Vier jaar, zijn Rob en Marjolein nu getrouwd. Ze wonen nog altijd in de Nutshell, het houten huisje, dat is uitgebreid met een douche en een kinderkamer. Zoon Rudi is intussen zestien maanden, en heeft er een zusje bij. Ze heet Anne-Marijke, net als het kindje van Annie en Ric. In het eerste verhaal werd nog gesproken over de oorlog, die nog niet zo lang geleden had plaatsgevonden. Dat moet zich dus in de jaren veertig hebben afgespeeld. In die tijd zijn mijn opa en oma ook getrouwd en kregen ze mijn moeder. Oma heeft me later veel over die tijd verteld. Ik heb dus een mooi referentiekader.
Voor opa en oma in die tijd geen snel bij elkaar te sparen uitzet, zoals Marjolein dat voor elkaar kreeg. Er was simpelweg niets te koop. En voor hen ook geen houten huisje op de Veluwe. Het werd een bovenwoning, waarbij ze de keuken moesten delen. Gewoon, omdat er niets anders was in die tijd. Nu zijn we dus vier jaar verder. Rob, die een behoorlijke vooropleiding heeft gehad- ook al geen vanzelfsprekendheid in de jaren veertig- heeft een paar keer promotie gemaakt. En dus kunnen ze zelfs luxe gaan leven. Dat ziet Marjolein weliswaar in, maar het blijft een ongewoon gegeven, voor die tijd.
Er is een hulpje in de poppenhuishouding van Marjolein gekomen, voor het zware werk. En Rob, die zo'n beetje de rechterhand van de directeur is geworden, had een auto nodig dus die hebben ze nu ook. En dan is Els er nog. De getrouwde, maar nog steeds kinderloze vriendin van Marjolein, die haar veel werk uit handen neemt. We schrijven dus het begin van de jaren vijftig. Om nog even op mijn grootouders terug te komen: opa kreeg een goede baan, maar werd daarmee nog geen rechterhand van de directeur. Hij had al heel lang een rijbewijs, maar kocht zijn auto pas tegen de tijd dat ik geboren ben. En daarin was hij geen uitzondering. In de vijftiger jaren had nog bijna niemand een auto.
Marjolein wil ook leren rijden en pas na veel zeuren, geeft Rob toe. Rijscholen bestonden blijkbaar nog niet, want ze krijgt les van Rob zelf. En maakt daarbij zoveel fouten, dat het hopeloos lijkt. Dit verhaal is in de eerste persoon geschreven. Marjolein geeft zichzelf dus steeds op haar donder. Met als achterliggende gedachte: ze is een vrouw. Ze zal het nooit leren. Het is ook niks voor een vrouw. Die moet de huishouding doen. Weer even terug naar mijn referentie: mijn oma behaalde haar rijbewijs ook, ergens begin jaren zeventig. Zonder moeite. Bij een rijschool. En ze was heel huishoudelijk bovendien.
Maar dat soort werkelijkheden zijn niet mooi genoeg voor een verhaal. Daarom laat de schrijfster Rob vervolgens eerst een inhalige secretaresse krijgen, die Marjolein jaloers maakt. En dan is Rob zodanig overwerkt, dat hij hoognodig eens op vakantie moet, naar het zonnige zuiden. Op doktersadvies. Over de kosten wordt voor de vorm nog een beetje moeilijk gedaan. Ze gaan met hun eigen autootje kamperen. En voor de kindertjes zal Els zorgen.
De vakantie beslaat meer dan de helft van het boek. En het eindigt, via ouders en schoonmoeder, uiteindelijk weer in de Nutshell. Waar blijkt, dat het thuis toch het allerbeste is. Met de kindertjes, met een gezond-gebruinde Rob, met een zorgzame Els. En met een stralende secretaresse, die samen met de dokter op bezoek komt, om te vertellen, dat ze zich hebben verloofd. Jacqueline blijft in de buurt van Marjolein wonen en ze heeft nog veel te leren op het gebied van de huishouding. Want natuurlijk zal ze geen secretaresse van Rob blijven. Dat wordt niet met zo veel woorden gezegd. Maar zo was het natuurlijk wel. Het blijven ten slotte de jaren vijftig. Of er nog een derde deel is verschenen over Marjolein? Ik ben het nog niet tegengekomen. Want de meisjesboeken-met-Borrebach-illustraties worden schaars. Helaas.
Zoek je iets?
Arja Peters (ps. van Chinny van Erven)
De Wildhof (serie)
De klas van Tina (serie)
Fietsclub 'Krap bij Kas' (serie)
Freddy Hagers (ps. van G. Betlem)
Goud-Elsje (serie)
Hans Borrebach (auteur)
Hans Borrebach (ill.)
Helen Taselaar
Herry Behrens (ill.)
Herson (is ps. van Herry Behrens; ill.)
Ik kan serie
Inge Neeleman (is pseud. van Helen Taselaar)
Jeugdhotel De Witte Hengst (serie)
Kluitman Jeugdserie
Manege Picadero (serie)
Max de Lange-Praamsma
Mien van 't Sant
Netty Koen-Conrad
Prisma boeken (serie)
Rie Reinderhoff (ill.)
