Puck werkt bij rubberfabriek Patria, in Den Haag. Het is er saai en het gebouw is oud. Puck, die secretaresse is, zou willen dat er iets bijzonders gebeurde. En wordt op haar wenken bediend. De secretaresse van de beide directeuren, vader en zoon Verhaar, is ziek geworden. Net nu er een zakenreis naar Londen op het programma staat. Dan moet Puck maar mee, op het allerlaatste moment. Roef, roef , kantoorvoorraad en typemachine mee, in een taxi van de zaak naar huis, gauw spullen inpakken, vlug naar Hoek van Holland, waar de taxi nog een lekke band krijgt en razendsnel de boot op. Daar treft ze haar beide directeuren. De vader een gemoedelijke gezellige oude heer, de zoon een onsympathiek individu, goed in tennis, maar ongenaakbaar. En eigenlijk weet je het dan al.
Eerst ontstaat er vriendschap op de boot, waar Puck ook kennismaakt met ene Jules Limette, die - hoe toevallig - werkzaam blijkt bij een van de Engelse rubberfirma's waar Puck met haar directeuren naar toe gaat. En dan wordt je als lezer even op het verkeerde been gezet. Wie zal het worden? Jules of de jonge directeur, Max Verhaar? Puck moet hard werken en wordt gewantrouwd, aangezien ze zo maar is meegekomen en niet de 'echte' secretaresse is. Maar ze is accuraat, heeft haar 'vijfjarige met glans doorlopen' en volgt Engelse handelscorrespondentie, waar ze binnenkort examen voor moet doen.
In het hotel schuift de jonge directeur haar een paar Engelse ponden toe, om haar onkosten mee te voldoen. Puck gaat er mee op pad en sluit prompt vriendschap met een meisje wat ze in de stad tegenkomt. Ze mag er zelfs komen logeren in het weekend. En Max Verhaar, die eigenlijk met de trein naar Brighton wilde gaan, weet Puck te overhalen, mee te gaan. Incognito, als een vriend, niet als haar baas. Dan volgt een weinig relevant verhaal over een feest en een avontuur in de Engelse buitenlucht, een optreden met zang en gitaar van Puck en Max en vervolgens de terugtocht naar Nederland.
Waar alles al snel weer is zoals het was. Of toch niet? Want Puck heeft niet alleen vriendschap gesloten met May, ze is in dat ene weekend ook nog eens verliefd geworden op Max. Het levert haar een onduidelijke ruzie met haar ouders op, die verder nergens in het verhaal een rol spelen. En dan blijkt zijn secretaresse toch zieker dan gedacht, zodat Puck nog wat langer voor de jonge directeur moet werken. Iets, wat haar niet makkelijk afgaat. Ze besluit te solliciteren naar een andere baan en komt terecht bij de PTT, waar - alweer heel toevallig - de man van een oud collegaatje van Patria blijkt te werken. Er volgt nog een onduidelijke vriendschap met Han, een jonge mannelijke collega. Misschien wel alweer bedoeld om je als lezer op het verkeerde been te zetten.
Lang werkt Puck niet bij de PTT, een paar weken maar. Dan zoekt de oude meneer Verhaar haar op en vertelt, dat hij uit het bedrijf is gestapt en met pensioen gaat. Hij emigreert naar Zuid Frankrijk, waar hij een secretaresse / chauffeuse / typiste / gezelschapsdame voor zoekt en dat mag opnieuw Puck zijn. Want hij heeft vele secretaresses gezien, zoals Puck waren ze nooit. Waarmee een flink aantal pagina's zonnige zuiden gevuld kunnen worden. Na Londen, een promotie en een andere baan ook nog een baan in Frankrijk. Het kan niet op. Het eindigt met een bezoek van Max, die ze van het vliegveld moet gaan halen. En zijn aanzoek aan haar. Wat er precies met Jules en Han verder is gebeurd, wordt niet duidelijk. Ja, Puck wilde de maan, als het om de liefde gaat. En die heeft ze gekregen. In de vorm van haar voor haar ouders zo onbereikbare directeur.
Ook dit is wel een beetje veel verhaal voor één deel. Als ik Hella Jansonius was geweest, had ik dit over twee of drie delen uitgesmeerd. Hoe Puck bij Patria kwam, de reis naar Londen en ten slotte die naar Frankrijk.
Zoek je iets?
Arja Peters (ps. van Chinny van Erven)
De Wildhof (serie)
De klas van Tina (serie)
Fietsclub 'Krap bij Kas' (serie)
Freddy Hagers (ps. van G. Betlem)
Goud-Elsje (serie)
Hans Borrebach (auteur)
Hans Borrebach (ill.)
Helen Taselaar
Herry Behrens (ill.)
Herson (is ps. van Herry Behrens; ill.)
Ik kan serie
Inge Neeleman (is pseud. van Helen Taselaar)
Jeugdhotel De Witte Hengst (serie)
Kluitman Jeugdserie
Manege Picadero (serie)
Max de Lange-Praamsma
Mien van 't Sant
Netty Koen-Conrad
Prisma boeken (serie)
Rie Reinderhoff (ill.)
Sanne van Havelte
Sneeuwbalserie
Uitgeverij De Eekhoorn
Uitgeverij West-Friesland
Witte Raven Jeugdpockets
Zonne-reeks
Zonnebloem serie
correspondentie
huishoudboeken
meisjesroman
uitgeverij Elsevier
uitgeverij Van Holkema en Warendorf
woninginrichting
Over mij
- Marieke
- Omdat oude boeken nog steeds leuk zijn om te lezen, maar omdat er meer is om over te schrijven. Sinds kort dus naast boeken ook oude spullen met een verhaal.
