06 april 2018

Franka in het zadel

Het is een van de eerste boeken van Helen Taselaar, dat werd uitgegeven. Het zou later ook niet meer worden herdrukt. Franka in het zadel is ook nog steeds in de catalogus van de openbare bibliotheek terug te vinden, al weet ik niet of je het ook nog echt zou kunnen lenen. Het is immers al dik 35 jaar oud.
De éénregelige omschrijving van de bieb is heel goed gevonden: Zal het de koppige Franka lukken de hindernissen te overwinnen die tussen haar en de ware liefde staan?

Niet alleen een perfecte samenvatting van het verhaal, ook nog eens met een dubbele betekenis. Want het gaat over paardrijden, niet alleen op de weg, maar ook hindernissen springen. En het gaat over John, de arrogante manege eigenaar, die ze niet kan uitstaan, maar die uiteraard wel haar grote liefde wordt. Er zijn misverstanden, er is een rivaal, maar uiteindelijk komt alles goed. In Engeland. Er is een HAVO diploma en verder niets, maar dat is ook niet nodig. Want op je eenentwintigste ben je toch al getrouwd met de man voor het leven.

Het is het bekende Taselaar recept. Ze zou het eindeloos herhalen, niet alleen in de Picadero en Wildhof serie, ook in alle latere losse verhalen. Alleen is dit verhaal over Franka duidelijk een eerste test. Het is van alles net te veel, zonder goed uit te werken. Ze is zo maar verliefd op John, zonder reden. Plotseling jaloers, maakt zo maar ruzie met hem, zonder aanleiding. Er is niet één 'drama' in het verhaal, waarbij de man als haar reddende engel optreedt, nee er zijn er drie. Franka moet én bijna in een ravijn vallen én een kind van de verdrinkingsdood redden en daarbij zelf bijna het leven laten én nog eens levensgevaarlijke longontsteking krijgen. Tot drie keer toe moet bevestigd worden dat ze voor elkaar bestemd zijn door het noodlot. 

In latere verhalen zou Helen het bij één zo'n gebeurtenis laten. Dat is voldoende voor de lezeres om te beseffen, dat de hoofdpersonen bij elkaar horen. En meer dan genoeg om te bevestigen, dat de man in kwestie altijd de stoere held is, waar de vrouw zich achter kan verschuilen. Al ben je nog zo'n stoere en koppige meid, zonder man is het niets gedaan. 

Franka gaat naar een cursus Engels, krijgt er een vriendin, maar hoe die vriendschap ontstaat, staat nergens. Ze mag typewerk voor haar vader gaan doen, maar hoe het bedrijf in elkaar zit, wordt niet vermeld. Ze zijn maar tijdelijk in Engeland, voor vaders werk. Als ze terug gaan naar Nederland is dat, omdat vader directeur kan worden. Ook zo maar. 

Franka vraagt zich af, of ze het contact met haar Nederlandse vrienden kan houden, maar over een brief of telefoontje wordt nergens gesproken. Terug in Nederland is alles weer snel bij het oude en heeft ze ook zo maar weer werk. Of het nog steeds bij haar vader is, zoals in Engeland, wordt niet duidelijk. 

Nee, dat het niet werd herdrukt, is goed te begrijpen. Maar het is wel leuk om terug te lezen, met de kennis van nu. Te weten, dat dit een soort sjabloon is geweest, voor die meer dan twintig titels die Helen Taselaar hierna nog in de Kluitman Jeugdserie zou schrijven, in minder dan tien jaar tijd. Wat op zich natuurlijk weer heel knap is. En blijft. Jaarlijks minstens twee of drie boeken afleveren, die allemaal even goed werden gelezen. 

21 maart 2018

Het verschil tussen Rie en Hans

Hanna's vlucht werd voor het eerst uitgegeven in 1936. Pas na de oorlog, bij de derde druk, zou de uitgever Hans Borrebach vragen, de illustraties en het omslag voor zijn rekening te nemen. De eerste beide drukken werden door Rie Reinderhoff verzorgd. Ik bezit ze inmiddels allebei.
Mijn editie met Hans Borrebach heeft enkel nog een foto omslag, geen tekeningen. Rie Reinderhoff maakte ook tekeningen tussen de hoofdstukken door. Het verhaal is hetzelfde, maar doet toch, door die tekeningen heel anders aan.


Hanna en Bob zijn achterneef en nicht, die het leven niet zo serieus nemen. Maar de liefde is een serieus iets, dus of ze het nu met elkaar moeten wagen is maar de vraag. Gelukkig is daar kleine Daantje, die zorgt dat alles in orde komt. Dat is het verhaal wel zo'n beetje.