Sanne van Havelte
Sneeuwbalserie
Uitgeverij De Eekhoorn
Uitgeverij West-Friesland
Witte Raven Jeugdpockets
Zonne-reeks
Zonnebloem serie
correspondentie
huishoudboeken
meisjesroman
uitgeverij Elsevier
uitgeverij Van Holkema en Warendorf
woninginrichting
Over mij
- Marieke
- Omdat oude boeken nog steeds leuk zijn om te lezen, maar omdat er meer is om over te schrijven. Sinds kort dus naast boeken ook oude spullen met een verhaal.
29 juli 2015
14 juli 2015
ANWB '73
Het is de tweede editie van het ANWB handboek. De eerste editie, ANWB '72, was van mijn geboortejaar en dus nog leuker om te hebben. Maar de uitgave uit 1973 is net zo goed een mooi tijdsbeeld. Vergeeld, dun papier, met een enkele zwart wit foto. Het enige gekleurde zijn de afbeeldingen van de verkeersborden, op de keerzijde van het omslag. Hoe is het mogelijk, dat zulke boekwerken er nog zijn. Dat dit niet is weg gegooid. Ik kocht het afgelopen zaterdag op een kofferbakmarkt voor € 0,50.
Het is een echt handboek, volgens de regels van het bibliotheekvak. Er zit een inhoudsopgave in, een alfabetisch register op trefwoord, gevolgd door ANWB Officieel, waarin wordt omschreven waar de organisatie voor staat. Dan volgen de adressen van de kantoren. Zonder postcode, want die was er toen nog niet. Wel met telefoonnummers. Al wijken die dan in sommige gevallen af van wat nu gangbaar is. Het kengetal van Arnhem was al 085 (in 1995 vervangen door 026), dat van Eindhoven 040 en dat van Tilburg 013. Apeldoorn was 05760, in plaats van 055. Of het toen nog een stuk kleiner was dan nu? Breda had nog 01600 en Den Bosch had nog 04100. Waarom dat nog niet 076 en 073 was? De kengetallen zijn vast gefaseerd gewijzigd. Heel omslachtig, en daarmee ook heel Nederlands. Want waarom zou zoiets in één keer doen, zodat iedereen er tegelijk aan kan wennen?
Na de adresgegevens komt een overzicht van lidmaatschappen, inclusief aanvraagformulier. Een overzicht van ANWB tijdschriften, waarvan Kaartsysteem Verkeersrecht, omschreven als een op trefwoorden gebaseerd documentatiesysteem van de in het tijdschrift Verkeersrecht gepubliceerde artikelen en gerechtelijke uitspraken absoluut de mooiste is. Die definitie had zo in mijn dictaat Praktisch werken met handboeken en naslagwerken gekund, dat ik tussen 1991 en 1994 op de BDI straal van buiten moest leren in het kader van het vak Bronnen.
Er staat iets in over wegenwachthulp, de Hulpbrief en de Directe hulp bij verkeersongevallen. Zo gaat het nog een poosje door, tot halverwege het handboek. Dan volgen korte omschrijvingen van vakantielanden, die je met de auto kunt bezoeken. Alfabetisch geordend, van meest bezocht tot wat zeldzamer. Dus eerst van België tot Zweden, en daarna in het kort Oost-Europa, Azie en Noord-Afrika. Met van elk land de muntsoort, bijzonderheden over het weggennet, eetgelegenheden, hotels. Een soort samenvatting van de reisgidsen die ze ook van elk land afzonderlijk maakten.
Verder staan er nog een paar foto's in. Een vrolijke vader, die de koffers op het imperiaal van zijn nieuwe Fiat 127 zet. Ja, met dat autootje gingen man, vrouw en kinderen vroeger kilometers ver weg. Een afbeelding van een botsing tussen een Volkswagen Transporter en een Citroën Dyane. Er staat uiteraard ook een Volkswagen Kever in. Want die leek iedereen wel te hebben in het begin van de jaren zeventig. En mocht je autopech hebben, dan verscheen de ANWB zelf met een besteleend. Niet te geloven, eigenlijk.
Ik voel mezelf nog niet oud, maar als ik dit doorblader heb ik het gevoel dat ik nog uit de prehistorie stam. Wat is er veel veranderd in die ruim veertig jaar.
Het handboek zou nog tot 2001 blijven bestaan, aldus de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek. Het is niet verder verschenen of onder een andere titel voortgezet. Waarschijnlijk had internet het handboek toen al ingehaald.
De kofferbakmarkt van Apeldoorn wordt elke zaterdag in juli en augustus gehouden, langs het Apeldoorns kanaal. Het is een goed-georganiseerde markt, met gratis entree, uitsluitend voor particulieren. Hier wordt streng op toegezien. Dat maakt 'm heel aangenaam om te bezoeken. Afgelast wordt de markt niet. Met heel warm weer is er gratis water en goede EHBO. En een buitje kan de markt ook prima hebben, omdat de route grotendeels onder bomen door gaat.
