20 mei 2014

De olijke tweeling : jubileumuitgave 50 jaar

Dat vermeldt althans de rugtitel. Op het omslag staat: De olijke tweeling en de danswedstrijd. Ik kocht dit boek dus om de titel op de rug. Want die danswedstrijd, anno 2008, dat geloof ik wel. Ik heb het verhaal gelezen, hoor, maar behalve de bekende namen vond ik er verder niets in terug dat me aan 'mijn' Ellis en Thelma Bongers deed denken. En de CD met dansmuziek, zat er bij aanschaf ook al niet meer in. Maar ook die kan ik wel missen.

Het ging mij dus om al dat andere, om die jubileumuitgave. Een lijst van 26 'hertaalde' delen van de Olijke tweeling, en 10 nieuwe delen. Na het verhaal over de danswedstrijd eerst de 36 omslagen van de Olijke Tweeling anno nu. Steeds voorzien van een Geschreven door Arja Peters, hertaald door Suzanne Braam. Eén deel geschreven door Jodie Peterson, en daarna 9 delen door Marion van de Coolwijk. Onder elke afbeelding staan, naast de naam van de schrijfster, ook de naam van de illustrator, Melanie Broekhoven, en uitgever, de Eekhoorn. Korte biografieën van alle schrijfsters. Te beginnen met Arja dus, die haar verhalen over de tweeling in 1958 startte. Na de biootjes de omslagen zoals ik ze ken. Eerst de 'echte', zoals ik dat vroeger altijd zei, van Hans Borrebach. Vanaf deel 22, dat in 1978 uitkwam, verzorgde Carol Voges de tekeningen. En die vond ik maar lelijk. Die delen heb ik wel gelezen, als kind, maar destijds nooit aangeschaft, van mijn zakgeld. Deel 26 is het laatste deel van Arja Peters, dat nog in 1988 verscheen. Dertig jaar na het eerste deel. De illustraties van Annelies Vossen zijn mooier, maar halen het niet bij Borrebach.


De omslagen worden gevolgd door het allereerste deel uit de serie, in oorspronkelijke uitgave. De samenvatting, die aan het verhaal vooraf gaat, is in het originele lettertype, dat Borrebach ooit ontwierp. Rode blokletters op een gele achtergrond. Het lijkt de achterflaptekst van destijds. Want anno 2008 zouden meisjes een zin als: De zucht naar avontuur van de tweeling kent geen grenzen absoluut niet meer begrijpen. Ook aan het verhaal van de danswedstrijd gaat een samenvatting vooraf. Met, ter verduidelijking het moderne lettertype. Gele letters, blauwe achtergrond, zwarte ondertitel. En in het taalgebruik en de wereld van nu. Er komt een Karim en een Youri in voor, en een pestkop Christina. Dat had je in de jaren vijftig allemaal nog niet. Of misschien wel, maar men schreef he niet op. Omdat dat niet hoorde.

Ten slotte volgen er nog twaalf pagina's met weetjes. Over Arja Peters, de boeken, de andere auteurs. De tweeling en hun familie. Niet alles klopt. Want de stiefmoeder heette niet Betty Kramer, maar Betty van Katen. En oom Niek in eerste instantie oom Nick, al maakte Arja daar later zelf ook al Niek van. Tante Suus is inderdaad getrouwd met oom Bob. Maar dat ze kinderen kregen, in elk geval een neefje dat Rudie heet, wordt niet vermeld. Vooral de laatstee pagina met weetjes is leuk. Het verklaart een heleboel, voor de meisjes van nu. In de boeken van de Olijke Tweeling komen geen mobieltjes of andere moderne apparatuur voor, zo heet het. De verhalen spelen zich af in een omgeving die voor alle tijden geldt. Al vijftig jaar lang wordt de Olijke Tweeling gelezen door oma's, moeders, dochters en kleindochters. De Olijke Tweeling wordt nooit oud en zal nog vele avonturen gaan beleven!


Jammer alleen, dat dat laatste nooit is uitgekomen. Want in de KB-catalogus vond ik geen nieuwere delen meer, na 2008. Misschien vond de uitgever het wel mooi geweest, zo. En dat was het ook. Want ook dát is bijzonder. Vijftig jaar lang dezelfde uitgever. Het wordt niet vermeld in de jubileumuitgave, maar dat had er best bij gekund. Als ik dan toch nog één puntje van kritiek mag hebben: korte biootjes van de illustratoren. Die mis ik eigenlijk ook nog wel. Maar verder... leuk boek om te bewaren. Absoluut.





