29 juni 2014

Onrust in de vierde

An Vogel, die met haar vader in 'het Vogelnest' woont is volgens juffrouw Mooy een echte vrijbuiter. Ook Fiep, An's vriendin, is een vrolijke klant en het is geen wonder dat het stel het zo goed met elkaar kan vinden. Als ze na de vacantie op het Lyceum terugkomen, is echter plotseling de sfeer in hun klas verdwenen. Carla Rovers, een echte nuf, gooit roet in het eten en het steekt An wel heel erg, dat ook Niek Verhagen, haar beste schoolvriend, door Carla ingepalmd lijkt te worden. 

Zo begint de samenvatting op het omslag. Maar alleen de zin 'Carla Rovers gooit roet in het eten' was eigenlijk al genoeg samenvatting geweest. Het verhaal wordt over veertien hoofdstukken uitgesmeerd, die elk voorzien zijn van een titel.Van Het begint in September via Wacht maar... wacht maar!  via Carla weet het niet naar Laatste bedrijf. En eigenlijk is het hele verhaal niet meer dan één hoofdstuk lang.

Onrust in de vierde is een boek uit de Pionierserie, die, aldus het omslag, rijk-geïllustreerde boeken voor jongens en meisjes van 11-16 jaar brengt. Voor f 2.25 per boek. En bovendien kan elke abonné, met een E inderdaad, die nieuwe abonné's aanbrengt de tweede PIONIERSERIE gratis verdienen. Hoe je dat moest doen? Dat leer je uit het prospectus, zo gaat het verder. dat verkrijgbaar is bij elke goede boekhandel of rechtstreeks bij de uitgever. 

In de eerste serie verschijnen vier boeken voor meisjes en vier voor jongens. Goede, verantwoorde, spannende en dikke boeken, elk van 160-176 bladzijden. De illustraties zijn van Rie Reinderhoff. Mooie tekeningen, van meisjes die toch weer op Goud-Elsje en haar vriendinnen lijken. Die illustraties, dat was eigenlijk de reden dat ik dit boek kocht. Het leek me, ook gezien de layout en de leren band, een soort tegenhanger van de Zonne-reeks. Maar dat werd het niet. Volgens de KB catalogus zijn er alleen in 1953 en 1954 wat titels uitgegeven. De Zonne-reeks zou meer dan twintig jaar bestaan. Ook volgens het principe van abonnees. Maar dan veel succesvoller.


Zo eens in de zoveel tijd maak ik een ronde door mijn kamer vol boeken. Met een grote, lege kartonnen doos. Dan gaan er een stuk of twintig, dertig boeken weg, die ik eigenlijk nooit meer lees. Die ik gelezen heb en die tegenvielen. Die daarbij ook nog geen illustraties van Hans Borrebach en Herry Behrens hebben. Deze uitgave van Boom-Ruygrok gaat dit keer ook mee, richting oud papier. Om plaats te maken voor verhalen, die wel de moeite van het verzamelen waard zijn. Want dit verhaal is absoluut niet goed of spannend, wel verantwoord. Maar niet, wat meisjes van een jaar of 14 graag lazen. Dat hadden de concurrenten toch beter begrepen.

Na even googlen kwam ik er achter, dat er al eerder een blog over dit boek is geschreven. Daar las ik ook, dat de naam van de schrijfster een pseudoniem is van Gerda Nefkens. Onder haar eigen naam heeft ze ook een aantal boeken geschreven hebben. Daar heb ik er ook een paar van. Nog niet weg gegooid. Ik weet uit mijn hoofd niet welke, en weet dus ook niet, of die beter zijn dan dit verhaal. Maar ik zal er toch eens naar op zoek gaan. En dan opnieuw een oordeel vormen. Wordt vervolgd.

24 juni 2014

Elektro kookboek

Gadver, groenten afmaken met een sausje bestaande uit boter, bloem en melk. Op pagina 191 van het Elektro Kookboek staat hoe je dat doet. Laat maar. Want ik weet nog precies hoe het smaakte. Mijn moeder deed t gelukkig alleen maar door bloemkool, die van zichzelf ook al nergens naar smaakte. Maar volgens dit boek kan de vrouw des huizes het ook nog door asperges doen, of koolraap of andijvie. Brrr... Vroeger maakten ze de groenten gewoon letterlijk af.