18 juli 2013
06 juli 2013
Moderne dansen voor iedereen
Hij was zelf een professioneel stijldanser. Later ging hij er les in geven en begon hij zijn eigen orkest. Dat hij er ook boeken over heeft geschreven, heb ik lang niet geweten. Toen ik er een tegenkwam in de Hobby-serie, vertaald en wel, heb ik het dan ook meteen gekocht.Victor Silvester, dus. Ik bezit ook een paar stijldansplaten. Eén er van begint met aftellen. Daar hoor je hem zeggen: slow, slow, quick-quick slow, en dan begint de muziek. Tadie, diedie, diediediedie... zoiets moet je horen, dat kun je niet opschrijven. Ik heb een paar platen uit de jaren zestig en zeventig, maar de muziek is waarschijnlijk veel ouder. Misschien nog wel van voor de oorlog.
Dit boek zal uit de jaren vijftig zijn. Het is één van de eerste uitgaven in de Hobby serie, want op de keerzijde van de titelpagina staat: In de Hobby-serie verschijnen verder:, waarna er een bescheiden lijstje volgt. Dat betekent dus, dat ze nog niet zijn verschenen, maar zullen verschijnen. Op diezelfde pagina een biootje van de auteur, gevolgd door onvervalste reclame: VICTOR SILVESTER Winnaar van het Wereldkampioenschap Dansen, Voorzitter van de 'Imperial Society of Teachers of Dancing Incorporated', Leider van het Victor Silvester Ballroom Orchestra, treedt regelmatig op voor de Britse Radio-omroep (B.B.C.) speelt uitsluitend op Columbia grammofoonplaten.
Geweldig. En dan moet het boek dus nog beginnen. Het bestaat uit twee delen en eindigt met Het boek eindigt met opnieuw reclame. Een keuze uit het platenrepertoire van Victor Silvester. Deel I, Hoofdzakelijk voor beginners, bevat een algemene instructie over de lichaamsdansen, de benamingen die gebruikt worden om de richting in de zaal aan te geven en de wijze hoe de schematische voorstellingen te lezen. Ten slotte volgt de uitleg van de eerste, meest eenvoudige dans: de Engelse Wals. Ik heb zelf jaren op dansles gezeten en was van huis uit al voorzien van een goed muzikaal gehoor, maar ik weet nog goed, dat er genoeg leerlingen waren, die deze dans al moeilijk genoeg vonden, om datzelfde ritme.
In het tweede deel, Voor diegenen, die niet langer beginners zijn, volgt de Meer gevorderde techniek. En daarna opnieuw de Engelse wals, gevolgd door de Slow foxtrot, Quick step, Tango, Rumba, Mambo, Samba, Weense wals en Rock and roll. Er tussen in zit nog een hoofdstuk Dansen op 'slow' en 'quick' ritme. Want stijldansplaten geven over het algemeen wel het juiste ritme aan, wie wil dansen op populaire muziek, zal zijn passen meestal wat moeten versnellen, of soms vertragen om in het ritme te kunnen blijven. Deze dingen weet ik, doordat ik jaren les heb gehad. En geoefend heb. Een goede partner heb gehad en dito dansleraar.
Ik heb er een levenslange voorkeur voor stijldansmuziek aan over gehouden. Niet de Engelse, maar de Duitse. Max Greger, de frivole saxofonist / orkestleider en Hugo Strasser, de klarinettist / orkestleider, die het 'im strikten Tanzrhythmus' hield. Of beide mannen boeken over stijldansen hebben geschreven, geloof ik niet. En Victor Silvester had het misschien ook beter niet kunnen doen. Want stijldansen is leuk, heel leuk, nog steeds. Maar het is wel iets dat je leert door het te doen, door te kijken en te luisteren. Niet door er een boekje met schematische voorstellingen over te lezen.
Zelf kreeg ik ruim dertig jaar na dit boekje pas dansles. Toen was de onderverdeling gemaakt in Standaard Dansen en Latijns Amerikaanse Dansen. Dat was allebei modern. In de Standaard Dansen zaten Quick Step, Engelse Wals, Tango en Slow Foxtrot. Een Weense wals hoorde er ook bij, maar die leerde je van elkaar, niet van de leraar. Tot de Latijns Amerikaanse Dansen behoorden, naast Rumba en Samba, ook Chachacha, Paso Doble en Jive. Dat laatste was dan weer een gematigde variant van Rock and Roll. Rock and Roll was een aparte cursus. Net als Mambo, die samen met Merengue en Salsa werd aangeboden. En dan was er nog een cursus oude dansen, waar je de Veleta kon leren en de Polka.
Over dat alles gaat dit boek niet. Ook niet over dansles, of over 'afdansen' voor een diploma, waarmee je een niveau hoger uit kwam. Brons, Zilver, Zilverster, Goud, Goudster en Topklasse. Over dat alles heb ik een ander boek. Dat bevat veel plaatjes en geen enkel schema. Dat is voor de liefhebber van stijldansen. Uitgegeven door een Nederlandse stijldans-organisatie. Daarover een andere keer meer.
Moderne dansen voor iedereen verscheen oorspronkelijk onder de titel: Modern Ballroom dancing.
23 juni 2013
Weerziens op Manege Picadero
Ymke heeft een nichtje, Sigrid. En ze heeft een buurman, Tom van Gelder. De een heeft pas haar verloving zien stranden, de ander is een jonge weduwnaar. Ze vinden elkaar aardig en na de nodige misverstanden, waarbij er ook nu weer een vrouw ten tonele moet komen om de jaloezie wat aan te wakkeren, vallen ze elkaar dolgelukkig in de armen. En o ja, er komt natuurlijk ook een leuk huis uit de lucht vallen, waar het trouwlustige stel direct in kan.
Waarmee in een notendop het zesde deel over Manege Picadero is verteld. Veel meer is het niet. Nou ja, Ymke en Erwin hebben inmiddels een dochter, Nienke. Een naam die Helen Taselaar ook als hoofdpersoon van een ander verhaal zou gaan gebruiken. En het misverstand baseert zich deze keer op een echtgenote die niet meer in leven is en een zus, die voor een vriendin wordt aangezien. Ook dat heeft de schrijfster later nog een keer als motief voor de ruzie en het onbegrip gebruikt.