Het is een echt handboek, volgens de regels van het bibliotheekvak. Er zit een inhoudsopgave in, een alfabetisch register op trefwoord, gevolgd door ANWB Officieel, waarin wordt omschreven waar de organisatie voor staat. Dan volgen de adressen van de kantoren. Zonder postcode, want die was er toen nog niet. Wel met telefoonnummers. Al wijken die dan in sommige gevallen af van wat nu gangbaar is. Het kengetal van Arnhem was al 085 (in 1995 vervangen door 026), dat van Eindhoven 040 en dat van Tilburg 013. Apeldoorn was 05760, in plaats van 055. Of het toen nog een stuk kleiner was dan nu? Breda had nog 01600 en Den Bosch had nog 04100. Waarom dat nog niet 076 en 073 was? De kengetallen zijn vast gefaseerd gewijzigd. Heel omslachtig, en daarmee ook heel Nederlands. Want waarom zou zoiets in één keer doen, zodat iedereen er tegelijk aan kan wennen?
Na de adresgegevens komt een overzicht van lidmaatschappen, inclusief aanvraagformulier. Een overzicht van ANWB tijdschriften, waarvan Kaartsysteem Verkeersrecht, omschreven als een op trefwoorden gebaseerd documentatiesysteem van de in het tijdschrift Verkeersrecht gepubliceerde artikelen en gerechtelijke uitspraken absoluut de mooiste is. Die definitie had zo in mijn dictaat Praktisch werken met handboeken en naslagwerken gekund, dat ik tussen 1991 en 1994 op de BDI straal van buiten moest leren in het kader van het vak Bronnen.
Er staat iets in over wegenwachthulp, de Hulpbrief en de Directe hulp bij verkeersongevallen. Zo gaat het nog een poosje door, tot halverwege het handboek. Dan volgen korte omschrijvingen van vakantielanden, die je met de auto kunt bezoeken. Alfabetisch geordend, van meest bezocht tot wat zeldzamer. Dus eerst van België tot Zweden, en daarna in het kort Oost-Europa, Azie en Noord-Afrika. Met van elk land de muntsoort, bijzonderheden over het weggennet, eetgelegenheden, hotels. Een soort samenvatting van de reisgidsen die ze ook van elk land afzonderlijk maakten.
Verder staan er nog een paar foto's in. Een vrolijke vader, die de koffers op het imperiaal van zijn nieuwe Fiat 127 zet. Ja, met dat autootje gingen man, vrouw en kinderen vroeger kilometers ver weg. Een afbeelding van een botsing tussen een Volkswagen Transporter en een Citroën Dyane. Er staat uiteraard ook een Volkswagen Kever in. Want die leek iedereen wel te hebben in het begin van de jaren zeventig. En mocht je autopech hebben, dan verscheen de ANWB zelf met een besteleend. Niet te geloven, eigenlijk.
Ik voel mezelf nog niet oud, maar als ik dit doorblader heb ik het gevoel dat ik nog uit de prehistorie stam. Wat is er veel veranderd in die ruim veertig jaar.
Het handboek zou nog tot 2001 blijven bestaan, aldus de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek. Het is niet verder verschenen of onder een andere titel voortgezet. Waarschijnlijk had internet het handboek toen al ingehaald.
De kofferbakmarkt van Apeldoorn wordt elke zaterdag in juli en augustus gehouden, langs het Apeldoorns kanaal. Het is een goed-georganiseerde markt, met gratis entree, uitsluitend voor particulieren. Hier wordt streng op toegezien. Dat maakt 'm heel aangenaam om te bezoeken. Afgelast wordt de markt niet. Met heel warm weer is er gratis water en goede EHBO. En een buitje kan de markt ook prima hebben, omdat de route grotendeels onder bomen door gaat.
Labels:
ANWB,
auto's,
autohandboek,
jaarboeken,
naslagwerk,
reisgidsen
08 juli 2015
Emigrante tegen wil en dank
Het was de bedoeling dat Ilja van de Regt, samen met haar ouders, broers en zusje zou emigreren naar Australië. Maar op de dag van vertrek, ze zitten dan met de familie al in een hotel en het huis is al verlaten, zegt ze dat ze nog een boek van een vriendin thuis heeft liggen, dat ze beslist nog even moet gaan halen. Haar ouders geloven haar, ze mag terug naar huis om het op te halen.
En vervolgens gaat Ilja niet meer terug naar het hotel. Want ze wil helemaal niet emigreren. Om Max van Steenvoort, haar vriend, met wie ze dan nog wel niet verloofd is, maar al wel toekomstplannen heeft. Max heeft immers een goede baan op kantoor, hij is al toegetreden tot de directie, zelfs. En Max wilde, om zijn moeder, niet mee naar Australië. Dus wil Ilja ook niet meer. Dat ze in Nederland achterblijft, daarvan heeft ze niemand op de hoogte gesteld. Ze is nog minderjarig en ziet geen andere uitweg, dan naar tante Suus te gaan. De ongetrouwde zus van haar vader, die op kamers woont in Amsterdam.
Ze krijgt een lift van een zakenman, die haar zijn visitekaartje geeft, voor als ze nog op zoek is naar een baan. Hij brengt haar tot Hilversum. Daar ontmoet ze sergeant Jan Bos, met wie ze direct vriendschap sluit. Zo komt ze uiteindelijk in Amsterdam, waar tante Suus haar met open armen ontvangt. Zonder verwijten. Er wordt een telegram naar de familie De Regt gestuurd, en Ilja kan en mag zo lang bij haar tante blijven wonen, die nu haar voogd wordt. Ilja is nog niet minderjarig.