11 mei 2014

FMIEB: Wörter, die die Welt noch braucht

Duits en erg leuk. Kan dat? Ja, dat kan. Dit is een erg grappig boekje. De ondertitel geeft aan, waar het over gaat. Niet bestaande woorden, die toch wel handig zouden zijn als je ze zou hebben. Een FMIEB is, vertaald, dus 'een nies die je wel voelt aankomen, maar niet doorgaat.'

Zo staan er, keurig op alfabet, als was het een woordenboek, een heleboel van die ja, waarom- is-daar-geen-woord-voor-woorden in. Zelfstandige naamwoorden, waarbij wordt aangegeven of het der, die, of das is. Duits, dat kent geen de en het, maar een mannelijk, vrouwelijk of onzijdig zelfstandig naamwoord. Werkwoorden staan er ook in, en locaties. Iedereen die een beetje taalgevoel heeft of in de buurt van de grens woont, leest dit boekje grinnikend uit. Zonder problemen. Een paar voorbeelden. Vertaald.

Animosen, die: DJ's, die tussen de liedjes door de mensen enthousiast aansporen om de dansvloer op te gaan. Armin, der: iemand die zijn / haar armen in de lucht gooit, wanneer hij / zij in de achtbaan zit. Bono, das: het steeds maar weer terugkerend gevoel, dat de mooiste tijd al voorbij is, in je leven. Erschlecken: werkwoord voor iets uitlenen, met het vaste voornemen, het niet meer terug te geven. En Gekruschel, das: - dat beetje muesli, dat in de verpakking overblijft, te weinig om nog op te eten, te veel om weg te gooien- vind ik misschien wel de leukste die er in staat.

Hoewel, Kratzachstan, das - dat stukje in het midden van je rug waar je met je handen niet bij kunt komen maar dat wel altijd jeukt - ook goed gevonden is. En wat te denken van nickelnackeln, een werkwoord voor: alles wat je met muntgeld doet, om te voorkomen dat het in de snoepautomaat blijft hangen. Of, minder smakelijk, maar wel heel herkenbaar: nasenaustern: je neus regelmatig ophalen omdat je te lui bent om een zakdoek te gebruiken. Schnurzpiep, der, de gewoonte, de telefoon tenminste twee keer te laten bellen, ook als je m meteen zou kunnen opnemen, om maar niet de indruk te wekken, dat je op een telefoontje zat te wachten.

Sundrinen, werkwoord, omschrijving voor dat wat men doet, als hij / zij Suzannes, Sandra's en Sabines niet uit elkaar kan houden. Taumler, der: iemand die niet zo handig is met een boodschappenwagentje. Tupperkulose, die: het oneven aantal van plastic deksels en bijbehorend aantal bakjes in een keukenkastje. Wallraf, der: het moment, waarop 's morgens op 24 december mannen Kerstkadootjes inkopen. Zappelin, der: persoon met afstandsbediening, die niet langer dan drie seconden naar een bepaalde zender kan blijven kijken.


Enfin, zo staat dat boekje dus vol. Ik kocht het voor een euro, bij een Duitse prijsvechter. Weet niet, of het nog te krijgen is. Het is uit 2006, dus nog niet zo heel oud. Oud genoeg om niet meer in de winkel te liggen, maar nog te nieuw voor een antiquair. Voor die omschrijving hebben we trouwens ook nog geen woord. In het Nederlands ook niet. Zou er in het Nederlands ook ooit zo'n boekje zijn samengesteld? Het zou me wel een leuk idee lijken om dat te gaan doen.

FMIEB eindigt met een korte omschrijving van de beide schrijvers. En met een verwijzing naar de gelijknamige website, die helaas niet meer in de lucht is. Jammer. Maar gelukkig hebben we het boekje nog op tijd weten te scoren. Het is ook nog op Amazon te koop, las ik. Voor niet al te veel geld.

03 mei 2014

Cocky's bezinning

Onlangs gekocht in een nieuwere Witte Raven-editie, maar er blijkt ook een vijftiger jaren druk van te bestaan.  Die moet ik nog eens zien te scoren. In een nieuwere druk in elk geval weer een andere titel van Netty Koen-Conrad, met, zo blijkt, opnieuw een herhaling van zetten. Bekende verhaallijnen, bekende namen van personen die er in voorkomen, bekend verloop en overbekend slot.

