08 maart 2015

W.P. voor de vrouw : tweede deel H-Z

Het tweede deel heeft geen inleiding, zoals het eerste deel. Het valt zo met de deur in huis. Met een H. Er wordt ook doorgenummerd na deel een, zodat we starten op pagina 735, die dan weer geen nummer op de bladspiegel heeft staan. Ook dit moet voor bibliothecarissen van toen weer een leuke uitdaging zijn geweest. Zie hier maar een correcte titelbeschrijving van te maken.

Op bladzijde 739 en 740 staan tekeningen van haardracht, respectievelijk historische en bij kinderen.  Dat laatste is dan weer actueel anno 1953. Inmiddels ook aardig historisch. Twee opgerolde vlechten. Eenmaal opgerolde vlecht.  De klassieke lange vlechten. Voor het aankomend bakvisje. Tussen koffer en koffie zijn vier pagina's opgenomen met achtereenvolgens kenmerkende maten en verhoudingen klieren met inwendige secretie I en II, ofwel dwarsdoorsnede van vrouw en meisje en man en jongen. 

Wanneer men bij de M gekomen is, worden er vier pagina's foto's gereserveerd voor het trefwoord moeder, alsof de uitgever daarmee duidelijk wil maken, dat dit de kern van de hele encyclopaedie is. En de bijschriften van de foto's liegen er niet om. Moeder moet rust en geborgenheid bieden. Niet uitgaan en het kind alleen laten. Moeder moet het kind op alles voorbereiden. Weten wanneer zij het kind moet loslaten. Raadgever zijn. Rekenen om met het huishoudgeld om te gaan. Zorgen dat het kind niets tekort komt en er tegelijkertijd voor zorgen, dat vader ook zijn deel in de opvoeding kan hebben. Als hij daar ten minste de kans toe krijgt. Er zijn foto's van eten, bestek, servies. En zelfs een kleurenfoto van soepen.

Ook dit deel eindigt met een Lijst van platen, onderverdeeld in gewone platen, anatomische platen en getekende afbeeldingen, welke de gehele pagina bevatten. Ook hier stoelen tegen een wit rose geruite achtergrond, als een soort voering van het omslag. Zo ben ik ten slotte ruim 1380 pagina's tekst verder, alles bij elkaar. En een  heleboel wijzer geworden over de opvattingen van zestig jaar geleden. Ben blij dat ik nu vrouw mag zijn. Dat ik toen nog niet bestond.
 

28 februari 2015

Terug van weg geweest

Het is het vierde deel in de serie en het vervolg op 'Cupido slaat toe!'. Dat derde deel heb ik niet in mijn bezit. Nog niet. Ik kom het nog wel eens op Marktplaats -achtige websites tegen, maar steeds voor veel meer geld dan ik er voor over heb. Wie weet kan ik het nog eens ergens goedkoop op de kop tikken. Ondertussen bespreek ik alvast Terug van weg geweest. Want dit deel kan 'ook zelfstandig gelezen worden', zoals dat vroeger door de uitgever altijd werd omschreven.

Het gaat over Daisy Mastwijk, die al eens eerder in het Jeugdhotel logeerde.  Toen vond ze zichzelf dik en onaantrekkelijk. In stilte werd ze smoorverliefd op Gregor Hansen,  een medewerker die wel heel veel oog hadden voor alles wat vrouw heette. Inmiddels is Daisy een dieet en een permanent in haar haar haar verder en blaakt ze van het zelfvertrouwen.  En kan ze Gregor niet vergeten. Tijd om terug te keren naar De Witte Hengst dus. Dit keer samen met haar nichtje Brigitte. Er is wat aarzeling, er zijn misverstanden, een onuitstaanbaar jaloers wicht dat Gregor in wil palmen en er is vriendschap. En natuurlijk is er ook liefde. Dat is het eigenlijk wel

In een recensie werd er gehakt van gemaakt. Verliefdheid en paarden, wat heb je nu nog meer nodig in het leven, zo staat er. Er wordt melding gemaakt over dromen in een onwerkelijke sfeer, over vrouwen die werken en soms zelfs al getrouwd zijn. Als er al problemen zijn, dan zijn die onecht en oppervlakkig. En over de illustraties, die al net zo nietszeggend zouden zijn.