Sanne van Havelte werd wel de christelijk tegenhanger van Cissy van Marxveldt genoemd. Haar boeken hadden een 'diepere inhoud'  zoals dat toen heette. Het leven is ernst en van boven kijkt iemand toe, of je het allemaal wel goed doet. Alleen daarom al passen de illustraties van Rie Reinderhoff er beter bij. Ze maakte de tekeningen voor veel meer van dergelijke boeken.  Zelf ben ik vooral bekend met Goud-Elsje.

Als je haar tekeningen uit Hanna's vlucht beter bekijkt, zie je de overeenkomsten. Baby Josje op Hanna's arm lijkt op baby Joke op de arm van Els. En de manier waarop Tim luistert naar het verhaal van Hanna is precies de houding die Taco heeft aangenomen als hij belang stelt in het verhaal van Els. Waarschijnlijk heeft ze gekopieerd van haarzelf. Dat kan misschien ook niet anders,  als je zoveel werk nog hebt liggen.

Gekopieerd of niet, het is in elk geval beter dan het seriewerk van Hans Borrebach. Rie Reinderhoff heeft er altijd serieus naar gekeken. Er waren in de jaren vijftig en zestig ook schrijfsters, die het niet eens waren met de bekende Hagenaar als illustrator. Soms werd er om die reden zelfs voor een andere uitgever gekozen. Als je dit boek van Sanne van Havelte bijvoorbeeld terug leest, is dat goed te begrijpen. Een schrijfster vormt zich een beeld van haar romanfiguren. Dat moet dan ook wel een beetje kloppen met wat de tekenaar er vervolgens van maakt. Dat is meestal niet de mondaine filmster met de tandpastaglimlach, die Hans Borrebach er van maakte.

Over de inhoud was men bij het verschijnen van dit boek zeer te spreken.
Goed en opbouwend, zo luidde de recensie bij het verschijnen van dit boek over Hanna. Met een fijn gevoel, in een zuivere sfeer. Knap gedaan, voor een schrijfster die zelf nooit een relatie zou krijgen en haar hele leven bij haar ouders zou blijven wonen. Ze wist zelf totaal niet hoe de liefde in elkaar stak.

Dat laatste staat natuurlijk niet in de recensie. Dat was iets, wat pas veel later over haar werd verteld. Toen haar boeken al als sentimenteel bekend stonden. En de uitgever haar manuscripten zelfs een paar keer terug stuurden, omdat ze het met het verhaal niet eens waren. Maar daarvan bleek in de jaren dertig nog niets.

02 maart 2018

Loesje in zesvoud

De catalogus van de Koninklijke Bibliotheek bevat onder meer een overzicht van alle boeken die in Nederland verschenen zijn. Het enorme tempo waarin Anneke Bloemen haar meisjesboeken schreef, is er goed in terug te vinden. Nadat in twee jaar tijd vier delen Annemieke waren verschenen volgden in een al net zo snel tempo vier delen over Polly. Vervolgens verscheen nog datzelfde jaar - 1960 - al het eerste deel van Loesje Mertens. Om er vervolgens in 1964 het zesde en laatste deel van uit te geven. Waarop een jaar later alweer het eerste deel van de Merel-reeks verscheen. Maar daarover een andere keer meer.

Nu eerst samengevat in één blog, de zes delen over Loesje. De hoofdpersoon uit deze reeks doet qua gedrag en omstandigheden opnieuw een stapje terug, vergeleken met Polly en Annemieke. Loesje begint nog wel op het gymnasium, maar dat maakt ze niet meer af. Ze is er niet serieus genoeg voor. Ze zou beter af zijn op de MMS. De middelbare meisjesschool, maar daar voelt ze zich te goed voor. Naar de middelmatige meisjesschool, zoals ze zelf zegt, wil ze in geen geval. Gelukkig krijgt ze nieuwe buren. Hun dochter, Céline, is van Loesjes leeftijd en zit wel op de MMS. Loesje sluit vriendschap met haar en dan blijkt die school ook wel mee te vallen. 

In het tweede deel wordt Loesje verdacht van een inbraak, die ze uiteraard niet gepleegd heeft. Ze krijgt de schuld, maar niet terecht. Vandaar misschien dat ze vrolijk lachend op de herdruk staat en de inspecteur al net zo breeduit lacht. De lezeresjes hoeven zich dus geen zorgen te maken. In het derde deel verricht Loesje een goede daad, door op te komen voor het buurgenootje Stien. Ze komt uit een asociaal gezin, maar is van zichzelf heus zo slecht nog niet. Loesjes ouders moeten een poos van huis. Ook daarvoor moet ze in de bres springen. Waarmee de eerste drie delen, en daarmee de eerste omnibus, uit 1980, gevuld werd.