En dan is er nog Thijs, de aangenomen zoon van Erwin en Ymke, zestien jaar en in het bezit van de brommer. We zitten midden in de jaren tachtig en de kermis in het dorp wordt nog als een hoogtepunt gezien, waar zowel zestien jarigen als de hoofdpersoon, die slechts een paar jaar ouder is, meer dan genoeg leuks aan beleven. Een spookhuis, poffertjes, een geïmproviseerd terras en een paar grijpautomaten, waarmee je een horloge kunt scoren. Jongens van zestien die nog aan blikgooien met ballen doen, en er een pluchen beest mee winnen.
Er is een romantisch etentje in een restaurant met de veelzeggende titel Plaszicht. In datzelfde restaurant zullen Sigrid en Tom hun trouwreceptie ook houden. De wat norse, afwezige bioloog / schrijver wordt gaandeweg het verhaal steeds menselijker en blijkt zelfs zonder de nodige papieren een baan als leraar biologie aan een school te kunnen krijgen. Een baan die zo maar uit de lucht komt vallen, waarschijnlijk opgevoerd om het allemaal wat minder zweverig te maken. Sigrid is doktersassistente, wat Ymke ook was, voor ze trouwde. En ook hier is weer een grote hond, als gezelschap. En nog een zoontje uit het eerste huwelijk ook. Die natuurlijk zonder problemen meteen bij zijn vader en zijn nieuwe vrouw kan komen wonen. Want nee, daar heb je absoluut geen problemen mee, als vrouw van net twintig. Stel je voor.
Verhaal met veel dialoog, maar zonder verrassingselement: sterke rolpatronen, vooroordeel-bevestigend: uiteraard gemakkelijk leesbaar; vrij weinig verbindingspunten met situaties van meisjes in deze tijd, aldus de recensie. En dat klopt. Er is inderdaad weinig verrassends aan. Maar dat maakt het nou juist zo makkelijk leesbaar. Een vóórdeel. Zeker voor die meisjes in deze tijd, ook al zijn er dan vrij weinig verbindingspunten. Dat is die meisjes worst geweest. Ze wisten niet eens wat dat waren, verbindingspunten. Ze vonden het alleen maar heel leuk om over later te dromen. Ook al strookte het later van de schrijfster dan niet met de werkelijkheid. Meisjes waren toen al intelligent genoeg, om te weten dat het leven in boeken altijd goed kwam, en in het echte leven niet altijd.
Je vraagt je af, of die recensenten zelf kinderen hadden. Of ze zelf wel ooit jong waren geweest. Jong genoeg om zich in de leefwereld van meisjes te kunnen verplaatsen. Dan zouden ze hebben geweten dat het boek inderdaad niet verantwoord was, maar wel heel populair. Zoals alle verhalen uit deze serie dat waren.
Waarmee in een notendop het zesde deel over Manege Picadero is verteld. Veel meer is het niet. Nou ja, Ymke en Erwin hebben inmiddels een dochter, Nienke. Een naam die Helen Taselaar ook als hoofdpersoon van een ander verhaal zou gaan gebruiken. En het misverstand baseert zich deze keer op een echtgenote die niet meer in leven is en een zus, die voor een vriendin wordt aangezien. Ook dat heeft de schrijfster later nog een keer als motief voor de ruzie en het onbegrip gebruikt.
En dan is er nog Thijs, de aangenomen zoon van Erwin en Ymke, zestien jaar en in het bezit van de brommer. We zitten midden in de jaren tachtig en de kermis in het dorp wordt nog als een hoogtepunt gezien, waar zowel zestien jarigen als de hoofdpersoon, die slechts een paar jaar ouder is, meer dan genoeg leuks aan beleven. Een spookhuis, poffertjes, een geïmproviseerd terras en een paar grijpautomaten, waarmee je een horloge kunt scoren. Jongens van zestien die nog aan blikgooien met ballen doen, en er een pluchen beest mee winnen.
Er is een romantisch etentje in een restaurant met de veelzeggende titel Plaszicht. In datzelfde restaurant zullen Sigrid en Tom hun trouwreceptie ook houden. De wat norse, afwezige bioloog / schrijver wordt gaandeweg het verhaal steeds menselijker en blijkt zelfs zonder de nodige papieren een baan als leraar biologie aan een school te kunnen krijgen. Een baan die zo maar uit de lucht komt vallen, waarschijnlijk opgevoerd om het allemaal wat minder zweverig te maken. Sigrid is doktersassistente, wat Ymke ook was, voor ze trouwde. En ook hier is weer een grote hond, als gezelschap. En nog een zoontje uit het eerste huwelijk ook. Die natuurlijk zonder problemen meteen bij zijn vader en zijn nieuwe vrouw kan komen wonen. Want nee, daar heb je absoluut geen problemen mee, als vrouw van net twintig. Stel je voor.
Verhaal met veel dialoog, maar zonder verrassingselement: sterke rolpatronen, vooroordeel-bevestigend: uiteraard gemakkelijk leesbaar; vrij weinig verbindingspunten met situaties van meisjes in deze tijd, aldus de recensie. En dat klopt. Er is inderdaad weinig verrassends aan. Maar dat maakt het nou juist zo makkelijk leesbaar. Een vóórdeel. Zeker voor die meisjes in deze tijd, ook al zijn er dan vrij weinig verbindingspunten. Dat is die meisjes worst geweest. Ze wisten niet eens wat dat waren, verbindingspunten. Ze vonden het alleen maar heel leuk om over later te dromen. Ook al strookte het later van de schrijfster dan niet met de werkelijkheid. Meisjes waren toen al intelligent genoeg, om te weten dat het leven in boeken altijd goed kwam, en in het echte leven niet altijd.
Je vraagt je af, of die recensenten zelf kinderen hadden. Of ze zelf wel ooit jong waren geweest. Jong genoeg om zich in de leefwereld van meisjes te kunnen verplaatsen. Dan zouden ze hebben geweten dat het boek inderdaad niet verantwoord was, maar wel heel populair. Zoals alle verhalen uit deze serie dat waren.
