Posts tonen met het label woordenboek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label woordenboek. Alle posts tonen

05 augustus 2014

De naslagkast van de bieb

Afgelopen zondag was het weer boekenmarkt in Deventer. Ik bezoek de grootste boekenmarkt van Nederland sinds 1992 bijna elk jaar. Het is al lang niet meer de schatkamer van vondsten die het vroeger was. Daarvoor hebben Marktplaats, Ebay en Qoop te goed hun best gedaan. Op die eerste zondag in augustus staan nog steeds honderden kramen langs de IJsselkade en door het centrum, maar veel vinden doe ik er niet meer. Er zijn veel kramen met boeken die niemand meer wil hebben. De boeken van Kameleon, Pinkeltje, Arendsoog, stripboeken van Suske en Wiske, ze raken het aan de straatstenen niet meer kwijt. De heren antiquariaathouders blijven het echter toch proberen. Ik struikel er elke keer weer over.

De reden waarom ik toch nog heel geregeld ga, is de bieb. Bibliotheek Deventer houdt ook elk jaar uitverkoop, op die eerste augustus. Daarvoor moet je een heuse kelder in, voorzien van een eng, stijl trapje. Het is er vochtig en er zijn heel veel boeken. Overzichtelijk gerubriceerd. Er zijn niet alleen afgeschreven bibliotheek-exemplaren, maar ook gewone tweedehands boeken, zonder stickers. In kasten van grond tot plafond. Fictie en non fictie, voor de jeugd en voor volwassenen. Tijdschriften, van alle jaargangen, los en ingebonden. Naslagwerken.

Bij die laatste kast bleef ik dit keer hangen. Er waren woordenboeken, delen van woordenboeken. Van Dale en Koenen, maar ook gewoon Prisma en de voorloper van de Hoe en wat in het... serie.
En er waren veel naslagwerken in de o ja categorie. De naslagwerken die ik moest leren op wat toen nog de opleiding Bibliotheek en Documentaire Informatieverzorging heette. Ik moest er niet alleen in kunnen zoeken, ik moest ook details van de boeken weten. Voor later, als ik op de Inlichtingenafdeling van de bibliotheek zou komen te werken. Waar ik nooit heb gezeten, maar dat wist ik toen nog niet.

Toen, dat was begin jaren negentig. Toen internet er al wel was, maar niet voor de gewone sterveling. Pas in mijn afstudeerjaar, 1996, werd er voorzichtig geëxperimenteerd met inbelverbindingen. Voor wetenschappelijke doeleinden, literatuuronderzoek en zo meer. Maar omdat het telefoontikken waren, was surfen er nog niet bij.

Ik zag de drie oranje en blauwe banden van het ABC van Handel en Industrie. De ook al blauwe en jaarlijks verschijnende Staatsalmanak. Een paar bandjes uit de gele wetboekenserie van Schuurman en Jordens. Het Handboek van de Nederlandse pers en publiciteit. Verschillende jaargangen door elkaar. Nu ook online! stond er bij wijze van wervende tekst, in rood op de rug van een van die handboeken gedrukt.

Dat moet ergens rond de eeuwwisseling zijn geweest. Dat was wat, dat zo'n officieel naslagwerk, met haar professionele redactie nu ook een doorzoekbare website had gekregen. Dat zoiets evengoed een betaald abonnement was, werd er natuurlijk niet bij vermeld. En dat je als organisatie vaak verplicht ook een online abonnement moest nemen tegen meerprijs, waar je voorheen volstaan kon met alleen de papieren editie, werd ook verzwegen.

Hoe veel van die naslagwerken zouden nu nog op papier bestaan? Hoe veel zouden er blijvend zijn omgezet naar een online variant? Er blijken er nog een aantal te vinden te zijn, anno nu. Tegen betaling? Zo ver heb ik niet doorgeklikt. Maar hechten we anno nu nog wel waarde aan een professionele redactie, die elk jaar een boek op een bepaald vakgebied uitbrengt, voorzien van adressen, begripsomschrijvingen en indexen daarop? Of googlen we ons een slag in de rondte, foeteren we soms dat we van alles vinden maar niet dat wat we zoeken, maar zijn we er mee tevreden?

