10 april 2009

Brieven... brieven... en nog eens brieven


  • Als u schrijft aan een dokter, zet u dan boven aan de brief weledelgestrenge heer, zeer geachte heer Heilweg of meneer de Dokter?
  • Als u schrijft aan een ongetrouwde vrouw zet u dan boven de brief Geachte mejuffrouw, Mejuffrouw of Zeer geachte mejuffrouw De Wit?
  • Als u uw brief typt, gebruikt u dan een dubbel velletje postpapier, ruitjespapier of wit briefpapier?

Gelukkig hoef ik over het antwoord niet na te denken, ook daar heb ik een Maraboekje voor. Brieven... brieven... en nog eens brieven, heet-ie. En de inhoud is weer net zo mooi als in Wij ontvangen. De brief die u verzendt, vertegenwoordigt u. U moet hem verzorgen zoals u uw toilet zou verzorgen als u op bezoek ging bij de geadresseerde.


Er staat een lijst in met titulatuur. Hoe precies een visitekaartje van een man en vrouw er uit moet zien. Waar je het voor gebruikt. Dat privé postpapier aan te raden is. Maar ook honderd voorbeelden van brieven. Voor elke gelegenheid. Je kunt het zo gek niet bedenken, of het staat er tussen.

Verloving. Brief aan de vader van het meisje: Zeer geachte heer Van der Horst, Nu het mij niet mogelijk is persoonlijk naar u toe te komen, wilt u mij wel toestaan schriftelijk de hand van uw dochter Liesje te vragen....

Antwoord daarop van vader Van der Horst: Beste Hugo, Zoals je zult begrijpen was je brief geen verrassing voor me. Je bent al geruime tijd vaste gast in ons huis en je weet dat wij je graag mogen....

Suggestie voor Liesje van der Horst aan haar beste vriendin: Lieve Annemieke, Dit briefje dient om je een groot nieuwtje te vertellen. De kogel is door de kerk! Je mag me feliciteren. Vader en moeder vinden het goed dat Hugo en ik ons met Kerstmis officieel verloven...

Waarop Annemieke zou kunnen antwoorden: Lieve Liesje, Kindlief wat een heuglijk nieuws! Geweldig zeg! Ik vond al dat Hugo en jij geweldig goed bij elkaar passen....

Ten slotte volgen er voor Annemieke nog twee voorbeelden. Eentje, waarin ze ingaat op de uitnodiging voor het verlovingsfeest, en eentje waarop ze de uitnodiging helaas verhinderd is. Maar dat spreekt denk ik al wel een beetje voor zich. Lezen dus. En lachen vooral.


'Brieven... brieven... en nog eens brieven' verscheen oorspronkelijk bij uitgeverij Gérard & Co, te Verviers, onder de titel: Mon courrier'.

26 maart 2009

Wij ontvangen




Ontvangt u óók graag vrienden en kennissen? Kent u de gulden regels van een geslaagd feest? Zullen ook uw gasten met plezier en voldoening aan uw avondje terugdenken? Meneer en mevrouw Flash vertellen u hoe het hoort en presenteren u voor alle gelegenheden een keur van spelletjes, verrassingen, snacks, cocktails, enz. enz.
De ontvangst moet slagen dankzij....

Zo luidt de achterflaptekst van 'Wij ontvangen'.
Het is het eerste deeltje uit de Maraboe Flash reeks. 'De miniatuur encyclopedie van het dagelijks leven'. Miniatuur, want niet groter dan 10*10 centimeter. Ik heb er een heleboel deeltjes van. Zo af en toe zal ik er een voorbij laten komen. Vandaag dus alles 'van familiediner tot cocktail'.

Wat staat er allemaal in? Nou, hoe je die diverse dingen organiseert. Een instuif, een cocktail, een dansavond , een diner. Alles over lekkere hapjes. Een buffet. Spelletjes. Muziek.

Dat je als gastvrouw nooit als eerste klaar moet zijn met eten. En je altijd voor een tweede keer opschept. Daarmee geef je aan, dat de gasten dat ook mogen doen. Zelfs als er een vriend komt, moet de kamer opgeruimd zijn, moeten de ingrediënten alvast klaargezet en de bloemen ververst.