In dit geval is het de getrouwde Cocky, die in Amsterdam woont. Met een hulp in de huishouding, uiteraard. Uit de Jordaan. Met typisch Jordanees accent, een heleboel kinderen en een man met losse handjes. Zoiets zou nu absoluut niet meer mogen worden uitgegeven. Het zou, terecht, de uitgever en de schrijver betichten van discriminatie. Alsof alle hulpen in de huishouding plat praten en dom zijn. Hardwerkend en dik. En met een boerse naam. Netty gebruikt er ook hier weer alle stereotypen voor. Cocky's hulp heet Bertha, maar eerder heetten ze al Aaf, of Anna.

Cocky is getrouwd met Bart, een leraar Engels. Pim-van-Anneke is ook leraar Engels. Net als John-van-Tonia. Leraar, of onderwijzer, een ideaal beroep voor de ideale man. Leo-van-Mieke: onderwijzer en psycholoog, Jef-van-Joan: leraar en later directeur. Niek-van-Jopie: hoofd der school.

Ook hier is Cocky, die alles al heeft, ontevreden met haar leven. Want het is zo saai. En ze realiseert zich niet wat ze allemaal aan 'rijkdom' heeft. Zoals Nina, in een ander verhaal. Haar vriendin Tilly, die wél geld in overvloed heeft, wakkert de jaloezie nog eens extra aan. Anderen, hebben het altijd beter. Want ze hebben geld voor dure, maar inhoudsloze feestjes en vakanties.

Wederom een vakantie, wederom naar Frankrijk. Via Parijs naar het zuiden. De schrijfster kwam er zelf graag en laat het land dikwijls in haar verhalen terugkomen. En opnieuw bijna Het Noodlot, in alweer de vorm van een doodziek kind, deels door verwaarlozing, doet de hoofdpersoon tot inkeer komen. Gelukkig komt het ook voor Fritsje, ditmaal heeft het zoontje de naam van een eerder gebruikte oom, op het nippertje goed. En dan is er nog pleegkind Jopie, met dezelfde naam als het onderwijzeresje van Niek, dat uiteindelijk bij Cocky en Bart in huis mag komen. En daarmee komt alles goed.

Hier is een zorgzame tante, opnieuw omdat de mannelijke hoofdpersoon geen ouders meer heeft. Al zo vaak gelezen bij deze schrijfster. Maar ditmaal heeft ook de vrouwelijke hoofdpersoon geen ouders meer. Vader was al lang dood, moeder onlangs, toen Cocky na een lezing Bart tegenkwam. En is er snel mee getrouwd. Want ze was toch maar alleen. Dat is alles wat er over hen wordt gezegd.

De vriendschap met Tilly strandt, er is tante Hanna en er is een pleegdochter van een jaar of vijftien in huis gekomen. Maar verder? Verder staat Cocky er eigenlijk alleen voor, met haar hulp. Hoe oud ze is, wordt ook niet ter sprake gebracht. Omdat ze dit alles heeft, is ze heel tevreden. En koestert ze geen wrok meer. Over de eenzaamheid, die ze toch moet voelen, zo alleen in huis, geen woord meer. In plaats van uitgangetjes met Til voortaan de zorg over man en kinderen. Dat is pas je ware. Blijkbaar.

30 april 2014

Dichtbijfotografie: vanaf macro tot portret

Is er ooit een onderwerp geweest, wat de amateur zo aanspreekt als dit, vraagt de schrijver van het wervende tekstje op de achterkant zich af. Het antwoord luidt, in de volgende zin, als volgt: Wie kans ziet, zich de techniek van het dichtbij-fotograferen terdege eigen te maken, vindt hierin een nieuw, zeer uitgebreid terrein waarop hij niet raakt uitgekeken.

De wie is dus blijkbaar een man. Want er staat hij. Maar misschien is dat een algemene aanspreekterm en mogen ook vrouwen kiekjes maken, van dichtbij tot zeer nabij. Hans Borrebach zal er vast geen bezwaar tegen hebben, toen hij deze foto-pocket samenstelde. Een foto-pocket, zo noemt de uitgever dit kleine handzame boekje. Uitgeverij Veen kende een Hobby Serie en een serie met Amstel-Hobby Pockets. En in beide reeksen heeft Borrebach zijn fotoboeken uitgegeven.Veel fotoboeken, zouden het uiteindelijk worden. Als zichzelf en onder pseudoniem op de markt gebracht.

