedeker voor de vrouw. Want de jaren zestig waren zo goed als voorbij en huisvrouw was geen beroep meer, maar iets wat je er als vrouw bij deed. Ooit kocht ik de gehele reeks voor 2,50 op een rommelmarkt. Het was nog in de guldentijd. Ik heb ze allemaal weg gegooid. Naderhand heb ik ze nog op veel rommelmarkten zien liggen. Als gehele serie, in losse delen. Maar nooit met origineel omslag. Tot voor een paar weken geleden. Twee deeltjes, een euro per stuk, maar dan wel met omslag.

Mevrouw knapt het op is deel 19 uit de serie van 25. Met op de foto een dame die gordijnen ophangt. Voorzien van make up en keurige haren. Zo zagen de vrouwen er in die tijd niet uit als ze met het huishouden bezig waren, maar goed. Het is voor de foto, zullen we maar zeggen. Dit deel is geschreven door Ep Simons. Een binnenhuisarchitect BWA, zo meldt het omslag verder. Geen idee waar die afkorting voor staat. Beide Wonende Alhier kan het niet wezen en Begeleid Wonen Amsterdam ook niet. Wie het weet mag het zeggen.

Wat verder googlen naar de betekenis van het woord Baedeker levert zelfs een heuse Wikipedia-pagina van deze serie op. Inderdaad, een serie naslagwerken voor de huisvrouw. Voor zover ik ze met omslag in bezit ga krijgen, zal ik ze gaan bespreken.

Dit deel bevat allerlei dingen die een vrouw zou moeten weten, kennen, kunnen of zou kunnen leren. Behangen, schilderen, ruiten inzetten, vloeren en vloerbedekking, gordijnen maken en hangen, meubels maken, stofferen, matrassen, het ophangen van voorwerpen, moderniseren in huis, electrische gebruiksvoorwerpen, sanitair en ten slotte: over haarden en kachels. Elk hoofdstuk valt uiteen in aparte onderdelen. Lastige gevallen, bijvoorbeeld, om te behangen. En Banen linoleum leggen, onder vloeren en vloerbedekking. Waar je hout koopt, om meubels te maken. Hoe je een deur met plastic leer bekleed, onder moderniseren in huis.

Ik bezit veel huishoudboeken. En ook in dit boek staan beslist een aantal handigheden, waar je als vrouw best wat aan had. Maar in dit geval zijn het toch vooral mannendingen. Zaken, die mannen niet graag uit handen gaven, omdat ze zich er te goed voor voelden. Waar de huisvrouw bovendien ook geen tijd en energie meer voor over had.

Het is een boek voor samen, zo geeft de schrijver in zijn voorwoord eerlijk toe. Want er zijn klussen die de een, en andere die de ander weer liever doet. En het is een boek voor de vakman. Die kan er ook nog wel eens wat van leren. Want alles is zelf te doen. Je hoeft er geen vakman bij te halen, al kan deze dit boek natuurlijk altijd gebruiken. Jaja. De titel dekt de lading dus in geen geval. Maar ach, het is leuk om bij de verzameling neer te zetten.

En wat een Baedeker nu precies is? Karl Baedeker schreef vooral reisgidsen. Die naam komt nog het meeste  voor. Nee, reisgidsen zijn het niet. Maar de naam Baedeker deed het goed in de jaren zestig. Zo moet de Nederlandse Boekenclub gedacht hebben, toen ze de serie zijn gestart.

19 april 2011

Rondom de Nutshell

Als de oorlog er niet tussen was gekomen, waren ze al lang getrouwd, Rob en Marjolein. Twee verloren jaren, had Rob in Duitsland gezeten. Maar hij was terug gekomen. Inmiddels afgestudeerd als ingenieur gaat hij op zoek naar een baan. En die vindt hij. Dan moet er ook maar snel getrouwd worden, beslist hij zakelijk. Binnen nu en vier weken. Maar... de uitzet?! Marjolein heeft nog niets bij elkaar kunnen sparen. En waar moeten ze wonen? Oom Marius heeft een zomerhuisje, een houten geval van drie kamers en een keukentje. Dat mogen ze hebben. Het huisje wordt op transport gezet naar De Steeg.

Marjolein begint ijverig inkopen te doen voor haar uitzet, wat zin na zin wordt beschreven. Er zijn zaken die moeder missen kan. En ze gaan samen op pad. Voor serviesgoed. Moeder wil dat van kostbaar porselein waaraan niets ontbrak.  Marjoleins voorkeur gaat uit naar het eenvoudig aardewerk, hardgeel geglazuurd. En daaraan ontbreekt ook niets, zo blijkt. Bovendien staat het zo veel beter bij de toekomstige inrichting. Vrolijke cretonnen gordijnen, lichte meubels en schattige theewagen. Marjolein krijgt het servies en vader voegt er nog een blinkend wit gasfornuis aan toe, want in een nieuwe huishouding horen geen versleten spullen, aldus de heer des huizes.