Dat laatste is niet waar. Herry Behrens maakte ook hier een mooie omslag en mooie zwart wit tekeningen voor. Wat het verhaal betreft klopt de recensie wel. Maar dat heeft misschien nog wel het meest met de keuze van de uitgever te maken. De Selektserie - met k, we zitten nog in de jaren tachtig en toen mocht dat zo - mag dan wel de serie die er uit springt genoemd worden, het is ook een serie voor meisjes op de basisschool. En die willen al wel over paarden lezen, maar gaan nog niet verder in hun dan verliefd worden. Dit deeltje had in de Jeugdserie beter gepast. Maar dan nog is het een dertien in een dozijn verhaal.

Wie het zelf eens lezen wil, dat kan. Het is namelijk in zijn geheel  te lezen. Doe het eens. En oordeel zelf over de tekeningen en het verhaal. Over de lopende band die Helen Taselaar heet. Want dat was eigenlijk waar ik het eerst aan dacht. Alsof ik het allemaal al honderd keer eerder had gelezen.


22 februari 2015

Mieke waagt zich op glad ijs

Het 11e 'MIEKE'-boek, voor meisjes tot plm. 16 jaar, heeft een dubbelzinnige titel. Want het wordt letterlijk winter en Mieke gaat schaatsen. Maar ook figuurlijk, want met het schaatsen leert ze Hans van Wijk kennen, een echte flierefluiter, waardoor Mieke op het verkeerde pad terecht dreigt te komen. Ze begeeft zich 'op glad ijs'. Dreigt zich er op te begeven. Want het gebeurt wel, maar natuurlijk niet voor lang. Mieke mag dan wel een slecht kerstrapport mee naar huis nemen, maar daar blijft het ook bij. Dan ziet ze al meteen in, dat ze werken moet, wil ze niet blijven zitten.

Dat schaatsen is overigens maar een heel klein gedeelte van het verhaal. Er gebeurt ook nu weer van alles, maar nergens wordt echt diep op in gegaan. Precies zoals in andere delen. Ja, er wordt geroeid op de Linge, er zijn wat schoolavontuurtjes. Er is dansles, er is een lerares Grieks, die verliefd wordt op de leraar geschiedenis en een nieuwe leraar wiskunde, die geen orde kan houden. En er is dus ijspret. Er is zelfs een ongeluk van vader, moeder en Mieke, met de auto. Moeder De Rooy is behoorlijk ernstig gewond en Mieke toont zich flink en groot, wanneer ze juffie vraagt om de honneurs waar te nemen, zo lang moeder in het ziekenhuis ligt.

Er gebeurt dus heel wat, maar alles wordt in niet meer dan één hoofdstuk beschreven en ook direct weer opgelost. Alsof Mieke wel problemen mag hebben, maar niet al te erg. Het moet wel te overzien zijn, allemaal, voor de lezeressen. Iets mag niet te lang duren, of niet al te veel tijd in beslag nemen. En uiteraard komt ook alles direct weer goed. Er is meteen berouw en prompt ook vergeving. 

Ook hier eindigt het verhaal met een een naschrift, dat al een beetje verraadt, waar het volgende deel over zal gaan. Mieke zal zich nu niet meer zo gauw laten afleiden, zo staat er te lezen, want ze wordt in april al vijftien. En dan kun je op school tenslotte niet meer zoveel gekke streken uithalen. In mijn herinnering was vijftien nou juist de leeftijd waarop je dat soort dingen deed. Maar ja. Het verschil tussen Marieke en Mieke is wel meer dan twee letters. Op zijn minst een jaar of dertig, veertig, in de tijd. Het naschrift heeft het nu al over het rustig volwassen laten worden van Mieke. En dan is ze dus nog geen vijftien.