Dit omslag is weer iets anders van stijl en opmaak, dan de andere fotoboeken die ik van hem bezit. Het is goed te zien, dat Borrebach ook ontwerper was. Dit ziet er mooi, strak uit, met slechts twee steunkleuren. De hoofdstukken worden, in duidelijke blokletters in de gele band onderin omschreven. Spreekt zeer tot de verbeelding. Camera en brandpunt, accessoires, filmmaterialen, iedereen weet wat er mee bedoeld wordt. De hoofdstukken zelf zijn in het boekje nog onderverdeeld in alinea's. Steeds een paar alinea's per subonderwerp. En die subonderwerpen zijn dan weer cursief geschreven, waardoor het allemaal nog duidelijker leesbaar wordt. Portretten. Met persoonlijke ingreep. Portretten van mensen en dieren. Brandpunt en opnamehoek. 

Het boek is een centimeter of vijftien hoog en bevat slechts 104 pagina's. Hoe klein ook, het heeft een alfabetisch register, met pagina-aanduiding. Van Aansluitring (tussen-) op pagina 23, 55 tot en met Zwart-wit emulsie (film) op pagina 36. De trefwoorden worden zelfs tussen haakjes nog verder omschreven. In het midden van het boekje zitten een paar zwart / wit foto's op glanzend papier, voorzien van het nodige commentaar. En ook hier, waar nodig, duidelijke schema's. Lijsten van filters en afstandstabellen. Om het geheel te eindigen met een lijst van eerder verschenen werken van Borrebach, bij uitgeverij Veen. En wat er verder zoal in de Hobby-serie en Amstel Hobby Pockets verschenen was.

Toch best een overzichtelijke, duidelijke tijd, de jaren zestig. Als ik dit boekje moet geloven. En schrijver / tekenaar / fotograaf / ontwerper Borrebach zou beslist ook een goede documentalist zijn geweest, als hij had gewild. Want hij weet het allemaal heel overzichtelijk en duidelijk te formuleren en te presenteren. Zodanig, dat je er vijftig jaar later nog steeds met plezier doorheen kunt bladeren.

21 april 2014

Ik zou zo graag...

Joecky van Arkel - voluit Jacqueline, maar zo noemt haar vader haar alleen als hij iets ernstigs met haar te bespreken heeft - is negentien jaar. Ze heeft een jaar geleden eindexamen gedaan en sindsdien lummelt ze maar een beetje rond. Vader is advocaat en procureur, moeder schrijft en broer studeert voor arts. Er is geld genoeg voor een dienstbode en een mooi huis in Den Haag.

Er is een vriendin die ze al vanaf de kleuterschool kent, Guus. Met haar drinkt ze thee en snoept ze bonbons. Guus werkt als privé secretaresse en is helemaal weg van haar chef, meneer De Faille. Die zich met een freule heeft verloofd en er ook mee trouwt.

Broer Wim heeft verkering met een Haagse nuf, zoals Joeky het noemt. Gelukkig ziet hij dat zelf ook bijtijds in en verlooft hij zich aan het eind van het verhaal alsnog met Guus. Volgens beproefd Koen-Conrad recept. Anneke verlooft zich met de broer van vriendin Ineke, Tineke verlooft zich met de broer van vriendin Loes, Sylvia verlooft zich met de broer van vriendin Tonia.

Halverwege het verhaal komt er nog een nichtje over uit Amerika en met haar komen de fatterige boemelstudenten ook weer om de hoek kijken. Niet bepaald voor het eerst. Er wordt gezeild. Ook eerder gelezen. Al is het dan nog niet eerder voorgekomen, dat er een zeilboot in de oorlog voor eten is verkocht, zoals de vader van Guus in dit verhaal wel blijkt te hebben gedaan.

Joeky moet haar best doen om een baantje te vinden, maar gelukkig heeft ze een invloedrijke vader, met talloze relaties. Zo probeert ze het even als reclame actrice, daarna als journaliste en ook nog even als telefoniste. Uiteindelijk wordt het een verloving. Met buurjongen en musicus Frederik, die ze eigenlijk altijd maar heel vervelend vond. En er is nog iets van een studie, die ze wil gaan volgen. Maar dat die niet af komt, is niet erg, want ze is toch al zo goed als verloofd.

Een erg van de hak op de tak spring verhaal, is dit geworden. Dat nichtje uit Amerika, daar wist de schrijfster niet zo goed raad mee. Uiteindelijk blijkt er dan een verloofde aan de andere kant van de oceaan te zitten, maar die kwam zo maar uit de lucht vallen. Net zoals die van Guus en Wim, of die van Joecky zelf. Dit keer geen nachten en dagen van twijfel. Ook geen hoofdpersonen die uitblinken in het huishouden, zodra dat nodig is, bij zus of moeder. Ook geen vriendin of bekende, die er voor zorgt, dat ze voldoening vindt als verpleegster, of zoiets.