04 juni 2013
Miek op eigen wiek
Het derde deel over Miek en haar familie. Waar we als lezers weer een paar jaar verder in de tijd zijn. Miek en Leo zijn intussen ouders van een tweeling, Wout en Peter. Het grote gezin, dat Miek zo graag had willen hebben, zal er nooit van komen want na de geboorte van de tweeling is 'een operatie noodzakelijk' geweest. Wat en waarom precies vermeldt de schrijfster niet, wel, dat Miek nooit meer in verwachting kan raken. Maar ze heeft de zorg voor haar kleine broertje Karel nog. En ze weet haar naaste familie vlak bij.
Zus Emmy is met hart en ziel verpleegster, haar tweelingzus Tonia - Tonny in haar nieuwe werkkring - is mannequin geworden. Een oppervlakkig leventje, dat haar eigenlijk al lang niet meer boeit. De afspraakjes met oppervlakkige mannen kunnen haar eigenlijk gestolen worden. Dat is zo onecht. Maar als ze op het station op weg naar haar familie John Faber tegenkomt, haar oud leraar Engels, op wie ze vroeger zo verliefd was, is ze van zijn hartelijkheid weer niet gecharmeerd. Aardig, attent, maar wel heel ouderwets en degelijk. Ze laat zich door hem in een taxi naar Miek brengen. Die ruikt meteen een roman.
Miek zorgt er voor dat het contact in stand blijft, ook wanneer Tonia weer gewoon aan het werk is. Ze arrangeert zelfs een etentje, waar de hele familie bij aanwezig is. Ook broer Remco met zijn vriendin Sylvia, haar vader, broer Bas en tante Katy. En dan weet je als lezer al, dat het wel in orde gaat komen met Tonia en John. Dat doet het ook, op de verloving van Remco en Sylvia, bij wie het, ondanks de tegenwerking van Sylvia's vader, óók in orde is gekomen.
En dan is er ook nog het weesje Minca, dat in het ziekenhuis van Emmy terecht is gekomen. Het kindje heeft, nu haar ouders als gevolg van een ongeluk zijn overleden, geen familie meer. Miek wil het kind meteen adopteren. Als had ze het nog niet druk genoeg. En uiteraard gebeurt het ook. Leo regelt het voor Miek. Zoals hij alles voor haar regelt.
Leed is er ook. Zo is tante Katy een erg strenge huishoudster voor vader en de beide nog thuiswonende broers. Vader mag zelfs niet binnen roken. Miek probeert hem zo veel mogelijk gezelligheid te bieden en ook haar zussen komen maar wat graag bij Miek. Dan overlijdt Jules Graafland, zwager van Leo en Miek. Hij en Trees zijn een luxe leven gaan leiden, wat Jules uiteindelijk met de dood moet bekopen. Het doet Trees inzien, dat ze weer moet werken voor haar geld en dat ze aan familie meer heeft dan aan oppervlakkige vriendinnen. En Otto, die nu hun huisarts is, blijkt een ziekelijke vrouw te hebben, die voortdurend moet 'kuren' in Davos.
Tante Katy kan het overlijden van haar neef Jules maar moeilijk verwerken. Ze wordt oud en krijgt kwaaltjes en uiteindelijk komt 'de slag' en overlijdt ze aan een hersenbloeding. Wie moet er nu voor vader Hogenbirk en de beide zoons zorgen? Weer is het Miek die voor een oplossing zorgt. De muur tussen de beide woonkamers wordt doorgebroken, terwijl de tweede keuken en de bovenverdieping voor Tonia en John vrijkomt. Miek zelf zal weer voor vader en haar broers zorgen. Naast Leo. Wout. Peter. Minca. Kareltje. En hond Beer, die ook zijn intrede heeft gedaan in huize Hogenbirk-Carels. Dat huis dat nu ook een naam heeft: Op eigen wiek. Ze hadden het beter Supermiek kunnen noemen.
Zus Emmy is met hart en ziel verpleegster, haar tweelingzus Tonia - Tonny in haar nieuwe werkkring - is mannequin geworden. Een oppervlakkig leventje, dat haar eigenlijk al lang niet meer boeit. De afspraakjes met oppervlakkige mannen kunnen haar eigenlijk gestolen worden. Dat is zo onecht. Maar als ze op het station op weg naar haar familie John Faber tegenkomt, haar oud leraar Engels, op wie ze vroeger zo verliefd was, is ze van zijn hartelijkheid weer niet gecharmeerd. Aardig, attent, maar wel heel ouderwets en degelijk. Ze laat zich door hem in een taxi naar Miek brengen. Die ruikt meteen een roman.
Miek zorgt er voor dat het contact in stand blijft, ook wanneer Tonia weer gewoon aan het werk is. Ze arrangeert zelfs een etentje, waar de hele familie bij aanwezig is. Ook broer Remco met zijn vriendin Sylvia, haar vader, broer Bas en tante Katy. En dan weet je als lezer al, dat het wel in orde gaat komen met Tonia en John. Dat doet het ook, op de verloving van Remco en Sylvia, bij wie het, ondanks de tegenwerking van Sylvia's vader, óók in orde is gekomen.
En dan is er ook nog het weesje Minca, dat in het ziekenhuis van Emmy terecht is gekomen. Het kindje heeft, nu haar ouders als gevolg van een ongeluk zijn overleden, geen familie meer. Miek wil het kind meteen adopteren. Als had ze het nog niet druk genoeg. En uiteraard gebeurt het ook. Leo regelt het voor Miek. Zoals hij alles voor haar regelt.