Ze wordt privé secretaresse van de directeur van Ambomij, de man die haar een dag eerder nog een lift gaf. En haar liefde voor Max bekoelt gedurende het verhaal, als blijkt dat Max zijn hele leven bij elkaar heeft verzonnen, er een vriendin op nahoudt en zijn moeder Ilja verbiedt om nog langer bij hen thuis te komen. Tante Suus sluit vriendschap met Dick, een man uit de korfbalwereld, die ze via haar nicht leert kennen.
Ilja verbreekt zonder veel woorden de vriendschap met Max. Van haar ouders krijgt ze zo af en toe een brief. Ze schrijft zich in voor een spoedcursus tot onderwijzeres, maar ze zakt voor haar examen. Er zijn vriendschappen met vriendinnen. De vriendschap met Jan, die verloofd is met Lies, blijft ook bestaan. Jan gaat ook naar Australië, maar Lies wil niet met hem mee, omdat ze haar ouders niet kan achterlaten. Zo af en toe komt er een brief van haar ouders uit het verre land, die zich langzaam aan aanpassen. Vooral haar moeder heeft het moeilijk. Maar dat komt nog wel het meeste omdat ze haar, Ilja zo mist. Dat zegt ze niet, maar Ilja leest het tussen de regels door.
Het eindigt met een verbroken verloving tussen Lies en Jan, die dan al in Australië zit. Met een getrouwde tante Suus. En op de vriendschappelijke correspondentie met Jan volgt een huwelijksaanzoek. Kom hierheen om voor mij te zorgen en trouw met me, zo schrijft hij haar ten slotte. En dat doet Ilja. Ze laat er de kamers in Amsterdam, die ze na het vertrek van tante Suus voor zichzelf heeft, voor achter. Ze zegt haar kantoorbaan op en dat examen voor onderwijzeres doet ze ook niet meer.
Ze gaat niet met de boot, maar met een emigrantenvliegtuig. Op Schiphol is het een vrolijk afscheid, van haar vrienden, vriendinnen en tante Suus. Zelfs Lies is gekomen. De ex verloofde van Jan, met wie Ilja nu toch gaat trouwen. Want Lies is ook een vriendin geworden. Ze wees haar er zelfs op, dat Jan wat in haar zag. En natuurlijk wordt zo iemand dan je vriendin. In plaats van dat Lies Ilja ervan beschuldigde haar verloofde te hebben ingepalmd. Niks van dat alles.
Uiteindelijk gaan we gewoon toch naar Australië, om voor een man te gaan zorgen. Daar hoeven we dan niet eens zo lang meer over na te denken. De omslagen van Hans Borrebach maken de droomwereld helemaal compleet. Einde, staat er na de laatste alinea met hoofdletters. Alsof we dat nog niet begrepen hadden.
En vervolgens gaat Ilja niet meer terug naar het hotel. Want ze wil helemaal niet emigreren. Om Max van Steenvoort, haar vriend, met wie ze dan nog wel niet verloofd is, maar al wel toekomstplannen heeft. Max heeft immers een goede baan op kantoor, hij is al toegetreden tot de directie, zelfs. En Max wilde, om zijn moeder, niet mee naar Australië. Dus wil Ilja ook niet meer. Dat ze in Nederland achterblijft, daarvan heeft ze niemand op de hoogte gesteld. Ze is nog minderjarig en ziet geen andere uitweg, dan naar tante Suus te gaan. De ongetrouwde zus van haar vader, die op kamers woont in Amsterdam.
Ze krijgt een lift van een zakenman, die haar zijn visitekaartje geeft, voor als ze nog op zoek is naar een baan. Hij brengt haar tot Hilversum. Daar ontmoet ze sergeant Jan Bos, met wie ze direct vriendschap sluit. Zo komt ze uiteindelijk in Amsterdam, waar tante Suus haar met open armen ontvangt. Zonder verwijten. Er wordt een telegram naar de familie De Regt gestuurd, en Ilja kan en mag zo lang bij haar tante blijven wonen, die nu haar voogd wordt. Ilja is nog niet minderjarig.
Ze wordt privé secretaresse van de directeur van Ambomij, de man die haar een dag eerder nog een lift gaf. En haar liefde voor Max bekoelt gedurende het verhaal, als blijkt dat Max zijn hele leven bij elkaar heeft verzonnen, er een vriendin op nahoudt en zijn moeder Ilja verbiedt om nog langer bij hen thuis te komen. Tante Suus sluit vriendschap met Dick, een man uit de korfbalwereld, die ze via haar nicht leert kennen.
Ilja verbreekt zonder veel woorden de vriendschap met Max. Van haar ouders krijgt ze zo af en toe een brief. Ze schrijft zich in voor een spoedcursus tot onderwijzeres, maar ze zakt voor haar examen. Er zijn vriendschappen met vriendinnen. De vriendschap met Jan, die verloofd is met Lies, blijft ook bestaan. Jan gaat ook naar Australië, maar Lies wil niet met hem mee, omdat ze haar ouders niet kan achterlaten. Zo af en toe komt er een brief van haar ouders uit het verre land, die zich langzaam aan aanpassen. Vooral haar moeder heeft het moeilijk. Maar dat komt nog wel het meeste omdat ze haar, Ilja zo mist. Dat zegt ze niet, maar Ilja leest het tussen de regels door.