Typisch is ook, dat er boven de lijst van Mieke-boeken, op de keerzijde van de titelpagina geschreven staat, dat het geschikt is Voor meisjes tot plm. 18 jaar. Dat is dus twee jaar meer. Eigenlijk vind ik 16 jaar al wel wat optimistisch. Zeker, wanneer je met je vijftiende geacht wordt volwassen te zijn. We gaan op het omslag ook nog terug naar deel tien, waarin Mieke zich opgeworpen heeft als dierenbeschermster.Het omslag bevat van dat tiende deel en samenvatting, dus helemaal een verrassing wordt dat deel niet, mocht je het nog niet eerder gelezen hebben.

Maar slim was het natuurlijk wel van de uitgever, om behalve een naschrift over wat volgt ook nog een terugblik naar een vorig deel te beschrijven. Op die manier werden de meisjes tot plm 16 of 18 jaar aangezet, de hele serie bij elkaar te sparen. Of ze in elk geval bij de bibliotheek dan wel leeszaal te gaan lenen.

12 februari 2015

W.P. voor de vrouw : eerste deel A-G

Nee, dit is geen handleiding voor dat DOS programma uit de vorige eeuw, bestemd voor dames. In een groot gedeelte van de vorige eeuw betekende W.P. namelijk geen WordPerfect, maar Winkler Prins. De gezaghebbende encylopedie, in mijn versie zelfs nog geschreven als encyclopaedie. Editie 1954. Februari 1954, het 10e-30e duizendtal, om precies te zijn. 

Er zit geen omslag meer bij, maar ook zonder is het een prachtige uitgave, die kostbaar moet zijn geweest, zestig jaar geleden. Ingebonden in wit leer, met een vrouwenhoofd van opzij er in. Fraai bewerkte eerste pagina's. Het boek heeft niet alleen een Technische, maar ook een Aestetische verzorging gehad. Het is een tweedelige encyclopedie, maar zo omvangrijk, dat ik het ook maar in twee verschillende blogs opschrijf.

Meteen als je het eerste deel openslaat, valt de 'voering' op. Tekeningen van stoelen, in zwart wit. Tegen een achtergrond van roze vierkanten met bloemmotief. Na een overzicht van medewerkers een foto van Prinses Juliana in 1948, met daarboven het opschrift: Koninklijk woord. Vervolgens een Compendium. Een uitgebreide inhoudsopgave van 199 pagina's vol algemene ontwikkeling, waarin een vrouw belang stelde. Zo dacht de redactie het althans. Keurig gerubriceerd. Het is niet zo maar een lijst. Nee. Het is een hoofdrubriek met daar onder steeds een aantal subrubrieken. Zo bestaat Kleding uit Het costuum, Veren, Het dier om de mens (bont), Garderobe en Sieraden. Costuum met een C. Veren werden blijkbaar nog gewoon gedragen en bont was al net zo normaal.

Tussen de formele onderwerpen door zijn een aantal pagina's gereserveerd voor een Intermezzo. Bedoeld als ontspanning tussen het lezen van de zware kost door. Mannen over vrouwen, bijvoorbeeld, dat een lijst met citaten bevat. En Welke naam geven wij? Een overzicht met alle voorkomende doopnamen met hun afgeleiden. Een lijst van slechts vier pagina's. Tegenwoordig zijn naamboekjes ook zonder toelichting vaak al zo dik als een pocketeditie van een woordenboek. Maar destijds was de keus nog niet zo groot.

Pas op pagina 200 begint het alfabet. Elke letter heeft opnieuw al iets bijzonders. De A is een voorbeeld van een Merk- en borduurlap van wit linnen. De F een initiaal uit de drukkerij van Reyner Wolfe, Londen 1542. Het alfabet eindigt met Gijzelaar. Dan volgt nog een lijst van platen, nader onderverdeeld in Platen en Anatomische Platen. Een mooie omschrijving van foto's op glanspapier. Vervolgens is er nog een Overzicht met Getekende afbeeldingen welke de gehele pagina beslaan en ten slotte weer de voering van stoelen tegen een achtergrond van roze ruitjes met bloempatroon.

