Posts tonen met het label Leni Saris. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Leni Saris. Alle posts tonen

21 februari 2019

De meisjesboekenscriptie

Ooit zouden we nog eens een onderzoek doen naar de jaren vijftig, de positie van de vrouw en in welke mate het meisjesboek daar een goede afspiegeling van was. Over dat voornemen, dat ik samen met een toenmalige vriendin had, heb ik al vaker geschreven.

Als studenten aan de bibliotheekopleiding hielden we onze verzameling allebei al op een kaartsysteem bij. Uiteraard vaktechnisch zo goed mogelijk. Voor dat onderzoek, dat we ooit wilden gaan doen, begonnen we onze verzamelingen meisjesboeken uit te breiden met allerlei andere boeken voor vrouwen uit die tijd. Etiquette, kookboeken, hobbyboeken, enzovoort. Zo wilden we een beter beeld krijgen van waar we naar zochten. Op de keerzijde van de cataloguskaartjes begonnen we, zodra we een boek hadden gelezen, te noteren wat de gezinssamenstelling was en hoe de andere personen in het boek zich daartoe verhielden. We plakten gekleurde stickers op de bovenkant voor een beter overzicht. En we bespraken de boeken die we gelezen hadden. Onder veel gelach uiteraard. 

Toch waren we het serieus van plan. Maar de vriendschap verwaterde. Mijn verzameling groeide veel harder dan ik het lezen kon. Dat kaartsysteem bijhouden werd vermoeiend. Bovendien werd het allemaal veel te omvangrijk. Ik deed nog een poging het kaartsysteem in te voeren in Microsoft Access, totdat de vrees van analoog naar digitaal weer eens waarheid werd. Een foutmelding, geen andere keus dan er op klikken en boem, alles in een keer weg. Ik was zo ongeveer halverwege het overzetten van mijn kaartcatalogus. Na nog een paar jaar gooide ik m weg. Inmiddels al lang niet meer bijgewerkt. En dat voornemen van die meisjesboekenscriptie, dat zette ik voorgoed uit mijn hoofd. 

Op zoek naar inspiratie voor een nieuwe blogpost - het is even geleden, ik geef het toe - stuitte ik onlangs ineens op onze scriptie. Of onze... er is iemand geweest, die dezelfde belangstelling had als wij en er op wilde afstuderen. Yolanda Haan Leinenga schreef 'm, in juni 2017. Een masterscriptie in het kader van de master Neerlandistiek. De scriptie is gewoon te downloaden als PDF. Dat heb ik dus gedaan. En uitgeprint ook, om m vervolgens te gaan lezen. En te gaan strepen, met een markeerstift. Erg, erg leuk. Wat had ik dit graag ook gedaan. 

Eerst zijn er een aantal kenmerken over het meisjesboek en de vrouw in die tijd. Vervolgens toetst ze die kenmerken aan de hand van tien meisjesboeken. Veel er van heb ik zelf ook gelezen en deels besproken in dit blog. Of anders ken ik op zijn minst de schrijver. Het zijn werken van Hans Borrebach, Netty Koen-Conrad en Leni Saris. Madeleine erft een kostschool, om precies te zijn. Anders is niet altijd beter. Het recht van de ander. Zeg jij t maar Marjolein. Als je 1000 weken bent. Goud-Elsje verlooft zich. Mieke... de vrije vogel laat zich niet vangen. Toen kwam jij, Annemarie. Pam krijgt een vader en, tot slot, Vlinder in het net. 

Ik heb een tweede uitdraai van de scriptie gemaakt. Nu enkelzijdig bedrukt. Die vellen heb ik in een A4 schrift geplakt. Om te bewaren. Ik had nog nooit eerder van deze scriptie gehoord en de samenstelster er van kent ook mijn blog nog niet. Wie weet komt dat er alsnog wel van, nu ik er aandacht aan besteed. Ik zou graag eens met haar van gedachten wisselen over 'onze' hobby. 