Leed is er ook. Zo is tante Katy een erg strenge huishoudster voor vader en de beide nog thuiswonende broers. Vader mag zelfs niet binnen roken. Miek probeert hem zo veel mogelijk gezelligheid te bieden en ook haar zussen komen maar wat graag bij Miek. Dan overlijdt Jules Graafland, zwager van Leo en Miek. Hij en Trees zijn een luxe leven gaan leiden, wat Jules uiteindelijk met de dood moet bekopen. Het doet Trees inzien, dat ze weer moet werken voor haar geld en dat ze aan familie meer heeft dan aan oppervlakkige vriendinnen. En Otto, die nu hun huisarts is, blijkt een ziekelijke vrouw te hebben, die voortdurend moet 'kuren' in Davos.
Tante Katy kan het overlijden van haar neef Jules maar moeilijk verwerken. Ze wordt oud en krijgt kwaaltjes en uiteindelijk komt 'de slag' en overlijdt ze aan een hersenbloeding. Wie moet er nu voor vader Hogenbirk en de beide zoons zorgen? Weer is het Miek die voor een oplossing zorgt. De muur tussen de beide woonkamers wordt doorgebroken, terwijl de tweede keuken en de bovenverdieping voor Tonia en John vrijkomt. Miek zelf zal weer voor vader en haar broers zorgen. Naast Leo. Wout. Peter. Minca. Kareltje. En hond Beer, die ook zijn intrede heeft gedaan in huize Hogenbirk-Carels. Dat huis dat nu ook een naam heeft: Op eigen wiek. Ze hadden het beter Supermiek kunnen noemen.
25 mei 2013
Andy's gouden stippen
De schrijfster wordt in de vakliteratuur wel de serieuze tegenhanger van Cissy van Marxveldt genoemd. Ze schreven hun boeken ook in dezelfde tijd. Al zijn die van A. M. Nachenius-Roegholt niet eindeloos herdrukt. Zelfs al een beetje vergeten. Ze waren dan ook een stuk serieuzer. En in veel van de verhalen sijpelt de crisis van de jaren dertig al door. De meisjes moeten al een baan zoeken, het is niet meer vanzelfsprekend dat vader ze wel onderhoudt en dat ze rustig thuis op een ideale huwelijkskandidaat kunnen wachten.
Bij Andy thuis gaat alles nog heel voorspoedig. Crisis is er niet. Of nog niet. Haar vader heeft een advocatenkantoor, broer Gilles is een boemelstudent en haar moeder is een dame met ingebeelde kwaaltjes. Zo eentje die voortdurend met migraine op de divan ligt, terwijl ze in huis niets hoeft te doen. Daar heeft het gezin een dienstbode voor, Neel, die uiteraard niet netjes Nederlands kan praten en met wie Andy - voluit Amande - prima op kan schieten. En dan is er nog een zusje, Nini - op zijn Frans uitgesproken, met de klemtoon op de tweede ni- dat in Brussel op kostschool zit, om een echte dame te worden.
Andy zit op de HBS, waar ze vriendinnen heeft. Een clubje, bestaande uit Puck, Lientje, Rie en zijzelf. Soms voegen zich er nog wat jongens aan toe. Jongens, die wat ouder zijn en al hebben 'leren chaufferen'. Met die vriendinnen filosofeert Andy over de liefde, maar ze wil zich vooralsnog niet binden, zo lang ze niet zeker weet, of het wel ware liefde is. Zoals Lientje dat heeft, met Niek.
Het hele verhaal door is Andy de ideale vriendin / zus / dochter. Ze slaat zich dapper door een blindedarmontsteking heen, helpt broer Gilles uit zijn moeilijkheden als hij gokschulden blijkt te hebben, bezoekt zelfstandig haar zusje als ze merkt dat die heimwee heeft. Ze is goed gezelschap voor haar opa, helemaal wanneer oma komt te sterven. En dan is er nog Onno Ferwerda. Zoon van een goede, veel jongere vriend van opa. Een Fries van geboorte, die Andy al haar hele leven kent.
En passant slaagt Andy ook nog even voor haar HBS examen en volgt er een vakantie naar Spa. Een ongekende luxe in die tijd. Hoe het met haar vriendinnen afloopt, wordt niet verder verteld. En wat Andy nu zelf na haar diploma precies gaat doen, is ook niet duidelijk. Ze is even huisdame voor haar opa geweest. En als ze het geluk met Onno heeft gevonden, weet hem er van te overtuigen haar grootvader op te volgen in de fabriek. Of Gilles van zijn gokschulden af is en zijn leven gaat beteren, lezen we ook niet. Wel dat Andy haar 'gouden stippen' heeft gevonden. Haar bestemming, haar levenspad, geïnspireerd op een preek van een dominee. Kerkelijk is Andy niet, maar die ene keer dat haar vriendin haar over heeft weten te halen met haar mee te gaan, heeft ze toch genoeg gehoord om mee verder te kunnen.
Andy is het voorbeeld voor alle meisjes van achttien uit de jaren dertig. Al weet ze als minderjarige scholiere wel heel veel voor elkaar te krijgen. Hoewel ze nog de leeftijd heeft van bonbons, thee en ijsjes met vriendinnen en nog zwoegt voor haar diploma, kan ze bergen verzetten. En ze krijgt het nog voor elkaar ook. Andy is een ideale hoofdpersoon uit een boek. Helemaal worden zo als zij, dat zullen de lezeresjes van toen wel nooit hebben bereikt. Maar als ze al een beetje op haar mochten lijken, zouden ze al heel blij zijn. Een droomwereld, die al in de jaren zestig niet meer bestond. En daarom ook niet meer is herdrukt.
Bij Andy thuis gaat alles nog heel voorspoedig. Crisis is er niet. Of nog niet. Haar vader heeft een advocatenkantoor, broer Gilles is een boemelstudent en haar moeder is een dame met ingebeelde kwaaltjes. Zo eentje die voortdurend met migraine op de divan ligt, terwijl ze in huis niets hoeft te doen. Daar heeft het gezin een dienstbode voor, Neel, die uiteraard niet netjes Nederlands kan praten en met wie Andy - voluit Amande - prima op kan schieten. En dan is er nog een zusje, Nini - op zijn Frans uitgesproken, met de klemtoon op de tweede ni- dat in Brussel op kostschool zit, om een echte dame te worden.