Na het huwelijksfeest en een klein reisje zijn Rob en Marjolein man en vrouw. Rob heeft zijn werk, Marjolein het huishouden. Maar daar maakt ze niet zo veel van. Ze vindt het ook niet leuk. Dat verandert, wanneer er een jong hondje aan de deur krabt. Marjolein zou het graag willen houden, als er maar niet zo'n gapend tekort in haar huishoudbudget zat. En Rob het maar niet vertikte, haar wat extra geld toe te stoppen.

Natuurlijk leert Marjolein snel en wordt ze een volmaakt huisvrouw. En mag de hond blijven. Marjolein krijgt een echte vriendin, Els, die haar inwijd in de eerste beginselen van de knip- en naaikunst. Zelf je kleren maken is leuk en spaart geld uit bovendien. Neefje Freddie komt logeren. O, als ze toch eens zo'n peuter van hun zelf hadden, dan... dan waren ze het gelukkigste stel op aarde, beaamt Rob.

Eerst volgt er nog een vakantie met vrienden Guus en Winny. Dan, een paar weken later volgt het bezoek aan de dokter met een heel bijzondere reden. Marjolein zou het hem wel willen vertellen, ware het niet dat Rob voor het werk een hele poos naar het buitenland mag. Ze vertelt het hem uiteindelijk wel, maar het moet hem niet verhinderen, toch voor de zaak op reis te gaan. Of hij wel op tijd terug is, voor de bevalling? De baby wenst niet zo lang te wachten en kondigt twee weken te vroeg zijn entree aan. Kleine Rudi komt zonder zijn vader ter wereld.

Veertien dagen later komt Rob thuis. Per vliegtuig en niet, zoals zijn baas, per boot. Hij wilde geen dag langer wachten om vrouw en kind te zien. Marjolein heeft al die tijd thuis doorgebracht, maar verlangt nu toch wel erg terug naar De Nutshell. Ons eigen huisje. Daar waar Els het alvast gezellig heeft gemaakt. Een kachel met aangename warmte, een theebeurs met daarin een pot versgezette thee en vuurrode tulpen in een grijze, aardewerken pul. Zelfs voor Rudi ligt een kruikje klaar in zijn wieg.

Er was een tijd, dat Marjolein de Nutshell vervloekte. Ze heeft zich aangesteld, geeft ze nu toe. 'We moesten ten slotte beiden nog ondervinden wat het betekent, om getrouwd te zijn en je helemaal op elkaar in te stellen', aldus Rob. Waarna Rudi luidkeels laat weten dat het etenstijd is.Man, vrouw, huisje, boompje, beestje. Einde. Lang leve de jaren veertig. Waarvan mijn oma me altijd vertelde dat er schaarste was. Wel geld voor een uitzet, maar niets te koop. Woningnood. Jarenlang inwonen omdat je niets anders kon krijgen. Maar daarvan lees je in dit soort boekjes nooit. Dit is gewoon uitsluitend geluk in een notendop. Of nutshell.

10 april 2011

Manege Picadero

Nadat ik De Wildhof compleet had, besloot ik ook die andere succesvolle serie van Helen Taselaar maar bij elkaar te gaan sparen. Manege Picadero. Ik geef niets om paarden, daarom had ik de boekjes tot dan toe laten liggen. Maar ach, ze lagen steeds vaker voor een prikje op de markt. En de omslagen waren dan wel niet van Herry Behrens, maar van Reint de Jonge en eigenlijk niet minder mooi.

Het eerste deel heet eenvoudig Manege Picadero. Waar Picadero voor staat wordt niet verteld. De doorgewinterde paardenfan weet dat, waarschijnlijk. Ik niet, dus heb ik het op moeten zoeken. Een picadero is een oefenruimte van ca 12 x 12 meter met een gesloten omranding van minstens 150 cm hoog. Kijk eens aan. Die dingen die ze inderdaad altijd bij een manege hebben staan. Zo heet zoiets dus.