17 oktober 2016

Waar ben ik thuis?

Dit is geen meisjesboek, dit is een sprookje. Er zitten veel te veel toevalligheden in, om het nog een roman te laten zijn. In talloze boeken uit die tijd zitten dingen die eigenlijk niet kunnen, maar dit verhaal is wel heel erg.

De hoofdstukken hebben elk een titel, het eerste heet 'Lompenlotje.' Charlot is daar een meisje van een jaar of tien. Haar vader heeft een winkel in tweedehands kleding en stoffen, vandaar dat 'lompen'. Haar moeder is overleden, vader is hertrouwd. Daarna zijn er nog drie kinderen geboren. Uit het eerste huwelijk kwam ook nog een zoon voort. George is dus een volle broer van Charlot en hij deugt niet. Charlot is een droomster, die zich niet thuis voelt in het milieu van haar vader. En haar stiefmoeder haat haar. Dat is wederzijds. Dan leert Charlot een schilder kennen. Tot zo ver hoofdstuk 1.

Hoofdstuk 2 heet 'Charlot'. Ze is inmiddels een meisje van een jaar of negentien en woont al geruime tijd bij de schilder en zijn vrouw. De schilder is geen schilder, maar eigenaar van een grote rederij. Ze zijn verhuisd naar een plaats dicht bij de haven. Ver weg van de achterbuurt waar Charlot vandaan komt. Zo af en toe bezoekt ze haar echte ouders. George begint thuis steeds minder te deugen. Nu zijn er ook aanwijzingen dat hij steelt.

In de daarop volgende hoofdstukken gaat Charlot met haar pleegouders naar Afrika, war een zus van haar pleegmoeder woont. Ze is getrouwd met een eigenaar van enorme hoeveelheden grond. Misschien wel de machtigste man van het hele land. En ze heeft een zoon, Peter. Natuurlijk wordt het wat tussen Charlot en Peter.

Maar eenmaal in Nederland blijkt haar broer George totaal uit de bocht gevlogen en in een heropvoedings inrichting te zijn beland. Dat past niet bij Peter Hertorius en al zijn grond. Charlot wil ook niet meer bij haar pleegouders wonen en zoekt een baan als kinderverzorgster. Maar Peter laat het er niet bij zitten.

Charlot en Peter worden het opnieuw samen eens, Charlot gaat terug naar haar pleegouders en ook met haar eigen ouders herstelt ze het contact. George mag mee naar Zuid Afrika, zodra zijn heropvoeding er op zit. Diezelfde George maakte haar een paar jaar eerder het leven nog zuur. Maar ja, Charlot heeft De Liefde met Het Grote Geld leren kennen en dan wordt alles anders. Zelfs voor haar biologische ouders. Die kunnen een goedlopende textielzaak overnemen. Met geld van Peter en zijn ouders,

Haar stiefmoeder, die niet wist wat ze met haar aan moest, vergaf ze al veel eerder. Haar vader, die haar tien jaar bij oma achterliet voor haar opvoeding, heeft ze ook al vergeven voordat het hoofdstuk 3 wordt. Tja.

Meisjes uit een armoedige buurt komen niet zo maar een schilder tegen. Schilders zijn ook niet tegelijkertijd directeur van een rederij. Directeuren van een rederij adopteren niet in enkele zinnen een kind, zonder tussenkomst van een bevoegde instantie. Ouders van een rijke zoon willen niet per se een meisje uit een achterbuurt als schoondochter. En mensen uit een achterbuurt hebben ook nog wel iets van trots.

Het staat er allemaal niet in. Zoals ik al zei, dit is een sprookje. En in sprookjes kan nu eenmaal alles. Zeker als ze afkomstig zijn van Nederlands bekendste veelschrijfster. Geïllustreerd door Hans Borrebach, uitgegeven door West-Friesland. Zowel in Zonne-reeks als in Witte Raven.