22 september 2013

De Hongaarse keuken

Ze lagen met zijn drieën in de bekende bananendoos. Behalve een Hongaarse, ook nog een Duitse en een Zwitserse keuken. Maar daarover later meer. De verkoper vroeg er 1,50 voor, met zijn drieën. Ik had slechts 1,20 klein bij me, dat was ook goed. Drie pocketboekjes in de Prisma Reeks. Te beginnen met De Hongaarse keuken. Anno 1967. Toen we net een beetje kennis hadden gemaakt met de gastarbeider. Die nog geen enkel probleem vormde. Want hij deed het werk wat wij Nederlanders niet meer wilden doen. En hij kon nog lekker koken, ook. Je verstond alleen geen woord van wat hij allemaal zei.

Schrijfster Anna Telkics is een pseudoniem. In werkelijkheid is het Maria Horváth, een bekende actrice, aldus de achterflap. Ze vluchtte naar het westen, werd, na veel omzwervingen hoorspelactrice bij de Beierse Omroep en schrijft kookboeken in haar vrije tijd.
Wat een geweldig stuk historie, die paar zinnen alleen al. Die vlucht naar het westen, dat was natuurlijk voor het communisme, in 1956, tijdens de opstand. Hoorspelactrice, toneelspelen voor de radio. Ook al iets wat decennia geleden al uitstierf. En de Beierse Omroep, dat zal nu wel de ZDF geworden zijn. Een actrice annex kookboekenschrijfster, dus.

En wat voor een kookboek. Een jaren zestig exemplaar. Dus veel tekst en weinig plaatjes. En omdat het in dit geval een goedkope pocket is, voor iedereen bereikbaar, zelfs helemaal geen plaatjes. Een inhoudsopgave, die begint met een hoofdstuk Soepen en eindigt met Dranken. Daarna nog een register, van Aardappelen, gebraden tot Zuurkool met hom en kuit. En tenslotte een lange lijst van allerlei andere Prisma uitgaven. Ook leuk, om op die manier een nieuwe verzameling te starten. Maar goed. Ook dat is weer een ander verhaal. Elk hoofdstuk van deze pocket vertelt iets over de gebruiken van het land, de belangrijkste gerechten en geeft de lezer een stukje geschiedenis mee. Zodat je ook een beetje weet, waarom je iets kookt.

Dan de gerechten zelf. Briljante eenvoud. Dat is ook precies, wat me zo stoort aan de kookboeken van nu. Behalve dan dat het plaatjeskijkboeken zijn geworden. Je kunt nu geen gerecht meer maken, zonder dat je er de halve stad voor af moet fietsen. Er bestaat geen soep, saus of salade meer, zonder dat je er voor naar de toko of de Pasar Malam moet. Indien aanwezig. Want ik woon in een dorp met alleen een supermarkt en een slager. En de stad is zeker een halfuur ver. Dan heb je zo'n potje van iets gekocht, en er maar één theelepeltjes van nodig. Tien euro voor een potje, dat je daarna nooit meer gebruikt. En dan wordt het met al dat gepruts, ook nooit zo mooi als op de foto.

Nee, doe mij maar zo'n boek als de Hongaarse keuken. Waar in elke soep nog gewoon boter gaat, of letterlijk vet. Neem nou een Druivenplukkersmaaltijd van rundvlees, spek, gort en peterselie. Of Galuska, een gerecht dat alleen maar uit eieren, bloem, zout, zure room en jawel, boter bestaat. Karper met vet en zure room. Sinaasappelsaus met melk. Gebakken appels uit de oven met abrikozenjam. Alleen al van het lezen zou je misselijk worden. Dit zou de Nederlandse Hartstichting absoluut afkeuren, dit soort gerechten. Maar in 1967 dachten ze nog niet aan de gevolgen van zo veel en zo vet eten. Toen was het alleen nog maar allemaal heel lekker. En simpel om zelf te maken. Jó étvágyát, of te wel: smakelijk eten.


'De Hongaarse keuken ' verscheen oorspronkelijk bij Wilhelm Heyne Verlag, te München, onder de titel: 'Ungarische Küche'. De vertaling werd verzorgd door D.A.M. Basoski-de Wit.

1 opmerking:

Marianne Nieuwenhuijs zei

Zou je mij het recept uit dit prismaboekje kunnen sturen, nl. de boerengoulash(soep). Ik heb dit jaren geleden vaker gemaakt. Heel lekker. Ben het boekje bij de verhuis denk ik kwijtgeraakt. Ik zou dit recept graag nog een keer maken. Bij voorbaat hartelijk dank. Marianne