Dit is eigenlijk een heel omvangrijk kookboek. Wel heel tekenend voor die tijd. Want ook nu denk ik weer, als ik er zo doorheen blader en zo af en toe een recept lees: geen wonder dat iedereen hart- en vaatproblemen kreeg. Wat vet allemaal. En wat veel. Voorgerecht, hoofdgerecht, nagerecht. Alles met boter, in grote hoeveelheden. 

Maar wat dit leuk maakt om te lezen, is dat er ook over elektrisch koken wordt gesproken. Over pannen, en andere elektrische toestellen voor gebruik. Zoals daar zijn: koelkast, keukenmachine, automatische broodrooster en de mij volstrekt onbekende direct verhitte melkkoker. Er staat iets in over de inrichting van de keuken. Dekken voor een diner. Schenken van wijn. En Praktische raadgevingen, met een tiental menu's voor elk seizoen, iets over meten en wegen. En dan tot slot bijna 300 pagina's recepten, die helemaal aan het einde nog eens in alfabetische volgorde terugkomen, waarbij de titels van de hoofdstukken vet gedrukt zijn.

Het boek heeft een voorwoord van Prof. Dr. C. den Hartog, die er een ware literaire prestatie van maakte. De illustraties zijn bijzonder instructief, terwijl enige fraaie kleurenplaten attractieve gerechten of voedingsmiddelen doen zien. Alsjeblieft. Of, in gewoon Nederlands: Er staan leuke advertenties in, op glanzend papier, in zwart wit.

Advertenties van een AEG fornuis en een Constructa afwasautomaat. Tussen de recepten door, ook op glanzend papier voorbeelden ter illustratie. Het spuiten van sprits, staat er bij vermeld. Of gegarneerde cake. Er zijn zelfs een paar kleurenopnamen bij. Van Zonnebloempudding, Vruchtensla met yoghurt en Ingrediënten voor 'groenten in mosterdsaus'.

Het recept voor sladressing staat er ook in. Een van de weinige dingen die ik van mijn moeder leerde en zelf nog wel eens gebruik. Scheut azijn, scheutje olie, peper, zout, scheutje aroma en wat mosterd door elkaar mengen in een schaal met deksel.. En dan daar geschaafde komkommer door. Of tomaat met een gesnipperd uitje. Door elkaar scheppen. Liefst even laten intrekken in de koelkast met het dekseltje er op. Lekker bij eigenlijk alles. In tegenstelling tot dat sausje van boter, bloem en melk.

En het is niet zo maar een kookboek. Nee. Het is een uitgave van het Centraal bureau der vereniging van directeuren van electriciteitsbedrijven (met een c, inderdaad) in Nederland, te Arnhem. Dat je niet denkt dat ik voor die ene euro op de rommelmarkt een vod heb gekocht.





07 juni 2014

Lentebloemen in de winter

Voor Marcel, staat er op de keerzijde van de titelpagina. Dat lijkt me de man van de schrijfster van dit boek. Een 'moderne' Zonnereeks, uit 1969. Het was al uitgeverij Westfriesland en geen West-Friesland meer. En Hans Borrebach als illustrator was ingeruild voor Herry Behrens, die toen nog als Herson werkte.

Herry Behrens, zo las ik laatst in het jubileumboek over 150 jaar Kluitman (nieuw, € 39,90, aanrader!) was ook iemand uit de reclamewereld. Net zoals Borrebach dat was. Gewend om snel en treffend te tekenen. Zo ook in dit verhaal. Er staan een paar afbeeldingen in. Steeds met Yvonne ter Burch, de hoofdpersoon er op. Modieus gekleed en gekapt voor die tijd. Ze zit in een jaren zestig trein en stapt in een jaren zestig auto. Yvonne is onderwijzeres uit Zuid Nederland. Komt ze uit Den Bosch? Tilburg?

