Posts tonen met het label Guus Betlem. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Guus Betlem. Alle posts tonen

06 mei 2017

Op dansende voeten

Conchita heeft een Nederlandse vader en een Spaanse moeder. Haar ouders hadden een verstandshuwelijk. Moeder bleef ook na haar trouwen een gevierd balletdanseres. Zelfs nadat ze Conchita, voluit Bernardina Conchita, had gekregen. Dat wordt in het boek tot vervelens toe herhaald. Angelita Alvaredo - met de v uitgesproken als een b - een danseres zoals ze maar zelden voorkomen. En nu moet Conchita in haar plaats komen. Dat is niet eens een poging, nee, dat is een wet. Dat gaat gewoon gebeuren.

Op de middelbare school heette ze nog gewoon Berry. Toen was ze Nederlands. Maar nu, nu wil ze met de familie van haar vader niets meer te maken hebben. Haar ouders zijn overleden bij een vliegtuigongeluk en ze krijgt een jongere broer van haar vader als voogd. Die legt het er duimendik bovenop dat hij haar liever kwijt dan rijk is. Iets dat Conchita meteen begrijpt. Ze vertrekt naar een kamer in Amsterdam, waar ze haar balletlessen voortzet. En even later vindt ze samen met Mieke een tweepersoons onderkomen bij een hospita.

Mieke danst ook, maar bij de revue. Een wereld van roddel, achterklap en hard werken. Mieke mag blij zijn met een bescheiden bijrol in de voorstelling, voor Conchita gaan natuurlijk meteen alle deuren open. Denkt ze. Want zo blijkt het niet te zijn. De directeur van de balletschool waarschuwt haar er voor. Ze is bovendien hopeloos achter met het betalen van lesgeld. Er komt een baantje bij een internationaal balletgezelschap. maar dan blijkt ze helemaal niet zo talentvol. Ze wordt er al snel weer ontslagen.

Conchita leert Erik kennen. Een journalist, die als taak heeft balletmeisjes onder haar hoede te nemen. Dat is natuurlijk maar ten dele waar. Hij komt vooral voor Conchita, maar die wil niets van hem weten. Nou ja, een beetje vriendschap. Ze besluit onder haar echte naam als vrij danser aan de slag te gaan en zo komen ze elkaar dan toch weer tegen.

Er is nog iets met een impressario, die zwendelaar blijkt te zijn. Dan beseft Berry / Conchita dat ze nooit een goed danser zal worden. Dat ze ook niet zo'n huwelijk wil als haar ouders. Bij haar moet liefde op de eerste plaats komen, niet de kunst. Voor haar geen leven in armoe meer, van gage naar gage. Van slecht eten en van haat en nijd onder elkaar. Dat besef verbaast zelfs Mieke.

Over haar voogd geen woord meer. Ze moet toch ook nog Spaanse familie hebben. Maar niemand lijkt zich om haar te bekommeren. Alsof er niets anders is dan de vriendschap met een collegaatje en een man. Voor de rest lijkt het wel Alleen op de wereld, omgeven door balletdansers, leraren en sluwe vossen die op haar geld uit zijn. Uitgegeven in de Zonne-reeks en later nog eens als Witte Raven.

Ik ken Guus Betlem / Freddy Hagers als realistisch schrijver, met hier en daar een vrolijke noot. Dat is dit verhaal absoluut niet. Nee. Hij kon absoluut beter. Maar misschien was dit op verzoek van zijn uitgever. Ook in de jaren zestig droomden meisjes al graag weg bij verhalen over beroemd worden. En dat werd ook toen al uitgegeven. Zolang de moraal maar overeind bleef: roem is vergankelijk. Zorg voor het echte leven. Een man voor wie jij de enige bent en voor wie je alles opgeeft.

27 april 2015

Om de plaats in huis


Jacqueline van der Lugt is achttien en zit in het eindexamenjaar van het gymnasium. Ze kan goed leren, maar staat er niet al te best voor. Dat komt omdat het thuis niet is wat het moet zijn. Moeder is na een lang ziekbed overleden en vader staat er met zijn
drie kinderen alleen voor. Het huishouden komt op Jacqueline neer, die daar geen tijd voor heeft. Vader werkt en de jongere broer Gé en zus Nieske zijn nog te jong om er zich iets van aan te trekken.

Vader heeft plannen om te hertouwen, met tante Marian. Eind goed al goed, zo lijkt het, maar nee. Jacqueline wordt tegendraads, gooit er met de pet naar, wordt ziek van de spanning en 'moet' van de huisarts ergens naar toe waar alles nieuw en leuk is. Dat wordt Parijs waar, hoe toevallig, ook een vriendin van tante Marian woont. Eenmaal terug in Nederland is het al lente en staat ze er nog steeds slecht voor. Voor zes vakken een onvoldoende. Maar daar is vriend Ralph, een student medicijnen, die haar helpen wil. Ze slaagt. En wordt ten huwelijk gevraagd. Voor haar taak zich voor te bereiden als doktersvrouw heeft ze nu tijd genoeg, toch? Einde.