Aangezien er tegenwoordig veel gerookt wordt moet je zorgen voor voldoende sigaretten en enorme asbakken. De telegrammen die op een bruiloft bezorgd worden, dienen tijdens het diner te worden voorgelezen. Wat je moet doen bij rampen als: een juskom in het decolleté.
Etiquette als: de invitaties voor verloving gaan van de ouders van het meisje uit. Voor een diner van meer dan acht personen huurt u iemand in om de gasten te bedienen.

Het boekje is intussen zevenenveertig jaar oud. Het is in goede staat, maar wat inhoud betreft: er is niets meer van over. Jammer. Want ik lees het nog steeds graag. En was er graag bij geweest, bovendien.


'Wij ontvangen' verscheen oorspronkelijk bij uitgeverij Gérard & Co, te Verviers, onder de titel: Nous recevons'

19 januari 2009

De tweeling van het doktershuis


Alweer een tweeling. Alleen is deze geen vondst van Arja Peters maar van Elisabeth Stelli. Of ze ook olijk zijn, weet ik niet. Wel, dat ze er bijna net zo uit zien als Ellis en Thelma Bongers, de 'echte' olijke tweeling. Al heet de tweeling in dit verhaal Marga en Bets en is ze ook wat ouder. Een jaar of achttien. Dat ze zo op elkaar lijken, beide tweelingen, komt, omdat ze door de zelfde illustrator zijn bedacht. Hans Borrebach. Dat was destijds ook de reden, dat ik het boekje kocht.

En destijds is lang geleden. De tweeling van het doktershuis was het eerste meisjesboek, dat ik kocht. Op de ruilbeurs van tweedehands boeken, die we op de lagere school hadden. Ik kocht het puur om de tekeningen. Die waren herkenbaar. Dat vond ik toen al, als meisje van tien.

Al vond ik Marga en Bets ouderwetse namen, het verhaal was leuk.

Dat is het nog. Goed, er komt romantiek in voor. En helemaal zonder sentiment is het niet. Maar het is leuk geschreven. Dokter Cruys is weduwnaar, tobt met huishoudsters, maar het wordt nu eens niet direct opgelost met een lieve mevrouw. Die mevrouw komt er uiteindelijk wel, maar wordt ook niet de vrouw van vader, wat je als lezer wel verwacht.

Hun nieuwe moeder wordt Moeder de Gans, de lerares geschiedenis, want die blijkt een oud klasgenoot van hun vader. Vroeger maakten ze elkaar het leven zuur, nu verklaren ze elkaar de liefde.

Marga gaat uit naam van een ziek klasgenootje naar een internationaal Esperanto feest. Marga leert nog vlug wat van die taal, maar wanneer ze Erik Gallestrup naast zich krijgt, is ze alles totaal vergeten. En moet de klasgenoot in kwestie woord voor woord, ziek en wel, later door de telefoon vertalen, wat hij op het briefje voor haar heeft geschreven. Het komt allemaal nog op het nippertje goed. Al valt Marga haar Erik nog niet in de armen. Nee. Zo ver komt het niet. Nog niet. En Bets? Helemaal aan het einde van het verhaal blijkt dorpsgenoot Leo haar zo speciaal aan te zitten kijken. Daar wordt ze zo maar verlegen van.

Geen merel die een zuiver lied fluit, geen innig en ernstige zoen. Wel een vader die moet weten dat Marga van een Noorse jongen is gaan houden. Tijdens dat serieuze gesprek speelt pa achteloos met een elastiekje. Niet streng en rechtvaardig, maar veel meer zoals een vader zijn kan.

Marga en Bets zijn nog niet in staat om voor vader en zijn vriend een oudjaarsouper te maken. 'Alles wat de kruisjes maakten, verandert in soep', zo schrijft Elisabeth Stelli het ergens heel beeldend. Ze hameren op de piano, ze praten dialect. En ze zijn leuk om te lezen. Dat ga ik weer eens doen, nu, denk ik.

02 januari 2009

Cupido speelt kiekeboe


De titel alleen al. Fantastisch. Over Joan Arlon. 'Ze genoot een populariteit, welke bij een 18 jarige HBS-er gebruikelijk is.' Iedereen houdt van haar. Ze heeft een lieve zorgzame moeder, die op haar beurt weer een zorgzame dienstbode heeft. Haar vader is overleden, maar heeft nog twee broers. Frits, leraar aan het jongensgymnasium, is 'een leukerd', maar de oudere vrijgezelle oom Ben, haar voogd, 'een knorrepot'. Althans, zo lijkt het.