De trein die ze vanuit het ouderlijk huis heeft genomen  doet Eindhoven als eerstvolgende station aan nadat ze is ingestapt. Het kan ook nog Weert zijn, als ze van de andere kant komt. Maar of het nou Noord-Brabant of Limburg is, dat kom je als lezer niet te weten. Wel, dat  Yvonne is in het eerste hoofdstuk al op weg naar Leiden, waar ze is gaan werken.

Over haar baan lees je niets, over haar familie, die uit vader, moeder en zusje Cissy bestaat, ook niet. Wel over het leven op kamers. Veel zelfs. Over de medebewoonsters Dorris en Liesbeth, beiden eerstejaars. Over de ontgroening, en de vriendschap die er meteen is. Over hoe Yvonne zich als werkende vrouw blijkbaar heel gemakkelijk tussen de studenten begeeft. Uit gaat tot 's avonds laat. Er is al meteen in de trein een ontmoeting met Rob Hansen, die nogal opzichtig werk van haar maakt. Hij maakt de hele treinreis met haar mee, want hij woont ook in Leiden. En hij blijft werk van haar maken. Een student medicijnen, dokterszoon en enig kind.

Yvonne moet niets van hem weten. Of wel. Of toch niet. En ze is goed bevriend met Dorris. Of niet. Of toch wel. Of nee, want Dorris probeert Rob van haar af te pakken. Of toch niet. Of wel. Maar dat maakt niets uit, want Rob is Yvonne's vaste vriend toch niet. Of wel. Of niet. En Dorris vindt toch wel weer een ander. Of niet. Of wel. En mannen, die je voor het eerst ontmoet, op een bal of zo, die hebben ook altijd goede bedoelingen, toch? Hier wel, in elk geval. Je komt zo maar weer een oude vriendin tegen. Is precies één zin voor nodig, om het effect van die ontmoeting te omschrijven. En vanaf dat moment is Gerda weer in Yvonne's leven. Zonder dat Yvonne daar nog lang over nadenkt.

Een en al twijfel in dit verhaal, over de liefde. En tegelijkertijd zijn alle ontmoetingen even oppervlakkig.Echt diep op emoties in gaan, gebeurt nergens. Er staan geen beschrijvingen in, van het landschap, van Leiden of van Zuid-Nederland. Niet van de mannen en vrouwen, waarmee Yvonne kennismaakt. Niet van haar ouders, of haar zus. Niet over de familieverhoudingen. Literatuur is de Zonne-reeks nooit geweest, maar dit is wel een heel oppervlakkig verhaal.

Auteurs zijn veel vaker autobiografisch bezig. Waarschijnlijk stond die Marcel symbool voor Rob Hansen. En wilde schrijfster Anny Helmich voor hem hun verhaal opschrijven. Hij en de overige ingewijden zullen het wel mooi gevonden hebben. Maar ik, als buitenstaander en lezer, vond het geen boek waard. Toch bewaar ik het wel. Om de illustraties van Behrens en om mijn Zonne-reeksen verzameling.

03 juni 2014

Manege Picadero krijgt een nieuwe eigenaar

De manege staat te koop. Mariëtte en Joost wonen ergens anders. Joost heeft de Manege moeten verlaten, door een ongeluk. Hij is van zijn paard gevallen. Het mag een wonder heten, dat hij er nog zo goed van af gekomen is. Alweer een ongeluk. Het is wel raak, bij Helen. Er krijgen er veel een ongeluk, in haar verhalen. Erwin. En Ymke. En John, van Paula. De eigenaar van manege Het Wagenwiel. Daar heeft het hele verhaal trouwens wel verdacht veel van weg. De hele sfeer, van twee jonge mannen, die een manege beginnen. Het is precies hetzelfde. Met dat verschil, dat in dit laatste Picadero deel de jaren negentig intussen zijn begonnen.