Manege Picadero wordt gerund door vader Van Dalsum. Het is al jaren in de familie. Later zal het worden overgenomen door zoon en broer Joost, die nu zestien is. Hij heeft een jongere zus, Yvonne van twaalf, en een oudere zus, Sylvie van achttien. Over de laatste gaat het verhaal. Tijdens een rit te paard ontmoet ze Antal van Aerendonck. Een heer met een Oost Europees klinkende voornaam en een chique achternaam. Hij is halfweg de twintig, zit met zijn vader in het antiek en heeft uiteraard ook paarden. Ze komen vlak in de buurt wonen en Sylvie vindt hem onuitstaanbaar. In het begin.

Want een goed lezer van de boeken van Helen Taselaar weet: dan wordt het wat. En inderdaad, het wordt wat. En, zoals het ook een goed boek van diezelfde schrijfster betreft: het blijft niet zo. Er komt een andere man en een andere vrouw, die beide verliefden jaloers maken, waardoor de relatie even uit is. Sylvie gaat op werkvakantie naar Frankrijk, maar kan Antal niet vergeten. Hij haar ook niet. Er moeten wat misverstanden uit de wereld worden geruimd, maar dan blijven ze het ook voorgoed eens. Sylvie gaat niet meer terug naar Frankrijk en Antal heeft, voortvarend als de mannen bij Helen Taselaar nu eenmaal zijn, alvast maar een huis gekocht. Vlak bij Picadero, uiteraard.

Antal heeft een getrouwde broer, Robert, en een jonger gehandicapt zusje, Ymke. Die worden ook maar meteen geïntroduceerd. De familie van Aerendonck raakt meteen dik bevriend met de familie Van Dalsum. Zo kunnen we voorlopig een aantal deeltjes vooruit. Hoofdpersonen genoeg, voor toekomstige verhalen. Wordt vervolgd, dus.

05 april 2011

Ik? Een boek voor meisjes

Ook dit boek kocht ik tweedehands, zoals de meesten uit mijn verzameling. En aan de aanschafdatum te zien - 6 maart 1999 - is het op een van de snuffelmarkten in De Brabanthallen geweest. Daar kocht ik veel, tegen het einde van de vorige eeuw. De vorige eigenaresse was ene Ans de Laat. Ze kreeg het in 1956, voor Sinterklaas. Zo staat het er ten minste in geschreven. Zulke boeken, waarin nog iets van de eigenaar zichtbaar is, zijn het leukst. En ik vraag me dan altijd weer af: waarom is het op de rommelmarkt terecht gekomen?

In ieder geval is het nu al weer ruim tien jaar in mijn bezit en ik gooi het niet zo maar meer weg. Je zult het wel een vreemde titel vinden, aldus de schrijvers in het voorwoord. Trouwens, het héle boek wijkt een beetje af van wat je gewend bent. We kennen jou niet, maar we zijn blij met je kennis te maken. De schrijvers hopen ten slotte, dat de lezeres het ook prettig vindt, met hen kennis te hebben gemaakt.

Het boek gaat inderdaad, zoals het voorwoord al vertelt, over van alles en nog wat. En het is geschreven in de meisjestaal van toen. Die uit de meisjesboeken. 'O..... ééééééééénig!!'' Dat was steevast de reactie van de meisjes wanneer ze de foto hiernaast zagen', staat te lezen op pagina 19. Hoe vindt u me? is de openingszin van het gesprek met een man, op pagina 28. Helemaal bont maken ze het op pagina 55: Telkens weer als ik ongesteld ben, en dat is nog maar drie keer gebeurd, heb ik het gevoel dat ik, ondanks alle pijn en narigheid, een zoet geheim met me meedraag en daarom, al heb ik er niets dan last van, verheug ik me in zekere zin weer op de tijd dat ik dat geheim in me zal voelen.

Jawel, menstruatie is een feestje. Sterker nog, een zoet geheim. Klopt, je bent er even zoet mee. Zo van je twaalfde tot je vijftigste. Ver voor en ver na dat je moeder zou willen worden. Maar dat vertellen ze er in dit boek maar niet bij. Bloot slaat dood, aldus pagina 110. Wat dat wil zeggen? Dat je niet altijd kunt doen, wat je graag zou willen. Er zijn mensen, die hun innerlijk kleden, zoals de mode dat eist. Geen bikini of korte broek, als je op de fiets stapt, dus.

Mijn eerste dansles, pagina 163: ik stond op de gladde vloer zoet te kijken naar de leraar, terwijl ik dacht aan de meisjes, die uitgleden en met hun partner op de grond vielen. Bij ritmische gymnastiek val ik ook vaak, dus er was geen enkele reden waarom ik dat hier niet zou doen. Dit is om te lachen en tegelijkertijd ook waar. Het verwoord precies de onzekerheid van een meisje. En niet alleen een meisje van toen. Zo denk je nu nog wel eens als je vijftien bent.