Zelfs door er nuchter een blog over te schrijven verval ik al in de toon die ze in meisjesboeken zoveel gebruikten in die tijd. Maar zo voelt het ook echt, als je er doorheen bladert. En zestig jaar geleden, het is toch geen eeuwigheid. Al lijkt het wel zo. Een fantastisch tijdsbeeld, die W.P., die blijkbaar niet eens meer volledige naam Winkler Prins nodig had, om in een oogopslag herkend te worden.
Wordt vervolgd. Voor de letters H tot en met Z. En alles wat er tussen staat.

18 januari 2015

Een lot uit de loterij

Grappig. Ik schrijf al bijna zes jaar aan dit blog. Maar blijkbaar heb ik nog nooit een verhaal van de veelschrijver besproken. Guus Betlem, ook schrijvend onder het pseudoniem Freddy Hagers. Van dezelfde leeftijd als Borrebach en persoonlijk met hem bevriend. Vooral bekend van de Marjoleintje die Marjolein werd reeks. En van zijn boeken over de huishoudschool. Wat bijzonder was, omdat de meeste hoofdpersonen in meisjesboeken naar de HBS of het gymnasium gingen. En zo af en toe naar de MMS of Mulo.

Een lot uit de loterij gaat over Hannie, Bonnie, Mieke, Josje en Mirjam. Ze zitten in de derde en gaan over naar de vierde. Welk schooltype het is, wordt niet duidelijk. Het gaat in dit verhaal ook niet echt over de proefwerken en de leraren, al komen ze wel even ter sprake. Nee, de dames doen mee met een loterij en winnen nog een prijs ook. Een behoorlijke geldprijs, die ze aan een reis naar Zwitserland willen uitgeven. Maar ja, ze zijn nog geen zestien.

Gelukkig heeft Hannie een studerende zus van negentien, Stan. En die wilde nu juist op reis naar Zwitserland, om daar kinderen te gaan begeleiden. Beide dingen kunnen nu mooi gecombineerd worden. Anders dan in andere verhalen wordt hier de voorbereiding en de treinreis naar de bestemming bijna net zo uitgebreid beschreven als de reis zelf. Het maakt het voor de doelgroep, de meisjes van 14 tot 16 jaar, of zoals als een soort ondertitel op de titelpagina staat vermeld Een boek voor meisjes van 'om en bij de veertien', een stuk leuker om te lezen.

Want natuurlijk is dat spannend een eerste eigen paspoort, waar je een pasfoto voor moest laten maken. Het blauwe boekje met de geperforeerde cijferreeks. Zo zag mijn eerste paspoort er in 1987 ook nog uit. En ik voelde me net zo voornaam, toen ik het mocht gaan afhalen op het gemeentehuis.
Ze gaan naar het reisbureau en ze bestuderen de atlas. De treinreis van twintig uur wordt beschreven. Het geharrewar om de gereserveerde plaatsen. Het zijn allemaal dingen die indruk maken als je voor het eerst op stap gaat zonder je ouders. Betlem had het goed gezien.

De reis gaat naar de omgeving van Interlaken. Wilderswil, om precies te zijn. Toevallig ook de vakantiebestemming van Ankie. Dit verhaal heeft geen geestelijke overpeinzingen. Hier worden trektochten gemaakt, leren ze twee Zweedse jongens kennen en hebben ze een aardige waardin die Zimmer Frei voor ze heeft. Stan heeft het als studente op haar kamer niet erg naar haar zin, maar ze maakt er het beste van. En dat doen de vriendinnen ook. Ze zijn zuinig, koken zelf hun maaltijden en hebben duidelijk nog geen behoefte aan een relatie. Het eindigt met de belofte te zullen corresponderen. En daar eindigt ook zo'n beetje het boek.