Dus hebben de hoofdpersonen jaren negentig namen. Ricardo, Kimberly en Michael. Er komt ook nog een Mariska in voor. Dat is misschien de enige naam die nog een beetje klopt. Want dit boekje werd in 1990 uitgegeven, de hoofdpersonen zijn zo tussen de 18 en 25 jaar oud. Teruggerekend zijn ze dus geboren in de jaren zestig en zeventig. Toen heette een jongen nog geen Michael. Iemand geboren in, pakweg 1965 heette Peter. Of Frank, of Erik. Kimberly, de jongste, is dus 18. Dat was ik ook, in 1990. En ik heb inderdaad een begin jaren zeventig naam, inderdaad. Helen had de mijne zo kunnen overnemen. Of er Hanneke, Daniëlle of Suzanne van kunnen maken. Zo heetten er toen ook veel.

Maar nee. Moderne namen, want het moest een jonge doelgroep aanspreken. En een nieuwe eigenaar van de manege, om zo nog zeker tien deeltjes vooruit te kunnen. Want de lezeressen hadden het wel een beetje gehad met de familie Van Dalsum en hun aanverwanten. Zoiets moet het geweest zijn. Het gebeurde met De Wildhof ook, rond die tijd. Ook daar hadden op een gegeven moment de zes kinderen hun bestemming gevonden. Misschien had Helen Taselaar een nieuw deel moeten weigeren te schrijven. Ze deed het niet. En dus werd er daar nog een nieuw Wilhof-deel geschreven, over twee nieuwe hulpen. En daarna nog een, over nevenfiguren. Ik heb ze in deze blog nog niet beschreven. Misschien komt het nog een keer.

Stuivertje wisselen op Manege Picadero was een betere titel voor dit verhaal geweest. Want Ricardo ziet wat in Mariska en Kimberly ziet wat in Michael. Maar in beide gevallen is het niet wederzijds. En wordt het Ricardo met Kimberly en Mariska met Michael. En dat is het eigenlijk wel. Uiteraard kan Joost het prima vinden met de nieuwe eigenaars, die uiteraard de volle prijs voor de manege betalen willen. Uiteraard zijn Joost en Mariëtte dan direct uit de zorgen. In de persoon van Yvonne wordt nog heel even aangestipt, dat de familie er toch best moeite mee heeft gehad, dat de manege verkocht werd. Maar dat is maar even. Terwijl het logischer zou zijn geweest, als ze zoiets nooit meer te boven zouden komen.

Vader Van Dalsum richtte de manege ooit op, zijn kinderen werden er groot. Er ontstonden relaties. Maar nu zijn er nieuwe eigenaren, die prompt goede vrienden worden met de oud eigenaren. Alsof zoiets vanzelfsprekend is. Sylvie gaat er zelfs weer les geven. Kost haar ook geen enkele moeite. Wat het met de ouders Van Dalsum heeft gedaan, die verkoop, dat lees je niet. Sterker nog. Vader en moeder leven nog wel, maar lijken van de aardbodem verdwenen. En o ja, om het allemaal nog ietsje ongeloofwaardiger te maken, wordt er een dressuurproef voor kinderen georganiseerd. Sander, het zoontje van Mariëtte en Joost wint 'm. Terwijl zijn moeder niet eens kan paardrijden. Het was logischer geweest als zijn neefje Ricky, zoon van Yvonne en Steef, de proef had gewonnen. Zijn ouders zijn immers allebei paardenfreak. En dat hij het ook blijkt te zijn, is in een eerder deel zelfs al ter sprake gekomen. Maar ja, er moest nog iets extra leuks met Joost gebeuren. In de vorm van een talentvol zoontje, dus.

Om het geheel nóg iets moderner te maken, zijn de illustraties door Herry Behrens ook verleden tijd geworden. Ditmaal heeft Gerda van Gijzel het gedaan. Een bekende reclametekenaar. Ze doet het aardig, maar heel anders. En het voelt een beetje als een verraad aan de huisillustrator van Kluitman, die in de jaren zeventig en tachtig zoveel boeken zo herkenbaar voor de uitgever heeft gemaakt. De jaren negentig waren begonnen. Alles moest dus anders. Misschien was de hele serie wel ouderwets geworden. Ondanks de poging, die moderner te maken. Van Manege Picadero zouden geen nieuwe delen meer verschijnen.