Er staat iets in over jongens. Over verliefd zijn, houden van, trouwen. Moeder worden. Hoe het over tien, of vijftien jaar zal zijn, met de lezeresjes. Het zou best kunnen dat jullie over een jaar of tien, vijftien al met je eerste baby op schoot zitten. Ten slotte nog iets over geloven. Het katholieke geloof, wel te verstaan. De redactie zat in Nijmegen. En richt zich op de laatste bladzijde nog eenmaal tot Ans, Leonie, Yvonne, of Ineke of hoe je ook heten mag. De voornaamste die kan beoordelen of dit boek geslaagd is, ben jezélf.

Is het boek geslaagd? Dat zou ik moeten vragen aan iemand die in de jaren vijftig een jaar of vijftien, zestien was. Ouder dan mijn moeder, jonger dan mijn oma. Ik zal het eens aan mijn tante vragen.

20 maart 2011

Kleurenfoto ABC

Speciaal voor hen die in kort bestek alles over het fotograferen met kleurenfilms willen weten, zo begint de tekst op de achterkant. Het waren de jaren zestig en zoiets als foto's maken in kleur was in die tijd nog uitzonderlijk. Want duur. Daar moest je eigenlijk wel een boekje over bezitten, voor je je daar aan waagde.

Kleuren beheersen en verrijken ons leven, aldus schrijver en 'kleurenspecialist' Carl Bondam al direct in het eerste hoofdstuk.Onze fotohobby geeft pas dan de gezochte ontspanning als men haar de vrije teugel laat - maar zich wel aan de gedragsregels stoort zodra het om een eerlijke kopie van de werkelijkheid gaat.
Ja, de schrijver wist veel van kleuren. Vermiljoenrood, bijvoorbeeld. Dat plaatst zich meer op de voorgrond dan welke kleur ook. Rood moet dus nimmer als dominerende achtergrond worden gekozen, omdat dan het object op het voorplan verbleekt. Voor blauw en blauwviolet geldt het omgekeerde. Ze zullen zich, vooral op een warme zomerdag met de horizon versmelten.

Hij wist waar hij het over had. Carl Bondam, alias Hans Borrebach had zijn brood lang verdiend als illustrator en had zijn opleiding als reclametekenaar gehad. Toen men zich minder voor zijn tekenwerk ging interesseren verlegde hij zijn terrein naar de fotografie. En met succes. Er verschenen meer dan dertig fotografieboeken. Uitsluitend bij uitgeverij Veen. Veel onder zijn eigen naam, soms ook onder pseudoniem. Zodat het leek dat niet de hele markt werd volgegooid met een en dezelfde naam, zo zei hij het ook zelf.

Een goed lezer herkent hem er toch wel in, ondanks die andere naam. Technische verhalen en tabellen, naast een opname van een blote dame. In zwart wit. Grappig, aangezien het boek juist de kleurenfotografie promoot. Er staat een foutentabel in met oorzaak en mogelijke oplossing voor een volgend keer. Handig. In veel gevallen wordt tevens verteld of het op de opname zelf nog te herstellen is.

Carl Bondam schrijft nog een stukje tot besluit. Hij wenst al zijn lezers de komende zomer goed licht en veel zon en voor de aanstaande winter succesvol experimenteren bij kunstlicht. Geweldig toch, zo'n slotzin. En dan, helemaal aan het einde nog een verantwoorde index, van Absolute temperatuurschaal via Lensas prestatie naar Zwart-wit fotografie.

Lang leve de jaren zestig. Toen er nog niets digitaal te herstellen viel en we alles nog zelf moesten bedenken. 

Kleurenfoto ABC was niet het eerste fotoboek van Hans Borrebach. En zeker ook niet het laatste wat verscheen. Wordt vervolgd dus.

16 maart 2011

De klas van Tina geeft een knalfeest


Leuk woord, knalfeest. Dat mocht je nog in een boektitel zetten, anno 1989. Dat zou nu, ruim twintig jaar later, niet meer kunnen. De klas van Tina geeft dus zo'n feest. Een strandfeest, wat Tina heeft gewonnen, door samen met haar leraar Frans deel te nemen aan de Spotlight kwis.

Hoe ze zo ver komt, staat beschreven in dit derde deel. De hoofdrol is weer voor Tina, met haar vriend Sjoerd naast zich. Die is niet zo heel goed in Frans en in een poging een goed cijfer te halen, steelt hij het proefwerk uit de repro ruimte, samen met zijn vriend Bas. Die dan op zijn beurt weer de vriend is van Mieke, de vriendin van Tina.