Dan is er Hans, haar vriend, die zich wel haar verloofde zou willen gaan noemen. 'Lang en niet onknap', maar niet de man aan wie Joan zich wil binden. Haar vriendin Mies is 'een blozend dikkerdje', die alles van haar kan velen. Net als Toos met haar bromstem en Heleen van Aerdt, die leuk is maar niet zo leuk als Joan zelf.

Joan breekt haar been en sluit in het ziekenhuis vriendschap met Cora Pelster. Maakt en passant de verboden verloving van Cora met Henri van der Hoeven weer in orde. En als Cora overlijdt, wil Henri maar wat graag, dat Joan met hem mee gaat naar Engeland. Ook dat wil Joan niet.

Eigenlijk wil ze alleen haar directeur maar. De dertigjarige Jef van Merlen, 'zijn mond gesloten tot een streep, een hoog voorhoofd, scherpe grijze ogen'. Ook hij houdt van Joan, maar doet tot het laatste hoofdstuk zijn uiterste best, om dat niet te laten merken. Al weet je als lezeres al vanaf het eerste hoofdstuk al, dat het er toch van komen gaat die verloving.

Nou, en die komt er ook, in het laatste hoofdstuk. En hoe. De strenge directeur heeft een ware metamorfose ondergaan. Hij blijkt gedichten te kunnen schrijven, koopt honderd rode rozen voor haar, een close for ever armband en alvast ook maar een ring. 'Het is maar een bagatel, vergeleken, bij dat wat ik voor je wil bereiken, kindje.'


Jawel. 'En met haar hoofd tegen zijn schouder luisterde ze innig gelukkig naar zijn plannen voor hun toekomst.' Volgens mij was dit zelfs voor jaren vijftig begrippen al zwaar overtrokken. Wie komt er op zo'n manier nou aan een man. Welke man kan zo veranderen, onder invloed van de liefde. Toch werd het boek drie keer herdrukt. Een van de succesnummers van Netty Koen-Conrad, kennelijk.

En, eerlijk is eerlijk, toch nog steeds leuk om te lezen. Liep alles in de wereld maar zo goed en mooi af.

31 december 2008

Wij reizen met elkander


De titel is een spreuk uit de bijbel. Ik weet niet uit welk vers of van welke psalm. Mijn achtergrond is katholiek en katholieken lezen niet zelf in de bijbel, die worden voorgelezen. Daardoor kennen ze 'm minder goed uit hun hoofd, dan protestanten.


Schrijfster Max de Lange was protestant en dat was in haar boeken ook te merken. Maar het stoorde niet, want ze schreef mooi. Heel beeldend, als een schilderij. Over de winter, de lente, een ritje met de bus. Een nieuw gekochte jas, praktisch en niet duur, want een uitverkoopje. 'En zo'n praktische kleur, dat bruin-beige. Ze zal 'm jaren kunnen dragen, voordat hij haar gaat vervelen.'


In haar verhalen gebeurt niet eens zo heel erg veel. Geen opzienbarende dingen, het leven gaat voorbij. Mensen komen, mensen gaan en die hebben zo hun eigen verhaal. Dat is in 'Wij reizen met elkander' al niet anders. Dat gaat over Elsbeth Marijnen, hulp in een rusthuis, over haar verloofde Bernhard, haar moeder en haar collega's Mart, Coby en Anja. Over de bejaarde dames en heren, die er 'hun levensavond doorbrengen'. Nog geen spoor van een uitgeklede zorg.

Elsbeth en Anja zijn intern en bij gebrek aan een kookster verzorgen zij de eenvoudige maaltijden. Maar voor de bewerkelijke dingen, zoals soepen en toetjes zorgt de directrice, 'een officiersweduwe van even in de veertig, net goed pas, zou Coby zeggen'.


Zo mooi omschreven allemaal. Ik wil het in mijn eigen verhalen nog wel eens nadoen. Proberen althans. Het boek is, in tegenstelling tot de Goud-Elsje serie, niet meer eindeloos herdrukt. Geeft ook niet, ik heb het nog kunnen krijgen. Het is nog steeds te vinden, trouwens, op antiqbook.nl

Voor als je eens wat meer wil lezen over de knusse, verzuilde jaren vijftig. Aan te bevelen boven de televisie. Beslist.