Andy zit op de HBS, waar ze vriendinnen heeft. Een clubje, bestaande uit Puck, Lientje, Rie en zijzelf. Soms voegen zich er nog wat jongens aan toe. Jongens, die wat ouder zijn en al hebben 'leren chaufferen'. Met die vriendinnen filosofeert Andy over de liefde, maar ze wil zich vooralsnog niet binden, zo lang ze niet zeker weet, of het wel ware liefde is. Zoals Lientje dat heeft, met Niek.
Het hele verhaal door is Andy de ideale vriendin / zus / dochter. Ze slaat zich dapper door een blindedarmontsteking heen, helpt broer Gilles uit zijn moeilijkheden als hij gokschulden blijkt te hebben, bezoekt zelfstandig haar zusje als ze merkt dat die heimwee heeft. Ze is goed gezelschap voor haar opa, helemaal wanneer oma komt te sterven. En dan is er nog Onno Ferwerda. Zoon van een goede, veel jongere vriend van opa. Een Fries van geboorte, die Andy al haar hele leven kent.
En passant slaagt Andy ook nog even voor haar HBS examen en volgt er een vakantie naar Spa. Een ongekende luxe in die tijd. Hoe het met haar vriendinnen afloopt, wordt niet verder verteld. En wat Andy nu zelf na haar diploma precies gaat doen, is ook niet duidelijk. Ze is even huisdame voor haar opa geweest. En als ze het geluk met Onno heeft gevonden, weet hem er van te overtuigen haar grootvader op te volgen in de fabriek. Of Gilles van zijn gokschulden af is en zijn leven gaat beteren, lezen we ook niet. Wel dat Andy haar 'gouden stippen' heeft gevonden. Haar bestemming, haar levenspad, geïnspireerd op een preek van een dominee. Kerkelijk is Andy niet, maar die ene keer dat haar vriendin haar over heeft weten te halen met haar mee te gaan, heeft ze toch genoeg gehoord om mee verder te kunnen.
Andy is het voorbeeld voor alle meisjes van achttien uit de jaren dertig. Al weet ze als minderjarige scholiere wel heel veel voor elkaar te krijgen. Hoewel ze nog de leeftijd heeft van bonbons, thee en ijsjes met vriendinnen en nog zwoegt voor haar diploma, kan ze bergen verzetten. En ze krijgt het nog voor elkaar ook. Andy is een ideale hoofdpersoon uit een boek. Helemaal worden zo als zij, dat zullen de lezeresjes van toen wel nooit hebben bereikt. Maar als ze al een beetje op haar mochten lijken, zouden ze al heel blij zijn. Een droomwereld, die al in de jaren zestig niet meer bestond. En daarom ook niet meer is herdrukt.
02 mei 2013
Diana op de filmset
Op de keerzijde van de titelpagina staat een lange lijst, met een vetgedrukte kop er boven. Van Helen Taselaar zijn in de jeugdserie pockets verschenen:, om te vervolgen met 21 verschillende verhalen, waaronder zeven delen De Wildhof en tien Picadero. Een behoorlijk oeuvre dus al. En dat alleen in nog maar in de jeugdserie. Voor Kluitman zou Helen Taselaar ook nog in de Romanserie en in de Suksesserie verhalen schrijven.
Diana op de filmset is een verhaal, dat alle jonge meisjes graag willen lezen, maar waarvan recensenten gehakt hebben gemaakt. Dertien in een dozijn. Bekende kost. En het stramien van dit verhaal wijkt er niet van af. In tegendeel. Het is nog een beetje ongeloofwaardiger gemaakt. Of beter geschreven voor de doelgroep, om het iets milder te zeggen.
Want wat willen jonge meisjes graag? Beroemd worden. Een carrière als filmster of actrice, of zwemster of amazone. Ze willen op vakantie naar een zonnig land en als het kan een knappe vriend met een goede baan. En ze willen natuurlijk een eigen onderkomen. Diana Davids voldoet aan dit ideaalbeeld. Ze had eigenlijk alles, zo begint het verhaal. Ze was leuk om te zien en had een mooi appartementje op de Maasboulevard. Ze had in korte tijd een aardige carrière opgebouwd. Het leek wel of regisseurs en producenten steeds meer interesse voor haar persoontje kregen.
Zo gaan de superlatieven nog een tijdje door. Maar als het persoontje - die omschrijving komt een paar zinnen verderop opnieuw voor- haar verloving met de knappe regisseur Anthony ziet stranden en de vakantie naar Mallorca daarom niet doorgaat, boekt ze een vakantie naar Lloret de Mar, voor zichzelf alleen. Alweer naar Spanje. Helen laat ze bijna allemaal naar Spanje gaan. Diana gaat incognito, met geverfd donker haar en een bril met vensterglas. Zodat niemand haar herkent. Als Anneke de Koning maakt ze kennis met Vera Emans en niet veel later ook met Raymond Maris, een befaamd journalist en reporter, die haar ook niet als Diana Davids herkent.
Tussen Diana / Anneke en Raymond dreigt het wat te worden, maar dan wordt Diana terug geroepen naar Nederland, voor een nieuwe film. Ze kan en wil geen afscheid nemen van Raymond, omdat ze dan moet vertellen, dat ze niet is wie hij denkt dat ze is. Dat is dezelfde verhaallijn als die van Miranda. En ook in dit geval komt de man in kwestie achter de ware aard van de vrouw, alleen is hij er hier niet boos om. Raymond zoekt Diana weer op en daarmee lijkt het verhaal eigenlijk al verteld.
Maar omdat we dan pas halverwege het boek zijn, wordt er nog even een ruzie opgevoerd met de tegenspeler in de nieuwe film, die ook weer de ex blijkt van Diana's vakantievriendin Vera. Diana zelf heeft weer even contact met háár ex, Anthony Duval. Ja, alweer een Frans klinkende achternaam. Die laat de schrijfster bijna net zo vaak voorbij komen, als een vakantie naar Spanje.
