13 september 2014

Ankie's moeilijke jaar

Het boek verscheen in 1958. Arja Peters schreef het onder zo ongeveer haar eigen naam, Chinny Erling, in plaats van Chinny van Erven. Vier jaar later zou ze het verhaal over Ankie bijna letterlijk overnemen voor het achtste deel uit haar Olijke Tweeling serie, die ze onder haar pseudoniem schreef. De olijke tweeling op zaal negen. Dat verhaal las ik als kind. En herlas het daarna zo vaak, dat ik het nu nog uit mijn hoofd ken. In 2004 kocht ik dit verhaal over Anja. De Olijke Tweeling werd uitgegeven door De Eekhoorn, dit verhaal verscheen bij West-Friesland. Misschien dat het daarom nooit is opgevallen, die vele overeenkomsten. Had ze beide verhalen zo kort na elkaar bij dezelfde uitgever laten verschijnen, was het vast wel opgevallen.

Het enige verschil is dat Ellis en Thelma met zijn tweeën ziek zijn en naar een sanatorium moeten en Ankie alleen. En dat het verhaal over de tweeling wat eerder in het ziekteproces start. Waar zij beginnen met een griepje, daar begint het verhaal van Ankie al meteen met haar tocht naar het sanatorium. Een identieke beschouwing van de lente-vanuit-het-slaapkamerraam, in beide gevallen. Want hoe lang zal het nog duren voor Ankie / Ellis en Thelma dit weer zullen zien? Wanneer zullen we weer thuis zijn?

Beide keren wordt het zaal negen, met beide keren een rondedansje wanneer er een zuster nachtdienst heeft, die nogal populair is.
Twee keer valt te lezen over een spelletje op zaal, waarbij nogal wat lawaai gemaakt wordt, met de angst om betrapt te worden.
Beide keren een ziek meisje, dat na overmatige inspanning overlijdt. Bij Ellis en Thelma is het doordat het meisje in kwestie haar bed uit komt, bij Ankie doordat ze een watergevecht hebben gehouden. In allebei de verhalen het schuldgevoel. Ze is toch niet door onze schuld overleden? Bij allebei de verhalen huilende zusters. In beide gevallen het plezier van een hond, die zo maar op zaal komt en moet worden verstopt. Bij Ellis en Thelma is het hun eigen Spikkel, bij Ankie een aanlopertje.

Het verhaal van Ankie bevat maar één illustratie, op de keerzijde van het omslag. Het verhaal van de Olijke Tweeling had er meer. Het omslag van Ankie is mooier en met meer details afgewerkt, dan dat van de Olijke Tweeling. Ankie is ook wat jonger in het verhaal da Ellis en Thelma, hoewel Hans Borrebach ze er alle drie ouder heeft laten uitzien dan ze in werkelijkheid waren. Maar dat was nou eenmaal zijn handelsmerk.

Van de verhalen van Chinny Erling / Arja Peters werd in recensies wel gezegd, dat het te merken was, dat ze afkomstig waren uit 'een veel-schrijfpen'. Dat is in dit geval zeker waar. Het is gewoon een kopie. Maar wie weet, was het toen ook de uitgever die om een nieuw deel Olijke Tweeling verzocht. Omdat het zo goed liep. En heeft Chinny destijds eerlijk gezegd, dat ze wat uit een ander verhaal had overgenomen. Kennelijk heeft West-Friesland Eekhoorn niet beschuldigd van plagiaat. Het mocht gewoon uitgegeven worden. Al is het verhaal van Ankie nooit meer herdrukt. Dat van de Olijke Tweeling wel. Meer dan twintig keer zelfs. Tot ver in de nieuwe eeuw. Veel-schrijfpen schrijfsters overleven de tand des tijds blijkbaar.


2 opmerkingen:

Antoinette de Schipper zei

het verhaal van ankie kende ik niet. Wel van de olijke Tweeling. Heb die boeken letterlijk stuk gelezen. Overigens: iets is pas plagiaat als schrijver A grote delen van schrijver B heeft overgenomen zonder toestemming van schrijver B. Zolang je uit eigen verhalen overneemt of een eigen geschreven verhaal onder een andere titel uitgeeft, is het geen plagiaat. De schrijver heeft zichzelf immers toestemming gegeven om het verhaal onder een andere naam uit te geven.

Marieke zei

Helemaal gelijk, als je iets van jezelf steelt is het geen plagiaat...
Vind het overigens typisch dat schrijvers als ze veel publiceren zo vaak letterlijk in herhaling vallen en dat de uitgever daar dan genoegen mee neemt.