Dit verhaal van Guus Betlem is er een zoals er tientallen geschreven werden in de jaren vijftig. Op zoek naar een plek in het gezin, waar je geboren bent. Jij, als half weeskind, voorzien van een vleugje avontuur in Parijs, het eindexamen en de liefde. Ging alles maar zo makkelijk en simpel. Want het is helemaal niet zo eenvoudig om met zes onvoldoendes je eindexamen te halen. Dat lukt meestal niet. Zo veel dokters die bij wijze van herstel een vakantie in het buitenland voorstellen zijn er ook niet. En net na je eindexamen al ten huwelijk worden gevraagd is ook niet echt gangbaar. Maar goed.

Hans Borrebach maakte er een mooie, symbolische omslag bij. Jacqueline poseert er tegen een foto van haar beide ouders, vader in kleur, want in het heden en moeder in
zwart wit, want overleden. Zeer geschikt om uit te worden gegeven door West-Friesland. Dat is dan ook gebeurd. Tot twee keer toe. Want na de Zonne-reeks volgde enige jaren later ook nog de uitgave in de Witte-Raven Pocket Reeks. Met minder geslaagd omslag.

Waarop Guus Betlem alias Freddy Hagers en zijn vriend de illustrator Hans Borrebach zich weer op hun volgende verhaal in de lange reeks konden storten.

18 januari 2015

Een lot uit de loterij

Grappig. Ik schrijf al bijna zes jaar aan dit blog. Maar blijkbaar heb ik nog nooit een verhaal van de veelschrijver besproken. Guus Betlem, ook schrijvend onder het pseudoniem Freddy Hagers. Van dezelfde leeftijd als Borrebach en persoonlijk met hem bevriend. Vooral bekend van de Marjoleintje die Marjolein werd reeks. En van zijn boeken over de huishoudschool. Wat bijzonder was, omdat de meeste hoofdpersonen in meisjesboeken naar de HBS of het gymnasium gingen. En zo af en toe naar de MMS of Mulo.

Een lot uit de loterij gaat over Hannie, Bonnie, Mieke, Josje en Mirjam. Ze zitten in de derde en gaan over naar de vierde. Welk schooltype het is, wordt niet duidelijk. Het gaat in dit verhaal ook niet echt over de proefwerken en de leraren, al komen ze wel even ter sprake. Nee, de dames doen mee met een loterij en winnen nog een prijs ook. Een behoorlijke geldprijs, die ze aan een reis naar Zwitserland willen uitgeven. Maar ja, ze zijn nog geen zestien.

Gelukkig heeft Hannie een studerende zus van negentien, Stan. En die wilde nu juist op reis naar Zwitserland, om daar kinderen te gaan begeleiden. Beide dingen kunnen nu mooi gecombineerd worden. Anders dan in andere verhalen wordt hier de voorbereiding en de treinreis naar de bestemming bijna net zo uitgebreid beschreven als de reis zelf. Het maakt het voor de doelgroep, de meisjes van 14 tot 16 jaar, of zoals als een soort ondertitel op de titelpagina staat vermeld Een boek voor meisjes van 'om en bij de veertien', een stuk leuker om te lezen.

Want natuurlijk is dat spannend een eerste eigen paspoort, waar je een pasfoto voor moest laten maken. Het blauwe boekje met de geperforeerde cijferreeks. Zo zag mijn eerste paspoort er in 1987 ook nog uit. En ik voelde me net zo voornaam, toen ik het mocht gaan afhalen op het gemeentehuis.
Ze gaan naar het reisbureau en ze bestuderen de atlas. De treinreis van twintig uur wordt beschreven. Het geharrewar om de gereserveerde plaatsen. Het zijn allemaal dingen die indruk maken als je voor het eerst op stap gaat zonder je ouders. Betlem had het goed gezien.

De reis gaat naar de omgeving van Interlaken. Wilderswil, om precies te zijn. Toevallig ook de vakantiebestemming van Ankie. Dit verhaal heeft geen geestelijke overpeinzingen. Hier worden trektochten gemaakt, leren ze twee Zweedse jongens kennen en hebben ze een aardige waardin die Zimmer Frei voor ze heeft. Stan heeft het als studente op haar kamer niet erg naar haar zin, maar ze maakt er het beste van. En dat doen de vriendinnen ook. Ze zijn zuinig, koken zelf hun maaltijden en hebben duidelijk nog geen behoefte aan een relatie. Het eindigt met de belofte te zullen corresponderen. En daar eindigt ook zo'n beetje het boek.

In de trein terug naar Nederland. Op naar de vierde klas vol Engels, Duits, Meetkunde en Frans maar met een hele mooie vakantie in hun geheugen. Vrolijk geschreven en zelfs na, wat zal het zijn, toch wel zestig jaar, nog steeds goed leesbaar. Je kon aan Guus Betlem niet merken, dat hij een veelschrijfpen had. Het waren leuke verhalen. Ik heb er veel van.  Sommige zelfs in meerdere edities. Wordt vervolgd, dus.