Een ontvreemd proefwerk en een kwis, die eigenlijk bedoeld was voor de leraar Frans. Als verjaardagscadeautje en als dank voor zijn inzet tijdens de actie voor de zonnebloem. Theo van Someren, alias Toetje, die ook in dit deel weer net zo menselijk is als boeman. En o ja, er zit nog een speurtocht in, op weg naar het strand voor het feest. En de chauffeur is een oude bekende. Dezelfde als die hen naar Friesland heeft gereden, tijdens de werkweek.

De wereld kan klein zijn, in boekenland. En die van klas 4A van het Jan Arendzcollege al helemaal. Ze lijken wel geen ander vak meer te hebben, dan Frans. Nou ja, er komen nog een paar vakken sporadisch voorbij, tijdens de proefwerkweek. Dat is het wel. En er komt nog een vervolg. We zijn nog niet van Tina, haar klasgenoten en haar leraar Frans af. Met Sjoerd. Want die gaat uiteraard gewoon over, ondanks zijn slechte cijfers voor Frans en Engels. Naar het eindexamen nog wel. Een hele havo 4 klas, die in een keer overgaat. Dat gebeurde anno 1989 niet. En het zal nu nog steeds niet gebeuren. Leraren zien wel wat door de vingers, maar lang niet alles.

06 maart 2011

De voogd voor Inger


Vijftien is Inger van Oven, als ze bij de directrice van de kostschool wordt geroepen. Ze vraagt zich af, wat ze nu weer heeft misdaan. Maar ditmaal heeft de directrice ander nieuws voor haar. Ze zal in huis komen bij haar voogd. Niet haar toeziend voogd, de notaris, maar haar werkelijke voogd. Een meneer Van Dongen.

Han van Dongen is leraar Nederlands op de HBS en in de veronderstelling dat hij een meisje van vijf in huis zal gaan krijgen. Samen met zijn dienstbode heeft hij het kamertje in orde gemaakt. De verwarring is groot, als Inger tien jaar ouder blijkt. De voogd heeft nooit moeite genomen de adoptiepapieren eens goed door te lezen en is enkel van een meegezonden foto uit gegaan. Eentje die niet recent bleek.

Er wordt een chaperonne gezocht voor Inger, in de vorm van de al inwonende mevrouw Uijl. En Inger sluit een warme vriendschap met de dienstbode. Ook met haar voogd kan ze het goed vinden. Han van Dongen is helemaal geen strenge voogd, eerder een kwajongen.

Inger gaat naar de HBS, waar ze het meteen goed kan vinden met haar klasgenoten. Aan de kostschool waar ze toch lang heeft gewoond en ze ongetwijfeld vriendschappen heeft opgebouwd, denkt ze niet meer terug. Die komt helemaal niet meer ter sprake. Ze krijgen al snel een nieuwe lerares Nederlands. Alice Feenstra is tegen de dertig en al doctor. Het blijkt een oude bekende van meneer Van Dongen.

Voogd en lerares verloven zich al snel. En de sfeer verandert, in huis. Het wordt er killer, minder gezellig. Inger weet niet goed waarom. Door toeval ontdekt ze, dat haar vader haar helemaal niet zo goed verzorgd heeft achtergelaten, als ze altijd dacht. Ze vangt een gesprek op, tussen Han en Alice. En dan wil Alice ook Inger nog terug naar kostschool sturen, wanneer ze eenmaal gaan trouwen.

Zo ver komt het niet. Er komt steeds vaker ruzie en uiteindelijk verbreekt Alice de verloving. Ze gaat van school, verlooft zich al snel met een ander. Tegen Han vertelt ze, dat ze met hem veel gelukkiger was, maar dan had Inger er niet moeten zijn. Inger wordt intussen ouder. Na de HBS gaat ze nog een jaar naar Zwitserland. Han van Dongen schrijft een proefschrift. En vraagt haar uiteindelijk ten huwelijk.

Nog een paar pagina's zijn ze een getrouwd stel. Han blijft leraar Nederlands en Inger heeft nu alle tijd om sprookjes op papier te zetten en liefdadigheidswerk te doen. Maar niet voor lang. Want er kondigt zich een kindje aan. Einde.

Snel bedacht, snel geschreven, snel gelezen en zo terug in de kast gezet. Goed voor de verzameling, maar geen verhaal dat lang blijft hangen. Je hebt steeds het idee, dat je het al eerder ergens zo hebt gelezen. Het lijkt op Cupido speelt kiekeboe. Alleen is dit verhaal veel oppervlakkiger.