Loesje moet in het vierde deel in een gezinsvervangend tehuis gaan wonen. Dat deel heeft zelfs de vakpers gehaald. Opgedreven emotionaliteit is zonder twijfel het opvallendste kenmerk van triviale meisjesboeken voor een iets oudere doelgroep, zo staat te lezen in Leesbeesten en boekenfeesten. Waarna een citaat uit Loesje wordt nummer zeven volgt. Een gewichtige omschrijving van iets wat ik zelf ook dacht, toen ik deze boeken ging lezen, als twaalfjarige. Moet ze nou dáárom huilen? Zó erg is het toch allemaal niet? Het gaat vast goed komen, net als in al die andere boeken.

Natuurlijk komt het goed, in dit vierde deel. Waarna Anneke Bloemen doorslaat, in iets wat ook in veel meer meisjesboeken voorkomt. In iets dat absoluut niet kan, of in elk geval wel héél toevallig is. Iets dat ik als jong meisje ook al niet geloofde. In dit geval is het een buurhuis, dat te koop komt. En waarvoor Loesje een oplossing weet. De meisjes uit het 'nummer zeven' huis, samen met een lerares van haar school kunnen er hun gezinsvervangend tehuis in beginnen. Met Stien als hulp in de huishouding. Allemaal dankzij Loesje.

Dan zijn we intussen aangeland bij deel 6, waarin Loesje opnieuw van school moet, om het huishouden op zich te nemen. Daarmee is ze inmiddels twee jaar achter op haar klasgenoten. Terug naar school wil ze dan niet meer en hoeft ook niet. Loesje mag naar een gezin in Spanje, waar ze behalve Frans ook Spaans kan gaan leren. En daarna? Dan wordt het Victor, de broer van Céline. Want dat is van een broer-van-vriendin zo langzamerhand wel haar verloofde-to-be geworden. Maar net als bij Annemieke destijds, laat Anneke Bloemen zich daar verder niet over uit. Dat mag je raden. Waarmee in 1980 een tweede omnibus kon worden voltooid. Twintig jaar na de eerste druk. Intussen met de herkenbare omslagen van Herson, alias Herry Behrens. 

26 februari 2018

Een krant van toen

Kronieken zijn leuk om door te bladeren. Ze beschrijven het verleden op een prettige manier. Makkelijk te lezen, niet zo zwaar als een echt geschiedenisboek. Maar dat wat er in staat is meestal erg algemeen. Wat er gebeurde op de dag dat ik geboren werd, weet ik intussen. De algemene feiten kun je overal wel vinden. Een windhoos op Ameland, een legendarische partij schaak. En omdat ik op een vrijdag geboren ben, de dag dat de Top 40 werd uitgezonden, weet ik ook, wat er op 1 stond, die dag.

Afgelopen week was ik in het Gelders archief. Die heeft onder meer een grote krantencollectie. Gigantische ingebonden exemplaren. Want o ja, de krant had lang het formaat van een halve tafel. Ik was het al weer vergeten. Na het achterlaten van je gegevens kun je in de studiezaal zo'n krantenboek opvragen. Dat deed ik dus. De krant van mijn geboortedag. Ook daar staan feiten in, die ik al wist. Maar er tussendoor staan de advertenties. Dat geeft een veel completer beeld.

De makelaar die zijn aanbod in enkele zinnen aanprijst. Niet meer dan een omschrijving van het aantal kamers, de tuin en een prijs. Geen foto. Advertenties van C&A en HEMA. Met getekende afbeeldingen. Bedrijven in de o ja-die-zijn-er-ook-al-niet-meer-categorie, zoals Kreymborg en V&D. En advertenties van bedrijven die je alleen uit de verhalen kent. Brons Textiel en supermarkten als DeGruyter en IFA. De personeelsadvertenties hadden ook al niet meer omvang dan dan enkele regels. De gewenste opleiding, werkervaring en persoonlijkheid. Dat was het wel.

In het weekend werd er nog gewoon gedanst in een zaal. Een hele pagina met advertenties. Elk dorp had wel zo'n gelegenheid. Niks discotheken, die bestonden blijkbaar nog niet, in 1972. En heel veel nieuws, dat nu al zo lang gewoon is, maar het toen nog niet was. De universiteit van Nijmegen krijgt een nieuwe centrale, waardoor er nu zonder tussenkomst van de telefoniste direct naar een medewerker gebeld kan worden. Een dorp in de polder wordt waarschijnlijk zeer binnenkort op de riolering aangesloten. Een brug over de rijksweg om het verkeer in betere banen te leiden. De TV gids vermeldt uitzendingen in zwart / wit en een enkele in kleur.