Ik zou zo graag...  is vooral hap-slik-weg. Elk hoofdstuk zijn eigen verhaaltje. Dat vormt dan samen weer een nieuw West-Friesland boek, van de gevierd schrijfster Netty Koen- Conrad.  In twee edities, 1957en 1963. Met illustraties van Hans Borrebach.

06 april 2014

Groot nieuws op Picadero

Helen Taselaar zou zich uiteindelijk gaan toeleggen op streekromans. Dat was althans haar bedoeling, maar bij mijn weten bleef het maar bij één. Dat ze streekromans wilde gaan schrijven, of misschien was het wel de uitgever die bepaalde dat het eerder streekromans dan meisjesboeken waren geworden, die ze schreef, is in dit negende verhaal in de Picadero serie al wel te merken.

Het gaat over Thijs, de pleegzoon van Ymke en Erwin, inmiddels negentien jaar oud. Groot genoeg om verliefd te worden. Serieus verliefd, al zit hij dan pas in de zesde van het atheneum. De meeste mannen die Helen in haar verhaal naar voren laat komen zijn ouder en hebben al een baan. Thijs wordt verliefd op Inge, hulp in de huishouding bij Mariëtte en Joost. Inge is achttien en woont op kamers bij een leuke hospita. Naar school hoeft ze blijkbaar niet meer. Ze is betaald hulp in de huishouding. Als in de thuiszorg, maar eigenlijk ook weer niet. En als Inge een dagje verhinderd is, komt Gaby als haar vervangster. Alweer een naam die Helen eerder gebruikte. Als nichtje van Andrea.

Gaby is knap, lui en aast op Thijs. Daarmee is al meteen de jaloerse tegenpool geïntroduceerd. Men mag Gaby niet erg op Picadero, maar Inge wel. Die wordt al gauw in de familie opgenomen. Het is nog niet zo lang geleden dat Thijs uit onvrede bij zijn tante Door weg ging om bij Imke en Erwin te gaan wonen. Maar nu is hij al zo ver, dat hij een stuk beter met haar kan opschieten. Daar begint het verhaal dus richting streekroman te gaan. Want Thijs heeft geen moeder meer en hij weet niet wie zijn vader is. Inge vindt een half afgemaakte brief van zijn moeder aan zijn onbekende vader. Ze spreekt hem alleen met een voornaam aan. Mathijs. En dan weet tante Door wie hij is. Haar ex.

Natuurlijk komen ze er al snel achter waar vader Mathijs zich bevindt. Hij is een ongetrouwde kunstschilder. En natuurlijk willen hij en tante Doortje het alsnog samen proberen. Helen Taselaar spreekt over de tante als een 'oude vrouw'. Maar in het verhaal blijkt ze tien jaar ouder dan Thijs' moeder en die was zeventien toen ze zwanger werd. Zij was dus toen zevenentwintig. Thijs is nu negentien, dus tante is hooguit zevenenveertig. Zo oud is dat helemaal niet. 

Ondertussen heeft Gaby de wind van voren gekregen en berouw getoond. Te laat, natuurlijk, want ze komt er bij de Picadero clan niet meer in. Thijs en Inge uiteraard wel. En tante Doortje vast ook. Erwin en Imke hebben er helemaal geen moeite mee, dat Thijs zijn vader weer opgezocht heeft. Waarom zouden ze ook, ze hebben immers nu zelf een gezin. Joost wint nog even een wedstrijd met een nieuw paard, dat herhaaldelijk als het evenbeeld van Stranger wordt opgevoerd. Het onverwacht overleden superpaard komt het hele verhaal door zo vaak ter sprake dat het vervelend gaat worden.

Een stationsromannetje, aldus de recensie. Wat dat dan ook mocht zijn. Het kreeg in elk geval nog een vervolg. Alleen maar blijgezinde personages, zo staat er ook te lezen. Dat is niet helemaal waar, al is dat wel de sfeer die blijft hangen. Het boek eindigt met een uitgebreid happy end waarin alles voor iedereen goed afloopt. Bijna helemaal waar. Alleen voor Gaby loopt het dus niet zo goed af. Maar dat is de boze heks uit het sprookje. Daarvoor hoeft het ook niet goed af te lopen.