Het eindigt met een verbroken verloving tussen Lies en Jan, die dan al in Australië zit. Met een getrouwde tante Suus. En op de vriendschappelijke correspondentie met Jan volgt een huwelijksaanzoek. Kom hierheen om voor mij te zorgen en trouw met me, zo schrijft hij haar ten slotte. En dat doet Ilja. Ze laat er de kamers in Amsterdam, die ze na het vertrek van tante Suus voor zichzelf heeft, voor achter. Ze zegt haar kantoorbaan op en dat examen voor onderwijzeres doet ze ook niet meer.
Ze gaat niet met de boot, maar met een emigrantenvliegtuig. Op Schiphol is het een vrolijk afscheid, van haar vrienden, vriendinnen en tante Suus. Zelfs Lies is gekomen. De ex verloofde van Jan, met wie Ilja nu toch gaat trouwen. Want Lies is ook een vriendin geworden. Ze wees haar er zelfs op, dat Jan wat in haar zag. En natuurlijk wordt zo iemand dan je vriendin. In plaats van dat Lies Ilja ervan beschuldigde haar verloofde te hebben ingepalmd. Niks van dat alles.Uiteindelijk gaan we gewoon toch naar Australië, om voor een man te gaan zorgen. Daar hoeven we dan niet eens zo lang meer over na te denken. De omslagen van Hans Borrebach maken de droomwereld helemaal compleet. Einde, staat er na de laatste alinea met hoofdletters. Alsof we dat nog niet begrepen hadden.
15 juni 2015
Taptoe
I
Jeugdsentiment met een hoofdletter J was het, afgelopen zaterdag in de kringloopwinkel van Uden. Drie jaargangen Taptoe, verdeeld over twee banden: 1982 en 1983-1984. Ingebonden in rood kunstleer. Vast ooit eigendom geweest van een basisschool of zo, die het als leesboek aan hun kinderen wilden aanbieden. En precies die drie jaargangen, die ik destijds ook las, als vierde en vijfde klasser. Maar ik las elk los nummer stuk, in die tijd. Ik vrat ze bijna. Een jaargang tijdschriften inbinden, daar had ik als tienjarig meisje nog nooit van gehoord.
Het blad bestaat nog steeds, zo lees ik op Wikipedia, al verschijnt het nu nog maandelijks en richt het zich op adventuregames voor kinderen tussen 8 en 11. Van oorsprong was het bedoeld voor de jonge katholieke kinderen en richtte het zich op de catechisatie. Het weekblaadje voor de Roomse jeugd, herinnerde mijn vader zich nog, toen ik er mee thuis kwam.
Vanaf 1953 werd het dus Taptoe. En het weekblad wat ik dertig jaar later verslond, was niet speciaal katholiek meer. Je kon een abonnement nemen via school, met of zonder het winterboek en zomerboek. Ik heb het een jaar met een jaar zonder gehad.
Nou heb ik het met meer boeken gehad, die ik later nog eens teruglas. Maar daar wist ik het verhaal in grote lijnen nog wel te herinneren, nog voor ik er opnieuw aan begon. Dit keer, bij de Taptoe, wist ik alleen nog maar dat ik precies op 'mijn' jaargangen was gestuit. Maar met dat ik de eerste band opensloeg en aan nummer een begon werd het een groot feestje van o ja.
Ik las in die tijd alles wat los en vast zat, ook als het me niets interesseerde of het me niets zei. Dat je voorkeuren rond je tiende nog 1 op 1 zijn met dat wat je van je ouders meekreeg, wist ik toen nog niet. Nu wel. En is het ook meteen een leuk tijdsbeeld. 'Alles over Dallas'. We keken het thuis nooit. 'Een interview met Peter Schrijvers, de zoon van Piet Schrijvers'. Er ging slechts een vaag belletje rinkelen, toen. Pas tijdens het lezen van het introotje begreep ik, dat het een keeperszoon was. Maar ja, bij ons destijds geen Studio Sport.
De spelletjes, de handwerktips. Informatie over een huisdier of een ander onderwerp dat de jeugd interesseert, met rechts in het kader de SISO aanduiding. De code van de bieb was dat. Dat wist ik toen al wel. Nu begrijp ik, dat dat natuurlijk bedoeld was voor de kindertjes die er meer over wilden weten. Konden ze het zelf verder opzoeken in de bieb. Of kon de meester of juf dat doen.
Een compact disc is er al wel, maar zal de platenspeler nog niet gaan vervangen. Want hij is heel duur en die schijfjes zijn dat ook. Het milieu is erg belangrijk en Toontje Lager en Doe Maar domineren de hitlijsten. Meisjes schrijven nog gewoon brieven en een rubriek als Zelfbedacht werd elke week opnieuw gevuld met zelfgeschreven gedichten en verhaaltjes van kinderen.