12 december 2008

De olijke tweeling

Ze heten Ellis en Thelma Bongers en ze zijn een tweeling. Een olijke tweeling, zelfs. Wat olijk was, wist ik vroeger niet en ik weet het nog niet precies. Het is geen woord wat ik vaak gebruik.

De olijke tweeling was een creatie van Arja Peters, die eigenlijk Chinny van Erven heette. Hans Borrebach maakte er de omslagen en illustraties voor. Eekhoorn gaf uit. En de bibliotheek liet mij er mee kennismaken.
Zesentwintig delen lang. Waarin ze in het eerste deel al meteen een moeder kregen, in plaats van alweer een zure huishoudster. Nee, pappa Bongers trouwt met de jonge en lieve huishoudster, die ze al meteen tante Betty mochten noemen. En voor hun verjaardag krijgen ze een hond, die Spikkel heet.

In het tweede deel krijgen ze een broertje. Dat wilden ze ook graag, want ze hadden elk al een zusje. Sterker nog, ze krijgen allebei een broertje. Lex en Leo, die ze de Loeloes noemen. Jawel, ook een tweeling. En er komt meer familie voorbij. Tante Suus, oom Bob, oom Nick en tante Kitty. Ze krijgen een kat, Bengeltje, en vinden een egel, die ze mogen houden.

Ze liften naar Duitsland, gaan op vakantie naar Spanje. Ze organiseren een circus, gaan een jaar naar kostschool, winnen rolschaatsen met een prijsvraag. Worden ziek en moeten naar het sanatorium. Ze gaan verhuizen. En ze halen vooral alsmaar kattenkwaad uit. Daar komen ze zelfs mee op het politiebureau. Eigenlijk doen ze alles en beleven ze alles. Veel te veel, voor twee meisjes tussen de tien en twaalf. Veel ouder werden ze niet.

Ik kreeg ze ook zelf, voor mijn verjaardag. En kocht ze van mijn zakgeld. Ik heb ze verslonden, verzameld, bewaard en uiteindelijk weggegooid. De olijke tweeling van Arja Peters. Arja is al lang dood, maar Ellis en Thelma zijn eerst herschreven en later hertaald. Ze worden nog steeds gelezen. Vijftig jaar bestaan ze nu, intussen. Ik hoef ze niet meer te lezen, aangezien ze voorgoed in mijn hoofd zitten. Sterker nog, ik ken ze bijna van buiten.

13 november 2008

Vraagbaak voor de vrouw



Je kunt 'm nog geregeld vinden op websites als Marktplaats. De Vraagbaak voor de vrouw. Met en zonder bewaardoosje. Op alfabetische volgorde gerangschikte tips voor de huisvrouw, van Aanzetstaal, dat is wat je nodig hebt om een bot mes weer scherp te maken, tot Zoutzuur, wat je wel mag gebruiken om iets schoon te krijgen, maar waar je wel voorzichtig mee moet zijn.

Een verzameling losse deeltjes, die je als huisvrouw bij elkaar kon sparen bij Lever's Zeep Maatschappij. De voorloper van Unilever dus. En er wordt schaamteloos reclame voor Lever producten gemaakt. Dat is echt niet van nu hoor, dat deden ze vroeger ook al.

Ik vond 'm in zijn geheel, inclusief bewaardoosje en een ook losse, index, in een bananendoos op de Brabanthallen. En kon 'm voor een euro meekrijgen. Dat zijn altijd al de leukste koopjes.

Huishoud encyclopedieën verschenen in die tijd in alle soorten en maten. En ik heb er veel verschillende van. Geweldig om te lezen van uitzet, tafellinnen, sokken stoppen. Toen huisvrouw nog gewoon een beroep was.

Van al mijn huishoudboekjes is dit absoluut het leukste. Juist om de vele advertenties die er in staan. Met foto's uit die tijd. Die maken het helemaal af. Zelfs als je, zoals ik, ruim tien jaar later bent geboren. Dan nog. Lees het en verbaas jezelf. Al moet je er nu wel wat meer voor neertellen dan die ene euro van mij, destijds. Maar dat mag de pret niet drukken.
Vraagbaak voor de vrouw kon in 1960 bij elkaar gespaard worden bij Sunil Zeep. Op elk pak zeep zat een zegeltje. Voor drie zegeltjes plus een gulden (vijfenveertig eurocent) postzegels kon een deeltje worden gekregen. Er verschenen in totaal twaalf deeltjes.