Ik wel. Ik zeg het eerlijk. Want het gaat sneller dan zoeken in een index en het kost me bovendien geen abonnement op zo'n naslagwerk, dat elk jaar verscheen, maar nauwelijks werd ingekeken.
Tijden zijn veranderd. Ik ook... :-)

11 mei 2014

FMIEB: Wörter, die die Welt noch braucht

Duits en erg leuk. Kan dat? Ja, dat kan. Dit is een erg grappig boekje. De ondertitel geeft aan, waar het over gaat. Niet bestaande woorden, die toch wel handig zouden zijn als je ze zou hebben. Een FMIEB is, vertaald, dus 'een nies die je wel voelt aankomen, maar niet doorgaat.'

Zo staan er, keurig op alfabet, als was het een woordenboek, een heleboel van die ja, waarom- is-daar-geen-woord-voor-woorden in. Zelfstandige naamwoorden, waarbij wordt aangegeven of het der, die, of das is. Duits, dat kent geen de en het, maar een mannelijk, vrouwelijk of onzijdig zelfstandig naamwoord. Werkwoorden staan er ook in, en locaties. Iedereen die een beetje taalgevoel heeft of in de buurt van de grens woont, leest dit boekje grinnikend uit. Zonder problemen. Een paar voorbeelden. Vertaald.

Animosen, die: DJ's, die tussen de liedjes door de mensen enthousiast aansporen om de dansvloer op te gaan. Armin, der: iemand die zijn / haar armen in de lucht gooit, wanneer hij / zij in de achtbaan zit. Bono, das: het steeds maar weer terugkerend gevoel, dat de mooiste tijd al voorbij is, in je leven. Erschlecken: werkwoord voor iets uitlenen, met het vaste voornemen, het niet meer terug te geven. En Gekruschel, das: - dat beetje muesli, dat in de verpakking overblijft, te weinig om nog op te eten, te veel om weg te gooien- vind ik misschien wel de leukste die er in staat.

Hoewel, Kratzachstan, das - dat stukje in het midden van je rug waar je met je handen niet bij kunt komen maar dat wel altijd jeukt - ook goed gevonden is. En wat te denken van nickelnackeln, een werkwoord voor: alles wat je met muntgeld doet, om te voorkomen dat het in de snoepautomaat blijft hangen. Of, minder smakelijk, maar wel heel herkenbaar: nasenaustern: je neus regelmatig ophalen omdat je te lui bent om een zakdoek te gebruiken. Schnurzpiep, der, de gewoonte, de telefoon tenminste twee keer te laten bellen, ook als je m meteen zou kunnen opnemen, om maar niet de indruk te wekken, dat je op een telefoontje zat te wachten.

Sundrinen, werkwoord, omschrijving voor dat wat men doet, als hij / zij Suzannes, Sandra's en Sabines niet uit elkaar kan houden. Taumler, der: iemand die niet zo handig is met een boodschappenwagentje. Tupperkulose, die: het oneven aantal van plastic deksels en bijbehorend aantal bakjes in een keukenkastje. Wallraf, der: het moment, waarop 's morgens op 24 december mannen Kerstkadootjes inkopen. Zappelin, der: persoon met afstandsbediening, die niet langer dan drie seconden naar een bepaalde zender kan blijven kijken.


Enfin, zo staat dat boekje dus vol. Ik kocht het voor een euro, bij een Duitse prijsvechter. Weet niet, of het nog te krijgen is. Het is uit 2006, dus nog niet zo heel oud. Oud genoeg om niet meer in de winkel te liggen, maar nog te nieuw voor een antiquair. Voor die omschrijving hebben we trouwens ook nog geen woord. In het Nederlands ook niet. Zou er in het Nederlands ook ooit zo'n boekje zijn samengesteld? Het zou me wel een leuk idee lijken om dat te gaan doen.

FMIEB eindigt met een korte omschrijving van de beide schrijvers. En met een verwijzing naar de gelijknamige website, die helaas niet meer in de lucht is. Jammer. Maar gelukkig hebben we het boekje nog op tijd weten te scoren. Het is ook nog op Amazon te koop, las ik. Voor niet al te veel geld.