Kinderachtig is het allerminst. Het zijn lange zinnen, met best nog wat moeilijke woorden. Waren we toen sneller van begrip? Ik kan me niet herinneren, dat ik van een artikel ooit de strekking niet heb begrepen. Maar ja. Daarvoor was ik ook een boekenwurm. Dat ben ik nog, trouwens. En hoewel ik het al lang niet meer nodig heb: de SISO zit ook nog grotendeels in mijn hoofd.
Jeugdsentiment met een hoofdletter J was het, afgelopen zaterdag in de kringloopwinkel van Uden. Drie jaargangen Taptoe, verdeeld over twee banden: 1982 en 1983-1984. Ingebonden in rood kunstleer. Vast ooit eigendom geweest van een basisschool of zo, die het als leesboek aan hun kinderen wilden aanbieden. En precies die drie jaargangen, die ik destijds ook las, als vierde en vijfde klasser. Maar ik las elk los nummer stuk, in die tijd. Ik vrat ze bijna. Een jaargang tijdschriften inbinden, daar had ik als tienjarig meisje nog nooit van gehoord.
Het blad bestaat nog steeds, zo lees ik op Wikipedia, al verschijnt het nu nog maandelijks en richt het zich op adventuregames voor kinderen tussen 8 en 11. Van oorsprong was het bedoeld voor de jonge katholieke kinderen en richtte het zich op de catechisatie. Het weekblaadje voor de Roomse jeugd, herinnerde mijn vader zich nog, toen ik er mee thuis kwam.
Vanaf 1953 werd het dus Taptoe. En het weekblad wat ik dertig jaar later verslond, was niet speciaal katholiek meer. Je kon een abonnement nemen via school, met of zonder het winterboek en zomerboek. Ik heb het een jaar met een jaar zonder gehad.
Nou heb ik het met meer boeken gehad, die ik later nog eens teruglas. Maar daar wist ik het verhaal in grote lijnen nog wel te herinneren, nog voor ik er opnieuw aan begon. Dit keer, bij de Taptoe, wist ik alleen nog maar dat ik precies op 'mijn' jaargangen was gestuit. Maar met dat ik de eerste band opensloeg en aan nummer een begon werd het een groot feestje van o ja.
Ik las in die tijd alles wat los en vast zat, ook als het me niets interesseerde of het me niets zei. Dat je voorkeuren rond je tiende nog 1 op 1 zijn met dat wat je van je ouders meekreeg, wist ik toen nog niet. Nu wel. En is het ook meteen een leuk tijdsbeeld. 'Alles over Dallas'. We keken het thuis nooit. 'Een interview met Peter Schrijvers, de zoon van Piet Schrijvers'. Er ging slechts een vaag belletje rinkelen, toen. Pas tijdens het lezen van het introotje begreep ik, dat het een keeperszoon was. Maar ja, bij ons destijds geen Studio Sport.
De spelletjes, de handwerktips. Informatie over een huisdier of een ander onderwerp dat de jeugd interesseert, met rechts in het kader de SISO aanduiding. De code van de bieb was dat. Dat wist ik toen al wel. Nu begrijp ik, dat dat natuurlijk bedoeld was voor de kindertjes die er meer over wilden weten. Konden ze het zelf verder opzoeken in de bieb. Of kon de meester of juf dat doen.
Een compact disc is er al wel, maar zal de platenspeler nog niet gaan vervangen. Want hij is heel duur en die schijfjes zijn dat ook. Het milieu is erg belangrijk en Toontje Lager en Doe Maar domineren de hitlijsten. Meisjes schrijven nog gewoon brieven en een rubriek als Zelfbedacht werd elke week opnieuw gevuld met zelfgeschreven gedichten en verhaaltjes van kinderen.
Kinderachtig is het allerminst. Het zijn lange zinnen, met best nog wat moeilijke woorden. Waren we toen sneller van begrip? Ik kan me niet herinneren, dat ik van een artikel ooit de strekking niet heb begrepen. Maar ja. Daarvoor was ik ook een boekenwurm. Dat ben ik nog, trouwens. En hoewel ik het al lang niet meer nodig heb: de SISO zit ook nog grotendeels in mijn hoofd.
Labels:
jeugdtijdschriften,
Taptoe,
tijdschriften,
uitgeverij Malmberg
07 juni 2015
Het begon in een stortbui
...en vanuit de rustige saaiheid van haar koude werkende-vrouw-bestaantje liet ze zich wegglijden in de onrust en de warme koestering van twee grote resolute armen. Een van de laatste zinnen van 'Het begon in een stortbui'. Ze, de werkende vrouw, is Wil, een derde kandidaat notaris, werkzaam op een notariskantoor. Ze huurt een kamer bij een hospita. En die armen, waar ze na een korte aarzeling voorgoed in verdwijnt, zijn van Pieter Bommel, de jonge directeur van de lijstenfabriek.
Eerder die de hebben ze samen de bruiloft bij gewoond van Wil's nichtje Dia, die met de apotheker Roel van Dieren Huybers is getrouwd. Maar echt leren kennen deden Wil en Pieter elkaar drie jaar eerder, aan het strand nabij Leiden.
Toen Pieter met zijn vader en zijn tante Alida een huisje had gehuurd in de buurt van De Noodlanding, het huisje waar Wil en Dia verbleven. Pa Bommel was een zakenpartner van de vader van Dia. En 'tantaalida' zou Pieter en Dia zo graag samen zien. Maar Dia, die pas ernstig ziek is geweest, moet niets hem hebben. En vraagt de loopjongen van de apotheek of hij niet als nepverloofde wil fungeren.