In de trein terug naar Nederland. Op naar de vierde klas vol Engels, Duits, Meetkunde en Frans maar met een hele mooie vakantie in hun geheugen. Vrolijk geschreven en zelfs na, wat zal het zijn, toch wel zestig jaar, nog steeds goed leesbaar. Je kon aan Guus Betlem niet merken, dat hij een veelschrijfpen had. Het waren leuke verhalen. Ik heb er veel van.  Sommige zelfs in meerdere edities. Wordt vervolgd, dus. 

11 januari 2015

Het geheim van de fototrucage

Er staat een prijs in van € 0,50. En ik denk, dat ik er dat op 13 augustus 2010 ook inderdaad voor heb betaald. Volgens mij was het een kringloopwinkel-vondst. Nu ik er iets beter over nadenk, weet ik ook weer, dat het een kringloop vondst was na drie keer in korte tijd voor niets een boekenmarkt te hebben bezocht. Zoals dat steeds vaker gaat. Boekenmarkten met alleen maar troep op de kraam of spullen voor woekerprijzen. Je maakt er toch elke keer een behoorlijke reis voor en om dan alleen maar geconfronteerd te worden met niks, daar word je behoorlijk chagrijnig van. Ik in elk geval.

Maar van zo'n vondst als deze kan ik don ook wel weer heel vrolijk worden. Een Borrebach in de Amstel Hobby Serie dus. Met een titel die tot de verbeelding spreekt. De titels van de hoofdstukken doen dat ook. Dwalen door een wereld van fotografische mogelijkheden, bijvoorbeeld. Of Foefjes met kleurig licht, kleurige schaduwen, rasters en maskers. Of Bijzondere doka-stuntjes. Om maar eens wat te noemen.

In hoofdstuk dertien, dat De charme van de bijzondere fotografie heet, komt de kleine, goedsmakende technische hutspot ter sprake, zoals de schrijver dat in zijn inleiding noemt. Wat hij daarmee bedoelt, laat hij onder meer in een foto zien, die op glanspapier in het boek is afgedrukt. Een zwart wit opname van een zwoel kijkend meisje tegen de achtergrond van een flatgebouw. Voorbeeld van achtergrondprojectie, staat er bij. Een uit het archief gehaalde dia, dat met een gewone huiskamer projector tegen een witte wand wordt geprojecteerd. Een leerzaam tijdverdrijf voor de wintermaanden, terwijl u 's zomers weer voor aanvulling van de diacollectie zorgt.

Dat leerzame tijdverdrijf, daar verdiende de auteur zelf ook zijn geld mee. Als omslag voor de meisjesboeken tekende hij niet alleen, hij stelde ze ook samen met behulp van dia's en modellen. Precies zo als deze dame voor de dia poseert, zo zijn ook zijn omslagen voor uitgeverijen als Kok en Callenbach, in de jaren vijftig en zestig. Zeldzamer dan zijn geïllustreerde omslagen, maar ik heb er toch wel een aantal van. En zo is het circeltje dan weer rond. Er moet ook nog ergens een boek zijn, waarin hij de techniek van het illustreren uitlegt. Dat heb ik tot nu toe nog niet kunnen vinden. Maar ik wil het zeker nog eens zien te krijgen.

Dit fotoboek van Veen is, net als alle andere boeken die van zijn hand bij deze uitgever verschenen, ook weer voorzien van een alfabetische index. Vervolgens nog een lijst van andere titels van Borrebach, die eerder verschenen. Het is al een indrukwekkend overzicht. Als laatste staat er nog een lijstje in van boeken over kamperen en sport, die ook in de Hobby Serie verschenen. Maar die kom ik eigenlijk maar zelden meer tegen. Die van Borrebach wel. Blijkbaar werden ze destijds goed verkocht. En moeten ze nu allemaal weg, omdat de computer zijn technieken allemaal heeft overgenomen. Ik zet ze juist in de kast. Om de nostalgie. 