Contactadvertenties, discreet en met weinig details. Autodealers die hun merken en typen aanprijzen, die nu al lang niet meer bestaan en soms zelfs al zijn vergeten. Een Volkswagen 1300 dat is een Kever, die ken ik nog wel. En de Opel Kadett herken ik ook, al was het model dan totaal anders. Maar een Simca 1100 en een Opel Manta? Dat zijn auto's van voor mijn tijd, die ik enkel van plaatjes ken. Maar nu zie je ze gewoon letterlijk in de krant staan. Een krant met heel veel tekst, een enkele tekening en nauwelijks foto's. Toen een abonnement nog 98 gulden per jaar was.

Deze abonnee leest gemiddeld 3 kwartier per dag uw krant, aldus de advertentie van de Gelderlander zelf. Er viel ook heel wat in te lezen. Veel meer dan nu. Maar er was ook nog geen internet, in die tijd. Geen commerciële televisie, geen teletekst en slechts twee Nederlandse zenders, die pas 's avonds de lucht in gingen. Men moest het nieuws dus veel vaker uit de krant halen. De krant van toen. Of ze in andere provinciale archieven ook een kranten collectie hebben, weet ik niet. Maar een aanrader is het wel, wat mij betreft. Ik ben weer een stuk wijzer geworden.

18 februari 2018

De kroniek van onze eeuw

De belangrijkste gebeurtenissen, de mooiste beelden, zo luidt de ondertitel. Ook dit is een kroniek, die ter gelegenheid van de eeuwwisseling verscheen. Maar dan anders. Handzamer dan die losbladigen, die inmiddels niet meer in mijn verzameling voorkomen.

Deze kroniek is uitgegeven in boekvorm. Voor elk decennium een deel. Ik bezit er drie. Nog niet zo lang geleden aangeschaft in de kringloopwinkel. De dame achter de kassa was verbaasd, dat ze zo goedkoop waren. Net als ik. Gelukkig deed ze niet moeilijk en kreeg ik het voor de prijs die er voorin geschreven stond.

De belangrijkste gebeurtenissen zijn kort, maar goed verwoord. En overzichtelijk gerubriceerd, bovendien. De gebeurtenissen zijn uitgewerkt in langere verhalen en in feiten. Die feiten staan in overzichtelijke tabellen, onderverdeeld naar maand en dag. Je kunt dus elk deel scannen op de belangrijkste zaken, of nauwkeurig doorlezen. Of allebei. Of door elkaar heen. Wat dat betreft lijken de hoofdstukken in deze kroniek wel een beetje op een homepage van een goede website. Maar die had je toen nog niet. Deze reeks werd in 1998 en 1999 uitgeven. Vertaald, uit het Duits. 

Ook bij deze serie moest ik weer aan mijn tijd als mediathecaris denken. Alleen leende ik deze exemplaren niet alleen uit, ik heb ze ook nog zelf in de catalogus mogen opnemen. Want destijds zat ik op de afdeling collectievorming. Wat nog leuker was dan uitlenen, want dan kreeg je ook alle nieuwste uitgaven als eerste in handen. De verleiding om mooie boeken door te bladeren in plaats van ze gereed voor uitleen te maken was soms heel groot. En daarmee verstreek de tijd, zonder dat ik er erg in had. 

Deze serie heb ik destijds in één keer ingevoerd. Met een koepeltitel en daaronder de afzonderlijke delen. Met trefwoorden en titelbeschrijvingen. Weliswaar geautomatiseerd, maar toch nog helemaal in stijl. Echt nog het werk tussen en met boeken. De beveiliging er op, streepjescode, titelhoekje aan de binnenkant, stempel er in en stickers er op. Daarna gingen ze de uitleen in, waar ze eerst nog werden geplastificeerd. 

Een week later moest ik weer het pauze halfuurtje invallen in de uitleen, zoals elke vrijdag. Ik liep meteen op de kast algemene geschiedenis af. En daar stonden ze klaar, netjes op een rij. Ik nam er zonder aarzelen direct drie van de plank. En leende ze aan de balie prompt uit aan mezelf. 