Dominante tantaalida die een aanbidder heeft en onder invloed van de liefde zichtbaar veranderd. De loopjongen van de apotheek die student farmacie blijkt te zijn en werkelijk om Dia geeft. Pieter die maar moeilijk onder het juk van zijn tante uit kan komen. En wil die verliefd op hem wordt.
Drie jaar later blijkt pa Bommel overleden, Pieter directeur, Dia's vader met succes een eigen zaak te zijn begonnen, Roel de apotheek van zijn oom over te hebben genomen. Dia's ouders verhuisd, tantaalida getrouwd en moeder, Wil's moeder hertrouwd. En ten slotte nog Wil samen met Pietje.
Het is een wat al te happy end van een vacantieromannetje, zoals de ondertitel luidt. Het verhaal las als een vrolijke kluch, met veel misverstanden. Luchtiger als die serie boeken die Spanje van Havelte schreef. Maar op het eind wordt het melig en veel te toevallig. Alsof alle twijfel er in een paar alinea's nog uit moest zijn. Zodat er geen enkele vraag meer onbeantwoord bleef.
Eerder die de hebben ze samen de bruiloft bij gewoond van Wil's nichtje Dia, die met de apotheker Roel van Dieren Huybers is getrouwd. Maar echt leren kennen deden Wil en Pieter elkaar drie jaar eerder, aan het strand nabij Leiden.
Toen Pieter met zijn vader en zijn tante Alida een huisje had gehuurd in de buurt van De Noodlanding, het huisje waar Wil en Dia verbleven. Pa Bommel was een zakenpartner van de vader van Dia. En 'tantaalida' zou Pieter en Dia zo graag samen zien. Maar Dia, die pas ernstig ziek is geweest, moet niets hem hebben. En vraagt de loopjongen van de apotheek of hij niet als nepverloofde wil fungeren.
Dominante tantaalida die een aanbidder heeft en onder invloed van de liefde zichtbaar veranderd. De loopjongen van de apotheek die student farmacie blijkt te zijn en werkelijk om Dia geeft. Pieter die maar moeilijk onder het juk van zijn tante uit kan komen. En wil die verliefd op hem wordt.
Drie jaar later blijkt pa Bommel overleden, Pieter directeur, Dia's vader met succes een eigen zaak te zijn begonnen, Roel de apotheek van zijn oom over te hebben genomen. Dia's ouders verhuisd, tantaalida getrouwd en moeder, Wil's moeder hertrouwd. En ten slotte nog Wil samen met Pietje.
Het is een wat al te happy end van een vacantieromannetje, zoals de ondertitel luidt. Het verhaal las als een vrolijke kluch, met veel misverstanden. Luchtiger als die serie boeken die Spanje van Havelte schreef. Maar op het eind wordt het melig en veel te toevallig. Alsof alle twijfel er in een paar alinea's nog uit moest zijn. Zodat er geen enkele vraag meer onbeantwoord bleef.
25 mei 2015
Lenny, waarom?
De pocket editie heeft niet eens een aanschafdatum, maar het moet ergens in het voorjaar van 1995 geweest zijn, dat het in mijn bezit kwam. Twintig jaar later, op een ouderwets gezellige vrijmarkt in Tilburg voor een al net zo'n ouderwets prinsje scoorde ik dus gisteren de tweede druk. Die een stuk ouder blijkt dan ik dacht, gezien de spelling van de vacantie op de Friesche boerderij die zoo genoeglijk is. 1946, aldus de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek. Deze tweede druk is zowel met illustraties van Hans Borrebach als van G. van Straaten, zo staat er verder. En al meldt de omslag het met i-e, Freddy is toch echt met een y.
G. is van Gerard, de oudere broer van Peter van Straaten, die in dienst was van Kluitman en vooral bekend werd van zijn Kameleon illustraties. Maar ik spaar de Borrebach edities en die scoorde ik dan gisteren dus ook. Deze editie speelt zich echt in de oorlog af. Er is verwondering over het vele eten op het platteland, angst voor bombardementen vanuit de lucht en de noodzaak tot verduisteren. Lenny kan niet op vakantie naar Zeeland en mag om de oorlog ook al niet naar Brussel. Er is angst om elkaar lang niet te zien. Details die in de pocket editie uit de jaren zestig allemaal zijn weg gelaten. Omdat de meisjes van toen het inmiddels niet meer hadden mee gemaakt.
Het verhaal zelf is overigens vlug verteld. Lenny is tandarts assistente en gaat met haar vriendin Rein naar haar familie in Friesland. Rein wordt er verliefd op de hoofdknecht Piebe. En Lenny realiseert zich daar, dat ze van haar tandarts houdt. En verder is er veel omschrijving van het eenvoudige leven op het land en de liefde van den boer voor diens grond, zijn akkers, zijn golvende graanvelden, de wijde, wijde vergezichten en... zijn arbeid, dien zij leeren hoogachten en eerbiedigen.