15 augustus 2013

The new international Webster's comprehensive dictionary of the English language


Je hebt van die aankopen, die je nog de hele dag bezighouden. Dit was er zo een. Het Engelstalige, met een vakterm aangeduid encyclopedisch woordenboek met die hele lange naam. Encyclopedic edition, staat er verder nog op de titelpagina. Gevolgd door 2003 edition. For distribution and sale in Germany, Switzerland and Austria only, vermeldt het colofon, dat minstens zo omvangrijk is en een A4-tje aan tekst beslaat. Op het schutblad heb ik naast mijn naam en datum van aanschaf, wat ik altijd doe, nog een opmerking gezet: Gekocht voor € 1. Nieuw! Ik viste m, vorig jaar, nog in het plastic verpakt, uit een grabbelboekenbak van een Duitse prijsvechter. En werd er stil van.

Eenmaal thuis haalde ik er het folie vanaf, en zag, hoe de prijs gedevalueerd was, in een paar jaar tijd, om ten slotte bij die ene euro te eindigen, in 2012. Ik moest er gewoon foto's van maken, ik kon het bijna niet geloven. Een lijvig boekwerk, bestaande uit flinterdun papier, om het niet nog zwaarder te laten worden. Drie kolommen per pagina en dat bijna 1900 pagina's lang. Niet alleen een Engels-Engels woordenboek. Het is ook een Spaans - Engels en een Duits -Engels woordenboek, het bevat informatie over hoe een vakbibliotheek te gebruiken, terminologie van de rechtswetenschap, notariaat, er staan citaten in, maten en gewichten... en nog ben ik dan niet compleet.

De Webster, zoals ie destijds bij ons op de bibliotheekopleiding werd genoemd, was een uitgebreid woordenboek dat scholieren en studenten bij hun studie gebruikten. In de hoogste klassen van de middelbare school, het MBO, het HBO en de universiteit. Omvangrijk, samengesteld door verschillende redacteuren met een grote reputatie op zijn of haar vakgebied. In een grote oplage gedrukt, op goedkoop papier, zodat de aanschafkosten laag konden worden gehouden. Zo werd er jarenlang gestudeerd, over de landsgrenzen. Want ik kan me niet herinneren dat wij het destijds veel gebruikten. Wij zochten wel iets op in de bieb en onze algemene naslag reikte niet verder dan een paar woordenboeken, Nederlands, Engels, Duits en misschien Frans. En dat bij voorkeur in de Prisma pocket editie. Want we wilden beslist niet meer weten dan strikt nodig.

In het buitenland, in Engeland en Duitsland, werd daar anders over gedacht. Ooit. Voordat internet er was, waarop 'alles' te vinden is, in elke taal. Betaalde abonnementen voor de serieuze literatuur, of gratis, maar dan volgepropt met banners of in het kaliber het staat toch op nu.nl boeien-of-het-wel-echt-klopt. Aan dit soort boeken klopte destijds alles. Maar anno 2003 was er al absoluut geen markt meer voor. Zo belandde het uiteindelijk bij die Duitse textiel super met restpartijen non food, waar ik het dus kocht.

Als voormalige bibliothecaris, werkzaam in wat eens een bedrijfsbibliotheek was, met vaktijdschriften, almanakken en andere adresgidsen. Inmiddels ben ik al lang informatiespecialist, en bezit onze afdeling, die ook geen documentatie afdeling meer genoemd mag worden, nog precies één jaarlijks verschijnend adresboek. De lijst van vaktijdschriften wordt elk jaar kleiner. Daarvoor in de plaats komen de nieuwsbrieven per e-mail, de tweets op twitter en de officiële publicaties in PDF. En kan het zo maar gebeuren dat je een naslagwerk voor een euro aanschaft. En er in bladert met een gevoel van, tja, zo was het ooit. Ooit vond je het heel gewoon, dat informatie zo maar een paar jaar oud kon zijn. Dat het dan toch nog waardevol was. Wachten op de nieuwe druk van zo'n boek, die wel een paar jaar uitbleef. Dan werd de oude afgeschreven. Er wordt niets meer afgeschreven, alles is altijd zo nieuw mogelijk. Een website met nieuws van 2 maanden oud onder het kopje 'Actueel' schuiven we al grinnikend opzij. Daar heb je niet veel meer aan.