Het weerzien met de ex maakt Raymond jaloers en zo ontstaat er nog gauw even een verwijdering tussen Diana en Raymond. Uiteindelijk wordt het ook hier weer bijgelegd en op de één na laatste bladzijde volgt het huwelijksaanzoek. Ja, met Raymond ging ze ongetwijfeld een heerlijke toekomst tegemoet. Waarmee de mondaine actrice, voor niets en niemand bang, toch weer in de armen van een man verdwijnt en ze ongetwijfeld huisvrouw en moeder gaat worden, in die heerlijke toekomst. En weer een stel jonge lezeresjes en een uitgever tevreden.
Diana op de filmset is een verhaal, dat alle jonge meisjes graag willen lezen, maar waarvan recensenten gehakt hebben gemaakt. Dertien in een dozijn. Bekende kost. En het stramien van dit verhaal wijkt er niet van af. In tegendeel. Het is nog een beetje ongeloofwaardiger gemaakt. Of beter geschreven voor de doelgroep, om het iets milder te zeggen.
Want wat willen jonge meisjes graag? Beroemd worden. Een carrière als filmster of actrice, of zwemster of amazone. Ze willen op vakantie naar een zonnig land en als het kan een knappe vriend met een goede baan. En ze willen natuurlijk een eigen onderkomen. Diana Davids voldoet aan dit ideaalbeeld. Ze had eigenlijk alles, zo begint het verhaal. Ze was leuk om te zien en had een mooi appartementje op de Maasboulevard. Ze had in korte tijd een aardige carrière opgebouwd. Het leek wel of regisseurs en producenten steeds meer interesse voor haar persoontje kregen.
Zo gaan de superlatieven nog een tijdje door. Maar als het persoontje - die omschrijving komt een paar zinnen verderop opnieuw voor- haar verloving met de knappe regisseur Anthony ziet stranden en de vakantie naar Mallorca daarom niet doorgaat, boekt ze een vakantie naar Lloret de Mar, voor zichzelf alleen. Alweer naar Spanje. Helen laat ze bijna allemaal naar Spanje gaan. Diana gaat incognito, met geverfd donker haar en een bril met vensterglas. Zodat niemand haar herkent. Als Anneke de Koning maakt ze kennis met Vera Emans en niet veel later ook met Raymond Maris, een befaamd journalist en reporter, die haar ook niet als Diana Davids herkent.
Tussen Diana / Anneke en Raymond dreigt het wat te worden, maar dan wordt Diana terug geroepen naar Nederland, voor een nieuwe film. Ze kan en wil geen afscheid nemen van Raymond, omdat ze dan moet vertellen, dat ze niet is wie hij denkt dat ze is. Dat is dezelfde verhaallijn als die van Miranda. En ook in dit geval komt de man in kwestie achter de ware aard van de vrouw, alleen is hij er hier niet boos om. Raymond zoekt Diana weer op en daarmee lijkt het verhaal eigenlijk al verteld.
Maar omdat we dan pas halverwege het boek zijn, wordt er nog even een ruzie opgevoerd met de tegenspeler in de nieuwe film, die ook weer de ex blijkt van Diana's vakantievriendin Vera. Diana zelf heeft weer even contact met háár ex, Anthony Duval. Ja, alweer een Frans klinkende achternaam. Die laat de schrijfster bijna net zo vaak voorbij komen, als een vakantie naar Spanje.
Het weerzien met de ex maakt Raymond jaloers en zo ontstaat er nog gauw even een verwijdering tussen Diana en Raymond. Uiteindelijk wordt het ook hier weer bijgelegd en op de één na laatste bladzijde volgt het huwelijksaanzoek. Ja, met Raymond ging ze ongetwijfeld een heerlijke toekomst tegemoet. Waarmee de mondaine actrice, voor niets en niemand bang, toch weer in de armen van een man verdwijnt en ze ongetwijfeld huisvrouw en moeder gaat worden, in die heerlijke toekomst. En weer een stel jonge lezeresjes en een uitgever tevreden.
20 april 2013
Mieke wordt Miek
Twee jaar geleden kocht ik deel 1, 3 en 4 van deze serie op een kofferbakmarkt. Omdat de delen - zoals uitgevers altijd zo mooi formuleren - elk een zelfstandig geheel vormen, dat afzonderlijk kan worden gelezen, heb ik dat destijds dus ook gedaan. Maar vorige week wist ik ook deel 2 voor een prikje te scoren en zo ben ik dan nu toch compleet. Bovendien heb ik inmiddels deel 1 in de Borrebach variant weten te scoren. De serie is ouder dan ik in eerste instantie dacht. Uit eind vijftig, begin zestig.
Mieke wordt Miek dus. Er zijn een paar jaar verstreken in huize Hogenbirk, maar verder is er nog niet veel veranderd. Vader heeft zijn werk, buurman Leo is nog steeds enkel een goede vriend van Mieke en Mieke zelf zorgt nog aldoor voor haar jongere broers en zussen.
Broer Remco verbreekt zijn relatie met Topsy, de meid met de mondaine make up, die in het eerste deel nog ter sprake kwam.Topsy blijkt er een ander op na te houden. Een ontdekking die Remco ziek van verdriet maakt. Maar gelukkig is Mieke er, om voor hem te zorgen. En later in het verhaal krijgt Remco een relatie met Sylvia van Zevenaer, het zusje van Otto, dochter van de burgemeester. Wanneer papa Van Zevenaer er achter komt, sommeert hij Mieke op zijn kantoor te komen, waar hij haar beveelt, Sylvia niet meer te ontvangen. Ze is niet van hun stand, het moet over en uit zijn. Sylvia gaat naar het buitenland, maar zal Remco brieven blijven schrijven.