Bijna twintig jaar later staan er dus weer een paar van in mijn kast. Misschien kan ik de serie ooit nog compleet krijgen. Maar dan alleen voor een zacht prijsje. Want zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Maar al blijft het bij die drie. Die zijn al goed genoeg voor een heleboel herinneringen aan een mediatheek op een hogeschool, die zelf ook al lang geschiedenis is geworden. 

10 februari 2018

Het verhaal van Polly in vier delen

Ze volgde destijds heel snel op Annemieke.
Weer vier delen over een meisje op het gymnasium, met een vader met een goede baan. Weer een eerste deel dat simpelweg de voornaam en achternaam van de hoofdpersoon als titel heeft. Maar daarmee houden de overeenkomsten op. Want Polly, die eigenlijk Paula heet, heeft geen moeder meer. En omdat vader 'voor zaken' naar Curaçao moet, logeert Polly tijdelijk bij haar oudtantes. Ze maakt kennis met de buurvrouw daar,  Nanny.  En ze krijgt twee vriendinnen, Marijke en Lies.

Met de grote familie van Marijke gaat ze op vakantie - deel 2 - en vervolgens mag ze bij Nanny komen wonen. Die helemaal geen gescheiden vrouw is, maar weduwe, zodat ze - deel 3 - nog best met vader Parker zou kunnen trouwen. Dat is in eerste instantie nog een misplaatst grapje, maar wordt werkelijkheid.
Dan komt de ernst om de hoek kijken. Vriendin Lies overlijdt, ze krijgt ruzie met Marijke. En voorzichtig komt de man in haar leven. Maar dat is - allemaal in deel 4 - verder niet uitgewerkt.

Ook Polly werd herdrukt en van een modern omslag voorzien. Maar minder vaak dan Annemieke. En ook minder geslaagd. De boeken bleven braaf, maar de tekeningen werden uitgesproken brutaal. Tot een omnibus kwam het ook niet meer. Waar Annemieke nog leuk was, daar werd Polly eigenlijk vooral sentimenteel. Ondanks die tekeningen. En ja, ik spaarde ze 'voor de verzameling' bij elkaar. Maar echt leuk vond ik deze serie niet.

De uitgever dacht er anders over. En vele lezeressen blijkbaar ook. Anneke Bloemen wist precies wat de meisjes lezen wilden, in die tijd. Want op Polly zou ook al weer heel snel Loesje volgen. Zes delen, ook opnieuw geïllustreerd en later nog als omnibus uitgegeven. Maar daarover later meer.

28 januari 2018

Het aanschafboekje

Hoe oud het precies is, weet ik niet. Ik schat een jaar of tien. Wel weet ik, dat dit mijn tweede exemplaar is. En dat ik daarvoor nog met een lijstje werkte, dat ik standaard in mijn portemonnee had zitten.

Dit schriftje op A6 formaat vond ik in een rugzak die ik ook al een poosje niet meer nodig had gehad. De rommelmarkt rugzak. Zo'n 15 jaar geleden ging ie minimaal eens per maand mee naar een rommelmarkt. Er zaten altijd wel verkopers tussen met boeken. Exemplaren die pasten in mijn verzameling. Dan was het gauw even een check in het aanschafboekje. Want ik had al veel, maar nog lang niet alles wat ik wilde hebben.

Lijstjes met ontbrekende nummers uit de Witte Raven Reeks, de Juno Pockets en de Iris Reeks. Allemaal met illustraties van Borrebach. De Marjolein-serie en de Vickey reeks. Vele nog niet aanwezige deeltjes uit de Maraboe Flash serie. Het was de bedoeling om het allemaal nog eens in bezit te hebben. Maar dat is niet gebeurd. De rommelmarkt bood steeds minder. We lieten ze links liggen. De rugzak kwam niet meer van de zolder af. En inmiddels was ik zelfs het bestaan van een aanschafboekje al vergeten.

Toch best grappig om weer eens door te bladeren. Wat had ik eigenlijk nog veel te wensen. Daarom werd het natuurlijk ook een boekje in plaats van een enkel velletje papier. En dat eerste boekje, dat verving ik ooit voor dit, omdat er zo veel al was doorgehaald. Boeken die ik had weten te scoren, die dus van de lijst af mochten.

Ik heb na dit tweede boekje nog een poosje foto's van mijn boekenplanken op mijn mobiel gehad. Die checkte ik dan,als ik bij toeval nog eens een boek voor de verzameling tegenkwam. Maar ook die zijn inmiddels verwijderd. Die enkele keer dat ik nu nog iets tegenkom voor weinig geld, waag ik de gok wel, dat ik het nog niet heb. Daar heb ik geen foto's en ook geen boekje meer voor nodig.