20 mei 2014

De olijke tweeling : jubileumuitgave 50 jaar

Dat vermeldt althans de rugtitel. Op het omslag staat: De olijke tweeling en de danswedstrijd. Ik kocht dit boek dus om de titel op de rug. Want die danswedstrijd, anno 2008, dat geloof ik wel. Ik heb het verhaal gelezen, hoor, maar behalve de bekende namen vond ik er verder niets in terug dat me aan 'mijn' Ellis en Thelma Bongers deed denken. En de CD met dansmuziek, zat er bij aanschaf ook al niet meer in. Maar ook die kan ik wel missen.

Het ging mij dus om al dat andere, om die jubileumuitgave. Een lijst van 26 'hertaalde' delen van de Olijke tweeling, en 10 nieuwe delen. Na het verhaal over de danswedstrijd eerst de 36 omslagen van de Olijke Tweeling anno nu. Steeds voorzien van een Geschreven door Arja Peters, hertaald door Suzanne Braam. Eén deel geschreven door Jodie Peterson, en daarna 9 delen door Marion van de Coolwijk. Onder elke afbeelding staan, naast de naam van de schrijfster, ook de naam van de illustrator, Melanie Broekhoven, en uitgever, de Eekhoorn. Korte biografieën van alle schrijfsters. Te beginnen met Arja dus, die haar verhalen over de tweeling in 1958 startte. Na de biootjes de omslagen zoals ik ze ken. Eerst de 'echte', zoals ik dat vroeger altijd zei, van Hans Borrebach. Vanaf deel 22, dat in 1978 uitkwam, verzorgde Carol Voges de tekeningen. En die vond ik maar lelijk. Die delen heb ik wel gelezen, als kind, maar destijds nooit aangeschaft, van mijn zakgeld. Deel 26 is het laatste deel van Arja Peters, dat nog in 1988 verscheen. Dertig jaar na het eerste deel. De illustraties van Annelies Vossen zijn mooier, maar halen het niet bij Borrebach.


De omslagen worden gevolgd door het allereerste deel uit de serie, in oorspronkelijke uitgave. De samenvatting, die aan het verhaal vooraf gaat, is in het originele lettertype, dat Borrebach ooit ontwierp. Rode blokletters op een gele achtergrond. Het lijkt de achterflaptekst van destijds. Want anno 2008 zouden meisjes een zin als: De zucht naar avontuur van de tweeling kent geen grenzen absoluut niet meer begrijpen. Ook aan het verhaal van de danswedstrijd gaat een samenvatting vooraf. Met, ter verduidelijking het moderne lettertype. Gele letters, blauwe achtergrond, zwarte ondertitel. En in het taalgebruik en de wereld van nu. Er komt een Karim en een Youri in voor, en een pestkop Christina. Dat had je in de jaren vijftig allemaal nog niet. Of misschien wel, maar men schreef he niet op. Omdat dat niet hoorde.

Ten slotte volgen er nog twaalf pagina's met weetjes. Over Arja Peters, de boeken, de andere auteurs. De tweeling en hun familie. Niet alles klopt. Want de stiefmoeder heette niet Betty Kramer, maar Betty van Katen. En oom Niek in eerste instantie oom Nick, al maakte Arja daar later zelf ook al Niek van. Tante Suus is inderdaad getrouwd met oom Bob. Maar dat ze kinderen kregen, in elk geval een neefje dat Rudie heet, wordt niet vermeld. Vooral de laatstee pagina met weetjes is leuk. Het verklaart een heleboel, voor de meisjes van nu. In de boeken van de Olijke Tweeling komen geen mobieltjes of andere moderne apparatuur voor, zo heet het. De verhalen spelen zich af in een omgeving die voor alle tijden geldt. Al vijftig jaar lang wordt de Olijke Tweeling gelezen door oma's, moeders, dochters en kleindochters. De Olijke Tweeling wordt nooit oud en zal nog vele avonturen gaan beleven!