04 januari 2015

Mieke's offer

Weer kijkt ze zwoel in de lens, met een hond op haar arm en slechts gehuld in een zomers topje met lage rug. Rekel draagt een bijpassend roze halsbandje en Mieke heeft er ook haar nagellak op aangepast. Het zoveelste kenmerkende kindvrouwtje dat Hans Borrebach schetste en je vanaf het omslag ondeugend aan laat kijken. Weer vraag ik me af, hoe de uitgever dit goed kon keuren. Want opnieuw lijkt het meisje op het omslag totaal niet op het meisje van het verhaal. 

Ook het twaalfde boek in de Mieke-serie is opgebouwd uit verschillende delen. Het begint met Bram wordt weer eens Mieke's redder. Daarin besluit Mieke om geld uit te sparen, niet per trein maar per fiets naar haar vakantiebestemming in Dieren te gaan. Ze komt in de bossen terecht, waar ze hopeloos verdwaalt. Gelukkig is daar Bram van der Stoep, die in het leger is en haar per jeep daar brengt waar ze wezen moet. Hij is haar redder in nood, vader en moeder brommen een beetje als ze achter het zoveelste avontuur van hun jongste komen, maar uiteindelijk komt alles weer in orde.

In het tweede deel, Mieke krijgt een verloofde zuster, wordt de verloving van haar zus Madelon beschreven. Het is een saaie, bedeesde student tandheelkunde, die bij nader inzien toch best aardig is. En tijdens het diner krijgt Mieke het zo maar ineens benauwd. Niet alleen omdat Madelon verloofd is. Er lijkt ook wat meer te zijn tussen vriendin Miriam en broer Rob en tussen vriendin Erica en stiefbroer Peter. Dan blijft ik thuis alleen over, denkt Mieke bij zichzelf. Ze is vijftien, als ze zich dat realiseert.

Het werkelijke offer vindt pas plaats in het derde deel. Juffie komt ten val en Mieke besluit haar reis naar Saalfelden er maar aan te geven om juffie te helpen. Ze krijgt gezelschap van haar vriendin Tonnie van der Horst, die een herexamen voor Latijn heeft. Toevallig is Mieke er heel goed in, dus helpt ze haar vriendin door haar huiswerk heen. En ze leert een heleboel over het huishouden. Bovendien laat Tonnie Mieke inzien, dat ze toch wel een bevoorrecht mensenkind is, met een gezonde vader en moeder, voldoende geld en een goed verstand. Tonnie heeft het allemaal niet. En toch klaagt ze er niet over.

Als Tonnie haar herexamen moet maken is Mieke er haast nog zenuwachtiger over dan Tonnie zelf. Natuurlijk gaat Tonnie over. Uiteraard worden Mieke en haar vriendin beloond met een sieraad van juffie, als dank voor hun hulp. Er is alle lof van vader en moeder voor Mieke, die zich zo hulpvaardig heeft gedragen. Lof van juffie en lof van de leraar Latijn. En zo heel groot was dat offer nou ook weer niet. Ze had immers al een reisje door Nederland met haar ouders en juffie achter de rug, toen het ongeluk gebeurde. En dat dan allemaal nog zo beloond te zien worden...


Zo zijn er dan twaalf delen over Mieke compleet, zo begint het naschrift van de schrijfster. Mieke als 'kind' dan. We moeten haar nu maar rustig helemaal volwassen laten worden. En dan volgen de laatste drie delen, waarin de hoofdpersoon zich uiteindelijk toch laat kooien. Zo heel lang duurt het allemaal niet eens meer.

Het blijkt wel een heel beperkte wereld, die van Mieke. Vriendinnen gaan trouwen met broers, een oude dame voor de huishouding met wie ze bevriend blijven, een oma, en een tante. Dat is het wel. Echte moeilijkheden, ach, die heb je maar even en ze worden ook altijd naar ieders tevredenheid opgelost. Zo lang je Mieke de Rooij heet, ten minste. En die bestaat niet echt.