19 maart 2014

Hermelijn´s huwelijk

Henri kan een baan op Java krijgen. Hij neemt hem aan, ook al is hij nog nooit in het land geweest. Om Marian, want dan kunnen ze ten minste snel trouwen. Dat is ongeveer het startpunt van het tweede Hermelijn-boek. Marian is druk bezig haar uitzet samen te stellen. En voor ze definitief naar Indië vertrekken, maken ze nog een rondreis door Nederland. Leo en Hanna zijn inmiddels een getrouwd stel. Truus komt als een echte dame terug uit Singapore, nog net op tijd om Marian en Henri te zien trouwen. Truus is als een voetveeg behandeld.

De rondreis door Nederland, het afscheid voor zes jaar van de familie, het wordt allemaal in een paar zinnen beschreven. Aan de overtocht per boot naar Java worden vervolgens vele vellen volgeschreven. Marian maakt er kennis met meneer Dekker en met mevrouw Verploegen, die door Henri een oud meisje wordt genoemd. Ja, ze is intelligent, hij kan goed met haar praten, maar er mist iets. Was Marian Henri niet tegengekomen, was ze ook zo'n oud meisje geworden. Een meisje dat zit te wachten op de liefde, op de man van haar leven. Een man die ze niet tegenkomt en dan op een gegeven moment constateert, dat haar tijd voorbij is. Dat ze een oude vrijster is geworden. Truus, in Nederland, is 'al' vierentwintig en ook bang, dat ze zo zal eindigen. Tja, het is een kwestie van geluk hebben, dat het Marian niet is overkomen.

Eenmaal in Indië voelt het voor Marian als thuiskomen. Ze ratelt en commandeert in vlug Maleis, met inlandse hulpjes en slaafjes. Veel Nederlandse zinnen met Indische woorden komen opnieuw voorbij, die met voetnoten worden verklaard. Henri kan maar moeilijk wennen aan het land, de taal, de hitte en aan Marian, die er zich zo thuis in voelt. Bovendien wil hij eigenlijk veel liever essays schrijven, dan lesgeven in zo'n smeltkroes van Chinezen, Indiërs en Indische Nederlanders. Gedichten of verhalen, mag ook.

We zijn ongeveer halverwege als dochter Marie Cornélie wordt geboren. Vanaf dat punt heb ik van elk hoofdstuk nog maar een paar zinnen vluchtig gelezen. Theo van de Bosse verongelukt, als piloot. Henri is zijn passagier en overleeft het, zij het met een zware hersenschudding. Marian wordt zo maar hoofd van een kindertehuis. Ik ben nooit in Indonesië geweest en veel te jong om te weten, hoe het in Nederlands Indië moet zijn geweest. Mia Bruyn-Ouwehand schrijft het echter zeer beeldend op. De hitte, de huwelijksmoeilijkheden, het grote standsverschil tussen de inlanders en de Nederlanders, de omgeving. Het op elkaar aangewezen zijn als Nederlanders. De heimwee naar Nederland en het verlangen schrijver te worden en te zijn, in plaats van voor Het Baantje leraar Nederlands.Ik kreeg het er gewoon benauwd van. En heb het boek ten slotte terug in de kast gezet, zonder het uit te lezen. Nee, dit was bepaald geen ontspanning.

De Hermelijn reeks bestaat uit vier delen. Op Hermelijn's huwelijk volgen nog Welkom thuis Hermelijn en Hermelijns dochter. Die beide delen bezit ik nog niet. Weet ook niet, of Hans Borrebach ze ooit geïllustreerd heeft. En als hij dat heeft gedaan, of ik ze dan nog ooit voor een leuk prijsje in bezit zou kunnen krijgen. Maar het hoeft ook niet. Want ik weet al hoe het af gaat lopen, ook zonder dat ik dat derde en vierde deel heb gelezen. In het derde deel komt Hermelijn terug naar Nederland, al dan niet vanuit een Jappenkamp. Of Henri heeft in zo'n kamp gezeten. En in het vierde deel lezen we hoe het Cornélietje - zoals haar roepnaam zal worden - verder vergaat. Voor een Borrebach omslag zou ik ze nog wel willen hebben. Maar lezen? Alleen als het leuk leesvoer is. Het moet niet om te stikken zijn, zoals dit. Gauw terug de kast in en vergeten.

En uit het mooie foto omslag van Borrebach blijkt maar weer eens, dat hij het verhaal totaal niet heeft gelezen. Ja, er staat een jong stel op een boot. Maar daarmee is dan ook alles gezegd.