Zo eindigt de proloog van de tweede druk. Op de achterflap tekst is dat gewijzigd in: waarom probeert Lenny zich in deze voor haar zo vreemde omgeving te begraven? Lenny is een Haags meisje. Die moesten in de jaren veertig nog met hun neus op de feiten worden gedrukt dat het leven niet overal hetzelfde was. En dat de stad echt niet beter was dan het platteland. Van die moraal is twintig jaar later niets meer over. En ja, het komt goed, tussen Lenny en haar tandarts Remko. In beide edities. De romantiek die bleef.
G. is van Gerard, de oudere broer van Peter van Straaten, die in dienst was van Kluitman en vooral bekend werd van zijn Kameleon illustraties. Maar ik spaar de Borrebach edities en die scoorde ik dan gisteren dus ook. Deze editie speelt zich echt in de oorlog af. Er is verwondering over het vele eten op het platteland, angst voor bombardementen vanuit de lucht en de noodzaak tot verduisteren. Lenny kan niet op vakantie naar Zeeland en mag om de oorlog ook al niet naar Brussel. Er is angst om elkaar lang niet te zien. Details die in de pocket editie uit de jaren zestig allemaal zijn weg gelaten. Omdat de meisjes van toen het inmiddels niet meer hadden mee gemaakt.
Het verhaal zelf is overigens vlug verteld. Lenny is tandarts assistente en gaat met haar vriendin Rein naar haar familie in Friesland. Rein wordt er verliefd op de hoofdknecht Piebe. En Lenny realiseert zich daar, dat ze van haar tandarts houdt. En verder is er veel omschrijving van het eenvoudige leven op het land en de liefde van den boer voor diens grond, zijn akkers, zijn golvende graanvelden, de wijde, wijde vergezichten en... zijn arbeid, dien zij leeren hoogachten en eerbiedigen.
Zo eindigt de proloog van de tweede druk. Op de achterflap tekst is dat gewijzigd in: waarom probeert Lenny zich in deze voor haar zo vreemde omgeving te begraven? Lenny is een Haags meisje. Die moesten in de jaren veertig nog met hun neus op de feiten worden gedrukt dat het leven niet overal hetzelfde was. En dat de stad echt niet beter was dan het platteland. Van die moraal is twintig jaar later niets meer over. En ja, het komt goed, tussen Lenny en haar tandarts Remko. In beide edities. De romantiek die bleef.
11 mei 2015
Een paard brengt geluk
Katinka is de dochter van de eigenaar van Jeugdhotel De Witte Hengst. Haar broer werkt daar als volledige kracht, maar zij vindt het leuker om haar vader in het hotel te gaan helpen, wat tevens zijn eigendom is. Daarom gaat ze in september ‘hotelmanagement’ studeren. Wat dat dan ook mag zijn. Het verhaal speelt zich af omstreeks 1990. Bedoeld werd waarschijnlijk een opleiding aan de Nationale Hogeschool voor Toerisme en Verkeer, of de Hogere Hotelschool. Dat had Helen Taselaar best even specifiek mogen benoemen. Enfin.
De dochter van meneer Bianchi dus, is na haar eindexamen (HAVO? VWO? MAVO misschien?) bij wijze van werkvakantie naar een ranch geweest in Texas, waar haar pa connecties had. En daar leerde ze, behalve veel paarden en buitenlandse vrienden, ook de onuitstaanbare Scott Howard kennen. Maar nu zit ze in het vliegtuig, op weg terug naar Nederland. En ze wil hem nooit meer zien.
Zo zijn we eigenlijk na de eerste paar pagina’s al halverwege een typisch Taselaar verhaal, dat verder ook alleen maar bekende ingrediënten heeft. Want Scott kan Kathinka niet vergeten en gaat haar in Nederland opzoeken. Hij treft haar aan als vakantiemedewerker in het winkeltje van de Witte Hengst. Zelf gaat hij er David Freling vervangen, die door een ongeluk tijdelijk uitgeschakeld is. Ze kan hem nog steeds niet uitstaan, al doet Scott nog zo zijn best om te bewijzen, dat hij niet dat verwaande ventje is, waar ze hem voor blijft uitmaken.
Het keerpunt komt, wanneer Rory, haar paard, ziek wordt en Scott er bij blijft waken, gedurende de nacht. Pas dan ziet ze in, dat ze zich heeft vergist. En beseft ze, dat ze van hem houdt. En dan gaat het snel. Niks studie hotelmanagement, niks assistentie van vader, niks in het winkeltje van de Witte Hengst meer. Het wordt direct Amerika, want ze kan Scott niet meer missen. Hij wil er zijn eigen range gaan beginnen. En het eerste kapitaal is er al. De opbrengst uit de verkoop van zijn Porsche.
Juist ja. Hoeveel geld zal dat, omgerekend, zijn geweest, vijfentwintig jaar geleden? Tienduizend euro, hooguit? Voor het opstarten van een range is wel wat meer nodig. Droom dus maar lekker verder. Een vervolgopleiding, het familiebedrijf, een baantje, vriendschappen, het is allemaal niet meer van belang, zolang De Man er niet is. Dus geven we, als achttienjarige, gewoon alles op wat we hebben en reizen we de ware achterna.
Abonneren op:
Posts (Atom)