Broer Bas heeft zijn mulo diploma niet gehaald en moest ongediplomeerd van school af. Wanneer Mieke in de gaten krijgt, dat hij heel technisch is, weet ze haar vader er van te overtuigen, dat Bas toch weer naar school mag. De LTS en daarna de MTS, zo blijkt.
Zusjes Tonia en Emmy naderen hun eindexamen. Als tweeling beginnen ze steeds minder op elkaar te lijken. Was in het eerste deel Tonia nog de hulpvaardige en Emmy de dwarse wildebras, nu lijkt Tonia kapsones te gaan krijgen en is Emmy juist de zorgzame zus. Tonia wordt verliefd op haar leraar Engels, maar dit loopt op niets uit. Na haar diploma verhuist ze naar Amsterdam, om mannequin te worden. Emmy gaat ook naar Amsterdam. Ze gaat werken in het ziekenhuis. En nakomertje Karel gaat intussen gewoon naar school. Hij is toch iets minder achter dan in het eerste deel nog leek. Dankzij de inspanningen van Leo, zo blijkt.
Buren Trees en Jules Graafland gaan verhuizen. Terug naar Amsterdam. Trees, de zus van Leo, is in die jaren verworden tot een haastig, verwend en wispelturig type, die in het dorp waar ze terecht is gekomen, niet meer kan aarden. Het huis komt dus in de verkoop. Leo zou het graag kopen. Om te kunnen trouwen met Mieke. Maar Mieke heeft nog steeds haar huishouden, dat ze niet in de steek kan en wil laten. De andere kinderen hebben haar nog te hard nodig en vader kan geen hulp betalen.
En dan komt tante Katy Graafland, als reddende engel. Zij wil de huishouding wel gaan besturen, zodat er getrouwd kan worden.
Mieke naait haar eigen trouwjurk, plus de jurken van Tonia en Emmy, die bruidsmeisjes zijn. Ze stelt zelf haar uitzet samen. Ze koopt meubels en bereidt de grote dag voor. Mieke heeft energie voor tien, want daarnaast doet ze ook nog altijd het huishouden. Tot ze zelf trouwt. En Kareltje mee naar het buurhuis neemt. Want die zou te veel zorg voor tante Katy zijn. Ten slotte noemt Leo Mieke op de allerlaatste pagina voor het eerst Miek, waarmee de titel wordt verklaard. Miek past bij de getrouwde vrouw, die ze nu is geworden. Op naar deel drie.
Mieke wordt Miek dus. Er zijn een paar jaar verstreken in huize Hogenbirk, maar verder is er nog niet veel veranderd. Vader heeft zijn werk, buurman Leo is nog steeds enkel een goede vriend van Mieke en Mieke zelf zorgt nog aldoor voor haar jongere broers en zussen.
Broer Remco verbreekt zijn relatie met Topsy, de meid met de mondaine make up, die in het eerste deel nog ter sprake kwam.Topsy blijkt er een ander op na te houden. Een ontdekking die Remco ziek van verdriet maakt. Maar gelukkig is Mieke er, om voor hem te zorgen. En later in het verhaal krijgt Remco een relatie met Sylvia van Zevenaer, het zusje van Otto, dochter van de burgemeester. Wanneer papa Van Zevenaer er achter komt, sommeert hij Mieke op zijn kantoor te komen, waar hij haar beveelt, Sylvia niet meer te ontvangen. Ze is niet van hun stand, het moet over en uit zijn. Sylvia gaat naar het buitenland, maar zal Remco brieven blijven schrijven.
Broer Bas heeft zijn mulo diploma niet gehaald en moest ongediplomeerd van school af. Wanneer Mieke in de gaten krijgt, dat hij heel technisch is, weet ze haar vader er van te overtuigen, dat Bas toch weer naar school mag. De LTS en daarna de MTS, zo blijkt.
Zusjes Tonia en Emmy naderen hun eindexamen. Als tweeling beginnen ze steeds minder op elkaar te lijken. Was in het eerste deel Tonia nog de hulpvaardige en Emmy de dwarse wildebras, nu lijkt Tonia kapsones te gaan krijgen en is Emmy juist de zorgzame zus. Tonia wordt verliefd op haar leraar Engels, maar dit loopt op niets uit. Na haar diploma verhuist ze naar Amsterdam, om mannequin te worden. Emmy gaat ook naar Amsterdam. Ze gaat werken in het ziekenhuis. En nakomertje Karel gaat intussen gewoon naar school. Hij is toch iets minder achter dan in het eerste deel nog leek. Dankzij de inspanningen van Leo, zo blijkt.
Buren Trees en Jules Graafland gaan verhuizen. Terug naar Amsterdam. Trees, de zus van Leo, is in die jaren verworden tot een haastig, verwend en wispelturig type, die in het dorp waar ze terecht is gekomen, niet meer kan aarden. Het huis komt dus in de verkoop. Leo zou het graag kopen. Om te kunnen trouwen met Mieke. Maar Mieke heeft nog steeds haar huishouden, dat ze niet in de steek kan en wil laten. De andere kinderen hebben haar nog te hard nodig en vader kan geen hulp betalen.
En dan komt tante Katy Graafland, als reddende engel. Zij wil de huishouding wel gaan besturen, zodat er getrouwd kan worden.
Mieke naait haar eigen trouwjurk, plus de jurken van Tonia en Emmy, die bruidsmeisjes zijn. Ze stelt zelf haar uitzet samen. Ze koopt meubels en bereidt de grote dag voor. Mieke heeft energie voor tien, want daarnaast doet ze ook nog altijd het huishouden. Tot ze zelf trouwt. En Kareltje mee naar het buurhuis neemt. Want die zou te veel zorg voor tante Katy zijn. Ten slotte noemt Leo Mieke op de allerlaatste pagina voor het eerst Miek, waarmee de titel wordt verklaard. Miek past bij de getrouwde vrouw, die ze nu is geworden. Op naar deel drie.
Abonneren op:
Posts (Atom)