Jammer alleen, dat dat laatste nooit is uitgekomen. Want in de KB-catalogus vond ik geen nieuwere delen meer, na 2008. Misschien vond de uitgever het wel mooi geweest, zo. En dat was het ook. Want ook dát is bijzonder. Vijftig jaar lang dezelfde uitgever. Het wordt niet vermeld in de jubileumuitgave, maar dat had er best bij gekund. Als ik dan toch nog één puntje van kritiek mag hebben: korte biootjes van de illustratoren. Die mis ik eigenlijk ook nog wel. Maar verder... leuk boek om te bewaren. Absoluut.





11 mei 2014

FMIEB: Wörter, die die Welt noch braucht

Duits en erg leuk. Kan dat? Ja, dat kan. Dit is een erg grappig boekje. De ondertitel geeft aan, waar het over gaat. Niet bestaande woorden, die toch wel handig zouden zijn als je ze zou hebben. Een FMIEB is, vertaald, dus 'een nies die je wel voelt aankomen, maar niet doorgaat.'

Zo staan er, keurig op alfabet, als was het een woordenboek, een heleboel van die ja, waarom- is-daar-geen-woord-voor-woorden in. Zelfstandige naamwoorden, waarbij wordt aangegeven of het der, die, of das is. Duits, dat kent geen de en het, maar een mannelijk, vrouwelijk of onzijdig zelfstandig naamwoord. Werkwoorden staan er ook in, en locaties. Iedereen die een beetje taalgevoel heeft of in de buurt van de grens woont, leest dit boekje grinnikend uit. Zonder problemen. Een paar voorbeelden. Vertaald.

Animosen, die: DJ's, die tussen de liedjes door de mensen enthousiast aansporen om de dansvloer op te gaan. Armin, der: iemand die zijn / haar armen in de lucht gooit, wanneer hij / zij in de achtbaan zit. Bono, das: het steeds maar weer terugkerend gevoel, dat de mooiste tijd al voorbij is, in je leven. Erschlecken: werkwoord voor iets uitlenen, met het vaste voornemen, het niet meer terug te geven. En Gekruschel, das: - dat beetje muesli, dat in de verpakking overblijft, te weinig om nog op te eten, te veel om weg te gooien- vind ik misschien wel de leukste die er in staat.

Hoewel, Kratzachstan, das - dat stukje in het midden van je rug waar je met je handen niet bij kunt komen maar dat wel altijd jeukt - ook goed gevonden is. En wat te denken van nickelnackeln, een werkwoord voor: alles wat je met muntgeld doet, om te voorkomen dat het in de snoepautomaat blijft hangen. Of, minder smakelijk, maar wel heel herkenbaar: nasenaustern: je neus regelmatig ophalen omdat je te lui bent om een zakdoek te gebruiken. Schnurzpiep, der, de gewoonte, de telefoon tenminste twee keer te laten bellen, ook als je m meteen zou kunnen opnemen, om maar niet de indruk te wekken, dat je op een telefoontje zat te wachten.

Sundrinen, werkwoord, omschrijving voor dat wat men doet, als hij / zij Suzannes, Sandra's en Sabines niet uit elkaar kan houden. Taumler, der: iemand die niet zo handig is met een boodschappenwagentje. Tupperkulose, die: het oneven aantal van plastic deksels en bijbehorend aantal bakjes in een keukenkastje. Wallraf, der: het moment, waarop 's morgens op 24 december mannen Kerstkadootjes inkopen. Zappelin, der: persoon met afstandsbediening, die niet langer dan drie seconden naar een bepaalde zender kan blijven kijken.


Enfin, zo staat dat boekje dus vol. Ik kocht het voor een euro, bij een Duitse prijsvechter. Weet niet, of het nog te krijgen is. Het is uit 2006, dus nog niet zo heel oud. Oud genoeg om niet meer in de winkel te liggen, maar nog te nieuw voor een antiquair. Voor die omschrijving hebben we trouwens ook nog geen woord. In het Nederlands ook niet. Zou er in het Nederlands ook ooit zo'n boekje zijn samengesteld? Het zou me wel een leuk idee lijken om dat te gaan doen.

FMIEB eindigt met een korte omschrijving van de beide schrijvers. En met een verwijzing naar de gelijknamige website, die helaas niet meer in de lucht is. Jammer. Maar gelukkig hebben we het boekje nog op tijd weten te scoren. Het is ook nog op Amazon te koop, las ik. Voor niet al te veel geld.

03 mei 2014

Cocky's bezinning

Onlangs gekocht in een nieuwere Witte Raven-editie, maar er blijkt ook een vijftiger jaren druk van te bestaan.  Die moet ik nog eens zien te scoren. In een nieuwere druk in elk geval weer een andere titel van Netty Koen-Conrad, met, zo blijkt, opnieuw een herhaling van zetten. Bekende verhaallijnen, bekende namen van personen die er in voorkomen, bekend verloop en overbekend slot.

In dit geval is het de getrouwde Cocky, die in Amsterdam woont. Met een hulp in de huishouding, uiteraard. Uit de Jordaan. Met typisch Jordanees accent, een heleboel kinderen en een man met losse handjes. Zoiets zou nu absoluut niet meer mogen worden uitgegeven. Het zou, terecht, de uitgever en de schrijver betichten van discriminatie. Alsof alle hulpen in de huishouding plat praten en dom zijn. Hardwerkend en dik. En met een boerse naam. Netty gebruikt er ook hier weer alle stereotypen voor. Cocky's hulp heet Bertha, maar eerder heetten ze al Aaf, of Anna.

Cocky is getrouwd met Bart, een leraar Engels. Pim-van-Anneke is ook leraar Engels. Net als John-van-Tonia. Leraar, of onderwijzer, een ideaal beroep voor de ideale man. Leo-van-Mieke: onderwijzer en psycholoog, Jef-van-Joan: leraar en later directeur. Niek-van-Jopie: hoofd der school.

Ook hier is Cocky, die alles al heeft, ontevreden met haar leven. Want het is zo saai. En ze realiseert zich niet wat ze allemaal aan 'rijkdom' heeft. Zoals Nina, in een ander verhaal. Haar vriendin Tilly, die wél geld in overvloed heeft, wakkert de jaloezie nog eens extra aan. Anderen, hebben het altijd beter. Want ze hebben geld voor dure, maar inhoudsloze feestjes en vakanties.

Wederom een vakantie, wederom naar Frankrijk. Via Parijs naar het zuiden. De schrijfster kwam er zelf graag en laat het land dikwijls in haar verhalen terugkomen. En opnieuw bijna Het Noodlot, in alweer de vorm van een doodziek kind, deels door verwaarlozing, doet de hoofdpersoon tot inkeer komen. Gelukkig komt het ook voor Fritsje, ditmaal heeft het zoontje de naam van een eerder gebruikte oom, op het nippertje goed. En dan is er nog pleegkind Jopie, met dezelfde naam als het onderwijzeresje van Niek, dat uiteindelijk bij Cocky en Bart in huis mag komen. En daarmee komt alles goed.

Hier is een zorgzame tante, opnieuw omdat de mannelijke hoofdpersoon geen ouders meer heeft. Al zo vaak gelezen bij deze schrijfster. Maar ditmaal heeft ook de vrouwelijke hoofdpersoon geen ouders meer. Vader was al lang dood, moeder onlangs, toen Cocky na een lezing Bart tegenkwam. En is er snel mee getrouwd. Want ze was toch maar alleen. Dat is alles wat er over hen wordt gezegd.

De vriendschap met Tilly strandt, er is tante Hanna en er is een pleegdochter van een jaar of vijftien in huis gekomen. Maar verder? Verder staat Cocky er eigenlijk alleen voor, met haar hulp. Hoe oud ze is, wordt ook niet ter sprake gebracht. Omdat ze dit alles heeft, is ze heel tevreden. En koestert ze geen wrok meer. Over de eenzaamheid, die ze toch moet voelen, zo alleen in huis, geen woord meer. In plaats van uitgangetjes met Til voortaan de zorg over man en kinderen. Dat is pas je ware. Blijkbaar.